Bijlage 1 - Huisvestingsverordening gemeente Amstelveen 2025
Tekst van het document
de aanvrager en alle leden van zijn huishouden, die in de periode direct voorafgaand aan het indienen van de aanvraag blijkens diens inschrijving in de basisadministratie niet tenminste twee jaar onafgebroken in de gemeente waar de urgentieverklaring wordt aangevraagd woonachtig was, tenzij één of meerdere leden van het huishouden van aanvrager schoolgaande kinderen zijn en de aanvrager en zijn huishouden vanwege een relatiebreuk tussen aanvrager en diens partner is verhuisd naar een inwoonadres buiten Amstelveen en binnen een half jaar na vertrek uit Amstelveen een urgentieverklaring heeft aangevraagd; 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op indeling in een urgentiecategorie bedoeld in artikel 2.9.8, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vervolgens het aangevraagde weigeren indien de aanvrager gedurende de in het vorige lid, onder i, bedoelde termijn niet heeft gewoond in een zelfstandige en krachtens een besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening of Omgevingswet voor permanente bewoning bestemde woonruimte. 3. Burgemeester en wethouders weigeren de urgentieverklaring, indien de aanvrager niet valt onder één van de in artikel 2.9.6 tot en met 2.9.8 opgenomen urgentiecategorieën. 4. Op vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de wet zijn de bindingscriteria als bedoeld in artikel 2.9.5 onder i niet van toepassing.
Artikel 2.9.6 Wettelijke urgentiecategorieën Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.9.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot ten minste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: a. woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en waarvan de uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan in de
Pagina
b.
20 van 37
desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van die uitstroom naar het oordeel van burgemeester en wethouders dringend noodzakelijk is; woningzoekenden waarvan de voorziening in de behoefte aan woonruimte als gevolg van het verlenen of ontvangen van mantelzorg naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor aanvrager dringend noodzakelijk is.
Artikel 2.9.7 Urgentiecategorie uitstroom 1. Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een woningzoekende die moet omzien naar woonruimte aansluitend op verblijf in een instelling voor maatschappelijke opvang, een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling, indien: a. de aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisadministratie woonachtig was in de woningmarktregio; en, b. geen van de in artikel 2.9.5, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, f of h genoemde omstandigheden zich voordoet; en, c. de aanvrager, naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende zelfredzaam is. 2. Indien een urgentieverklaring als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door een woningzoekende die verblijft in een in de woningmarktregio gelegen instelling als bedoeld in het eerste lid, zijn de volgende leden van toepassing. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.9.1. en artikel 2.9.2, eerste lid, wordt op een aanvraag om een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in het vorige lid, besloten door burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de locatie van de opvanginstelling waar de woningzoekende verblijft resideert. 4.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.9.4, eerste lid, omvat het in de urgentieverklaring op te nemen zoekgebied de regiogemeente waarin aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisadministratie woonachtig was, tenzij burgemeester en wethouders gelet op de problematiek van aanvrager een andere regiogemeente in het zoekgebied opnemen. 5. Het college van burgemeester en wethouders van de regiogemeente die tot het in de urgentieverklaring opgenomen zoekgebied behoort, stelt het in de urgentieverklaring op te nemen woningtype vast, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.9.3, tweede lid. Artikel 2.9.8 Overige urgentiecategorieën 1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.9.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: a. woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren; b.
woningzoekenden, met inbegrip van de situatie waarin dit slechts geldt voor één lid van het huishouden van een woningzoekende, die op grond van medische of sociale omstandigheden in een levensontwrichtende woonsituatie verkeren die naar het oordeel van burgemeester en wethouders alleen opgelost kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte, voor zover zij niet behoren tot de in artikel 2.9.7 bedoelde urgentiecategorie; c. woningzoekenden waarvan de huidige woonruimte behoort tot een door burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid aangewezen complex; d. woningzoekenden waarvan de binnen de gemeente gelegen zelfstandige woonruimte als gevolg van een calamiteit naar het oordeel van burgemeester en wethouders duurzaam ongeschikt is voor bewoning; e. huishoudens waarbij er minder dan 12 vierkante meter leefruimte (gbo) per persoon beschikbaar en daardoor de volksgezondheid in het geding is. 2. Burgemeester en wethouders kunnen complexen aanwijzen waarvan de bewoners in verband met sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen, redelijkerwijs binnen twee jaar niet meer in hun huidige woonruimte kunnen blijven wonen. Burgemeester en wethouders stellen daarbij een datum
Pagina
3.
21 van 37
vast met ingang waarvan de bewoners van de aangewezen complexen een SVurgentieverklaring kunnen aanvragen. Op de urgentiecategorieën bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en c, is het bepaalde in artikel 2.9.3, tweede lid, niet van toepassing.
Artikel 2.9.8a Sociaal medische urgentie 1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.9.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager, het huishouden van aanvrager of een lid van dat huishouden zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders op grond van medische of sociale omstandigheden in een levens ontwrichtende woonsituatie bevindt, welke alleen beëindigd kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte. 2. Van een levens ontwrichtende woonsituatie als bedoeld in het eerste lid is sprake: a. indien een of meerdere leden van het huishouden van aanvrager ernstige medische beperkingen heeft; b. bij dakloosheid of dreigende dakloosheid van een huishouden waarvan minderjarige kinderen deel uitmaken; c. indien een of meerdere leden van het huishouden van aanvrager met geweld bedreigd wordt of het slachtoffer is van geweld; of, d. indien het huishouden naar het oordeel van burgemeester en wethouders onevenredig hoge woonlasten heeft. Artikel 2.9.9 Geldigheid van de urgentieverklaring 1. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op de SV-urgentieverklaring en de urgentieverklaringen waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.9.6, of artikel 2.9.7, eerste lid. 2. De urgentieverklaring vervalt: a.
nadat de houder ervan passende woonruimte heeft gevonden; b. nadat de houder ervan niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring; of, c. na verloop van een termijn van 26 weken na verlening van de urgentieverklaring. 3. Burgemeester en wethouders van de gemeente die tot het in de urgentieverklaring vermelde zoekgebied behoort kunnen besluiten dat de urgentieverklaring een langere termijn dan die bedoeld in het tweede lid geldig blijft indien: a. de omstandigheden bedoeld in artikel 2.9.5, eerste lid, zich niet voordoen en de houder van de urgentieverklaring nog steeds in de urgentiecategorie valt welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring. 4. Met inbegrip van de in het vorige lid bedoelde verlenging vervalt een urgentieverklaring na het verstrijken van een periode van 52 weken na het moment waarop zij verleend is. Artikel 2.9.10 Urgentie uitstroom en omslag 1. Er kan een urgentieverklaring voor uitstroom en omslag worden verleend aan een woningzoekende die moet omzien naar woonruimte aansluitend of te vervanging van verblijf in een instelling voor opvang of beschermd wonen op grond van een beschikking voor een maatwerkvoorziening of aansluitend op verblijf in een zorginstelling waarmee burgemeester en wethouders afspraken hebben gemaakt over uitstroom of omslagurgentie, indien: a.
De aanvrager blijkens de inschrijving Basisregistratie Personen, tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling woonachtig was in de zorgregio; en b. Geen van de in artikel 2.9.5, eerst lid, onderdelen a, g, h of j genoemde omstandigheden zich voordoet; en, c. De aanvrager, naar oordeel van burgemeester en wethouders voldoende zelfredzaam is.
Pagina
2.
3.
4.
5.
22 van 37
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.9.1 en 2.9.2, eerst lid, besluiten burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de opvang is gevestigd waar de aanvrager verblijft, op de aanvraag om urgentie. Het in de urgentieverklaring opgenomen zoekgebied betreft de gemeente behorend tot de zorgregio waar aanvrager ten minste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de opvanginstelling heeft gewoond. Burgemeester en wethouders die de urgentieverklaring afgeven, kunnen in het geval de aanvrager beschikt over een beschikking voor een maatwerkvoorziening voor opvang of bescherm wonen afwijken van het eerste lid, onderdeel a, en het derde lid. Bij de huisvesting van deze woningzoekenden wordt gebruik gemaakt van directe bemiddeling als bedoeld in artikel 2.7.6.
Artikel 2.9.11 Wijzigen en intrekken van de urgentieverklaring 1. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op de SV-urgentieverklaring. 2. Burgemeester en wethouders trekken de urgentieverklaring in indien: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring zou zijn geweigerd; b. de houder van de urgentieverklaring niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring of zich één of meer toepasselijke, in artikel 2.9.5, eerste lid, opgenomen en op de desbetreffende urgentiecategorie toepasselijke weigeringsgronden voordoen; c. de houder van de urgentieverklaring daartoe verzoekt of, d. de houder van de urgentieverklaring passende woonruimte heeft geweigerd of zich anderszins onvoldoende heeft ingespannen om zijn huisvestingsprobleem op te lossen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring wijzigen indien: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring niet zou zijn geweigerd maar anders op de aanvraag zou zijn besloten; of b. de houder van de urgentieverklaring behoort tot een andere urgentiecategorie dan die welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring. 4.
Ter voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van de urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een ter zake deskundig persoon. 5. Indien burgemeester en wethouders een voorwaarde aan de urgentieverklaring hebben verbonden, treedt de urgentieverklaring pas in werking als aan de voorwaarde is voldaan. Artikel 2.9.12 Bijzondere omstandigheden Burgemeester en wethouders zijn, indien toepassing van deze verordening zou leiden tot weigering van een urgentieverklaring, bevoegd om in bijzondere omstandigheden toch een urgentieverklaring toe te kennen indien: a. weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en, b. sprake is van bijzondere, bij het vaststellen van de verordening onvoorziene, omstandigheden die gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn. Artikel 2.9.13 Overgangsrecht urgentieverklaringen Urgentieverklaringen die zijn verleend op grond van de Huisvestingsverordening Amstelveen 2022 worden gelijkgesteld met de op grond van artikel 2.9.1 van deze verordening te verlenen urgentieverklaringen.
Pagina
23 van 37
Afdeling II Verdeling van standplaatsen
Paragraaf 2.10 Standplaatsen voor woonwagens Artikel 2.10.1 Werkingsgebied In de gemeente Amstelveen worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet. Artikel 2.10.2 Reikwijdte vergunningplicht Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een aangewezen standplaats in gebruik te nemen of te geven. Artikel 2.10.3 Standplaatszoekenden en inschrijving register 1. Burgemeester en wethouders houden een register bij van standplaatszoekenden. Het register vermeldt de standplaatszoekenden in volgorde van het aantal punten dat ze opgebouwd hebben. 2. Bij inschrijving is een inschrijfgeld van € 55,- (prijspeil 2025) verschuldigd. Als datum van inschrijving geldt de datum van de bevestigingsbrief. 3. De inschrijving in het register is geldig voor één jaar. De inschrijving wordt automatisch verlengd tenzij de inschrijving is beëindigd. De verlengingskosten zijn jaarlijks € 10,(prijspeil 2025). 4. Burgemeester en wethouders zijn gerechtigd de in het derde en vierde lid van dit artikel genoemde bedragen voor inschrijving en verlenging te wijzigen. 5. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de standplaatszoekende een bewijs van inschrijving, waarop in ieder geval de volgende gegevens zijn vermeld: a. inschrijvingsnummer; b. datum van inschrijving; c. naam en adres van aanvrager. d.
aantal punt verkregen op basis van de puntensystematiek. 6. De inschrijfduur is gelijk aan het aantal toegerekende punten op basis van onderstaande tabel. Starters iemand die vanaf 18 tot en met 28 jaar minimaal 11 jaar inwonend bij familie die woont op een woonwagenlocatie in de gemeente Amstelveen. Starters vanaf 18 jaar tot en met 28 jaar, inwonend in een reguliere woning in de gemeente Amstelveen, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en binnen een periode van 10 jaar geleden op een woonwagenlocatie in de gemeente Amstelveen heeft gewoond. Repatriant Woningzoekende die in de gemeente Amstelveen in een woonwagen heeft gewoond en graag weer op een standplaats in de gemeente Amstelveen wil wonen. Woonwagenbewoner wonend buiten de gemeente Amstelveen Overige woningzoekenden 7.
8. 9.
100 85
70
20 1
Standplaatszoekenden van de oude wachtlijst krijgen 1 punt per volledige maand dat ze ingeschreven stonden op deze oude wachtlijst. Hiervoor moet aan de volgende eisen worden voldaan: a. Standplaatszoekende zoekt zelf contact met de gemeente met verzoek om op basis van de overgangsregeling op de nieuwe wachtlijst te komen; b. Deze regeling geldt tot 24 maanden na ingang van de nieuwe wachtlijst. Daarna vervalt de overgangsregeling. De punten verkregen met dit overgangsrecht, zoals beschreven in lid 8 blijven maximaal 20 jaar geldig. Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het register indien:
Pagina
a. b. c. d. e. f. g. h. i.
24 van 37
de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; de standplaatszoekende daarom verzoekt; de standplaatszoekende is overleden; de standplaatszoekende niet binnen de betaaltermijn van 30 dagen de inschrijf- of verlengingskosten betaalt; Indien een standplaatszoekende binnen 90 dagen alsnog de verleningskosten betaald, wordt degene zonder verlies van punten teruggeplaatst op de wachtlijst; de standplaatszoekende een standplaats van de gemeente krijgt toegewezen, deze accepteert en huurder wordt; de standplaatszoekende als medehuurder wordt aangemerkt bij het huren van een standplaats van de gemeente; de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij de inschrijving waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; of de standplaatszoekende bij een verandering in zijn/haar adres niet binnen vier weken deze wijziging van zijn inschrijving heeft doorgegeven door inzending van een door burgemeester en wethouders te verstrekken wijzigingsformulier.
Artikel 2.10.4 Uitgifte nieuwe standplaatsen via erfpacht 1. Als er een nieuwe standplaats wordt uitgegeven middels erfpacht, wordt deze standplaats aangeboden aan de eerste standplaatszoekende op de wachtlijst; 2. Als nummer 1 van de wachtlijst geen interesse heeft wordt de standplaats aan de eerstvolgende op de wachtlijst aangeboden, net zolang totdat er iemand gevonden is; 3. Indien er gedurende periode van 3 maanden niemand op de wachtlijst de standplaats accepteert, kan de gemeente besluiten de standplaats via een openbare en transparante procedure aan te bieden, met inachtneming van de beleidsregels voor woonwagenstandplaatsen. Artikel 2.10.5 Verkoop bestaande standplaatsen via erfpacht 1. Als de standplaats wordt verhuurd, wordt de standplaats in eerste instantie aangeboden aan huurder die een standplaats huurt en de woonwagen in eigendom heeft. 2. Mocht de huurder de standplaats niet kunnen kopen, dan blijft de huidige situatie bestaan. 3. Een standplaats die is aangekocht door een woonwagenbewoner kan alleen worden verkocht aan eerste- en tweedegraads familieleden die tot de woonwagencultuur behoren. 4. Indien eerste- en tweedegraads familieleden geen interesse hebben, wordt de standplaats aan de nummer 1 op de wachtlijst verkocht. 5.
Als nummer 1 van de wachtlijst geen interesse heeft wordt de standplaats aan de eerstvolgende op de wachtlijst aangeboden, net zolang totdat er iemand gevonden is; 6. Indien er geen gegadigden beschikbaar zijn binnen de wachtlijst of binnen de doelgroep (woonwagencultuur), kan de standplaats worden verkocht aan iemand die niet op de wachtlijst staat, mits dit verenigbaar is met het gemeentelijke beleid inzake woonwagenstandplaatsen. Artikel 2.10.4 In te dienen bescheiden standplaatszoekenden 1. Bij inschrijving in het register worden de volgende bescheiden overgelegd: a. een uittreksel uit de basisregistratie personen van de woonplaats van inschrijver; b. een geldig identiteitsbewijs; c. een geldig verblijfsdocument indien inschrijver niet de Nederlandse nationaliteit bezit; d. bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen van het huishouden blijkt; 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de inschrijving te beoordelen. Artikel 2.10.5 Aanbieden van standplaatsen 1. Burgemeester en wethouders bieden hun voor verhuur beschikbare standplaatsen eenduidig en transparant te huur aan.
Pagina
2.
25 van 37
Bij het aanbieden van een standplaats wordt vermeld aan welke eisen de standplaatszoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden standplaats.
Artikel 2.10.6 Criteria voor vergunningverlening 1. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor het betrekken van een standplaats, indien: a. het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.2.1 indien het een sociale huur standplaats betreft; en b. het huishouden volgens de volgordebepaling bedoeld in artikel 2.10.8 als eerste voor de standplaats in aanmerking komt; en c. het aannemelijk is dat het huishouden de standplaats in gebruik zal nemen; en d. de gemeente, gelet op haar taak als exploitant van de woonwagenlocaties of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige bewoners en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager niet weigert. 2. Er kan één huisvestingsvergunning per huishouden worden verstrekt. Artikel 2.10.7 Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: a. de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken; b. de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen; of c.
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Artikel 2.10.8 Toewijzing standplaatsen 1. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de wijze van verdeling en de volgordebepaling van woningzoekenden bij de toewijzing van een standplaatsen voor woonwagens. 2. Artikel 4.4.2 is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad
Afdeling I Onttrekken en omzetten woonruimte
Paragraaf 3.1 Werkingsgebied Artikel 3.1.1 Woonruimte Als woonruimte behorend tot een gebouw als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt aangewezen: alle zelfstandige woonruimte in de gemeente Amstelveen; Artikel 3.1.2 Reikwijdte vergunningplicht 1. De in artikel 3.1.1 aangewezen woonruimten mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet: a. anders dan ten behoeve van bewoning of het gedeeltelijk gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken; b. worden omgezet in één of meerdere onzelfstandige woonruimten. 2. Voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning, geldt een ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 21 van de wet, mits en zolang:
Pagina
26 van 37
a.
De woonruimte uitsluitend door de eigenaar als verblijf wordt gebruikt, naast zijn hoofdverblijf; en b. de eigenaar zijn hoofdverblijf buiten de woningmarktregio houdt; en c. het gaat om ten hoogste één woonruimte per eigenaar in de woningmarktregio. 3. Voor het omzetten van woonruimte in één of meer onzelfstandige woonruimten gelden de volgende voorwaarden: a. de woonruimte wordt omgezet in niet meer dan vier onzelfstandige woonruimten; en b. gemeenschappelijke woonruimte(s) in de woning aanwezig is/zijn met een (gezamenlijk) gebruiksoppervlak van ten minste 15m2,verdeeld over maximaal twee ruimtes, zijnde niet een hal of gang; en c. elke onzelfstandige woonruimte een gebruiksoppervlak heeft die niet kleiner is dan 10m2; en 4. Voor zover het niet is toegestaan om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte te onttrekken, samen te voegen, om te zetten of te verbouwen tot twee of meer woningen, is het tevens verboden om deze woonruimte onttrokken, samengevoegd of omgezet te houden of in die verbouwde staat te laten.
Paragraaf 3.2 Procedure aanvraag vergunning voor woningonttrekking of -omzetting Artikel 3.2.1 Aanvraag vergunning 1. De aanvraag wordt ingediend door de eigenaar op een daartoe door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier en gaat ten minste vergezeld van de in de artikelen 3.2.2 en 3.2.3 vermelde gegevens en bescheiden. 2. De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het door burgemeester en wethouders vastgestelde aantal worden ingediend. 3. De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen indien zij betrekking heeft op met elkaar samenhangende en aangrenzende gebouwen en een gezamenlijke beoordeling van de aanvraag zich hier niet tegen verzet. Artikel 3.2.3 In te dienen gegevens en bescheiden 1. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam en adres van de eigenaar; b. de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; c. de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft; d. de namen en de adressen van de bewoners van de woonruimte(n) waarop de aanvraag betrekking heeft; e. in geval van samenvoeging: de naam van de huidige en toekomstige bewoner, de omvang van diens huishouden; f. de motivering van het verzoek. 2. Bij de aanvraag worden de volgende bescheiden overgelegd: a.
één of meer tekeningen van de plattegrond op schaal van iedere verdieping van het gebouw, alsmede van de verdieping of verdiepingen waarop de aanvraag betrekking heeft, met een aanduiding van de beoogde bestemming; b. een situatietekening, gebaseerd op door of namens burgemeester en wethouders aangegeven kaartmateriaal waaruit blijkt de situering van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken. 3. Bij een aanvraag voor een omzettingsvergunning dient de plattegrond als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze te worden verstrekt, waarbij het aantal vierkante meters van de gehele woonruimte en het aantal vierkante meters van elke onzelfstandige woonruimte alsmede van de gezamenlijke verblijfsruimte moet zijn weergegeven. 4. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten.
Pagina
27 van 37
Artikel 3.2.4 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Artikel 3.2.5 Beschikkingsvereisten De vergunning bevat tenminste de volgende gegevens: a. de woonruimte(n) waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met de straat, het huisnummer of de kadastrale ligging, waarbij voor het overige kan worden verwezen naar de bijgevoegde bescheiden als bedoeld in artikel 3.2.3 en b. de van toepassing zijnde voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 3.3.2; en c. de mededeling dat binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden van de vergunning moet worden gebruikgemaakt dan wel de termijn genoemd in de vergunning in geval van een tijdelijke vergunning.
Paragraaf 3.3 Vergunningverlening Artikel 3.3.1 Weigeringsgronden omzettings- en onttrekkingsvergunning 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd in het geval: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, omzetting of woningvorming gediende belang; b. naar het oordeel van burgemeester en wethouders de onttrekking, omzetting of woningvorming een negatief effect heeft op de leefbaarheid; c. het onder a genoemde belang van behoud en samenstelling dan wel het in b genoemde negatieve effect op de leefbaarheid niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden dan wel voorschriften aan de vergunning; d. niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 2. Burgemeester en wethouders weigeren de omzettingsvergunning indien: a. de woning wordt omgezet in meer dan vier onzelfstandige woonruimten; b. de woning wordt verhuurd aan vijf of meer personen; c. er geen gemeenschappelijke woonruimte(s) in de woning aanwezig is/zijn met een (gezamenlijk) gebruiksoppervlak van ten minste 15m2,verdeeld over maximaal twee ruimtes, zijnde niet een hal of gang; d. een onzelfstandige woonruimte een gebruiksoppervlak heeft die kleiner is dan 10m2; en e.
de woning een sociale huurwoning is die in eigendom is van een toegelaten instelling. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot het eerste lid van dit artikel. Artikel 3.3.2 Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken: a. indien niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, omzetting of woningvorming; b. indien de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; c. indien niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften; d. in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. e. Indien de vergunning minimaal 12 maanden niet wordt gebruikt.
Pagina
28 van 37
Artikel 3.3.3 Geldigheidsduur onttrekkings- en omzettingsvergunning 1. De geldigheidsduur van de onttrekkings- en omzettingsvergunning betreft 5 jaar (60 maanden). Artikel 3.3.4 short stay 1. Een onttrekkings- of omzettingsvergunning bedoeld voor woningdelen kan niet worden gebruikt om short stay verhuur in een (on)zelfstandige woonruimte mogelijk te maken. 2. Indien er een overtreding wordt geconstateerd op lid 1 van dit artikel moet er een bestuurlijke boete worden gegeven voor woningonttrekking, zoals omschreven in artikel 4.3.2 van deze verordening.
Afdeling II toeristische verhuur van woonruimte
Paragraaf 3.7 Werkingsgebied Artikel 3.7.1 Vormen van toeristische verhuur In dit hoofdstuk worden de volgende vormen van toeristische verhuur onderscheiden: a. Vakantieverhuur als bedoeld in artikel 1.1 onder ccc; b. Bed & breakfast als bedoeld in artikel 1.1 onder d; Artikel 3.7.2 Registratienummer 1. Het is verboden woonruimte die in de gemeente Amstelveen ligt, aan te bieden voor een in artikel 3.7.1 genoemde vorm van toeristische verhuur, zonder daarbij het registratienummer van de woonruimte te vermelden, bedoeld in artikel 23a, eerste lid, van de wet. 2. Het registratienummer wordt aangevraagd via de website van de gemeente en met gebruikmaking van het daar te vinden aanvraagformulier. Artikel 3.7.3 Meldingsplicht en maximering aantal nachten toeristische verhuur 1. Het is verboden woonruimte die in de gemeente Amstelveen ligt voor een in artikel 3.7.1 genoemde vorm van toeristische verhuur in gebruik te geven zonder dat de aanbieder dit tevoren aan burgemeester en wethouders heeft gemeld in het digitale nachtregister. Daarop staat vermeld welke gegevens moeten worden verstrekt. 2.
Als burgemeester en wethouders iemand die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat een woonruimte reeds voor het toegestane aantal nachten in dat jaar in gebruik is gegeven voor toeristische verhuur, is het die dienstverlener voor de rest van het jaar verboden voor die woonruimte aanbiedingen voor toeristische verhuur te tonen. Artikel 3.7.4 Vergunning toeristische verhuur; overgangsbepaling 1. Het is verboden woonruimte in gebruik te geven voor de in artikel 3.7.1 genoemde vormen van toeristische verhuur zonder vergunning toeristische verhuur van burgemeester en wethouders of in afwijking daarvan.
Paragraaf 3.8 vergunningverlening Artikel 3.8.1 Aanvraag vergunning, weigeringsgronden, voorwaarden en voorschriften 1. Aanvragen voor vergunningen als bedoeld in artikel 3.7.4 worden ingediend door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor toeristische verhuur, op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze. 2. Op grond van de toepassing van artikel 25 van de wet (bibob-toets) kan de vergunning worden geweigerd. 3. De vergunning wordt geweigerd, als:
Pagina
29 van 37
a.
verlening van de vergunning naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het leefmilieu in de omgeving van de woonruimte, en daaraan niet kan worden tegemoetgekomen door het stellen van voorwaarden of voorschriften; of, b. de aanvrager al een vergunning voor toeristische verhuur heeft; of, c. de woonruimte waar de aanvraag op ziet in eigendom is van een toegelaten instelling; of, d. niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden. 4. Aan de vergunning voor vakantieverhuur worden de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden: a. de hoofdbewoner heeft de woonruimte als hoofdverblijf en staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen; b. de woonruimte wordt maximaal 30 nachten per kalenderjaar voor vakantieverhuur in gebruik gegeven; c. per verhuring wordt de ruimte maximaal 7 aaneengesloten nachten voor vakantieverhuur in gebruik gegeven; d. per nacht wordt aan maximaal vier personen onderdak verleend; e. de verhuur wordt tevoren gemeld in het digitale nachtregister van de gemeente Amstelveen; f. de verhuurder houdt een nachtregister bij conform artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; g.
de vergunning is geldig gedurende het kalenderjaar waarin deze is verleend en de eerste drie maanden van het daaropvolgende kalenderjaar, tenzij op de vergunning een andere geldigheidsduur wordt vermeld. 5. Aan de vergunning voor bed & breakfast worden de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden: a. de exploitant van de bed & breakfast heeft de woonruimte als hoofdverblijf en staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen; b. maximaal 30 procent van de vloeroppervlakte van de woning wordt voor bed & breakfast in gebruik gegeven; c. in de woonruimte worden maximaal twee kamers voor bed & breakfast in gebruik gegeven; d. op elke kamer zijn maximaal twee slaapplaatsen aanwezig; e. per verhuring worden de kamers maximaal 7 aaneengesloten nachten voor bed & breakfast in gebruik gegeven; f. per nacht wordt aan maximaal vier personen onderdak verleend; g. de verhuur wordt tevoren gemeld in het digitale nachtregister van de gemeente Amstelveen; h. de verhuurder houdt een nachtregister bij conform artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; i. op eigen terrein wordt voorzien in één parkeerplaats per kamer die voor bed & breakfast in gebruik wordt gegeven plus één parkeerplaats voor de hoofdbewoner; j. zelfstandige horeca-activiteiten en zelfstandige detailhandel in de woonruimte zijn niet toegestaan; k.
de vergunning is geldig gedurende het kalenderjaar waarin deze is verleend en de eerste drie maanden van het daaropvolgende kalenderjaar, tenzij op de vergunning een andere geldigheidsduur wordt vermeld. Artikel 3.8.2 Intrekken vergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 intrekken, indien: a. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; b. niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden en/of voorschriften;
Pagina
30 van 37
c. d.
niet wordt voldaan aan de registratieplicht, bedoeld in artikel 3.7.2; er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of e. de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken. 2. In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 intrekken, indien niet wordt voldaan aan het nachtencriterium of de meldplicht, bedoeld in artikel 3.7.3, eerste respectievelijk tweede lid. 3. In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4. intrekken, indien niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, gebruik is gemaakt van de vergunning. 4. Burgemeester en wethouders kunnen verleende vergunningen als bedoeld in artikel 3.7.4 wijzigen en verleende vergunningen intrekken indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten wijziging of intrekking nodig maken. Artikel 3.8.3 Jaarverbod van toeristische verhuur 1.
Als een toezichthouder een overtreding van artikel 3.7.2, 3.7.3 of 3.7.4 constateert en aan de betrokken aanbieder binnen het tijdvak van vijf jaren voorafgaand aan de constatering tweemaal of vaker een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van een van die artikelen, kunnen burgemeester en wethouders de aanbieder een verbod opleggen tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur gedurende hoogstens een jaar. 2. Dan kunnen burgemeester en wethouders tevens een aanwijzing geven aan iemand die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, om aanbiedingen voor toeristische verhuur van de betrokken aanbieder te blokkeren voor de periode waarvoor het verbod van het eerste lid geldt.
Afdeling IV Opkoopbescherming Artikel 3.9.1 Verhuurvergunning opkoopbescherming, aanwijzing beschermde woonruimte 1. Gedurende de periode van vier jaren na de datum (akte) van inschrijving is het verboden beschermde woonruimte te verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming van burgemeester en wethouders. 2. Onder beschermde woonruimte wordt begrepen, woonruimte; a. die gelegen is in de gemeente Amstelveen; b. waarvan de maximale WOZ-waarde voor middeldure koopwoningen gelijk is aan of lager is dan het bedrag, zoals geïndexeerd en gepubliceerd in het gemeenteblad voor 1 februari van elk jaar; c. die op de datum van inschrijving: i. vrij was van huur en gebruik; ii. in verhuurde staat was voor een periode van minder dan zes maanden, of iii. werd verhuurd met een verhuurvergunning opkoopbescherming; d. waarvan de datum van inschrijving na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel ligt; en, e. die niet in eigendom is van de gemeente of een toegelaten instelling. 3. Onder WOZ-waarde wordt verstaan: waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken en geldend op de datum (akte) van inschrijving. Artikel 3.9.2 Aanvraag verhuurvergunning opkoopbescherming Een aanvraag voor een verhuurvergunning opkoopbescherming wordt ingediend door gebruikmaking van het formulier dat te vinden is op de website van de gemeente Amstelveen.
Daarop staat vermeld welke gegevens moeten worden verstrekt.
Pagina
31 van 37
Artikel 3.9.3 Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming moet worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, moet de verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval worden verleend in de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a tot en met c, van de wet. 2. In de gevallen, genoemd in artikel 41, derde lid, onder a en b, van de wet, wordt de persoon aan wie de beschermde woonruimte wordt verhuurd en die de huurder is op grond van wiens hoedanigheid er recht is op de vergunning, in de vergunning genoemd. De vergunning vervalt van rechtswege zodra deze huurder niet de huurder is die in de beschermde woonruimte verblijft. Artikel 3.9.4 Gevallen waarin de verhuurvergunning opkoopbescherming kan worden verleend 1. Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming worden verleend indien: a. de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; b.
de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste twaalf maanden zijn woonadres in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; of c. Een toegelaten instelling woningen aankoopt bij een nieuwbouwproject om vervolgens te verhuren en dit ook aansluit bij het woonprogramma van het project; d. de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte; e. De woonruimte is aangekocht door een toegelaten instelling op grond van een terugkoopplicht, om vervolgens verhuurd te kunnen worden; f. Een toegelaten instelling woonruimte koopt voor verhuur in afwachting van herstructurering; g. De gemeente woonruimte aankoopt; h. De woonruimte in opdracht van de gemeente door een marktpartij of toegelaten instelling wordt aangekocht. 2.
Als artikel 43, eerste lid, van de wet (bibob-weigering) niet van toepassing is, kan de verhuurvergunning opkoopbescherming in bijzondere gevallen worden verleend als het belang dat gediend wordt met het verhuren van de beschermde woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarder moet wegen dan het belang van het behouden van de beschermde woonruimte voor de kopersmarkt. 3. In andere gevallen dan genoemd in het eerste en het tweede lid en artikel 3.9.4, kan de vergunning worden geweigerd. Artikel 3.9.5 Intrekken van de verhuurvergunning opkoopbescherming Behalve op grond van artikel 44, eerste lid, van de wet (bibob-intrekking), kan een verhuurvergunning opkoopbescherming in elk geval ook worden ingetrokken: a. als blijkt dat de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens en zou zijn geweigerd als de juiste of de volledige gegevens bekend waren geweest; b. indien het bloed- of aan verwantschap wijzigt en er daardoor geen sprake meer van is.
Pagina
32 van 37
Hoofdstuk 4 Verdere bepalingen
Paragraaf 4.1 Wijzigingen Artikel 4.1.1 Overleg bij wijziging Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening plegen burgemeester en wethouders overleg met burgemeester en wethouders van de andere regiogemeenten, met de in de woningmarktregio werkzame toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de woningmarktregio werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting.
Paragraaf 4.2 Verslaglegging en monitoring Artikel 4.2.1 Verstrekken van inlichtingen Burgemeester en wethouders verstrekken aan burgemeester en wethouders van de andere regiogemeenten de inlichtingen, die nodig zijn voor een juiste afstemming over de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening uitvoeren.
Paragraaf 4.3 Handhaving en toezicht Artikel 4.3.1 Handelen in strijd met onttrekkingsvergunning Hij die handelt in strijd met enig aan de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet verbonden voorschrift, wordt geacht zonder vergunning te hebben gehandeld. Artikel 4.3.2 Bestuurlijke boete 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, 21, 22, 23a, 23b, 23c, 23e en 41 van de wet of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 van de wet. 2. Burgemeester en wethouders leggen een boete op: a. voor de eerste overtreding van de in artikel 8 van de wet overeenkomstig kolom A van de in bijlage 2 opgenomen tabel 1; b. voor de eerste overtreding van artikel 21, aanhef en onder a, b, c of d 23a, 23b, 23c, 23e en 41 van de wet overeenkomstig kolom A van de in bijlage 2 genoemde tabel 2; c. voor de tweede en volgende overtreding van de artikelen genoemd in het eerste lid binnen drie jaar na de eerste overtreding overeenkomstig kolom B van de in bijlage 2 genoemde tabel 1 of 2; d. voor het overtreden van artikel 24 van de wet zoals verwoord in artikel 3.3.2. en 3.8.1 van deze verordening overeenkomstig de in bijlage 2 genoemde tabel 3.
Paragraaf 4.4 Restbepalingen Artikel 4.4.1 Experimenten woningvoorraad De gemeenteraad is bevoegd, op voorstel van burgemeester en wethouders, voor een bepaalde periode af te wijken van (onderdelen van) deze verordening ten behoeve van experimenten in het belang van de volkshuisvesting, mits niet in strijd met de wet of het besluit. Artikel 4.4.2 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.
Pagina
33 van 37
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 5.1 Overgangsbepalingen beschikkingen 1. Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening verleend, gelden als vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in de verordening op grond waarvan de vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaring en indicaties zijn verleend. 2. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening blijft van toepassing op een vergunning als bedoeld in artikel 7 of 21 van de wet of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. 3. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening blijft van toepassing op een beschikking tot toepassing van een bestuurlijke sanctie, genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingswet, of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. 4.
De voor inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde beleids- en uitvoeringsregels blijven onverkort van toepassing indien ze door de inwerkingtreding van deze verordening niet worden gewijzigd. Artikel 5.2 Overgangsbepalingen omzetten inschrijfduur naar woonpunten 1. De inschrijfduur van een woningzoekende als bedoeld in artikel 2.2.4 tweede lid wordt bij de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening omgezet naar woonpunten in de verhouding 1:1. 2. Woonpunten als gevolg van omgezette woonduur gelden uitsluitend als de kandidaat nog woont in de woonruimte waar de woonduur is opgebouwd en deze leeg oplevert bij verhuizing. 3. De woonpunten die zijn ontstaan door in inschrijfduur omgezette woonduur vervallen op 1 juli 2030. Artikel 5.3 overgangsbepaling woningdelen 1. Alle houders van een omgevingsvergunning voor woningdelen zoals afgegeven op basis van een omgevingsplan van de gemeente Amstelveen hebben 12 maanden na inwerkingtreden van de verordening om een vergunning te verkregen zoals bepaald in artikel 3.1.2, lid 3. 2. Na deze 12 maanden zoals genoemd in bovenstaand lid, kan de gemeente handhavend optreden bij het ontbreken van een onttrekkings- of omzettingsvergunning. Artikel 5.4 Inwerkingtreding 1. Deze verordening vervalt na de inwerkingtreding van een nieuwe huisvestingsverordening of op 1 december 2029. 2.
De Huisvestingsverordening gemeente Amstelveen 2022 wordt ingetrokken per de datum waarop de Huisvestingsverordening gemeente Amstelveen 2025 in werking treedt. Artikel 5.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening gemeente Amstelveen 2025.
Pagina
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 november 2025. De griffier, Debby de Heus De voorzitter, Tjapko Poppens
34 van 37
Pagina
35 van 37
Bijlage 1 behorende bij artikel 2.3.3.
Woning met aantal kamers
Huishouden dat minimaal bestaat uit
1 2
1 persoon 1 persoon, maximaal 2 personen, geen kinderen 1 persoon, maximaal 4 personen, waarvan maximaal 2 kinderen 4 personen, waarvan maximaal 3 kinderen 5 personen, waarvan maximaal 4 kinderen
3 4 5
Pagina
36 van 37
Bijlage 2 behorende bij artikel 4.3.2. Bestuurlijke Boete
Tabel 1 bestuurlijke boete onrechtmatig in gebruik geven van woonruimte
In gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning door de huurder In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning
In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning
Wettelijke bepaling Huisvestingswet
Omstandigheid
Kolom A
Kolom B
Boete
Recidive Overtreding, 3 jaar na de eerste overtreding
8, eerste lid
n.v.t.
€ 450,--
n.v.t.
8, tweede lid
Door huurder of eigenaar met één woning in de verhuur Door huurder of verhuurder met meer dan één woning in de verhuur Door een huurder tegen een hogere huurprijs dan door hemzelf feitelijk wordt betaald
€ 4.500,--
€ 6.200,--
€ 9.000,--
€ 12.400,--
€18.000,--
€ 22.500,--
8, tweede lid
8, tweede lid
Pagina
Tabel 2
bestuurlijke boete wijzigingen in de woonruimtevoorraad
Woningonttrekking
Boete
Recidive Overtreding, 3 jaar na de eerste overtreding
21, 24 en 35
Geheel of gedeeltelijk onttrekken van woonruimten aan de woonruimtevoorraad Publicatie advertentie zonder registratienummer Overschrijden maximumaantal nachten per jaar Toeristische verhuur zonder melding vooraf
€ 22.500,--
€ 22.500,--
€ 500,--
€ 1.000,--
€ 2.500,--
€ 15.000,--
€ 1.000,--
€ 6.500,--
Toeristische verhuur zonder vergunning
€ 7.500,--
€ 22.500,--
Overtreden publicatieverbod Verbod verhuren beschermde woonruimte zonder verhuurvergunning
€ 1.000,--
€ 9.000,--
€22.500,--
€90.000,--
Toeristische verhuur
23b eerste lid en 35
Toeristische verhuur Opkoopbescherming
Kolom B
Omstandigheid
23a eerste lid en 35
Toeristische verhuur
Kolom A
Wettelijke bepaling Huisvestingswet
Toeristische verhuur
Toeristische verhuur
37 van 37
23b tweede lid en 35 23c eerste lid en 35 23e en 35 41 eerste lid en 45
Tabel 3 bestuurlijke boete bij het overtreden van een voorwaarde of voorschrift zoals genoemd in artikel 3.3.2 of 3.8.1 van de verordening
Wettelijke bepaling Huisvestingswet
Boete
3.3.2 a t/m j
21, 24 en 35
€ 5.625,- per overtreden voorwaarde
3.8.1 derde t/m vijfde lid
23c, 24 en 35
€ 5.625,- per overtreden voorwaarde