Beantwoording technische vragen programma begroting 2025
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen: technische inloop Programmabegroting 2025 Van de fractie: bbA 1.
Starterslening/Koopstart blz. 71 Naar aanleiding van vragen van bbA in december 2023 heb ik terugkoppeling gekregen dat dit onderwerp is opgepakt in bestuurlijk overleg met als resultaat dat er extra aandacht gegeven zou worden aan het stimuleren van bekendheid en gebruik van de Starterslening in Amstelveen. Zijn hier eerste resultaten te melden? Ik denk bijvoorbeeld aan nieuwbouwproject Hollandsche Meesters waarbij koopsom en doelgroep zeer geschikt zijn voor inzet Starterslening. Vraag komt voort uit gelijkblijvend saldo van 3 miljoen (ik weet dat het om een revolverend fonds) ANTWOORD: hoewel er wordt verwezen naar een tabel met reserves betreft het geen financieel technische vraag. Er wordt gevraagd naar de voortgang in het beter onder de aandacht brengen van een regeling. Dat is een vraag aan de inhoudelijk wethouder en niet voor financiën. Dergelijke vragen kunnen gesteld worden tijdens het Raadsdebat.
2.
Reservering stedelijke vernieuwing blz. 7 Heeft de eventuele inzet reservering van 15 miljoen euro van stedelijke vernieuwing voor risicovoorziening Nieuw Legmeer invloed op de bestedingen voor stedelijke vernieuwing? ANTWOORD: inzet blijft mogelijk voor andere Stedelijke Vernieuwing doeleinde. Het is en blijft een reserve waarbij inzet voorbehouden is aan de Gemeenteraad. De risicoreservering wordt in het geval het voor andere doeleinde wordt ingezet lager. De gedachte is dat wanneer het project zich voortschrijdt er meer inzicht is in de risico’s (en kansen) en dat een lagere risicoreservering of wellicht helemaal geen aparte reservering nodig is.
3.
Verbod huisvesting statushouders blz. 66 In de toelichting staat dat indien het verbod op huisvesting van statushouders een wettelijke basis krijgt, de taakstelling voor huisvesting statushouders van statushouders gewoon blijft bestaan. Indien dit juist is, wat zijn dan de mogelijkheden voor de gemeente om alsnog aan deze taakstelling te voldoen? ANTWOORD: het betreft geen financiële vraag maar is een politieke vraag voor de verantwoordelijk wethouder. Dergelijke vragen kunnen gesteld worden tijdens het Raadsdebat.
Beantwoording technische vragen: technische inloop Programmabegroting 2025 Van de fractie: Actief voor Amstelveen 1.
Kostendekkende huren blz. 10 Zitten in de “kostendekkende huren” maatschappelijk vastgoed ook de duurzaamheidsmaateregelen verdisconteerd? ANTWOORD: in beginsel worden alle kosten die wij maken betrokken bij het bepalen van de huur. Echter is het vaak niet mogelijk om bestaande huurcontracten aan te passen gedurende de huurperiode (de hoogte van de huur) n.a.v. duurzaamheidsmaatregelen. Indien de maatregelen een positief effect hebben voor de huurder, bijvoorbeeld door lagere energielasten, dan gaan we hier wel over in gesprek. . In sommige gevallen is het dus niet mogelijk om de duurzaamheidsmaatregelen direct te verdisconteren in huur maar pas als er een nieuwe huurder zich aandient. Bij een nieuwe huurder worden de gemaakte kosten verdisconteerd in het nieuwe huurbedrag.
2.
Media uitgave per aanbieder blz. 10 Hoe is inzicht te krijgen in de Media uitgave per aanbieder? ANTWOORD: onder het door de BBV verplichte taakveld 5.6 Media wordt verstaan: de zorg voor fysieke en elektronische cultuurdragers zoals bibliotheken, lokale omroepen en lokale pers. Voor Amstelveen is de voornaamste post binnen dit taakveld de subsidie aan bibliotheken met € 2,3 miljoen.
Verder gaat het om subsidies aan het Mediafonds en de lokale omroep (zie ook pagina 170 subsidies taakveld 5.6. 3.
Hogere opbrengst huishoudelijk afval blz. 58 Waar komt de hogere opbrengst in 2024 van huishoudelijk afval vandaan? ANTWOORD: in de 2e Tijdvak is het volgende opgenomen hierover: Actualisatie van de kostendekkende exploitatie leidt tot een positief resultaat van €0,9 miljoen. Belangrijkste twee redenen zijn lagere kosten door minder restafval (€0,6 miljoen) en een hogere opbrengst van €0,5 miljoen. Het gaat hier om een hogere opbrengst dan dat we in de begroting als bedrag hebben opgenomen. We zien terugkijkend al een paar jaar dat de gerealiseerd opbrengst hoger ligt dan het bedrag dat wij in de begroting hebben opgenomen. Dat heeft te maken dat het bedrag in de begroting tot nu toe steeds op historie is gebaseerd. Voor 2025 en verder hanteren we een andere manier waarbij we kijken naar de aantallen huishoudens en de bedragen (P x Q).
4.
Startkoopwoningen blz. 71 Reservemutatie. De bedragen bij Startkoop en Startersleningen blijven gelijk. Waarom veranderen die niet meer? Worden er geen tranches meer verkocht van de Startkoop woningen? ANTWOORD: financieel technisch antwoord is dat er geen dotaties of onttrekkingen zijn begroot voor deze reserve. Waarom dat zo is, is een inhoudelijke vraag voor de wethouder.
5.
Parkeerinkomsten blz. 69 en 88 Parkeerbelasting, Parkeren en Parkeer inkomsten Wat zijn de verschillen, want ze hebben andere bedragen. ANTWOORD: onder taakveld 0.63 Parkeerbelasting worden de baten/lasten van het straatparkeren verantwoord. Onder taakveld 2.2 Parkeren betreft de parkeervergunningen. Het totaal aan baten op beide taakvelden bedraagt voor 2025 € 4,40 miljoen. Op pagina 88 staat echter als totale parkeerinkomst een bedrag van € 4,44 miljoen. Dit komt doordat er op taakveld 6.1 ook nog ca. € 40.000 aan parkeerinkomsten wordt verantwoord.
6.
Beginsaldo dubieuze debiteuren blz. 85 Dubieuze Debiteuren beginsaldo tot 2028 is dit hetzelfde. Waarom zit hier geen verschil in. ANTWOORD: in de financiële verordening is opgenomen op welke wijze de voorziening gevormd moet worden. Er wordt gekeken naar huidige openstaande vorderingen. Het meerjarig verloop hiervan is niet te voorspellen en daarom wordt het huidige niveau aangehouden in de meerjarenbegroting.
7.
Baten afvalstoffenheffing blz. 91 Waar komen de baten van de afvalstoffenheffing vandaan? ANTWOORD: de baten (behoudens de heffingsinkomsten) betreft inkomsten uit bijvoorbeeld papier, glas en metaal. Het gaat om het afval dat nog waarde heeft.
8.
Baten afvalstoffenheffing blz. 127 ICT “we zoeken bij deze vervangen samenwerking met de Duo+ gemeenten” Wat draagt Aalsmeer nu en in de toekomst nog bij? ANTWOORD: de vervanging doen we voor beide gemeentes en dus ook voor Aalsmeer. Gezamenlijk zoeken we de aansluiting met de DUO+ gemeente vanwege inkoopvoordelen en kennisdeling. Aalsmeer betaald mee in de verhouding 75% Amstelveen en 25% Aalsmeer. De vervanging wordt gefinancierd vanuit de bestaande ICT budgetten en vanuit de Reserve Bedrijfsvoeringsfondsen.
Beantwoording technische vragen: technische inloop Programmabegroting 2025 Van de fractie: ChristenUnie 1.
Overdragen veiligheidstaken Tijdens de technische inloop op 16 oktober is in de vergadering door de ChristenUnie de vraag gesteld welke veiligheidstaken worden overgedragen naar de regio. Het college heeft toegezegd hier schriftelijk op terug te komen.
Antwoord: Regionale ontwikkelingen Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie In 2021 heeft het bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland besloten om Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie regionaal in te richten en de regie hierover te beleggen bij de sector Crisisbeheersing van de VrAA. Het streven is met deze overgang te komen tot een verdere professionalisering van het vakgebied en de Bevolkingszorg crisisorganisatie. Op 1 januari 2024 zijn het beheer, die regie en coördinatie van Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie overgenomen van de gemeenten door de VrAA. Dat betekent dat de VrAA zich komende jaren, in samenwerking met de zes gemeenten, zal gaan richten op een doorontwikkeling van de intergemeentelijke crisisorganisatie. De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zal daarbij het landelijk UKB (Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg) als uitgangspunt nemen en in samenspraak met de verschillende gemeenten onderzoeken welke lokale kleuring hierbij wenselijk is. Bevolkingszorg wordt wettelijk gedefinieerd en er wordt toegewerkt naar een uniform kwaliteitsniveau. Concreet betekent dit dat de komende jaren in het teken zullen staan van: 1. Het inrichten van een aantal uniforme bevolkingszorgfuncties zodat er duidelijkheid komt over de basisorganisatie van Bevolkingszorg en de bovenregionale samenwerking kan worden versterkt; 2.
Het realiseren van een voldoende niveau van vakbekwaamheid van de kernfuncties Bevolkingszorg conform vastgestelde kwaliteitseisen en kwalificatiedossiers; 3. Verantwoording richting algemeen bestuur, waaronder het monitoren van het gerealiseerde kwaliteitsniveau van Bevolkingszorg en de invulling van landelijke kwaliteitscriteria; 4. Het bevorderen van de samenwerking tussen alle organisaties die bevolkingszorgtaken uitvoeren én organisaties die aansluiten op Bevolkingszorg.
Beantwoording technische vragen: Pleck 6.0. Van de fractie: PvdA 1.
Kosten laadpalen
Hoe worden de kosten voor laadpalen bepaald? Antwoord: Tijdens het raadsgesprek over PLECK 6.0 op 16 oktober j.l. is een vraag gesteld over de verschillen in laadtarieven voor het laden van elektrische auto’s tussen laadpalen of steden. Het is inderdaad correct dat er grotere of kleinere verschillen bestaan in de laadprijzen. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te geven: • •
•
Er zijn meerdere exploitanten van laadpalen en ook laadpassen of apps Elke laadpaalaanbieder/exploitant kan zijn eigen factureringsmodel kiezen. In een laadtarief kunnen per laadpaalaanbieder/exploitant ook andere kosten verwerkt zitten naast de energiekosten. Denk aan de installatie van de laadpaal en het onderhoud van het oplaadnetwerk Laadpaalaanbieders/exploitanten kopen voor verschillende regio’s stroom in. Dat doen ze niet voor alle regio’s op hetzelfde moment. Dus als de prijs voor stroom per moment verschilt, is ook het laadtarief per regio anders. Zelfs binnen dezelfde exploitant kunnen hierdoor per regio andere laadtarieven van toepassing zijn. Zie het voorbeeld van Vattenfall hieronder:
•
De aanbieder van een laadpas of -app bepaalt voor haar gebruikers het laadtarief dat je betaalt. Dat laadtarief kan op verschillende manieren zijn opgebouwd en kan afwijken van het tarief van de exploitant van de betreffende laadpaal.
Het is moeilijk om verschillende locaties/steden met elkaar te vergelijken omdat het verschillende laadexploitanten zijn en iedere gemeente zelf de contractvoorwaarden heeft kunnen bepalen. Er is geen nationale standaard aanwezig. Daarnaast zijn er ook verschillende laadpasaanbieders/apps met eigen voorwaarden. De gemeente Amstelveen had bijvoorbeeld drie exploitanten voor het plaatsen van laadpalen, die ook een verschillend tarief hanteren. Sinds kort heeft Amstelveen zich aangesloten bij MRA-E. Met de huidige aanbesteding via MRA-E, waarbij meer dan 30 gemeente zijn aangesloten, proberen wij wel met elkaar zoveel mogelijk eenduidige tariefafspraken vast te leggen. In de concessie met MRAE wordt de laadtarief verplicht 4 keer per jaar vastgesteld, waardoor prijswijzigingen middels indexering worden doorberekend in de tarieven. Dat kan zowel hoger als lager zijn. Het zou prettig zijn als overal min of meer hetzelfde tarief zou gelden, maar omdat de aanbieder/exploitant per laadpaal kan verschillen, verschillen de tarieven ook van elkaar. Het is zelfs mogelijk dat het energietarief wat je bij één en dezelfde laadpaal betaalt, verschilt per laadpas die gebruikt wordt. De gemeente streeft daarom naar een goede prijstransparantie zodat de gebruiker van een laadvoorziening weet hoeveel het laden bij de betreffende laadvoorziening kost.
Deze prijstransparantie voor e-rijders valt zeker nog te verbeteren. De gemeente onderstreept het belang hiervan om samen met MRA-e de prijstransparantie en vindbaarheid van laadpalen voor e-rijders sterk te verbeteren. Beantwoording technische vragen: Woonwagens Van de fractie: CDA 1.
Woonwagens
er ligt een plan, de wethouder is er mee bezig. Maar het zal wellicht ook geld kosten in 2025. Wat is de relatie met de programmabegroting? Antwoord: Indien er grond (eigen/huur/koop) wordt gevonden zal in een apart raadsvoorstel budget aangevraagd worden. De reden hiervoor is dat we nog geen grond (standplaatsen voor woonwagens) hebben dus dat we ook nog geen inschatting van de kosten kunnen maken. Beantwoording technische vragen: Huisvesting eerstelijnszorg in Amstelveen Van de fractie: CDA 1.
Huisvesting eerstelijnszorg in Amstelveen in de begroting Naar aanleiding van onze besluitvorming van 13 maart 2024 “Huisvesting eerstelijnszorg in Amstelveen” vroeg ik me even af of hier iets van te vinden is in de begroting 2025. Ik heb hier zelf
niets over kunnen vinden, behalve bij maatschappelijk vastgoed, investering huisartsen Alleman (pag 11)
Antwoord: In de programmabegroting 2025 Amstelveen staan verwijzingen naar projecten welke voortkomen uit het raadbesluit “Huisvesting eerstelijnszorg in Amstelveen”. Het gaat met name over het project Medisch centrum Lindenlaan (315) en het project Alleman. Beide projecten worden meerdere malen genoemd (o.a. kopje maatschappelijk vastgoed en actiepunten) in de begroting. Het raadsbesluit “Huisvesting eerstelijnszorg in Amstelveen” maakt het o.a. mogelijk om bij deze projecten een lagere huurprijs dan de kostprijsdekkende huur te berekenen waardoor in wijken waar dat essentieel is betaalbare huisvesting voor de eerstelijnzorg te realiseren is. Beantwoording technische vragen: indexering subsidies Van de fractie: CDA N.a.v. behandeling raadsvoorstel: Programmabegroting 2025 Beantwoord door: Wouter Zeilstra Datum: 28-10-2024
Concrete vra(a)g(en): Nog een technische vraag over de begroting, die meerdere van ons bezig houdt: De subsidies voor de culturele instellingen blijven op de nul-lijn in 2025 De redenering van het college is dat dit past bij het meerjarige beeld van kostenstijgingen voor deze instellingen (inflatie etc). Kan iemand ons uitleggen wat precies de methodiek is? En op welke kostencijfers de berekeningen gebaseerd zijn? (En of de redenering hierboven correct is)
Beantwoording vra(a)g(en): Jaarlijks wordt bij de perspectiefnota het te hanteren indexpercentage berekent (en besloten) voor het volgende boekjaar (zie hiervoor pag. 13 PN2025 en bijbehorend raadsvoorstel). Bij het berekenen van dit indexcijfer kijken wij naar het IMOC (Prijsindex Materiele Overheidsconsumptie) cijfer. Deze is aangegeven in het CEP (Centraal Economisch Plan) rapport dat jaarlijks medio februari/maart beschikbaar komt. Dit zijn op dat moment de meest actuele cijfers die we voor de perspectiefnota kunnen gebruiken. Bij het bepalen van het cijfer wordt niet alleen gekeken naar het komende boekjaar maar kijken we ook naar de verwachte ontwikkeling in het lopende jaar en de werkelijke ontwikkeling in het voorgaande jaar. Hiermee proberen wij de werkelijke inflatieontwikkeling te volgen. Voor 2025 is de opstelling als volgt: voor 2025 is het IMOC cijfer 2,2% met daar tegenover een bijstelling over 2023 van -1,8% en voor 2024 -1,0%. Dit zou eigenlijk resulteren in een indexcijfer voor 20205 van -0,6%. Dat zou beteken dat de budgetten moeten dalen. Hier is echter niet voor gekozen en is het indexcijfer afgerond op 0% gezet.
Bij de Perspectiefnota 2026 volgt de volgende bijstelling op de nu verwachte IMOC cijfers over 2024 en 2025. Als blijkt dat deze hoger zijn dan nu aangenomen resulteert dat in een hoger indexcijfer voor 2026. Voor de
volledigheid hieronder ook de opstelling voor het indexcijfer dat is gehanteerd (afgerond 8%) in de huidige begroting 2024
Amstelveen kent een generiek systeem voor al haar budgetten met slechts enkele uitzonderingen waarbij het gaat om verhuur van gebouwen/accommodaties. Dit is een bedrijfsmatige activiteit waarbij de gehanteerde index is gekoppeld aan CBS prijsindexcijfer van het voorgaande jaar. Of het IMOC cijfer ook echt de werkelijke kostenontwikkeling als gevolg van inflatie weerspiegelt is niet vast te stellen, uiteindelijk zijn inflatiecijfers modelmatig. De werkelijke kostenontwikkeling is per individueel budget verschillend en afhankelijk van diverse factoren waarvan inflatie er een is. Uit Raadsvoorstel Perspectiefnota 2025 incl. 1e tijdvak en MPP: Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
In te stemmen met de Perspectiefnota 2025 inclusief 1e tijdvakrapportage 2024 en Meerjarig Projectplan Buitenruimte. Hierin is opgenomen: 1
De financiële uitgangspunten (hoofdstuk 2.3) voor het opstellen van de programmabegroting 2025, te weten: a. Prijscompensatie van 0% b. Loonontwikkeling van 5,52% c. Algemene tariefindex van 2,22% d. Rekenrente van 1,75%
Uit boekwerk Perspectiefnota 2025, pagina 13: