Beheerverordening Zorgvlied 2022
Tekst van het document
Samenvoeging van de resten van een overledenen tot op de onderste laag, conform de Handleiding Opgraven en ruimen van de brancheorganisaties, is alleen mogelijk bij graven waar op meerdere lagen begraven kan worden. Specifieke zaken worden uitgewerkt in de nadere regels, bijvoorbeeld dat per graf slechts één keer een samenvoeging kan plaatsvinden en dat slechts één keer geschud kan worden ter voorkoming van een ophoping van stoffelijke resten. Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wie de aanvrager of opdrachtgever is, wat voor graf er wordt gevraagd en als het een bestaand graf betreft wie de (nieuwe) rechthebbende is die toestemming geeft voor opening van het graf. De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, bijvoorbeeld een urnennis.
Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 18
Gekozen is voor een aanmeldingstermijn van twee werkdagen om de gedenkparkmedewerkers voldoende tijd te geven om alle voorbereidingen zorgvuldig uit te voeren. Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften Dit artikel bevat een verwijzing naar het Besluit op de lijkbezorging (2013) en de eerdergenoemde bijbehorende Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014). Het is voor een goede lijkvertering van belang dat lijkomhulsels een goede doorlatendheid hebben. Alleen zo kan er voldoende vocht en zuurstof toetreden die noodzakelijk zijn voor de lijkvertering. Dit geldt voor de kleding die de overledene draagt, maar ook voor de kist en de bekleding waarin deze begraven wordt of de lijkhoes waarin deze gewikkeld is. Voor het gebruik van lijkhoezen bestaan regels. Genoemde regels waren vastgesteld in het Lijkomhulselbesluit 1998 en zijn integraal overgenomen in het Besluit op de lijkbezorging. De lijkhoezen die voldoen aan de normen van het Besluit op de lijkbezorging, staan op de ‘witte lijst’ van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB: www.begraafplaats.nl).
Het toepassen van verkeerde lijkhoezen of slecht doorlatende lijkomhulsels (kunststof kleding, lijkwaden) kan leiden tot het stopzetten van de lijkvertering waardoor vanuit milieu hygiënisch opzicht belastende situaties kunnen ontstaan en graven niet meer ter beschikking kunnen komen voor nieuwe, toekomstige begravingen omdat het hergebruiken van de ruimte problematisch is geworden. In dit artikel is eveneens een bepaling opgenomen dat geen vervuilende voorwerpen aan de grafruimte mogen worden toegevoegd, alsmede voorwerpen die de vertering van het lijk kunnen belemmeren of voorkomen. Artikel 10. Te overleggen stukken De Wet op de lijkbezorging eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van overlijden. Sinds april 2016 volstaat een digitale versie. Hierbij aansluitend is het gewenst om het managementteam van het gedenkpark een eigen bevoegdheid te geven medewerking aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is voldaan. Tevens zal de uitvaartondernemer een registratiedocument moeten overleggen met een registratienummer dat overeenkomt met het registratienummer van het omhulsel van de overledene, ter voorkoming van een verwisseling van overledenen.
Voor een asbusbijzetting zal door degene die opdracht geeft voor de crematie een crematieverklaring van het crematorium moeten worden overlegd. Indien het een crematie op Zorgvlied betreft kan de asbestemming aansluitend plaatsvinden via interne procedures. De bezorging van as omvat zowel het bijzetten van een asbus als de verstrooiing van as. Bijzetting van een overledene in een bestaand graf kan leiden tot verlenging van de lopende graftermijn. Dat kan betekenen dat de minimale grafrusttermijn van tien jaar moet worden gegarandeerd door het grafrecht met zoveel noodzakelijke termijnen van een jaar te verlengen of met de verlengingstermijnen zoals vastgelegd in de nadere regels. Lid 5 van artikel 17 regelt dat asbussen die later zijn bijgeplaatst en niet voldoen aan de termijn van tien jaar (artikel 66 Wet op de lijkbezorging) niet bewaard hoeven te worden tot de termijn van tien jaar verstreken is, en na afloop van de graftermijn direct verstrooid kunnen worden. Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (i.e. zaterdag).
Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de gedenkparken op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 19
nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om het gedenkpark alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen. Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven om een overledene binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval van lijkvinding. Voor het begraven of cremeren op buitengewone uren wordt een extra tarief in rekening gebracht. Vanuit het oogpunt van dienstverlening is in de zomerperiode begraven in de vroege avond mogelijk gemaakt. Hiervoor wordt een toeslag in rekening gebracht. Artikel 12. Gemeentelijke voorzieningen Dit artikel maakt duidelijk welke procedure er is voor het gebruik van speciale voorzieningen, zoals touwen voor het dalen van een kist of schep voor het dichten van een graf, voor zover deze beschikbaar zijn en door het gedenkpark worden geboden. Tevens ten aanzien van het gebruik van een aula of opbaarruimten voor zover in het beheer van de gemeente. Artikel 13. Indeling graven en asbezorging Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van voorzieningen op het gedenkpark.
Particuliere gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden uitgegeven voor vermisten, voor overledenen wiens as na crematie verstrooid is of als de persoon in het buitenland is overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd. Tevens voor foetussen jonger dan 24 weken die niet onder de Wet op de lijkbezorging vallen. Artikel 14. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen Het Besluit op de lijkbezorging van 1 januari 2013 bevat in artikel 5 de bepaling dat er ten hoogste drie overledenen boven elkaar mogen worden begraven: “Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of elk ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Boven de (bovenste) kist of het (bovenste) omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand.” In keldergraven kunnen meer dan drie overledenen boven elkaar geborgen worden. Artikel 15. Volgorde van uitgifte Graven, urnengraven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen zijn alleen vrij te kiezen en te reserveren als er bestaande graven zijn vrijgekomen door het vervallen of aflopen van grafrechten.
Die vrijgekomen plekken kunnen opnieuw worden uitgegeven na ruiming van het graf of de plaats. De overige graven worden op rij uitgegeven. Urnennissen worden uitgegeven op basis van beschikbaarheid en zijn niet te reserveren. Artikel 16. Categorieën Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil vaststellen voor het gebruik van de voorzieningen op het gedenkpark, bijvoorbeeld de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende delen (categorieën) van het gedenkpark. In de nadere regels kunnen bepalingen worden opgenomen, o.a. voor Islamitische graven en onderhoudsvrije ecologische graven. In een aantal historische grafvelden zijn alleen nieuwe begravingen en asbestmmingen mogelijk indien het historische karakter behouden blijft. Op Zorgvlied zijn categorieën vastgesteld voor graven op basis van de afmetingen van graven, asbestemmingen op basis van voorziening en themavelden op basis van toegestaan type monument.
Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 20
Artikel 17. Termijnen particuliere en algemene graven, urnennissen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen Door de wetswijzigingen van 2010 wordt het voor de gemeente mogelijk gemaakt grafrechten voor verschillende perioden uit te geven. Het uitsluitend recht voor het begraven en begraven houden van overledenen en een asbestemming in een urnengraf en urnennis werd in de beheersverordening versie 1990 verleent voor twintig jaar. In de versie van 2022 worden de termijnen geregeld via de nadere regels voor tien jaar of een veelvoud van 10 jaar. Uit onderzoek is gebleken dat er ook behoefte is aan langere termijnen. Vaststelling via nadere regels maakt toekomstige aanpassingen sneller mogelijk. Algemene graven worden uitgegeven voor een vaste korte termijn. Particuliere (urnen-)graven, urnenplaatsen, urnennissen en gedenkplaatsen hebben tevens de mogelijkheid om deze rechten te verlengen. Zorgvlied kiest in de versie van 2022 voor verlengingstermijnen van vijf jaar of een veelvoud van 5 jaar. Ook deze zijn vastgelegd in de nadere regels, zodat ze in het geval van nieuwe ontwikkelingen snel aangepast kunnen worden. Verlengen is een blijvend recht. De rechthebbende bepaalt wie er in het graf wordt begraven, dan wel welke asbus wordt bijgezet, en of er verlenging van het grafrecht plaatsvindt. Een grafrecht wordt verleend aan één persoon of een rechtspersoon.
De verlenging dient tijdig te worden aangevraagd, voor afloop van de termijn. De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn verlenging van de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode (dus uiterlijk een jaar voor afloop van de termijn) moet het college vervolgens de rechthebbende op het graf mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief (als de rechthebbende bekend is), hetzij door plaatsing van een bordje bij het graf en aanplakking op het gedenkpark tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen (in het geval de rechthebbende niet bekend is of niet reageert op het verzoek het antwoordformulier te retourneren). Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de tweede begraving of bijzetting. Daarom is de laatste zin in het eerste lid van artikel 17, betreffende de aanvang van de termijn, opgenomen. In het kader van de vermindering van administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van het gedenkpark wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn eigen administratie gebruikt.
Tevens ontslaat dit de administratie van de plicht het BRP-netwerk (Basisregistratie personen) te (doen) raadplegen. Wanneer niet binnen zes maanden om verlenging van het recht is verzocht, dient de mededeling bekend te worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van het gedenkpark tot aan het einde van de periode dat de rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. Indien er ten tijde van de opheffing van het gedenkpark nog rechten op particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden genomen. Ten aanzien van asbestemmingen die achterblijven na afloop van de termijn is bepaald dat deze vervallen aan de houder van de begraafplaats en door het managementteam verstrooid worden. Artikel 18. Keldergraven Het college bepaalt aan welke voorwaarden door rechthebbenden moet worden voldaan om een particulier keldergraf in gebruik te mogen nemen. Tevens zijn er voorwaarden opgenomen voor het gebruik van bestaande keldergraven en het intrekken of wijzigen van bestaande vergunningen. Door problemen met het verteringsproces in keldergraven (onder andere als gevolg van onvoldoende zuurstoftoevoer en waterophoping) is het van belang dat het college bevoegdheden krijgt om snel en adequaat te handelen in dergelijke situaties.
Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 21
Artikel 19. Overschrijving van verleende rechten Het recht op een particulier (urnen-)graf, urnenplaats, urnennis of gedenkplaats wordt verleend door een beschikking van het college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om overledenen in een bepaald graf te doen begraven of as te doen bijzetten of te gedenken. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk met de vergunning een standplaats in te nemen op de openbare weg. De koopman mag op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning steunt het recht om overledenen in een bepaald graf te begraven, as te mogen bijzetten of een gedenkplaats te mogen oprichten op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden overgeschreven op een ander. In het verleden werd vaak bepaald dat het recht op een graf slechts kon worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner van de (overleden) rechthebbende dan wel op naam van een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Slechts wanneer er gewichtige redenen bestonden was overschrijving op naam van een ander mogelijk. Uit de praktijk bleek dat deze beperking niet of lastig te handhaven is en onvoldoende aansloot bij maatschappelijke veranderingen (bijvoorbeeld het toenemende belang van vriendenrelaties boven familierelaties).
Bovendien veroorzaken ze extra administratieve lasten. Daarom is deze regel in 2010 geschrapt. Wel wordt nu de mogelijkheid geboden het recht over te schrijven op naam van een rechtspersoon. Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten worden bijgezet dient het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting te worden gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen al de noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van een nieuwe rechthebbende daar één van. Wanneer nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te schrijven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert. Rechthebbenden kunnen ook bij leven al schriftelijk bij de administratie van het gedenkpark aangeven wie de nieuwe rechthebbende wordt na overlijden van de geregistreerde rechthebbende. Artikel 20.
Vervallen (graf-)rechten Dit artikel beschrijft wanneer grafrechten automatisch komen te vervallen en wanneer het college actief grafrechten mag beëindigen, bijvoorbeeld bij nalatigheid van de rechthebbende. Dit artikel geeft de gemeente meer bevoegdheden om op te treden tegen rechthebbenden die in verzuim blijven een op grond van deze verordening op hen rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelen. Het laten vervallen van grafrechten kan ook een tijdelijke, juridische stok achter de deur zijn bij geschillen. De positie van de gemeente als houder van het gemeentelijke gedenkpark is hiermee versterkt. Artikel 21. Afstand doen van (graf-)rechten Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende voortijdig afstand van het (graf-)recht kan doen. Tevens dat geen terugbetaling plaats vindt van reeds betaalde rechten. Artikel 22. Vergunning gedenkteken en grafbedekking Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van gedenkparken chaotisch worden. Tevens dienen de veiligheidsaspecten te worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet worden voorkomen.
Deze beheerverordening geeft de nodige vrijheid; het beperkt zich tot het aangeven van minimumeisen voor de afmetingen, constructie en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking, urnenplaats en gedenkplaats moet voldoen. Volstaan wordt met een vergunningsplicht die geldt voor de grafbedekkingen Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 22
met meerjarige planten en/of gedenktekens op particuliere (urnen-)graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen. Het monument of gedenkteken zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn uitgewerkt in de nadere regels. Indien de gewenste grafbedekking, urnenplaats of gedenkplaats niet voldoet aan alle voorwaarden maar wel een meerwaarde heeft voor het gedenkpark als geheel kan het college besluiten alsnog vergunning te verlenen. Het betreft veelal afwijkingen van de afmetingen van gedenktekens/monumenten die geplaatst worden als grafbedekking, bijvoorbeeld kunstwerken of beelden. De gemeente bepaalt middels dit artikel nadrukkelijk geen verantwoordelijkheid te dragen voor de zich eenmaal op het gedenkpark bevindende grafbedekkingen. Een gedenkteken of andere grafbedekking wordt voor de uitvoering van deze verordening geacht het eigendom van de rechthebbende op een particulier graf, urnenplaats of gedenkplaats te zijn, tenzij anders is overeengekomen en in de administratie een andere belanghebbende als eigenaar is geregistreerd. Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf lopen en voor medewerkers duidelijk is dat die plek niet uitgegeven kan worden.
Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten blijken wie daar begraven is. Artikel 23. Aansprakelijkheid grafbedekking Middels dit artikel wordt de aansprakelijkheid ten aanzien van het plaatsen, aanbrengen en herstellen van grafbedekkingen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen nadrukkelijk bij de rechthebbende van het betreffende graf, urnenplaats of gedenkplaats gelegd. Ook indien de eigenaar van de grafbedekking niet de rechthebbende is, is de rechthebbende verantwoordelijk aangezien deze toestemming geeft aan de eigenaar. Artikel 24. Onderhoud door de houder van de gedenkparken Het onderhoud dat door het gedenkpark namens de gemeente wordt uitgevoerd bestaat uit het algemeen onderhoud van het gedenkpark, met de bedoeling dat het gedenkpark als geheel een verzorgd aanzien heeft. Hiervoor wordt een vastrecht per jaar vastgesteld. Dit vastrecht is afkoopbaar voor tien jaar. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de (urnen-)graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen ligt primair bij de eigenaren van de grafbedekkingen en gedenktekens. Ter verzekering van een acceptabel basisonderhoud van de grafbedekkingen verzorgt de houder van de begraafplaats tegen betaling van een onderhoudsvergoeding een aantal in de nadere regels beschreven onderhoudswerkzaamheden, zoals het herstel van verzakkingen.
Het geeft de gemeente de verplichting om de algemene uitstraling van het gedenkpark netjes en ordelijk te houden, maar ook de bevoegdheid om in te grijpen binnen de grafbeplanting wanneer deze de voor de grafbedekking bepaalde proporties dreigen te overschrijden en bij slecht onderhoud of verval van grafbedekkingen. Tegen betaling van een extra vergoeding kan in extra onderhoud van de grafbedekking worden voorzien door het managementteam van Zorgvlied. Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker De rechthebbenden op particuliere graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen zijn verplicht het grafoppervlak en de zich daarop bevindende grafbedekking en gedenktekens behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Bij nalatig onderhoud kan het college, na aanmaning, overgaan tot verwijdering van de grafbedekking en het gedenkteken. Met dit artikel wordt de verantwoordelijkheid van de rechthebbenden en gebruikers, c.q. de eigenaren van de grafbedekkingen en gedenktekens uiteengezet, ook ten aanzien van te herstellen beschadigingen. Gedurende de tijd dat een graf niet geruimd mag worden (dat wil zeggen, gedurende de periode dat de wettelijk vereiste minimale grafrust van tien jaar niet is verstreken en tot het moment dat het grafrecht vervalt) is de duurzaam aan de ondergrond verbonden Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 23
grafbedekking en de in het graf aangebrachte kelder in eigendom van de eigenaar (meestal de rechthebbende op het particuliere graf, maar het kan ook een andere persoon zijn als deze als zodanig geregistreerd is). Het natrekkkingsrecht is gedurende de genoemde periode niet van toepassing, maar wel erna. Dat betekent dat de grafbedekking en het keldergraf na die periode direct in eigendom komt van de gemeente (de houder van het gedenkpark) en dat deze erover kan beschikken, om bijvoorbeeld de steen te verwijderen of door een (kelder-)graf weer opnieuw uit te geven. Dit gegeven geldt met terugwerkende kracht en is van toepassing op alle, op het gedenkpark aangebrachte grafbedekkingen (monumenten, grafbeplantingen en keldergraven). Omdat sprake is van een eigendom van een eigenaar, niet zijnde de gemeente, berust het onderhoud van de grafbedekking eveneens bij de eigenaar, waarbij er voor de uitvoering van de beheerverordening vanuit gegaan wordt dat de rechthebbende op een particulier graf en de gebruiker van een algemeen graf de eigenaar van de grafbedekking is, tenzij via de administratie anders aangegeven. Zorgvlied voert een deel van de onderhoudswerkzaamheden van de graven zelf uit ter bewaking van de beeldkwaliteit van het gedenkpark. Hiervoor is een verplichte onderhoudsbijdrage vastgesteld. Artikel 26.
Grafbeplanting De rechthebbenden zijn verplicht het grafoppervlak en de zich daarop bevindende grafbedekking en beplanting behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. In de dagelijkse praktijk rijzen er vaak moeilijkheden over het verwijderen van bloemen en eenjarige planten. Omdat de bloemen en planten economisch eigendom zijn van de rechthebbende van de graven is een waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de rechthebbenden steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op een mededelingenbord op het gedenkpark doorlopend algemeen bekend te maken hoe daarmee wordt gehandeld. Dit artikel geeft het managementteam van het gedenkpark meer mogelijkheden om een nette uitstraling van het gedenkpark te bereiken. Wanneer het onderhoud ten aanzien van nietblijvende beplantingen, losse bloemen et cetera nalatig is, kan het managementteam optreden en overgaan tot verwijdering ervan. Het is echter gewenst dat de medewerkers van het gedenkpark verwelkte bloemen niet te snel verwijdert omdat zij passend kunnen zijn bij de sfeer van het gedenkpark. Artikel 27.
Tijdelijke verwijdering grafbedekking Dit artikel verduidelijkt dat het tijdelijk verwijderen van een grafbedekking, in het geval van een bijzetting of begraving in het betreffende graf, voor rekening en risico van de rechthebbende zijn, niet voor de gemeente als houder van het gedenkpark. Voorts geeft het de gemeente het recht om een op een graf aanwezige grafbedekking te verwijderen zodat tot bijzetting in een naburig graf kan worden overgegaan. Deze kosten en risico’s zijn uiteraard voor rekening van de gemeente. Dit artikel spreekt verder voor zich. Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn Dit artikel beschrijft de procedure die gevolgd wordt alvorens tot verwijdering van een grafbedekking wordt overgegaan. Beschreven is dat, wanneer de termijn van het (graf-)recht beëindigd is, het college bevoegd is de grafbedekking weg te nemen. Dit is een voortvloeisel uit de in 2010 gewijzigde wet op dit punt. Het eigendom (ook van een grafbedekking) in het algemeen is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e en f, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek). In de aangepaste Wet op de lijkbezorging (per 1 januari 2010) is bepaald dat gedurende de periode waarin een graf niet mag worden geruimd, dit artikel uit het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op hetgeen op het graf geplaatst is.
Daarmee is het geplaatste gedenkteken ten aanzien van deze verordening eigendom van de rechthebbende. In dit artikel in de beheerverordening is dit als uitgangspunt genomen. Wanneer immers het grafrecht of het gebruik beëindigd is, treedt het natrekkingsrecht in werking en wordt alles dat duurzaam met de ondergrond verbonden is Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 24
eigendom van de eigenaar van de grond, in dit geval de gemeente. De consequentie van deze natrekking is dat de gemeente dan als eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk is voor de schade die het grafmonument aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt (risicoaansprakelijkheid), indien dit niet goed geregeld zou zijn in de beheerverordening. De aankondiging van de voorgenomen verwijdering van de grafbedekking of het gedenkteken vindt plaats samen met de aankondiging van de afloop van het (graf-)recht. De rechthebbende heeft de keus om de grafbedekking en het gedenkteken zelf te laten verwijderen voor afloop van de termijn van het (graf-)recht, of dit over te laten aan de gemeente na afloop van de termijn van het (graf-)recht. Artikel 29. Voorwerpen op en rond graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen Ook ten aanzien van de losse voorwerpen dient bepaald te worden welk traject gevolgd wordt bij afloop van de grafrecht- of gebruikstermijn. Het natrekkingsrecht is immers niet van toepassing op deze voorwerpen en zolang ze op de grafoppervlakken staan, is ook artikel 23 hierop niet van toepassing. Ter voorkoming van overlast en vervuiling door wegwaaiende voorwerpen, veiligheidsproblemen als gevolg van het stuk raken van glazen voorwerpen en ter preventie van diefstal zijn losse voorwerpen niet toegestaan. Artikel 30.
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as Dit artikel beschrijft de werkwijze na afloop van het (graf-)recht en het ruimen van graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen. Aan de rechthebbende op een particulier graf moet worden medegedeeld dat deze verlenging van de graftermijn kan vragen volgens artikel 28, eerste lid, van de Wet op de lijkbezorging. Aan de belanghebbende van een algemeen graf moet uiterlijk 6 maanden voor afloop van de termijn schriftelijk worden meegedeeld dat de termijn afloopt. De mededeling dat de termijn van een grafrecht zal gaan verlopen, vaak gecombineerd met de mededeling dat het college voornemens is om de graven c.q. nissen te ruimen wanneer niet zal worden verlengd, wordt gedaan aan de rechthebbende op een particulier graf en aan aan de gebruiker van een algemeen graf. Indien een nieuwe belangstellende voor het grafrecht zich meldt kan het managementteam het grafrecht opnieuw uitgeven aan een andere rechthebbende. Bij het ruimen van graven wordt in eerste instantie uitgegaan van bovengronds ruimen, het verwijderen van de grafbedekking. Bij een nieuwe uitgifte van het graf worden de nog aan te treffen stoffelijke overblijfselen verdiept begraven in dezelfde grafruimte (schudden) of overgebracht naar een verzamelgraf.
Het op verzoek schudden van graven met het oogmerk de dan beschikbare grafruimte weer opnieuw in gebruik te nemen is ongewenst als de situatie ter plaatse de uitvoering problematisch maakt. Hierbij is te denken aan een beperkte bereikbaarheid van het graf, te hoge grondwaterstand of andere cultuurtechnische knelpunten die op voorhand niet te voorzien zijn. Conform de handleiding Opgraven en ruimen van de brancheorganisaties wordt niet de term schudden, maar de term samenvoegen gebruikt indien het een verzoek van de rechthebbende betreft. Artikel 31. Lijst historische graven en opvallende grafbedekkingen Begraafplaatsen en gedenkparken zijn vormgegeven uitingen van rouw, zoals die door de eeuwen heen hebben plaatsgevonden. Door de informatie op grafstenen vormen gedenkparken daarnaast een stenen archief. Door het gezamenlijke beeld van de aanleg van het gedenkpark en de oorspronkelijke begraafplaats, het materiaalgebruik, de vormgeving en de symboliek van graftekens of van poorten of hekwerken, maar ook van eventuele lijkenhuisjes, muren en van het groen, wordt een beeld gevormd van de identiteit van een dorp, de stad of de gemeente. Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven, maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken.
Middels selectiecriteria worden maatregelen getroffen zodat Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 25
graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken wordt een deskundige geraadpleegd. Gestart is met het opstellen van een lijst van gedenkwaardige graven en bijzondere monumenten en gedenktekens die het waard zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft zo uitdrukking aan de waarden van het gedenkpark als zodanig. Artikel 32. Voorschriften inrichting register en dossiers Dit artikel maakt duidelijk aan welke eisen de gedenkparkadministratie volgens de wet moet voldoen en de toegankelijkheid ervan. Tevens wordt aangegeven aan welke voorwaarden moet worden voldaan bij wijziging van de NAW-gegevens van rechthebbenden, gebruikers en overige belanghebbenden. Het vragen naar een BSN is vanuit de wetgeving met betrekking tot persoonsgegevens juridisch niet toegestaan, maar het BSN kan via het BRP wel gekoppeld worden aan de interne administratie. Het opnemen van de naam en adresgegevens van de opdrachtgever van een crematie, van de persoon aan wie de asbus ter beschikking is gesteld en de rechthebbende of belanghebbende van een graf wordt niet in het openbare register opgenomen maar apart geregistreerd, omdat openbaarheid in strijd is met de AVG. Artikel 33.
Beslissingsbevoegdheid Er zullen zich altijd voorvallen voordoen waarin de beheerverordening en de nadere regels geen volledige duidelijkheid geven. Dit artikel geeft aan dat in die gevallen het college beslissingsbevoegd is. Het college laat zich adviseren door het managementteam van Zorgvlied. Artikel 34. Intrekking oude regeling Dit artikel bepaalt dat de vigerende verordeningen met ingang van een nader te bepalen datum niet langer van kracht zijn behalve voor de graven met grafrechten die er onderhavig aan zijn. Alle oude verordeningen blijven van toepassing op verleende grafrechten. Grafrechten die in het verleden zijn verleend, vallen onder de verplichtingen, vereisten en bepalingen uit de verordening die van kracht was ten tijde van de uitgifte van het recht tenzij deze inmiddels in strijd zijn met de wet. Alleen door grafrechten te verlengen kunnen wijzigingen in sommige verplichtingen tot stand komen, bijvoorbeeld de mogelijkheid van afkoop van onderhoud of de toepassing van een onderhoudstarief. Aan de rechten kan niets gewijzigd worden. Van het ongeldig verklaren van oude beheerverordening, ook als die vastgesteld zijn door voormalige gemeenten, kan daarom geen sprake zijn. Artikel 35.
Overgangsbepaling Dit artikel bevestigt de intentie van het voorgaande artikel 34: oude besluiten blijven nog steeds van kracht (mits niet in strijd met de huidige wet) en blijven hun rechtsgeldigheid behouden alsof ze zijn genomen krachtens de nieuwe vigerende verordening. Voorts worden alle nog lopende vergunningsaanvragen alleen volgens de nieuwe vigerende verordening behandeld. Indien rechthebbenden oude rechten claimen die niet zijn terug te vinden in de gravenadministratie, dienen zij deze zelf aan te tonen met behulp van akten of betaalbewijzen. Het college is bevoegd om in het geval van onduidelijke communicatie over oude rechten een coulanceregeling aan te bieden. Artikel 36. Strafbepaling Zonder dit artikel kan geen sanctionering van de in de verordening gestelde verboden plaatsvinden. Terugkoppeling van deze bepalingen met het arrondissement waarbinnen de gemeente valt is hiervoor eerst noodzakelijk.
Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 26
Artikel 37. Inwerkingtreding Hier geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip wordt aangewezen. Artikel 38. Citeertitel In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te onderscheiden van de voorgaande regeling.
Toelichting Beheerverordening Zorgvlied 2022 27