Bijlage 1 Nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024
Tekst van het document
Signed By: Debby de Heus <d.de.heus@amstelveen.nl> 01/02/2024 11:23:47 CET ID: 82cbf24b-f9d7-4abb-95d2-5197f6f107ce Auth: Scribble
Signed By: Poppens, T. <t.poppens@amstelveen.nl> 01/02/2024 11:46:34 CET ID: 82cbf24b-f9d7-4abb-95d2-5197f6f107ce Auth: Scribble
Nadere regels Standplaatsen Amstelveen 2024 Intitulé Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nadere regels Standplaatsen Amstelveen 2024 De raad van de gemeente Amstelveen; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en hoofdstuk 5, afdeling 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amstelveen; besluit vast te stellen de: Nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024
Hoofdstuk 1 Definities Artikel 1 Definities In deze nadere regels wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een vergunning aanvraagt; b. APV: de geldende Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amstelveen; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen; d. standplaats: zoals bedoeld in artikel 5.17 van de APV; e. vaste standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 5.17 van de APV op een door het college aangewezen locatie, die gedurende het hele jaar één of meerdere dagen/dagdelen per week wordt ingenomen; f. vergunning: de vergunning tot het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5.18 van de APV; g. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend. In het geval van een vennootschap onder firma (VOF) zijn de vennoten in die VOF vergunninghouder. In het geval van een rechtspersoon (bijvoorbeeld een BV) is de rechtspersoon vergunninghouder, daarbij vertegenwoordigd door de vertegenwoordigingsbevoegden van die rechtspersoon (bijvoorbeeld de bestuurders); h. seizoen standplaats; standplaats als bedoeld in artikel 5.17 van de APV op een door het college aangewezen locatie, die gedurende een aaneengesloten periode van maximaal zes maanden per jaar op minimaal één dag in de week wordt ingenomen; i.
bijzondere standplaats: standplaats voor de verkoop van koek en zopie gedurende koude perioden en ijs gedurende mooi weer; j. incidentele standplaats: standplaats met een tijdelijk karakter met beperkte invloed op de omgeving. Voorbeelden zijn stichtingen die voor het goede doel goederen willen verkopen, foodtrucks die op een enkele dag producten verkopen, ondernemers die een bijzondere uitverkoop houden, bedrijven/instellingen die voorlichting willen geven over een product of onderwerp.
[nadere regels standplaatsenbeleid] 100/F005/ICT
Pagina
2 van 14
Hoofdstuk 2 Vaste standplaatsen Artikel 2 Vaste standplaatsen 1.Het college kan een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.18 van de APV verlenen voor het innemen van een standplaats gedurende een of meer dagen/dagdelen. 2.Ter bescherming van de openbare orde en openbare veiligheid en ter voorkoming van overlast is het aantal standplaatsen gelimiteerd. Een vergunning voor een vaste standplaats kan alleen worden verleend voor de locaties zoals aangegeven in bijlage 1 van deze nadere regels. 3.Een vergunning voor een vaste standplaats kan worden verleend voor een periode van maximaal 12 jaar. 4.Vaste standplaatsen kunnen tijdelijk niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. 5.Voor de behandeling vaneen aanvraag om een vaste standplaatsvergunning is de procedure opgenomen in hoofdstuk 5 van deze nadere regels van toepassing. Hoofdstuk 3 Seizoen standplaatsen Artikel 3 Seizoen standplaatsen 1.Het college kan een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.18 van de APV verlenen voor het innemen van een standplaats gedurende een of meer dagen/dagdelen gedurende in een aaneengesloten periode van maximaal zes maanden. 2.Ter bescherming van de openbare orde en openbare veiligheid en ter voorkoming van overlast is het aantal standplaatsen gelimiteerd.
Een vergunning voor een seizoen standplaats kan alleen worden verleend voor de locaties zoals aangegeven in bijlage 2 van deze nadere regels. 3.Een vergunning voor een seizoen standplaats kan worden verleend voor een periode van maximaal 12 jaar met inachtneming van het bepaalde in lid 1. 4.Seizoen standplaatsen kunnen tijdelijk niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. 5.Voor de behandeling van een aanvraag om een seizoen standplaatsvergunning is de procedure opgenomen in hoofdstuk 5 van deze nadere regels van toepassing.
Pagina
3 van 14
Hoofdstuk 4 bijzondere standplaatsen en incidentele standplaatsen Artikel 4 Bijzondere standplaatsen 1.Het college kan een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.18 van de APV verlenen voor het innemen van een bijzondere standplaats gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 12 weken of 31 losse dagen per kalenderjaar. 2.Ter bescherming van de openbare orde en openbare veiligheid en ter voorkoming van overlast is het aantal standplaatsen gelimiteerd. Een vergunning voor een bijzondere standplaats kan alleen worden verleend voor de locaties zoals aangegeven in bijlage 3 van deze nadere regels. 3.Bijzondere standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. 4.Op een aanvraag om een bijzondere standplaatsvergunning is de procedure opgenomen in hoofdstuk 5. Artikel 5 Incidentele standplaatsen 1.Het college kan een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.18 van de APV verlenen voor het innemen van een incidentele standplaats gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 2 weken of 6 losse dagen per kalenderjaar. 2. Ter bescherming van de openbare orde en openbare veiligheid en ter voorkoming van overlast is het aantal standplaatsen gelimiteerd. Een vergunning voor een incidentele standplaats is afhankelijk van de beschikbare ruimte. 3.
Bij een incidentele standplaats wordt de locatie, alsmede het object waarmee de standplaats wordt ingenomen getoetst op overlast en veiligheid. Het belangrijkste aandachtspunt hierbij is het verkeersaspect. Daarnaast wordt er getoetst of er geen andere activiteiten, zoals de markt of evenementen, plaatsvinden op de aangevraagde locatie voor de incidentele standplaats. 4. Het college behoudt zich het recht voor om de aanvraag op zijn merites te beoordelen. 5. Incidentele standplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden. 6. Voor de behandeling vaneen aanvraag om een incidentele standplaatsvergunning is de procedure opgenomen in hoofdstuk 5.
Hoofdstuk 5 Procedure Artikel 6 Vergunningsaanvraag vaste standplaatsen en seizoen standplaatsen 1.De aanvraag om een standplaatsvergunning bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten:
Pagina
4 van 14
a. naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en emailadres aanvrager; b. een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamers van Koophandel, niet ouder dan zes maanden; c. gewenste locatie; d. gewenste dag/dagen en tijden waarop de standplaats wordt ingenomen; e. een opsomming van de aan te bieden, te verkopen of te verstrekken verkoopwaren, diensten of het doel waarvoor de standplaats wordt ingenomen; f. vermelding of gebruik van stroomvoorziening en hoeveel ampère; g. vermelding of gebruik van watervoorziening; h. een foto van de verkoopinrichting; i. een opgave van de afmetingen van de verkoopinrichting;
Artikel 7 Procedure vaste standplaatsen en seizoenstandplaatsen Voor aanvragen geldt de volgende procedure. 1. De bekendmaking van een vrijgekomen standplaats geschiedt minimaal drie maanden vooraf door openbare kennisgeving in het digitale gemeenteblad van de gemeente Amstelveen. Hierin wordt in ieder geval aangegeven: a. binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen; b. op welke wijze, met gebruikmaking van een digitaal aanvraagformulier, een aanvraag kan worden ingediend; c. welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt; d. op welke wijze de selectie plaats zal vinden; e. een omschrijving van de vrijgekomen standplaats naar locatie, dag/dagdelen, tijdstippen en eventuele bijzonderheden. Hierbij wordt een kaartje van de locatie bijgevoegd met daarop aangegeven de maximale afmeting van de vrijgekomen standplaats; f. plaats en tijdstip van de loting. 2. Alleen binnen het tijdvak kan een volledige aanvraag worden ingediend of kan een onvolledige aanvraag worden aangevuld tot een volledige aanvraag. Na sluiting van het tijdvak kan een ingediende aanvraag niet meer worden aangevuld of gewijzigd en kan ook geen nieuwe vergunningaanvraag meer worden ingediend. 3.
Onvolledige aanvragen die zijn ingediend minimaal één week voor afloop van het tijdvak, worden hiervan in kennis gesteld en krijgen de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen voor afloop van het tijdvak.
Pagina
5 van 14
4. Een vergunning kan worden aangevraagd door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon. Wanneer een natuurlijke persoon ook onderdeel uitmaakt, in welke hoedanigheid dan ook, van een rechtspersoon welke een aanvraag heeft ingediend, dan doet alleen de aanvraag van de rechtspersoon mee aan de loting. 5. Bij meerdere aanvragen vindt selectie van de aanvraag plaats door middel van loting. Alleen aanvragen die volledig zijn en waar geen weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 14 aanwezig is, zullen meedoen aan de loting. 6. Voor vaste standplaatsen geldt dat aanvragen die voor dezelfde locatie zijn ingediend en elkaar in tijd overlappen, allemaal meedoen aan dezelfde loting. Artikel 8. Procedure loting: 1. De loting gaat als volgt: a. de loting verloopt door middel van een digitaal lotingssysteem; b. een medewerker van de gemeente voert alle namen van de aanvragers in en het zaaknummer waaronder die aanvraag is geregistreerd in het systeem en trekt een lot; c. de aanvrager van wie het lot wordt getrokken, komt in aanmerking voor een vergunning; d. de aanvragers of waarnemers mogen bij de loting aanwezig zijn. De uitkomst wordt schriftelijk vastgelegd. e. er wordt geen wachtlijst bijgehouden f. de standplaatsvergunning wordt verleend met inachtneming van de volgorde van trekking. De overige aanvragen worden geweigerd. Artikel 9 vergunningsaanvraag bijzondere standplaatsen 1.
Voor de aanvraag om een bijzondere standplaatsvergunning wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier. De aanvraag bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten: a. naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en emailadres aanvrager. b. een bewijs van inschrijving van de aanvrager in het Handelsregister van de Kamers van Koophandel, niet ouder dan zes maanden. c. gewenste locatie. d. gewenste dag/dagen en tijden waarop de standplaats wordt ingenomen. e. een opsomming van het doel waarvoor de standplaats wordt ingenomen. f. vermelding of gebruik van stroomvoorziening en hoeveel ampère. g. vermelding of gebruik van watervoorziening.
Pagina
6 van 14
h. een foto van het verkoopmiddel. i. een opgave van de afmetingen van de verkoopmiddel. 2.Bijzondere standplaatsen worden toegekend op basis van volgorde van binnenkomst van aanvraag.
Artikel 10 vergunningsaanvraag incidentele standplaatsen 1.Voor de aanvraag om een incidentele standplaatsvergunning wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier. De aanvraag bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten: a. naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en emailadres aanvrager. b. een bewijs van inschrijving van de aanvrager in het Handelsregister van de Kamers van Koophandel, niet ouder dan zes maanden. c. gewenste locatie. d. gewenste dag/dagen en tijden waarop de standplaats wordt ingenomen. e. een opsomming van het doel waarvoor de standplaats wordt ingenomen. f. vermelding of gebruik van stroomvoorziening en hoeveel ampère. g. vermelding of gebruik van watervoorziening. h. een foto van het verkoopmiddel. i. een opgave van de afmetingen van het verkoopmiddel. 2. Incidentele standplaatsen worden toegekend op basis van volgorde van binnenkomst van aanvraag. Artikel 11 Intrekken van een vergunning 1. Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken in gevallen zoals vermeld in artikel 1:6 van de APV. 2. Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken indien de vergunninghouder wegens ziekte of bijzondere omstandigheden gedurende een periode van vier maanden aaneengesloten geen gebruik heeft gemaakt van zijn vergunning door geen standplaats in te nemen en zich niet heeft laten waarnemen.
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen Artikel 12 Weigeringsgronden standplaatsvergunning 1.Een vergunning voor een vaste, seizoen, een bijzondere standplaats wordt in ieder geval geweigerd indien:
Pagina
7 van 14
a. een vergunning wordt aangevraagd voor een andere locatie, een andere dag/dagdeel of tijd, dan aangegeven in de bekendmaking; b. de afmetingen van de verkoopinrichting groter zijn dan de afmetingen van de vrijgekomen standplaats; c. de aanvraag is uitgeloot; d. een weigeringsgrond zoals opgenomen in artikel 1:18 of artikel 5.18 van de Algemene Plaatselijke Verordening van toepassing is; e. een aanvraag buiten het tijdvak is ingediend; f. niet alle gegevens bij de aanvraag zijn gevoegd waardoor de aanvraag niet volledig is; g. meerdere aanvragen zijn ingediend door of in relatie tot dezelfde natuurlijke persoon. Artikel 13 Vervanging 1.Het college kan op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder maximaal één persoon als vervanger van de vergunninghouder op de standplaatsvergunning vermelden. De vervanger mag voor maximaal zes maanden de vergunninghouder vervangen. Voor vermelding als vervanger op de vergunning komen uitsluitend in aanmerking: a. de echtgenoot of echtgenote van de vergunninghouder; b. de geregistreerde partner van de vergunninghouder; c. een meerderjarig kind van de vergunninghouder; d. een meerderjarige medewerker van de vergunninghouder, mits een arbeidsovereenkomst kan worden overlegd. 2.
Bij het in het vorige lid bedoelde verzoek wordt ten aanzien van elke vervanger een door de vervanger ondertekende verklaring overlegd, waarin hij of zij verklaart voor de vergunninghouder als vervanger werkzaam te zijn en verklaart in te stemmen met vermelding als vervanger op de standplaatsvergunning. Artikel 14 Innemen standplaats 1. De standplaats moet door de vergunninghouder worden ingenomen en mag niet aan een ander worden afgestaan of in gebruik gegeven. 2. In het geval de standplaats is vergund aan een rechtspersoon, dan mogen de vertegenwoordigingsbevoegden van die rechtspersoon (bijvoorbeeld de bestuurders) de standplaats innemen. 3. In het geval de standplaats is vergund aan een VOF, dan mogen de vennoten van die VOF ieder voor zich de standplaats innemen.
Pagina
8 van 14
Artikel 15 Ordebepalingen 1.Het is verboden om op een standplaats: a. Gebruik te maken van versterkt geluid. b. Gebruik te maken van een diesel- of benzine aggregaat. c. Reclameborden te plaatsen voor zover deze niet volledig op of aan de verkoopwagen of het verkoopmateriaal zijn bevestigd. d. Gebruik te maken van tafels of stoelen anders dan één statafel om klanten aan te laten wachten op hun bestelling. 2. het verkoopmiddel moet na beëindiging van de verkoopactiviteiten worden verwijderd. Alleen indien voor het verkooppunt voor de volgende dag op dezelfde locatie een vergunning is afgegeven, mag het verkooppunt op de standplaats blijven staan, tenzij anders bepaald in de vergunning. 3. De vergunninghouder mag zich niet van zijn/haar standplaats verwijderen om in de omgeving goederen aan te bieden of te verkopen. Artikel 16 Overgangsregelingen. Binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze nadere regels, worden de op grond van de APV verleende vaste- en seizoen standplaats vergunningen voor de standplaatsen die zijn opgenomen in bijlage 1 behorend bij deze regels, ingetrokken. De betreffende vergunninghouders ontvangen in plaats daarvan, zonder toepassing van artikel 7, eenmalig een nieuwe vergunning die geldt voor de periode van 12 jaar en die voldoet aan de overige vereisten uit deze nadere regels. Dit geldt niet voor standplaatshouders in het stadshart.
Deze standplaatsen komen te vervallen. Artikel 17 Slotbepalingen 1.Deze nadere regels treden in werking een dag na bekendmaking. 2.Deze nadere regels worden aangehaald als nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024. 3.De nadere regels standplaatsen Amstelveen vervangt het Standplaatsenbeleid 2018. 4.De nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024 komen te vervallen op 1 april 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ..
De griffier
Debby de Heus
Pagina
De burgemeester Tjapko Poppens
9 van 14
Pagina
10 van 14
Bijlage 1 Vaste standplaatsen Deelgebied Stadshart Groenhof Kostverlorenhof Amsterdamseweg Zuid Rembrandtweg Noord Lindenlaan / van der Hooplaan Hueseplein Middenhoven Waardhuizen Van Heuven Goedhartlaan/K. Doormanweg Maalderij Uilenstede Totaal
0 1 4 2 1 1 1 1 0 1 1 1 15
Bijlage 2: Seizoensstandplaatsen Maalderij Groenhof Buitenplein Van der Hooplaan(naast Zeeman)
1 1 1 1
Bijlage 3: Bijzondere standplaatsen Landijsbaan winter /avontuurlijke speeltuin zomer Kleine Poel Bosbaan Middenhoven Park Loswal tegenover Kruitmolen
1 1 2 1 1
Pagina
11 van 14
Toelichting nadere regels Aanleiding: In 2018 is het vorige Standplaatsenbeleid vastgesteld. Dit beleid voldeed niet langer omdat de regelgeving en jurisprudentie voor het verstrekken van standplaatsvergunningen is gewijzigd. Standplaatsen worden gezien als schaarse vergunningen. Dit is op basis van de Europese Dienstenrichtlijn. De richtlijn schrijft voor dat iedereen een gelijke kans moet krijgen voor het verkrijgen van een standplaats. Daarom is in dit beleid ervoor gekozen om standplaatsen toe te wijzen door middel van loting. Naast de wijze van toekennen is de looptijd van de vergunningen aangepast. Het is niet langer mogelijk om vergunningen voor onbepaalde tijd te verstrekken maar de termijn van vijf jaar in het voorgaande beleid wordt als te kort gezien. In het nieuwe standplaatsenbeleid is daarom gekozen voor een periode van 12 jaar. Deze periode wordt gezien als een realistische terugverdientermijn. Inleiding Standplaatsen zijn een vorm van ambulante handel en vallen binnen de sector detailhandel. Standplaatshouders maken daarmee deel uit van de lokale economie. Vanwege hun flexibiliteit en relatief beperkte omvang kunnen standplaatsen beschouwd worden als een aanvulling op het gevestigde winkelaanbod en de horeca.
Het gemeentelijke beleid dient er enerzijds in te voorzien dat standplaatshouders in de gelegenheid worden gesteld hun handel te drijven, maar is anderzijds gericht op evenwichtige marktverhoudingen met het gevestigde aanbod. Kenmerkend aan standplaatsen is dat deze gevestigd zijn in het openbaar gebied. Hiertoe dient een aantal voorzieningen te worden getroffen. Daarbij is het noodzakelijk dat standplaatsen op geen enkele wijze de openbare orde schaden, overlast veroorzaken of onveilige situaties kunnen veroorzaken. Om dit alles in goede banen te leiden zijn duidelijke afspraken nodig. Dit beleidskader voorziet daarin. Het omvat het stelsel van regels waarbinnen de gemeente vergunningen voor standplaatsen af kan geven of weigeren. Ook is het mogelijk om op basis van dit kader te handhaven indien dit nodig blijkt. Beleidsuitgangspunten Ten aanzien van de uitvoering van het standplaatsenbeleid worden de volgende beleidsuitgangspunten gehanteerd: Maximumstelsel De gemeente hanteert een maximumstelsel voor standplaatsen, zodat geen wildgroei kan ontstaan. Een krimpende winkelmarkt biedt bovendien geen ruimte voor een groei van het aantal standplaatsen. Verder geeft het de ondernemers een duidelijk kader waarbinnen zij kunnen ondernemen. Het beleid geeft aan op welke locatie een standplaats beschikbaar wordt gesteld. Dit wordt weergegeven op de kaarten in bijlage 1.
Over het algemeen zijn de standplaatsen gesitueerd bij winkelcentra, langs doorgaande routes met stopmogelijkheden of op plaatsen waar veel mensen wonen of werken. De standplaatshouders zijn vrij in het kiezen van de branche.
Pagina
12 van 14
Mobiele inrichtingen De standplaats dient te worden ingenomen met een mobiele verkoopinrichting die elke avond wordt verwijderd en mag alleen gedurende de wettelijke openingstijden van winkels geopend zijn voor verkoop. Er mag een uur voor openingstijd en een uur na openingstijd worden ingericht/afgebouwd. Hierop zal met ingang van dit nieuwe beleid strenger worden gehandhaafd. In een aantal gevallen wordt de locatie al gedurende vele jaren gebruikt om een kiosk (vast gebouwtje met permanent karakter) te exploiteren. Deze vorm van standplaats wordt afgebouwd middels een uitsterfconstructie. Deze uitsterfconstructie was ook al opgenomen in het voorgaande beleid. De eigenaar dient bij beëindiging van de activiteiten de locatie leeg en in oorspronkelijke staat op te leveren. Bij vervanging, verbouwing of verval van de kiosk mag deze niet worden vernieuwd, maar dient deze te worden vervangen door een mobiele verkoopwagen. Schaarse vergunning: Een standplaatsvergunning wordt gezien als een schaarse vergunning. Een belangrijk gevolg hiervan is dat het gelijkheidsbeginsel dient te worden toegepast. Het gelijkheidsbeginsel betekent dat het gemeentebestuur aan (potentiële) gegadigden gelijke kansen moet bieden om in aanmerking te komen voor deze vergunningen.
Het bieden van gelijke kansen houdt in ieder geval voor de gemeente drie concrete verplichtingen in tegenover standplaatshouders die voor een standplaats in aanmerking willen komen: • bied ruimte om naar een beschikbare vergunning mee te dingen; • maak vooraf kenbaar door een passende mate van openheid dat één of meer schaarse vergunningen beschikbaar zijn, in welk tijdvak aanvragen ingediend kunnen worden, hoe deze worden verdeeld over de gegadigden en welke criteria daarbij gehanteerd worden, zodat de gegadigde zijn aanvraag daarop kan afstemmen; en • laat de duur van een vergunning niet onbepaald en maak deze niet buitensporig lang, zodat de vergunninghouder niet onevenredig wordt bevoordeeld ten opzichte van andere gegadigden. De termijn mag niet onnodig langer zijn dan de afschrijving van de investeringen. De mededinging mag niet in grotere mate worden belemmerd dan nodig. Een termijn van 12 jaar wordt als redelijk gezien. Dit biedt voldoende tijd voor standplaatshouders om de investeringen terug te verdienen. In dit beleid is gekozen voor de duur van 12 jaar voor een standplaatsvergunning. De wijze van toekenning is door middel van loting. Met loting hebben alle aanvragers een evenredige kans om standplaatsvergunning te verkrijgen.
Overgangstermijn In de nieuwe systematiek hebben de bestaande standplaatshouders niet langer voorrang bij het verkrijgen van een standplaatsvergunning. De kans bestaat dan ook dat standplaatshouders geen nieuwe vergunning krijgen. Het is daarom van belang om te kiezen voor een overgangsperiode. De bestaande standplaatshouders krijgen eenmalig een vergunning voor 12 jaar. Met deze verlenging van 12 jaar hebben ze voldoende tijd om de gedane investeringen terug te verdienen. De praktische werkwijze is dat de betreffende huidige standplaatsvergunningen worden ingetrokken en de betrokken standplaatshouders een nieuwe vergunning ontvangen.
Pagina
13 van 14
Soorten standplaatsen Vaste standplaatsen Vaste standplaatsen zijn de standplaatsen die gedurende het hele jaar één of meerdere dagen/dagdelen per week worden ingenomen. Vergunningen worden verleend voor een periode van maximaal 12 jaar. Omdat sprake is van een schaars recht mogen vergunningen niet voor onbepaalde tijd worden verleend. Ook andere ondernemers moeten de kans krijgen. Vergunningen worden daarom verleend voor een periode van maximaal 12 jaar. Ondernemers kunnen binnen deze termijn investeringen terug verdienen. Seizoen standplaatsen Bij de seizoenstandplaatsen gaat het bijvoorbeeld om de verkoop van oliebollen in de winter en bloemen en planten in de zomer. Buiten de periode die het seizoen omvat worden deze locaties niet ingenomen door andere verkoopwagens. Deze standplaatslocaties worden voor maximaal zes maanden ingenomen. Voor seizoen standplaatsen gelden dezelfde voorwaarden en procedures als de vaste standplaatsen. Bijzondere standplaatsen Bij de bijzondere standplaatsen gaat het om de verkoop van koek en zopie gedurende koude perioden of verkoop van ijs bij mooi weer. Hiervoor worden geen meerjarige vergunningen afgegeven. Incidentele standplaatsen De incidentele standplaatsvergunningen vallen in een andere categorie dan de reguliere standplaatsvergunningen.
Hieronder staan de regels voor incidentele standplaatsen: Een aanvrager mag maximaal 6 losse dagen per jaar op dezelfde locatie een incidentele standplaats innemen; Of eenmalig een incidentele standplaats innemen voor een maximale aaneengesloten periode van 12 dagen in een jaar. Bij een aanvraag voor een incidentele standplaats wordt de locatie, alsmede het object waarmee de standplaats wordt ingenomen getoetst op veiligheid. Het belangrijkste aandachtspunt hierbij is het verkeersaspect. Daarnaast wordt er gekeken of er geen andere activiteiten, zoals de markt of evenementen, plaatsvinden op de aangevraagde locatie voor de incidentele standplaats. Vervolgens wordt getoetst of de incidentele standplaats naast deze activiteiten kan worden ingenomen. Vanwege de grote diversiteit van de incidentele standplaatsen is het voor de gemeente niet mogelijk alle mogelijke vormen van incidentele standplaatsen in beleid te verwoorden. Om deze reden behoudt het college van burgemeester en wethouders zich het recht voor afzonderlijke aanvragen voor incidentele standplaatsen op haar merites te beoordelen. Per aanvraag wordt bepaald of het wenselijk is de incidentele standplaatsvergunning te verlenen.
Pagina
14 van 14
De regelgeving voor de incidentele standplaatsen is afgestemd op het type en de hoeveelheid aanvragen die in de afgelopen jaren en ten tijde van het schrijven van deze notitie binnen komen. Mocht blijken dat de incidentele standplaatsen leiden tot overlast dan is het college bevoegd om nadere regels te stellen. Het kan dan gaan om het bepalen van een maximum aan incidentele standplaatsen per gebied.