Bijlage 04 BP - Watertoets De Scheg Midden
Tekst van het document
Watertoets Inclusief klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden, Amstelveen
Verantwoording Titel: Onderwerp: Projectnummer: Klant: Referentienummer: Versie:
Watertoets De Scheg Midden Bijlage Waterparagraaf 51009291 Gemeente Amstelveen D02
Datum:
24-07-2024
2/31
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Introductie ................................................................................................................................................ 4 Aanleiding ................................................................................................................................................ 4 Doel ......................................................................................................................................................... 4 Overleg .................................................................................................................................................... 4 Waterschapsverordening ........................................................................................................................ 4 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 4
2 Huidige situatie ........................................................................................................................................ 6 2.1 Ligging plangebied .................................................................................................................................. 6 2.2 Watersysteem.......................................................................................................................................... 6 2.3 Hoogteligging, bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................... 9 2.3.1 Hoogteligging .......................................................................................................................................
9 2.3.2 Bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................................................10 2.4 Kabels en leidingen ...............................................................................................................................11 2.5 Beheer en onderhoud ............................................................................................................................12 3 Toekomstige situatie..............................................................................................................................13 3.1 Ontwikkeling ..........................................................................................................................................13 3.2 Watercompensatie.................................................................................................................................14 3.2.1 Algemeen ...........................................................................................................................................14 3.2.2 Compensatie waterberging ................................................................................................................14 3.3 Inrichting van het watersysteem ............................................................................................................17 3.3.1 Oppervlaktewater en peilverhoging
....................................................................................................17 3.3.2 Watersysteem ....................................................................................................................................18 3.3.3 Bodem en grondwater ........................................................................................................................20 3.3.4 Regenwaterafvoer en riolering ...........................................................................................................20 3.3.5 Beheer en onderhoud .........................................................................................................................21 3.4 Klimaatadaptiviteit .................................................................................................................................23 3.4.1 Wateroverlast .....................................................................................................................................23 3.4.2 Hitte ....................................................................................................................................................26 3.4.3 Droogte ...............................................................................................................................................26 3.4.4 Waterveiligheid
...................................................................................................................................27 3.4.5 Biodiversiteit .......................................................................................................................................28 3.5 Kabels en leidingen ...............................................................................................................................29 3.6 Waterkwaliteit ........................................................................................................................................30 Bijlagen ............................................................................................................................................................31
Sweco | Projectnummer: sweco.projectId Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Document referentie: p:\5305\51009291_de_scheg_midden\2. do work\2.1 advies en onderzoek\2.1.16 water\watertoets de scheg midden - d02.docx
3/31
1
Introductie
1.1
Aanleiding
De Gemeente Amstelveen is voornemens om een gebied ten zuiden van de Westwijk te transformeren naar een woonwijk. Dit gebied met de naam De Scheg is opgedeeld in drie deelgebieden: West, Midden en Oost. Dit document gaat in op het deelgebied De Scheg Midden. Voor de planontwikkeling van De Scheg Midden wordt een bestemmingsplan opgesteld. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het verplicht om een Watertoets uit te voeren. Met de Watertoets wordt de vroegtijdige afstemming tussen waterbeheerder Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en de initiatiefnemers geborgd en vastgelegd. Het deelgebied De Scheg Midden heeft een oppervlak van circa 21 ha en krijgt in de toekomstige situatie maximaal 459 nieuwe woningen en (mogelijk) een huisartsenpraktijk. Een schetsontwerp (d.d. 03-06-2024) van het plangebied is in Figuur 1-1 weergegeven.
1.2
Doel
De Watertoets heeft de volgende doelen: • • •
De ontwerprichtlijnen, kansen en knelpunten ten aanzien van het thema water voor De Scheg Midden vastleggen; Voorkomen van negatieve effecten voor de waterhuishouding; Achtergronddocument ten behoeve van de waterparagraaf in het bestemmingsplan.
Nadat het bestemmingsplan is vastgelegd wordt de watervergunning aangevraagd ten behoeve van de uitvoering.
1.3
Overleg
Voor de Watertoets is een overlegmoment geweest met de waterbeheerder AGV/Waternet, d.d. 08-062022. De hieruit volgende punten zijn meegenomen in deze Watertoets.
1.4
Waterschapsverordening
In deze Watertoets is rekening gehouden met de (nieuwe) Waterschapsverordening van AGV/Waternet, die de oude Keur en het Keurbesluit vervangen. Daarnaast is er ook getoetst aan de Beleidsregels van het waterschap.
1.5
Leeswijzer
In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige waterhuishoudkundige situatie alsmede de hoogteligging, bodemopbouw, geohydrologie en huidige kabels en leidingen (riolering). In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de toekomstige situatie aan de hand van de voorgenoemde thema’s. Hierbij worden de keuzen ten aanzien van de toekomstige waterstructuur voorgesteld.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 1-1: Schetsontwerp van de Scheg Midden (d.d. 03-06-2024).
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
2
Huidige situatie
2.1
Ligging plangebied
Het plangebied ligt ten zuiden van de huidige woonwijk Westwijk en de J.C. van Hattumweg. Ten oosten van het plangebied ligt het deelgebied De Scheg Oost. Deze gebieden worden gescheiden door een tramlijn en een tramremise ten zuidoosten van het plangebied. Aan de zuidgrens is bedrijvigheid aanwezig in de vorm van kassenbouw. Ten westen van het plangebied ligt deelgebied De Scheg West welke momenteel in (plan-) ontwikkeling is. Deze deelgebieden worden gescheiden door de Noordammerweg en een primaire watergang. Door het plangebied heen loopt de Meerlandenweg. In het plangebied zijn in de huidige situatie een aantal kassen aanwezig met bijhorende woningen. De woningen liggen als lintbebouwing aan de bestaande wegenstructuur. Daarnaast is er agrarische grond aanwezig.
Figuur 2-1: Ligging plangebied De Scheg Midden.
2.2
Watersysteem
Het plangebied is gelegen in peilgebied 3-1 in het vastgestelde Watergebiedsplan Westeramstel Noorder Legmeerpolder (04-11-2016). In Figuur 2-2 is het plangebied weergegeven binnen de kaart van het watergebiedsplan. Deze kaart is ook in Bijlage 1 te vinden. Het peilgebied 3-1 heeft een vastgesteld waterpeil van NAP -5,80 m. Het streefpeil van het deelgebied De Scheg West welke ten westen ligt van het plangebied wordt in de toekomstige situatie waarschijnlijk verhoogd naar NAP -5,37 m (stedelijk water) en sluit daarbij aan op het noordelijk gelegen stedelijk peilgebied 3-3.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 2-2: Ligging van het plangebied binnen peilgebied 3-1 van het gebied Westeramstel Noorder Legmeerpolder van het Waterschap van AGV. Het waterpeil van het gebied ten westen van het plangebied wordt verhoogd waarbij het aansluit op het noordelijk gelegen stedelijk peilgebied 3-3 (NAP -5,37 m).
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
In Figuur 2-3 is een uitsnede van de Legger van AGV weergegeven. Aan de oostgrens, ten noorden van de J.C. van Hattumweg en ten westen van de Noordammerweg zijn hoofdwatergangen aanwezig. Ook ligt er een hoofdwatergang tussen de J.C. van Hattumweg en de Loethoelilaan. Het oppervlaktewater binnen het plangebied bestaat uit een aantal opslagtanks ten behoeve van de aanwezige kassen en een aantal sloten tussen de percelen door. De locatie van deze sloten is niet weergegeven in de legger. Rondom de J.C. van Hattumweg zijn ter hoogte van het plangebied twee stuwen aanwezig ten behoeve van het verschil in waterpeilen. De stuw nabij de Noorddammerweg wordt voor de ontwikkeling van deelgebied West verplaatst richting het zuiden. Daarnaast zijn rondom het plangebied een aantal bruggen en duikers aanwezig. Deze worden niet goed in de Legger weergegeven, maar wel (online) in de kaart van Onderhoud Secundaire Watergangen. Zie voor een screenshot figuur- 2-4.
Figuur 2-3: Uitsnede van de Legger van Waterschap AGV/Waternet (d.d. 05-06-2024).
De sloten aan de grenzen van het plangebied worden een aantal keer onderbroken door een dam/duiker combinatie ten behoeve van de ontsluiting van de aanwezige woningen en bedrijvigheid. De meeste duikers liggen langszij de Noorddammerweg, Meerlandenweg en J.C. van Hattumweg.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 2-4: Screenshot van de online kaart Onderhoud Secundaire Watergangen. Bron: Waterschap AGV/Waternet.
2.3
Hoogteligging, bodemopbouw en geohydrologie
Gegevens over de hoogteligging zijn afkomstig uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN-4). Informatie met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie zijn afgeleid uit het DinoLoket van TNO.
2.3.1
Hoogteligging
Uit de AHN-4 gegevens van het plangebied is gebleken dat de hoogteligging van het maaiveld circa NAP 4,6 m is. De hoogtekaart is opgenomen in figuur 2-5. Bij de beschikbaarheid van een actuele inmeting kan deze informatie nog veranderen. Uit de hoogtekaart komt naar voren dat het noorden en westen van het plangebied hoger ligt dan het midden/oosten/zuiden. Het noorden/westen ligt op circa NAP -4,3 m terwijl de rest van het plangebied ligt op circa NAP -4,8 m. De J.C. van Hattumweg ligt op circa NAP -4,0 m. De tramremise van zuidoosten van het plangebied ligt tevens hoger (circa NAP +0 á 1 m). Ook liggen de aanwezige bedrijfswoningen hoger, op circa NAP -3,0 m. Het gebied ten noorden van het plangebied (Westwijk) ligt op circa NAP -4,0 m.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 2-5: Hoogtekaart van de omgeving van het plangebied. Bron: AHN-4.
2.3.2
Bodemopbouw en geohydrologie
De regionale bodemopbouw is weergegeven in Tabel 2-1. De gegevens uit deze tabel zijn ontleed aan DinoLoket. Globale diepte (m - maaiveld)
Globale diepte (m t.o.v. NAP)
Samenstelling (formatie)
0-5
-4,6 - -9,6
Klei, sterk zandig (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer)*
5 – 6,5
-9,6 - -11,1
Veen (Formatie van Nieuwkoop, Basisveen laag)
6,5 – 7
-11,1 - -11,6
Zand, fijne categorie (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden)
* In de directe omgeving wordt ook zand (en schelpen) in de bodem gevonden op een diepte van 1 – 4 m onder maaiveld. De dikte van de zandlaag verschilt, indien aanwezig, tussen de 1 en 2 m.
Het plangebied ligt in een kleiige polder waarbij de pleistocene zandlaag op circa 7 meter onder het maaiveld aanwezig is. Er dient rekening gehouden te worden met de kleiige opbouw bij het bebouwen en ophogen van het plangebied (zettingen) en bij de afwatering en ontwatering.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Er zijn weinig gegevens over de geohydrologie beschikbaar. Volgens DinoLoket ligt de grondwaterstand op circa NAP -5,0 m. Volgens de klimaateffectatlas liggen zowel de GHG als de GLG op circa 1 - 1,5 m onder maaiveld (NAP -5,6 m tot NAP -6,1 m).
2.4
Kabels en leidingen
Voor het overzicht van aanwezige kabels en leidingen is een recente KLIC-oriëntatieverzoek gedaan (d.d. 2022). De aanwezige kabels en leidingen zijn weergegeven in Figuur 2-6. Hierbij zijn de huisaansluitingen van water, data, elektra, gas en andere kabels en leidingen bij gebouwen weggelaten.
Figuur 2-6: Overzicht van kabels en leidingen in de omgeving van het plangebied. Bron: KLIC oriëntatieverzoek d.d. 2022.
In het plangebied zijn nauwelijks kabels en leidingen aanwezig. In het westelijk deelgebied liggen een aantal lage- en hogedruk gasleidingen, laag- en middenspanningsleidingen, datakabels, en rioleringsleidingen tussen de Noorddammerweg en de aanwezige bebouwing/bedrijven. Hetzelfde geldt voor de J.C. van Hattumweg en de Meerlandenweg. Onder alle drie de wegen liggen diverse andere kabels en leidingen zoals rioleringsleidingen (zowel druk als vrijverval), waterleidingen, lagedruk gasleidingen, datakabels, en midden- en laagspanningskabels. De Meerlandenweg heeft daarnaast een hoogspanningskabel tracé naast de weg liggen (de westkant) welke een zone van eisen voor voorzorgsmaatregelen heeft. De kabel is in beheer bij Liander. Mogelijk gelden er eisen voor het ontgraven, belasten, bouwen en aanplanten van diepwortelende bomen/planten binnen deze zone. De zone rijkt niet tot in het plangebied maar loopt tussen de twee deelgebieden in. Aan de oostrand van het plangebied ligt een buisleiding met gevaarlijke inhoud. Deze buisleiding is in beheer bij de Gasunie en betreft een hogedruk gasleiding van een distributienetwerk. De leiding heeft een zone van 20 m aan weerszijden van het tracé waarin eisen voor voorzorgsmaatregelen gelden. Mogelijk
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
gelden er eisen voor het ontgraven, belasten, bouwen en aanplanten van diepwortelende bomen/planten binnen deze zone. Er dient in overleg getreden te worden met de beheerder over de mogelijkheden en de beperkingen.
2.5
Beheer en onderhoud
Het beheer en onderhoud van de watergangen en kunstwerken is vastgelegd in het Watergebiedsplan. Hieronder valt: • • •
•
Kunstwerken nodig voor handhaving van waterpeilen Primaire watergangen / hoofdwatergangen o Maaien 1 tot 2 keer per jaar o Baggeren ééns per paar jaar Secundaire watergangen Kunstwerken niet benodigd voor handhaven waterpeilen
AGV AGV
Eigenaren aanliggende percelen Eigenaren aanliggende percelen
In het gebied is het onderhoud van de hoofdwatergangen rondom het plangebied in handen van AGV. Het onderhoud van de sloten binnen het plangebied is in handen van de aanliggende eigenaren. Dit zijn zowel particulieren als de gemeente Amstelveen.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
3
Toekomstige situatie
3.1
Ontwikkeling
In Figuur 3-1 is het schetsontwerp van De Scheg Midden weergegeven (d.d. 03-06-2024). Dit betreft een schetsontwerp/proefverkaveling en is nog onderhevig aan veranderingen, maar dient als basis voor de hoeveelheid oppervlaktewater. Het plangebied is onderdeel van de gehele ontwikkeling van De Scheg (West, Midden, Oost). Door het plangebied ligt een ontsluitingsweg welke vanuit deelgebied Scheg West richting de kruising van de J.C. van Hattumweg en de tramlijn loopt. Daarnaast is er ruimte in het plangebied voor uitgeefbaar terrein, groen, water en andere verhardingen.
Figuur 3-1: Schetsontwerp van De Scheg Midden (d.d. 03-06-2024).
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
3.2
Watercompensatie
3.2.1
Algemeen
De waterhuishouding in het plangebied verandert in de toekomstige situatie. Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt toe (straten, daken) en dit dient (conform de Waterschapsverordening en Beleidsregels van AGV) gecompenseerd te worden in de vorm van open water of alternatieve berging. Ook verdwijnen er een aantal waterbassins van de huidige bedrijven binnen het plangebied. In de huidige plannen is er tevens een toename van nieuw oppervlaktewater gerealiseerd.
3.2.2
Compensatie waterberging
Bij een toename van verhard oppervlak wordt het regenwater snel(-ler) afgevoerd, waardoor de werking van het ontvangende oppervlaktewatersysteem negatief kan worden beïnvloed met snellere en hogere peilstijgingen en afvoer. Om een goed functionerend watersysteem te garanderen en te behouden bij nieuwe ontwikkelingen is er een compensatieplicht voor de toename van het verhard oppervlak. De minimale hoeveelheid open water is bepaald aan de hand van de Beleidsregels van AGV. De compensatieplicht staat los van het algemene (gemeentelijk) uitgangspunt m.b.t. de volgorde van regenwater vasthouden, bergen en afvoeren. In de Beleidsregels is opgenomen dat er een compensatieplicht van 10% geldt binnen het betreffende peilgebied. Daarnaast geldt dat elke gedempte vierkante meter water in de toekomstige situatie één op één moet worden terug gegraven. Hierin geldt het onderscheid dat secundair water als secundair water dient te worden hergraven en primair water als primair water dient te worden hergraven. In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de oppervlaktes in de huidige en toekomstige situatie. De analyse is gedaan aan de hand van de volgende uitgangspunten:
• • • •
Het compensatiepercentage voor het plangebied is 10%. De bestaande situatie (Figuur 3-2) is geanalyseerd aan de hand van de BGT (PDOK, 03-11-2023). Het waterbassin in de huidige situatie is meegenomen als oppervlaktewater. De nieuwe situatie is geanalyseerd aan de hand van het SO (28-08-2023). Hierbij zijn de volgende aannames gemaakt: o 50% van de tuin wordt verhard en 50% wordt onverhard.
Het geanalyseerde schetsontwerp betreft niet het meest geactualiseerde ontwerp. Het actuele ontwerp (d.d. juni 2024) is in hoofdlijnen hetzelfde, maar in detail verschilt dit. Er is géén compensatie berekening gemaakt met dit nieuwste ontwerp, omdat het oude ontwerp ruim voldoende oppervlaktewater bevat om aan de compensatievereisten te voldoen. In een latere fase dient een herberekening van de watercompensatie te worden gedaan als onderdeel van de aanvraag watervergunning. De uitbreiding van het plangebied heeft een oppervlakte van circa 4.300 m2, en kent in de huidige situatie een verhard oppervlak van circa 2.000 m2. Er wordt verwacht dat hierin de verharding (ruimschoots) gecompenseerd kan en gaat worden, gegeven het ruime overschot ten opzichte van de juridische wateropgave, zie ook Tabel 3-2. Er worden geen belemmeringen verwacht.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Tabel 3-1: Oppervlakten in huidige en toekomstige situatie.
Type oppervlak
Huidige situatie (m2)
Bebouwing
59.037
104.883
6.493
23.110
Tuinen
55.337
Groen Onverhard
102.501
-24.054
23.110
Tuinen Water
5.834
Totaal
Verschil (m2)
29.229
Wegen Verhard
Toekomstige situatie (m2)
213.219
23.396
17.561
213.219
0
Zoals weergegeven in Tabel 3-1 neemt de totale verharding in de toekomstige situatie toe met circa 6.500 m2 (situatie 2023). Omdat de toename meer is dan de voorwaarde gegeven in de beleidsnota van AGV (1.000 m2) dient de toename gecompenseerd te worden met 10%. In onderstaande tabel is de berekening van de (juridische) wateropgave weergegeven. De wateropgave is berekend door het optellen van de watercompensatie en het huidig oppervlak aan water. De toekomstige juridische wateropgave voor het plangebied is circa 6.500 m2. Met het ontwerp wordt netto circa 17.500 m2 water gegraven, waardoor het toekomstig wateroppervlak circa 23.400 m2 bedraagt. Dit is ruim meer dan de juridische wateropgave. Omdat het toekomstig wateroppervlak groter is dan de wateropgave is er geen resterende watervraag: het schetsontwerp voldoet ruim aan de compensatieplicht. Het plan heeft daarbij juridisch gezien een wateroverschot van circa 17.000 m2 (situatie 2023). Ook als dit overschot buiten beschouwing wordt gelaten, wordt er voldoende oppervlaktewater gerealiseerd aangezien het aandeel oppervlaktewater meer dan 10% is. Er wordt daarom vanuit gegaan dat het risico op te weinig verhardingscompensatie nihil is bij kleine veranderingen in het ontwerp. Er zijn geen belemmeringen. Tabel 3-2: Berekening van watercompensatie en resterende watervraag voor de toekomstige ontwikkeling.
Verhardingstoename (m2)
Compensatie percentage (%)
Benodigde watercompensatie (m2)
Juridische wateropgave (m2)
Toekomstig water oppervlak (m2)
Resterende watervraag (m2)
6.493
10
649
6.483
23.396
-
Gemeentelijk klimaatbeleid wateropgave Naast de watercompensatie eis van waterschap AGV heeft gemeente Amstelveen in 2020 een klimaatbeleid vastgesteld voor de periode 2021-2026 (Actieplan Klimaatadaptatie 2021-2026). In dit beleid staat dat binnen nieuwe gebiedsontwikkelingen 10% van het totale oppervlak van het plangebied aan open water dient te worden gerealiseerd. Dit is in dit geval een strengere eis dan de watercompensatie eis van waterschap AGV. Ter toetsing is naar het wateroppervlak van het meest recente SO gekeken (SO juni 2024). Hierin is circa 20.000 m2 oppervlaktewater opgenomen. Dit is zonder de watergangen langs de lintbebouwing. Dit betreft circa 9,4% van het totaaloppervlak. Dit is in de marge van het minimum en er wordt vanuit gegaan dat door het meenemen van de sloten rondom de lintbebouwing en minimale aanpassingen aan het SO voldoende water wordt gegraven. Bij de verdere uitwerking van het plan dient dit verder in acht te worden gehouden. Dit geeft echter geen belemmeringen voor de planuitwerking.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 3-2: Oppervlaktes in het plangebied in de huidige situatie. Bron: BGT (PDOK, 03-11-2023).
Figuur 3-3: Oppervlaktes in het plangebied in de toekomstige situatie. SO d.d. 28–08–2023.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
3.3
Inrichting van het watersysteem
Aangaande de inrichting van het watersysteem zijn de volgende onderwerpen van belang.
3.3.1
Oppervlaktewater en peilverhoging
Het plangebied is gelegen in de Noorderlegmeerpolder. Het streefpeil in de huidige situatie van het plangebied bedraagt NAP -5.80 m. Zie Figuur 2-2 voor de ligging van de peilgebieden en het plangebied in de Noorder Legmeerpolder. Zoals weergegeven in Figuur 2-2 heeft het stedelijk gebied ten noorden van het plangebied (Westwijk) een streefpeil van NAP -5,37 m. Bij het deelgebied De Scheg West is in samenspraak met het waterschap een peilverhoging in voorbereiding om tot eenzelfde streefpeil als het stedelijk water te komen, waarvoor een peilbesluit van het waterschap AGV nodig is. Het uitgangspunt is voor het plangebied De Scheg Midden hetzelfde als voor deelgebied West, zie Figuur 3-5. Hiervoor is reeds een analyse gedaan naar de mogelijke effecten (Vooronderzoek peilbesluit De Scheg, Antea 09-09-2022). In dit vooronderzoek komt naar voren dat een peilverhoging in De Scheg Midden mogelijk is. Er wordt daarom ervan uitgegaan dat de waterpeilverhoging in het plangebied van het huidige NAP -5,80 m naar het toekomstige NAP -5,37 m voldoende onderbouwd is. Het advies is om aan de zuidrand van het plangebied een watergang te realiseren/behouden op het lagere peil, om zo enige (grond)wateroverlast bij de aanwezige kassen te voorkomen en voldoende drooglegging te behouden.
Dit is bewerkstelligd in het SO, waarin vanaf de Meerlandenweg richting de Noorddammerweg een aparte watergang wordt gerealiseerd op het lagere (huidige) peil, waarbij deze watergang (via een duiker) aansluit op de sloot die reeds aanwezig is net buiten het plangebied. Tussen de Meerlandenweg en de tramremise ligt reeds een watergang die op het lagere (huidige) waterpeil behouden blijft. Zie ook Figuur 3-4. Ook is maatwerk van belang voor de particuliere kavels gelegen aan de randen van het plangebied, waar (biologische) drainage aangebracht wordt om (grond)wateroverlast te voorkomen. Deze drainage verliest na verloop van tijd zijn werking, en begroeiing krijgt daardoor een geleidelijke overgangsfase waarin het wortelstelsel kan worden aangepast.
Figuur 3-4: Toekomstige watergang op het lagere (huidige) waterpeil, ter voorkoming van (grond)wateroverlast.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
3.3.2
Watersysteem
Voor de waterpeilverhoging en de veranderingen in het wateroppervlak dient het watersysteem in (de omgeving van) het plangebied te worden gewijzigd. Het huidige watersysteem is weergegeven in Figuur 23 en Figuur 2-4 (uitsnede van de legger). De veranderingen in het watersysteem ten opzichte van de huidige situatie zijn opgenomen in Figuur 3-5. Dit is mede gebaseerd op het Vooronderzoek peilbesluit de Scheg, waarin de wijzigingen aan het watersysteem voor de waterpeilverhoging zijn behandeld. Stuwen In de huidige situatie zijn een aantal stuwen aanwezig welke als peilscheiding fungeren tussen het stedelijke water en het landelijke water. Deze stuwen dienen te worden verplaatst. Het gaat hierbij om de volgende stuwen:
• • •
Stuw nabij de kruising Noorddammerweg – J.C. van Hattumweg. Deze wordt reeds verplaatst als onderdeel van de planontwikkeling De Scheg West. Deze wordt daarbij aan de zuidwestrand van het plangebied van De Scheg geplaatst. Stuw nabij de kruising J.C. van Hattumweg – tramrails. Deze wordt verplaatst richting het zuiden van de primaire watergang waardoor de peilscheiding aan de zuidrand van het plangebied komt te liggen. Aan de zuidkant van het plangebied aan weerszijden van de Meerlandenweg worden 2 nieuwe stuwen geplaatst. Hier zijn aan weerszijden van de weg sloten aanwezig. De precieze locatie van de stuwen dient in een latere fase te worden vastgesteld. Het kan bijvoorbeeld mogelijk zijn dat de oostelijke stuw ten noorden van het aanwezige particuliere kavel wordt geplaatst om de invloed van de peilverhoging op de kavel te minimaliseren. Als alternatief op de stuwen kunnen hier mogelijk ook twee dammen worden geplaatst ter peilscheiding. Dit is nader uitgewerkt in het watergebiedsplan.
Duikers Er liggen in de huidige situatie diverse duikers langs en onder de Noordammerweg, Meerlandenweg en J.C. van Hattumweg. Door de waterpeilverhoging liggen de huidige duikers mogelijk te diep (geheel onder water) en dienen deze opnieuw gelegd te worden. In een latere fase dient hier een analyse naar te worden verricht. Rondom deze huidige dam-duikers van de aanwezige lintbebouwing zijn kabels en leidingen aanwezig. In paragraaf 3.5 wordt ingegaan op de kabels en leidingen. Daarnaast dienen een aantal duikers te worden geplaatst t.b.v. de planontwikkeling. Dit betreffen voornamelijk locaties waar wegen en water kruisen, met uitzondering van de hoofdontsluitingsweg. Zie hiervoor ook Figuur 3-5. Indien er een duiker wordt gerealiseerd in een primaire watergang (zoals langszij het tramtracé, zie Paragraaf 2.2) dient deze conform de Beleidsregels van AGV minimaal 20 cm vrije ruimte te hebben boven het hoogst vastgestelde waterpeil; dienen deze niet langer te zijn dan 30 m; dienen deze minimaal 80 cm in diameter te zijn; worden deze in principe zonder bochten aangelegd. Bruggen Volgens openbare informatie van het waterschap is in de huidige situatie één brug aanwezig in/rondom het plangebied. Deze ligt op de kruising tussen de Noorddammerweg en de J.C. van Hattumweg.
Dit betreft een houten loopbrug tussen de weg en naastliggende (gras) perceel ten behoeve van een aanwezige trafo. De brug wordt waarschijnlijk verwijderd in de toekomstige situatie, omdat het perceel dan vanaf de openbare weg in het plangebied kan worden bereikt. Binnen het plangebied worden een aantal bruggen gerealiseerd, daar waar de hoofdontsluitingsweg de hoofdwatergang kruist. Er dient rekening gehouden te worden met de richtlijnen van het waterschap betreffende de doorvaarbare hoogte en breedte van de brug voor varend onderhoud. Zie paragraaf 3.3.5. Dammen In de Legger van het waterschap staan twee dammen ingetekend tussen de Noorddammerweg en particuliere percelen. Deze dammen hebben hoogstwaarschijnlijk in de huidige situatie een duiker. Indien dit niet het geval is wordt de dam vervangen door een dam-duiker combinatie t.b.v. de doorstroming van
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
het water. Indien hier wel duikers aanwezig zijn dient gekeken te worden of deze in de toekomstige situatie met het hogere streefwaterpeil voldoen of dat deze vervangen moeten worden.
Figuur 3-5: Toekomstig stedelijk water (rood gearceerd gebied) en kunstwerken in huidige en toekomstige situatie. Rode cirkels: stuwen verwijderen; groene cirkels: stuwen plaatsen. Rechthoeken: lichtgroen loop- en fietsbruggen, donkergroen verkeersbruggen. (Dunne) groene lijnen toekomstige duikers.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
3.3.3
Bodem en grondwater
De invloed van de waterpeilverhoging op grondwater en de bodem is beschreven in het vooronderzoek peilbesluit De Scheg (Antea, 09-09-2022). Zie hiervoor ook Paragraaf 3.3.1. Een verhoging van het oppervlaktewater en daarmee het grondwaterpeil kan voor uitstralingseffecten naar de omgeving zorgen. Deze uitstraling wordt in ieder geval begrensd door waterlopen die het huidige waterpeil behouden. Dit zijn bijvoorbeeld de sloten langs de noord- en westrand van het plangebied en in het oosten langs het tramtracé. In het zuiden voorkomt een watergang ook uitstraling en dus effecten (zie Paragraaf 3.3.1). Er wordt vanuit gegaan dat de toekomstige functies (woningen, uitgeefbaar, infrastructuur, groen) een voldoende drooglegging krijgen in relatie tot het hogere waterpeil. Er is nog geen berekening gemaakt van de toekomstige grondwaterstanden. Dit wordt in een latere technische fase verder uitgewerkt. Mogelijk volgt hieruit dat her en der onder wegen een DT-riool dient te worden aangebracht om opbolling te verminderen en zo de minimale ontwateringsdieptes gesteld door de gemeente te behalen. Dit wordt in de technische uitwerkingsfase verder onderzocht.
3.3.4
Regenwaterafvoer en riolering
Regenwaterafvoer Om een robuuste afvoer van het regenwater te realiseren wordt er zoveel als mogelijk het regenwater oppervlakkig afgevoerd. De Scheg ligt in een kleipolder met relatief hoge grondwaterstanden (zie Paragraaf 2.3.2) wat het gebruik van wadi’s minder effectief maakt. In deelgebied de Scheg West is er gekozen om, daar waar mogelijk, het water af te voeren via molgoten en groengoten richting de watergangen. Voor een uniformiteit van het gehele plangebied De Scheg wordt binnen het onderhevige plangebied van eenzelfde strategie tot afwatering gebruikgemaakt. In de woonstraten komen molgoten langs de rijbaan. Hierbij is het van belang dat voldoende afschot wordt bereikt zonder dat goot te verdiept in de weg komt te liggen: kortom de maximale lengte voor de goten is beperkt. In de groene delen tussen de woonvlakken in wordt het water via groengoten afgevoerd. De groengoten zijn brede groenstroken welke hol worden aangelegd met voldoende afschot. Hierdoor kan een grotere afvoerlengte worden behaald. Om de groengoten goed te laten functioneren (o.a. geen modderpoel en behouden gezonde grasmat) is een grondverbetering benodigd. In het inrichtingsplan zal dit nader uitgewerkt worden. Er worden kolken gebruikt daar waar het niet mogelijk is om regenwater direct van het maaiveld af te voeren naar bermen, verlaagd groen en watergangen.
Deze kolken voeren het water af via een hemelwaterstelsel (HWA) welke conform het GRP is losgekoppeld van het vuilwaterstelsel. Dit HWA-stelsel wordt aangelegd voor de afvoer van regenwater van huizen, schuren en andere voorzieningen op uitgeefbare terreinen. Het HWA-stelsel zorgt voor een berging van 20 mm van het aangesloten verhard oppervlak. Voor de afvoercapaciteit boven deze 20 mm moet op maaiveldniveau in het ontwerp rekening mee worden gehouden. Vuilwaterafvoer Door de nieuwe ontwikkeling komt er afvalwaterproductie. Er wordt uitgegaan van maximaal 459 nieuwe woningen. De berekening van de toename van de afvalwaterproductie wordt berekend op basis van de Tweede Rioleringsnota (WrW, 2002). Er wordt rekening gehouden met 2,5 inwoners per woning (459 stuks) en een productie van 12 L /i.e./uur (met een maximale productie van 120L /i.e./ dag). De totale afvalwaterproductie bedraagt 2,5 i.e.’s * 459 woningen * 12 L/uur = 13.770 L/uur = 13,8 m³/uur. Mogelijk ligt de afvalwaterproductie (iets) hoger indien er ook een huisartsenpraktijk wordt gerealiseerd. Dit is echter in de marge van bovenstaande benodigde capaciteit. Er dient gekeken te worden in hoeverre deze capaciteit aanwezig is bij de rioleringsstelsels in de omgeving van het plangebied om het vuilwater (DWA) hierop aan te sluiten.
Door de ligging van de Meerlandenweg dwars door het plangebied wordt geadviseerd twee losse systemen aan te leggen. Hierbij dienen beide systemen apart te worden aangesloten. De omliggende riolering (zie Figuur 2-5) is in beheer bij de gemeente Amstelveen en betreft voornamelijk drukrioleringsbuizen. De aansluiting(en) dient(en) in een later stadium in overleg te worden vormgegeven. Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
3.3.5
Beheer en onderhoud
Het uitgangspunt van het waterschap betreffend onderhoud is dat dit vanaf het water gebeurt op plaatsen waar geen onderhoud vanaf de kant mogelijk is. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de waterloop te breed is of een onderhoudsstrook voor materieel niet mogelijk is. Vanuit AGV/ Waternet zijn de volgende voorwaarden gesteld aan onderhoud vanaf de kant (Leidraad ontwerp nieuw stedelijk water, 2019):
• Voor wateren met een breedte tussen de 3 en 6 meter op de waterlijn wordt onderhoud gepleegd vanaf 1 kant;
• Voor wateren met een breedte tussen de 6 en 12 meter op de waterlijn wordt onderhoud gepleegd vanaf 2 kanten;
• Wateren met een breedte > 12 meter worden varend onderhouden; • De onderhoudsstrook aan één of twee zijden van de watergang is minimaal 5 meter breed. Dit geldt vanaf de insteek (begin van talud);
• Langs primaire waterlopen moeten de oevers en beschoeiing bestand zijn tegen een gewicht van 10 ton om materieel van onderhoud te verdragen;
• Objecten zijn niet toegestaan in de onderhoudsstrook. Uitzondering zijn puntobjecten zoals bomen, lantaarnpalen en verkeersborden. Er dient een h.o.h. (onderlinge afstand) van minstens 10 meter te worden gehanteerd. Er dient 5 meter ruimte te zijn voor het manoeuvreren om het object heen. Vanuit AGV/ Waternet zijn de volgende voorwaarden gesteld aan varend onderhoud (Leidraad ontwerp nieuw stedelijk water, 2019):
• Om onderhoud vanaf het water mogelijk te maken moet het water tenminste 6 meter breed zijn op de waterlijn en een aanlegdiepte hebben van tenminste 1,25 m (over een bodembreedte van 3 meter);
• Watergangen worden zo min mogelijk onderbroken (door bijvoorbeeld dam/duikers). Waar wegen de • • •
•
watergangen kruisen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bruggen met minimale hoogte van 1,0 meter t.o.v. streefpeil en een minimale breedte van 3,0 meter; Wanneer onderhoud vanaf het water moet worden uitgevoerd, dan is per waterloop(deel) van maximaal 1000 meter een laad- en losplaats aanwezig; Wanneer onderhoud vanaf het water moet worden uitgevoerd, dan is per waterloop(deel) van maximaal 200 meter een opstelplaats aanwezig; Eisen van de laad- en losplaats: het pad is minimaal 4 meter breed; het ligt aan de openbare weg, zonder bochten; de helling van het pad is flauwer dan 1:4 en loopt door tot aan het water; het einde van het pad staat haaks op de watergang; de draagkracht is minimaal 8 ton en wordt voorzien van voldoende stevige oeverconstructie. Eisen van de opstelplaats: de afmetingen zijn minimaal 10 meter langs de waterloop en 7 meter breed (haaks op de watergang); hiervan is minimaal 4 meter verhard vanaf de watergang; de draagkracht is minimaal 10 ton; de opstelplaats is niet verder dan 2 meter vanaf het water; het talud is voldoende stevig; de opstelplaats is niet meer dan 2 meter boven waterpeil.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 3-6: Onderhoudsplan De Scheg Midden. Blauwe lijnen: onderhoud vanaf de kant. Rode lijnen: varend onderhoud.
Het onderhoudsplan is zoals weergegeven in Figuur 3-6. De hoofdwatergang en de waterpartij in het zuidwesten worden varend onderhouden. Hiervoor dient rekening gehouden te worden met bovenstaande voorwaarden. De hoofdwatergang is minimaal 6 meter breed, overige watergangen die varend worden onderhouden ook. De kruisingen met wegen dienen te worden gerealiseerd met bruggen met een doorvaarbare hoogte van 1,25 m. De laad- en losplaatsen voor het maaisel en de maaiboot dienen in een later stadium te worden uitgewerkt. Overige watergangen worden vanaf de kant onderhouden. Er dient hiervoor een onderhoudsstrook te worden aangehouden aan één of twee zijden van die watergang. Dit dient in verder overleg met het waterschap te worden vormgegeven.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
3.4
Klimaatadaptiviteit
Vanuit de gemeente Amstelveen zijn voor diverse klimaatthema’s een pakket aan eisen gesteld waaraan het stedenbouwkundig plan en het stedelijk watersysteem moeten voldoen. De gemeente Amstelveen heeft in 2020 een klimaatbeleid vastgesteld voor de periode 2021-2026 (Actieplan Klimaatadaptatie 20212026). De gemeente houdt voor de klimaateisen de richtlijnen van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) aan. Doel van de eisen is waarborgen dat toekomstige ontwikkelingen niet enkel voor de huidige klimaatomstandigheden overlast- en schadebeperkend zijn, maar ook voor de toekomstige situatie gegeven de grote kans op verdere klimaatveranderingen. De thema’s uit het gemeentelijk klimaatbeleid en dus de richtlijnen van de MRA zijn hieronder toegelicht.
3.4.1
Wateroverlast
Voor het thema wateroverlast staan de volgende eisen beschreven:
• Waterberging privaatterrein: 40-70 mm van een hevige bui op privaat terrein wordt binnen dit terrein verwerkt of in extra (water)voorzieningen toegerekend aan het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. • Natuurlijke afwatering: In het gebied is natuurlijke en oppervlakkige afwatering zoveel mogelijk aanwezig. • Waterdiepte: Bij een waterdiepte van 20 cm op een rijbaan mag geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. • Waterneutraal: de ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aan-/afvoer van water. In het gemeentelijk klimaatbeleid worden tevens eisen gesteld aan het verwerken van een (extreme) regenbui: 70 mm in 1 uur voor openbaar gebied, en 90 mm in 1 uur voor kwetsbare objecten. Deze piekbuien moeten binnen het plangebied worden opgevangen en vastgehouden en mogen niet leiden tot (water)schade aan gebouwen en andere (kwetsbare) voorzieningen (90 mm) in de openbare ruimte. Doordat de bodem voornamelijk uit klei bestaat en de ophoging met gebiedseigen grond wordt uitgevoerd is infiltratie in het plangebied enkel mogelijk daar waar grondverbetering wordt toegepast (onder verharding, bij groengoten). Alternatieve waterberging is benodigd om het water vast te houden en vertraagd af te voeren.
In het plangebied wordt water geborgen in 4 verschillende voorzieningen: het HWA-stelsel, groengoten, overschot aan oppervlaktewater en klimaatadaptief (grootschalig) groen. HWA-stelsel Het HWA-stelsel krijgt conform de gemeentelijke eisen een bergingscapaciteit van 20 mm voor het verhard oppervlak (dak, weg, tuin). Dit levert in totaal voor het SO uit 2023 een berging van circa 1.750 m3 op. Groengoten De groenstroken naast verharding tussen de woonvelden in worden als groengoten gerealiseerd. In Figuur 3-8 zijn de potentiële plekken van groengoten weergegeven. Dit levert in totaal circa 600 strekkende meter aan groengoot op. Indien de goten gemiddeld 2 meter breedte zijn en 0,2 m bergend vermogen hebben levert dit circa 240 m3 aan berging op. Zie ook Paragraaf 3.3.3.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 3-7: Potentiële locaties van groengoten in het plangebied.
Oppervlaktewater In Paragraaf 3.2 is ingegaan op de watercompensatie benodigd voor de verhardingstoename. Uit de berekening komt naar voren dat er juridisch gezien een overschot van circa 17.000 m2 aan oppervlaktewater wordt gerealiseerd in het plangebied (situatie 2023). Ook als dit overschot buiten beschouwing wordt gelaten, wordt er voldoende oppervlakte gerealiseerd aangezien het aandeel oppervlaktewater meer dan 10% is. In totaal wordt er in het plan circa 23.000 m2 water gerealiseerd. Bij zeer extreme regenbuien, bijvoorbeeld eens per honderd jaar, stijgt het waterpeil van het water in het plangebied. Dit levert een waterberging op. In Tabel 3-3 is de potentiële waterberging bij verschillende maten van peilstijgingen uiteen gezet. Hierbij wordt uitgegaan van het totale oppervlak aan water (23.000
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
m2). In een latere (technische) fase kan, in overleg met het waterschap AGV/Waternet, worden bekeken wat voor peilstijgingen voorkomen bij extreme weersomstandigheden en wat de daadwerkelijke berging is. Het omliggende watersysteem dient zo ingericht te zijn dat deze peilstijgingen in extreme situaties toelaat. Tabel 3-3: Potentie van waterberging van oppervlaktewater bij peilstijgingen.
Peilstijging
Waterberging bij SO 2023 (11% water)
Waterberging bij SO 2023 (11% water)
0,1 m
2.300 m3
11 mm
0,5 m
11.500 m3
54 mm
1,0 m
23.000 m3
108 mm
1,3 m
29.900 m3
140 mm
Een grote peilstijging, bijvoorbeeld van 1,0 m, zorgt mogelijk voor overlast bij woningen in het waterpeilgebied. Het gaat hier echter om zulke extreme omstandigheden dat een tijdelijke peilstijging ter berging van het water benodigd is. Dit zorgt ervoor dat benedenstrooms in de polder ergere situaties voorkomen worden. Klimaatadaptief (grootschalig) groen Het grootschalig groen in het plangebied wordt lager aangelegd dan de infrastructuur en woonvelden. Door de lagere ligging inundeert dit groen bij extreme peilstijgingen en wordt het dus klimaatadaptief ingezet. Dit betreft voornamelijk het groen aan de zuidrand van het plangebied. De grotere groenplekken in Figuur 3-8 hebben gezamenlijk een oppervlak van circa 9.000 m2. Dit groen wordt op circa NAP -4,9 m aangelegd en krijgt daardoor een drooglegging van 0,5 m. Bij een peilstijging van 1,0 m bergt dit oppervlak circa 4.500 m3 (21 mm) en bij een peilstijging van 1,3 m is dit circa 11.700 m3 (55 mm). Dit groen maakt het plan klimaatadaptief: het gebied beweegt mee bij extreme weersomstandigheden. Zie ook Figuur 3-9 voor een principeprofiel van de maaiveldhoogtes. In totaal levert een piekbui van 90 mm in 1 uur over het gehele plangebied een opgave van 16.200 m3 op. Dit wordt deels verwerkt in groengoten (640 m3) en het HWA-stelsel (1.800 m3). Het overige water wordt geborgen in het water en klimaatadaptief groen.
Dit levert in totaal een peilstijging van circa 0,7 m op. Bij de eis zoals gesteld in het convenant van de MRA (70 mm privaat terrein) levert een wateropgave van 4.200 m3 op, wat een waterpeilstijging van 0,1 m zou betekenen. Uitgangspunt blijft dat het water lokaal geborgen kan worden door een waterpeilstijging toe te passen. Hierboven en in Paragraaf 3.3.3 is ingegaan op de oppervlakkige afwatering in het plangebied. Uitgangspunt is dat de drempels voor woningen en andere gebouwen hoog liggen ten opzichte van de rijbanen zodat bij 20 cm waterdiepte het water niet de gebouwen binnentreedt. Bijvoorbeeld dus op 0,3 m boven het niveau van de wegas. Er dient in een later stadium gekeken te worden hoe deze drempels worden ontworpen om gebruiksvriendelijk te zijn voor beperkten.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 3-8: Principeprofiel van het plangebied betreffende maaiveldhoogtes en de relatie met de waterpeilen in normale en extreme situaties. De maximale peilstijging is circa 1,0 m. Het klimaatadaptief groen ligt op circa 0,5 m boven het streefpeil.
3.4.2
Hitte
Er is een aparte hittestresstoetsing gemaakt waarin wordt ingegaan op de toetsingseisen wat betreft het thema hitte. Zie ook Memo toetsing hittestress De Scheg Midden (Sweco, 2024). Hieronder is een beknopte samenvatting gegeven van de eisen en toetsingsresultaten. De volgende eisen zijn beschreven: • • •
• •
Schaduw Er is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer. Koele plekken Koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig. Horizontale en verticale oppervlakten Tenminste 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied en gebouwen zelf te verminderen. Vitale en kwetsbare functies Vitaal en kwetsbare functies blijven beschikbaar bij hitte. Binnentemperatuur Koeling leidt niet tot opwarming van de (verblijfs-) ruimtes in de directe omgeving.
Uit de toetsing volgt dat het plan voldoet aan bovenstaande eisen. Er zijn geen grootschalige ruimtelijke aanpasisngen nodig om te voldoen aan de eisen en hittestress verder te minimaliseren. Er wordt aanbevolen verder te kijken naar materialisering en kleuren van de trafo’s en de infrastructuur om zo opwarming hiervan te voorkomen.
3.4.3
Droogte
Voor het thema droogte staan de volgende eisen beschreven:
• Droogtebestendige inrichting: de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens de droogte zijn sturend voor de inrichting van het plangebied.
• Bodemdaling: gebied specifiek worden een restzettingseis en bijhorende maatregelen set tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein. • Vitale en kwetsbare functies: vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Afgelopen jaren zijn er lange periodes van droogte geweest. De gemeente Amstelveen heeft als ambitie binnen het klimaatbeleid dat droogte niet leidt tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur. De (nationale) strategie van water vasthouden, bergen en eventueel afvoeren zorgt ervoor dat droogte en/ of consequenties van droogte worden geminimaliseerd. Dit kan verwezenlijkt worden binnen het plangebied door bijvoorbeeld het toepassen van regenwateropvang op woningniveau (o.a. regenton) en op gebiedsniveau binnen bijvoorbeeld de open groengoten. Hierdoor wordt (door de toekomstige bewoners) regenwater opgevangen voor het bevloeien van het openbaar en privaat groen. Hiermee wordt tevens het waterbewustzijn van de nieuwe bewoners verhoogd. Om het drinkwaterverbruik verder te reduceren kan het opgeslagen regenwater op woningniveau ook worden gebruikt voor toiletspoeling / wasmachine. Deze concepten worden in een latere fase uitgewerkt. Zoals in Paragraaf 2.3.2 beschreven ligt de GLG op circa 1-1,5 m onder maaiveld. Als conservatieve berekening wordt een GLG van 1,5 m onder maaiveld verwacht (NAP -6,1 m). Door de waterpeilverhoging van NAP -5,8 naar NAP -5,37 m stijgt het grondwater in de toekomstige situatie ook. De aanwezige kleilagen zijn door de verhoging van het waterpeil voor een groter deel (en langere tijd in het jaar) verzadigd.
Bodemdaling door grondwateruitzakkingen wordt hierdoor theoretisch gezien verminderd. In een later stadium dient door middel van een bouwrijp advies geanalyseerd te worden welke ophoogstrategie voldoet aan de hierboven genoemde eisen. Omdat het plangebied een kleiige ondergrond heeft is de mogelijkheid tot waterberging in de bodem gering. Door het toepassen van alternatieve waterbergingen zoals in groengoten kan het water in droge perioden worden hergebruikt of langzaam infiltreren in de ondergrond. Daarnaast wordt het grootschalig groen lager aangelegd dan de omgeving. Hierdoor ontstaat minder groenschade door (extreme) uitzakking van grondwaterstanden en is minder drink- of oppervlaktewater nodig voor het bewateren van dit groen. Risico’s op droogtegevolgen voor vitale en kwetsbare functies dienen in een later stadium te worden geanalyseerd. De ligging van kabels en leidingen en de plaatsing van diepwortelende groen nabij trafo’s en andere (kwetsbare) infrastructuur dient hierbij te worden overwogen.
3.4.4
Waterveiligheid
Voor het thema waterveiligheid staan de volgende eisen beschreven:
• Schade voorkomen: bij overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar.
• Schadebeperking: er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn. • Schuilen en evacueren: er moeten maatregelen getroffen worden om veilig te kunnen schuilen of te evacueren in het geval van een overstroming. Het plangebied ligt in de Noorder-Legmeerpolder welke omringd is door een regionale waterkering (Vuurlijn, Zijdeveld, Amsteldijk, Hollandse Dijk, Bovenkerkerweg, Noorddammerlaan, Legmeerdijk). Daarbij is aan de oostkant een dubbele kering aanwezig, zowel voor de Amstel als voor de polder(s). Volgens de klimaateffectatlas is er in de polder een kleine kans (1/300-1/3.000 per jaar) op een plaatsgebonden overstroming van 50-200 cm binnen de polder van het plangebied. Zie Figuur 3-10. Dit bij een gemiddeld huidig maaiveldniveau van circa NAP -4,6 m. Door de waterpeilverhoging en de daarbij horende maaiveldverhoging naar circa NAP -4,0 m neemt het overstromingsrisico af. Het diepste punt in de polder is circa NAP -5,30 m, het gemiddelde maaiveldniveau van de polder is na een inschatting ongeveer gelijk aan deze van het plangebied. Ondanks het verminderde risico op overstromingen dient bij de ruimtelijke ontwikkeling van het plan rekening gehouden te worden met mogelijke overstromingen.
De MRA beschrijft voor nieuwbouw oplossingen zoals het verhoogd bouwen (op terpen) en het hoger aanleggen van de hoofdinfrastructuur; het aanpassen van drempelhoogten in acht houdend toegangsmogelijkheden voor beperkten; het hoger aanleggen van elektriciteitsaansluitingen en andere installaties; en bijvoorbeeld op gebouwniveau het
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
hoger plaatsen van ingangen en woonruimtes en het plaatsen van dakramen en noodtrappen. Dit dient in een later stadium te worden uitgewerkt binnen de bouwkavels. In het plangebied kan gekeken worden of de hoofdinfrastructuur hoger wordt aangelegd dan de kavels, bijvoorbeeld op NAP -3,8 m. Op deze wijze blijft de hoofdomsluiting toegankelijk bij ondiepe overstromingen. Dit wordt in een later stadium uitgewerkt.
Figuur 3-9: Overstromingskans van het plangebied voor 50 cm aan water in 2050.
3.4.5
Biodiversiteit
Voor het thema biodiversiteit staan de volgende eisen beschreven:
• Ecologische oplossingen: ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen van het specifieke gebied hebben altijd de voorkeur boven ‘puur technische’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten (Total Cost of Ownership benadering). • Groenblauwe structuren: Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30% groen op buurtniveau, broomkroonoppervlak telt mee). • Habitat: het plangebied creëert, afhankelijk van de grootte, een hoogwaardige habitat voor een of meer soortencategorieën. In het plangebied wordt uitgegaan van een zoveel mogelijk gesloten grondbalans. Hierdoor wordt de aanvoer van niet-gebiedseigen grond geminimaliseerd. Uitgangspunt daarnaast is dat enkel private oevers beschoeiing krijgen en dat, daar waar mogelijk, ecologische oevers worden toegepast. Door het gebruik
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
van open molgoten en voornamelijk groengoten wordt op een ecologische(re) manier omgegaan met het verwerken van water binnen het plangebied. In het huidige schetsontwerp is circa 26% van het plangebied gereserveerd voor groen. Indien het broomkroonoppervlak (27.500 m2 als ruwe inschatting, circa 13%) wordt meegenomen, en het groen in privaat oppervlak (schatting) wordt meegerekend in een later stadium wordt het minimum vereist groenoppervlak bereikt. De groene structuur van het schetsontwerp sluit aan op de omgeving: de tracé van de hoofdontsluiting met bijhorend groen en water sluit op het deelgebied West en op de huidige wijk aan op bestaande groenstructuren. In een later stadium kan via bijvoorbeeld een natuurpuntencalculator berekend worden in hoeverre de habitat in het plangebied vooruitgaat. Het plangebied betreft een grootschalig project en daarbij behoort de eis dat voor tenminste 3 soortcategorieën een habitat wordt gecreëerd. De soortencategorieën zijn onderverdeeld in 1) gebouw bewonend; 2) boom bewonend; 3) struweel gebonden; 4) bloemrijk grasland gebonden; 5) water en oevers verbonden. In een verdere fase wordt focus gegeven aan de vier v’s: Voedsel, Veiligheid, Voortplantingsmogelijkheden, en Variatie.
3.5
Kabels en leidingen
In Figuur 3-13 is het SO uit 2024 met de kabels en leidingen weergegeven. Er zijn een aantal locaties in het plangebied waar mogelijk knelpunten ontstaan. Er worden in onderliggend document geen knelpunten genoemd met lagedruk gasleiding, laagspanningskabels, datakabels, waterleidingen, riolering en huisaansluitingen.
• Kruising Noorddammerweg – J.C. van Hattumweg – hier is een trafo aanwezig. In het nieuwe SO (2024) is hier rekening mee gehouden. Tevens ligt hier een hogedruk gasleiding. In de uitwerking van het plan dient hier blijvend rekening mee gehouden te worden. • Haaks op de J.C. van Hattumweg lopen een aantal hogedruk gasleidingen het plangebied in. In het SO is op deze plekken een woonkavel ingetekend. Dit geldt ook voor het perceel aan de Meerlandenweg. • Bij de hogedruk gasleiding van Gasunie aan de zuidoost grens van het plangebied is de ontsluiting van het plangebied ingetekend over de gasleiding heen. Hetzelfde geldt voor de zone van eisvoorzorgsmaatregelen rondom de buis (2x 20 meter). Binnen de zone is nu de ontsluitingsweg, een fietspad, en een deel van woonkavels inclusief gebouwen gepland. Daarnaast wordt er water gegraven binnen de zone. Er dient in overleg te worden getreden met de beheerder Gasunie in hoeverre dit mogelijk is en welke maatregelen getroffen moeten worden.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Figuur 3-13: Vergelijk huidige kabels en leidingen en het SO uit 2024.
3.6
Waterkwaliteit
Goede structuur diversiteit Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Door de nieuw te graven watergangen met elkaar te verbinden en aan te sluiten op het bestaande water, wordt de doorstroming bevorderd. Dit heeft een positief effect op de waterkwaliteit. Ook het aansluiten van het toekomstig water op het bestaande stedelijke waterpeil van NAP -5,37 m biedt kansen voor verbetering van de (ecologische) waterkwaliteit (betere doorstroming en vermindering voedselrijke/zoute kwel en vasthouden van water). In een verdere uitwerking van het plangebied wordt gekeken naar het eventueel aanleggen van natuurvriendelijke oevers en de invulling van oevers en beschoeiing. Goede oppervlaktewaterkwaliteit en goed omgaan met hemelwater Er worden geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zinken dakgoten) gebruikt. Voor de waterhuishoudkundige kunstwerken worden alleen milieuvriendelijke en niet-uitlogende materialen gebruikt. Het hemelwater binnen het plangebied zal enkel worden geloosd op het oppervlaktewater. Deze voorkeur wordt gebaseerd op het feit dat deze waterstromen in principe geen of geringe verontreinigingen bevatten, zodat ze zonder maatregelen direct in het milieu kunnen worden geloosd. Daarnaast zijn voor deze lozingen over het algemeen geen individuele vergunningen of ontheffingen noodzakelijk.
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Bijlagen • Watergebiedsplan • Basisveiligheidsniveaus MRA
Sweco | Watertoets en klimaatadaptiviteitstoetsing De Scheg Midden Projectnummer: 51009291 Datum: 24-07-2024
Versie: D02
Bovenkerk
3-12 VP: -4,75
3-8 VP: -5,10
3-21 VP: -4,83
3-6 VP: -5,10 3-3 VP: -5,37
3-17 VP: -4,85
3-22 FPb: -5,37 FPo: -5,80
3-1 VP: -5,80
3-19 VP: -5,38 3-2 VP: -5,25
3-13 VP: -5,65
UITHOORN
3-16 VP: -5,38
3-18 VP: -5,40 Kwakel
3-32 VP: -5,20 3-10 VP: -1,90
3-5 VP: -5,10 3-11 VP: -2,03 3-20 VP: -2,10 0
Copyright: 2016 Waternet, Amsterdam
Verklaring
Peilgebieden volgens peilbesluit 2017 (peilen in m NAP) VP ZP WP FPb FPo
Peilgebieden
Vast peil Zomerpeil Winterpeil Flexibel peil - bovengrens Flexibel peil - ondergrens
Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht bij besluit AB BBV xx.xxxx d.d. xx-xx-20xx
Overig
Cartograaf:
Datum eerste versie:
Opdrachtgever:
Opdrachtnr:
Laatste wijziging:
Datum laatste versie:
Projectleider:
Formaat:
Schaal:
Kaartnummer:
Bladnr:
WM
24-11-2016
R. v. Zon
A3
1:22.000
IB20150151
7c
02-09-2016
MG
Noorder Legmeerpolder Sector Watersysteem