25 Bijlage 11 Toelichting Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Vaststellen bestemmingsplan ‘Herziening Amstelveen Zuid-Oost 2015
Tekst van het document
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag
Sloop en herontwikkeling landtong te Amstelveen
Rapportnummer: Status rapport: Datum rapport:
20180424/rap03 versie 1 22 november 2018
Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:
I.L.Y. (Igor) Spierts P.I. (Pim) Godschalk P.I. (Pim) Godschalk
Opdrachtgever:
Gemeente Amstelveen T.a.v. de heer R. Koekenbier Laan Nieuwer-Amstel 1 1182 JR Amstelveen
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 1 1.2 Doel rapport ................................................................................................................................... 1 1.3 Leeswijzer en documentwijzer ....................................................................................................... 1 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................... 2 2.1 Beschrijving huidige situatie .......................................................................................................... 2 2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie ...................................................................................... 5 3 AANWEZIGHEID, EFFECTEN EN MAATREGELEN ......................................................................... 6 3.1 Aanwezigheid beschermde soorten...............................................................................................
6 3.2 Mogelijke effecten .......................................................................................................................... 6 3.3 Maatregelen ................................................................................................................................... 7 3.4 Staat van instandhouding ............................................................................................................ 11 4 WETTELIJK BELANG EN ALTERNATIEVENAFWEGING.............................................................. 14 4.1 Wettelijk belang ............................................................................................................................ 14 4.2 Alternatievenafweging.................................................................................................................. 14 4.2.1 Locatie en inrichting ............................................................................................................... 14 4.2.2 Werkwijze en planning ........................................................................................................... 15 4.2.3 Conclusie alternatieven .......................................................................................................... 15 5 DESKUNDIGE EN VERANTWOORDING GEGEVENS ....................................................................
16 5.1 Deskundige .................................................................................................................................. 16 5.2 Verantwoording gegevens ........................................................................................................... 16 Bijlagen: 1. Quickscan Wet natuurbescherming (ATKB-rapportage met kenmerk 20180424/rap01, versie 1, d.d. 25 juni 2018). 2. Rapportage nader onderzoek (ATKB-rapportage met kenmerk 20180424/rap02, versie 1, d.d. 29 oktober 2018). 3. Bestemmingsplan Amstelveen Zuid-Oost uit 2015, IDN: NL.IM-RO.0362.13-VG01. !! SECTIE EINDE NIET VERWIJDEREN!!
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De gemeente Amstelveen is voornemens om de locatie Landtong te herontwikkelen. De precieze invulling is nog niet geheel duidelijk. Op het terrein zijn momenteel diverse basisscholen gehuisvest in sterk verouderde gebouwen. Ten behoeve van de herontwikkeling gaat waarschijnlijk ook een deel van het groen verloren (op het perceel staan bomen en struiken). Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de vigerende natuurwetgeving, is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. ATKB heeft op 19 april 2018 een ecologische quickscan uitgevoerd op de locatie Landtong te Amstelveen. Uit de quickscan (20180424/rap01, versie 1, d.d. 25 juni 2018, zie bijlage 1) blijkt dat het plangebied mogelijk geschikt is voor broedvogels jaarrond beschermd (cat. 1 t/m 4: sperwer, buizerd), gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis, boommarter, steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn en eekhoorn (de kleine marters bunzing, wezel en hermelijn zijn niet vrijgesteld van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming in de provincie NoordHolland). Uit de resultaten van het nader onderzoek blijkt (zie rapportage met kenmerk 20180424/rap02, versie 1, d.d.
29 oktober 2018, zie bijlage 2) dat er naar schatting 1-2 zomerverblijfplaatsen en 3-4 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen aanwezig zijn in bebouwing binnen het plangebied. Met name de hogere gebouwdelen van de bebouwing aan de noordwest- en zuidwestzijde van de planlocatie worden gebruikt als verblijfplaats. In het vervolg van dit activiteitenplan wordt alle benodigde informatie voor een ontheffingsaanvraag overzichtelijk samengebracht. 1.2 Doel rapport Dit rapport dient als onderbouwing van de ontheffingsaanvraag voor de gewone dwergvleermuis. In dit document wordt de beschikbare informatie waar nodig samengevat. Tevens wordt beschreven hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd, welke mitigerende maatregelen worden genomen, welke compenserende maatregelen worden genomen dan wel reeds zijn uitgevoerd, welk wettelijk belang van toepassing is en worden alternatieven afgewogen. Op basis van deze informatie kan de beoordeling door het bevoegd gezag plaatsvinden. 1.3 Leeswijzer en documentwijzer In hoofdstuk 2 wordt het plangebied beknopt beschreven, in hoofdstuk 3 worden de resultaten van het nader onderzoek samengevat en effecten en maatregelen beschreven. In hoofdstuk 4 van dit activiteitenplan wordt het wettelijk belang onderbouwd en wordt de alternatievenafweging gemaakt.
Hoofdstuk 5 tenslotte is een verantwoording van de deskundigheid van het betrokken adviesbureau en medewerkers. De volgende documenten zijn relevant bij dit project: 1. Quickscan Wet natuurbescherming (ATKB-rapportage met kenmerk 20180424/rap01, versie 1, d.d. 25 juni 2018). 2. Rapportage nader onderzoek (ATKB-rapportage met kenmerk 20180424/rap02, versie 1, d.d. 29 oktober 2018). Deze zijn als bijlagen toegevoegd aan dit activiteitenplan.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 1 van 16
2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 Beschrijving huidige situatie De Landtong is een gebied van ruim 2 ha in het centrum van de wijk Groenelaan in Amstelveen. De planlocatie ligt tussen het winkelcentrum Groenhof aan de westzijde van het perceel (A in figuur 2-1) en de Bovenkerkerpolder aan de oostzijde (B). In het gebied zijn rond 1970 drie basisscholen gerealiseerd in zes verschillende panden. Op de planlocatie liggen tevens twee gymzalen. Op het perceel liggen in totaal acht gebouwen (1 t/m 8) die omgeven zijn door schoolpleinen (C) en groen. Er is een trapveld aanwezig (D) en een groter groen veld aan de oostzijde (E), waarin ook een skatebaan is opgenomen. De basisscholen ‘De Horizon’ en ‘De Akker’ zijn al vele jaren in het gebied gevestigd. De derde school, ‘De Wereldbol’, is al enige jaren geleden gesloten.
Figuur 2-1. Ligging huidige locatie plangebied (Bron ondergrond: Google Maps, letters en tekens: zie tekst voor uitleg).
Alle acht gebouwen op het perceel hebben platte daken zonder dakpannen, spouwmuren met open stootvoegen en ventilatieopeningen. Er is op en rondom het terrein verlichting aanwezig. De daklijsten zijn van aluminium en bevatten geen gaten of kieren. Wel zijn onder de houten dakafwerkingen her en der gaten geconstateerd. Een van de gebouwen heeft aan de onderzijde enkele openingen in de spouwmuren (ongeveer 4-5 cm breed en hoog, zie blauwe cirkel in figuur 2-1). Op twee gebouwen aan de zuid en zuidwestzijde van het perceel hangen 5 vleermuiskasten. Een impressie van de bebouwing op het perceel is weergegeven in figuur 2-2. De acht gebouwen zijn omgeven door een variëteit aan bomen, bosschages en lage struiken die mogelijk aangetast worden door de herinrichting van de planlocatie. Aan de noordoostzijde, oostzijde en zuidzijde van het perceel liggen bomenrijen (F). In de zuidoostzijde van het plangebied bevindt zich een bosje met bomen, lage struiken en struweel (G). Op het perceel zijn enkele bomen aanwezig met holtes (gele cirkels). De noordoostzijde en oostzijde van het plangebied worden begrensd door watergangen met steile oevers. De
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 2 van 16
watergangen hebben een breedte van 5-8 m, een doorzicht van 20-30 cm en het water is troebel. Er is een actief houtduifnest waargenomen (gele stip), een actief eksternest (broedend, blauwe stip) en twee eksternesten die tijdens het veldbezoek niet actief leken te zijn (groene stippen). Aan de zuidwestzijde van de planlocatie is klimop aanwezig tegen een stalen hekwerk. Een impressie van de groenstructuren is weergegeven in figuur 2-3.
Figuur 2-2. Huidige situatie bebouwing plangebied. Van boven naar onder en van links naar rechts: basisscholen, schoolpleinen, vleermuiskasten met restanten van uitwerpselen, open stootvoegen en ventilatieopeningen spouwmuren, gaten onder dakafwerking en openingen onder aan de fundering en de spouwmuur.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 3 van 16
Figuur 2-3. Huidige situatie groenstructuren Landtong te Amstelveen. Van links naar rechts en van boven naar beneden: watergangen, grasvelden en groenstructuren op planlocatie, boomholtes, actief eksternest, actief houtduivennest, houtduivenkoppel nabij nest, klimop net buiten plangebied op stalen hek , aan boom en op de bodem aan de zuidwestzijde van het planlocatie.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 4 van 16
2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie Op de planlocatie krijgen de scholen ‘De Horizon’ en ‘De Akker’ een nieuwe plek in één nieuw gebouw. Er komt in de nieuwe situatie één gymzaal terug, nu zijn het er twee. In het bestaande gebied zijn nog andere functies aanwezig die ook in het nieuw in te richten plangebied terugkomen. Het betreft het trapveld (1350 m2), het basketbalveld (600 m2) en de half pipe (500 m2). De resterende ruimte zal voor woningbouw worden bestemd (nieuwe functie in het gebied). Er zijn door de gemeente Amstelveen twee varianten onderzocht hoe het gebied zou kunnen worden ingericht. Figuur 2-4 toont een concept weergave van de mogelijke toekomstige situatie op het perceel. Er is momenteel nog geen keuze gemaakt uit een van beide varianten. De exacte planning van de werkzaamheden is op het moment van het opstellen van deze rapportage nog niet bekend.
Figuur 2-4. Concept weergave van twee varianten voor de toekomstige bestemming van de planlocatie (rood omkaderd). Bron: Quickscan herontwikkeling Landtong, R. Koekenbier, 2017; Bron ondergrond: google Maps).
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 5 van 16
3 AANWEZIGHEID, EFFECTEN EN MAATREGELEN 3.1 Aanwezigheid beschermde soorten Voor een uitgebreide beschrijving van de waargenomen soorten (en de waargenomen afwezigheid van soorten) en de daarvoor gebruikte methoden wordt verwezen naar bijlage 2, de rapportage van het nader onderzoek (hoofdstukken 3 en 4). In het kort zijn de resultaten als volgt: -
-
-
Broedvogels: de buizerd en sperwer (of andere jaarrond beschermde vogels) zijn niet aangetroffen. Marterachtigen en overige grondgebonden zoogdieren: er zijn geen waarnemingen gedaan van kleine marterachtigen of van steen- of boommarter. Eekhoorn is niet in het plangebied waargenomen. Vleermuizen; van de gewone dwergvleermuis komen naar schatting 1-2 zomerverblijfplaatsen en 3-4 paarverblijfplaatsen voor. Met name de hogere gebouwdelen van de bebouwing aan de noordwest- en zuidwestzijde van de planlocatie worden gebruikt als verblijfplaats. Overwintering van een klein aantal vleermuizen in de te slopen gebouwen is daarmee waarschijnlijk. Tot slot heeft het plangebied ook een functie als algemeen (nietessentieel) foerageergebied. Vleermuizen: andere soorten of gebiedsfuncties zijn niet aangetroffen op de planlocatie.
De onderzoeken zijn conform de geldende protocollen uitgevoerd en voldoen daarmee om de aan- of afwezigheid van soorten voldoende onderbouwd aan te tonen. In het vervolg van deze effectanalyse gaan we daarom alleen in op de gewone dwergvleermuis, andere soorten worden niet meer behandeld. 3.2 Mogelijke effecten De voorgenomen werkzaamheden kunnen de volgende negatieve effecten hebben: -
Doden van dieren (overtreding art. 3.5 lid 1 Wnb); Het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (overtreding art. 3.5 lid 2 Wnb); Beschadigen en vernielen van verblijfplaatsen (overtreding art. 3.5 lid 4 Wnb).
Doden (en verwonden) van dieren Overal in de hoogbouw kunnen de dwergvleermuizen worden aangetroffen. Alle gebouwen zijn uitgevoerd als dubbel steens muur met een open spouw. Via open stootvoegen en daklijsten kunnen de vleermuizen deze spouwen bereiken. Met name de hogere gebouwdelen van de bebouwing aan de noordwest- en zuidwestzijde van de planlocatie worden gebruikt als verblijfplaats. Er moet derhalve vanuit worden gegaan dat in alle aanwezige gebouwen vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Sloop van de gebouwen leidt daarom, zonder voorzorgsmaatregelen, tot het doden (en al dan niet verwonden) van dieren. Door echter zorgvuldig (mitigerend) te werken kan dit voorkomen worden, zodat voor deze overtreding geen ontheffing wordt aangevraagd. Voor de maatregelen zie paragraaf 3.3. Opzettelijk verstoren De vleermuizen die in de gebouwen aanwezig zijn worden gedwongen tijdelijke en permanente alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving op te zoeken en te gaan gebruiken. Daarmee is sprake van opzettelijke verstoring van de dieren. Door zorgvuldig te werken kan dit tot een minimum worden beperkt, echter is verstoring niet geheel te voorkomen zodat hiervoor ontheffing dient te worden aangevraagd wegens overtreding van art. 3.5 lid 2 van de Wnb.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 6 van 16
Beschadigen en vernielen van verblijfplaatsen Alle bestaande gebouwen worden gesloopt. Daarmee is met zekerheid sprake van het beschadigen en vernielen van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Dit is niet te voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen, de enige manier om dit te voorkomen is de gebouwen niet te slopen (dat is echter geen reëel alternatief). De voorgenomen werkzaamheden leiden daarmee tot overtreding van art 3.5 lid 4 van de Wnb, hiervoor wordt ontheffing aangevraagd. Cumulatieve effecten Er zijn geen naburige projecten bekend bij ons. Gezien de relatief kleine bijdrage van de populatie in het plangebied aan de lokale populatie is het niet waarschijnlijk dat de werkzaamheden leiden tot cumulatief negatieve effecten met als gevolg een lokaal negatief gunstige staat van instandhouding. Zie verder paragraaf 3.4 voor de staat van instandhouding. Wel hangen er aan twee gebouwen aan de zuid- en zuidwestzijde van het perceel 5 vleermuiskasten. Deze bleken tijdens de uitvoering van het nader onderzoek allen leeg te zijn. 3.3 Maatregelen De maatregelen om negatieve effecten te beperken vallen uiteen in twee delen: Mitigatie: - Maatregelen om directe schade aan individuen van de gewone dwergvleermuis te voorkomen (voorkomen doden en beperken verstoring).
Compensatie: - Maatregelen om indirecte schade aan de gewone dwergvleermuis te voorkomen door alternatieve verblijfplaatsen te creëren. Mitigatie - maatregelen om directe schade te voorkomen 1) Werken in de minst kwetsbare periode De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd in de minst kwetsbare periode. De meest kwetsbare perioden van de gewone dwergvleermuis in het plangebied zijn de winterrust (1 nov – 1 apr) en de paarperiode (15 aug – 15 okt, kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ121). De periode van winterrust is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden, bij een warme herfst blijven de dieren langer actief en bij een vroeg voorjaar kan de soort al vroeg wakker worden. De ecoloog bepaalt of werkzaamheden in november of maart verantwoord zijn. De paarperiode is van belang voor de voortplanting. De verstoring en mogelijk negatieve effecten treden op bij de eerste fase van de sloop. Daarna zijn de verblijfplaatsen niet meer aanwezig en de vleermuizen dus ook niet. De sloop vindt het beste plaats vanaf (bij een vroeg voorjaar 1 maart) 1 april en wordt voor 15 augustus afgerond (in ieder geval het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen) zodat de vleermuizen niet in de paarperiode nog in het plangebied aanwezig zijn. 2) Aangepaste sloopwijze Er staan veel gebouwen op het terrein, allen met een vergelijkbare bouwwijze.
De werkwijze voor het vleermuis ongeschikt maken is daarom voor elk gebouw gelijk. In het ecologisch werkprotocol wordt deze werkwijze precies per gebouwdeel bepaald. Onderstaande werkwijze dient als kader waarbinnen gewerkt wordt. Op deze wijze ontstaat enige vrijheid binnen de ontheffing om de werkzaamheden praktisch uitvoerbaar te maken zonder voor elke aanpassing van de werkwijze een wijziging op de ontheffing aan te moeten vragen. -
Alle gebouwen op de planlocatie hebben een open spouw en bevatten daarmee veel geschikte invliegopeningen voor vleermuizen. Er moet daarom stapsgewijs gewerkt worden om steeds meer delen van de gebouwen ongeschikt te maken. De werkwijze is als volgt: o Middels een ochtendbezoek controleert de ecoloog (of twee, afhankelijk van de grootte van het gebouwdeel dat ongeschikt moet worden gemaakt) of er vleermuizen het gebouwdeel invliegen. Dit moet een relatief warme ochtend zijn, zodat de
1 Kennisdocument gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Utrecht.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 7 van 16
-
-
-
vleermuizen tot in de ochtend doorvliegen (de temperatuurgrenzen uit het vleermuisprotocol maart 2017 zijn van toepassing). Eventuele invliegers worden genoteerd. Hierna kunnen op aanwijzing van de ecoloog de overige delen van dat gebouw ongeschikt worden gemaakt (of alle delen als er geen invliegers zijn waargenomen; indien technisch mogelijk kan er in dat geval natuurlijk ook volledig gesloopt worden). Dit kan door grote delen van de muur te slopen (alle hoekdelen van boven tot onder volledig verwijderen zodat de spouw open komt te liggen, tocht ontstaat en veel licht naar binnen dringt) of de openingen dicht te zetten met PUschuim. Aluminium daklijsten moeten worden verwijderd. Bij de keuze voor dichtzetten van de openingen moet 1 op de 4 openingen van een exclusion flap worden voorzien; mocht er toch nog een vleermuis aanwezig zijn dan kan deze later het gebouw alsnog verlaten. Door dit net zo lang te herhalen totdat alle gebouwdelen ongeschikt zijn gemaakt kan de sloop daarna zonder schade aan vleermuizen worden uitgevoerd. o Een andere optie is om overdag voor alle openingen exclusion flaps aan te brengen, waarna de ecoloog drie dagen later controleert of er nog vleermuizen in- of uitvliegen in dat gebouwdeel. Bij grote aantallen openingen is dit echter een erg intensieve methode. o Waar nodig kan een combinatie van bovenstaande worden toegepast.
o Het is tevens mogelijk (en aanbevolen) om gefaseerd te werken zodat de sloper door kan werken. Nadat 1 gebouwdeel is vrijgegeven voor sloop door de ecoloog kan de aannemer daar al aan de gang, terwijl ondertussen het volgende gebouwdeel ongeschikt wordt gemaakt onder begeleiding van de ecoloog. Op die manier krijgen de vleermuizen ook voldoende tijd om alternatieve verblijfplaatsen te zoeken. Afhankelijk van de voorkeur van de aannemer wordt bovenstaande nog in detail uitgewerkt voor de verschillende gebouwen in het werkprotocol. Voor de ontheffingsaanvraag is van belang dat aan de volgende eisen wordt voldaan (door aan deze eisen te voldoen kan op basis daarvan de ontheffing worden verleend en hoeft de exacte werkwijze nu nog niet geheel vast te liggen; bovenstaande voldoet aan deze eisen): o Een gebouwdeel waar geen vleermuizen zijn ingevlogen wordt geheel ongeschikt gemaakt door zeer veel tocht te creëren; o Of invliegopeningen worden volledig dichtgezet, maar dan wordt altijd 1 op de 4 voorzien van een exclusion flap voor het geval er nog een vleermuis aanwezig is; o Of er wordt voor 100% met exclusion flaps gewerkt en de ecoloog controleert dan na 3 dagen of er geen in- of uitvliegers meer aanwezig zijn.
Alle genomen maatregelen worden opgenomen in een ecologisch logboek, zowel de ecoloog als de aannemer houden deze bij, zodat de genomen acties inzichtelijk zijn voor het bevoegd gezag bij een eventuele controle. Bij bijzonderheden, zoals het onverwacht aantreffen van een vleermuis tijdens de sloop, wordt het werk ter plaatse direct stilgelegd en wordt contact gezocht met de ecoloog.
Maatregelen om indirecte schade te voorkomen Er zijn naar schatting 1-2 zomerverblijfplaatsen en 3-4 paarverblijfplaatsen aangetroffen, deze gaan verloren. Er moeten nieuwe verblijfplaatsen worden voorzien, zodat de vleermuizen tijdelijk en permanent nieuwe verblijven hebben. In het verleden werd in de soortenstandaard gebruikt gemaakt van een veelvoud van 4, zodat in dit geval 24 (maximaal 2 zomer- en 4 paarverblijfplaatsen) verblijfplaatsen zouden moeten worden aangeboden. In het kennisdocument wordt geen getal genoemd. Het is aan de ecoloog om te bepalen wat passend en ecologisch zinvol is. Wij achten 16 vervangende (tijdelijke) verblijfplaatsen voldoende (2/3 van het aantal voorgeschreven volgens de soortenstandaard). Er zijn namelijk ook geschikte alternatieven in de directe omgeving aanwezig (zie beschrijving verderop in deze paragraaf). Tevens kunnen zomer- en paarverblijfplaatsen overlappen waardoor 16 vervangende (tijdelijke) verblijfplaatsen voldoende zijn. Het aanbieden van meer dan 16 kasten (extern) zorgt wel voor meer verblijven, maar niet voor meer variatie. Het is in dat geval meer van hetzelfde zonder meer ecologische functionaliteit te creëren. Daarnaast zijn inpandige oplossingen gunstiger, zodat de kans groot is dat de vleermuizen andere gebouwen in de omgeving zullen gaan prefereren boven uitwendige kasten.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 8 van 16
De permanente nieuwe vleermuisverblijven kunnen worden gerealiseerd in de bakstenen buitenmuren van het nieuw te bouwen schoolcomplex (de scholen ‘de Horizon’ en ‘de Akker’, worden gevestigd in 1 nieuw gebouw), de nieuwe gymzaal die geïntegreerd wordt in het ontwerp van de beide scholen en de te ontwikkelen woningen (het vigerende bestemmingsplan voor de planlocatie is het bestemmingsplan Amstelveen Zuid-Oost uit 2015, IDN: NL.IM-RO.0362.13-VG01, zie bijlage 3). Er zijn in de nieuwbouwplannen dus voldoende geschikte gevels om permanente vleermuisvoorzieningen in te bouwen. Na de realisatie van de permanente verblijven kunnen de 16 tijdelijke vleermuiskasten worden verwijderd. 1) Tijdelijke alternatieven in de omgeving Er zijn diverse bestaande alternatieven in de omgeving gelegen binnen 25-50 m van het plangebied (zie figuur 3-1 en 3-2). Ten zuiden van het plangebied zijn diverse gebouwen aanwezig met spouwmuren met open stootvoegen (zie gele cirkel in figuur 3-1). In een flat net buiten het plangebied (zuidoostzijde van het plangebied) is tijdens een avond onderzoekronde op 18 juni 2018 een kraamkolonie van ongeveer 30 gewone dwergvleermuizen aangetroffen (Kringloop 254, boven in een blinde gevel met meerdere open stootvoegen, zie blauwe cirkel in figuur 3-1 en figuur 3-2).
Op 21 augustus is tijdens een avond onderzoek ronde 1 paarverblijf van ruige dwergvleermuis aangetroffen aan de noordwestelijke gevel van de flat op locatie Kringloop 180, ten zuidoosten net buiten de planlocatie (zie groene cirkel in figuur 3-1). Tevens is op 13 september op laatstgenoemde locatie een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen.
Figuur 3-1. Plangebied (rood omlijnd) in relatie tot bestaande alternatieve verblijfplaatsen (geel omlijnd). Blauwe cirkel: aangetroffen kraamkolonie 30 gewone dwergvleermuizen, 18 juni 2018; groene cirkel; aangetroffen paarverblijf ruige dwergvleermuis op 21 augustus 2018, zie ook figuur 3-2). Aan de westnoord- en oostzijde van het plangebied bevinden zich brede watergangen die fungeren als foerageerlocatie voor vleermuizen (bron ondergrond: Google Maps).
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 9 van 16
Deze alternatieven zijn duidelijk al bekend bij de vleermuizen omdat ze al langere tijd aanwezig zijn, dichtbij bestaande verblijfplaatsen liggen en direct naast geschikt foerageergebied (brede watergangen ten westen, noorden en oosten van het plangebied, zie blauwe lijnen in figuur 3-1). De vleermuizen komen er dus met regelmaat langs (dit blijkt ook uit ingevoerde waarnemingen van gewone dwergvleermuizen in de NDFF in de afgelopen 5 jaar). Daarnaast worden inpandige voorzieningen over het algemeen geprefereerd boven uitpandige voorzieningen. Aan de zuid- westen noordzijde van het plangebied liggen woonwijken waar ook geschikte verblijven zijn. Deze liggen op minder dan 200 m van het plangebied en worden daarom tevens als alternatief gezien. Om het aanbod bovenop de reeds bestaande, bovengenoemd beschreven, alternatieven te verhogen bevelen we aan om 16 kasten (houtbeton, zie figuur 3-3) op te hangen aan bomen rondom het plangebied (zie groene lijnen in figuur 3-1) of aan de gebouwen (zoals bijvoorbeeld de flat in figuur 32). Hoewel kasten aan gebouwen het meest kansrijk zijn, is daarvoor toestemming nodig van de gebouweigenaar. Dit is erg onzeker en daarom is het vooralsnog geen kansrijke maatregel. We adviseren daarom om 16 kasten aan bomen te hangen.
Figuur 3-2. Geschikte bebouwing in de directe omgeving van de planlocatie. In deze gebouwen is sprake van een spouwmuur met open stootvoegen. Kraam- en zomerverblijfplaatsen van aangetroffen gewone dwergvleermuizen aan de zuidoostzijde, net buiten het plangebied, bij de dakrand nabij een blinde gevel (adres: Kringloop 254, zie blauwe cirkel in figuur 3-1).
In figuur 3-4 zijn geschikte bomen weergegeven rondom het plangebied (zie ook groene lijnen in figuur 3-1). Voor het ophangen van de kasten is wel toestemming vereist van de opdrachtgever, de gemeente Amstelveen.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 10 van 16
2) Permanent Conform het kennisdocument gewone dwergvleermuis van BIJ12 is het mogelijk om kleine zomerverblijven en paarplaatsen (minder dan 10 dieren) permanent te mitigeren middels het realiseren van nieuwe vleermuisverblijven in de bakstenen buitenmuren van de nieuw te ontwikkelen scholen, gymzaal en woningen op het perceel. Het heeft hierbij de voorkeur om muren toegankelijk te maken voor vleermuizen door openingen te creëren van minimaal 1,5 cm breed en een open ruimte in de spouw en de buitenschil van 2-3 cm. Het toegankelijk maken van spouwmuren heeft de voorkeur boven inbouwkasten aangezien de beschikbare ruimte dan veel groter is. Eén spouwmuur volstaat voor 2 verblijven voor vleermuizen. Dit betekent dat er in totaal dus 8 muren geschikt gemaakt moeten worden. Met 16 tijdelijke vleermuiskasten en 8 spouwmuren die in de nieuwe gebouwen geschikt worden gemaakt als permanent nieuw vleermuisverblijf worden voldoende voorzieningen geboden aan de vleermuizen ter mitigatie van de 1-2 zomerverblijfplaatsen en 3-4 paarverblijfplaatsen.
Figuur 3-3. Twee typen hout betonnen nestkasten van Vivara, die geschikt zijn als tijdelijk alternatief.
3.4 Staat van instandhouding In de Wet natuurbescherming is in artikel 3.8, 5e lid onder c opgenomen dat een ontheffing enkel verleend wordt indien er geen afbreuk gedaan wordt aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. De volgende criteria zijn van belang bij het onderbouwen dat de staat van instandhouding niet in het geding is: -
De omvang van de populatie; De verspreiding van de populatie; Het leefgebied; Toekomstperspectief.
Bij het bepalen van de staat van instandhouding bepaalt de zeldzaamheid van de soort het schaalniveau. Voor de gewone dwergvleermuis wordt zowel op landelijk als lokaal niveau een beschrijving gegeven.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 11 van 16
Figuur 3-4. Geschikte bomen aan de oostzijde (boven) en noordzijde (onder) van de planlocatie, Alle bomen zijn hoog genoeg voor het ophangen van vleermuiskasten met een vrije aanvliegroute en niet te veel verlichting in de directe omgeving. Er is voldoende ruimte om voor een maximum van 16 kasten een geschikte locatie te vinden.
Omvang populatie en verspreiding De omvang van de Nederlandse populatie gewone dwergvleermuizen wordt geschat op 300.000 – 600.000. Ze worden verspreid over Nederland aangetroffen. In het plangebied zijn op sommige momenten tot ongeveer 10 gewone dwergvleermuizen tegelijk waargenomen. Het geschatte aantal vleermuizen met een verblijfplaats op de planlocatie betreft maximaal 6. In een flat net buiten het plangebied is een kraamkolonie van ongeveer 30 gewone dwergvleermuizen aangetroffen. De populatieomvang in Amstelveen is niet bekend, echter volgens de stadsecoloog van Amsterdam, Anneke Blokker, leven er zo’ n 8 soorten vleermuizen in de stad en het betreft hier naar schatting 40.000 exemplaren in Amsterdam en de directe omgeving, waarbij Amstelveen aan de zuidzijde grenst (Bron: Persbericht AT5 dd. 28 augustus 2012: https://www.at5.nl/artikelen/85868/40000vleermuizen-in-de-stad). In de NDFF zijn in Amstelveen de afgelopen vijf jaar ongeveer 1000 waarnemingen van gewone dwergvleermuis ingevoerd, dit betreft echter vrijwel uitsluitend gebieden ten noorden van het plangebied, aan de zuidkant van de A10 (Amsterdam-Zuid), en ten westen van het plangebied, in en rondom het Amsterdamse Bos. Nabij de planlocatie zijn slechts enkele waarnemingen gedaan direct ten oosten van de locatie. Hele wijken in Amstelveen lijken echter niet goed te zijn onderzocht.
Het plangebied heeft daarmee maar een zeer beperkt aandeel in de lokale populatie. Belangrijke functies als een kraamverblijf of een massa winterverblijfplaats zijn ook niet aanwezig, wel in een flat ten zuidoosten van het plangebied. Het plangebied fungeert wel als foerageergebied maar in de omgeving liggen ook andere geschikte foerageergebieden, met name aan de oostzijde (brede watergang aan de rand van Amstelveen).
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 12 van 16
Trend/toekomstperspectief Er zijn geen uitspraken te doen over landelijke aantalsontwikkelingen van de gewone dwergvleermuis. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen voor een af- of toename, hoewel de steeds snellere voortgang van de (na-) isolatie van woningen mogelijk een negatief heeft op het aantal beschikbare verblijfplaatsen. Dit betreft echter een lange termijneffect. Conclusie gunstige staat van instandhouding Het planvoornemen heeft betrekking op een klein deel van de lokale populatie en een zeer klein deel van de nationale populatie. Er treedt in beperkte mate verstoring op doordat de vleermuizen de nu bekende verblijfplaatsen moeten verlaten en alternatieven moeten zoeken. Door het aanbod aan bestaande alternatieven in de omgeving en het ophangen van 16 vleermuiskasten) blijven er voldoende verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis beschikbaar tijdens het werk. Door voorzieningen in de nieuwbouw zijn er ook op lange termijn voldoende geschikte verblijfplaatsen. Zodoende is de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis op geen enkel moment in het geding.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 13 van 16
4 WETTELIJK BELANG EN ALTERNATIEVENAFWEGING 4.1 Wettelijk belang De ontheffing wordt aangevraagd op basis van de belangen: Dwingende reden van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (gewone dwergvleermuis). Dwingende reden van groot openbaar belang De gebouwen op de locatie Landtong en de buitenruimte zijn volledig eigenaar van de gemeente Amstelveen. De gemeente Amstelveen wenst over te gaan tot integrale vernieuwing van het gebied waarvoor twee hoofdredenen worden aangevoerd: 1) Het cluster van acht schoolgebouwen en gymzalen is rond 1970 gebouwd en aan het eind van de fysieke levensduur. De gebouwen zijn bijna 50 jaar oud en de afgelopen jaren in stand gehouden om de scholen en de kinderopvang in het gebied te laten functioneren. Alhoewel de gebouwen nog in een redelijke staat van onderhoud verkeren zijn ze toch sterk verouderd. Algehele nieuwbouw van de scholen en de kinderopvang is daarom dan ook gewenst. Nieuwbouw zorgt ervoor dat beter aan de eisen van de huidige tijd kan worden voldaan: meer gerief, een efficiëntere indeling van het gebied en gebruik van ruimtes en meer energiezuinige bebouwing. 2) De situering van alle gebouwen in een ruime omgeving met pleinen en groen zorgt in de huidige situatie voor een vrij groot en onoverzichtelijk gebied.
Door de paviljoenstructuur is er vanaf de omliggende straten nergens een volledig zicht op het gebied, iets wat sociale onveiligheid in de hand werkt. Het gebied kent door de jaren heen dan ook bij vlagen een geschiedenis van vandalisme, overlast en brandstichting, en dit is sociaal gezien uiteraard onwenselijk. Met het herinrichten van dit gebied met nieuwbouw voor scholen en kinderopvang creëert de gemeente Amstelveen tevens ruimte voor het realiseren van aanvullende woningbouw. Hiermee wil het college tegemoetkomen aan het realiseren van woningen in de krappe Amstelveense woningmarkt. De sloop van de bestaande gebouwen en nieuwbouw is daarmee de meest voor de hand liggende optie. Bovendien zijn door de voorgenomen plannen geen aanvullende groene gebieden nodig buiten de bebouwde kom. Het vigerende bestemmingsplan voor de planlocatie is het bestemmingsplan Amstelveen Zuid-Oost uit 2015 (IDN: NL.IM-RO.0362.13-VG01). Het gehele gebied aan de Landtong heeft de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ waarbinnen enkel onderwijs, kinderopvang en aanverwante functies zijn toegestaan. Nieuwbouw van de huidige sterk verouderde gebouwen voor voorgenoemde doeleinden vormt derhalve een dwingende reden van groot openbaar belang. 4.2 Alternatievenafweging 4.2.1 Locatie en inrichting Er is geen alternatief wat betreft locatie, de gebouwen staan op het huidige perceel en zijn sterk verouderd.
De indeling van Landtong is specifiek gericht op onderwijs, kinderopvang en aanverwante functies. Voor de basisscholen De Horizon en De Akker geldt dat zij op de planlocatie een nieuwe vestiging dienen te krijgen. Aangrenzend aan deze basisscholen wordt een gymzaal gebouwd. Voor de School of Understanding die aan de Landtong een dependance heeft, is het de bedoeling te zijner tijd een definitieve vestiging aan de Pandora te realiseren. De resterende ruimte op de planlocatie zal voor woningbouw worden bestemd. Voor de invulling hiervan geldt als uitgangspunt het gemeentelijk woningbeleid. Hierbij worden er geen nieuwe sociale huurwoningen gebouwd aangezien ingezet wordt op het bouwen van woningen voor de doorstroming. De voorgenomen inrichting is daarmee de enige optie voor het plangebied.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 14 van 16
4.2.2 Werkwijze en planning Met de onder paragraaf 3.3 voorgestelde werkwijze en planning buiten de meest kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis wordt reeds het meest gunstige alternatief met de minste negatieve effecten op vleermuizen toegepast, een betere planning of meer zorgvuldige werkwijze is niet mogelijk. Overigens is er bij dit project geen periode waarin de gewone dwergvleermuis niet aanwezig is, en effecten dus minimaal zijn. Dit omdat de soort jaarrond gebruik maakt van de verblijven. Conform het kennisdocument worden de werkzaamheden dan zo gepland dat deze buiten de meest kwetsbare perioden vallen. Van de verschillende functies zijn de winterperiode en de paartijd de meest kwetsbare, omdat die een directe link hebben met de overleving en voortplanting van de soort. De zomertijd is voor mannetjes of onvolwassen dieren van de gewone dwergvleermuis de minst kwetsbare tijd, daarom is start van de sloop in die periode gepland. 4.2.3 Conclusie alternatieven Het project is locatie gebonden en kan daarom niet elders worden gerealiseerd. De gebouwen op het terrein zijn sterk verouderd en nieuwbouw is derhalve gewenst. Er wordt gewerkt met de meest zorgvuldige werkwijze en planning ten aanzien van vleermuizen. Daarom concluderen wij dat er geen betere alternatieven zijn met minder schadelijke effecten dan het voorgenomen plan.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 15 van 16
5 DESKUNDIGE EN VERANTWOORDING GEGEVENS 5.1 Deskundige Milieuadviesbureau ATKB B.V. is betrokken als ecologisch adviseur van dit project. De heer P.I. (Pim) Godschalk is als projectleider betrokken bij dit project. Hij heeft een opleiding Biologie, specialisatie Ecologie afgerond aan de Wageningen Universiteit, is actief bij de KNNV en het bedrijf waar hij werkzaam is, is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de kwalificaties die gesteld worden aan een ‘erkend ecoloog’. Sinds 2011 is hij betrokken bij vleermuisonderzoek en advisering en in de loop van de jaren heeft hij diverse ontheffingen voor onder andere gewone dwergvleermuis aangevraagd en verkregen. 5.2 Verantwoording gegevens De quickscan en het nader ecologisch onderzoek zijn uitgevoerd door ATKB B.V., zie paragraaf 5.1 voor een verantwoording van de deskundigheid van dit bureau. Het vleermuiswerk is uitgevoerd door Eco-Niche. De bij het onderzoek betrokken ecologen zijn ervaren met vleermuiswerk. Ze zijn onder andere actief in eigen tijd bij soortorganisaties en voldoen zodoende ook als erkend ecoloog.
Activiteitenplan ontheffingsaanvraag Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap03, versie 1, d.d. 22 november 2018
Blz. 16 van 16
ATKB - van meetwerk tot maatwerk voor uw milieuvraagstuk
ATKB is een adviesbureau voor bodem, water en ecologie
ATKB beschikt over een Veiligheids- en Kwaliteitsmanagementsysteem en is gecertificeerd volgens NEN-ENISO9001:2015 en VCA**. Daarnaast beschikken we over diverse kwaliteitscertificaten (zie website) en hebben we een vergunning in het kader van de Wet op de Dierproeven. ATKB houdt zich aan een eigen beleidsplan ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Om onze CO2-uitstoot in kaart te brengen en te reduceren zijn we gecertificeerd volgens de CO2-prestatieladder.
Vo di or e en e st n c e o Z.O nov mp .Z erz lee . ich t t
Praktisch, deskundig en nuchter. Dat is de kracht waarmee wij, als onafhankelijk adviesbureau, overheden en bedrijfsleven helpen bij het oplossen van complexe milieuvraagstukken. Dat we daarbij geregeld met onze voeten in de klei staan maakt ons deskundige aanpakkers, die u begeleiden in het uitvoeren van projecten en het ondersteunen van processen. Met oog en respect voor onze leefomgeving. Met heldere adviezen van hoge kwaliteit en een duurzaam karakter. Zodat u ook morgen iets aan onze adviezen van vandaag heeft. Wij werken in heel Nederland, en daarbuiten. Op de achterzijde van deze flyer vindt u een overzicht van de werkzaamheden die wij graag voor u uitvoeren.
· Verkennend en nader bodemonderzoek · Partijkeuringen grond, baggerspecie en niet vormgegeven bouwstof · Opstellen saneringsplannen en bestekken conventionele, in-situ landbodemsaneringen · Begeleiding en evaluatie van conventionele en in-situ landbodemsanering · (3D)-grondradaronderzoek · Arbitrage en juridisch advies bodemzaken · Civieltechnisch onderzoek naar asfalt, zand en klei · Coördinatie archeologisch onderzoek
· Soortgericht onderzoek (o.a. vleermuizen, amfibieën, kleine marterachtigen) · Toetsingen aan natuurwetgeving · Ecologisch werkprotocol en begeleiding · Vegetatiekarteringen · Hydrobiologisch onderzoek · Waterplantenonderzoek en Ecoscans · Visstandbemonstering · Vismigratieonderzoek (vistelemetrie, pit-tag) · Actief Biologisch Beheer · Visserijmanagement · Visbeheerplannen · Schouw en kwaliteitsbeoordeling nieuwe natuur · SNL-monitoring en gebiedsanalyses
· Monitoring grondwater/oppervlaktewater (meetstrategie, inrichting/beheer meetnet, kwaliteit & kwantiteit) · Waterbodemonderzoek (NEN 5717, NEN 5720) · Kwantitatief waterbodemonderzoek · Voorbereiding en begeleiding van baggerwerken, inclusief waterbodemsaneringen · Baggerplan en werkplan · Bemalingsadvies · Ondersteuning en advies bij (stedelijk) waterbeheer · Ondersteuning en advies bij wettelijke procedures, inclusief vergunningen en meldingen
· Asbestinventarisatie gebouwen en objecten · Risicobeoordeling asbest in gebouwen NEN2991 · Opstellen en onderhouden asbestbeheersplan · Begeleiding, directievoering, saneringsonderzoek bij asbestverwijdering · Bewijsmateriaal duurzaamheidscertificering onder BREEAM-NL (diverse milieukundige credits onder Nieuwbouw en renovatie, In Use, Gebiedsontwikkeling en Sloop) · Beleidsondersteuning · Beleidsstudies, beheerplannen en adviezen · Second opinions · Monitoring en nazorg · Directievoering & toezicht · Uitvoeringsbegeleiding · Coördinatie · Detachering
Hoe doen we dat? Dit doen wij door de inzet van een projectteam, dat met zorg wordt samengesteld voor uw opdracht. Zodat onze kennis optimaal voor u wordt ingezet. Het projectteam weet daarbij onze moderne vloot en meetapparatuur doelmatig in te zetten. Hiertoe behoren onder andere de (3D-) grondradar, drone, warmtebeeldcamera en daarnaast nauwkeurige plaatsbepalingsapparatuur ((d)GPS/GNNS), waterniveaumeters, elektrovisapparatuur, visnetten, fuiken en verschillende vaartuigen en de machinale boorstellingen Geoprobe en Vibrocore. Al deze apparatuur heeft ATKB in eigen beheer. Detachering van onze specialisten bij uw organisatie is bespreekbaar. T 088 115 32 00 www.at-kb.nl info@at-kb.nl
BIJLAGE 1
Quickscan Wet natuurbescherming
Herontwikkeling Landtong te Amstelveen
Rapportnummer: Status rapport: Datum rapport:
20180424/rap01 versie 1 25 juni 2018
Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:
I.L.Y. (Igor) Spierts P.I. (Pim) Godschalk P.I. (Pim) Godschalk
Opdrachtgever:
Gemeente Amstelveen T.a.v. de heer R. Koekenbier Laan Nieuwer-Amstel 1 1182 JR Amstelveen
Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 1 1.2 Wet natuurbescherming ................................................................................................................. 1 1.2.1 Soortenbescherming ................................................................................................................ 1 1.2.2 Gebiedenbescherming ............................................................................................................. 2 1.3 Doel ................................................................................................................................................ 2 1.4 Kwaliteitsborging ............................................................................................................................ 2 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ...........................................................................................
4 2.1 Beschrijving huidige situatie .......................................................................................................... 4 2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie ...................................................................................... 7 3 METHODE ............................................................................................................................................ 8 3.1 Opzet onderzoek............................................................................................................................ 8 3.2 Literatuuronderzoek ....................................................................................................................... 8 3.3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 8 4 RESULTATEN LITERATUUR- EN VELDONDERZOEK .................................................................. 11 4.1 Vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden ................................................................... 11 4.2 Flora ............................................................................................................................................. 11 4.3 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 4) .....................................................
11 4.4 Broedvogels met niet jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) .................. 12 4.5 Algemene broedvogels ................................................................................................................ 12 4.6 Vleermuizen ................................................................................................................................. 12 4.7 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 13 4.8 Amfibieën ..................................................................................................................................... 13 4.9 Reptielen ...................................................................................................................................... 14 4.10 Samenvatting resultaten ............................................................................................................ 14 5 EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN .................................................................................... 15 5.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 15 5.2 Vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 4) ...............................................................
15 5.2.1 Effecten .................................................................................................................................. 15 5.2.2 Maatregelen ........................................................................................................................... 15 5.3 Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5) ........................................................ 15 5.4 Algemene broedvogels ................................................................................................................ 15 5.4.1 Effecten .................................................................................................................................. 15 5.4.2 Maatregelen ........................................................................................................................... 16 5.5 Vleermuizen ................................................................................................................................. 16 5.5.1 Effecten .................................................................................................................................. 16 5.5.2 Maatregelen ...........................................................................................................................
17 5.6 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 17 5.6.1 Effecten .................................................................................................................................. 17 5.6.2 Maatregelen ........................................................................................................................... 17 5.7 Aanvullende maatregelen (t.a.v. zorgplicht en pionier soorten) .................................................. 17 6 GEBIEDENBESCHERMING .............................................................................................................. 18 7 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .............................................................................................. 19 7.1 Soortenbescherming .................................................................................................................... 19 7.2 Gebiedenbescherming ................................................................................................................. 20
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De gemeente Amstelveen heeft het voornemen om de locatie Landtong te herontwikkelen. De precieze invulling is nog niet duidelijk. Op het terrein zijn momenteel diverse basisscholen gehuisvest in verouderde gebouwen. Ten behoeve van de herontwikkeling gaat waarschijnlijk ook een deel van het groen verloren (op het perceel staan bomen en struiken). Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de vigerende natuurwetgeving, is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. 1.2 Wet natuurbescherming 1.2.1 Soortenbescherming Algemeen Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse inheemse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: - vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); - overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); - nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10). Het is volgens de Wnb niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten.
Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden1. Vrijstelling binnen provincie Noord-Holland: Bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat (bron: Vaststellingsbesluit Wet natuurbescherming, d.d. 6 september 2016). Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb is soms te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding). Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen.
1
In artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming wordt meerdere malen gesproken over het verbod tot opzettelijke handelingen (o.a. opzettelijke doding, verstoring en vernieling). Binnen de Wet natuurbescherming omvat de term ‘opzettelijk’ tevens voorwaardelijk opzet, waardoor (evenals onder de voormalige Flora- en faunawet) een groot aantal handelingen onder de verbodsbepalingen vallen. In verband met de leesbaarheid wordt de term ‘opzettelijk’ in voorliggende rapportage niet meer aangehaald. Uiteraard wordt dit (in de situaties waarvoor dit van toepassing is) wel bedoeld.
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap01, versie 1, d.d.25 juni 2018
Blz. 1 van 20
Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (in deze de provincie Noord-Holland). De provincie (het bevoegd gezag) toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bijv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort? 1.2.2 Gebiedenbescherming Via de Wnb is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd. De gebiedenbescherming houdt samengevat in dat een ingreep in of nabij Natura 2000-gebieden geen significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben. Indien significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wnb kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS). 1.3 Doel De quickscan is een verkennende toets om na te gaan of door uitvoering van de voorgenomen plannen mogelijk overtreding van de Wnb optreedt. Het doel van de quickscan is geformuleerd in enkele onderzoeksvragen: Onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming: S1.
Welke Wnb-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk 2? S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen? S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wnb aan te vragen? Onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN? G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming (voortoets, verslechteringstoets, passende beoordeling en/of Nee, tenzij-toets) noodzakelijk? 1.4 Kwaliteitsborging De quickscan is uitgevoerd door een ervaren ecoloog van ATKB. De ecoloog voldoet aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hanteert van een ter zake kundige voor het opstellen van toetsingen aan de Wnb. Daarnaast is ATKB aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); een brancheorganisatie voor groene adviesbureaus.
2
In sommige gevallen kan de aanwezigheid van beschermde soorten op basis van een quickscan niet worden uitgesloten. Dit aangezien sommige beschermde soorten met een eenmalig veldbezoek lastig zijn waar te nemen of enkel in een bepaalde periode van het jaar waarneembaar zijn. Als met de quickscan de aanwezigheid van deze soorten niet valt uit te sluiten, kan een aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk zijn.
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap01, versie 1, d.d.25 juni 2018
Blz. 2 van 20
1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd. In hoofdstuk 3 wordt de methode beschreven, waarop een quickscan wordt uitgevoerd. Hoofdstuk 4 gaat in op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. In hoofdstuk 5 worden globaal de effecten bepaald van het plan op de soorten die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook beknopt maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt kort beargumenteerd of een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk is. In hoofdstuk 7 worden (middels beantwoording van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.3) de conclusies en aanbevelingen uit voorliggend rapport op een rij gezet.
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap01, versie 1, d.d.25 juni 2018
Blz. 3 van 20
2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 Beschrijving huidige situatie De Landtong is een gebied van ruim 2 ha in het centrum van de wijk Groenelaan in Amstelveen. De planlocatie ligt tussen het winkelcentrum Groenhof aan de westzijde van het perceel (A in figuur 2-1) en de Bovenkerkerpolder aan de oostzijde (B). In het gebied zijn rond 1970 drie basisscholen gerealiseerd in zes verschillende panden. Op de planlocatie liggen tevens twee gymzalen. Op het perceel liggen in totaal acht gebouwen (1 t/m 8) die omgeven zijn door schoolpleinen (C) en groen. Er is een trapveld aanwezig (D) en een groter groen veld aan de oostzijde (E), waarin ook een skatebaan is opgenomen. De basisscholen ‘De Horizon’ en ‘De Akker’ zijn al vele jaren in het gebied gevestigd. De derde school, ‘De Wereldbol’, is al enige jaren geleden gesloten.
Figuur 2-1. Globale ligging huidige locatie plangebied (bron ondergrond: Google Maps, letters en tekens: zie tekst voor uitleg).
Alle acht gebouwen op het perceel hebben platte daken zonder dakpannen, spouwmuren met open stootvoegen en ventilatie openingen. Er is op en rondom het terrein verlichting aanwezig. De daklijsten zijn van aluminium en bevatten geen gaten of kieren. Wel zijn onder de houten dakafwerkingen her en der gaten geconstateerd. Een van de gebouwen heeft aan de onderzijde enkele openingen in de spouwmuren (ongeveer 4-5 cm breed en hoog, zie blauwe cirkel in figuur 2-1). Op twee gebouwen aan de zuid en zuidwestzijde van het perceel hangen 5 vleermuiskasten. Een impressie van de bebouwing op het perceel is weergegeven in figuur 2-2. De acht gebouwen zijn omgeven door een variëteit aan bomen, bosschages en lage struiken die mogelijk aangetast worden door de herinrichting van de planlocatie. Aan de noordoost zijde, oostzijde en zuidzijde van het perceel liggen bomenrijen (F). In de zuidoostzijde van het plangebied bevindt zich een bosje met bomen, lage struiken en struweel (G). Op het perceel zijn enkele bomen aanwezig met holtes (gele cirkels). De noordoost zijde en oostzijde van het plangebied worden begrensd door watergangen met
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Landtong te Amstelveen Kenmerk: 20180424/rap01, versie 1, d.d.25 juni 2018
Blz. 4 van 20
steile oevers. De watergangen hebben een breedte van 5-8 m, een doorzicht van 20-30 cm en het water is troebel. Er is een actief houtduifnest waargenomen (gele stip), een actief eksternest (broedend, blauwe stip) en twee eksternesten die tijdens het veldbezoek niet actief leken te zijn (groene stippen). Aan de zuidwestzijde van de planlocatie is klimop aanwezig tegen een stalen hekwerk. Een impressie van de groenstructuren is weergegeven in figuur 2-3.