Bijlage 1 - Perspectiefnota 2025 Amstelveen (inclusief eerste tijdvakrapportage 2024)
Tekst van het document
Inhoudsopgave 0. Inleiding .............................................................................................. 4 1. Financiële beschouwing ...................................................................... 6 2. Financieel beeld en technische uitgangspunten .................................. 8 2.1 Incidentele middelen (Algemene Reserve) .................................................................... 8 2.2 Structurele middelen................................................................................................. 10 2.2.1 De structurele opgave ..................................................................................... 11 2.2.3 De structurele dekkingsmaatregelen.................................................................. 11 2.3. Technische begrotingsgrondslagen ............................................................................ 12 2.3.1. Belastingcapaciteit ......................................................................................... 12 2.3.2. Areaal en Nominaal ........................................................................................ 12 2.2.4. Rekenrente (omslagrente) .............................................................................. 13
3. Structureel perspectief kosten Jeugdhulp ......................................... 15 4. Financiële sturing op (Grote) Projecten ............................................ 17 4.1 Maatschappelijk vastgoed (incl. onderwijshuisvesting) .................................................. 18 4.1.1 Kapitaallasten onrendabele investeringen........................................................... 18 4.1.2 Effecten op de algemene reserve ...................................................................... 19 4.2 Projecten ................................................................................................................. 19 4.2.1 Gebiedsontwikkeling A9 Zone ........................................................................... 19 4.2.2 Stadshart ....................................................................................................... 20 4.2.3 Noordelijke Poeloever ...................................................................................... 20 4.2.4 Nieuw Legmeer............................................................................................... 21 4.2.5 Park Amstelveen-Zuid ..................................................................................... 23 4.3 Grondexploitaties .....................................................................................................
23 4.3.1 Nieuwbouwwijk De Scheg ................................................................................ 23 4.3.2 Bedrijventerrein Amstelveen-Zuid (BTAZ) .......................................................... 23 4.3.3 Benodigde weerstandscapaciteit ....................................................................... 24
5. Mutaties per programma ................................................................... 25 5.1 Sociaal domein......................................................................................................... 25 5.2 Onderwijs en ontplooiing ........................................................................................... 30 5.3 Economie en duurzaamheid ....................................................................................... 36 5.4 Openbare ruimte ...................................................................................................... 38 5.5 Ruimtelijke ontwikkeling............................................................................................ 43 5.6 Bestuur, bevolking en veiligheid ................................................................................. 49 5.7 Overhead ................................................................................................................ 52 5.8 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................... 56
6. Tarievenbeleid ................................................................................... 60 6.1. Algemeen: beleidskader, inflatie en woonlasten........................................................... 60
pagina 2 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
6.1.1. Beleidskader ................................................................................................. 60 6.1.2. Woonlasten 2024 ........................................................................................... 60 6.2. Ontwikkelingen per heffing ....................................................................................... 62 6.2.1. Onroerendezaakbelasting (OZB) ...................................................................... 62 6.2.2. Legesverordening – Omgevingsvergunningen, Burgerzaken en APV/overig ............ 62 6.2.3. Huishoudelijk afval ......................................................................................... 62 6.2.4. Riolering ....................................................................................................... 63 6.2.5. Zorgvlied ...................................................................................................... 63
7. Overige ontwikkelingen..................................................................... 64 7.1 Financiële verhouding ............................................................................................... 64 7.2 Overige risico’s ........................................................................................................ 64
8. Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2024-2027 ............................. 66 8.1. Algemeen ............................................................................................................... 66 8.2. Inhoudelijk ............................................................................................................. 66 8.3. Financieel ............................................................................................................... 68
9. Eerste tijdvakrapportage 2024 .......................................................... 71 9.1 Begrotingsrechtmatigheid .......................................................................................... 71 9.2 Kredieten ................................................................................................................ 81 9.3 Reserves en voorzieningen ........................................................................................ 83 9.3.1 Mutaties Reserves ........................................................................................... 83 9.3.2 Mutaties Voorzieningen .................................................................................... 84 9.4 Bijlagen................................................................................................................... 85 9.4.1 Begrotingssaldo per programma .............................................................................. 86 9.4.2 Inkoop onrechtmatigheid ........................................................................................ 90 9.4.3 Lokaal werkbudget Oekraïne ................................................................................... 90
10. Actualisatie bestedingsplan Fonds Groen, Water en Recreatie 20242026 ...................................................................................................... 92 11. Mutaties Reserves en voorzieningen ............................................... 94 Bijlage 1: Totaal overzicht investeringen maatschappelijk vastgoed ..... 96 Bijlage 2. Stand kredieten ..................................................................... 98 Bijlage 3: Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2024-2027 ............... 104 Bijlage 4. Overzicht AA-posten ............................................................ 109 Bijlage 5. Besparingsopgave organisatie (uit Perspectiefnota 2024) .. 110 Bijlage 6. Bestedingsplan Fonds groen, Water en Recreatie ................ 111 Bijlage 7. Tussenbalans College 2022-2026 ........................................ 116
pagina 3 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
0. Inleiding Op koers Met de Perspectiefnota 2025 komen we halverwege deze bestuursperiode. In het coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Warm hart voor Amstelveen – met kansen voor de toekomst’ hebben wij een bestuurlijke koers neergelegd met ambities, doelstellingen en maatregelen. In een tussenbalans (zie bijlage 7) hebben we inzichtelijk gemaakt waar we staan. Wij geven met veel inzet invulling aan het coalitieakkoord. Veel is al gerealiseerd of in de maak. De komende twee jaar ligt de focus dan ook op verdere uitvoering en afronding. Groen, duurzaam en gezond Amstelveen Voor investeringen in groen, water en recreatieve voorzieningen is een meerjarig fonds ingericht van € 10 miljoen. Vorig jaar is een eerste bestedingsplan opgesteld welke we komende jaren uitvoeren en op onderdelen bijstellen door budgetten te verhogen. Het is onze ambitie om als gemeentelijke organisatie in 2030 gasloos/CO2 neutraal te zijn. Met deze Perspectiefnota nemen we de eerste forse stap dit te bereiken door € 10 miljoen te investeren in het verduurzamen van ons eigen vastgoed. Ook zetten we volop in op het verduurzamen van bestaande woningen. De subsidieregeling die hiervoor is opgezet is een groot succes. Het subsidieplafond is al bereikt en verhogen we.
Groei in balans met voorzieningen Voor de transformatie van bedrijventerrein Nieuw Legmeer naar een levendige, duurzame hoogstedelijke woon(werk)wijk hebt u de herziene Ontwikkelvisie Nieuw Legmeer 2024 vastgesteld. In deze Perspectiefnota creëren wij de nodige financiële ruimte om de ontwikkeling mogelijk te maken. We verplaatsen de gemeentewerf, het afvalbrengstation en het afvaloverslagstation. We houden rekening met de nodige infrastructurele verkeersaanpassingen en een nieuwe school. Dit project is naar Amstelveense maatstaven omvangrijk. Om de risico’s op te kunnen vangen benutten we de reeds opgebouwde reserve Stedelijke Vernieuwing (huidige omvang ca. € 15 miljoen) als risicovoorziening. Ook verhogen we de structurele dotatie aan deze reserve. Voor de onderwijshuisvesting hebben we inzichtelijk gemaakt tot na 2030 wat er op ons afkomt zodat we hier tijdig op kunnen anticiperen. Belangrijkste investeringen in de komende jaren zijn in de Orion, De Scheg, de Sporthal van het keizer Karel College. Ook voor het resterende maatschappelijk vastgoed hebben we dit in beeld. De komende jaren investeren we in de Cultuurstrip, Medisch Centrum aan de Lindelaan en een Wijkcentrum Alleman/Bankras. Voor de inrichting van de A9 overkappingen en de aanpak van de Noordelijke Poeloever zijn de benodigde middelen opgenomen in deze Perspectiefnota.
De inrichting van de overkappingen biedt de kans de verbindingen tussen het noorden en het zuiden van de stad te versterken. De Noordelijke Poeloever vormt de verbinding tussen het Amsterdamse bos, het Oude Dorp en een van de A9 overkappingen. De eerste plannen voor de inrichting van de overkappingen en de Noordelijke Poeloever zijn gemaakt en worden verder uitgewerkt. Amstelveen heeft een hart voor iedereen De kosten voor Jeugdhulp verwerken we structureel in onze begroting. Hiermee varen we een andere koers dan afgelopen jaren en nemen wij onze eigen verantwoordelijkheid. We streven naar beperking van kostenstijgingen door het nemen van maatregelen zoals uitbreiding van het preventief aanbod, gesprekken met externe verwijzers over hun verwijsgedrag en een specifiek aanbod voor bijna volwassenen. De door de raad aangenomen Jeugd- en Onderwijsagenda is
pagina 4 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
financieel verwerkt in deze Perspectiefnota, waarbij ook middelen zijn gereserveerd voor een Lerarenbeurs. De kosten voor de WMO nemen alsmaar toe. Om dit te keren wil het Rijk een inkomensafhankelijke bijdrage invoeren. De regelgeving hiervoor is in voorbereiding maar hoe die er precies uit komt te zien is nog niet duidelijk. We nemen hier dan ook geen voorschot op en begroten de verwachte kosten op basis van het bestaande beleid. We geven een structureel vervolg aan de motie ‘Pilot Basisbanen’ uit 2021 voor inwoners die geen gebruik kunnen maken van andere voorzieningen en diverse re-integratietrajecten hebben doorlopen. De ervaringen zijn positief en basisbanen dragen bij aan het levensgeluk van de inwoners. We versterken de inzet op vroeg signalering van schulden. De subsidie aan vluchtelingenwerk en de capaciteit voor Inburgering brengen we in lijn met de opgave voor maatschappelijke begeleiding. Veiligheid In 2023 is het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2023-2026 vastgesteld door de gemeenteraad. Het IVP bevat de prioriteiten van ons veiligheidsbeleid. Denk hierbij aan het tegengaan van criminaliteit met grote impact zoals woninginbraken en cybercrime, de aanpak van ondermijning en aandacht voor thema’s als jeugdoverlast en problematiek rond personen met onbegrepen gedrag. Qua uitvoering van het IVP liggen we halverwege deze bestuursperiode op koers.
Regelmatig dienen zich nieuwe veiligheidsopgaven aan, al dan niet als gevolg van internationale ontwikkelingen. Incidenten en calamiteiten, vaak met korte hevige impact, vergen daarnaast ook onze aandacht en capaciteit. De opgaven waarvoor Amstelveen staat, kunnen we op dit moment aan binnen de ons daarvoor beschikbaar gestelde middelen. Dit doen we door ons flexibel op te stellen, kritisch te zijn op de inzet van onze capaciteit en de samenwerking te versterken tussen OOV, handhaving, politie en overige partners. Behoud gezonde financiële basis voor de toekomst In de vorige Perspectiefnota hebben we bewust gekozen ons hoge voorzieningenniveau in stand te houden. De bijbehorende lokale lasten zijn nog steeds relatief laag. Door het stellen van prioriteiten en het maken van keuzes lukt ons dat. Onzekerheden rondom Rijksfinanciën, een nieuw kabinet, oorlog in de Oekraïne en stijgende kosten zijn er nog steeds. Wel is met het uitkomen van de Voorjaarsnota van het Rijk duidelijk geworden dat de ‘opschalingskorting’ komt te vervallen. Voor Amstelveen betekent dit € 3,2 miljoen aan structurele ruimte. Dit geeft ons de mogelijkheid de structurele kosten voor Jeugdhulp ook structureel te verwerken. Hiermee normaliseren we de kosten voor Jeugdhulp binnen onze begroting en krijgt het eenzelfde karakter als onze andere taken.
Met deze Perspectiefnota ligt er een structureel sluitend financieel beeld voor 2025 en 2026 en een relatief gering tekort in 2027. Om onze ambities ook in de toekomst waar te kunnen maken lijken we op termijn (2028 en verder) niet te ontkomen aan het nemen van besparingsmaatregelen. Gezien alle onzekerheden staat de omvang en het tijdspad waarin we tot maatregelen moeten komen nog niet vast. Bij de Perspectiefnota 2026 verwachten we hier een completer beeld van te hebben. We sorteren wel alvast voor door bijvoorbeeld bij het opstellen van een nieuwe Nota Wegen als kaderstellend uitgangspunt mee te geven dat extra kosten (waaronder oplopende instandhoudingskosten in verouderende wijken) binnen het Meerjarenproject Plan Buitenruimte (MPP) opgevangen moeten worden.
pagina 5 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
1. Financiële beschouwing Zicht op de meerjarenbegroting 2025-2028 met een doorkijk voorbij de horizon Vertrekpunt is de programmabegroting 2024 welke uw raad in november 2023 heeft vastgesteld. Normaal geeft de Perspectiefnota zicht op het volgende jaar en de 3 jaren daaropvolgend, in dit geval de periode 2025-2028. Echter stopt de wereld niet na deze periode en hebben keuzes die nu worden gemaakt effect op de jaren buiten de horizon van de perspectiefnota. Dit speelt voornamelijk bij de investeringen in maatschappelijk vastgoed, onderwijshuisvesting en grote projecten als Nieuw Legmeer. Deze effecten hoeven niet allemaal via de komende perspectiefnota opgevangen te worden maar moeten wel op het netvlies blijven. Daarom is ervoor gekozen om de financiële effecten tot en met 2030 inzichtelijk te maken, een doorkijk voorbij de horizon. Bij de behandeling van de programmabegroting 2024 is een motie aangenomen over het financieel inzichtelijk maken van de ‘grote projecten’. In deze Perspectiefnota wordt voor het eerst uitwerking gegeven aan deze motie. De paragrafen ‘Grote Projecten’ en ‘Maatschappelijk Vastgoed’ omvatten de omvangrijkste investeringen. Hierin maken we de kosten en investeringen inzichtelijk tot en met 2030 en wordt ook ingegaan op de periode daarna.
Voorjaarsnota van het Rijk In de recent verschenen Voorjaarsnota van het Rijk was opgenomen dat de opschalingskorting (€ 675 miljoen) structureel vanaf 2026 komt te vervallen. Daar staat tegenover dat er voor 2025 juist een extra uitname uit het gemeentefonds wordt gedaan. Dit is de uitkomst van onderhandelingen van de VNG met het Rijk. Niet alle gemeente zijn tevreden met deze uitkomst. Het zogenaamde ‘ravijnjaar’ (uitname van € 2,3 miljard) wordt niet weggenomen. Ook andere onzekerheden zoals het verlaten van de trap-op-trap-af systematiek blijven nog bestaan. Amstelveen wordt echter niet geconfronteerd met een diep ravijn vanaf 2026. De “top” van de hoge accressen van de afgelopen jaren hebben wij als incidenteel beschouwd en niet structureel doorgetrokken. Verder betekent het vervallen van de opschalingskorting vanaf 2026 ca. € 3,2 miljoen structureel extra middelen. Al met al zijn de uitkomsten voor Amstelveen vooralsnog niet problematisch. Regeerakkoord op hoofdlijnen Met de komst van het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen lijkt duidelijkheid te komen over de voorgenomen besparingen van € 0,5 miljard op de jeugdhulp. Deze vervalt en ook de rest van de Hervormingsagenda zal worden uitgevoerd.
Verder wordt gesproken over solide overheidsfinanciën maar zijn er zorgen dat wordt aangegeven dat wanneer voorgenomen besparingen niet worden gerealiseerd dit wordt gecompenseerd door het niet indexeren voor hogere lonen en prijzen. Dit kan een groot risico vormen voor gemeenten. Positief is de ontwikkeling om specifieke uitkeringen zoveel mogelijk onderdeel te laten zijn van het Gemeentefonds maar zorgelijk is dat dit met een korting van 10% gepaard gaat. Wat de effecten precies zijn wordt pas duidelijk bi de verder uitwerking van het akkoord. Jeugdhulp De structurele tekorten van € 5,5 miljoen op Jeugd hebben we de afgelopen jaren incidenteel afgedekt, steeds in afwachting van een structureel perspectief vanuit het Rijk. Hoewel er nog steeds onzekerheden zijn achten wij het opportuun een andere koers te varen. De kosten verwerken wij structureel in de begroting. We houden rekening met de Voorjaarsnota van het Rijk en het onlangs afgesloten hoofdlijnenakkoord. Hierin is opgenomen dat de structurele besparing van € 0,5 miljard vervalt en dat de Hervormingsagenda wordt uitgevoerd. Voor Amstelveen betekent dit ca. € 3,3 miljoendekking vanuit het Rijk. Het resterende deel van € 2,2 miljoen is met deze Perspectiefnota binnen de begrotingskaders ingepast.
pagina 6 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
Nieuw Legmeer Met de herontwikkeling van bedrijventerrein Nieuw Legmeer dient zich een nieuw omvangrijk project aan. Om de nodige financiële ruimte te creëren nemen we stappen in deze Perspectiefnota. We kiezen ervoor om grote uitgaven voor infrastructurele aanpassingen en het verplaatsen van de gemeentelijke werf te activeren. De daaruit voortvloeiende kapitaallasten nemen we in de exploitatiebegroting op. Hiermee wijken we af van het huidige terughoudende beleid rondom activeren. De reserve Stedelijke Vernieuwing (huidige omvang circa € 15 miljoen) houden we beschikbaar voor het opvangen van risico’s. De huidige jaarlijkse dotatie aan deze reserve van € 1 miljoen verhogen we in stappen naar € 1,5 miljoen vanaf 2029. Overige investeringen en uitgaven Met deze Perspectiefnota wordt inzicht gegeven de ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting en het overige maatschappelijk vastgoed (w.o. de Cultuurstrip). Met meer dan € 100 miljoen aan investeringen tot en met 2030 die zich vertalen in een kapitaallast van circa € 5 miljoen structureel. Naast Nieuw Legmeer zijn er de grote projecten A9 overkappingen, Noordelijke Poeloever en het Stadshart. Dit vraagt om een investering van meer dan € 30 miljoen die ten laste komt van de algemene reserve Inflatie: prijzen en lonen Het afgelopen jaar speelde een grote onzekerheid rondom de inflatie.
Bij het bepalen van de prijsindex voor 2025 wordt gekeken naar de werkelijke ontwikkeling in de achterliggende jaren, hierbij kijken we naar 2023 en 2024. Dit doen we op basis van IMOC-cijfers (overheidsconsumptie index) en zien dat zowel 2023 als 2024 lager uitvallen dan eerder aangenomen. Dat de cijfers lager uitvallen komt met name doordat de energieprijzen zijn gaan dalen. Om dit te corrigeren (en te voorkomen dat er ‘lucht’ in de begroting komt) worden de uitgaven budgetten niet geïndexeerd. Voor de loonontwikkeling wordt uitgegaan van 5,5% loon stijging in 2025. Hierbij is rekening gehouden met de huidige CAO en de verwachtingen van het Centraal Economisch Planbureau (CEP) 2024. Behoud van onze gezonde financiële positie De financiële positie van Amstelveen is al jaren zeer gezond en we houden de lokale lasten op een laag niveau. Om deze positie vast te houden voorzien we wel besparingen in de toekomst. Veel zal afhangen van onzekerheden rondom Rijksbezuinigingen, verlaten van de trap-op-trap-af systematiek, en de verdere invoering van het nieuwe verdeel model voor de algemene uitkering (gemeentefonds). Ook de fasering van grote projecten als Nieuw Legmeer en onderwijshuisvesting bepalen in hoge mate of en in welk tempo er besparingen gerealiseerd moeten worden.
In deze Perspectiefnota wordt structurele besparingen voorzien vanaf 2027 van € 1 miljoen die oploopt tot circa € 3 miljoen in 2028 en circa € 7 miljoen vanaf 2030. Invulling hiervan zal plaats vinden in komende perspectiefnota’s als meer zicht is op de werkelijke omvang. Daarnaast is voor de nieuwe Nota Wegen als kaderstellend uitgangspunt meegeven dat extra kosten (waaronder oplopende instandhoudingskosten in verouderende wijken) binnen het Meerjarenproject Plan Buitenruimte (MPP) opgevangen moeten worden. De algemene reserve heeft een huidige stand van circa € 65 miljoen en wordt tot en met 2030 voor € 47 miljoen ingezet. Dit is met inbegrip van de grote projecten die de komende jaren tot uitvoer moeten komen. Er blijft voldoende ruimte over om te voldoen aan de raadsafspraak om een buffer van € 15 miljoen te kunnen hanteren.
pagina 7 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
2. Financieel beeld en technische uitgangspunten In dit hoofdstuk wordt het financiële beeld gegeven van de incidentele en structurele middelen. De perspectiefnota kent doorgaans een horizon van vier jaar. In het geval van Amstelveen ziet u ook de effecten op het begrotingssaldo in het huidige lopende jaar. Dit zou betekenen dat wij u de financiële effecten laten zien voor de jaren 2024-2028. De wereld stopt echter niet na vier jaar en om een beter beeld te geven wordt in deze Perspectiefnota een doorkijk gegeven voor 2029/2030. De uitwerking van de Perspectiefnota 2025 naar de programmabegroting 2025 bevat alleen de jaren t/m 2028.
2.1 Incidentele middelen (Algemene Reserve) Overzicht Algemene Reserve (bedragen x € 1.000)
Stand per 01-01 (JR2023) (a) Bestaand verloop t/m Begroting 2024 (a) Septembercirculaire 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
65.793
44.176
46.672
28.600
30.648
27.038
21.303
9.573
794
-2.641
890
1.794
1.278
771
206
-1.737
(a) 2e tijdvak 2023
-10.312
-296
-29
(a) Jaarrekening 2023 en overhevelingen
-4.274
-70
-108
(b) Raadsbesluiten 2024
-2.338
27
1. Actualisatie o.b.v. Jaarstukken 2023
-2.846
6.130
-8.542
4.667
2. Actualisatie Perspectiefnota 2025
-14.770
8.860
-453
-622
-29
-108
(c) Grondexploitaties (incl. toekomstig) 1.835
(d) Mutaties via Perspectiefnota 2025 Autonome ontwikkelingen
3.344
-543
-443
8
8
8
8
Grote projecten (incl. Nieuw Legmeer)
-7.357
-1.506
-1.700
-1.482
-8.023
-5.900
-2.400
Maatschappelijk vastgoed
521
-1.472
-1.889
-953
-274
-1.636
-
Overig bestaand of nieuw beleid
7.584
-4.571
-1.268
-430
-150
-
-
Incidenteel af te dekken structurele aanmeldingen
-2.513
-4.041
673
(e) Effecten Gemeentefonds uit Voorjaarsnota Teruggave vrijval btw-compensatiefonds
1.000
Incidentele bijdrage Jeugdhulp
2.200
Uitname Gemeentefonds
-3.158
Geraamde stand per 31-12
44.176
46.736
28.600
30.648
27.038
21.303
20.189
Minimaal aan te houden buffer
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
Resterende beschikbare ruimte
29.176
31.736
13.600
15.648
12.038
6.303
5.189
Vertrekpunt voor de beschikbare incidentele middelen is de stand van de algemene reserve op basis van de jaarstukken 2023; de stand per 1 januari 2024. Deze bedraagt € 65,8 miljoen. De incidenteel benodigde middelen voor de periode 2024-2028 bedragen in totaal € 38,7 miljoen. Voor pagina 8 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
2029/2030 komt daar naar verwachting nog € 6,9 miljoen bij. Wanneer rekening gehouden wordt met de minimale buffer van € 15 miljoen zoals afgesproken met de raad wordt de algemene reserve t/m 2030 voor het grootste deel ingezet. (a) De besluitvorming t/m 2023 (inclusief begroting 2024 en jaarstukken 2023) legt een beslag van € 7,4 miljoen op de algemene reserve. (b) In 2024 zijn voor € 2,3 miljoen aan losse raadsbesluiten geweest met als voornaamste de overname van gronden en hockeyvelden. (c) De actualisatie van onze grexen is een belangrijk onderdeel binnen de algemene reserve. Een eerste actualisatie vindt plaats op basis van de jaarstukken en wordt apart aan uw raad voorgelegd. Een tweede actualisatie vindt plaats in het kader van de perspectiefnota. Hierbij wordt ook gekeken naar de toekomstige grexen. Bij de begroting 2024 was rekening gehouden met € 26,9 miljoen aan opbrengsten uit grondontwikkelingen t/m 2027. De actualisatie laat over de periode t/m 2028 een lagere opbrengst van € 24,3 miljoen zien. Dit heeft te maken met de verkoop van de groen van Pinkstereblaan die reeds in 2023 al heeft plaatsgevonden, het betreft dus een verschuiving. Voor de periode 2029/2030 wordt rekening gehouden met nog eens € 3 miljoen aan inkomsten. (d) Via deze Perspectiefnota wordt t/m 2028 voor circa € 26,5 miljoen aan incidentele middelen gevraagd. a.
De autonome ontwikkelingen betreffen de onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare ontwikkelingen op basis van bijvoorbeeld wetgeving. Er is een positief effect door renteinkomsten (€ 2,5 miljoen) en is er een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren (€ 1,1 miljoen). Verder is er een vrijval van het salarisbudget (€ 1,1 miljoen) n.a.v. definitieve berekening salariskosten 2024. Aan de andere kant betreft de belangrijkste post de neerwaartse bijstelling van de toeristenbelasting 2024 (€ 0,8 miljoen). De extra inkomsten als gevolg van de belastingstijging zijn een jaar tevroeg in de begroting verwerkt, de toeristenbelasting wordt achteraf verantwoord. b. De zogenaamde ‘grote projecten’ nemen een belangrijk deel van de benodigde middelen in beslag de komende jaren. Het gaat t/m 2028 om circa € 20 miljoen en voor 2029/2030 nog eens € 10 miljoen. Het gaat hierbij om de projecten Overkappingen A9, Stadshart en de Noordelijke Poeloever. Ook voor Nieuw Legmeer worden de benodigde financiele stappen gezet. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 4. c. De kosten voor maatschappelijk vastgoed en onderwijshuisvesting betreffen vooral voorbereidingskosten van € 2,8 miljoen (IKC De Scheg, Orion, Lindelaan). Ook inpandige aanpassingen (brede school Rembrandt en Noordammerweg) vragen de nodige middelen (€ 1,1 miljoen).
Het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed vraagt naast investeringen ook om € 1,3 miljoen aan niet activeerbare kosten. d. Voor het uitvoeren of intensiveren van bestaand beleid alsmede enkele nieuwe beleidsvoorstellen wordt € 1,1 miljoen gevraagd. Grote posten hierbinnen zijn enerzijds inkomsten voor het Werkbudget Oekrainers (€ 9,4 miljoen). Anderzijds wordt voor infrastructurele maatregelen € 3,3 miljoen gevraagd, voor de J&O agenda gaat het om € 1,6 miljoen inclusief budget voor de motie rondom de lerarenbeurs. e. Er is binnen de structurele begroting onvoldoende ruimte om alle voorstellen te dekken in 2024-2026. Het ongedekte deel wordt daarom incidenteel afgedekt vanuit de algemne reserve. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 2,2. (e) Met de komst van de Voorjaarsnota zijn ook enkele elementen benoemd die van invloed zijn op de beschikbare middelen. Normaal betrekken we de Voorjaarsnota bij de Meicirculaire maar gezien de omvang sorteren we alvast voor op de circulaire. VNG en het Rijk hebben een akkoord gesloten over een eenmalige uitname uit het gemeentefonds in 2025. Hiervoor krijgen de gemeente terug dat de structurele opschalingskorting komt te vervallen. Voor Amstelveen betekent dit een eenmalige tegenvaller van € 3,2 miljoen.
Anderzijds is ook aangegeven dat voor jeugdhulp er nogmaals eenmalige middelen beschikbaar komen (€ 2,2 miljoen) en is er een meevaller uit het BTW compensatiefonds.
pagina 9 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
2.2 Structurele middelen Vertrekpunt voor deze Perspectiefnota is de besluitvorming in de begrotingsraad van november 2023 aan de hand van de Programmabegroting 2024. Het structureel begrotingssaldo sluit op nul. In onderstaand overzicht treft u welk beslag er wordt gelegd op het begrotingssaldo en hoe de dekking daarvoor tot stand komt. Structurele opgave Perspectiefnota 2025 (bedragen x € 1.000)
(f) Autonome ontwikkelingen
2024
2025
1.570
2026
2.691
Effect inkomensafhankelijke bijdrage WMO
2027
2028
2029
2030
2.965
3.028
3.028
3.028
3.028
PM
PM
PM
PM
PM
(g) Maatschappelijk vastgoed
-
-308
60
1.369
1.800
2.170
2.590
(h) Grote projecten (incl. Nieuw Legmeer)
-
-
250
250
1.900
3.150
4.750
943
2.378
3.299
3.479
3.479
3.478
3.478
PM
PM
PM
PM
PM
6.574
8.126
10.206
11.826
13.846
(i) Overig bestaand of nieuw beleid Effect Hervormingsagenda Jeugdhulp
Totaal structurele opgave
2.513
4.761
(j) Inzet beschikbare stelposten Stelpost 'Nominaal'
-720
Stelpost 'Structurele ruimte 2026 e.v.'
-720
-720
-720
-720
-720
-3.300
-3.300
-3.300
-3.300
-3.300
-3.227
-3.161
-3.150
-3.163
-3.163
-945
-3.036
-4.643
-6.663
(k) Effecten Gemeentefonds uit Voorjaarsnota Vervallen opschalingskorting (l) Incidenteel afdekken 2024 - 2026
-2.513
-4.041
673
(m) Bezuinigingsopgave 2027 en verder
Voorgestelde dekkingsmaatregelen Opgave minus dekking
-2.513
-4.761
-6.574
-8.126
-10.206
-11.826
-13.846
-
-
-
-
-
-
-
De structurele opgave beloopt circa € 10 miljoen vanaf 2028 en loopt daarna verder op tot circa € 14 miljoen vanaf 2030. In deze opgave is het volledige huidige tekort Jeugdhulp (bedraagt circa € 5,3 miljoen) opgenomen. Hiermee varen wij een nieuwe koers en blijven dit tekort niet langer incidenteel afdekken. De reden is dat wij voldoende aanknopingspunten zien voor tegemoetkomingen vanuit het Rijk en daarnaast nemen wij onze eigen verantwoordelijkheid om de kosten te beperken en een tekort binnen de begroting in te passen (zie verder paragraaf 2.2.1). Een tweede belangrijk element is dat we voor het project Nieuw Legmeer de nodige financiële stappen zetten. Gezien de verwachte looptijd van project worden sommige kostenonderdelen (financieringslasten, risicoreservering, kapitaallasten) als structureel in de begroting opgenomen, ook al zal het project op enig moment afgerond zijn. Het gaat hierbij om € 1,9 miljoen vanaf 2028 en loopt op tot circa € 4,7 miljoen in 2030.
pagina 10 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
2.2.1 De structurele opgave (f) De autonome ontwikkelingen met een structureel effect belopen € 3 miljoen en bestaat voornamelijk uit: a. Actualisatie van de begroting van diverse Gemeenschappelijke Regelingen (Veiligheidsregio, Belastingen, Omgevingsdienst, GGD, Openbare Gezondsheidszorg en Groengebied Amstelland) met een totaal van € 1 miljoen. b. De kosten WMO van € 1,3 miljoen. Tegenover de WMO kosten staat een PM post om in beeld te houden dat de toekomstige kosten van de WMO naar verwachting gaan dalen door de invoering van de inkomensafhankelijke bijdrage. Deze moet de aanzuigende werking terugdringen. Of en in welke mate is nog niet duidelijk. (g) Structurele lasten rondom maatschappelijk vastgoed en onderwijshuisvesting betreffen de kapitaallasten van de investeringen. Voor deze twee onderdelen is het staande beleid dat de kapitaallasten direct in de exploitatiebegroting worden opgenomen. Met deze Perspectiefnota wordt € 15 miljoen nieuwe investeringsbedragen opgevoerd. Grote nog niet eerder opgenomen investering is het verduurzamen van gemeentelijke Vastgoed (€ 9 miljoen). Actualisatie van lopende investeringen zijn voorzien voor De Orion (€ 1 miljoen), IKC De Scheg (€ 1,1 miljoen) en Wijkcentrum Alleman (€ 1 miljoen). Voor het totale investeringsvolume van alle lopende en nieuwe projecten maatschappelijk vastgoed wordt u verwezen naar hoofdstuk 4.
(h) De meeste lasten voor de grote projecten als A9 overkappingen en Stadshart en Noordelijke Poeloever zijn incidenteel van aard. Echter brengt Nieuw Legmeer enkele structurele lasten met zich mee. Dit komt enerzijds door de looptijd van het project waardoor de financieringslasten (€ 1 miljoen oplopend tot € 2,5 miljoen) en de risicoreservering (aanvullend € 0,25 miljoen tot € 0,5 miljoen bovenop de bestaande dotatie reserve Stedelijke Vernieuwing) als structureel beschouwd dienen te worden. Daarnaast wordt er gekozen om de kosten voor diverse infrastructurele aanpassingen te activeren en de kapitaallasten direct in de exploitatiebegroting te verwerken. Dit is niet het standaard beleid. Normaal nemen we de last in één keer maar met investeringen van € 45 miljoen is dit niet binnen de incidentele beschikbare middelen op te vangen. (i) De overige aanmeldingen geven een structurele last van € 3,5 miljoen met inbegrip van alle kosten Jeugdhulp. a. Voor de kosten jeugdhulp wordt rekening gehouden met een te verwachten Rijksbijdrage (hetzij door te nemen maatregelen, hetzij door te verstrekken middelen). De kosten bedragen € 5,5 miljoen met een verwachte Rijksbijdrage van € 3,3 miljoen. Het verschil van € 2,2 miljoen moet worden ingepast binnen de structurele ruimte.
Er is nog wel een PM post opgenomen voor de financiële uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd, deze geeft mogelijk nog extra besparingen. Zie voor meer achtergrond over de verwerking van de kosten Jeugdhulp hoofdstuk 3. b. Andere grote structurele lasten betreffen de Cultuuragenda (€ 0,2 miljoen), inzet op Participe (€ 0,2 miljoen) en het structureel vervolg geven van de Basisbanen (€ 0,15 miljoen).
2.2.3 De structurele dekkingsmaatregelen (j) Binnen de begroting zijn enkele stelposten aanwezig. a. Belangrijke post om bij de perspctiefnota te bezien is de stelpost ‘Nominaal’. Vanuit hier wordt getracht de prijs en loonbijstelling te dekken. Doordat de prijsbijstelling 0% bedraagt (zie hoofdstuk 2.2.3) en de verwachte loonontwikkeling beperkt blijft (zie ook hoofdstuk 2.2.3) is niet de volledige stelpost nodig ter dekking. Er kan € 0,7 miljoen structureel vrijvallen. b. Een andere stelpost betref ‘Structurele opgave 2026 e.v.’. Deze is bij de Mei- en Septembercirculaire 2023 gevormd met het oog op de nog niet structureel in de begroting opgenomen kosten Jeugdhulp. Nu we die kosten wel structureel opnemen kan ook deze stelpost vrijvallen. Hiermee valt € 3,3 miljoen vrij en is daarmee pagina 11 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
voldoende om de binnen de begroting op te vangen kosten Jeugdhulp (€ 2,2 miljoen) te dekken. (k) De VNG heeft met het Rijk afspraken gemaakt over de gemeentefinanciën. Onderdeel binnen deze afspraken is het structureel vervallen van de opschalingskorting. Deze korting werd door gemeenten als onrechtvaardig beschouwd omdat de besparing moest komen door bestuurlijke fusies. Enerzijds worden bestuurlijke fusies niet meer als zodanig nagestreefd, anderzijds levert dit in praktijk weinig tot geen besparing op. Normaal gesproken wordt de Voorjaarsnota van het Rijk betrokken bij de uitwerking van de Meicirculaire maar gezien de omvang is deze toch al verwerkt in de perspectiefnota. (l) Om de jaren 2024-2026 sluitend te krijgen (op ‘0’ uitkomen) wordt voorgesteld de tekorten in 2024 en 2025 ten laste te brengen van de algemene reserve. In 2026 is er juist een incidentele overdekking door de vrijval van de stelposten. Het incidentele bedrag komt dan juist ten gunste van de algemene middelen. (m) Om de volledige € 10 miljoen aan benodigde structurele lasten te kunnen dekken is aanvullende begrotingsruimte nodig. Deze moet worden bereikt door ombuigingen. Vooralsnog wordt uitgegaan van een beperkt benodigd bedrag van € 0,9 miljoen in 2027 en circa € 3 miljoen in 2028. Het benodigde bedrag loopt daarna verder op naarmate de structurele lasten ook verder oplopen.
Toch is de hoogte en timing van de benodigde ombuigingen nog onzeker. VNG en het Rijk hebben welliswaar afspraken gemaakt maar die nemen niet alle pijnpunten weg. Landelijk wordt nog steeds gesproken over een ‘ravijnjaar’. Mochten VNG en het Rijk nog tot nadere afspraken komen dan geeft dit extra middelen voor Amstelveen. Aan de andere kant zijn er ook zorgen over de mogelijke gevolgen van het onlangs afgesloten hoofdlijnenakkoord. Bij een volgende perspectiefnota hopen wij meer duidelijkheid te hebben en daarna te kunnen bepalen of en in welke mate een ombuigigsoperatie nodig is.
2.3. Technische begrotingsgrondslagen Deze paragraaf behandelt de begrotingsgrondslagen voor areaal/nominaal inclusief de hiermee samenhangende tariefindexatie (inflatiecorrectie). De stelposten nominaal en areaal zijn belangrijke stabilisatoren om schommelingen in en tussen jaren in de technische begrotingsgrondslagen en autonome ontwikkelingen op te vangen. De Mei- en Septembercirculaire zijn de reguliere momenten om de grondslagen opnieuw te bezien. Onder de noemer technische begrotingsgrondslagen vallen verder de ontwikkeling van de WOZ-waarde en de herberekening van de kapitaallasten en de rekenrente.
2.3.1. Belastingcapaciteit De jaarlijkse hertaxatie WOZ is van belang voor de berekening van de OZB-tarieven én voor de hoogte van de algemene uitkering. De doorwerking van de gemiddelde landelijke WOZontwikkeling in de algemene uitkering maakt onderdeel uit van de Meicirculaire. In samenhang hiermee wordt de actualisering van de Amstelveense WOZ-ontwikkeling meegenomen in de doorrekening van de effecten van de Meicirculaire voor Amstelveen. Ook in hoofdstuk 6 Tarievenbeleid komt dit onderwerp aan de orde.
2.3.2. Areaal en Nominaal De stelpost areaal heeft een tweeledig doel: In de eerste plaats worden via deze stelpost schommelingen in volumemutaties op de maatstafgegevens van verdeelmaatstaven verevend. Enerzijds plussen en minnen tussen verschillende maatstaven, anderzijds verschillen in de tijd tussen de verwerking in het gemeentefonds van mutaties op macroniveau en op gemeenteniveau; In de tweede plaats is er geen directe 1-op-1-relatie in tijd en omvang tussen areaaleffecten, c.q. autonome ontwikkelingen aan de uitgavenkant en aan de inkomstenkant. Deze stelpost biedt de mogelijkheid hier flexibel mee om te gaan.
pagina 12 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
Een positief areaaleffect aan de inkomstenkant wordt via deze stelpost gereserveerd en de inzet verloopt als regel via integrale afweging bij de Perspectiefnota. Echter is het beeld op de effecten op de diverse maatstaven nog onvoldoende en wordt de op dit moment verwachte ruimte van ca. € 0,4 miljoen structureel betrokken bij de uitwerking van de Meicirculaire. De conform staand beleid gehanteerde systematiek voor de nominale compensatie houdt het volgende in: 1. Voor een duurzaam reëel begrotingsbeeld is het van belang dat zowel de uitgavenbudgetten als de inkomstenbudgetten worden aangepast voor nominale ontwikkelingen (inflatie, c.q. loon- en prijsontwikkelingen). Het stelselmatig achterwege laten van indexering komt neer op sluipende uitholling van de begroting. 2. Uitgangspunt is een onderscheid tussen loongevoelige en prijsgevoelige budgetten in de begroting. De loonontwikkeling wordt verwerkt conform de CAO-maatregelen en de mutatie van de sociale lasten. De prijsontwikkeling wordt verwerkt op basis van de door het CPB periodiek gepubliceerde prijsindex voor de materiële overheidsconsumptie (IMOC), een hiervoor gangbare index. Ook de (output)subsidies vallen onder de prijsgevoelige budgetten. 3. De loon- en prijsontwikkeling wordt jaarlijks voortschrijdend geraamd en bijgesteld, voorcalculatorisch en nacalculatorisch.
Dit betekent, dat de toegepaste compensatie rekening houdt met een nacalculatie over het achterliggende jaar, een eventuele bijstelling van het lopende jaar en een nieuwe prognose voor het komende jaar. 4. Aan de inkomstenkant geldt een algemene tariefindex, die het gewogen gemiddelde is van de loon- en prijsstijgingen. De weging vindt plaats op basis van de loon- en prijsgevoeligheid van de begroting. Op basis van de begrotingsvolumes bedraagt deze verhouding 1:1,45. Dit is de algemene systematiek die als regel wordt toegepast. Ook de indexeringsafspraak voor de dienstverleningsbijdrage van Aalsmeer sluit aan op deze systematiek. Een beperkt aantal begrotingsonderdelen kent een eigen, afwijkend regime. Dit betreft met name de verhuur van gebouwen/accommodaties door de gemeente. Dit is een eigenstandige, bedrijfsmatige activiteit. De jaarlijkse huuraanpassing is, conform de bepalingen in de huurcontracten, gekoppeld aan de ontwikkeling van het CBS-prijsindexcijfer uit het voorafgaande jaar. Vanwege de verzelfstandigde, bedrijfsmatige positie kent ook AmstelveenSport een eigen hierop aangepaste indexeringsafspraak. Prijsontwikkeling Voor de prijsontwikkeling volgen we de Index Materiële Overheidsconsumptie (IMOC).
Op basis van de recente cijfers CEP, waarbij wordt teruggekeken naar de werkelijke cijfers 2023, de nieuwe verwachting 2024 en een vooruitblik 2025, komen we uit op een prijscompensatie van 0% voor 2025. Dit hangt samen dat de prijzen de afgelopen jaren minder hard zijn gestegen dan eerdere aannames en komt vooral door de sneller gedaalde energielasten. Bij de Perspectiefnota 2024 is een index gehanteerd van 8% met de kanttekening dat hiermee mogelijk onbedoeld ‘lucht’ in de begroting ontstaat. De correctie hierop om dit tegen te gaan vindt dus nu plaats door een index van 0%. Overigens zal de prijsontwikkeling op sommige onderdelen binnen de begroting (met name bij grondstoffen) hoger uitvallen. Via de tijdvakrapportages komt dit naar voren en kan de begroting bijgesteld worden. Loonontwikkeling Voor 2025 gaan we op basis van de Centraal Economisch Plan cijfers (CEP, maart 2024) uit van een loonontwikkeling van 5,52% (inclusief stijging 0,5% trendmatige stijging sociale lasten). Algemene Tariefindex Op basis van de loon- en prijsontwikkeling komt de algemene tariefindex voor 2025 uit op 2,22%.
2.2.4. Rekenrente (omslagrente) Bij de Jaarstukken 2023 is besloten met ingang van 2024 de rekenrente op 1,75% te stellen voor de meerjarenbegroting. Onderdeel in de perspectiefnota is de stelpost onderuitputting. Bij de pagina 13 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
uitvoering van investeringen zien we faseringseffecten optreden waarmee eerder geraamde kapitaallasten later starten. De begroting kent een stelpost onderuitputting voor dit effect. Op basis van de jaarstukken 2023 is er geen sprake vrijval van deze stelpost.
pagina 14 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
3. Structureel perspectief kosten Jeugdhulp Al een aantal jaren komen de kosten voor de jeugdhulp nadrukkelijk terug in de perspectiefnota. Stijgende kosten en onvoldoende middelen en maatregelen vanuit het Rijk gaven onvoldoende perspectief om de kosten structureel in de begroting op te nemen. Het Rijk kwam de afgelopen jaren steeds met incidentele middelen. Die lijn hebben wij in onze begroting doorgetrokken en de kosten incidenteel afgedekt vanuit de algemene reserve. Op dit moment zijn nog niet alle onduidelijkheden rondom de jeugdhulp weggenomen. Het Rijk moet nog steeds met maatregelen komen die landelijk € 0,5 miljard besparing opleveren. In het onlangs gepresenteerde hoofdlijnenakkoord hebben de formerende partijen opgenomen dat deze besparing komt te vervallen. Ook de financiële vertaling van de Hervormingsagenda moet nog verder worden uitgewerkt en te zijner tijd zal er ook nog een VNG-evaluatie plaatsvinden. Toch zien wij voldoende perspectief om onze eigen verantwoordelijkheid te nemen en een andere koers te gaan varen. Door de kosten structureel te verwerken krijgt jeugdhulp meer hetzelfde karakter als alle andere taken van Amstelveen, al blijft het wel de aandacht houden. Hiermee wordt ook een afspraak uit het coalitieakkoord ingewilligd. Om dit te doen hanteren we drie lijnen: 1. 2. 3.
We nemen maatregelen om de kosten te beperken We houden financieel rekening met het aandeel van het Rijk We dekken een deel van de kosten binnen de begroting
Ad 1) We nemen maatregelen om de kosten te beperken Vanwege de opwaartse druk op de jeugdhulpuitgaven wordt al jaren ingezet op het remmen van de groei (zicht en grip op jeugdhulp). Het bestaande tekort in de begroting bedraagt circa € 5,5. Door diverse ontwikkelingen als meer jeugdigen in de jeugdhulp met langere en zwaardere trajecten, stijgende personele lasten, en de kosten voor de regionale crisisdienst stijgt dit tekort mogelijk tot € 7,3 miljoen in de komende jaren. Om deze extra opwaartse druk op te vangen moet worden ingezet op extra maatregelen. In 2023 is in kaart gebracht dat de minimale opbrengsten van de huidige besparingsmaatregelen richting de ca. € 1,0 miljoen gaan. Deze besparingsmaatregelen worden uitgebreid met € 0,3 miljoen. Ook wordt ingezet op nieuwe maatregelen die circa € 0,5 miljoen moeten opleveren. In totaal levert dit een beoogde besparing van € 1,8 miljoen op. Uitgangspunt blijft het bieden van noodzakelijke en passende jeugdhulp en extra aandacht voor de meest kwetsbare jeugdigen. Qua nieuwe maatregelen gaat het o.a. om: meer preventief aanbod (o.a.
tienerwerk), verkennen van afspraken met grote aanbieders over het verminderen van de zorgzwaarte, meer regie op individuele zware/dure trajecten, het bevorderen van uitstroom/doorstroom, gesprekken met externe verwijzers over hun verwijsgedrag (per groep/individueel), specifiek aanbod voor bijna volwassenen in verblijfszorg.
(bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Bestaande meerjarenbegroting Toename zonder maatregelen
18.600
23.000
24.200 1.800
24.600 3.200
20.500 7.300
20.500 7.300
20.500 7.300
-1.000
-1.800
-1.800
-1.800
-1.800
-1.800
800
1.400
5.500
5.500
5.500
Beoogde besparing Aanmelding in PN2025
pagina 15 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
Ad 2) We houden financieel rekening met het aandeel van het Rijk Door maatregelen te nemen blijft het structurele tekort beperkt tot € 5,5 miljoen vanaf 2026. Hier staan nog maatregelen vanuit het Rijk tegenover. Het Rijk heeft aangegeven landelijk € 0,5 miljard te willen besparen en vanuit de Hervormingsagenda zou het Rijk sowieso € 0,25 miljard aan extra middelen beschikbaar stellen. Vertaald naar Amstelveen betekent dit een beperking van het tekort met € 3,3 miljoen. Door de houding van het Rijk waarbij het meermaals heeft aangegeven dit deel voor haar rekening te nemen achten wij het opportuun hierop voor te sorteren en dit te verwerken in onze begroting. Het structurele tekort daalt hierdoor naar € 2,2 miljoen. Ad 3) We dekken een deel van de kosten binnen de begroting Het resterende deel van € 2,2 miljoen wordt met deze Perspectiefnota ingepast binnen de totale begroting van Amstelveen. Wel houden we in beeld dat de verdere financiële uitwerking van de Hervormingsagenda Jeugd en de evaluatie door de VNG mogelijk nog aanvullende besparingen of rijksmiddelen kan opleveren. De onzekerheid hierover maakt dat dit alleen als PM post kan worden opgenomen.
pagina 16 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
4. Financiële sturing op (Grote) Projecten Bij de begroting 2024 is een motie aangenomen die het college oproept om meer inzicht in de grote projecten. Om invulling te geven aan de motie is gekozen voor één hoofdstuk met alle projecten die impact hebben op de gemeentelijke financiën in termen van kosten, risicoreservering, kapitaallasten en exploitatie. We maken een onderscheidt tussen maatschappelijk vastgoed (kapitaallasten en exploitatiebudget), projecten (volledig exploitatiebudget) en de grondexploitaties. We geven een financiële doorkijk tot en met 2030 en ook voor de periode daarna wordt aangegeven welke projecten (en kosten) er indicatief verwacht worden. Grote projecten (bedragen x € 1.000)
Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030 e.v.
Maatschappelijk vastgoed Onderwijshuisvesting 2.16
Nieuwbouw Amstelland International School
10.006
2.17
Nieuwbouw Islamitische Basisschool Elif
13.894
56
338
2.21
Nieuwbouw IKC de Scheg
14.074
368
1.384
4.469
5.795
2.059
2.22
Scholenlocatie de Orion
48.670
1.200
2.645
6.284
20.548
8.589
2.24
Sporthal Keizer Karel College
14.020
5.430
5.400
1.990
1.200
Nieuwbouw OBS De Zwaluw
9.000
9.000
Schoolgebouw De Overloop
13.000
13.000
122.664
1.624
9.797
16.153
1.200
365
677
8.964
500
500
12.500
9.404
-
28.333
12.713
10.581
43.464
75
75
75
75
-
Maatschappelijk vastgoed - overig 5.10
Wijkcentrum Alleman Bankras
4.163
713
2.250
5.12
Verduurzamen gemeentelijk vastgoed
10.322
218
4.804
5.075
5.13
Cultuurstrip
16.200
2.200
14.000
5.11
Lindelaan 315-323: Medisch Centrum
9.000
Parkeergarage
10.000
400
300
8.300
Zwembad de Meerkamp
16.601
7.950
8.651
66.286
9.281
18.205
38.575
75
75
10.000
Projecten 4.12
Gebiedsontwikkeling A9 Zone
12.380
350
680
1.850
4.150
5.350
4.13
Stadshart
6.596
1.655
2.073
1.288
1.350
230
4.14/ 5.14/ 5.15
Nieuw Legmeer
97.869
7.045
124
15.100
15.000
15.000
18.100
27.500
5.20
Noordelijke Poeloever
9.300
300
200
1.600
1.400
2.500
2.000
1.300
Park Amstelveen-Zuid
100
50
50
126.245
9.400
3.127
19.838
23.080
20.100
28.800
BTAZ - Kosten (incl. rente)
59.500
11.520
4.130
12.090
2.810
2.270
2.140
24.540
Opbrengsten
-66.690
-120
-11.560
-4.770
-11.390
-10.340
-990
-27.520
PM 21.900
Grondexploitaties
De Scheg - Kosten (incl. rente) Opbrengsten
Totaal Grote Projecten
pagina 17 van 158
77.010
2.860
25.340
6.490
18.960
12.220
3.730
7.410
-85.020
-9.400
-5.460
-12.000
-25.850
-11.220
-13.450
-7.640
-15.200
4.860
12.450
1.810
-15.470
-7.070
-8.570
-3.210
299.995
25.165
43.579
76.376
34.838
28.798
22.186
69.054
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
4.1 Maatschappelijk vastgoed (incl. onderwijshuisvesting) De uitgaven voor maatschappelijk vastgoed hebben een ander karakter dan veel andere uitgaven in de begroting. Het beleidskader hiervoor is vastgelegd in de nota risicobeleid, reservebeleid en activabeleid Amstelveen 2021. De structurele kapitaallasten die voortkomen uit de investeringskredieten worden rechtstreeks in de exploitatiebegroting opgenomen. Bij andere investeringen wordt de last in één keer genomen. Kapitaallasten worden dan afgewikkeld met de daarvoor bestemde reserve.
Het ‘Investeringsplan Maatschappelijk Vastgoed’ bestaat uit onrendabele investeringen (de kapitaallasten moet de gemeente zelf dekken) en rendabele investeringen (de kapitaallasten worden doorbelast naar derden) en vormt een financieel meerjarig kader. Niet alle investeringen (kredietbudgetten) worden direct met de perspectiefnota gevoteerd. Naast investeringskredieten
zijn er ook voorbereidingsbudgetten benodigd. Deze worden rechtstreeks ten laste gebracht van de exploitatie en geven geen kapitaallasten. In bijlage 1 treft u een totaal overzicht van het gehele investeringsplan maatschappelijk vastgoed met alle onrendabele en rendabele investeringskredieten, de mutaties voor de periode 2024-2028 en of het krediet gevoteerd is. Nieuw te voteren kredieten met deze Perspectiefnota zijn:
€ 4,10 miljoen voor de realisatie van Wijkcentrum Alleman (€ 4 miljoen onrendabel en € 0,1 miljoen rendabel); € 0,15 miljoen voor de uitbreiding van het Amstelveen College (volledig onrendabel) € 2,69 miljoen voor de vervangende nieuwbouw Werf Zorgvlied (volledig rendabel).
In hoofdstuk 5 van deze Perspectiefnota treft u voor de nieuw opgenomen en geactualiseerde investeringen de effecten op de exploitatie (de mutaties). Voor onderwijshuisvesting is daarnaast een Integraal Huisvesting Plan 2024 -2028 separaat aan uw raad aangeboden. Voor geen van de genoemde investeringsprojecten gelden aparte risicovoorzieningen of afspraken. Binnen de projectbegrotingen wordt uiteraard wel rekening gehouden met posten onvoorzien.
4.1.1 Kapitaallasten onrendabele investeringen De kapitaallasten van de onrendabele investeringen komen ten laste van de algemene middelen. In het begrotingskader worden met ingang van het jaar “t+1” de kapitaallasten geraamd over de investeringsbedragen opgenomen in jaar “t”. De aanpassingen in deze Perspectiefnota leiden incidenteel tot lagere kapitaallasten in de periode 2025-2026. Dit heeft vooral te maken met het verschuiven van diverse investeringsplanningen. Vanaf 2026 nemen de investeringsbedragen toe waardoor er vanaf 2027 een stijging aan kapitaallasten wordt verwacht. Vanaf 2028 worden circa € 3,8 miljoen aan kapitaallasten verwacht. Binnen de begroting is hiervoor reeds € 2,1 miljoen beschikbaar. Het extra beslag op de structurele begroting komt daarmee uit op € 1,6 miljoen. Voor de periode daarna lopen de kapitaallasten verder op naar zo’n € 5 miljoen tegenover € 2,1 miljoen aan dekking. Echter is dit met onzekerheid omgeven omdat de planning naar mate we verder in de tijd vooruitkijken onzekerder zijn. (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031 e.v.
Kapitaallasten onrendabele investeringen
35
679
1.868
1.214
510
420
133
Cumulatief
35
714
2.581
3.795
4.305
4.725
4.859
Reeds ingedekte kapitaallasten in begroting
-483
-793
-1.352
-2.135
-2.135
-2.135
-2.135
Nog in te dekken kapitaallasten
-448
-80
1.229
1.660
2.170
2.590
2.723
pagina 18 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
4.1.2 Effecten op de algemene reserve Niet alle kosten voor maatschappelijk vastgoed worden geactiveerd en vertaald naar kapitaallasten. De voorbereidingskosten komen direct ten laste van de exploitatiebegroting. Aangezien dit eenmalige lasten zijn worden deze verrekend met de algemene reserve. Voor de nieuwe en geactualiseerde leiden de aanpassingen in deze Perspectiefnota tot € 2,8 miljoen extra lasten.
4.2 Projecten In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de overige grote projecten. Voor de grote projecten vindt in de regel geen aparte risicoreservering plaats. Jaarlijks worden de budgetten geactualisseerd en aanpassingen lopen mee met de integrale afweging bij de perspectiefnota. Binnen de projectbudgetten wordt gewerkt met posten onvoorzien. Voor het project Nieuw Legmeer daarentegen worden wel aparte afspraken gemaakt over het afdekken van risico’s. Zie voor een toelichting paragraaf 4.2.4.
4.2.1 Gebiedsontwikkeling A9 Zone Gebiedsontwikkeling A9 Zone (bedragen x € 1.000)
Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Via exploitatie Bijdrage aan RWS Meerkosten Bomenbrug
432
432
Inkomsten VRA meerkosten Bomenbrug
-432
-432
Via kredietvotering Inrichting overkappingen Inrichting overkapping Meander
1.250
50
50
50
150
950
Inrichting overkapping Oude Dorp
6.800
200
200
300
2.000
2.100
Inrichting overkapping Stadshart
3.000
100
200
600
900
1.200
Groencompensatie A9 Inkomsten groencompensatie van RWS
5.500
100
1.000
900
1.100
1.100
1.300
-870
-100
-770
Totaal benodigd budget
15.680
350
680
1.850
4.150
5.350
1.302
0
Verrekening met reserve grote projecten
-7.080
-300
-680
-1.850
-4.150
-100
Nog toe te kennen budget
8.600
50
0
0
0
5.250
3.300
0
2
Rijkswaterstaat is in januari 2020 gestart met de uitvoering van het project A9 Badhoevedorp Holendrecht. Het project loopt door tot eind 2026. Na afloop van het project heeft de gemeente tot taak de aan de gemeente over te dragen overkappingen in te richten en alle gerealiseerde gemeentelijke objecten in beheer te nemen. Dit betreft met name de inrichting van de drie overkappingen Oude Dorp, Stadshart en Meander; de Bomenbrug, de Meanderbrug, de Colijnbrug en het rioolgemaal Keizer Karelweg. De overkappingen zelf worden aangelegd en gefinancierd door Rijkswaterstaat. De inrichting van de overkappingen komt ten laste van de gemeente. In de Perspectiefnota 2024 zijn de budgetten 2024-2027 toegekend. Via deze Perspectiefnota wordt daar jaarschijf 2028 aan toegevoegd. De raming van de inrichtingskosten van het groen en de overkappingen zijn naar het prijspeil 2024 geïndexeerd. De inrichtingskosten van het groen worden nu geraamd op € 5,5 miljoen en de kosten van de drie overkappingen in totaal op € 11 miljoen. Deze kosten zijn voor een groot deel geraamd in 2027 als de A9 in gebruik zal worden genomen. Een beperkt deel van het herstel van de groenvoorzieningen (bij Bankras en de Operabuurt) zal eind 2025 starten, wanneer de noordelijke verdiepte ligging van A9 is afgerond.
Voor de aanleg zullen wij te gelegener tijd kredietaanvragen voorleggen, waarvoor in de komende jaren voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd worden. Het inrichtingsplan voor de overkapping Oude Dorp wordt opgesteld als onderdeel van het project gebiedsvisie Oude Dorp. pagina 19 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
4.2.2 Stadshart Stadshart (bedragen x € 1.000)
Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Via exploitatie Kwaliteitsverbetering Stadshart
11
11
-11
-11
Buitenruimte Stadshart
6.246
1.605
1.973
1.138
1.300
Vergroenen Stadsplein
350
50
100
150
50
Totaal benodigd budget
6.596
1.655
2.073
1.288
1.350
Verrekening met reserve Stadshart
-5.448
-1.568
-1.270
-1.320
-1.290
Nog toe te kennen budget
1.148
87
803
-32
60
Verrekening met reserve Stadshart Via kredietvotering
230 230
0
0
230
0
0
Op 28 februari 2023 heeft u als raad het Gebiedsplan Amstelveen vastgesteld en wordt er gewerkt aan het versneld aanpakken van het woningbouwtekort, het optimaliseren van de bereikbaarheid, het stimuleren van de werkgelegenheid, het verduurzamen, het vergroenen en klimaatbestendig maken en het blijvend investeren in de leefbaarheid, ontmoetingsfunctie en inclusiviteit. Het Gebiedsplan Amstelveen is in samenwerking met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) opgesteld. In de aanpak MRA Bereikbare Steden hebben we samen met de negen andere steden: Alkmaar, Almere, Haarlem, Hilversum, Hoorn, Hoofddorp, Lelystad, Purmerend en Zaanstad, het Rijk en de provincies de krachten gebundeld. Het programma biedt de mogelijkheid om aanspraak te maken op aanvullende capaciteit, die benodigd is voor de uitvoering van het Gebiedsplan. Daarnaast kunnen financiële middelen worden aangevraagd en kan er beroep worden gedaan op de expertise van de andere Bereikbare Steden (kennisdeling). In de Perspectiefnota 2024 zijn de benodigde kosten voor de herinrichting van de openbare buitenruimten in het Stadshart per jaar gereserveerd. De locaties Sandbergplein (het plein voor het Cobra Museum) en Stadstuinen (aansluiting Handelsplein en Tramstation) waren destijds hier nog niet in opgenomen.
4.2.3 Noordelijke Poeloever Noordelijke Poeloever (bedragen x € 1.000)
Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Via exploitatie Integrale ontwikkelvisie
500
300
200
Totaal benodigd budget
500
300
200
Verrekening met reserve grote projecten
-500
-300
-200
0
0
0
Via kredietvotering Uitvoeringsmaatregelen
Nog toe te kennen budget
1.600
1.400
2.500
2.000
1.300
1.600
1.400
2.500
2.000
1.300
1.600
1.400
2.500
2.000
1.300
Om het Oude Dorp – en langs de A9 - spelen in het komende decennium een aantal belangrijke ontwikkelingen, die het uiterlijk van de stad gaan herbepalen. De belangrijkste aanjager is de aanleg van een dek over de A9, waardoor in een keer een enorm areaal aan openbare ruimte vrijkomt. Daarnaast legt het college prioriteit bij de herontwikkeling van de Noordelijke Poeloever pagina 20 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
waarbij de ambitie is om de entree naar het raadhuis en het Amsterdamse Bos aantrekkelijk (groen) te maken en het maaiveld parkeren bij het raadhuis en om het oude Dorp zoveel mogelijk te laten verdwijnen door een parkeergarage/hub te faciliteren voor bezoekers van het Oude dorp en voor ondernemingen in de buurt waaronder het raadhuis. Het Oude Dorp vormt met haar ligging de spil en dit biedt kansen voor een bestendige voorzieningenstructuur in het Oude Dorp. In Q4 van 2024 wordt naar verwachting een integrale gebiedsvisie voor de Noordelijke Poeloever (incl. Oude Dorp inrichting dek A9 west) opgeleverd. Onderdeel van de visie is een realisatieparagraaf met planning. De geraamde bedragen voor uitvoeringsmaatregelen bevatten de herinrichting van het Raadshuisplein incl. parkeerplaatsen (2026-2029). Het realiseren van een zwemplek en een oeverroute (2026-2027), herinrichting van de Doorweg (2029) en herinrichting van de Noordelijke Poeloever (2027-2030).