Beeldkwaliteitplan De Scheg Midden
Tekst van het document
Tweezijdige oriëntatie 50 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Specials
5.4 Eenheden van beeldregie
De beeldregie op de bebouwing dient het algemene doel om de beoogde sfeer (dorps, informeel, overgangslandschap, Amstelveens) te realiseren. Daarnaast stuurt het op de balans tussen eenheid en diversiteit. De gekozen mate van eenheid of diversiteit betreft de bebouwing en hangt af van zowel de hiërarchie in het plan als de exacte positionering en de aanliggende openbare ruimte. Binnen De Scheg deelgebied Midden zijn meerdere ‘eenheden van beeldregie’ aan te wijzen. Deze zijn gebaseerd op/en in samenhang met het totale concept voor de gehele Scheg, zoals omschreven in de Beeldkwaliteitsvisie De Scheg. De zeven verschillende eenheden van beeldregie zijn: Linten
Bestaand lint
Singel Groenblauwe ader Woonbuurten Hofjes Dekwoningen
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 51
Linten
De bestaande lintwegen vertegenwoordigen het landelijke karakter van de lintstructuren. Het uitgangspunt voor de linten is het behoud van de ‘historische’ uitstraling. Om de structuur van de lintbebouwing verder te versterken, is gekozen om tussen de bestaande woningen nieuwe woningen en/of vrije kavels toe te voegen. Deze dienen te passen binnen de filosofie en opzet van de losse woonbebouwing langs deze bestaande linten. Belangrijk uitgangspunt daarbij is het kenmerk van de doorzichten tussen de woningen door naar het achtergelegen gebied. Deze doorzichten komen bij de aansluitingen van de hoofdstructuur op de linten, zoals bij fietspaden, watergangen en de buurtontsluitingswegen. Tussen de woningen dient minimaal 6 meter onbebouwd te blijven om een linten-woonmilieu van vrijstaande bebouwing te realiseren. Om dat te kunnen realiseren dient het hoofdgebouw aan de zijde van de berging/garage minimaal 6 meter uit de zijkant van de kavelgrens te staan. Aan de andere zijde geldt een minimale afstand van het hoofdgebouw tot de erfgrens van 4,5 meter. Om het ‘landelijke karakter’ te kunnen toetsen, dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunningen een kavelinrichting meegeleverd te worden. Door de autonome status van een lintstructuur, de grootte van de kavels en veel groen is minder regie nodig voor de woningen in het lint.
Afgezien van een aantal basis-bouwregels, is de initiatiefnemer in het lint relatief vrij in zijn architectuur. Voor de linten als geheel is de typologie van bebouwing beperkt tot voornamelijk vrijstaande woningen en overwegend twee-onder-één-kapwoningen. De structuur van de bebouwingskorrels is los. De nadruk ligt op de massa van het gebouw. Bij vrijstaande woning betreft dit één woning, voor twee-onder-één-kapwoningen geldt dat de twee woningen dezelfde uitstraling dienen te krijgen. Principes - Vrijstaande- en twee-onder-één-kap woningen passend tussen bestaande lintbebouwing - Landelijke uitstraling - Woningen worden per bouwmassa vormgegeven - Hoge varieteit in dakvorm, kleur en materiaal - Geen erfafscheidingen aan voorzijde (lint) - Voortuinen minimaal 6 meter - Zijtuin aan zijde berging/garage minimaal 6 meter vanaf hoofdgebouw - Zijtuin aan zijde zonder berging/garage minimaal 4,5 meter vanaf hoofdgebouw - Representatieve voorgevel. Woonfunctie gericht naar lint (woonkamer/keuken) 52 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
min. 6 meter min. 4,5 meter min. 6 meter
Korrel: vrijstaande- en twee-onde woning
Daken: hoge diversiteit, geen plat dak
Gevelkleur: individuele vrijheid aansluitend op bestaande lintbebouwing
Bebouwingskorrel Voor de linten als geheel is de typologie van bebouwing beperkt tot vrijstaande- en twee-onder-één-kapwoningen. De structuur van de bebouwingskorrel is los. De nadruk ligt op de individualiteit van de bouwmassa. Bij seriematige bouw mogen nooit twee (exact) dezelfde bouwmassa’s naast elkaar komen. Rijwoningen zijn in de basis uitgesloten.
Gevelstenen kleurpalet:
Positie Om het open karakter van de linten te behouden bevindt de rooilijn van de hoofdmassa zich minimaal 6 meter vanaf de voorkant van de kavel. Voor de woningen geldt een minimale afstand van 6 meter van het hoofdgebouw tot de zij-erfgrens aan de zijde van de berging/garage. Aan de andere zijde geldt een minimale afstand van 4,5 meter. Verschillende bouwmassa’s dienen ten opzichte van elkaar zoveel mogelijk een variërende rooilijn te hebben. De maximale verspringing is drie meter. De hoofdmassa mag dus maximaal 9 meter van de erfgrens af staan. Er dient een duidelijke hiërarchie te zijn tussen de panden op één kavel (hoofdgebouw staat voor bijgebouwen). De oriëntatie van de woning (‘voorkant’) is op de bestaande lintwegen; bij hoeksituaties is een tweezijdige representatieve zijde verplicht. Variatie en ritmiek In de linten wordt aangesloten op het individuele karakter van de bestaande lintbebouwing. Een deel van de kavels zal particulier ontwikkeld worden. Hier zal een natuurlijke hoge mate van verscheidenheid ontstaan. Voor de woningen die grootschalig door ontwikkelaars wordt ontwikkeld, zal ook gezocht moeten worden naar een beeld waar de individuele woning centraal staat. De individuele woningen zijn rijk aan detail. Kleur en materiaal De woningen worden in de basis uitgevoerd in hoogwaardig baksteen.
Hierbij wordt een grote variatie aan verschillende kleuren en materialen gestimuleerd, waardoor de individuele woning benadrukt wordt. Hieraan kunnen houten (gepotdekselde) delen toegevoegd worden. De kleur moet een natuurlijke uitstraling hebben, geen felle kleuren, en passen tussen bestaande bebouwing. Alle details en accenten worden met een landelijke uitstraling uitgevoerd. Dak – kapvorm en materiaal In de linten is per kavel de kapvorm vrij te kiezen en hebben de woningen een hoge verscheidenheid in kapvorm. Denk aan: schilddaken, mansarde, wolfseind etc. Platte daken (bij de hoofdmassa) zijn als enige niet toegestaan omdat deze niet in de landelijke sfeer passen. Ook het kleur- en materiaalgebruik kan een grotere variatie kennen dan in de woonbuurtjes, en kan per kavel verschillen. De materialen zijn hoogwaardig, denkend aan keramische dakpannen en rieten daken. De hellingshoek van de daken moet tussen de 38 en 60 graden zijn. Dakkapellen moeten architectonisch aansluiten bij de rest van de woning.
Accenten passend in landelijke kleurpalet:
(houtwerk)
(houtwerk)
(pleisterwerk)
Dakbedekking, hoogwaardig materiaal (oa. keramisch)
(keimwerk)
Welstandcriteria Linten
Aan-, bijgebouwen en garages De rooilijnen van de bijgebouwen liggen 3 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw. Het bijgebouw moet zoveel mogelijk in de bebouwingsmassa opgenomen worden als onderdeel van de architectuur. Aan de voorkant zijn erkers toegestaan. Deze mogen door de hierboven aangegeven voorgevelrooilijn steken.
Aansluitend op landelijke karakter van de bestaande lintbebouwing Bebouwingskorrel: - Vrijstaande woningen - Twee-onder-één-kapwoningen - Bouwmassa staat centraal Rooilijn: - Voorzijde: min. 6 m van erfgrens - Verspringingen van maximaal 3 m toegestaan - Zijde berging/garage min. 6 m van zijdelingse erfgrens - Zijde zonder berging/garage min. 4,5 m van zijdelingse erfgrens Dak: - Vorm: geen platte daken op hoofdvolume - Hellingshoek: 38-60 graden - Materiaal: hoogwaardige (keramische) materialen met natuurlijke uitstraling - Overstek: optioneel Dakkappelen: - Meeontworpen - Max 30% van dakvlak - Minimaal 1 m van daknok - Minimaal 1 m van zijkant dakvlak Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45. Kozijnen: - Wittinten
Gevel: - Hoogwaardig baksteen of (deels) houten elementen - Kleur conform palet - Geen blinde gevels richting openbare ruimtes - Representatieve voorgevel en woonfunctie gericht naar lint (woonkamer/ keuken) Erfafscheiding: - Aan voorzijde géén erfafscheiding - Zijkanten grenzend aan OR een groene erfafscheiding van 2 meter hoog, beginnend achter rooilijn (aangeplant opgeleverd) - Oprit d.m.v. ‘sobere’ brug, geen duikers - Hoogte beschoeiing max. 50 cm Garages en bijgebouwen: - Meeontworpen en zelfde materialisering als hoofdmassa - Kapvorm is vrij - Min. 1 meter terugliggend achter voorgevel - Berging mogen niet geschakeld worden - Platte daken altijd voorzien van groen dak Parkeren: - Niet (direct) voor voorgevel van de hoofdmassa - Minimale maat van 2,5 m bij 5 m
54 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Parkeren eigen terrein Bij de woningen in het lint is het parkeren volledig op eigen terrein. Het parkeren wordt naast (of achter) het hoofdvolume gerealiseerd, er worden minimaal 2 parkeerplaatsen naast elkaar op eigen terrein gerealiseerd. Parkeren vóór het hoofdvolume (voorgevel woning) is ongewenst, in het ontwerp is ruimte om 2 auto’s voor de garage te parkeren óf achter op de kavel te parkeren. De parkeerplaatsen zijn minimaal 2,5m bij 5m. De kavels zijn per twee ontsloten met een gezamenlijke kavelbrug, geen duiker. Deze kavelbruggen hebben een ingetogen uitstraling en passen binnen de polderuitstraling.
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 55
Singel
De singel beweegt zich als autonoom element door de woon- en groenzones heen. Het verbindt daarmee verschillende gebieden, terwijl die hun eigen karakter kunnen behouden. Het biedt ruimte aan een doorlopende waterpartij, groen ingerichte taluds langs het water en infrastructuur. De singel is tevens dé exponent van de Amstelveense sfeer in de inrichting van De Scheg. De brede, statige en groene singel is de drager van de groene en dorpse ideniteit die in de Scheg voor ogen is. Er is veel samenhang en afstemming tussen de woningen. De sfeer van de bebouwing sluit op deze Amstelveense singel aan. In de woning zit er een woonfunctie (keuken of woonkamer) aan de voorkant, zodat er een goede interactie met de Singel ontstaat. De relatie tussen binnen en buiten tussen woningen en singel wordt versterkt door grote raampartijen en of erker. Aan de singel komen voornamelijk rij- en twee-onder-één-kapwoningen voor. Op één plek langs de singel zijn appartementen toegestaan. Hiervoor worden in dit hoofdstuk aparte criteria voor benoemd.
Korrel: rij- en twee-onder-één-kapwoningen Principes - Grote samenhang in architectuur en kleurpalet langs de singel - Maximaal 6 rijwoningen aaneengesloten - Bouwmassa’s als een element vormgegeven - Garages doen mee in architectuur/dakenlandschap - Lage geplaatste erfafscheidingen aan voorzijde (muurtje, hekwerk, prefab-element) - Voortuinen minimaal 3 meter diep
Daken: langs- en dwarskappen en garages geïntegreerd in dakenlandschap max. 0,5 m
min. 3 m min. 3 m
Daken: alle daken in antraciet tinten 56 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Daken: meer langs- dan dwarskappen max. 4 langskappen aan elkaar
Gevelkleur: hoge mate van samenhang
Rooilijn: voorzijde kavelgrens min. 3 m garage min. 3 m achter voorgevel verspringing rooilijn max. 0,5 m
Bebouwingskorrel De bebouwingskorrel van de singel is die van rij- en twee-onder-één-kapwoningen. Architectonisch is er veel samenhang in de bebouwing langs de singel. Zowel in materiaal en kleur als in kapvorm en architectuur. Aan de singel is één appartementengebouw voorzien. De bebouwingskorrel sluit deze aan op de structuur van de singel. Dit betekent dat het gebouw qua schaal en maat samenhang heeft met de omliggende bebouwing.
afwijkingen binnen palet
basismaterialisering
‘specials’ in uitersten
Positie Alle woningen aan de singel zijn hierop georiënteerd. Om het brede karakter van de singel te versterken zijn de voortuinen minimaal 3 meter diep. Er zijn geen hoge erfscheidingen aan de singels toegestaan. De erfafscheidingen langs de gehele singel zijn op elkaar af gestemd. Variatie en ritmiek Er zit een grote samenhang en uniformiteit in de bebouwing langs de singel, elke bouwmassa wordt in zijn geheel in samenhang ontworpen. De architectonische expressie is in samenhang met het buurtje waar de bebouwing onderdeel van is. Kleur en materiaal Qua materiaalopbouw en kleursamenstelling is de gevel eenduidig, zonder contrasterend kleurgebruik in één gevelvlak. De gevel bestaat hoofdzakelijk uit natuurlijk getinte bruin-roodbruine bakstenen. Keimwerk, behandeld hout of andere gevelmaterialen mogen alleen als uitzondering of als onderschikt element in de gevel toegepast worden.
Ondergeschikte delen en kozijnen wit:
Dak – kapvorm en materiaal Ook in de kapvorm en dakmaterialisering zit een grote samenhang. De daken worden uitgevoerd in donkere (zwart, antraciet) keramische pannen. Het dak wordt als één geheel ontworpen. De hellingshoek van de daken is 38-60 graden. Dakkapellen los in het dakvlak zijn mogelijk, maar de voorkeur gaat uit naar ‘muurkapellen’ die volledig op gaan in het architectonische ontwerp.
(pleisterwerk)
Aan-, bijgebouwen en garages De rooilijnen van de bijgebouwen zijn tenminste 3 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw, garages zijn in de bebouwingsmassa opgenomen worden en onderdeel van de architectuur. Dit kan bijvoorbeeld door een doorlopende kap, of door het metselwerk en detaillering door te trekken. Aan de voorkant zijn erkers mogelijk en wenselijk.
Dakbedekking, hoogwaardig materiaal (o.a. keramisch)
(houtwerk)
(keimwerk)
Parkeren eigen terrein Parkeren voor rijwoningen gebeurt in het openbaar gebied. Voor hoekwoningen met een garage geldt dat de auto voor de garage gezet kan worden. De rest van de voortuinen blijven vrij van geparkeerde auto’s. Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 57
Welstandcriteria Singel
Bebouwingskorrel: - Rij- en twee-onder-één-kapwoningen - Één appartementenblok. Heeft eigen toelichting en criteria (pagina 58-61) - Rijwoningen max. 6 aaneengesloten Rooilijn: - Voorzijde: min. 3 m van erfgrens Dak: - Vorm: langs- en dwarskappen - Nooit meer dan 4 langskappen aan elkaar - Altijd meer langs dan dwarskappen - Hellingshoek: 38-60 graden - Materiaal: hoogwaardige keramische dakpan, in antraciettint Dakkappelen: - Meeontworpen - Minimaal 1 m van daknok - Minimaal 0.7 m van woningscheidende wand - Maximale lengte van 3 m - Per ‘rijtje’ woningen uitgelijnd en afgestemd op elkaar Erkers: - Meeontworpen - Max. 1,2 m uitsteken vanaf voorgevel - Mag door de rooilijn heen steken
Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45. Gevel: - Robuuste, gedifferentiëerde baksteen - Kleur conform palet (rood-bruin) - Orientatie gericht naar singel Kozijnen: - Wittinten Erfafscheiding: - Aan voorzijde een meeontworpen lage erfafscheiding (max. 0,7 m hoog) - Zijkanten Grensend aan OR een meeontworpen óf groene erfafscheiding (max. 2 m hoog) - Erfafscheiding is een integraal onderdeel van de architectuur van het blok Garages en bijgebouwen: - Meeontworpen en zelfde materialisering als hoofdmassa - Sluit aan op ‘dakenlandschap’ - Minimaal 1 meter achter rooilijn - Platte daken altijd voorzien van groen dak Parkeren: - Niet (direct) voor voorgevel
58 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 59
Appartementen aan de singel
Gestapelde bouw aan de singel is toegestaan, maar behoort tot de uitzondering in het woonmilieu dat overwegend bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen. De appartementen dienen daarom zorgvuldig in de structuur van de grondgebonden woningen te worden ingepast. Dit kan door het appartementengebouw op te nemen als onderdeel van het bouwblok met grondgebonden woningen en als onderdeel van de singel. Bij het ontwerp dient in alle gevallen rekening gehouden te worden met bezonning en privacy van de naastgelegen kavels. Het appartementengebouw mag een plat dak hebben, of een kap (als deze integraal onderdeel is van de architectuur) waarin al dan niet een woonlaag is opgenomen. Bij verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan dient een initiatiefnemer de relevante doorsneden, 3D-studies, bezonningstudies, etc. voor te leggen, voordat een omgevingsvergunning verleend wordt.
Principes Appartementen hebben een alzijdige oriëntatie Hoofdentree aan openbare zijde Plint- middenstuk- dakrand Transparente gevels (bergingen, containerruimte, fietsenstalling etc zorgvuldig ingepast) Appartementengebouw sluit aan op omgeving en singel
60 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Bebouwingskorrel Het appartementengebouw aan de singel bestaat altijd uit één eenheid, die ook op deze manier ontworpen is. Pandsgewijze architectuur is dan ook uitgesloten.
afwijkingen binnen palet
basismaterialisering
‘specials’ in uitersten
Positie Alle woningen aan de singel zijn hierop georiënteerd. Dat is voor de appartementen niet anders. De vorm van het gebouw is vrij, maar dient de vorm van de singel te versterken. Kleur en materialisatie Qua kleur en materialisatie gelden voor het appartementengebouw dezelfde regels als voor de grondgebonden woningen. Te verstaan dat: de materiaalopbouw en kleursamenstelling is de gevel eenduidig zijn, zonder contrasterend kleurgebruik in één gevelvlak. De gevel bestaat hoofdzakelijk uit natuurlijk getinte bruin-roodbruine bakstenen. Keimwerk, behandeld hout of andere gevelmaterialen mogen alleen als uitzondering of als onderschikt element in de gevel toegepast worden. Dak – kapvorm en materiaal De appartementen mogen zowel een plat dak, als een kap hebben. De keuze hiervoor is afhankelijk van de achitectonische uitwerking. Een kap is toegestaan wanneer in de desbetreffende verdieping appartementen gesitueerd zijn. Ondergeschikte delen en kozijnen wit:
Oriëntatie Het appartementenblok zal altijd een alzijdige oriëntatie van het gebouw krijgen. Een gebouw zonder blinde kopgevels. De representatieve zijde is georiënteerd op de singel. Vanaf de straatzijde is de hoofdentree makkelijk bereikbaar. Omdat het parkeren aan de achterzijde plaats zal vinden, dient de hoofdentree ook tweezijdig te zijn, die zowel grenst aan de openbare zijde van het woongebouw als aan het achterterrein. De begane grond dient aan de zijde van de singel een representatieve, ‘open’ plint hebben. Dit houdt in dat er geen dichte gevels mogen voorkomen. Wanneer aan deze zijde bergingen gesitueerd worden, dienen de entrees en eventueel beringen zelf voorzien te zijn van ramen om zo te voorkomen dat op de begane grond een dichte plint ontstaat. Parkeren Appartementen brengen een groot aantal parkeerplaatsen met zich mee. Deze zullen geheel of gedeeltelijk op het binnenterrein opgelost te worden. Dat wil zeggen uit het zicht vanaf de straten en publieke ruimtes. De parkeerplaatsen zullen voorzien worden van groenvakken met bomen om te voorkomen dat het binnenterrein één grote plak verharding wordt. Bergingen voor o.a. fietsen bij de appartementen dienen inpandig gerealiseerd te worden en mogen niet als apart gebouw bij het appartementengebouw komen. Aan bezoekersfietsparkeren moet ook gedacht worden.
(pleisterwerk)
(houtwerk)
(keimwerk)
Dakbedekking, hoogwaardig materiaal (o.a. keramisch)
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 61
Welstandcriteria appartementen aan singel
Ligging: - De ligging mag afwijken van het afgebeelde mits: - Het gebouw te allen tijden aan een grote groene ruimte (centraal hof of landschappelijke randzone) ligt Bebouwingskorrel: - Één appartementengebouw Rooilijn: - Voorzijde: min. 3 m van erfgrens Dak: - Vorm: plat dak of dwarskap - Op een hoek of ter hoogte van de entree is een afwijkende kapvorm toegestaan - Hellingshoek: 38-60 graden - Materiaal: hoogwaardige keramische dakpan, in antraciettint Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45.
Kozijnen: - Wittinten Erfafscheiding: - Aan straatzijde een meeontworpen lage erfafscheiding (max. 0,7 m hoog) - Afstemming langs de gehele singel Garages en bijgebouwen: - Geïntegreerd in het volume - Bergingen mogen niet voor een dichte gevel zorgen. Toepassing van ramen en deuren vereist - Platte daken altijd voorzien van groen dak Parkeren: - Gesitueerd aan de achterzijde Galerij: - Gesitueerd aan de achterzijde - Integraal onderdeel van het bouwvolume
Gevel: - Robuuste, gedifferentiëerde baksteen - Kleur conform palet (rood-bruin) - Alzijdige oriëntatie
62 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 63
hoven
De hoven zijn belangrijke ontmoetingsplekken binnen de Scheg Midden. Deze ruimtes zullen een architectonische eenheid uitstralen, waardoor de hoven duidelijk omkaderd zijn. Daarnaast wordt hiermee het belang van deze hoven benadrukt. Om ervoor te zorgen dat de hoven niet te onderscheidend worden ten opzichte van de omliggende bebouwing, gelden in de basis voor de ‘hoven’ dezelfde regels als voor de woonbuurten. Er gelden echter ook een aantal aanvullende regels én uitzonderingen om meer eenheid in de architectuur te krijgen en de verblijfsruimtes beter te omkaderen/accentueren.
deelgebied 2
Bebouwingseenheid en korrel De bebouwingseenheid rondom de hoven is die van het gehele hofje. Dat wil zeggen dat de architectuur, kapvormen, baksteenkleur etc. rond het gehele hofje op elkaar in samenhang ontworpen wordt. Rond het hof is symmertie mogelijk. Aan de hoven worden in de basis alleen rijwoningen gesitueerd. Deze hebben een maximale breedte van 6 woningen. Positie Rond de hoven liggen de woningen direct aan de hof. Door een ‘stoepzone’ te introduceren komen de woningen hier ook daadwerkelijk aan te liggen en wordt de openbare ruimte een verlengstuk van de ‘stoepzone’ waarmee de overgang tussen privé en openbaar versoepeld wordt. Als de hofwoningen aan een straat en niet aan een autovrij pad liggen, is de rooilijn conform de regels van de woonbuurt. Namelijk: de rooilijn van de hoofdmassa bevindt zich minimaal 2 meter vanaf de voorzijde van de kavel. Een special of verdraaide kaprichting mag hier van afwijken met maximaal 0,5 meter. Voor twee-onder-één-kap- en vrijstaande woningen geldt een minimale afstand van 3 meter van de hoofdmassa (zonder garage) tot de zijerfgrens.
Principes - Woningen geörienteerd naar hoven (geen blinde kopgevels) - Architectonische samenhang per hof - Bebouwing ‘kadert’ het verblijfshof - Woningen aan woonpad krijgen ‘stoepzone’
deelgebied 3
deelgebied 1
Korrel : rijtjeswoningen max. rij 6 woningen
Gevelkleur : hoge samenhang per hof 64 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Daken: meer langs- dan dwarskappen max. 2 langskappen aan elkaar
Rooilijn: stoepzone van 1,2 meter op eigen terrein. uitgevoerd in hetzelfde materialisering als trottoir
Stoepzone Als de hofwoningen direct aan het woonpad liggen, dient de woning op 1,2 meter van de erfgrens te staan. Hierdoor ontstaat er een ‘stoepzone’. Deze strook kan door de bewoner zelf ingericht worden, met bankjes of plantenbakken. Door deze strook te introduceren wordt de relatie tussen de bebouwing en de hoven versterkt. De woningen staan hierdoor áán de hoven, waardoor het gebruik hiervan aangemoedigd wordt.
Palet 1 rood
bruin
De stoepzone dient niet voorzien te worden van een erfafscheiding. Hierdoor wordt de samenhang tussen de bebouwing en de hoven doorbroken.
specials
De bestrating van de stoepzone dient gelijk te zijn aan het trottoir. Palet 2 bakstenen
roodbruin
houtelementen
groen bruin
Dakbedekking, matte donkere tinten, rode accenten mogelijk (keramisch)
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 65
Welstandcriteria Hoven Bebouwingskorrel: - Rijwoningen (max 6 aaneengesloten) - Per hof in samenhang ontworpen Rooilijn/overgang openbare ruimte-privé: - Minimaal 2 meter voor woningen grenzend aan straatkant - Woningen aan woonpad grenzen direct een ‘stoepzone’ Stoepzone - Stoepzone in alle gevallen 1,2 meter diep - Uitgevoerd in zelfde materiaal als trottoir - Vervangen materialisering (met bijv. groen of andere materialisering uitgesloten Dak - Vorm: langs- en dwarskappen - Nooit meer dan 2 langskappen aan elkaar - Altijd meer langs- dan dwarskappen - Hellingshoek: 38-60 graden - Materiaal: hoogwaardige keramische dakpan - Dakranden worden gemaakt met overstek en zijn in in een geheel ontworpen per bouwmassa - aansluitend op elkaar
Dakkappelen: - Meeontworpen - Minimaal 1 m van daknok - Minimaal 0.7 m van woningscheidende wand Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45. Gevel: - Kleur conform palet - Geen blinde kopgevels Erfafscheiding: - Woningen aan weg hebben aan voorzijde een lage haag (max 0,7 m hoog) in ontwikkeling ‘volwassen’ geplaatst - Woningen aan stoepzone hebben geen erfafscheiding - Zijkanten grenzend aan openbare ruimte hebben een groene erfafscheiding (max. 2 m hoog) in ontwikkeling geplaatst Garages en bijgebouwen: - Niet toegestaan aan de hoven Parkeren: - In straat of op achterterrein
66 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Woningen direct aan (speel)hof
Woningen direct aan (speel)hof
Stoepzone van 1,2 meter vormt overgang tussen openbaar en privé
Stoepzone van 1,2 meter vormt overgang tussen openbaar en privé
Woningen direct aan (speel)hof
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 67
Woonbuurten
Binnen het landschappelijk raamwerk van De Scheg wordt een gevarieerde, informele en ontspannen woonsfeer ontwikkeld. Er moet een gevoel van dorps wonen ontstaan waarbij de nadruk ligt op ontmoeten en sociale cohesie. De bebouwing bestaat uit een afwisseling van rijen met twee-onder-één-kapwoningen en in mindere mate vrijstaande woningen. De rijwoningen hebben wisselende bloklengtes en verspringende rooilijnen.
deelgebied 2
Qua kleur en materialisering is ook binnen deze woonbuurten een grote variatie gewenst. Per bouwvolume dient de architect één van de op de volgende pagina weergegeven kleurenpaletten te zieken. Op deze wijze wordt het kleinschalige en dorpse karakter van De Scheg benadrukt. Hierbij kan de kleurstelling en materialisering per bouwvolume afwijkend zijn. In acht nemende dat de sfeer en architectuurstijl van ieder buurtje moet passen binnen de sfeer van De Scheg als geheel.
deelgebied 3
deelgebied 1
Korrel : rij- en twee-onder-één-kapwoningen max. rij 6 woningen Principes - Per buurtjes wordt een samenhangend element/kleur bepaald - Maximaal 6 rijwoningen aaneengesloten - Nooit meer dan 3 aaneengesloten zelfde woningen - Langskappen als basis, gemixed met dwarskappen - Lage (1 meter) groene erfafscheidingen aan voorzijde (geplaatst bij ontwikkeling) - Voortuinen minimaal 2 meter diep
Daken: max. 3 langskappen, dan andere kapvorm. Bij tussenwoning altijd incl. verspringing in rijtje min. 2 m
0,5 m
min. 2,5 m
Gevel: andere materialisering bij verspringing 68 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Special: mag door rooilijn heen steken en heeft afwijkende materialisering
Rooilijn: min. 2 meter, verspringing min. 0,5 meter. Special mag 0,5 m door rooilijn heen steken
Bebouwingskorrel Voor een dorpse sfeer zijn schaal, korrelgrootte, repetitie/ritmiek, straatbeeld etc. van belang. Een van de belangrijkste aspecten voor de beleving van de woonbuurten is de ‘dorpse korrel’. Vroeger werd de uitbreiding van het dorp gedaan door de lokale aannemer. Deze kreeg de vraag voor een woning van een particulier of een klein rijtje woningen voor bijvoorbeeld arbeiders van een fabriek. Deze afwisseling tussen vrijstaand, tweekappers en korte rijtjes is nog steeds goed te zien in oude dorpskernen. Kwaliteit van deze –natuurlijke– variatie ontstaat door de afwisseling in zowel bebouwingskorrel als gevelmateriaal, dakvormen en rooilijnen. Deze punten zijn dan ook de basis voor de bebouwingskorrel in de woonbuurten. Er is een afwisseling van bebouwingskorrels (rij-woningen, twee-onder-één-kap- en vrijstaande woningen). Architectonisch is er een variatie binnen de rijtjes woningen, zonder dat er pandsgewijze architectuur ontstaat. Er kan gevarieerd worden met materiaal en kleur, in kapvorm en architectuursignatuur. De basis van de rijwoningen gaat uit van een rijtje van maximaal 6 woningen. Maximaal 4 rijwoningen mogen gerepeteerd worden, daarna moet er variatie worden aangebracht. Positie De rooilijn van de hoofdmassa bevindt zich minimaal 2 meter vanaf de voorzijde van de kavel.
Een special of verdraaide kaprichting mag hier van afwijken met maximaal 0,5 meter. Voor twee-onder-één-kap- en vrijstaande woningen geldt een minimale afstand van 3 meter van de hoofdmassa (zonder garage) tot de zijerfgrens. Garages mogen geschakeld worden. Een verspringende rooilijn tussen de verschillende bouwvolumes is gewenst. Indien toegepast is een maximale verspringing van 2 meter toegestaan. Er kan ook binnen één bouwvolume gevarieerd worden met de rooilijn (verspringing binnen een rijtje woningen). Hierbij geldt een maximale verspringing van 0,5 meter, waarbij de minimale voortuindiepte van 2 meter altijd in acht genomen dient te worden. De woning waar de verspringing wordt ingezet dient vervolgens altijd een afwijkende kapvorm te hebben. Een woning die als special is aangemerkt, op een zichtlijn ligt of de middelste woning is in een bouwvolume, kan ook voorzien worden van een afwijkende kapvorm. Deze dient dan gepaard te gaan met een verspringing van alleen de desbetreffende woning van maximaal 0,5 meter. Deze verspringing mag door de rooilijn heen steken.
Palet 1 bruin
geel
specials
Palet 2 rood
bruin
specials
Palet 3 bakstenen
roodbruin
houtelementen
groen bruin
Dakbedekking, matte donkere tinten, rode accenten mogelijk (keramisch)
Eindwoningen/woningen op de hoek met aan twee zijden openbare ruimte zoals aangegeven in hoofdstuk 5.2, krijgen een meerzijdige oriëntatie. Ramen, deuren en/of erkers voorkomen daardoor ‘dode kopgevels’.
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 69
Welstandcriteria Woonbuurten
Bebouwingskorrel: - Voornamelijk rij- en twee-onder-één-kapwoningen - Rijwoningen max. 6 aaneengesloten - Nooit meer dan 3 dezelfde woningen aaneengesloten Rooilijn: - Voorzijde: min. 2 m van erfgrens - Verspringing tussen verschillende bouwvolumes gewenst. Maximaal 2 meter - Verspringing binnen één bouwvolume is maximaal 0,5 meter - Afwijking van max. 0,5 m mogelijk bij special, middelste woning of woning op zichtlijn (mag door de rooilijn van 2 meter heen steken) Dak: - Vorm: langs- en dwarskappen - Nooit meer dan 3 langskappen aan elkaar - Altijd meer langs- dan dwarskappen - Hellingshoek: 38-60 graden - Materiaal: hoogwaardige keramische dakpan - Geen platte daken - Dakranden worden gemaakt met overstek. - Alle schuine daken zijn voorzien van een nok
Dakkappelen: - Meeontworpen - Minimaal 1 m van daknok - Minimaal 0.7 m van woningscheidende wand Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45. Gevel: - Kleur conform palet - Geen blinde kopgevels naar openbare ruimtes Erfafscheiding: - Aan voorzijde een lage haag (max. 0,7 m hoog) in ontwikkeling geplaatst - Zijkanten grenzend aan OR Groene erfafscheiding (max. 2 m hoog) in ontwikkeling geplaatst Garages en bijgebouwen: - Niet contrasterend met hoofdvolume - minimaal 1 m achter rooilijn - Platte daken altijd voorzien van groen dak
Erkers: - Meeontworpen - Max. 0,8 m uitsteken vanaf voorgevel - Mag door de rooilijn heen steken
70 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Variatie en ritmiek Voor de verschillende paletten gelden dezelfde beeldkwaliteitsregels. Hierdoor krijgt elk bouwvolume een eigen uitstraling, maar is er wel onderlinge samenhang. Naast het verschil in gevelkleur zal de gekozen detaillering door de architecten bijdragen aan de samenhang. Kleur en materiaal gevel Per bouwvolume wordt door de architect één van de drie weergegeven kleurenpaletten gekozen. Hierbij dient het palet per deelgebied afwijkend te zijn van het palet dat gekozen is voor het hof in die wijk. Voorbeeld: wanneer voor het hofje in deelgebied 2 wordt gekozen voor palet 1, dient de omliggende bebouwing die onder de woonbuurten valt, in palet 2 of 3 uitgevoerd te worden. De gevel bestaat hoofdzakelijk uit natuurlijk getinte bakstenen, uit het gekozen spectrum. In palet C komen tevens geveldelen van hout of materiaal met een houten uitstraling voor. Iedere 2 á 4 woningen wordt een variatie toegepast om lange monotone rijen tegen te gaan en de ‘dorpse korrel’ te realiseren. Naast baksteen is keimwerk, behandeld hout of ander gevelmateriaal als uitzondering of als onderschikt element in de gevel toe te passen. Dak – kapvorm en materiaal Rijwoningen krijgen een zadeldak, dit kan zowel langs- als dwarskap zijn. Er mogen maximaal 3 langskappen aaneengesloten zijn, en per rijtje zijn er altijd meer langs- dan dwarskappen.
De vrijstaande woningen en tweekappers mogen ook een ander daktype hebben (bv mansarde kap of (afgeknot) schilddak). Tweekappers hebben altijd of één gezamenlijk dak, of een dak wat vloeiend in elkaar overloopt, waarbij de daklijst doorlopend moet zijn. Een woning met een plat dak is alleen incidenteel toegestaan. Alle schuine daken zijn voorzien van een nok (geen ‘afgeknot’ dak met een plat stuk aan de bovenkant) De materialisering van het dak is altijd met keramische dakpannen. De kleur mag verschillen in verscheidene antraciettinten en af en toe te wisselen met rode (oranje) dakpannen mits dit aansluit op de architectuur van de bebouwing. De hellingshoek van de daken is 38-60 graden. Aan-, bijgebouwen en garages De rooilijnen van de bijgebouwen zijn liggen tenmiste 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw. Aan de voorkant zijn erkers mogelijk en wenselijk. Bergingen worden in principe aan de achterzijde van de kavels geplaatst, waar een aansluiting op de achterpaden zit. Parkeren eigen terrein Parkeren voor rijwoningen gebeurt op openbaar terrein. Voor hoekwoningen met een garage geld dat de auto voor de garage gezet kan worden. De rest van de voortuinen, het deel voor de voorkant van de woningen, blijven vrij van geparkeerde auto’s, garages en carports.
Referentie buurten (per palet)
Referentie buurt A (geelbruine bakstenen)
Referentie buurt B (roodbruine bakstenen)
Referentie buurt C roodbruine (bakstenen en (donkere) houtelementen) Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 71
groen blauwe ader
De groenblauwe ader is een informele langzaam verkeersverbinding en uitloper van het landschap, die de Scheg Midden met de Scheg West verbindt. Het heeft een natuurlijk profiel met paden, bermen, een greppel/ kleine sloot voor wateropvang, landschappelijke beplantingen zoals elzensingeltjes, elzenbomen, knotwilgen. Dit profiel verbindt verschillende woonbuurtjes en vormt de grens tussen de buurtschappen. De ader kent geen uniform profiel maar past zich aan de context. De auto is te gast en de openbare ruimte heeft nadrukkelijk een verblijfskarakter. De architectuur van de bebouwing sluit hierop aan. Speciale aandacht verdienen de verzorgde overgangen van openbaar naar privé door middel van bouwkundige elementen.
Principes - Wonen aan het het groen (autoluw of autoloos) - Architectonisch/bouwkundig element versterk overgang ‘binnen- buiten’ - Lage groene erfafscheidingen óf wonen aan woonpad - Architectonische samenhang per bouwmassa
72 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Korrel : rijtjes en vrijstaande woningen max. rij 6 woningen
Daken: langskappen als basis alleen op de hoeken dwarskappen
Gevelkleur: samenhang per bouwmassa
Rooilijn: langs groenblauwe ader architectonische verbijzondering
Bebouwingskorrel Langs de groene ader is de ‘dominante’ bebouwingskorrel die van de rijwoningen (max. 6 woningen aaneengesloten) met een sporadische 2^1-kapwoning als accent. Architectonisch hebben de bouwmassa’s een grote samenhang en worden ze als één geheel ontworpen, zowel in materiaal en kleur als in kapvorm en architectuur. De woningen hebben in eenheid in de plint, met meer vrijheid voor de bovengelegen verdiepingen. Het architectonische ‘overgangselement’ aan de voorzijde speelt hier een dominante continuerende rol.
basismaterialisering
afwijkingen binnen palet
‘specials’ en accenten in uitersten
Positie Langs de groene ader bevinden zich woningen langs de (éénrichting)-straten en langs woonpaden. Voor de hele groen blauwe ader geldt een rooilijn van mininmaal 3 meter. De woningen dienen aan de voorzijde voorzien worden van een bouwkundig element van maximaal 1,5 meter diep. Hierdoor is de voortuin altijd minimaal 1,5 meter diep. De oriëntatie van de woningen (‘voorkant’) is naar de groenblauwe ader. Buitenruimtes kunnen ook aan voorkant (groenblauwe ader) komen. Variatie en ritmiek Langs de groene ader is een hoge uniformiteit per bouwmassa. De bouwmassa’s onderling kunnen wel van elkaar verschillen. Kleur en materiaal gevel Het materiaal is baksteen, of baksteen gecombineerd met hout. De architectonische details zijn wit, of van hout met een materiaaleigen kleur. Dak – kapvorm en materiaal Alle daken worden uitgevoerd als langskap. Om het open karakter van de groene ader te versterken zijn dwarskappen en muurkapellen niet toegestaan (uitgezonderd specials). De goothoogte aan de voorzijde, is nooit meer dan 6,0 meter. Alle daken hebben een keramische pan met donkere (zwart/antraciet) kleur. De hellingshoek van de daken is 38-60 graden. Dakkappellen liggen los in het dakvlak zodat de langskappen structuur zichtbaar blijft.
Ondergeschikte delen en kozijnen wit:
(pleisterwerk)
Dakbedekking: matte donkere tinten (keramisch)
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 73
d woning
Welstandcriteria Groene ader Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45.
Bebouwingskorrel: - Rijwoningen (Max 6 aaneengesloten) - Per bouwmassa ontworpen Rooilijn/overgang OR-Prive: - Woningen op minimaal 3 meter van erfgrens voorzijde - Bouwkundig element maakt de overgang naar de groene ader - Bouwkundig element is maximaal 1,5 meter diep Dak: - Vorm: uitsluitend langskappen (uitgezonderd specials) - Hellingshoek: 38-60 graden - Materiaal: hoogwaardige keramische dakpan (antraciet)
Dakkappelen: - Meeontworpen - Minimaal 1 m van daknok - Minimaal 0.7 m van woningscheidende wand - Geen muurkapellen - Los in dakvlak, uitgelijnd per blok
erker
Aansluiting op groene ader – privé-openbaar Een belangrijk aspect is de overgang privé-openbaar. Om de woningen maximaal op de groene ader te laten aansluiten, dient hier in de architectuur op ingespeeld te worden. Hier kan gedacht worden aan erkers en gaanderijen. Een pergola of veranda behoort ook tot de mogelijkheden.
Gevel: - Hoogwaardige baksteen evt met hout - Bouwkundig overgangselement aan voorzijde - Kleur conform palet - Geen blinde kopgevels naar openbare ruimtes Erfafscheiding: - Aan de voorzijde niet verplicht - Indien toegepast aan de voorzijde is het ten alle tijden een lage haag (max 0,7m hoog) in ontwikkeling geplaatst - Zijkanten grenzend aan OR Groene erfafscheiding (max 2m hoog) in ontwikkeling geplaatst Garages en bijgebouwen: - Minimaal 1 meter achter rooilijn - Platte daken altijd voorzien van groen dak Parkeren: - Bij rijwoningen geen parkeren op eigen kavel. 2^1 kappers parkeren uit het zicht.
gaanderij | balkon
afdak (één laag)
standaard woning
erker
gaanderij | balkon
afdak (één laag)
afdak (twee lagen)
pergola
veranda
veranda
Voorbeeldtypologiën architectonische aansluiting groene ader 74 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
afdak (twee lagen)
pergola
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 75
Dekwoningen
Centraal in De Scheg deelgebied midden ligt een compact bouwblok dat qua opzet, ontsluiting en welstandscriteria afwijkt van de rest. De ligging aan de singel en de plek waar de landschappelijke randzone en de groenblauwe ader elkaar ontmoeten zorgt dat dit blok aansluit op verschillende belangrijke structuren. Mede om die reden zal dit blok een alzijdige oriëntatie krijgen. Om dit te kunnen realiseren zal het benodigde parkeren in het binnenterrein van het blok op worden gevangen. Aan de westzijde van het blok zal een entree komen naar het binnenterrein. Hier wordt vervolgend op de begane grond geparkeerd. Vanaf hier zijn zowel de rijwoningen als appartementen te bereiken. Ook aan de buitenzijde hebben de woningen een entree op de begane grond. Dit is ook waar het officiële adres gevestigd is. De woonkamer bevindt zich, net als het dek op de parkeerplaats, op de eerste verdieping. De rijwoningen zullen hier een eigen terras hebben, maar ook een gemeenschappelijke ruimte waar spelen en ontmoeten wordt gestimuleerd. Om de robuuste identiteit van het blok te versterken, zal alle bebouwing voorzien zijn van een plat dak. De rijwoningen hebben maximaal 4 lagen, de appartementen maximaal 5. Alle dekwoningen op maaiveld hebben een stoepzone van 1,2 meter, vergelijkbaar met de stoepzone bij de ‘hofwoningen’.
Deze zone zal een overgangszone worden waar privé en openbaar elkaar ontmoeten. Voor de voorgevel is plek voor bijvoorbeeld een bankje of een bloembak. Doordat de woningen geen voortuin hebben, wordt het gebruik van de ervoor liggende openbare ruimte gestimuleerd. Omdat dit aan alle zijden het domein is van de fietser en voetganger, ontstaat een veilige en aangename plek om te spelen en ontmoeten.
Korrel: dekwoning Parkeren op 0 Wonen op +1
Principes - Variatie in architectuur en kleurpalet binnen het bouwblok - Maximaal 8 rijwoningen aaneengesloten - Platte daken, incidenteel een kap mogelijk - Parkeren op binnenterrein - Woningen staan op erfgrens
76 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
daken: afwisselende dakvorm minimaal 3 lagen plat optopping mogelijk (max. 3 dezelfde naast elkaar)
Gevelkleur: herkenbaarheid per architectonische eenheid
Stoepzone: 1,2 meter diep. Uitgevoerd in zelfde materiaal als trottoir
Bebouwingskorrel Er is een afwisseling van bebouwingskorrels (rijwoningen en appartementen). Er mogen maximaal 8 rijwoningen aaneengeschakeld zijn. Architectonisch is er een variatie binnen de rijtjes woningen, zonder dat er pandsgewijze architectuur ontstaat. Er kan gevarieerd worden met materiaal en kleur en kapvorm. Maximaal 3 stramienen mogen gerepeteerd worden, daarna moet er variatie in bijvoorbeeld, bouwhoogte, kapvorm of materialisering worden aangebracht. Positie Alle grondgebonden woningen en appartementen op de begane grond zijn aan de buitenzijde voorzien van een stoepzone. Deze is 1,2 meter diep en zal uitgevoerd worden in hetzelfde materiaal als het aangelegen trottoir. Hierdoor vormt deze zone een geleidelijke overgang tussen privé en openbaar. Waardoor de plint op de begane grond geactiveerd zal worden. Het gebruik van de aangelegen openbare ruimte zal namelijk als verlengstuk van de tuin worden gebruikt. Spelen en ontmoeten in de openbare ruimte wordt daarmee gestimuleerd. Variatie en ritmiek Om te voorkomen dat door positionering op de rooilijn een eentonig straatbeeld ontstaat, is het van belang om de volumes op te splitsen. Er mogen dan ook maximaal 3 stramienen gerepeteerd worden. Vervolgens dient een afwijking gerealiseerd te worden door middel van bouwhoogte, kap en/of palet. Er mogen maximaal twee volumes (max.
6 stramienen) uitgevoerd worden in hetzelfde palet. Zogenaamde ‘specials’ die op prominente plekken liggen mogen worden uitgevoerd in een hiernaast afgebeeld afwijkend materiaal. Kleur en materiaal Qua materiaalopbouw en kleursamenstelling is de gevel eenduidig, zonder contrasterend kleurgebruik in één repetitie. De gevel bestaat hoofdzakelijk uit natuurlijk getinte bakstenen. Hierbij maakt de architect per architectonische eenheid een keuze voor één van de hiernaast afgebeelde paletten. Keimwerk, behandeld hout of andere gevelmaterialen mogen alleen als uitzondering of als onderschikt element in de gevel toegepast worden. Dak – kapvorm en materiaal Ook in de kapvorm en dakmaterialisering zit een grote samenhang. De daken zijn in de basis plat en kunnen, om de herkenbaarheid per architectonische eenheid te benadrukken, licht variëren in bouwhoogte. De hellingshoek van de daken is 38-60 graden. Dakkapellen zijn niet toegestaan.
Palet 1 bruin
geel
specials
Palet 2 rood
bruin
specials
Palet 3 donker grijs
licht grijs
specials
Aan-, bijgebouwen en garages Garages en bergingen liggen op het binnenterrein op de begane grond. Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 77
Welstandcriteria Dekwoningen
Bebouwingskorrel: - Rijwoningen en appartementen - Max. 3 woningen als architectonische eenheid Rooilijn/overgang OR-Prive: - Woningen hebben een vaste rooilijn - Woningen hebben een ‘stoepzone’ van 1,2 meter Stoepzone - Stoepzone in alle gevallen 1,2 meter diep - Bij oplevering uitgevoerd in zelfde materiaal als trottoir, maar ander legpatroon Dak: - In de basis plat dak - Bouwhoogte mag kleine variatie hebben (altijd min. 10 meter) - Dwarskappen mogelijk - Hellingshoek: 38-60 graden - Materiaal: hoogwaardige keramische dakpan - Dakranden met overstek optioneel
principedoorsnede dekwoningen
Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45. Gevel: - Per eenheid keuze uit drie paletten - Geen twee dezelfde paletten naast elkaar - Kleur conform palet (bruin-geel) - Geen blinde kopgevels naar openbare ruimtes Erfafscheiding: - Aan de voorzijde niet van toepassing Garages en bijgebouwen - Achter op erf of gezamelijk - Platte daken altijd voorzien van groen dak Parkeren: - Op het binnenterrein
Dakkappelen: - Niet toegestaan
78 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Bron: van der Hoek Makelaardij
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 79
Appartementen in het dek
Gestapelde bouw is op twee plekken in het dek toegestaan. De appartementen dienen daarom zorgvuldig in de structuur van de grondgebonden woningen te worden ingepast. Dit door het appartementengebouw op te nemen als onderdeel van het bouwblok met grondgebonden woningen en als onderdeel van het dek. Bij het ontwerp dient in alle gevallen rekening gehouden te worden met bezonning en privacy van de naastgelegen kavels. Het appartementengebouw dient een plat dak hebben. Bij verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan dient een initiatiefnemer de relevante doorsneden, 3D-studies, bezonningstudies, etc. voor te leggen, voordat een omgevingsvergunning verleend wordt.
Principes Maximaal 5 lagen Appartementen hebben een straatgerichte oriëntatie Hoofdentree aan openbare zijde Transparente gevels (bergingen, containerruimte, fietsenstalling etc zorgvuldig ingepast) Appartementengebouw sluit aan op omgeving
80 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Bebouwingskorrel Hoewel de appartmenten twee losse eenheden vormen binnen het dek, dienen de appartementen mee te doen in het ritme van de losse korrel die beeldbepalend is voor het dek. Dit houdt in dat maximaal 4 stramienen dezelfde architectonische uitstraling mogen hebben. Daarna dient een afwijking in materialisering, bouwhoogte en vormgeving aangebracht te worden. Positie Alle appartementen op de begane grond zijn aan de buitenzijde voorzien van een stoepzone. Deze is 1,2 meter diep en zal uitgevoerd worden in hetzelfde materiaal als het aangelegen trottoir. Hierdoor vormt deze zone een geleidelijke overgang tussen privé en openbaar. Waardoor de plint op de begane grond geactiveerd zal worden. Het gebruik van de aangelegen openbare ruimte zal namelijk als verlengstuk van de tuin worden gebruikt. Spelen en ontmoeten in de openbare ruimte wordt daarmee gestimuleerd. Variatie en ritmiek Om te voorkomen dat door positionering op de rooilijn een eentonig straatbeeld ontstaat, is het van belang om de volumes op te splitsen. Er mogen dan ook maximaal 4 stramienen gerepeteerd worden. Vervolgens dient eenafwijking gerealiseerd te worden door middel van bouwhoogte, kap en/of materialisering. De entree en het stijgpunt dienen onderdeel uit te maken van het geheel en de architectonische eenheid waar het zich in bevindt.
Dit zal op de buitenste hoeken of het scharnierpunt zijn bij een knik in het blok. Dit houdt in dat de entree en stijgpunt één van de maximaal 4 gelijke stramienen is. Wel dient ervoor gezorgd te worden dat de lees- en vindbaarheid van de entree benadukt wordt. Een verbijzondering van de entree in architectonische eenheid of materialisering is uitgesloten.
Palet 1 bruin
geel
rood
bruin
Palet 2
Palet 3 donker grijs
licht grijs
Kleur en materiaal Qua materiaalopbouw en kleursamenstelling is de gevel eenduidig, zonder contrasterend kleurgebruik in één repetitie. De gevel bestaat hoofdzakelijk uit natuurlijk getinte bakstenen. Keimwerk, behandeld hout of andere gevelmaterialen mogen alleen als uitzondering of als onderschikt element in de gevel toegepast worden. De appartementen hebben een afwijkend palet dan de aangrenzende architectonische eenheid. Dak – kapvorm en materiaal Ook in de kapvorm en dakmaterialisering zit een grote samenhang. De daken zijn altijd plat maar kunnen, om de herkenbaarheid per architectonische eenheid te benadrukken, licht variëren in bouwhoogte.
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 81
Welstandcriteria Appartementen dekwoningen Ligging: - De ligging mag afwijken van het afgebeelde mits het gebouw te allen tijden aan een grote groene ruimte (centraal hof of landschappelijke randzone) ligt Bebouwingskorrel: - Galerij ontsloten appartementen - Per max. 4 stramienen ontworpen Rooilijn/overgang OR-Prive: - Woningen hebben een vaste rooilijn - Woningen hebben een ‘stoepzone’ van 1,2 meter Stoepzone - Stoepzone in alle gevallen 1,2 meter diep - Bij oplevering uitgevoerd in zelfde materiaal als trottoir, maar ander legpatroon Dak: - Altijd een plat dak - Bouwhoogte mag kleine variatie hebben (altijd min. 13 meter en max. 16 meter) Dakkappelen: - Niet toegestaan Zonnepanelen: - Zie hoofdstuk 5.1, pagina 45. Galerij: - Gesitueerd aan de achterzijde - Integraal onderdeel van het bouwvolume
Gevel: - Hoogwaardige baksteen evt met hout - Kleur conform palet (bruin-geel) - Geen blinde kopgevels naar openbare ruimtes - Draaiende elementen een ‘verzadigde’ landelijke kleur of wit Erfafscheiding: - Aan de voorzijde niet van toepassing Ontsluiting - Oriëntatie op buitenzijde - Tevens bereikbaar vanaf binnenzijde - Appartementen galerij ontsloten - Galerij ten alle tijden aan de binnenzijde van het dek Bergingen - Geintegreerd in het volume Parkeren: - Op het binnenterrein Balkons: - Te allen tijden aan straatzijde blok - Loggia, balkon of half inpandig - Per achtitectonische eenheid één wijze van toepassing - Balkons altijd recht onder elkaar uitgelijnd - Balkon mag maximaal 1,2 meter over de rooilijn uitsteken
82 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Bergingen Bergingen voor o.a. fietsen bij de appartementen dienen inpandig gerealiseerd te worden en mogen niet als apart gebouw bij het appartementengebouw komen. Het bezoekersparkeren voor fietsers is gekoppeld aan de entrees. Balkons Elke appartement dat niet op de begane grond gevestigd is, zal worden voorzien van een balkon. Hierbij kan gevarieerd worden tussen loggia’s, balkonnen en half inpandige balkons. Per architectonische eenheid dient dezelfde toepassing gebruikt te worden. Daarnaast zijn de balkons altijd recht onder elkaar uitgelijnd. Verspringingen zijn uitgesloten. Een balkon mag maximaal 1,2 meter over de rooilijn uitsteken. De balkons zijn aan de buitenzijde van het blok gesitueerd en oriënteren zich op het omliggend groen. Ontsluiting Alle appartementen, behalve die op de begane grond, zijn ontsloten via een galerij. Deze is gesitueerd aan de binnenzijde van het blok. De galerij dient onderdeel van het bouwblok te zijn. Dat houdt in dat deze meeontworpen wordt en qua vormgeving opgaat in de uitstraling van het gehele appartemtentengebouw en niet tegen de appartementen zit ‘aangeplakt’.
uitstekend balkon
half inpandig balkon
loggia uitstekend balkon
half inpandig balkon
ingepaste galerij
ingepaste galerij
loggia Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 83
5 . 5 E r f a f s c h e i d i n g e n - o v e r a n g o p e n b a a r p r i v é
Zij- en achterkanten Daar waar privétuinen aan de (semi-)openbare ruimte grenzen is de kwaliteit kwetsbaar. Wanneer er onvoldoende aandacht aan de beeldkwaliteit ervan wordt geschonken, kan een ongewenst straatbeeld ontstaan. Ten aanzien van alle overgangen openbaar-privé worden derhalve aanvullende beeldkwaliteitseisen gesteld. In alle gevallen waar een privétuin aan het openbaar gebied grenst (voor-, zij- èn achterkanten), geldt dat er een mee-ontworpen erfscheiding gerealiseerd dient te worden. Dit geldt in het algemeen voor alle situaties waar zich dit voordoet en in het bijzonder geldt dit voor de beeldbepalende plekken, zoals aan de singels, de groenblauwe ader of de landschappelijke randzone. In het geval een tuin (zijtuin, achtertuin) grenst aan het openbaar gebied, dienen de erfscheidingen in samenhang met de bebouwing ontworpen te worden. Mee-ontworpen erfscheidingen bestaan uit metselwerk(laag muurtje), altijd gecombineerd met groen en eventueel een pergola. Het groen moet dusdanig volwassen en volgroeid zijn dat ontmoedigd wordt om het hekwerk dicht te zetten met vlechtwerk of schermen. Eventuele bergingen en poorten kunnen in de erfscheiding worden opgenomen. Blinde, gesloten muren en dichte houten schermen worden nadrukkelijk uitgesloten.
Toe te passen beplanting kan zijn: - Hoge (gemengde) haag - beukenhaag, ligusterhaag, boerenhaag (gemengd) - Struiken of struwelen - inheemse soorten Voorkanten In bepaalde situaties is een (lage) erfscheiding aan de voorzijde voorgeschreven. Naastgelegen kaart geeft een indicatie waar deze situaties voorkomen. Aan de voorzijde zijn zes typen erfscheiding te onderscheiden, afhankelijk van de situatie. Deze zijn zo gekozen dat ze de stedenbouwkundige opzet versterken. Parkeerhoven In de parkeerhoven dienen de hieraan gelegen erfafscheidingen voorzien te zijn van hekwerk met opgaande beplanting. Deze erfafscheidingen dienen ook tussen de bergingen/ garages en de perceelsgrens door te lopen, waardoor geen onderbreking ontstaat in het groene beeld in deze parkeerhoven.
Erfafscheidingen
Erfafscheiding Basissituatie
| Voortuinen - lage haag (ca. 70 cm) geplaatst bij ontwikkeling | Zij-/achtertuinen - groen afscheiding geplaatst tijdens ontwikkeling
Erfafscheiding aan Linten
| Geen erfafscheiding en bebouwing min. 6 m afstand van erfgrens
Erfafscheiding aan Singel
| Laag element mee-ontworpen in materialisering woning (max. 50 cm)
Erfafscheiding aan Woonpad
| Geen erfafscheiding of lage haag
Erfafscheidingen aan Dek
| Geen erfafscheiding, bebouwing op erfgrens
Erfafscheiding aan Water
| Geen erfafscheiding, werken met ‘lage tuin’ als overgang
Erfafscheiding aan parkeerhof | Hekwerk met opgaande beplanting 84 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Zij- en achterkanten (ook ter hoogte van parkeerhoven) Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 85
Woningen direct aan woonpad
Groene erfafscheidingen in buurten
Mee-ontworpen erfafscheiding aan singels
Geen hoge erfafscheidingen aan voorzijde
86 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Woning op erfgrens, stoep als overgang
Geen hoge erfafscheidingen aan voorzijde
Inspiratie erfafscheiding ‘bebouwd’ De overgang van privé naar openbaar wordt zorgvuldig ontworpen. Dit geldt met name voor de voordeur, serres, erkers, balkons en veranda’s. Behalve functioneel vormen ze een verbijzondering / accent van de hoofdmassa. Geïntegreerde plantenbakken, luifels, muurtjes, hekken of hagen kunnen worden gebruikt om de overgang naat het openbaar gebied ruimtelijk te begeleiden Uitwerking De lage erfscheiding aan de voorzijde kan een gemetseld muurtje zijn, danwel een prefab-element met metselwerk (steenstrips). In het muurtje kunnen plantenbakken, brievenbussen, etc. geïntegreerd worden.
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 87
5 . 6 E r f a f s c h e i d i n g e n - z i j t u i n e n r i j w o n i n g e n
Voor de rijwoningen in de Scheg Midden gelden aanvullende regels voor de zijdelingse erfgrenzen. Omdat in het plangebied veel verschillende situaties voorkomen, zijn de beeldkwaliteitseisen hieronder per situatie toegelicht.
Aan het openbaar gebied staat de gevel altijd op de erfgrens
Rijwoningen genzend aan twee-onder-één-kap- of vrijstaandewoningen hebben ten alle tijden een zijtuin van minimaal 1,5 meter. Bij tussenpaden staan de aangrenzende gevels altijd op de ergrens
Uitzonderingen zijn mogelijk, mits de zijtuin een minimale breedte heeft van 1,5 meter.
88 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
Aan het openbaar gebied staat de gevel altijd op de erfgrens
Bij tussenpaden staan de aangrenzende gevels altijd op de ergrens
min. 1,5 m
mi
n.
Rijwoningen genzend aan twee-onder-één-kap- of vrijstaandewoningen hebben ten alle tijden een zijtuin van minimaal 1,5 meter.
1,5
m
Uitzonderingen zijn mogelijk, mits de zijtuin een minimale breedte heeft van 1,5 meter.
Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 89
5.7 Bergingen en garages in het zicht
Wanneer de hoekwoning met de zijgevel op de rooilijn staat en de berging van deze woning door de rooilijn steekt, dienen de vanaf de straat zichtbare zijden (in deze situatie de geel afgebeelde zijden) uitgevoerd te worden in dezelfde materialisering als de bijbehordende woning. Zie de hiernaast weergegeven referentie.
90 Amstelveen De Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan
5 . 8 R a n d e n e n a c h t e r k a n t e n
In principe zijn alle watergangen openbaar en komen er geen tuinen direct aan het water. In die situaties waar bij uitzondering wel tuinen aan het water worden gerealiseerd, dus waar een zij- of achtertuin grenst aan een openbare watergang, is er sprake van een kwetsbare situatie en risico op verrommeling. Daarom worden ook hiervoor aanvullende beeldkwaliteitseisen gesteld. haag of schanskorf
Als een tuin aan het water grenst, wordt het hoogteverschil tussen de woningen en het water overbrugd met een ‘hoge’ en een ‘lage’ tuin. Het lage gedeelte grenst aan het water en is 2 meter diep. In de overgangszone tussen het hoge en lage gedeelte wordt het hoogteverschil overbrugt. De overgangszone is 3,5 meter diep met een grastalud of een terras. Het hoge gedeelte van de tuin heeft een variabele diepte. Het lage gedeelte van de tuin kan als een terras met vlonders uitgevoerd worden of ingeplant worden. Zo ontstaat er een afwisselend beeld met terrassen en groene oevers. Hagen op de grenzen tussen de hoogteverschillen in de tuin kunnen voor de nodige privacy zorgen. De erfscheidingen tussen de tuinen wordt in de overgangszone vormgegeven door een stevige haag of een schanskorf. Het hoge gedeelte van de tuin heeft een tuinmuur of garage als zij-erfscheiding. De overgangszone en de lage tuin zijn obstakelvrij. Dat wil zeggen dat hier geen bergingen, tuinkasten of schuttingen geplaatst mogen worden.
hoge tuin minimaal 2,00 m
1:3
lage tuin
steigers max. 30% van de kavelbreedte
mogelijkheid: houten damwand of vergelijkbaar haag of schanskorf hoge tuin
Tussen de hoge en lage tuin kan een talud komen of een houten damwand (of vergelijkbaar). De oeverbescherming heeft een beschoeiing en de woningeigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud van de oever-(beschoeiing). Over een breedte van maximaal 30% van de tuin mogen steigers/vlonders gemaakt worden, de rest van de oever wordt daarvan vrijgehouden en is ‘groen’. In geen van de gevallen mag op de oeverlijn een hoge erfscheiding gerealiseerd worden.
lage tuin
Geen ‘dichte’ erfafscheiding aan water Amstelveen de Scheg deelgebied Midden | Beeldkwaliteitplan 91
5 . 9 D u u r z a a m b o u w e n
In de Ontwikkelvisie 2015 is vastgesteld dat bij de ontwikkeling van De Scheg gebruik gemaakt wordt van het instrument GPR Stedenbouw. Dit instrument richt zich op vijf duurzaamheidsthema’s: energie, ruimtelijke inrichting, gezondheid, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Op al deze thema’s kan gescoord worden op het gebied van energie en duurzaamheid. Voor alle thema’s uit de GPR is berekend wat de basisambitie is, oftewel de ambitie die nu, met de huidige stand van techniek reëel uitvoerbaar is en waarbij al meer gedaan wordt dan in de basis noodzakelijk is. Daarnaast is een eindambitie gesteld, dat betekent welke ambitie bereikbaar zou moeten kunnen zijn wanneer partijen zich maximaal inspannen en meegroeien met de technologische ontwikkelingen die zich de komende jaren waarschijnlijk zullen voordoen. Ten tijde van de Ontwikkelvisie 2015 werd op alle thema’s een goede score gehaald die reëel en haalbaar is. Daarnaast dienen de woningen te voldoen aan BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw), dat vanaf 2020 de geldende norm is. Verder wordt uitgegaan van een gescheiden afvoer van riool en hemelwater, een wateropgave op grond van de Keur van AGV waarin wordt bepaald dat 10% tot 20% van het extra te verharden oppervlakte in het plangebied bestemd wordt voor water, en een gesloten grondbalans.