Beantwoording technische vragen ChristenUnie - Regionaal Beleidskader HGKMSG 2026
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN
Van de fractie/van het raadslid: ChristenUnie, Dianne Hoefakker Naar aanleiding van behandeling raadsvoorstel: Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026 Onderwerp: Technische vragen regionaal beleidskader HGKM & SG 2026 Portefeuillehouder(s): Marijn van Ballegooijen Beantwoord door: S. de Weerd-van Velzen Afdeling: Jeugd en Onderwijs
Concrete vra(a)g(en): 1. Lokale teams als basis van de aanpak Hoe sterk zijn de lokale teams in Amstelveen momenteel ingericht als het gaat om: a) formatie (fte), continuïteit (verloop/vaste gezichten), aanwezigheid van verschillende disciplines en expertise in HGKM/SG en doorverwijzing? b) Wat betekent het verstevigen van lokale teams concreet voor Amstelveen? Leidt dit tot formatie-uitbreiding, andere deskundigheid, lagere caseload of betere bereikbaarheid? Of betreft dit vooral een andere manier van werken binnen bestaande capaciteit? 2. Expertise, eerste lijn en doorgeleiding De kwaliteit van wijk-/buurtteams is cruciaal om vroeg en passend te kunnen opschalen. a) Wanneer wordt het expertiseplatform of aanvullende hulp ingeschakeld? Op basis van welke criteria? En door wie wordt deze beslissing genomen? (globale beantwoording volstaat). b) Hoe wordt voorkomen dat onvoldoende toegeruste teams leiden tot te late of onjuiste doorgeleiding? 3.
Financiële kaders en realisme a) De versterking van lokale teams en de implementatie van het expertiseplatform moeten grotendeels binnen bestaande middelen plaatsvinden. Hoe realistisch is het financiële kader gezien de ambities? b) Welke keuzes worden gemaakt als extra middelen uitblijven? Welke onderdelen krijgen dan prioriteit en welke ambities worden mogelijk afgeschaald?
4.
Governance, sturing en positie Amstelveen a) Waar zit binnen dit regionale beleidskader beleidsvrijheid voor individuele gemeenten en waar niet? b) Wie is de coördinerend bestuurder van Amstelveen binnen deze regionale aanpak en welke inhoudelijke accenten heeft deze bestuurder de afgelopen periode ingebracht? c) Hoe wordt voorkomen dat kleinere gemeenten, zoals Amstelveen, ondersneeuwen in een sterk Amsterdam-gericht samenwerkingsverband? d) Hoe wordt integrale besluitvorming geborgd, gezien de betrokkenheid van meerdere wethouders, burgemeesters en domeinen (zorg, jeugd, veiligheid)? e) Wat is de rol van de Amstelveense gemeenteraad binnen de governance en hoe verhoudt deze zich tot bijvoorbeeld de Gemeenschappelijke Regeling GGD?
5.
Monitoring, leren en verantwoording a) Monitoring vindt plaats via halfjaarlijks partneroverleg: welke partners nemen hieraan deel en hoe wordt de raad hierover geïnformeerd? b) Op welke momenten en in welke vorm kan de raad bijsturen op basis van deze monitoring? c) Welke concrete indicatoren worden gebruikt om te meten of: geweld sneller stopt, intergenerationele overdracht afneemt, slachtoffers eerder hulp zoeken?
6.
Integrale plegeraanpak a) De integrale plegeraanpak wordt als belangrijke ontwikkeling genoemd. Wanneer wordt deze concreet uitgerold in Amstelveen? b) Welke instrumenten maken hier onderdeel van uit (bijv. buurtrechter, time-outwoningen) in Amstelveen?
7.
Preventie en cijfers [] 100/F005/ICT
Pagina
2 van 3
a) Hoe verloopt de samenwerking met scholen in Amstelveen rondom preventie van HGKM & SG? b) In de stukken ontbreken recente cijfers voor Amstelveen over meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling, terwijl deze voor andere gemeenten wel worden genoemd. Kan dit beeld alsnog worden aangevuld? 8. Toekomstscenario en wettelijke context. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming bevindt zich in een juridisch vacuüm door het ontbreken van nieuwe wetgeving. De verdere invulling is Afhankelijk van wetswijzigingen en bestuurlijke heroriëntatie. a) Wat is de inzet bij deze heroriëntatie van de wethouder? b) Wat is de reden dat Amstelveen geen proeftuin is geweest binnen Blijvend Veilig? Beantwoording vra(a)g(en): 1a. Het Sociaal Team Amstelveen bestaat uit twee teams met samen circa 38 fte formatie en nagenoeg volledige bezetting. Er is weinig verloop (in 2025 één medewerker uit de ondersteuning) en er wordt actief ingezet op vitaliteit en werk‑privébalans. De teams beschikken over een breed palet aan functies — waaronder casusregisseurs, gezinscoaches, trajectbegeleiders, procesregisseurs en zorgtoeleiders — ondersteund door gedragswetenschappers, kwaliteitsadviseurs, werkbegeleiders, juridisch analist en teamondersteuning. Er zijn aandachtsfunctionarissen HGKM, vier medewerkers voor Tijdelijk Huisverbod, en alle uitvoerende medewerkers zijn SKJ‑ of BIG‑geregistreerd.
Er is ruime expertise in kindveiligheid, huiselijk geweld en seksueel geweld. Acht medewerkers zijn sinds 2024 opgeleid in de Top‑3‑methodiek, waarvoor een casuïstiekgroep draait. Al met al staat ons Sociaal Team er goed voor en wordt onze situatie als goed voorbeeld gezien door de regio. 1b. ‘Stevig lokaal team’ is een containerbegrip dat binnen verschillende kaders wordt gebruikt en dat ruimte geeft voor lokale invulling. Het hiertoe komen vraagt meerdere bewegingen, waarvan u een deel zelf al opsomt. Deze staan beschreven in hoofdstuk 4.1 van het beleidskader. In Amstelveen zijn we hard op weg en tegelijk concentreren we op blijvende versterking omdat de uitdagingen groot zijn en de context veranderlijk is. We zetten in op onder andere betere aansluiting bij de veiligheidspartners (Veilig Thuis, Jeugdbescherming, Raad voor de Kinderbescherming, Blijf Groep, Politie), versterking van het vakmanschap (al dan niet vanuit het expertisecentrum) en samenwerken volgens een gedeeld handelingskader. 2a. Het kennis- en expertisecentrum gaat dit jaar van start. Momenteel wordt er gewerkt aan samenwerkingsafspraken waarin de door u genoemde zaken worden afgestemd tussen onze lokale teams en het expertisecentrum. In algemene zin gaat het om aansluiten wanneer er sprake is van complexe- of weinig voorkomende vormen van huiselijk geweld, zoals intieme terreur. 2b.
Er worden werkafspraken gemaakt tussen het lokaal team en het expertisecentrum waar toeleiding onderdeel van uitmaakt. Welke situaties passend zijn voor het expertisecentrum is regionaal gelijk. 3a/b. Wat we doen is nieuw. Het is daarom niet helemaal te voorspellen. We hebben vanuit de regio een beroep gedaan op het rijk om vaart te maken met een wetswijziging en met bij de opgave passende financiering. Het huidige ambitieniveau past binnen de financieringsmogelijkheden die we hebben (we hanteren bijvoorbeeld een opstartscenario van het expertisecentrum met 4 à 5 fte). 4a. Het beleidskader is de richting en zijn de uitgangspunten die we als regio (op basis van landelijk beleid en wetenschappelijke inzichten) met elkaar dragen. Hoe we regionale taken te organiseren hebben kent weinig vrijheid (bijv. Veilig Thuis, CSG, opvangplekken) en hoe we welke ambities, in welk tempo we waar willen maken is aan ons. Ook qua preventie hebben we regionale ideeën over wat we kunnen inzetten en kunnen we bij elkaar aansluiten (om het bereik te vergroten en de kosten te verlagen) maar kunnen we ook ons eigen pad bewandelen. 4b/c. De coördinerend bestuurder is de wethouder Zorg/WMO. De rest van vraag b en vraag c beantwoorden wij niet via deze weg (politieke i.p.v. technische vragen). 4d. Naast hetgeen u bij h.
10.5 kunt lezen zijn er afstemmingsoverleggen, zowel ambtelijk als bestuurlijk en zowel intern als extern.
Pagina
3 van 3
4e. De meeste gemeenteraden van Amsterdam-Amstelland worden jaarlijks op de hoogte gesteld van de inspanningen op het beleidskader, als ook over de jaarverslagen van de GR GGD, Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld. In afspraak met uw raad doen we dit jaarlijks met een raadsbrief, een presentatie en/of een gesprek. Daarnaast wordt u geïnformeerd over de meerjarenbegroting en krijgt u de mogelijkheid om hier al dan niet een zienswijze op in te dienen. 5a/b. Dat gaat om partners uit de veiligheidsketen (zie antwoord 1b), de gemeenten en vertegenwoordiging uit de (jeugd)GGZ. Voor betrokkenheid raad zie antwoord 4e. 5c. Er wordt gewerkt aan een gebiedsgerichte monitor. De hierin gebruikte indicatoren zijn nog niet bekend. Al zal dat voor een deel gebruik maken van de indicatoren die we nu al volgen – zoals ook terug te vinden zijn in de jaarverslagen van de GR, Veilig Thuis en het CSG. 6a/b. Er is geen sprake van het kunnen ‘uitrollen’ van de plegeraanpak in onze eigen gemeente. Wij zijn aangesloten bij een onder de GR GGD hangende werkgroep plegeraanpak en besluiten samen met de regio welke regionale proeftuinen, pilots en werkwijzen we inzetten. Hier leren we als regio van. Lokaal kunnen we wel accenten leggen – zoals wij de afgelopen tijd grotere nadruk hebben gelegd op het inzetten van het instrument Tijdelijk Huisverbod. 7a.
De samenwerking is goed, maar de signaleringskracht van het onderwijs kan beter. Dat is overigens regionaal en landelijk niet anders. Over het algemeen wordt aangegeven dat het onderwijs het lastig vindt om te melden en daarbij de connectie met- en vertrouwen van het kind en diens gezin te behouden. Het blijkt een moeilijke balans om te vinden. In het kader van het naleven van wettelijke en professionele richtlijnen, het verbinden van de verschillende domeinen, en in het kader van preventie in algemene zin hebben we aandacht voor HGKM en de rol van het onderwijs. 7b. De cijfers waar u naar verwijst zijn bedoeld ter illustratie van het punt dat de verschillen groot zijn. Over de gebruikte cijfers is uw raad geïnformeerd bij de behandeling van de jaarstukken (juni 2025). 8a. De heroriëntatie van de regio (en dus niet alleen de wethouder) is dat we niet verder kunnen met de proeftuinen binnen de bestaande wettelijke kaders. De proeftuin liep hier altijd al op voor, met de belofte dat de wetswijziging ging komen – of ten minste experimentele wetgeving. Deze is echter niet gekomen, waardoor we niet door kunnen: we kunnen niet werken volgens de bedoeling zonder dat de wet de werkwijze ondersteunt. 8b. Er is begonnen in Amsterdam Nieuw West en Uithoorn. Amstelveen heeft zich geconcentreerd op de lokaal ontwikkelde aanpak ‘intensieve hulpverlening vrijwillig’ (eerder genoemd IHV13w).
Amstelveen wilde de resultaten van deze proef afwachten alvorens aan een flinke stelselverandering te starten. Dat blijkt nu verstandig te zijn geweest, omdat de beloofde wetgeving en financiering niet zijn gekomen.