Addendum Nota van Beantwoording
Tekst van het document
Addendum Nota van Beantwoording - aanvullende zienswijze (d.d. 1 april 2025) t.a.v. bestemmingsplan Hoogspanningsstations Amstelveen en Amstelveen-Zuid en 150kV-kabelverbinding Nr.
Samenvatting ingediende zienswijze
Beantwoording reactie per punt
Planaanpassing
De nota van beantwoording wordt op dit punt aangepast. De gecorrigeerde tekst onder 3d wordt:
Nee.
Teus’Advies Omgevingsadviseurs namens cliënt (aanvulling eerder ingediende zienswijze) a.
Indiener gaat de agrarische gronden gebruiken voor het weiden van paarden van zijn manege. De indiener verzocht in de eerdere zienswijze om het tracé richting het noorden op te schuiven, op de grens van de percelen met de kadastrale nummers 66 en 495. In de concept Nota van Beantwoording is aangegeven dat de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ niet op de indiener zijn perceel komt te liggen, maar op een perceel ten noorden van de indiener. Dat is onjuist. Het kadastrale perceel Amstelveen, sectie N, nummer 66, gelegen ten noorden van zijn bedrijfslocatie, is (inmiddels) wel in eigendom van de indiener. Ook perceel 495 is in eigendom van de heer Jansen. Hij verzoekt u de beantwoording hierop aan te passen.
“Zoals reeds onder b benoemd, wordt de onderbouwing van de magneetveldzones in het ontwerpbestemmingsplan geactualiseerd. Het onder b vermelde en onder c toegelichte voorzorgbeleid ziet alleen toe op mensen en niet op dieren. Aangaande dieren is er geen (voorzorg)beleid van toepassing. Voor het overige wordt verwezen naar de beantwoording onder c. De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ komt ten noorden van het perceel van de indiener te liggen, op een perceel (nr. 66 en 495) inmiddels in het bezit van de indiener”. Verder is het zo dat vergoedingen buiten de bestemmingsplanprocedure vallen. Namens TenneT zal een rentmeester te zijner tijd contact met perceeleigenaren opnemen om afspraken te maken over het gebruik van de gronden en de bijbehorende vergoeding. Dit gebeurt na vaststelling van het bestemmingsplan, maar uiteraard vóór de start van de werkzaamheden. In het bestemmingsplan wordt alleen het eventuele gebruik van de gronden geregeld. Voor de realisatie zal tevens een overeenkomst afgesloten moeten worden met perceeleigenaren voordat tot realisatie overgegaan kan worden.
b.
Er worden paarden geweid op percelen 66 en 495. Wanneer het tracé dwars door die percelen loopt, is een grotere kans op langdurige blootstelling aan de magnetische velden van de leiding aanwezig. Niet alleen voor de mens; ook (juist) voor de paarden. Wanneer de klanten van de indiener erachter komen dat hun paarden op een weiland verblijven waar een hoogspanningsverbinding dwars doorheen loopt, is de kans groot dat zij een andere manege gaan zoeken. In de concept Nota van Beantwoording is benoemd dat nergens de blootstellingslimiet van 100 microtesla wordt overschreden. Het weiden van vee lijkt in de overweging van de locatiekeuze van het tracé niet meegenomen te zijn. De limiet van 100 microtesla geldt namelijk voor kortdurige blootstelling. Aanvullend op die limiet geldt de blootstellingsgrens van 0,4 microtesla als jaargemiddelde. Omgerekend zou dat betekenen dat bij een blootstelling van slechts 35 uur aan 100 microtesla, de limiet van 0,4 microtesla gemiddeld voor het hele jaar al bereikt is. In andere woorden: wanneer de paarden 5 uur per dag in het weiland lopen, kunnen ze slechts 1 week in het hele jaar beweid worden. Dat zou op den duur betekenen dat de deuren van de indiener zijn manege kan sluiten. De klanten van de indiener zoeken dan een andere manege waar hun paarden wel een goed leef- en verblijfsklimaat geboden kan worden.
Dit zal logischerwijs ook zijn weerslag hebben op de waarde van de grond. De exploitatiemogelijkheden worden immers minder. De indiener vreest voor inkomstenderving en waardedaling van zijn gronden als de verbinding eenmaal is toegestaan en nog meer als de verbinding eenmaal is aangelegd. Het lijkt de indiener niet meer dan logisch dat hij daarvoor schadeloos gesteld wordt.
Door de Europese commissie worden grenswaarden aanbevolen voor de blootstelling van burgers aan elektrische en magnetische velden. Deze grenswaarden gelden ook als aanbeveling in Nederland en voor 50 Hz magnetische velden bedraagt deze 100 microtesla. Deze grenswaarde is ook van toepassing op kortstondige blootstelling van burgers. De blootstellingslimiet van 100 microtesla wordt op voor het publiek toegankelijke plaatsen bij hoogspanningslijnen, ondergrondse kabels en transformatorhuisjes nergens overschreden. Voor de blootstelling van dieren (landbouwhuisdieren) zijn er geen aanwijzingen dat de Europese aanbeveling onvoldoende bescherming zou bieden voor dieren. Vanaf 21 april 2023 is herijkt voorzorgbeleid voor de jaargemiddelde blootstelling aan magneetvelden van kracht. Het huidige voorzorgbeleid wordt aangevuld met bronmaatregelen voor onder andere ondergrondse kabels: het treffen van redelijke en proportionele maatregelen aan het elektriciteitsnet, waardoor het magneetveld van netcomponenten daadwerkelijk verminderd wordt. Relevante en uit te voeren bronmaatregelen daarbij zijn fase-optimalisatie en het in driehoek leggen van kabels of toepassen van drie-fasenkabels. Dit wordt in dit project ook toegepast. Zoals reeds aangegeven onder a. vallen vergoedingen vallen buiten de bestemmingsplanprocedure.
Nee.
c.
d.
Indiener heeft in zijn eerdere zienswijze verzocht om het tracé precies op de noordelijke kavelgrens van de percelen 66 en 495 te laten lopen. De indiener snapt dat de hoogspanningsverbinding er moet komen, maar de nu voorgestelde locatie beperkt de gebruiksmogelijkheden van zijn percelen te veel. Door het tracé op de kavelgrens van de percelen van de indiener, en de aangrenzende percelen 59 en 60, te leggen, wordt het risico op blootstelling verkleind én gespreid over de percelen. De concept Nota van Beantwoording geeft aan dat het uitgangspunt voor het tracé is dat deze niet in zijn geheel een bouwvlak overlapt. Op perceel 60 is inderdaad een bouwvlak aanwezig, maar dat betekent niet dat het tracé daarom niet volledig op het perceel van de indiener hoeft komen te liggen. Wanneer het tracé op de kavelgrens komt, is er sprake van een ‘eerlijke verdeling’ en overlapt het tracé het bouwvlak niet volledig, maar voor de helft. Daarnaast is perceel 60 niet in gebruik als agrarische bedrijfslocatie, maar ook als weiland. Het bouwvlak behoort tot de Bovenkerkerweg 120. Daar is geen actief (agrarisch) bedrijf meer ingeschreven. Deze redenen maken het nog rechtvaardiger om het tracé op de genoemde perceelsgrenzen te leggen. Vanwege de inactiviteit van het genoemde bedrijf, is een geschikte, alternatieve locatie voor het tracé ten noorden van de Bovenkerkerweg 120, op de percelen 49-50.
Indiener wil niet dat er een moflocatie en laspunt ter plaatse van zijn percelen komen te liggen. De gronden ten westen van de Bovenkerkerweg lenen zich daar beter voor, ook weer om de blootstellingsrisico’s te verminderen. In de concept Nota van Beantwoording staat dat het bestemmingsplan niet de definitieve plekken van de moflocaties regelt. De indiener vindt dit lastig te volgen. Benoemd is dat de beperkingen van dit proces
Zoals reeds onder 3a benoemd, het tracé zal zo noordelijk mogelijk op de percelen 495 en 66 worden gelegd, zodat zo veel mogelijk de perceelsgrenzen worden gevolgd. Uitgangspunt bij het tracé is dat deze in zijn geheel niet overlapt met aanwezige bouwvlakken. In het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ is een bouwvlak aangeduid op de percelen 60, 431 en 56. Daarom zal het tracé pas na het bouwvlak op het zuidelijke gedeelte van perceel 60 komen te liggen.
Nee.
Zoals reeds onder 3f benoemd, regelt voorliggend bestemmingsplan niet de definitieve plekken van de mof-locaties. Die worden pas dichter richting uitvoering bepaald.
Nee.
gebaseerd zijn op de besluitvorming over de aanwijzing van moflocaties en de uitwerking van bestekken, waarbij technische haalbaarheid, veiligheidseisen, budgettaire overwegingen en regelgeving een rol spelen. Indiener vraagt zich af of hij er dan nog enige invloed op heeft. Voor de indiener is de keuze voor de moflocaties van essentieel belang. Het is ook ruimtelijk van belang. Bij de moflocaties komt de verbinding immers het dichtst bij het aardoppervlak en daardoor is daar de impact van de magneetzones ook het grootst. Dit zou dan ook een plek moeten krijgen in de planregeling. Het bestemmingsplan is er juist voor om te bepalen wat op welke locatie mag en kan; niet het moment dichter richting de uitvoering. Met een specifieke aanduidingsregel kan de moflocatie juist goed geregeld worden. De moflocaties hadden in het kader van het bestemmingsplan al onderzocht moeten worden, en niet pas na de vaststelling.