Beantwoording technische vragen ChristenUnie. Raadsvoorstel wijziging APV
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen: afkomstig van Dianne Hoefakker, burgerlid ChristenUnie Van de fractie: ChristenUnie N.a.v. behandeling raadsvoorstel: Wijzigingen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Amstelveen Datum: 21 november 2024
Concrete vragen: Technische vragen APV Vragen over veiligheidsrisicogebied: Artikel 2.76 wordt aangepast, dit artikel gaat over het aanwijzen van een veiligheidsrisicogebied. Hier wordt specifiek verwezen bij verstoringen van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens. Het gebruik van zwaar vuurwerk is de laatste jaren toegenomen, ook in Amstelveen recent: https://www.nhnieuws.nl/nieuws/340952/twee-explosies-en-zwartgeblakerdeportiek-schrik-zit-er-goed-in-bij-amstelveense-flat ). 1: Waarom is in artikel 2.76 alleen expliciet gekozen voor de aanwezigheid van wapens en niet ook voor de aanwezigheid van zwaar vuurwerk? Nb: bijlage 1 overeenkomstig artikel 151a van de Gemeentewet - moet dat niet zijn artikel 151b? Artikel 2.77 derde lid: hierover staat in bijlage 1 iets anders, dan in bijlage 2. Bijlage 1 stelt ter kennis brengen aan de gemeenteraad, bijlage 2 stelt na beraadslaging in de gemeenteraad. 2: Welk van de twee varianten moet het zijn? Als het de lezing is uit bijlage 2, hoe zit dat dan in acute(re) situaties? Vragen over sekswerk: Artikel 3.1: sekswerk mag niet plaatsvinden vanuit de eigen woning. 3: Wordt hierop gehandhaafd? En zo ja, hoe? Artikel 3.4. a: sekswerkers moeten minimaal 21 jaar zijn.
4: Hoe handhaaft de gemeente in de praktijk op de leeftijd van sekswerkers? Artikel 3:13, lid 2: hier is een aantal weigeringsgronden voor een vergunning voor een escortbedrijf of seksinrichting opgenomen (a. Er sprake is van nadelige beïnvloeding van de openbare orde, b. Er sprake is van nadelige beïnvloeding van de woon- en leefomgeving, c. Als er nadelige beïnvloeding is van de veiligheid of gezondheid van de sekswerker of klanten door de aanwezigheid van een seksbedrijf, of, d. het bedrijfsplan niet voldoet aan de eisen die gesteld worden aan een dergelijk plan). 5: Hoe zijn de 'nadelige beïnvloeding' bij a, b en c te duiden? Artikel 3.13 a: Intrekkingsgronden, onder c.: er gedurende een termijn van drie maanden geen feitelijk gebruik wordt gemaakt van de vergunning. 6: Hoe registreert de gemeente het al dan niet feitelijk gebruiken van vergunningen?
Vragen over slapen in de openbare ruimte: Artikel 2.47a: Het is verboden om - al dan niet gebruikmakend van enige vorm van beschutting, waaronder in ieder geval begrepen het gebruik van een auto, op een openbare plaats tussen zonsondergang en zonsopgang te liggen of te slapen of zich anderszins op te houden met het kennelijke doel de nacht door te brengen. 7a: Hoeveel boetes zijn er in de afgelopen twee jaar uitgedeeld aan mensen die buiten sliepen? 7b: Wat is de hoogte van de boete voor het overtreden van artikel 2.47? Amstelveen wijkt op dit APV-onderdeel sterk af van bijvoorbeeld de Amsterdamse APV en ook van de model-APV van de VNG. Een verbod op buiten slapen is daar beperkt tot specifieke plekken of situaties en wanneer er sprake is van overlast of hinder, gevaar, of aantasting van het woon- of leefklimaat (zie hier: https://vng.nl/sites/default/files/2024-07/20240704-ledenbrief-wijziging-model-apvzomer-2024.pdf). 8: Welke overwegingen zijn er om in Amstelveen het 's nachts buiten slapen in de openbare ruimte, overal en in elke situatie, of omstandigheid te verbieden? Vragen over het beboeten van dakloze mensen: Het aantal daklozen in Nederland is toegenomen (zie bijvoorbeeld: https://nos.nl/artikel/2514733-boetes-voor-daklozen-beschamendmaar-op-sommige-plaatsen-worden-het-er-meer), het beeld is ook dat het aantal boetes aan daklozen toeneemt.
Dakloze mensen slapen meestal noodgedwongen buiten, of beschikken niet over een toegankelijk toilet voor het doen van hun natuurlijk behoeften (APV-artikel 4.8). Bij het uitschrijven en innen van boetes aan daklozen, wordt per gemeente verschillend gehandeld. 9a: Wat is het beleid en praktijk in Amstelveen met het beboeten van daklozen? 9b: Hoeveel APV-boetes zijn er de afgelopen twee jaar aan dakloze mensen uitgeschreven? 9c: Hoeveel boetes uit 10b zijn daadwerkelijk geïnd? 9d: Worden schulden als gevolg van boetes voor het slapen in de openbare ruimte, of het doen van behoeften in het openbaar, meegenomen in een eventueel schuldsaneringstraject van de gemeente? Beantwoording vragen: 1. antwoord op vraag 1: Bij de voorgestelde wijziging is gekozen om het voorgestelde artikel in lijn te houden met de formulering van artikel 151b van de Gemeentewet. Hierin wordt aan de burgemeester de bevoegdheid gegeven om een gebied als veiligheidsrisicogebied aan te wijzen bij (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens. Er wordt hier niet specifiek gesproken over zwaar vuurwerk. Om deze bevoegdheid juist in de APV in te bedden is gekozen om dezelfde formulering aan te houden en dus in het voorgestelde APV-artikel ook niet over zwaar vuurwerk te spreken.
Dit laat onverlet dat bij het aantreffen van zwaar vuurwerk, dat als wapen gebruikt kan worden, tijdens het preventief fouilleren in een gebied dat is aangewezen als veiligheidsrisicogebied, hiertegen opgetreden zal worden.
Nb: bijlage 1 overeenkomstig artikel 151a van de Gemeentewet - moet dat niet zijn artikel 151b? Per abuis is inderdaad verwezen naar artikel 151a van de Gemeentewet, dit had artikel 151b moeten zijn. 2. antwoord op vraag 2: Bij de plaatsing van cameratoezicht op basis van dit artikel gaat het om het ter kennisname brengen van dit besluit aan de Gemeenteraad. Bij het inzetten van cameratoezicht op basis van dit artikel hoeft de Gemeenteraad niet vooraf beraadslaagd te worden, omdat er door de instemming van de raad met dit voorgestelde artikel toestemming is gegeven aan de burgemeester om cameratoezicht in te zetten ten behoeve van de toezicht op de openbare orde. Het aan de Gemeenteraad ter kennisname brengen van het besluit hiertoe is gericht op de verantwoording. 3. antwoord op vraag 3: Artikel 3.1 ziet toe op de definitie van het begrip prostitutie en gaat niet in op sekswerk vanuit de eigen woning. Sekswerk vanuit de eigen woning is een legale manier van geld verdienen in Nederland. Als dit bedrijfsmatig wordt gedaan is daar een vergunning voor een seksinrichting nodig. In Amstelveen geldt een maximum van twee seksinrichtingen. Als een sekswerker zelfstandig en zonder tussenkomst van andere zijn of haar werk doet vanuit de eigen woning is dit geen vergunning plichtige activiteit.
De gemeente Amstelveen heeft niet in de APV staan dat sekswerk niet mag plaatsvinden vanuit de eigen woning. Op basis van de huidige landelijke regels kan dat ook niet omdat het gaat om een legale manier van geld verdienen. De gemeente handhaaft dan ook niet op zelfstandig sekswerk vanuit de eigen woning. Bovendien ontbreekt de grondslag voor het registreren van bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers op dit moment. Het wetsvoorstel Wet gemeentelijk toezicht seksbedrijven creëert een wettelijke grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers in de Gemeentewet. Deze wet ligt voor advies voor aan de Raad van State. Zodra er sprake is van hulp of ondersteuning of meerdere personen valt het onder een seksinrichting, dat is niet toegestaan zonder vergunning. Daar treden wij handhavend tegen op. Er wordt gehandhaafd op illegale seksinrichtingen op basis van advertenties en/of signalen. Zodra er sprake is van een seksinrichting in een woning kan een woning worden gesloten. Er mag dan geen sprake zijn van een bewoonde woning. 4. antwoord op vraag 4: Indien er signalen zijn binnen gekomen dat er sekswerkers werkzaam zijn die jonger dan 21 jaar zijn, kan een controle ter plaatse plaatsvinden van onder andere de administratie door de toezichthouders van OOV. 5. antwoord op vraag 5:
Dat is erg afhankelijk van de situatie en van hetgeen aangevraagd wordt. Nadelige beïnvloeding van de openbare orde kan bijvoorbeeld ontstaan als er een dreigende/ onveilige situatie ontstaat door (mogelijke) strafbare handelingen in een gebied. Nadelige beïnvloeding van de woonomgeving kan optreden door een (onverantwoordelijke) toename van de verkeersbewegingen in een gebied, het ontstaan van parkeeroverlast, van geluidsoverlast, meer mensen op straat ect. De veiligheid en gezondheid van sekswerkers kan nadelig beïnvloed worden door seksbedrijven die hun zaken niet goed op orde hebben, die onvoldoende organiseren ten behoeve van het veilig en gezond uit kunnen oefenen van de werkzaamheden. Het kan ook zijn dat er signalen zijn dat in een bedrijf sprake is van mensenhandel of gedwongen prostitutie. 6. antwoord op vraag 6: De gemeente registreert het feitelijk gebruik pas nadat signalen zijn binnen gekomen van toezichthouders en derden. 7. antwoord op vraag 7: 7a. Tussen 1-1-2023 en 21-11-2024 zijn hier 2 boetes voor opgelegd. 7b. De hoogte van de boete is 160 euro. 8. antwoord op vraag 8: De Gemeenteraad heeft in 2018 ingestemd met het opnemen van dit artikel in de APV, waarna dit verbod voor de gehele gemeente is gaan gelden. De centrale doelstellingen van het verbod zijn het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar (bijv.
vuurtjes bij een overnachtingsplek), verontreiniging van de openbare ruimte en risico’s op de volksgezondheid. Deze 5 genoemde risico’s kunnen optreden in de gehele gemeente mochten er personen in de openbare ruimte slapen. Ook moet voorkomen worden dat personen die in de openbare ruimte slapen ergens in de gemeente verwijderd worden, naar een andere plek gaan en daar vervolgens weer in de openbare ruimte gaan slapen waarbij zich dezelfde risico’s voordoen. 9. antwoord op vraag 9: 9a. In Amstelveen worden daklozen niet beboet, bij gebrek aan adresgegevens. Zonder adresgegevens is het niet mogelijk een boete uit te schrijven. 9b. Vanwege het ontbreken van adresgegevens en omdat het daarom niet mogelijk is om boetes uit te schrijven zijn er de afgelopen twee jaar geen boetes uitgeschreven. 9c. Er zijn geen boetes uitgeschreven aan daklozen dus er is geen sprake van het innen van boetes. Wij hebben daarnaast vanuit het team handhaving geen inzicht in hoeveel boetes er daadwerkelijk worden geïnd door het CJIB op dergelijke feiten.
9d. APV-boetes worden door het CJIB geïncasseerd. Het CJIB is een vaste overlegpartner. In ongeveer de helft van de schuldhulpverleningsdossiers zijn zij schuldeiser. Met het CJIB zijn ook landelijke afspraken over het wel of niet meewerken aan een schuldregeling. Het CJIB geeft voorafgaand aan een schuldregeling door hoeveel schulden er zijn en of er redenen zijn om niet mee te werken aan een regeling. Het CJIB informeert de gemeente niet over de overtreding die ten grondslag ligt aan de boete. Wij zijn niet bekend met voorbeelden van APVboetes waarvan het CJIB had aangegeven dat ze niet in aanmerking kwamen voor kwijtschelding. Het lijkt erop dat de APV-boete een schuldhulpverleningstraject niet frustreert en “gewoon” mee kan in de regeling.