CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PRO - Stedenbouwkundig plan Annapark

Raadsvergadering 1 juli 2026, gemeente amstelveenBij agendapunt: Stedenbouwkundig plan Annapark1.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN

Van de fractie/ van het raadslid: PRO / Laura Platenkamp Naar aanleiding van behandeling raadsvoorstel: Stedenbouwkundig plan Annapark Onderwerp: Stedenbouwkundig plan Annapark Portefeuillehouder(s): Paul Slettenhaar Beantwoord door: Guus Koppenaal Afdeling: Stedelijke Ontwikkeling

Concrete vragen: 1.

Het ruimtelijk kader benadrukt de hoge natuurwaarde van het nabijgelegen veenlandschap en de blijvende vestiging van de beschermde ringslang. Het plan wil bestaande barrières opheffen. Hoe wordt de ecologische continuïteit voor specifiek de ringslang en andere kleine fauna fysiek gewaarborgd over het dek? Vormen de getrapte hoogteverschillen, de gemetselde muren en de drukke fietspaden (Sportas/MRA-route) geen nieuwe onbegaanbare barrières voor deze soorten? 2. Er wordt gekozen voor een inheems sortiment om de biodiversiteit te versterken, maar vanwege de ligging op het snelwegdek moet de beplanting tegelijkertijd zeer droogteresistent zijn. Zijn er voldoende inheemse boom- en struiksoorten technisch in staat om te overleven in een relatief ondiepe, kunstmatige en windgevoelige dakomgeving? Wordt de 'Amstelveense heemparktraditie' (gericht op inheemse vegetatie) hier strikt toegepast, of moeten we concessies doen ten gunste van uitheemse, klimaat-robuuste soorten? 3. Het plan beschrijft plantsoenen en hofjes in het dorp als belangrijke "stapstenen" (stepping stones) voor de biodiversiteit richting het Amsterdamse Bos en het Broersepark.

Hoe groot moeten deze groene zones minimaal zijn om een functionele ecologische stapsteen te vormen, en hoe wordt voorkomen dat lichtvervuiling van de nieuwe randbebouwing en evenementen op De Brink de nachtelijke fauna (zoals vleermuizen en insecten) in deze corridors verstoort? 4. Is het volume van de grondlaagdikte en gewichtsbelasting technisch voldoende voor de voorgestelde ‘opgehoogde groene eilanden’ waarin grote, volwassen schaduwbomen moeten groeien om hittestress tegen te gaan? 5. Het plan streeft naar verkoeling in het verblijfsgebied maar introduceert tegelijkertijd een grote centrale evenementenlocatie (De Brink) in verharding. Hoeveel procent van het totale tunneldek wordt effectief onverhard (volle grond/groen) ten opzichte van verharding? Is er een microklimaat-simulatie of berekening uitgevoerd die aantoont dat De Brink en de omliggende nieuwbouwplinten niet als een ‘urban heat island’ gaan fungeren? 6. Er wordt ingezet op bewegen in het Annapark. Is er onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit die verwacht wordt in het park en met name bij de tunnelmonden? Wat waren de uitkomsten? 7.

Is er in dit onderzoek meegenomen wat de gevolgen voor het verkeer op de A9 zijn als straks een deel van de A10 bij de Zuidas een tunnel is? En in het bijzonder de gevolgen voor de luchtkwaliteit bij de A9 van bepaalde bulktransporten die niet meer in de A10-tunnel zijn toegestaan en daardoor uitwijken naar de A9? 8. Wat kan er worden gedaan om schadelijke lucht zoveel mogelijk buiten het park te houden en dan met name aan de oost- en west-zijde? 9. Is de Groenraad geconsulteerd bij het opstellen van het Stedenbouwkundig plan? 10. Het stedenbouwkundig plan is een plan op hoofdlijnen. De concrete inrichting van het groen wordt pas begin 2027 gepresenteerd in een apart Inrichtingsplan. Hoe worden harde randvoorwaarden als biodiversiteit en natuurinclusief nu al juridisch-planologisch verankerd in het Omgevingsplan om te voorkomen dat ze in de latere uitwerking (2027) sneuvelen door budgettaire optimalisaties of commerciële plintfuncties?

Beantwoording vragen: 1.

De aanleg van het Annapark betekent een duidelijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Waar nu de A9 ligt, ontstaat straks een aaneengesloten gebied op maaiveldniveau dat de noord- en zuidzijde weer met elkaar verbindt. Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren. Voor de ringslang wordt geen natte verbinding op het dek aangelegd, omdat dat technisch niet mogelijk is. Wel wordt het gebied zo ingericht dat kleine zoogdieren en insecten via hagen, muren en beschutte zones veilig van het ene naar het andere gebied kunnen bewegen. Deze structuren leiden dieren naar plekken waar zij fietspaden veilig kunnen kruisen. Daarmee ontstaan geen nieuwe barrières, maar wordt het gebied juist beter passeerbaar dan nu. Ook de ontwikkelingen van het kazernepad dragen bij aan de verbinding van de flora en fauna. De tramlijn wordt hierdoor onderdeel van een bredere groenstructuur die de ecologische verbinding versterkt.

2.

Voor de beplanting wordt gekozen voor een overwegend inheems sortiment. Er zijn voldoende inheemse soorten die geschikt zijn voor de omstandigheden op een dek, mits de groeiplaats goed wordt ingericht. Daar wordt in dit plan rekening mee gehouden, onder meer door aangepaste bodemopbouw, verhoogde plantvakken en dichte beplanting, die bescherming bieden tegen wind en droogte. In de praktijk kan het nodig zijn om inheems sortiment beperkt aan te vullen met soorten die beter bestand zijn tegen het specifieke klimaat op het dek. Daarbij blijft het uitgangspunt dat de ecologische kwaliteit behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt,

3.

De groene zones in het park en de omliggende gebieden functioneren als verbindende schakels tussen grotere groengebieden zoals het Amsterdamse Bos en het Broersepark. Er is geen vaste minimale omvang voor dit soort ‘stapstenen’; ook kleinere gebieden kunnen effectief zijn, zolang ze goed zijn ingericht en verstoring beperkt blijft. Bij de verdere uitwerking wordt nadrukkelijk rekening gehouden met verstorende factoren. Voor nachtactieve soorten, zoals vleermuizen, geldt wettelijke bescherming. Dat betekent dat ruimtelijke ingrepen geen negatieve effecten mogen hebben op hun leefgebied of vliegroutes. Dit stelt duidelijke eisen aan het ontwerp en de inrichting. Zo wordt gericht gewerkt aan het beperken van lichtverstoring, onder meer door zorgvuldige positionering van verlichting, het minimaliseren van strooilicht en het behouden van voldoende donkere zones langs ecologische verbindingen.

4.

Het grondpakket en de bodemopbouw zijn zodanig ontworpen dat ook grotere bomen duurzaam kunnen groeien. Volgens Rijkswaterstaat en de aannemer is de draagkracht van het dek voldoende om deze beplanting te ondersteunen. Daarmee kan het groen daadwerkelijk bijdragen aan verkoeling om hittestress te verminderen.

5.

Het stedenbouwkundig plan beschrijft de inrichting op hoofdlijnen. Dat betekent dat nog niet exact is vastgelegd hoeveel van het dek groen of verhard wordt. Dit gebeurt in het nog op te stellen inrichtingsplan. Wel is de ambitie duidelijk: het gebied moet een groene verblijfsplek worden met voldoende schaduw en verkoeling. Tegelijkertijd is er ruimte gereserveerd voor kleinschalige evenementen op de Brink, wat vraagt om een groter aandeel verharding op die plek. Door bomen, schaduw en mogelijk een waterelement toe te voegen, wordt gestuurd op een aangenaam verblijfsklimaat. Een nadere studie naar de klimaateffecten volgt bij het inrichtingsplan.

6.

In 2024 is onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit (stikstofdioxide en fijnstof) op het dek voor het zichtjaar 2030. • De concentratie stikstofdioxide (NO2) ligt tussen de 15,8 en 18,1 µg/m3. Dit voldoet aan nieuwe EU-grenswaarde van 20 µg/m3 die vanaf 2030 geldt. • De concentratie fijnstof (PM10) ligt tussen de 14,7 en 15,2 µg/m3. Dit voldoet aan de nieuwe EU-grenswaarde van 20 µg/m3. • De concentratie fijnstof (PM2,5) ligt tussen de 7,2 en 7,4 µg/m3. Dit voldoet aan de nieuwe EU-grenswaarde van 10 µg/m3.

7.

De effecten voor luchtkwaliteit in het onderzoek zijn in beeld gebracht door middel van informatie uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) van het RIVM. Voor de

beoordeling is verkeersinformatie gebruikt uit de jaarlijkse monitoring in 2023. Dit model omvat de geplande ontwikkelingen (verbreding en verdiepte ligging en verwachte intensivering van het verkeer op de A9). De tunnel in de A10, onder de Zuidas, wordt een categorie C tunnel. Daar mag vrijwel al het vrachtverkeer gewoon doorheen met uitzondering van het vervoer van gevaarlijke goederen die een zeer grote ontploffing of het vrijkomen van een belangrijke hoeveelheid giftige stoffen kunnen veroorzaken. Dat betreft maar een hele kleine hoeveelheid vrachtverkeer en heeft geen noemenswaardige invloed op de totale hoeveelheid verkeer. 8.

We hebben in dit project beperkt invloed op de luchtverontreinigende stoffen in de lucht met de groene inrichting van het dek. Groen draagt (beperkt) bij aan het verminderen van de concentratie luchtverontreinigende stoffen (voornamelijk fijnstof) via afvang en opname door bladeren. Met het zo groen mogelijk inrichten van het dek (met zoveel mogelijk bomen en hagen) wordt dit effect lokaal benut.

9.

De Groenraad is als belangrijke stakeholder betrokken tijdens de participatiefase van het stedenbouwkundig plan Annapark en wordt betrokken bij de uitwerking van de inrichtingsplannen.

10. In het stedenbouwkundig plan wordt op hoofdlijnen vastgelegd wat we willen ook op het vlak van biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Dit is juridisch niet bindend maar ook niet vrijblijvend. Op basis van het stedenbouwkundig plan zal verder gewerkt worden aan een ambitiedocument openbare ruimte met daarin ook aspecten als biodivers en natuurinclusief. Dit document vormt de basis voor de uitwerking van het inrichtingsplan openbare ruimte. Onderzocht wordt of het opstellen van een omgevingsprogramma wenselijk is. Een dergelijk programma kan richting geven aan de ontwikkeling en dient als beleidsmatige onderbouwing voor de keuzes die uiteindelijk juridisch worden vastgelegd in het omgevingsplan of via een vergunning. Op die manier worden de gemaakte afspraken niet alleen vastgelegd, maar ook juridisch afdwingbaar. Tot slot is het van belang om te benadrukken dat het stedenbouwkundig plan richtinggevend is, maar nog niet alles juridisch vastlegt. In de vervolgstappen worden de ambities verder uitgewerkt en waar nodig juridisch verankerd, bijvoorbeeld via een omgevingsprogramma of het omgevingsplan. Daarmee worden de keuzes uit dit plan uiteindelijk ook afdwingbaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=3ea41f05-28eb-4cb3-94bf-14c5bc0e8e3e