CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage-1-BP-7 Flora en faunaonderzoek

Raadsdebat Raadzaal 18 mei 2022, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan De Scheg Oost7.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUURTOETS WET NATUURBESCHERMING, ONDERDEEL SOORTEN DE SCHEG, AMSTELVEEN

NATUURTOETS WET NATUURBESCHERMING, ONDERDEEL SOORTEN DE SCHEG, AMSTELVEEN

Opdrachtgever Contactpersoon

Gemeente Amstelveen Mevrouw S. Kuijs

RPS advies- en ingenieursbureau bv Referentienummer Projectleider Auteur Gecontroleerd door Datum Versie

1600006A13-R18-666 Mw. M. van Rensen Dhr. J. Willemsen Mw. S. Tummers 25 september 2018 Definitief

paraaf voor akkoord:

__________________________________ Marijn van Rensen projectleider

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 3 van 20

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4 1.1. Aanleiding .......................................................................................................................... 4 1.2. Wettelijk kader ................................................................................................................... 4 1.3. Doel van het onderzoek ..................................................................................................... 4 1.4. Onderzoeksvragen............................................................................................................. 4 1.5. Leeswijzer .......................................................................................................................... 5

2.

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................. 6 2.1. Ligging en omschrijving projectgebied .............................................................................. 6 2.2. Werkzaamheden en planning ............................................................................................ 6

3.

METHODE ....................................................................................................................................... 8 3.1. Literatuuronderzoek ........................................................................................................... 8 3.2. Veldonderzoek ................................................................................................................... 8 3.3. Onderzoek rugstreeppad ................................................................................................... 8 3.4. Onderzoek vleermuizen ..................................................................................................... 9 3.5. Analyse .............................................................................................................................. 9

4.

AANWEZIGE OF TE VERWACHTEN SOORTEN ........................................................................10 4.1. Vaatplanten ......................................................................................................................10 4.2. Mossen en korstmossen ..................................................................................................10 4.3. Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................10 4.4. Vleermuizen .....................................................................................................................11 4.4.1. Algemeen .........................................................................................................................11 4.4.2. Vleermuisonderzoek Legmeerdijk 198 ............................................................................11 4.5. Vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats........................11 4.6. Broedvogels .....................................................................................................................12 4.7. Vissen ..............................................................................................................................13 4.8.

Amfibieën .........................................................................................................................13 4.9. Reptielen ..........................................................................................................................13 4.10. Ongewervelde diersoorten ...............................................................................................14

5.

EFFECTENANALYSE ...................................................................................................................15 5.1. Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................15 5.2. Vleermuizen .....................................................................................................................15 5.3. Vogels ..............................................................................................................................15 5.4. Amfibieën .........................................................................................................................16

6.

MAATREGELEN............................................................................................................................17 6.1. Zorgplicht .........................................................................................................................17 6.2. Verstoring algemene broedvogels ...................................................................................17 6.3. Rugstreeppad ..................................................................................................................17

7.

CONCLUSIE ..................................................................................................................................19

8.

BRONNEN .....................................................................................................................................20

BIJLAGEN: 1 2 3 4

Natuurwetgeving Foto’s projectgebied Gegevens Quickscanhulp Verspreidingskaart vleermuisonderzoek

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 4 van 20

1. 1.1.

INLEIDING Aanleiding

De gemeente Amstelveen is voornemens om in de Noorder Legmeer Polder, ten zuiden van de huidige bebouwing van Amstelveen, de nieuwe woonwijk ‘De Scheg’ te realiseren. Ten behoeve hiervan wordt een aantal agrarische percelen omgevormd en zal bestaande bebouwing deels worden afgebroken. Het projectgebied dat voor deze rapportage is onderzocht, bestaat uit een westelijk deelgebied en een oostelijk deelgebied. Het gehele projectgebied ligt ten zuiden van de wijk Westwijk in Amstelveen. 1.2.

Wettelijk kader

Bij ruimtelijke ingrepen zoals het bouwrijp maken en het bouwen van gebouwen moet worden getoetst of er sprake is van strijdigheid met de Nederlandse natuurwetgeving. Bij dit project moet rekening worden gehouden met het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming (Wnb). In bijlage 1 is het kader van de Wet natuurbescherming opgenomen. De onderdelen Gebieden en Houtopstanden van de Wnb zijn hier niet van toepassing, omdat het projectgebied niet in of nabij een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied ligt en er geen bos van minimaal 10 are of een bomenrij van minimaal 21 bomen (buiten de bebouwde kom) wordt geveld. Het projectgebied ligt daarnaast niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waardoor ook de planologische gebiedsbescherming niet aan de orde is. 1.3.

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in de beschermde planten- en diersoorten die voorkomen of kunnen voorkomen in het projectgebied en wat de effecten zijn van de ingreep op deze soorten. De natuurtoets moet duidelijkheid geven of een aanvraag voor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. 1.4.

Onderzoeksvragen

De uitvoering van de werkzaamheden kan gevolgen hebben voor de ter plaatse voorkomende strikt beschermde flora en fauna. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. De onderzoeksvragen zijn daarom als volgt: ▪ Zijn in de bomen, struiken en lage vegetatie beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming aanwezig of op basis van de aanwezige biotopen niet uit te sluiten? ▪ Zijn langs het projectgebied beschermde soorten of nesten van vogels aanwezig binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden of niet uit te sluiten? ▪ Zijn beschermde soorten aangetoond met de uitgevoerde onderzoeken naar rugstreeppad en vleermuizen? ▪ Kunnen negatieve effecten in het licht van de Wet natuurbescherming worden uitgesloten? ▪ Kunnen, indien negatieve effecten niet zonder meer uit te sluiten zijn, voorzorgsmaatregelen genomen worden om zo een overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen? ▪ Kunnen, indien het optreden van negatieve effecten zelfs door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet uitgesloten kan worden, mitigerende maatregelen worden genomen om de negatieve effecten te verzachten? ▪ Is het aanvragen van een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming aan de orde?

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 5 van 20

1.5.

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de ligging van het projectgebied beschreven, daarnaast zijn de voorgenomen werkzaamheden en planning opgenomen. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de aanwezige of te verwachten soorten in het projectgebied, in hoofdstuk 5 is de effectenbeoordeling opgenomen. Hoofdstuk 6 beschrijft de te nemen voorzorgsmaatregelen. Tot slot zijn in hoofdstuk 7 de conclusie en het advies opgenomen.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 6 van 20

2. 2.1.

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN Ligging en omschrijving projectgebied

Het projectgebied bestaat uit een westelijk deelgebied en een oostelijk deelgebied. In figuur 2.1 is de ligging van deze deelgebieden weergegeven. Het projectgebied is gelegen in De Scheg (zuidwestelijk van Amstelveen), dit ligt ten zuiden van de J.C. van Hattumweg in Amstelveen. Ten noorden van het projectgebied ligt de woonwijk Westwijk. Ten oosten ligt de N521 en de Bovenkerkerpolder. Het projectgebied grenst aan een kassengebied, het oostelijk deelgebied grenst daarnaast aan de zuidkant aan een akker. Het projectgebied betreft open terreinen zonder bomen, struiken en ruigtes. De grond in de deelgebieden bestaat vooral uit stevige kleigrond. De grond wordt in de huidige situatie gebruikt als landbouwgrond. Aan de randen van de onderzochte deelgebieden liggen verschillende sloten die ondiep zijn en oevervegetatie bevatten. Langs de J.C. van Hattumweg, grenzend aan het oostelijke deelgebied, ligt een boerderij met bomen en struiken. Langs de J.C. van Hattumweg, grenzend aan het westelijk deelgebied, liggen enkele woningen met de daarbij behorende tuinen. Langs de Legmeerdijk staan, langs de westelijke zijde van het westelijkdeelgebied, ook enkele woningen en overige opstallen. In de omgeving van het projectgebied zijn langs de wegen bomenrijen aanwezig, met uitzondering van de J.C. van Hattumweg waar geen bomenrijen langs staan.

In de omringende woonwijken zijn bomen en struiken aanwezig alsmede sloten en plassen met oevervegetatie en waterplanten.

Figuur 2.1: ligging projectgebied (rode omlijning)

2.2.

Werkzaamheden en planning

Het projectgebied wordt voorbereidt op de aanleg van de bebouwing voor een woonwijk, met de daarbij behorende infrastructuur en groenvoorziening. Uitgezonderd de gebouwen van Legmeerdijk 198 te Amstelveen, blijft overige bebouwing langs de grenzen van het projectgebied behouden.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 7 van 20

Een watergang in het westelijk deelgebied wordt gedempt. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van het opstellen van dit rapport niet bekend. In deze rapportage worden de effecten beschreven die de werkzaamheden in verschillende perioden van het jaar kunnen hebben op de aanwezige flora en fauna en welke maatregelen getroffen moeten worden om beschadiging of verstoring van de flora en fauna tot het minimum te beperken.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 8 van 20

3.

METHODE

De basis voor de effectenanalyse wordt gevormd door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten- en diersoorten binnen het projectgebied. Hiervoor is enerzijds een bureaustudie uitgevoerd naar bestaande, beschikbare verspreidingsgegevens, anderzijds heeft een veldonderzoek plaatsgevonden. Onderstaand is de onderzoeksmethode voor dit project beschreven. 3.1.

Literatuuronderzoek

Grote delen van Nederland zijn in de afgelopen jaren reeds onderzocht op aanwezige beschermde soorten. De gegevens afkomstig van deze onderzoeken worden grotendeels gepubliceerd in boeken (soortverspreidingsatlassen), rapportages of zijn op internet te raadplegen via Quickscanhulp.nl. Voor dit project is gebruik gemaakt van gegevens uit de Quickscanhulp, landelijke soortverspreidingsatlassen en relevante internetpagina’s. Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wat betreft verspreiding wel of niet in het plangebied kan voorkomen. Quickscanhulp.nl geeft aan op welke afstand beschermde soorten in relatie tot het plangebied zitten. De applicatie geeft niet weer waar welke soorten zitten, wanneer ze zijn waargenomen en hoe ze zijn waargenomen. Voor Quickscanhulp.nl worden alleen gevalideerde waarnemingen gebruikt, de Gegevensautoriteit Natuur (GAN) staat hiervoor in. Door bestaande verspreidingsgegevens te raadplegen, wordt inzicht verkregen in de aanwezige beschermde soorten in of in de directe omgeving van het projectgebied. De beschikbare gegevens dienen beoordeeld te worden op de bruikbaarheid.

Verspreidingsgegevens van vissen, amfibieën, reptielen, zoogdieren, vogels, insecten en weekdieren mogen maximaal 5 jaar oud zijn, van planten maximaal 10 jaar. Hierbij gelden echter enkele uitzonderingen waardoor verspreidingsgegevens van sommige soorten niet ouder dan 1 of 3 jaar mogen zijn. 3.2.

Veldonderzoek

Inzicht in het voorkomen van beschermde soorten en habitatgeschiktheid is aanvullend verkregen door het uitvoeren van een oriënterend veldonderzoek. Het oriënterend veldonderzoek voor dit project heeft op 30 april 2018 plaatsgevonden. De inventarisatie is uitgevoerd door Jasper Willemsen, hij is werkzaam als ecoloog bij RPS. Tijdens dit veldonderzoek zijn de aanwezige biotopen en terreinkenmerken geïnventariseerd en zijn aanwezige beschermde en bedreigde planten- en diersoorten genoteerd. Met de gegevens die verkregen zijn uit dit veldonderzoek is beoordeeld of de planten- en diersoorten, die in de bestaande gegevens zijn genoemd, ook daadwerkelijk in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. 3.3.

Onderzoek rugstreeppad

Op basis van de uitkomsten van het onderzoek op 30 april 2018 is naar voren gekomen dat niet alleen verschillende algemeen beschermde amfibieën in en rond het projectgebied voorkomen, maar dat ook melding gemaakt wordt van het voorkomen van rugstreeppad. De rugstreeppad is een amfibieënsoort van duingebieden maar ook van gebieden waar door werkzaamheden zand en aarde het gebied in gebracht worden waardoor een pionierssituatie ontstaat met veel los zand en zandlichamen. Aangezien voor de werkzaamheden zand naar het projectgebied wordt aangevoerd, is het mogelijk dat geschikte omstandigheden voor deze soort ontstaan. In verband met bekende waarnemingen van rugstreeppad in de directe omgeving van het projectgebied is een gericht onderzoek naar rugstreeppad uitgevoerd. Zowel het oostelijke als het westelijke deel van het projectgebied is onderzocht op de aanwezigheid van rugstreeppadden.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 9 van 20

Het onderzoek naar het voorkomen van rugstreeppadden is uitgevoerd door Jasper Willemsen, werkzaam als ter zake kundige op het gebied van deze soort. Hiervoor zijn drie controles uitgevoerd. Tabel 3.1: onderzoeksrondes rugstreeppad met weersomstandigheden

Datum 30 april 2018

Tijdstip 20.00-23.30u

Neerslag lichte regen

Temperatuur 20oC

Bewolking bewolkt

4 mei 2018 20 juni 2018

20.00-23.30u 20.00-23.30u

droog droog

23oC 24oC

onbewolkt onbewolkt

De toegepaste methode is het waarnemen op basis van geluid (koorzang en overige geluiden). De rugstreeppad is nachtactief, de onderzoeken vonden plaats tussen 20.00 uur en 23.30 ’s nachts. Rugstreeppadden kennen een lange periode waarin voortplanting plaats kan vinden. Voor het inventariseren van voortplantingswateren van rugstreeppadden is het luisteren naar kooractiviteit het meest gebruikelijk. De meeste kooractiviteiten vinden op “goede” avonden in de tweede helft van april en in mei plaats. Op minimaal twee avonden in deze periode moet geluisterd worden naar kooractiviteit. Het luisteren naar kooractiviteiten is gebeurd bij geschikte weersomstandigheden. Daarnaast is getracht de soort op zicht waar te nemen, met behulp van een zaklamp en een RAVONsteeknet, waarmee steekproefsgewijs de sloten aan de randen van het projectgebied zijn bemonsterd. Om aanwezigheid uit te sluiten is in juni-juli nogmaals bij geschikte omstandigheden geluisterd. Indien eenmaal aanwezigheid is aangetoond, zijn vervolgrondes niet noodzakelijk. 3.4.

Onderzoek vleermuizen

Vanwege de sloop van de gebouwen aan de Legmeerdijk 108 is een onderzoek naar aanwezigheid van vleermuizen uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd conform het vastgestelde Vleermuisprotocol (versie maart 2017). Werken volgens het Vleermuisprotocol geeft een hoge mate van zekerheid dat de inventarisaties van voldoende kwaliteit zijn om een eventuele ontheffingsaanvraag te onderbouwen. Het projectgebied is in de periode 15 april – 15 september viermaal gedurende twee tot vier uur onderzocht, gebruik makend van een batdetector (type: Petterson D240x) en opnameapparatuur (Tascam DR-05). Hierbij is minimaal één bezoek in de kraamperiode uitgevoerd, en zit minimaal 8 weken tussen het eerst een het laats bezoek. Van myoten en grootoorvleermuizen worden een of meerdere geluidsopnamen gemaakt. Tabel 3.1: onderzoeksrondes vleermuizen met weersomstandigheden

Datum 5 mei 2018

Tijdstip ochtend

Neerslag droog

Temperatuur 9 oC

Bewolking onbewolkt

Windkracht 1 bft

20 juni 2018 19 augustus 2018

avond middernacht

droog droog

20oC 17oC

half bewolkt bewolkt

1 bft 1 bft

15 september 2018

middernacht

droog

13oC

bewolkt

2 bft

3.5.

Analyse

In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. Wanneer bekend is welke soorten in het projectgebied aanwezig zijn of verwacht mogen worden, is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Het betreft hier een beschrijving van verwachte tijdelijke negatieve effecten en/of negatieve effecten op langere termijn als gevolg van de werkzaamheden.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 10 van 20

4.

AANWEZIGE OF TE VERWACHTEN SOORTEN

Hieronder is beschreven welke beschermde of bedreigde soorten in het gebied voorkomen of verwacht kunnen worden. Onderstaande is het resultaat van de bureaustudie en het veldonderzoek. Afhankelijk van in welke periode van het jaar het veldonderzoek heeft plaatsgevonden, is het mogelijk om per soort aan te geven wat de functie van het projectgebied is voor de soort (bijvoorbeeld leef-, voortplantings- en/of foerageergebied). In bijlage 2 zijn foto’s weergegeven van het projectgebied. 4.1.

Vaatplanten

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat kartuizer anjer, naakte lathyrus en wilde ridderspoor als beschermde vaatplanten in en direct rondom het projectgebied voorkomt. Kartuizer anjer, naakte lathyrus en wilde ridderspoor zijn soorten van wegbermen, ruigtes en open terreinen met laag gras en grondvegetatie. In het projectgebied zijn geen van deze biotopen aanwezig. De grond is bewerkt en er groeien geen wilde planten in het projectgebied. Geschikte grond is voor deze soorten aanwezig aan de randen van het projectgebied langs de J.C. van Hattumweg in het noorden en langs de dijk ten westen van het oostelijk deelgebied. Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde planten waargenomen. Soorten zoals riet, Engels raaigras, gewoon varkensgras en gewone paardenbloem zijn waargenomen langs de sloten en de bermen van de wegen rondom het projectgebied. In het projectgebied zelf zijn geen planten waargenomen (zie bijlage 2), omdat de grond zwaar bewerkt is. De waargenomen soorten aan de randen van het projectgebied zijn algemeen in Nederland voorkomende soorten. De zwaar bewerkte grond is ongeschikt voor beschermde vaatplanten. 4.2.

Mossen en korstmossen

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat geen beschermde mossen en korstmossen in en rond het projectgebied voorkomen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde mossen en korstmossen waargenomen. Een soort zoals gewone dikkopmos is waargenomen langs de sloot aan de westkant van het oostelijk deelgebied. Dit is een algemeen in Nederland voorkomende soort. Door de afwezigheid van geschikt biotoop voor beschermde mossen en korstmossen is het voorkomen van mossen en korstmossen in het projectgebied en de directe omgeving uitgesloten. 4.3.

Grondgebonden zoogdieren

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat verschillende algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren in en rond het projectgebied voorkomen zoals bosmuis, dwergmuis, egel, haas, hermelijn, konijn, rosse woelmuis en veldmuis. Tijdens het veldonderzoek zijn geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Ook zijn geen sporen waargenomen die duiden op aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren. Geschikt biotoop voor verschillende muizensoorten is aanwezig. Vooral langs de sloten en in de wegbermen zijn geschikte biotopen aanwezig. De landbouwpercelen in het projectgebied zijn zwaar bewerkt, welke open is en waar ten tijde van het veldonderzoek geen vegetatie op staat. Het is echter niet uitgesloten dat verschillende muizensoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden voorkomen.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 11 van 20

4.4.

Vleermuizen

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat verschillende vleermuizen in en rond het projectgebied kunnen voorkomen. Soorten zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis zijn bekend. 4.4.1. Algemeen Vaste rust- en/of verblijfplaatsen Tijdens het veldonderzoek zijn in het projectgebied zelf geen geschikte vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor vleermuizen waargenomen. Het open terrein in het westelijk en oostelijk deelgebied heeft geen geschikte bomen of gebouwen waar vleermuizen in kunnen voorkomen. Geschikte vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn de gebouwen van een boerderij aan de noordzijde van het projectgebied. Deze boerderij heeft verschillende spleten, gaten en openingen waar vleermuizen een verblijfplaats kunnen vinden. De woonwijk ten noorden van het projectgebied biedt geschikte gebouwen welke een functie kunnen hebben als vaste rust- en/of verblijfplaats voor vleermuizen. Foerageergebied en vaste vliegroutes Het projectgebied heeft geen directe functie als foerageergebied en vaste vliegroutes voor vleermuizen, vanwege de grootschaligheid en het ontbreken van houtige vegetatie, opgaande lijnvormige vegetatie en brede watergangen met een soortenrijke oever- en watervegetatie. Rondom het projectgebied (langs de Bovenkerkerweg, J.C.

van Hattumweg, Noorddammerweg en Legmeerdijk) waar bomenrijen aanwezig zijn, kunnen wel vliegroutes en foerageergebied voor verschillende vleermuizen aanwezig zijn. 4.4.2. Vleermuisonderzoek Legmeerdijk 198 Vanwege de sloop van de gebouwen aan de Legmeerdijk 198 is een vleermuisonderzoek uitgevoerd. Met dit onderzoek zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen in de gebouwen vastgesteld. In beperkte mate zijn foeragerende en passerende exemplaren van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Alle vleermuizen zijn slechts enkele seconden waargenomen, waarna zij weer wegvlogen naar de omgeving buiten het onderzoekgebied. Deze beperkte activiteit bevestigd de afwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats. Daarnaast kan worden geconcludeerd dat het projectgebied geen functie heeft als essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute. 4.5.

Vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat verschillende vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats in en rond het projectgebied vermeld zijn. De soorten boomvalk, buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil, slechtvalk, wespendief en ooievaar zijn vermeld. Huismus en gierzwaluw Tijdens het veldonderzoek is alleen de huismus waargenomen. De huismus komt vooral voor in bebouwd gebied zoals woonwijken. De enige locatie waar de soort is waargenomen is bij de boerderij die in het noorden grenst aan het oostelijk deelgebied en ten noorden van het projectgebied in de woonwijk. In de woonwijk ten noorden van het projectgebied zijn geschikte locaties waargenomen voor gierzwaluw. In het projectgebied zelf zijn geen geschikte locaties aanwezig, door ontbreken van geschikte bebouwing. Bij de boerderij grenzend aan het projectgebied zijn geen geschikte nestlocaties waargenomen voor gierzwaluw.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 12 van 20

Kerkuil Kerkuil broedt vooral in nestkasten bij boerderijen. Een geschikte nestlocatie voor kerkuil is bij de boerderij aan de J.C. van Hattumweg, grenzend aan het projectgebied. Tijdens het veldonderzoek zijn geen nestkasten waargenomen en mogelijk maken ze gebruik van geschikte broedlocaties in de bijbehorende schuur. Ten tijde van het vleermuizenonderzoek aan de Legmeerdijk 198 is op verzoek van de eigenaar een schuur aan de binnenzijde bezocht, hier zijn braakballen van kerkuil gevonden. Ten tijde van de verschillende onderzoeksrondes voor het vleermuisonderzoek is de kerkuil echter niet waargenomen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de schuur aan de Legmeerdijk 198 geen functie meer heeft voor de kerkuil. Kerkuil maakt mogelijk gebruik van het projectgebied om te foerageren. Roek, wespendief en buizerd Soorten als roek, wespendief en buizerd broeden in bomen. Rond het projectgebied zijn meerdere geschikte nestlocaties voor deze soorten aanwezig. Roeken zijn echte koloniebroeders en bouwen redelijk slordige nesten in de toppen van hoge bomen. Noch de soort, noch de nesten zijn waargenomen in of nabij het projectgebied. Buizerd maakt meestal nesten hoog in een boom, vooral populieren of essen worden hiervoor gebruikt. In het projectgebied staan geen geschikte bomen waar buizerds in kunnen broeden. Van deze soort zijn geen nesten in of rond het projectgebied waargenomen.

Wespendief broedt net als de roek en buizerd in toppen van bomen. Noch de soort, noch zijn nesten in en rond het projectgebied waargenomen. Boomvalk Boomvalk broedt vooral in toppen van bomen of hoogspanningsmasten. In bomen broedt de boomvalk graag in bebost gebied en niet in individuele bomen. In de aanwezige hoge bomen rondt het projectgebied zijn geen nesten van boomvalk waargenomen en hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig in het projectgebied. Slechtvalk Slechtvalk broedt vooral op grote hoogte in hoogspanningsmasten, kerktoren en andere hoge gebouwen. Geen van deze geschikte nestlocaties zijn aanwezig in en rond het projectgebied. Ooievaar Ooievaar broedt vooral op kunstmatige nesten of in hoogspanningsmasten. Geen van deze geschikte nestlocaties zijn aanwezig in en rond het projectgebied. Voor bovenstaande soorten kan het projectgebied incidenteel onderdeel uitmaken van een groter foerageergebied. 4.6.

Broedvogels

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat broedvogels in en rond het projectgebied voorkomen. Het betreft de soorten zoals merel, kauw, zwarte kraai, ekster, heggenmus, tjiftjaf, kievit en kokmeeuw. Tijdens het veldonderzoek zijn deze verschillende broedvogels waargenomen. Dit zijn algemeen voorkomende soorten in Nederland. Tijdens het veldonderzoek zijn geen nesten waargenomen van de verschillende vogelsoorten. De locaties waar nesten kunnen voorkomen is in houtige vegetatie rondom

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 13 van 20

bebouwing aan de buitengrenzen van het projectgebied en in watergangen waar oevervegetatie aanwezig is. Algemene broedvogels gebruiken het projectgebied vooral als foerageergebied en niet specifiek als broedbiotoop. 4.7.

Vissen

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat geen beschermde vissoorten in en rond het projectgebied zijn vastgesteld. Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde vissen waargenomen. Alleen tiendoornige stekelbaarsje is gevangen. De watergangen rondom en in het westelijk- en oostelijk deelgebied zijn ondiep, hebben veel begroeiing aan de rand en in het water zijn weinig tot geen waterplanten aangetroffen. Het is uitgesloten dat beschermde vissensoorten voorkomen in en aan de rand van het projectgebied. 4.8.

Amfibieën

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat verschillende algemeen beschermde amfibieën in en rond het projectgebied voorkomen. Soorten zoals gewone pad, meerkikker, bastaardkikker en kleine watersalamander zijn bekend. Daarnaast wordt melding gemaakt van rugstreeppad in en rond het projectgebied. Tijdens het veldonderzoek voor de algemene quickscan zijn geen amfibieën waargenomen. In het projectgebied zijn geen poelen aanwezig waar amfibieën kunnen voorkomen. De watergangen rondom en in het westelijk- en oostelijk deelgebied zijn ondiep en hebben veel vegetatie waardoor deze geschikt zijn voor verschillende amfibieën. Rugstreeppad De rugstreeppad is een amfibieënsoort van duingebieden maar ook van gebieden waar door werkzaamheden zand en aarde het gebied in gebracht worden waardoor een pionierssituatie ontstaat met veel los zand en zandlichamen. Geen van deze omstandigheden zijn aanwezig in het projectgebied en tijdens het veldonderzoek zijn zowel in het westelijk als het oostelijk deelgebied geen rugstreeppadden waargenomen. De aanwezige grond bestaat uit klei. Deze substantie is zeer stevig waardoor rugstreeppadden moeite hebben om zich in de grond te kunnen ingraven. De soort heeft een voorkeur voor zandgronden waar hij makkelijk zichzelf kan ingraven voor onder andere overwintering.

Aangezien voor de werkzaamheden zand naar het projectgebied wordt aangevoerd is aanvullend onderzoek naar rugstreeppad uitgevoerd in de directe omgeving van het projectgebied. Om de aanwezigheid van de soort na te gaan, heeft gericht onderzoek plaatsgevonden tijdens geschikte weersomstandigheden. Tijdens de onderzoeken naar (voortplantingsactiviteit van) rugstreeppad zijn, zowel in het westelijk als het oostelijk deelgebied, in alle drie de rondes géén rugstreeppadden gehoord. Ze zijn daarnaast ook niet gezien of gevangen in de watergangen in de directe omgeving, welke bemonsterd zijn door middel van het RAVON-steeknet. 4.9.

Reptielen

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat alleen ringslang in en rond het projectgebied bekend is. Tijdens het veldonderzoek zijn geen reptielen waargenomen. De aanwezige biotopen in en in de directe omgeving van het projectgebied zijn ongeschikt voor reptielen. Het voorkomen van beschermde reptielen is derhalve uitgesloten.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 14 van 20

4.10.

Ongewervelde diersoorten

Tijdens de bureaustudie en het analyseren van de verspreidingsgegevens is naar voren gekomen dat geen beschermde ongewervelde diersoorten in en rond het projectgebied voorkomen. Tijdens het veldonderzoek zijn geen ongewervelde diersoorten waargenomen. In de watergangen ten westen en oosten van het projectgebied zijn enkele schrijvertjes en bootsmannetjes gevangen. Dit zijn algemeen in Nederland voorkomende soorten. Overige soorten zoals verschillende vlinder- en libellensoorten komen niet voor in het projectgebied. De afwezigheid van geschikte waardplanten, afwezigheid van enige vegetatie en zeer open landschap maakt het projectgebied ongeschikt voor beschermde vlinders en libellen.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 15 van 20

5.

EFFECTENANALYSE

Van de soortgroepen grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels en amfibieën zijn in dit hoofdstuk de mogelijke effecten beschreven. Voor de overige soortgroepen geldt dat deze niet verwacht worden in of in de directe omgeving van het projectgebied, waardoor een effectanalyse daarop aan de orde is. 5.1.

Grondgebonden zoogdieren

Op basis van het uitgevoerde onderzoek worden geen streng beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht in het projectgebied of de directe omgeving. Wel worden algemene grondgebonden zoogdieren binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden verwacht. Door maai- en graafwerkzaamheden wordt leefgebied van de algemene grondgebonden zoogdieren ongeschikt en kunnen de soorten tijdelijk negatieve effecten ondervinden (wegnemen verblijfplaatsen, verwonding en doden van individuen). In de directe omgeving blijft geschikt leefgebied aanwezig voor deze soorten. Afhankelijk van de toekomstige inrichting van het projectgebied, is op de lange termijn meer of minder geschikt leefgebied beschikbaar voor algemene grondgebonden soorten. De algemene grondgebonden zoogdieren zijn vrijgesteld van overtreding van verbodsbepalingen via de provinciale verordening voor ruimtelijke ontwikkelingen. Doordat deze soorten vrijstelling genieten in de provincie Noord-Holland, geldt alleen de zorgplicht voor deze grondgebonden zoogdieren. 5.2.

Vleermuizen

De voorgenomen werkzaamheden en ingreep hebben geen directe invloed op vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen buiten de begrenzing van het projectgebied. Derhalve zijn negatieve effecten op deze potentieel aanwezige vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen niet aan de orde. Langsvliegende en/of foeragerende vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten aan de randen van het projectgebied. De aanwezige bomen langs het projectgebied blijven behouden. Hierdoor blijft potentieel foerageergebied voor vleermuizen en vaste vliegroutes behouden. In de huidige situatie is reeds veel verlichting aanwezig door de kassencomplexen buiten de begrenzing van het projectgebied. Mogelijk verklaart dit de beperkte foerageeractiviteit bij het vleermuisonderzoek. Het uitvoeren van (bouw) werkzaamheden en de ontwikkeling van de woonwijk, waarbij kunstlicht wordt ingezet, zal niet leiden tot extra verstoring aangezien het projectgebied in de huidige situatie geen functie heeft als foerageergebied. Op de lange termijn worden geen negatieve effecten verwacht, aangezien het projectgebied in de huidige situatie geen betekenis heeft voor vleermuizen. Afhankelijk van de toekomstige inrichting van het projectgebied, is op de lange termijn meer of minder geschikt foerageergebied en mogelijkheden voor vliegroutes aanwezig binnen het projectgebied. 5.3.

Vogels

Vogelsoorten met jaarrond beschermde voortplantings- of verblijfplaats In de woonwijk ten noorden van het projectgebied en de boerderij grenzend aan het projectgebied zijn geschikte locaties waargenomen waar huismus en gierzwaluw kunnen nestelen. Omdat niet gewerkt wordt aan de boerderij of in de buurt van de woonwijk, worden negatieve effecten op de verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw niet verwacht. Negatieve effecten ten aanzien van het leefgebied van de huismus en gierzwaluw worden niet verwacht, aangezien het projectgebied zelf geen functie heeft als foerageer- of leefgebied. Overige vogels met een jaarrond beschermde nestplaats gebruiken het projectgebied vooral als foerageergebied of als overtrekgebied om zich van locatie A naar B te verplaatsen. In de directe

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 16 van 20

omgeving van het projectgebied blijft foerageergebied beschikbaar en worden negatieve effecten op soorten als buizerd, kerkuil, roek en ooievaar niet verwacht. Broedvogels Rond het projectgebied zijn verschillende broedvogels waargenomen in de aanwezige bomen, struiken en grasvelden. Tijdens het veldonderzoek zijn geen nesten waargenomen van algemene broedvogels. Het is niet uitgesloten dat broedvogels nesten gaan maken in de bomen en struiken aan de rand van het projectgebied. Bij aanvang en ten tijde van de werkzaamheden is het niet uitgesloten dat broedende vogels aanwezig zijn binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. Het verstoren of vernielen van nesten eieren is niet toegestaan volgens de Wet natuurbescherming, ongeacht de tijd van het jaar en ongeacht de vogelsoort. Door het nemen van voorzorgsmaatregelen kan voorkomen worden dat vogels tot broeden komen, deze maatregelen zijn opgenomen in hoofdstuk 6. 5.4.

Amfibieën

Algemene amfibieën Algemene amfibieënsoorten kunnen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Door maai- of graafwerkzaamheden kunnen individuen van bijvoorbeeld gewone pad of bastaardkikker tijdelijk negatieve effecten ondervinden (wegnemen verblijfplaatsen, verwonding en doden van individuen). In de directe omgeving blijft geschikt leefgebied aanwezig voor deze soorten. Afhankelijk van de toekomstige inrichting van het projectgebied, is op de lange termijn meer of minder geschikt leefgebied beschikbaar voor algemene amfibieënsoorten. De algemene amfibieënsoorten zijn vrijgesteld van overtreding van verbodsbepalingen via de provinciale verordening voor ruimtelijke ontwikkelingen. Doordat deze soorten vrijstelling genieten in de provincie Noord-Holland, geldt alleen de zorgplicht voor deze algemene amfibieënsoorten. Rugstreeppad Voor het project worden graafwerkzaamheden uitgevoerd en wordt zandgrond aangevoerd. Hiermee kan het projectgebied ten tijde van de werkzaamheden geschikt worden als leefgebied voor rugstreeppad. Van rugstreeppad is bekend dat deze zich vrij snel geschikt biotoop kan koloniseren. Het is daarom niet volledig uit te sluiten dat de rugstreeppad ten tijde van de werkzaamheden alsnog in het projectgebied komt.

Dit kan tot gevolg hebben dat in de periode mei-september voortplanting van deze soort plaatsvindt binnen het projectgebied, en de werkzaamheden deze voortplanting kunnen verstoren. Het is echter niet toegestaan voortplantingsplaats of rustplaatsen van rugstreeppad te beschadigen of te vernielen en eieren van deze soort te vernielen. Door het nemen van voorzorgsmaatregelen kan kolonisatie van rugstreeppad voorkomen worden, in hoofdstuk 6 zijn hiervoor maatregelen opgenomen. Indien de rugstreeppad het projectgebied koloniseert heeft dit wel consequenties ten aanzien van het staken van de werkzaamheden en het alsnog aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 17 van 20

6.

MAATREGELEN

Negatieve effecten op beschermde planten en dieren dienen zo veel mogelijk te worden voorkomen. In dit hoofdstuk zijn algemene voorzorgsmaatregelen opgenomen ter voorkoming van verstoring of schade aan beschermde natuurwaarden. Hiermee wordt de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats gegarandeerd. Het nemen van onderstaande voorzorgsmaatregelen is noodzakelijk om een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Met inachtneming van onderstaande beschreven voorzorgsmaatregelen zijn voor het onderhavige project geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig en hoeft geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. 6.1.

Zorgplicht

Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt te allen tijde de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht dient te nemen voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Maatregelen die invulling geven aan de algemene zorgplicht, zijn: ▪ Werken in één richting zodat soorten de kans krijgen te vluchten naar veilige omgeving. ▪ Werken buiten de kwetsbare periode(n) van de beschermde soort(en). 6.2.

Verstoring algemene broedvogels

Verstoring van in gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels is te voorkomen door buiten de voor hun kwetsbare periode te werken, dat wil zeggen buiten de broedperiode. Voor deze periode zijn wel richtdata te geven, maar er moet nadrukkelijk vermeld worden dat deze periode sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden. Om te voorkomen dat vogels tot broeden komen, dienen de volgende voorzorgsmaatregelen te worden genomen: ▪ Circa één week voor de start van de werkzaamheden wordt door een ter zake kundige op het gebied van vogels gecontroleerd op aan- of afwezigheid van broedende vogels. ▪ Indien nesten of nest indicerend gedrag van vogels wordt vastgesteld, wordt een aanvullend advies gegeven op welke wijze de werkzaamheden kunnen worden gestart. ▪ Indien geen nesten of nest indicerend gedrag van vogels wordt vastgesteld, dan dient aanwezige vegetatie te worden kort gemaaid (<10cm), bij voorkeur met een maaibalk. Vrijkomend maaisel wordt afgevoerd tot buiten het werkterrein. Wanneer tijdens de werkzaamheden een nest wordt gevonden, dient een ter zake kundige op gebied van vogels geraadpleegd te worden. Deze dient aan te geven op welke wijze de werkzaamheden kunnen worden voortgezet. 6.3.

Rugstreeppad

Met de uitvoering van graafwerkzaamheden en het aanbrengen van zandgrond is het mogelijk dat de rugstreeppad het projectgebied koloniseert. Kolonisatie van rugstreeppad in het projectgebied, door graafwerkzaamheden en het aanvoeren van zandgrond, dient te worden voorkomen middels de volgende voorzorgsmaatregelen: ▪ Voorkom in de periode mei-september de vorming van regenwaterplassen en poelen waar water in kan blijven staan. Voor rugstreeppad kan dit dienen als voortplantingsbiotoop. ▪ Zorg dat in augustus-september geen zandlichamen aanwezig zijn. Voor rugstreeppad kan dit dienen als winterbiotoop, door hier diep in weg te graven.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 18 van 20

▪

Om te voorkomen dat de rugstreeppad het projectgebied in kan komen, kan het gebied afgesloten worden door middel van amfibieënschermen. Deze schermen worden rond het projectgebied geplaatst en voorkomen dat de soort van buiten het projectgebied het gebied kan koloniseren.

Indien de rugstreeppad toch het projectgebied heeft gekoloniseerd, dient een ter zake kundige hiervan op de hoogte te worden gesteld. Mogelijk dienen werkzaamheden gestaakt te worden en een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 19 van 20

7.

CONCLUSIE

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling op het terrein De Scheg langs de J.C. van Hattumweg in Amstelveen is een natuurtoets in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Uit deze natuurtoets komt het volgende naar voren: ▪ Het onderzoek geeft een compleet beeld van de aanwezigheid van beschermde flora- en faunasoorten in en rond het projectgebied. ▪ Beschermde vaatplanten, mossen en korstmossen, reptielen, ongewervelden en vissen zijn niet aanwezig of worden niet verwacht op basis van het ontbreken van geschikt biotoop. ▪ Beschermde soorten die verwacht worden in het projectgebied zijn verschillende soorten (foeragerende/overvliegende) vleermuizen, algemene grondgebonden zoogdieren, broedvogels met jaarrond beschermde nest- of verblijfplaats, algemene broedvogels en amfibieën. ▪ Soortgericht onderzoek naar vleermuizen aan de Legmeerdijk 198 te Amstelveen wijst uit dat de gebouwen geen functie hebben als vaste rust- en verblijfplaats. Essentieel foerageergebied en essentiële vliegroutes zijn niet vastgesteld. ▪ Soortgericht onderzoek naar rugstreeppad wijst uit dat in het westelijk en oostelijk deelgebied in de huidige situatie geen rugstreeppad voorkomt. Mede door afwezigheid van geschikt biotoop. ▪ De geplande werkzaamheden kunnen negatieve effecten hebben op in gebruik zijnde vogelnesten van algemene broedvogels.

▪ Het ontwikkelen van het projectgebied kan worden uitgevoerd, mits de voorzorgsmaatregelen opgesteld in hoofdstuk 6 worden nageleefd. ▪ Algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieënsoorten kunnen tijdelijk negatieve effecten ondervinden. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling van overtreding van verbodsbepalingen, waardoor alleen de zorgplicht aan de orde is. ▪ Door uitvoering van werkzaamheden is het mogelijk dat rugstreeppad het projectgebied koloniseert vanuit de wijde omgeving. Dit dient voorkomen te worden door het naleven van de opgestelde voorzorgsmaatregelen. ▪ De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, middels de voorzorgsmaatregelen, zonder een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien de rugstreeppad het projectgebied koloniseert is een ontheffing mogelijk wel noodzakelijk.

Ref: 1600006A13-R18-666 Datum: 25 september 2018 Pagina: 20 van 20

8.

BRONNEN

Geraadpleegde literatuur ▪ Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Van Laar, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Uitgeverij KNNV, Utrecht. ▪ Lange, R., e.a., Zoogdieren van West-Europa, Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming i.s.m. Natuurmonumenten, Stichting Uitgeverij KNNV, Utrecht 2003. ▪ Dietz, C., Helversen von, O., Nill, D., Vleermuizen, alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Utrecht 2011. ▪ Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON), De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9, Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertibrate Survey – Nederland, Leiden 2009. ▪ Gehem, van. M., Quickscan Flora- en faunawet te ontwikkelen woonwijk De Scheg Amstelveen, RPS advies- en ingenieursbureau b.v., Leerdam 2016 Geraadpleegde internetpagina’s ▪ www.vleermuis.net ▪ www.ravon.nl ▪ www.verspreidingsatlas.nl ▪ www.wilde-planten.nl ▪ www.nederlandesoorten.nl ▪ www.vogelbescherming.nl ▪ www.sovon.nl ▪ www.zoogdiervereniging.nl ▪ www.bomenstichting.nl/

B I J L AG E

1 Natuurwetgeving Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Al enige jaren is sprake van decentralisatie op het gebied van de diverse ‘groene taken’. Met de Wet natuurbescherming is de tendens van decentralisatie formeel bekrachtigd en zijn enkele nieuwe instrumenten toegevoegd. De Wet natuurbescherming moet op termijn (2018) opgaan in de Omgevingswet. De bepalingen en instrumenten uit de Wet natuurbescherming zijn hier al (grotendeels) op voorbereid. Het bevoegd gezag gaat over naar de provincie. Ten aanzien van projecten op nationale schaal blijft de Rijksdienst van Ondernemend Nederland bevoegd gezag. Voor de Wet natuurbescherming zijn ten aanzien van de Soortenbescherming twee richtlijnen en een nationaal beschermingsregime van toepassing: ▪ Vogelrichtlijn; ▪ Habitatrichtlijn; ▪ Nationale soorten. Vogelrichtlijn De Vogelrichtlijn is een Europese richtlijn die in 1979 is vastgesteld en is gericht op de bescherming van vogelsoorten binnen de Europese Unie (EU). De richtlijn verplicht de lidstaten tot de instandhouding van de in het wild levende vogelsoorten op hun grondgebied en heeft betrekking op de bescherming van vogels, hun eieren, nesten en leefgebieden.

De richtlijn draagt tevens zorg voor de extra bescherming van broed- en trekvogels die: ▪ met uitsterven worden bedreigd; ▪ gevoelig zijn voor veranderingen in de leefomgeving; ▪ als bijzonder zeldzaam beschouwd worden; ▪ bescherming nodig hebben vanwege de eisen die ze aan hun habitat stellen. Verbodsbepalingen Artikel 3.1 Lid 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Lid 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Habitatrichtlijn De Europese Habitatrichtlijn is complementair aan de Vogelrichtlijn en richt zich op de bescherming van bijzondere planten- en diersoorten (uitgezonderd vogels) en hun leefgebieden. Deze richtlijn is inclusief het Verdrag van Bern (bijlage II) en het Verdrag van Bonn (bijlage I). De in de Habitatrichtlijn genoemde maatregelen zijn gericht op: ▪ het behoud van natuurlijke habitat en ecosystemen; ▪ de bescherming van leefgebieden van bepaalde dieren en planten. Met de richtlijn wordt getracht een Europees ecologisch netwerk tot stand te brengen (Natura 2000), zodat migratie van planten- en diersoorten binnen de EU mogelijk wordt gemaakt. In bijlage I van de Habitatrichtlijn wordt de beschermde habitat genoemd. In bijlage II zijn de plantenen diersoorten genoemd, waarvan de habitat beschermd moet worden om deze soorten in stand te houden. Een aantal van deze soorten heeft een prioritaire status, wat inhoudt dat niet alleen de soort, maar ook de leefomgeving hiervan als beschermd beschouwd moet worden. In bijlage IV worden de soorten genoemd die strikte bescherming genieten. Het is verboden deze soorten te doden, te vangen, te verontrusten of hun habitat aan te tasten. Veel soorten uit bijlage IV zijn ook genoemd in bijlage II. Verbodsbepalingen Artikel 3.5 Lid 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Lid 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Lid 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationale soorten De nationale soorten betreffen een bescherming van een lijst met zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers (onderdeel A) en planten (onderdeel B). Het betreffende bevoegd gezag stelt in een verordening vast voor welke van deze soorten de verbodsbepalingen onverminderd gelden en voor welke soorten een vrijstelling geldt. Verbodsbepalingen Artikel 3.10 Lid 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.

in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde "houtopstanden"). Het verbod op het geheel of gedeeltelijk vellen van houtopstanden is niet van toepassing op: ▪ Houtopstanden binnen de grenzen van de bebouwde kom; ▪ Houtopstanden op erven of in tuinen; ▪ Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; ▪ Naaldbomen, bedoeld om te dienen als kerstbomen, niet ouder dan 20 jaar; ▪ Kweekgoed; ▪ Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs watergangen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; ▪ Dunnen van een houtopstand; ▪ Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa welke ten minste eens per tien jaar worden geoogst. En bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid als aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 meter en aangelegd na 1 januari 2013. De herplantplicht van houtopstanden geldt niet voor maatregelen ten behoeve van natuurontwikkelingen (in het kader van het halen van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen) en het creëren of onderhouden van brandgangen.

Provincies kunnen vrijstellingsregels of nadere regels voor een ontheffing voor herplantplicht opstellen. Rode lijsten Op Rode lijsten staan soorten die worden bedreigd in hun voortbestaan. In Nederland is inmiddels voor negen soortgroepen een Rode lijst gepubliceerd in de Staatscourant: ▪ vogels; ▪ dagvlinders; ▪ zoogdieren; ▪ reptielen en amfibieën; ▪ paddenstoelen; ▪ libellen; ▪ krekels en sprinkhanen; ▪ korstmossen; ▪ zoetwatervissen. De Rode lijsten komen voort uit het Verdrag van Bern. Dit verdrag vraagt bijzondere aandacht voor soorten die met uitsterven worden bedreigd en kwetsbaar zijn. Rode Lijst soorten genieten geen wettelijke bescherming. Provinciale en gemeentelijke overheden en terrein beherende instanties worden geacht rekening te houden met de Rode lijsten bij het uitvoeren van beheer en het formuleren van beleid.

B I J L AG E

2 Foto’s projectgebied

Westelijke grens oostelijk deelgebied

Kade ten westen van oostelijk deelgebied

Slootkant westzijde oostelijk deelgebied

Overzicht oostelijk deelgebied

Overzicht oostelijk deelgebied

Oever watergang ten oosten van projectgebied

Oever watergang ten oosten van projectgebied

Bomen en struiken langs J.C. van Hattumweg

Agrarisch perceel westelijk deelgebied

Westelijk deelgebied

B I J L AG E

3 Gegevens Quickscanhulp

Soort Bastaardkikker

Soortgroep Amfibieën

Afstand 0 - 1 km

Amfibieën Reptielen Zoogdieren

Bescherming wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl

Bruine kikker

Amfibieën

Gewone pad

Amfibieën

Kleine watersalamander Meerkikker

Amfibieën

Ringslang

Reptielen

Kartuizer anjer

Vaatplanten

Naakte lathyrus

Vaatplanten

Wilde ridderspoor

Vaatplanten

Bosmuis

Zoogdieren

Bunzing

Zoogdieren

Dwergmuis

Zoogdieren

Egel

Zoogdieren

Haas

Zoogdieren

Hermelijn

Zoogdieren

Huisspitsmuis

Zoogdieren

Konijn

Zoogdieren

Rosse woelmuis

Zoogdieren

Veldmuis

Zoogdieren

Vos

Zoogdieren

Waterspitsmuis

Zoogdieren

Wezel

Zoogdieren

Woelrat

Zoogdieren

Rugstreeppad Muurhagedis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis

Zoogdieren Zoogdieren

wnb-hrl wnb-hrl

0 - 1 km 0 - 1 km

Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Boomvalk

Zoogdieren Zoogdieren Vogels

wnb-hrl wnb-hrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Amfibieën

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart

Vogels Vogels Vogels

wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Soort Bastaardkikker Bruine kikker

Soortgroep Amfibieën Amfibieën

Bescherming wnb-andere soorten wnb-andere soorten

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km

Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Ringslang Kartuizer anjer Naakte lathyrus

Amfibieën Amfibieën Amfibieën Reptielen Vaatplanten Vaatplanten

wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Wilde ridderspoor Bosmuis Bunzing Dwergmuis Egel Haas

Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Rosse woelmuis Veldmuis Vos

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-andere soorten

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Wezel Woelrat Rugstreeppad Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis

Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

wnb-andere soorten wnb-andere soorten wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Boomvalk Buizerd

Zoogdieren Zoogdieren Vogels Vogels

wnb-hrl wnb-hrl wnb-vrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart

Vogels Vogels

wnb-vrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km

Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl wnb-vrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

B I J L AG E

4 Verspreidingskaart vleermuisonderzoek

Rode omlijning betreft de begrenzing van het onderzoeksgebied voor het vleermuizenonderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=cc38731d-c437-4bba-a868-fd5c0f30a023