Agendabundel
Tekst van het document
—
P05
—
• Mede op basis van deze input is een concept atelierbeleid geformuleerd. Kunstenaars kregen in mei 2021 de mogelijkheid om hierop een reactie op hoofdlijnen te geven (bijlage 5).
B. De ABK heeft mede op basis van de sessies in maart 2021 een advies over het atelierbeleid uitgebracht (bijlage 1).
C. Het concept atelierbeleid is door twee onafhankelijke deskundigen getoetst aan gangbaar beleid in andere gemeenten en de geleverde input van kunstenaars. LEESWIJZER
In het eerste hoofdstuk wordt de huidige stand van zaken – zowel landelijke trends als de lokale situatie – weergegeven. Het doel van de gemeen telijke ateliers wordt in het tweede hoofdstuk uiteengezet: waarom biedt de gemeente ateliers aan? Op basis hiervan is in het derde hoofdstuk een aantal beleidskaders voor de gemeentelijke ateliers geformuleerd. In het vierde hoofdstuk worden de wijze van inschrijving en de criteria voor toewijzing toegelicht om tot meer transparantie te komen. Daarna komen in achtereenvolgende hoofdstukken de financiële consequenties, risico’s en de evaluatie en monitoring van het beleid aan bod. Er volgen verder een samenvatting, bronnenlijst en bijlagen. —
INLEIDING
—
—
P06
—
Stand van zaken Om tot een nieuw atelierbeleid te komen, is het van belang eerst stil te staan bij de huidige stand van zaken. In dit hoofdstuk worden de landelijke trends met betrekking tot werkruimte voor kunstenaars, de samenstelling en behoeften van kunstenaars in Amstelveen en het huidige atelierbeleid toegelicht. Landelijke ontwikkelingen Het is een landelijk beeld dat het aantal betaalbare werkplekken voor kunstenaars in het gedrang is. Er is een grote schaarste op het gebied van betaalbare werkplekken door een aantrekkende vastgoedmarkt enerzijds en een afname van maatschappelijk vastgoed anderzijds. Dit laatste is te verklaren door de Wet Markt en Overheid (2012) en de Woningwet (2015), waardoor het maatschappelijk vastgoed van gemeenten en woningbouwcorporaties afnam. Kunstenaars zijn hierdoor vaker aangewezen op commercieel vastgoed.
—
S TA N D VA N Z A K E N
—
Hoewel landelijk sprake is van een tekort aan werkruimte voor kunstenaars, is de problematiek in de grote steden het grootst. Dit heeft tot gevolg dat kunstenaars steeds vaker naar de rand van een stad of naar omringende gemeenten trekken. De betere spreiding van talent in de regio is dan ook één van de doelstellingen van het cultuurprofiel ‘Meer dan de Delen’ van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De bevordering van talentontwikkeling is een belangrijke ambitie van de MRA. In het cultuurprofiel wordt daarom gepleit voor betere samenwerking tussen gemeenten om talent te spreiden, zodat dit talent in de regio van blijvende betekenis kan zijn. Het tijdelijk creëren van werkruimten, in de vorm van leegstandsbeheer en broedplaatsen, biedt deels een uitkomst om het tekort aan werkruimte op te lossen. Het initiatief hiervoor ligt vaak bij de gebruikers ervan. Dit biedt echter geen duurzame oplossing voor het tekort aan werkplekken voor kunstenaars. Ondanks dat de problematiek landelijk in grote lijnen gelijk is, zijn er verschillende trends te duiden in het gemeentelijk atelierbeleid. In gemeenten waar de schaarste niet groot is, ligt de nadruk veelal op een duurzame verbinding met kunstenaars en worden langlopende contracten aangeboden. In gemeenten waar de schaarste wel groot is, wordt vaak ingezet op doorstroming en een tijdelijke invulling van ateliers.
—
P07
—
Tevens is een beweging gaande van passief naar actief atelierbeleid. In verschillende gemeenten, zoals Eindhoven, wordt ingezet op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Tot voor kort kwam iedere kunstenaar in aanmerking voor een atelier, zonder dat daaraan aanvullende voorwaarden werden verbonden. Het cultuurbeleid van gemeenten biedt echter voldoende aanknopingspunten voor een specifiekere benadering van de verdeling van ateliers. Daarbij is ook meer aandacht voor uitwisseling tussen kunstenaars onderling en met de omgeving van het ateliercomplex.
—
S TA N D VA N Z A K E N
—
Landelijk is bovendien een ontwikkeling zichtbaar van transparant beleid en toenemende dialoog tussen kunstenaars en gemeenten over de invulling en het gebruik van ateliers. Bij de beoordeling en toewijzing van ateliers wordt dan ook een breed waardebegrip gehanteerd.
—
P08
—
Huidig atelierbeleid De lokale situatie strookt met het landelijke beeld. Het aantal gemeentelijke ateliers is de afgelopen jaren sterk teruggedrongen. Tot 2004 beschikte de gemeente nog over 33 ateliers. Tegenwoordig telt Amstelveen 18 gemeentelijke ateliers met een gemiddelde grootte van 60 m2. Tien ateliers zijn gevestigd in een ateliergebouw aan de Van Weerden Poelmanlaan (Ateliers 2005) en acht ateliers in een ateliergebouw aan de Amsterdamseweg (A24). De ateliers in de voormalige Dorpsschool in het Oude Dorp die aan Museum Jan worden verhuurd, vallen buiten de reikwijdte van het atelierbeleid. De 18 ateliers werden in het vorige atelierbeleid als volgt verdeeld: Gevestigde kunstenaar
Startende kunstenaar
Projectatelier
Hoeveelheid
9 ateliers
6 ateliers
3 ateliers
Criteria
> 7 jaar afgestudeerd
< 7 jaar afgestudeerd
Kortdurende projecten
Huurtermijn
2 x 3 jaar
2 x 3 jaar
2 x half jaar
Huurbedrag
€ 353 excl.
€ 228 excl.
Geen
Met de aanpassingen van het atelierbeleid in 2011 en 2016 is getracht om een actiever atelierbeleid te voeren. Er zijn onder meer voorwaarden opgenomen gericht op professionaliteit, doorstroming en startende kunstenaars. Dit heeft niet tot
—
S TA N D VA N Z A K E N
—
het gewenste resultaat geleid. Uit het kunstenaarsonderzoek blijkt bovendien dat de inschrijving en toewijzing van de ateliers niet transparant is. Tegelijkertijd blijkt dat de gemeentelijke ateliers niet optimaal worden benut. Dit geldt met name voor de projectateliers, die na het aflopen van een project soms voor langere tijd leeg staan. Daarnaast kwamen drie kunstenaars de afgelopen jaren in aanmerking voor een overgangsregeling voor oudere kunstenaars, waardoor zij voor onbepaalde tijd een atelier konden huren. Inmiddels maakt nog maar één kunstenaar gebruik van deze regeling.
Kunstenaars in Amstelveen Amstelveen kent een relatief grote groep van geschoolde, voornamelijk beeldende kunstenaars met een gemiddelde leeftijd van vijftig jaar of ouder. Uit het kunstenaarsonderzoek blijkt dat slechts één op de vijf kunstenaars voldoende inkomsten heeft uit kunstenaarschap. De helft van de respondenten heeft minder dan vijf keer per jaar een presentatie (zoals een tentoonstelling of workshop) van zijn of haar werk. Momenteel hebben drie op de vier respondenten de beschikking over een eigen atelier. Daarvan hebben de meesten een atelier aan huis. Daarnaast huren kunstenaars veelal een gemeentelijk atelier en minder vaak een atelier van een commerciële verhuurder. De huidige situatie komt echter
—
P09
—
niet overeen met de gewenste situatie. De meeste respondenten huren bij voorkeur een atelier van de gemeente of een atelier via een broedplaats of kunstenaarscollectief, maar hebben liever geen atelier aan huis. De voorkeur voor een gemeentelijk atelier is mogelijk te verklaren door de grootte en prijs van deze ateliers. Uit het kunstenaarsonderzoek komt naar voren dat de meeste kunstenaars een voorkeur hebben voor een atelier van ongeveer 40 m2 en een huurtarief van maandelijks maximaal € 250 of € 500. Twee op de vijf respondenten op het kunstenaarsonderzoek zijn op zoek naar een atelier, waarvan een groot deel al langer dan een jaar zoekt. Het aantal zoekenden is tevens zichtbaar in de lange wachtlijst voor de gemeentelijke ateliers. In mei 2021 stonden hierop 29 kunstenaars ingeschreven. Naast de gemeentelijke ateliers zijn er geen tot weinig alternatieven voor betaalbare ateliers in Amstelveen.
—
S TA N D VA N Z A K E N
—
—
P10
—
Doelstelling Kunst en cultuur geven kleur aan een stad. De inwoners van Amstelveen vinden cultuur dan ook belangrijk. In het inwonersonderzoek komt naar voren dat zij een fervent bezoeker zijn van cultuur, maar zelf ook als maker actief zijn in culturele of creatieve hobby’s. Toch zijn kunst en cultuur niet alleen van belang van wege de grote culturele waarde, maar ook vanwege hun maatschappelijk en economisch belang voor de stad en regio. Zo dragen kunst en cultuur onder andere bij aan de ontwikkeling van inwoners en sociale cohesie, maar ook aan het vestigingsklimaat en innovatieve karakter van de stad. Dat vraagt om een sterke culturele infrastructuur en een breed cultureel aanbod.
vak uit te oefenen, te experimenteren, elkaar te inspireren en hun werk te delen met publiek. Er ontstaat een klimaat waarin kunstenaars de kans krijgen om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen en waarvoor de gemeente de voorwaarden schept. Om dat te waarborgen is voldoende ruimte voor productie, presentatie en ontmoeting essentieel. Het aantrekken en behouden van talent vraagt daarom om een investering van de gemeente. In de Cultuuragenda 2020-2024 is de keuze gemaakt om te investeren in nieuw en bestaand talent: startende makers, regionale kunstenaars en iconen. Gemeenten hebben diverse instrumenten om de aanwezigheid van makers te stimuleren. Het is algemeen erkend dat de beschikbaarheid van passende en betaalbare werkruimte een vereiste is voor kunstenaars. Zowel ateliers als broedplaatsen voorzien in deze ruimte en leveren zo een bijdrage
Florerend makersklimaat In de aanzet voor de langetermijnvisie is opgenomen dat de aanwezigheid van kunstenaars hiervoor een belangrijke voorwaarde is. Zonder makers verdwijnt de productie van cultuur en rest slechts de consumptie. In een florerend ‘makersklimaat’ krijgen kunstenaars de gelegenheid om hun
—
DOELSTELLING
—
—
P11
—
aan de culturele infrastructuur en het innovatieve klimaat van een stad. Het aanbieden van gemeentelijke ateliers is één van de belangrijkste instrumenten van gemeenten om de werkzaamheden van makers te faciliteren.
Nieuw atelierbeleid Dit atelierbeleid bouwt voort op de Cultuuragenda 2020-2024. In de Cultuuragenda 2020-2024 staan naast de langetermijnvisie voor een culturele infrastructuur vier ambities centraal op de middellange termijn: Kunst & Cultuur dichtbij, Zichtbaar voor iedereen, Samen(werking) Kunst & Cultuur en Impuls voor vernieuwing. Het doel is om zoveel mogelijk mensen in aanraking te brengen met kunst en cultuur door deze dichtbij de inwoners te brengen, zichtbaar te maken voor iedereen, door samen te werken en een impuls te geven voor vernieuwing. In de motie uit 2019 gaf de gemeenteraad al een eerste aanzet voor de richting van het nieuwe atelierbeleid. De raad omschreef dat de schaarse ruimte met beleid en in openheid verdeeld moet worden. Dat beleid zou onder meer gestoeld moeten zijn op doorstroming, transparantie, samenwerking, solidariteit met startende kunstenaars en randvoorwaarden voor een maatschappelijke tegenprestatie.
—
DOELSTELLING
—
Op basis van de Cultuuragenda 2020-2024 en de motie uit 2019 worden de volgende beleidskaders voor het nieuwe atelierbeleid geformuleerd. In het volgende hoofdstuk worden deze beleidskaders nader toegelicht en uitgewerkt: • Transparant beleid • Stimulans startende kunstenaars • Professionele kunstenaars • Optimaal gebruik en doorstroming • Maatschappelijke bijdrage • Openstelling en verlevendiging • Multidisciplinaire invulling
—
P12
—
Beleidskaders In dit hoofdstuk worden de beleidskaders voor de gemeentelijke ateliers uiteengezet. Het vorige beleid wordt aangehaald en er wordt toegelicht wat er verandert. De input van kunstenaars en het advies van de ABK liggen zoveel mogelijk aan deze kaders ten grondslag.
Transparant beleid Een transparante inschrijving voor en toewijzing van ateliers is het belangrijkste kader van dit beleid. Het kunstenaarsonderzoek laat zien dat één op de drie kunstenaars bekend is met het atelierbeleid, één op de drie min of meer bekend is met het atelierbeleid en één op de drie niet bekend is met het atelierbeleid. Uit onderzoek blijkt bovendien dat slechts 6% van de respondenten de inschrijving voor een atelier transparant vindt. In de motie uit 2019 geeft de raad eveneens aan dat het vorige atelierbeleid niet het gewenste resultaat van transparantie heeft gehad. De ateliers moeten met beleid en in volledige openheid worden verdeeld. Het atelierbeleid werd tot op heden niet
—
BELEIDSKADERS
—
online gepubliceerd, waardoor de wijze van inschrijving en de toewijzingscriteria niet transparant waren. Dit verandert met dit atelierbeleid.
“Het nieuwe atelierbeleid moet helder zijn voor iedereen.”
WAT V E R A N D E RT E R?
• In aansluiting op de motie uit 2019 worden heldere criteria geformuleerd voor de toewijzing van een atelier, zodat duidelijk is op basis waarvan de ateliers worden verdeeld. De criteria worden in het volgende hoofdstuk uiteengezet. • De inschrijvingen worden op basis van deze criteria door een beoordelingscommissie getoetst (zie paragraaf Professionele kunstenaars). • Naar aanleiding van de uitkomsten van het kunstenaarsonderzoek wordt het atelierbeleid, waaronder de wijze van inschrijving en toe wijzingscriteria, online gepubliceerd en actief gecommuniceerd naar kunstenaars. Hierdoor is het atelierbeleid voor iedereen inzichtelijk.
—
P13
—
Stimulans startende kunstenaars In de Cultuuragenda 2020-2024 is in het kader van de ambitie om te vernieuwen specifiek opgenomen om startende kunstenaars te stimuleren. Het aanmoedigen van talent is een investering in de kunstenaars van de toekomst. Startende kunstenaars krijgen de gelegenheid om hun talent te ontdekken, te ontwikkelen en te ontplooien. De aandacht voor startende kunstenaars rijmt met de motie uit 2019, waarin de raad opriep om meer solidariteit met startende kunstenaars te tonen en is in lijn met het MRA-cultuurprofiel ‘Meer dan de Delen’, waarin onder meer de bevordering van talent centraal staat.
“I do believe starting artists from different backgrounds, will make the city more colourful and artistic.” Uit het kunstenaarsonderzoek blijkt dat startende kunstenaars vaak nog niet in de positie verkeren om zelfstandig een werkruimte te vinden. Bovendien hebben startende kunstenaars over het algemeen minder financiële mogelijkheden dan gevorderde kunstenaars. Het aantal ateliers en het lagere tarief voor startende kunstenaars blijven daarom in het nieuwe beleid gehandhaafd. Uit het kunstenaarsonderzoek bleek weinig weerstand tegen de reservering van ateliers voor startende
—
BELEIDSKADERS
—
—
P14
—
kunstenaars, maar wel weerstand tegen het tariefverschil voor startende en gevorderde kunstenaars. Om tegemoet te komen aan de wens van kunstenaars om het huurtarief te baseren op het inkomen, wordt voor kunstenaars die boven het bruto modaal inkomen verdienen een commercieel tarief gehanteerd. Ondanks de schaarste behouden deze kunstenaars wel de mogelijkheid om zich in te schrijven voor een atelier, daar zij naar verwachting een positieve impuls kunnen geven aan een ateliergebouw.
“A combination of advanced and starting artists helps in bridging the gap between new ideas and knowledge gained through experience.”
—
BELEIDSKADERS
—
WAT V E R A N D E RT E R?
• Onder startende kunstenaars worden in tegen stelling tot het vorige atelierbeleid kunstenaars gerekend die hun opleiding niet meer dan vijf jaar geleden hebben afgerond. Dit is in lijn met de verzamelde input onder kunstenaars. • Er worden voor startende kunstenaars soepelere toewijzingscriteria gehanteerd dan voor gevor derde kunstenaars. Zo worden er geen inkomenseisen gesteld aan startende kunstenaars en hoeven zij niet woonachtig te zijn in Amstelveen, maar dienen zij wel een sociale binding te hebben met de gemeente. Hiermee wordt onder meer tegemoetgekomen aan de ambitie van de MRA om talent in de regio beter te spreiden. • Naar het advies van de ABK en de inbreng van kunstenaars wordt contact gelegd met een kunstopleiding zoals de Gerrit Rietveld Academie om startende kunstenaars aan te trekken. Eén van de projectateliers wordt gereserveerd voor tijdelijke projecten van startende kunste naars, zoals studenten of net afgestudeerde kunstenaars van een kunstopleiding.
—
P15
—
Professionele kunstenaars In de Cultuuragenda 2020-2024 is opgenomen dat de ateliers alleen beschikbaar dienen te zijn voor professionele kunstenaars. Dit was reeds vastgelegd in het vorige atelierbeleid, maar werd niet actief getoetst. Een meerderheid van de respondenten is voor het invoeren van een professionaliteitstoets. Uit het kunstenaarsonderzoek en de sessies komt naar voren dat deze professionaliteitstoets ook door de kunstenaars zelf wordt gedragen, mits de wijze waarop goed wordt ingericht. Het onderscheid tussen startende en gevorderde kunstenaars wordt in dit atelierbeleid gehandhaafd. De input van kunstenaars is wat deze scheidslijn betreft niet eenduidig. Het onderscheid past echter bij het streven van de gemeente om te investeren in startende, maar ook in gevorderde kunstenaars (regionale kunstenaars en iconen). Startende en gevorderde kunstenaars worden echter niet gelijk beoordeeld, omdat zij niet vergelijkbaar zijn (zie paragraaf Stimulans startende kunstenaars).
WAT V E R A N D E RT E R?
• De professionaliteit van kunstenaars wordt over eenkomstig de input van kunstenaars voortaan actief getoetst. Kunstenaars worden kwalitatief getoetst op hun professionaliteit. De criteria worden in het volgende hoofdstuk uiteengezet. • De inschrijvingen worden op basis van deze cri teria jaarlijks beoordeeld door een beoordelings commissie. Overeenkomstig de input uit één van de sessies bestaat deze commissie uit twee vertegenwoordigers van beide ateliergebouwen, een afgevaardigde van de ABK en een externe deskundige.
“De selectie van kunstenaars zou gedaan kunnen worden met de kunstenaars zelf.”
—
BELEIDSKADERS
—
—
P16
—