CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

20 Bijlage 6 Toelichting Bodemonderzoek Vaststellen bestemmingsplan ‘Herziening Amstelveen Zuid-Oost

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 17 februari 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Herziening Amstelveen Zuid-Oost 2015 - Landtong14.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Definitief

Wareco is een gespecialiseerd ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funderingen. Onze kracht is onze kennis van de ondergrond te integreren met de bovengrondse opgaven. We verbinden onderzoeken en adviezen aan concrete ontwerpen en uitvoering. Enthousiast, persoonlijk en innovatief. Al 40 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit meerdere vestigingen verspreid over Nederland bedienen we met circa 80 professionals overheden, bedrijfsleven en particulieren. We hechten grote waarde aan kwaliteit en duurzaamheid. Het managementsysteem is ISO 9001 (kwaliteitsmanagement) en ISO 14001 (milieumanagement) gecertificeerd. Voor u als opdrachtgever komt dit tot uiting in de vorm van duidelijke afspraken, het afhandelen van klachten volgens vaststaande procedures en het, waar mogelijk en wenselijk, aandragen van duurzame oplossingen. Daarnaast staat duurzaamheid ook bij onze bedrijfsvoering hoog op de agenda. Dit komt tot uiting in aandacht voor besparing op en hergebruik van grondstoffen en het beperken van milieubelasting.

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Definitief

Uitgebracht aan: Gemeente Amstelveen

Auteur

Kelvin Hoogeboom, BSc

Kenmerk

201398 RAP20200512

Controle

ir. Koen Termeer

Datum

20-5-2020

Status

Definitief

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Inhoudsopgave Tekst

pagina

1.

Inleiding .................................................................................................. 1

2.

Vooronderzoek .......................................................................................... 2 2.1.

Terreinsituatie .............................................................................. 3

2.2.

Geplande werkzaamheden en ontvangen informatie............................ 4

2.3.

(Voormalige) gebruik van de locatie ................................................. 5

2.4.

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit................................. 6

2.5.

Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................... 6

2.6.

Conclusie vooronderzoek ................................................................ 7

2.6.1. Bodem ........................................................................................ 7 2.6.2. Verhardingen ............................................................................... 7 3.

4.

Onderzoeksstrategie .................................................................................. 8 3.1.

Onderzoeksvoorstel bodemonderzoek (NEN 5707 en 5740) .................. 8

3.2.

Verhardingsonderzoek ................................................................... 8

3.3.

Samenvatting............................................................................... 9

Veldwerkzaamheden .................................................................................. 9 4.1.

Veldwaarnemingen........................................................................ 9

4.1.1. Verkennend bodemonderzoek ....................................................... 10 4.1.2. Verhardingsonderzoek ................................................................. 11 4.2.

Bemonstering............................................................................. 11

4.2.1. Bodem en fundatielagen .............................................................. 11 4.2.2. Verhardingsonderzoek ................................................................. 11 4.3.

(Meng)monstersamenstelling ........................................................ 12

4.3.1. Verkennend bodemonderzoek ....................................................... 12 4.3.2. Verhardingsonderzoek ................................................................. 12 5.

Toetsingskader........................................................................................ 13 5.1.

Asfalt........................................................................................ 13

5.2.

Granulaten ................................................................................ 13

5.3.

Grond en grondwater .................................................................. 14

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

6.

Analyseresultaten .................................................................................... 14 6.1.

Asfalt........................................................................................ 14

6.2.

Granulaten ................................................................................ 15

6.3.

Grond ....................................................................................... 16

6.3.1. Milieuhygiënische parameters ....................................................... 16 6.3.2. PFAS-verbindingen ...................................................................... 17 6.4. 7.

8.

Grondwater ............................................................................... 18

Conclusies en advies ................................................................................ 19 7.1.

Aanleiding en doel ...................................................................... 19

7.2.

Resultaten verkennend bodem- en verhardingsonderzoek .................. 19

7.3.

Advies ...................................................................................... 20

Certificering ............................................................................................ 24

Bijlagen 1. Locatietekening 2. Veldwerkrapportage 3. Boorbeschrijvingen 4. Zintuigelijke waarnemingen en monsterselectie 5. Toetsingskaders 6. Toetsing a. grond, Wbb b. grond, Bbk c. grondwater, Wbb d. granulaten, emissie e. granulaten, samenstelling 7. Analysecertificaten a. grond b. asbest c. grondwater d. asfalt, laagopbouw e. asfalt, PAK in asfalt f. granulaten 8. Omgevingsrapportage Langtong 16 e.o. te Amstelveen 9. Fotorapportage terreinbezoek Wareco, d.d. 20 maart 2020 10. Historische luchtfoto’s periode: 1967 – 2019, Gemeente Amstelveen 11. Toetsing PFAS-verbindingen

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

1.

Inleiding In opdracht van Gemeente Amstelveen is door Wareco een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie in de omgeving van adreslocatie Landtong 16 e.o te Amstelveen (zie figuur 1). De onderzoekslocatie staat beter bekend als ‘Park Groenelaan’. Het huidige cluster van acht schoolgebouwen en gymzalen is na bijna 50 jaar aan het einde van zijn levensduur. De aanleiding voor het bodem- en verhardingsonderzoek is om het terrein te herontwikkelen. Hierbij is de wens om in een groene omgeving nieuwe huisvesting voor het scholencluster, nieuwbouwwoningen en sport- en spelvoorzieningen voor de scholen en jeugd uit de buurt te realiseren.

Figuur 1: Globaal overzicht te onderzoeken locatie (bron: Google Maps)

1 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van: § een beoordeling of geplande graafwerkzaamheden (deels) in een saneringsplichtig geval van bodemverontreiniging zullen plaatsvinden; § een beoordeling of aanvullende arbo-maatregelen noodzakelijk zijn bij werken in verontreinigde grond; § verkrijgen van een indicatie van de hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond (inclusief PFAS-verbindingen (28) vanaf 1,0 m-mv ter plaatse van de te plegen nieuwbouw op de locatie); § vaststellen van de constructieopbouw en teerhoudendheid van het asfalt (CROW210); § op basis van de onderzoeksresultaten voorlopig vaststellen van de veiligheidsklasse voor werken in grond/grondwater (CROW publicatie 400).

2.

Vooronderzoek Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de Nederlandse Norm (NEN) 5725 (Nederlands Normalisatie-instituut, oktober 2017) uitgevoerd. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van gegevens betreffende het historische, het huidige en het toekomstige gebruik van de locatie. Voor het vooronderzoek is uitgegaan van de strategie voor het opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd [A] Opdrachtgever [B] Bodeminformatiesysteem Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (zie bijlage 8) [C] Bodemloket (Rijksoverheid) [D] Kadaster online (Kadaster) [E] BAG-viewer (Kadaster) [F] Topotijdreis (Kadaster) [G] Bodemkwaliteitskaart regio Amstelland-Meerlanden [H] Nota Bodembeheer Regio Amstelland-Meerlanden (09K189, 12 november 2012) [I] PFOS/PFOA-kaart Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied [J] Nationaal Brandweer Documentatie Centrum (NBDC), overzicht grootschalige branden [K] Beleidsregel PFAS gemeente Amstelveen 2020, zaaknummer: Z20-011698, kenmerk: gmb-2020-82747, d.d. 30 maart 2020 [L] ACN- en Bodemkwaliteitskaart PFOS en PFOA Regio Noordzeekanaalgebied versie 3.2, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, dossiernummer: 9037072, d.d. 2 januari 2020

2 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

2.1.

Terreinsituatie Het plangebied Landtong bestaat uit de straten Landtong en Kringloop tussen Groenhof en de Bovenkerkerpolder en is weergegeven in bijlage 1. Door Wareco zijn de verhardingen en de terreinsituatie in kaart gebracht tijdens een terreinbezoek 20 maart 2020 (zie bijlage 9). Op basis van het terreinbezoek zijn de volgende relevante gegevens naar voren gekomen: § Het te onderzoeken terrein heeft een oppervlakte van circa 18.930 m2 (rode stippellijn in figuur 2) en is gelegen binnen de bebouwde kom van Amstelveen. § Van het totale oppervlak is circa 450 m2 in gebruik is als sport- en speelveld, welke is verhard met een asfalt (zwart in figuur 2). Er zijn reparatievakken zichtbaar. § Van het totale oppervlak is circa 560 m2 in gebruik is als wandelpad welke is verhard met een asfalt (zwart in figuur 2). Er is scheurvorming zichtbaar. § Het overig terreindeel is ingericht als buitenterrein voor de aanwezige basisscholen en kinderopvang (voornamelijk verhard met tegels), groenstroken en grasveld. § Het is niet wenselijk om inpandig boringen uit te voeren ter plaatse van de bebouwing, aangezien de panden in gebruik blijven totdat deze gesloopt worden.

Figuur 2: Overzicht te onderzoeken locatie (bron: Wareco Qgis)

3 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

2.2.

Geplande werkzaamheden en ontvangen informatie Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens, vinden de onderstaande bodemgerelateerde ingrepen plaats: § Door de opdrachtgever is een bestemmingsplantekening aangeleverd, zie figuur 3. § Op de locatie zal nieuwbouw worden gerealiseerd, nadat de bestaande bebouwing is gesloopt. § Ter plaatse van de geplande nieuwbouw (gele vlakken bestemming ‘wonen’ en bruin vlak bestemming ‘maatschappelijk’ in figuur 3) vinden werkzaamheden plaats tot maximaal 3,0 m–mv. § De aanwezige verhardingen met asfalt zullen worden opgebroken en worden verwijderd van de locatie. § Door de opdrachtgever zijn historische luchtfoto’s van de periode 1967-2019 gedeeld (zie bijlage 10). § Door de opdrachtgever is van een omgevingsrapportage met bodeminformatie ter plaatse van onderzoekslocatie gedeeld. § Door de opdrachtgever is één relevante bodemonderzoek uit het verleden op de onderzoekslocatie aangeleverd. § In het agrarische gedeelte (ten westen van de aanwezige watergang) komt in de toekomst mogelijk een fietspad te liggen. Aangezien deze herontwikkeling nog niet concreet is, maakt dit terreindeel geen onderdeel uit van onderhavige onderzoek. § Aangezien de watergang ook in de toekomst gehandhaafd blijft, hoeft er geen waterbodemonderzoek te worden uitgevoerd.

Op 8 juli 2019 is het Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (THP) uitgebracht. Hierin is gesteld dat initiatiefnemers de zorgplicht hebben om het gehalte aan PFAS in de grond te bepalen, indien grondverzet zal plaatsvinden. § De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft in samenwerking met de opdrachtgever op basis van onderzoek en data-analyse naar PFOS en PFOA (als onderdeel van PFAS-verbindingen) de achtergrondconcentratieniveaus (ACN’s) bepaald in de regio om een gezamenlijke Bodemkwaliteitskaart PFOS/PFOA op te stellen tot een diepte van 1,0 m-mv. § De ACN- en Bodemkwaliteitskaart PFOS en PFOA Regio Noordzeekanaalgebied [K], met zijn kaartaanhangsels maakt integraal onderdeel uit van de vastgestelde beleidsregel PFAS gemeente Amstelveen 2020 [L]. § In overleg met de opdrachtgever is de grond vanaf 1,0 m-mv aanvullend onderzocht op het voorkomen van PFAS-verbindingen (28) in grond.

4 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Figuur 3: Bestemmingsplantekening Landtong te Amstelveen (bron: Gemeente Amstelveen, kenmerk: NL.IMRO.0362.13F-VO01, d.d. 24 januari 2020)

2.3.

(Voormalige) gebruik van de locatie §

§

§

De huidige bebouwing is gerealiseerd in de periode 1970-1971 [E]. Enkel het transformatorhuis aan de Kringloop tussen de basisscholen ‘De Akker’ en ‘School of Understanding’ is van een eerdere bouwjaar (1969). Het is niet bekend of in de bebouwing asbest is toegepast. Door middel van de bestudering van luchtfoto’s en/of plattegronden[F]/[A] is nagegaan of gedempte sloten aanwezig zijn op de locatie. Hierbij zijn gedempte sloten waargenomen op de locatie. Op basis van de topografische kaarten en de bouwperiode zijn de watergangen in de periode 1965-1970 gedempt. De aard van het dempingsmateriaal is niet bekend. Voor zover bekend, hebben op en in nabijheid van de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden [A]/[B]/[C];

5 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

2.4.

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Op basis van de bodemkwaliteitskaart [G] voldoet de bodemkwaliteit in de omgeving van de onderzoekslocatie aan de kwaliteitsklasse: Bovengrond (0,0-0,5 m-mv): achtergrondwaarde Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): achtergrondwaarde Diepe ondergrond (>2,0 m-mv): achtergrondwaarde Op de onderzoekslocatie is in het verleden één bodemonderzoek uitgevoerd: [1]. Verkennend bodemonderzoek Landtong 14 te Amstelveen, Kuiper&Burger, kenmerk: PB95138/D1, d.d. 16 augustus 1996 Het bodemonderzoek in 1996 [1] is uitgevoerd in verband met een uitbreiding in noordelijke richting van de turnzaal met adreslocatie Landtong 14 (centraal gelegen op het terrein). De bovengrond is maximaal licht verontreinigd met PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, chroom en EOX. Ten aanzien van arseen en EOX is vermoedelijk sprake van een verhoogde achtergrondconcentratie. In de omgevingsrapportage (bijlage 8) zijn in de omgeving bodemonderzoek in het verleden uitgevoerd. Aangezien deze bodemonderzoeken zijn uitgevoerd ten oosten en ten noorden van de huidige watergangen en gelegen is ten westen van de openbare weg Landtong zijn de bodemonderzoek niet nader bestudeerd. PFAS-verbindingen De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKNG) heeft een PFOS/PFOA-kaart opgesteld [I].

Op de onderzoekslocatie en in de directe nabijheid van de locatie zijn geen gegevens bekend van PFOS/PFOA gehalten. Tevens zijn er geen gegevens bekend van een brand in het verleden [J]. Op basis van de ACN- en Bodemkwaliteitskaart PFOS en PFOA [L] ligt de locatie in zone ‘Stedelijk/Industrieel’. De verwachte bodemkwaliteit ten aanzien van PFAS-verbindingen in de omgeving van de onderzoekslocatie is: § Bovengrond (0,0-0,5 m-mv): PFOS 0,8 ug/kg d.s. en PFOA 0,6 ug/kg d.s. § Ondergrond (0,5-1,0 m-mv): PFOS 0,32 ug/kg d.s. en PFOA 0,25 ug/kg d.s. De bodem tot 1,0 m-mv komt op basis van de ontgravingskaart in aanmerking voor hergebruik met bodemkwaliteitsklasse ‘PFOS-PFOA vrij toepasbaar (o.b.v. P80)’. De waardes voor PFOS liggen lager dan 1,5 ug/kg.d.s. en voor PFOA lager dan 1,7 ug/kg d.s..

2.5.

Bodemopbouw en geohydrologie De lokale bodemopbouw wordt beschreven in hoofdstuk 4. Gezien de status van het onderzoek (verkennend) is verder geen literatuuronderzoek gedaan naar de dikte van de deklaag, het eerste watervoerend pakket en de scheidende laag.

6 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Op basis van het aanwezige oppervlaktewater wordt ingeschat dat het freatische grondwater afstroomt in de oostelijke dan wel noordelijke gelegen watergangen. Gezien de geografische ligging van de locatie wordt ingeschat dat ter plaatse sprake is van inzijging. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied [G].

2.6.

Conclusie vooronderzoek

2.6.1.

Bodem In het verleden zijn maximaal licht verhoogde gehalten in de bodem aangetroffen bij de realisatie van de uitbreiding van de turnzaal ter plaatse van Landtong 14 in 1996 [1]. Op basis van de beschikbare gegevens wordt geconcludeerd dat de gehele locatie verdacht is op het voorkomen van (lichte) bodemverontreiniging. De meest verdachte laag betreft de toplaag van de bodem. Omdat in het verleden sloten hebben gelopen waarvan onbekend is waarmee deze zijn gedempt, zal hiermee rekening worden gehouden bij het kiezen van de locatie van de boringen, zodat kan worden nagegaan of eventuele verontreiniging is ontstaan als gevolg van toepassen van verontreinigd dempingsmateriaal. In het vooronderzoek zijn geen concrete aanwijzingen gevonden op basis waarvan de locatie moet worden beschouwd als verdacht op het voorkomen van verontreiniging met asbest in grond. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van PFAS-verbindingen. In verband met de afzet van de grond heeft de opdrachtgever het verzoek gedaan de bodemlagen dieper dan 1,0 meter te onderzoeken op PFAS-verbindingen.

2.6.2.

Verhardingen Het is niet exact bekend wanneer de asfaltverharding van het wandelpad is aangebracht. Als dit ten tijde van de aanleg van het terrein is geweest, kan geconcludeerd worden dat de asfaltverharding verdacht is op teerhoudendheid (aanleg vóór 1995). Het geasfalteerd sport- en spelveld ten oosten van de basisscholen is aangelegd in de periode 1999-2005 en is daarmee onverdacht op teerhoudendheid (aanleg na 1995). Er kan worden volstaan door enkel de laagopbouw en een indicatieve PAK-marker op de boorkernen. Mogelijk is onder de waargenomen asfaltverharding een funderingslaag (metselpuin en/of puingranulaat e.d.). toegepast om verzakkingen tegen te gaan. Op basis van het vooronderzoek is geen informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de aanwezigheid van asbest in de bodem of in puin (bij meer dan 50% bodemvreemd materiaal) en de mogelijkheid tot hergebruik van deze laag.

7 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

3.

Onderzoeksstrategie

3.1.

Onderzoeksvoorstel bodemonderzoek (NEN 5707 en 5740) Op basis van het vooronderzoek is uitgegaan van de volgende onderzoeksstrategieën: § NEN 5740+A1 (2015), strategie verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL) - In aanvulling op de onderzoekstrategie wordt de ondergrond zonder bodemvreemde bijmenging conform de strategie onverdacht (ONV) onderzocht. - In verband met de geplande nieuwbouw is in aanvulling op de onderzoekstrategie zijn de diepere boringen en de boringen ten behoeve van het plaatsen van een peilbuis doorgezet tot een diepte van 3,0 m-mv. - In verband met de mogelijke slootdempingen op de locatie zijn negen boringen (boring 01 tot en met 09) geplaatst op de locaties waar in het verleden sloten aanwezig zijn geweest, ter verificatie van de onderzoekshypothese. - In verband met de aanwezigheid van gedempte watergangen zijn deze negen diepe boringen geplaatst ter hoogte van de dempingen. - Vanwege de heterogeniteit in de bodemopbouw en diversiteit aan bodemvreemde bijmengingen zijn in aanvulling op de strategie vijf grondanalyses meer uitgevoerd. - In verband met de mogelijke afvoer van vrijkomende grond is de ondergrond vanaf 1,0 m-mv per onderscheidende grondsoort aanvullend onderzocht op PFASverbindingen.

Gezien de terreinsituatie ten tijde van het bodemonderzoek (begroeiing en asfalt- en tegelverharding) was het niet mogelijk hier een inspectie van het onbedekte maaiveld op asbest uit te voeren. Indien in de bodem steenachtige bijmengingen worden gevonden (puin, metselpuin e.d.) worden deze bodemlagen indicatief onderzocht op asbest in grond.

3.2.

Verhardingsonderzoek De asfaltverhardingen zijn onderzocht conform de CROW210 (juni 2015). Ter plaatse van het wandelpad is de onderzoeksstrategie voor een asfaltverharding aangelegd vóór 1995 gevolgd. Ter plaatse van het sport- en spelveld is de onderzoeksstrategie voor een asfaltverharding aangelegd na 1995 gevolgd. Indien een funderingslaag wordt aangetroffen wordt deze indicatief onderzocht op herbruikbaarheid als niet-vormgegeven bouwstof (samenstellings- en uitlogingsonderzoek). Gezien de geringe monsterhoeveelheid uit een uit te voeren constructieboring (diameter 12 cm) is het niet mogelijk om in dit stadium de funderingslaag te onderzoeken op het voorkomen van asbest in puin conform de NEN 5897. Het opgeboorde materiaal wordt indicatief onderzocht op het voorkomen van asbest in niet-vormgegeven bouwstof.

8 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

3.3.

Samenvatting Een samenvatting van het uitgevoerde onderzoek is opgenomen in tabel 1. Tabel 1: Samenvatting uitgevoerd onderzoek Veldwerk Terreininspectie

1

Constructieboring incl. herstel met koud asfalt

5

-waarvan ter plaatse van wandelpad, doorgezet tot 0,5 meter in vaste bodem

3

-waarvan ter plaatse van sport- en spelveld, doorgezet tot 0,5 meter in vaste bodem

2

Boringen tot 0,5 m -mv

26

Boringen tot 3,0 m -mv

6

Peilbuizen tot 1,5 m onder de grondwaterspiegel (NEN) in boring tot 3,0 m-mv

3

Grondwatermonstername

3

Chemische analyses

4.

Aantal

Aantal

Laagopbouw+constructie+PAK-marker+foto boorkern (RAW2015)

5

PAK in asfalt

1

Zaagsnedes en cryogeen malen ten behoeve analyse PAK in asfalt

6

NEN-pakket grond, inclusief humus en lutum (tot 1,0 m-mv)

9

NEN-pakket grond + PFAS-verbindingen (28), inclusief humus en lutum

4

Asbest in puin (indicatief)

1

Pakket puin beperkt

1

NEN-pakket grondwater

3

Veldwerkzaamheden Op 26 en 27 maart 2020 zijn de veldwerkzaamheden op de locatie uitgevoerd. De boorlocaties zijn ingemeten met behulp een GPS-systeem en, indien niet mogelijk, met behulp van een meetwiel. De locaties van de boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 1.

4.1.

Veldwaarnemingen Voor een compleet beeld van de lokale bodemopbouw en de waargenomen afwijkingen wordt verwezen naar bijlagen 2 en 3. De zintuiglijk waargenomen bijmengingen in de bodemlagen en tijdens het verhardingsonderzoek zijn weergegeven in bijlage 4. De oorspronkelijke bodem betreft kei, waarbij bij de realisatie van de bebouwing zand en elementenverhardingen zijn aangebracht rondom de bebouwing. Bij het sport- en spelveld is de klei afgegraven en is fundatie en asfalt aangebracht. Ter plaatse van het wandelpad is de klei eveneens afgegraven en is zand en asfalt aangebracht.

9 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

4.1.1.

Verkennend bodemonderzoek In de opgeboorde grond zijn geen afwijkende geuren of olie-waterreacties aangetroffen. Bij de visuele inspectie van de opgeboorde grond is geen asbestverdacht materiaal of asbestverdachte bijmenging aangetroffen. Ter plaatse van boring 08 (locatie gedempte watergang uit het verleden) zijn geen bodemvreemde bijmengingen in de ondergrond aangetroffen. De bodemopbouw ter plaatse van de gedempte watergangen wijkt niet af van het overige terrein. Vermoedelijk zijn is deze watergang gedempt met gebiedseigen grond. Ter plaatse van boring 01 tot en met 07 en boring 09 (locaties gedempte sloten uit het verleden) is in de kleiige ondergrond een variabele bijmenging aan slib (sporen, zwak en matig) waargenomen. Vermoedelijk zijn de sloten gedempt met gebiedseigen grond, waarbij voorafgaand aan de demping niet is gebaggerd. Het grondwater is minimaal één week na plaatsing bemonsterd met een slangenpomp. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2: gegevens veldmetingen grondwater Peilbuis

Filterdiepte

Grondwaterstand

pH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(m -mv)

(-)

(µS/cm)

(NTU)

01

2,20 – 3,20

1,01

6,8

2.704

483

02

2,50 – 3,50

0,91

6,8

2.446

167

03

3,00 – 4,00

0,89

6,8

2.108

292

Toelichting: pH:

zuurgraad

EC:

stabiele geleidbaarheid

Troebelheid:

turbiditeitswaarde (ntu)

Bij de watermonstername is een verhoogde troebelheid gemeten. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat in het watermonster gronddeeltjes aanwezig zijn die het analyseresultaat kunnen verstoren van met name stoffen die goed binden aan gronddeeltjes (zware metalen en organische stoffen). Een direct verband tussen de hoeveelheid deeltjes en de gemeten NTU is echter niet te leggen. Voor zware metalen worden eventuele gronddeeltjes tijdens de watermonstername afgevangen door filtratie waardoor de invloed op het analyseresultaat beperkt is. Visueel zijn bij de watermonstername geen afwijkingen waargenomen.

10 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

4.1.2.

Verhardingsonderzoek Wandelpad De asfaltlaag ter plaatse varieert in dikte tussen de 8 en de 17 centimeter. Onder de asfaltlaag bestaat de bodem uit zand met lokaal een onderliggende kleiige bodem. Sport- en spelveld De asfaltlaag ter plaatse heeft een dikte tussen de 15 centimeter. Onder de asfaltlaag is een fundatielaag aanwezig van maximaal 35 centimeter. De laag bestaat een matige bijmenging aan beton en een matige bijmenging met grind met lokaal een zwak bijmenging aan hout. Onder de fundatielaag is klei aanwezig tot de maximale boordiepte van 1,0 m-mv. Bij de visuele inspectie van het opgeboorde funderingsmateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

4.2.

Bemonstering

4.2.1.

Bodem en fundatielagen De grond en lagen met meer dan 50% bodemvreemd materiaal is bemonsterd in plastic monsterpotten in trajecten van maximaal 0,5 m per bodemlaag. Van de monsters zijn in het laboratorium mengmonsters samengesteld voor analyse. Gezien de beschikbare geringe monsterhoeveelheid uit de constructieboringen na bemonstering in potten is een indicatief asbestmengmonster samengesteld van de funderingslaag onder de asfaltverharding ter plaatse van het sport- en spelveld. De monsternamegegevens en de samenstelling van de mengmonsters is opgenomen in bijlage 4. Een toelichting op de samengestelde mengmonsters is opgenomen in paragraaf 5.3.

4.2.2.

Verhardingsonderzoek Het asfalt is bemonsterd door middel van aanlevering van boorkernen bij het laboratorium in zakken. De boorkernen zijn vervoerd en opgeslagen bij een temperatuur onder de 40 °C en zijn beschermd tegen zonlicht en regen. De asfaltkernen zijn in het laboratorium middels een PAK-detector onderzocht. Een uitslag op de PAK-detector geeft aan dat het gehalte aan PAK boven de 250 mg/kg ligt. Deze lagen dienen derhalve als teerhoudend te worden aangemerkt. De lagen waarbij geen uitslag op de PAK-detector is aangetroffen (enkel van toepassing bij de boorkernen van het wandelpad, sport- en spelveld is van na 1995 (niet teerhoudend) op basis van luchtfoto’s) zijn in fase 2 op het laboratorium chemisch onderzocht. De hoeveelheid analyses is afhankelijk van de hoeveelheid (tonnage) af te voeren asfalt. De mengmonsters zijn samengesteld uit maximaal 3 verschillende lagen (mits in een keer freesbaar), afkomstig van maximaal 3 verschillende boorkernen met een maximale dikte van 20 cm. De monsternamegegevens en de samenstelling van de mengmonsters is opgenomen in bijlage 4. Een toelichting op de samengestelde mengmonsters is opgenomen in paragraaf 5.3.

11 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

4.3.

(Meng)monstersamenstelling Een motivatie van de ingezette analysemonsters is samengevat per type onderzoek.

4.3.1.

Verkennend bodemonderzoek Tabel 3: Ingezette analysemonsters grond en grondwater

Monster Grond MM1 MM2 MM3

Toelichting

Locatie

Analysepakket

Klei, bovengrond, geen bijmenging Zand, bovengrond, geen bijmenging Klei, ondergrond, geen bijmenging

Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740)

MM4 MM5 MM6 MM7 MM8 MM9 MM10 MM11

Zand, bovengrond, geen bijmenging Zand, bovengrond, geen bijmenging Zand, bovengrond, geen bijmenging Zand, bovengrond, geen bijmenging Zand, bovengrond, geen bijmenging Zand, bovengrond, geen bijmenging Klei, ondergrond, sporen slib Klei, ondergrond, matig slibhoudend

MM12

Klei, ondergrond, zwak slibhoudend

MM13

Klei, ondergrond, geen bijmenging

Westelijke groenstrook Onder asfalt wandelpad Onder asfalt en fundatie sport- en spelveld Grasveld Rondom Kringloop 473 Rondom Landtong 18 Rondom Landtond 16 Rondom Landtong 12 Rondom Landtong 8 en 10 Noordelijk terreindeel Centraal gelegen gedempte watergang Centraal gelegen gedempte watergangen en zuidoostelijk gedempte watergang Gehele onderzoekslocatie

Noordelijk terreindeel Centraal terreindeel Zuidelijk terreindeel

Standaardpakket grondwater (NEN5740) Standaardpakket grondwater (NEN5740) Standaardpakket grondwater (NEN5740)

Grondwater 01-1-1 Freatisch grondwater (boring 01) 02-1-1 Freatisch grondwater (boring 02) 03-1-1 Freatisch grondwater (boring 03)

4.3.2.

Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) Standaardpakket grond (NEN5740) + PFAS (28) Standaardpakket grond (NEN5740) + PFAS (28)

Standaardpakket grond (NEN5740) + PFAS (28)

Verhardingsonderzoek Tabel 4: Ingezette analysemonsters asfalt en fundatielagen

Monster Toelichting Asfalt Laagopbouw A01-1 Asfaltlaag, boring A01

Locatie

Analysepakket

Laagopbouw, constructieopbouw, indicatieve PAK-marker foto boorkern Laagopbouw, constructieopbouw, indicatieve PAK-marker foto boorkern Laagopbouw, constructieopbouw, indicatieve PAK-marker foto boorkern Laagopbouw, constructieopbouw, indicatieve PAK-marker foto boorkern Laagopbouw, constructieopbouw, indicatieve PAK-marker foto boorkern

A02-1

Asfaltlaag, boring A02

A03-1

Asfaltlaag, boring A03

A04-1

Asfaltlaag, boring A04

Wandelpad (noord) Wandelpad (centraal) Wandelpad (zuid) Sport- en spelveld

A05-1

Asfaltlaag, boring A05

Sport- en spelveld

PAK in asfalt MSF01 Asfaltlaag, boring A01, A02 en A03 Asbest MMA1 Fundatielaag boring A04 en A05 Granulaten PU01 Fundatielaag boring A04 en A05

Wandelpad

PAK in asfalt (CROW210) inclusief zaagsnedes en cryogeen malen

Sport- en spelveld

Asbest puin NEN5898 (indicatief)

Sport- en spelveld

Pakket : Puin beperkt + cascadeproef 15/4

12 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

5.

Toetsingskader

5.1.

Asfalt Asfalt bestaat uit minerale delen (steenslag of grind), een vulstof (bijvoorbeeld zand of vliegas) en bindmiddel. Tegenwoordig wordt bitumen toegepast als bindmiddel, maar in het verleden werd hiervoor teer gebruikt. In teer komen hoge gehalten PAK-verbindingen voor. Vanwege de schadelijke eigenschappen van PAK’s is het huidige beleid erop gericht PAK’s uit de asfaltketen te verwijderen. Vanaf 1995 is het niet meer toegestaan teerhoudend asfalt of teerhoudende bindmiddelen toe te passen in asfaltverhardingen. Als de volledige asfaltverharding na 1994 is aangelegd, kan vrijwel zeker worden gesteld dat het asfalt teervrij is. Een na 1994 aangelegde deklaag geeft echter onvoldoende informatie. Onderliggende asfaltlagen en kleeflagen kunnen immers vóór 1995 zijn aangelegd en mogelijk teerhoudend zijn. Het Asfalt waarvan de wegbeheerder zich wil ontdoen is volgens de Wet milieubeheer een afvalstof. Afvalstoffen moeten worden afgegeven aan erkend inzamelaar of verwerker. Indien niet kan worden aangetoond dat het asfalt na 1994 is aangelegd dient het asfalt te worden beschouwd als verdacht op teerhoudendheid en is asfaltonderzoek verplicht. Het onderzoek heeft derhalve tot doel de juiste bestemming van het asfalt te bepalen (thermische reiniger of hergebruik in asfaltcentrale).

De analyseresultaten voor asfalt worden vergeleken met de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit van 20 december 2007 (inclusief de wijzigingen). De uitkomst van een beoordeling is samengevat in bijlage 5 (toetsingskader).

5.2.

Granulaten De aangetroffen fundatielagen bevat meer dan 50% bodemvreemd materiaal. Dit betekent dat deze lagen niet als bodem wordt beschouwd en daarom niet onder de Wet bodembescherming valt. De resultaten zijn, voor zover mogelijk getoetst aan de hergebuiksnormen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit bodemkwaliteit. De landelijke normen voor asbest in bouwstoffen zijn vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De hergebruikwaarden voor asbest in bouwstoffen zijn opgenomen in bijlagen A en B van de Regeling bodemkwaliteit. De waarde van 100 mg/kg ds geldt als eis, mits het asbest niet opzettelijk aan de bouwstof is toegevoegd (zie Productenbesluit asbest).

13 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

5.3.

Grond en grondwater Voor het toetsen van de analyseresultaten zijn verschillende toetsingskaders beschikbaar. Een toelichting op de toetsingskaders is opgenomen in bijlage 5. Welke toetsingskaders van toepassing zijn is afhankelijk van de doelstelling van het bodemonderzoek. Voor dit onderzoek zijn de analyseresultaten getoetst aan: § De Wet bodembescherming: - beoordelen of de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de aan te vragen omgevingsvergunning voor bouwen; - beoordelen of bij graafwerkzaamheden rekening gehouden moet worden met een wettelijke saneringsprocedure; - beoordelen van de bodemkwaliteit ten behoeve van het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit; § Het Besluit bodemkwaliteit / Tijdelijk Handelingskader PFAS (vanaf 1,0 m-mv): - indicatie hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond § Veiligheidsklassen - indicatie of bij werken in of/met de grond op de locatie rekening moet worden gehouden met aanvullende arbo-maatregelen om onacceptabele blootstelling aan verontreinigingen te voorkomen. § PFAS toetsing: - Toetsing aan landelijk beleid (Tijdelijk handelingskader), d.d. 28 november 2019; - Toetsing aan beleid van provincie Noord-Holland; - Toetsing aan beleid van gemeente Amstelveen.

De fundatielaag bestaande uit een matige bijmenging aan beton en een matige bijmenging met grind met lokaal een zwak bijmenging aan hout onder het sport- en spelveld bevat meer dan 50% bodemvreemd materiaal. Dit betekent dat deze bodemlaag niet als bodem wordt beschouwd en daarom niet onder de Wet bodembescherming valt. De resultaten zijn, voor zover mogelijk getoetst aan de hergebuiksnormen voor niet vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit bodemkwaliteit.

6.

Analyseresultaten

6.1.

Asfalt In bijlage 7c zijn de resultaten van de constructieopbouw van het asfalt weergegeven. In bijlage 7d zijn de analysesresultaten van de teerhoudendheid van het asfalt weergegeven. Wandelpad De asfaltverharding ter plaatse van het wandelpad bestaat uit open asfaltbeton (OAB) op een laag van rubber (enkel niet waargenomen ter plaatse van constructieboring A01). Ter plaatse van constructieboring A01 is een aanvullende deklaag aangebracht bestaande uit dicht asfaltbeton (DAB) en onderliggend open asfaltbeton (OAB). Met de indicatieve PAK-marker zijn geen teerhoudende lagen aangetoond. Dit betekent dat het gehalte PAK in asfalt onder de 250 mg/kg ligt. De hergebruiksnorm voor PAK in

14 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

asfalt ligt op 75 mg/kg. Om na te gaan of het asfalt geschikt is voor hergebruik is daarom één analyse uitgevoerd op PAK in asfalt (zie bijlage 7e). In het samengestelde mengmonster van de asfaltlaag ter plaatse van constructieboringen A01 tot en met A03 (MSF01) is geen verhoogd gehalte aan PAK aangetoond (gehalte < 18 mg/kg d.s). Gezien het feit dat de hergebruikwaarde van 75 mg/kg ds in de onderzochte kernen niet wordt overschreden, kan worden geconcludeerd dat de asfaltverharding nietteerhoudend is. Sport- en spelveld De asfaltverharding ter plaatse van het sport- en spelveld bestaat uit deklaag van dicht asfaltbeton (DAB) met een onderliggende laag van gesloten asfaltbeton (GAB). Met de indicatieve PAK-marker zijn geen teerhoudende lagen aangetoond. Dit betekent dat het gehalte PAK in asfalt onder de 250 mg/kg ligt. Aangezien het sport- en spelveld is aangelegd na 1995 is door een negatieve uitslag van de indicatieve PAK-marker onderbouwd dat de asfaltverharding niet-teerhoudend is.

6.2.

Granulaten De analyse- en toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6 (beoordeling met BoToVa) en bijlage 7 (analysecertificaten). De onderzoeksresultaten van de onderzochte fundatielagen zijn weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Resultaten granulaten, indicatief Boring A04

Bodemlaag (diepte) Matig baksteen-, matig beton-, matig grind- en zwak

Monster PU01

Kwaliteit bouwstoffen

Kwaliteit bouwstoffen

(samenstelling)

(emissie)

Toepasbaar

Toepasbaar

(< samenstellingswaarde)

(< emissiewaarde)

houthoudend (0,15-0,5 m-mv) A05

Matig baksteen-, matig beton-, matig grindhoudend (0,15-0,4 m-mv)

15 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Fundatielaag sport- en spelveld De uitkomst van de indicatieve kwaliteitsbepaling van de fundatielaag onder de asfaltverharding van het sport- en spelveld is dat deze voldoen aan de samenstelling en uitloogwaarden uit het Besluit Bodemkwaliteit. In het samengestelde indicatieve asbestmengmonster van de fundatielaag onder de asfaltverharding van het sport- en spelveld (MMA1) is analytisch geen asbest aantroffen.

6.3.

Grond

6.3.1.

Milieuhygiënische parameters De analyse- en toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6 (beoordeling met BoToVa) en bijlage 7a (analysecertificaten). De beoordeling van de analyseresultaten voor grond is in tabel 6 samengevat. Tabel 6: Overschrijdingstabel grond Monster

Traject (m -mv)

> AW (+index)

> I (+index)

BBK monster-conclusie

MM1

0,00 - 0,50

Kwik (-)

-

Klasse wonen

Niet Toepasbaar

Lood (0,01) Molybdeen (-) MM2

0,08 - 0,50

Minerale olie (0,24)

-

MM3

0,40 - 1,00

-

-

Altijd toepasbaar

MM4

0,00 - 0,50

Kwik (-)

-

Klasse wonen

> industrie

Lood (-) PAK (som 10) (0,01) MM5

0,00 - 0,50

PCB (som 7) (0,36)

-

Klasse industrie

MM6

0,00 - 0,50

PCB (som 7) (0,01)

-

Altijd toepasbaar

MM7

0,00 - 0,55

Kwik (0,01)

-

Klasse wonen

Lood (0,1) PCB (som 7) (0,02) MM8

0,05 - 0,50

-

-

Altijd toepasbaar

MM9

0,00 - 0,50

PCB (som 7) (0,03)

-

Klasse industrie

MM10

0,50 - 1,05

-

-

Altijd toepasbaar

MM11

1,30 - 2,20

-

-

Altijd toepasbaar

MM12

1,00 - 1,70

Kwik (-)

-

Altijd toepasbaar

MM13

1,70 - 2,60

-

-

Altijd toepasbaar

Toelichting op de tabel: > AW

= gehalte groter dan achtergrondwaarde (AW)

>I

= gehalte groter dan interventiewaarde (I)

Index

= (gestandaardiseerd gehalte – AW) / (I – AW)

Bovengrond of eerst onderliggende bodemlaag onder asfalt en fundatielaag

16 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

De kleiige bovengrond in de westelijk gelegen groenstrook (MM1) is licht verontreinigd met kwik, lood en molybdeen. De zandige grond direct onder de asfaltverharding van het wandelpad (MM2) is licht verontreinigd met minerale olie. In zowel de kleiige grond onder de fundatielaag van het sport- en spelveld (MM3) als de zandige bovengrond rondom het pand Landtong 12 (MM8) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De zandige bovengrond ter plaatse van het grasveld (MM4) is licht verontreinigd met kwik, lood en PAK. Zowel de zandige bovengrond rondom het pand Kringloop 473 (MM5) als de zandige bovengrond rondom het pand Landtong 18 (MM6) en de zandige bovengrond rondom de panden Landtong 8 en 10 (MM9) is licht verontreinigd met PCB. De zandige bovengrond rondom het pand Landtong 16 (MM7) is licht verontreinigd met kwik, lood en PCB. Ondergrond Zowel de kleiige ondergrond met sporen slib op het noordelijk terreindeel (MM10) als de matig slibhoudende kleiige ondergrond in de centraal gelegen watergang (MM11) als de kleiige ondergrond zonder slib-bijmenging (MM13) zijn niet verontreinigd. De zwak slibhoudende kleiige ondergrond ter plaatse van de centraal gelegen watergangen en zuidoostelijke watergang (MM12) is licht verontreinigd met kwik. 6.3.2.

PFAS-verbindingen De grond dieper dan 1,0 m -mv is geanalyseerd op het voorkomen van PFASverbindingen. De analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 7a (analysecertificaten). De toetsing is weergeven in bijlage 10. De beoordeling van de analyseresultaten is in onderstaande tabel 7 samengevat.

17 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Tabel 7: Analyseresultaten en toetsing PFAS (grond > 1,0 m -mv) Analysemonster

Saneringscriterium (Noord-Holland)

Lokaal beleid Toetsing Tijdelijk Verhoogd gehalte (ug/kg ds) Hergebruik Handelingskader (Amstelveen) PFAS MM11 NV PFOS/PFOA-V * AW ** n.a. MM12 NV PFOS/PFOA-V * AW ** n.a. MM13 NV PFOS/PFOA-V * AW ** n.a. * toepassen op landbodem boven en onder grondwaterstand, ook in grondwaterbeschermingsgebied ** dit betreft de enkel de toetsing aan de gehalte van PFAS-verbindingen n.a. = niet aangetoond Lokaal beleid saneringscriterium (Noord-Holland): NV = Niet verontreinigd V = Verontreinigd (geen saneringsnoodzaak) EV = Ernstig verontreinigd (saneringsnoodzaak) Lokaal beleid hergebruik (Amstelveen) PFOS/PFOA-V = Vrij toepasbaar, geen belemmering voor toepassing (PFOS < 1,5 ug/kg d.s. en PFOA < 1,7 ug/kg d.s. PFOS/PFOA-T = Toepasbaar (PFOS: range 1,5 – 3,0 ug/kg d.s en PFOA: range 1,7 – 7,0 ug/kg d.s.) PFOS/PFOA-W = Wonen (PFOS: range 3,0 – 5,0 ug/kg d.s en PFOA: range 7,0 – 89,0 ug/kg d.s.) PFOS/PFOA-I = Industrie (PFOS: range 5,0 – 50,0 ug/kg d.s en PFOA: range 89,0 – 170,0 ug/kg d.s.) PFOS/PFOA-NT = Niet Toepasbaar, komt niet in aanmerking voor hergebruik Toetsing Tijdelijk Handelingskader PFAS: AW = Achtergrondwaarde (landbouw/natuur) WO = Wonen NT = Niet Toepasbaar

In zowel matig slibhoudende kleiige ondergrond in de centraal gelegen watergang (MM11) als de zwak slibhoudende kleiige ondergrond ter plaatse van de centraal gelegen watergangen en zuidoostelijke watergang (MM12) en de kleiige ondergrond zonder bodemvreemde bijmengingen (MM13) zijn geen verhoogde gehalten aan PFASverbindingen aangetoond.

6.4.

Grondwater De analyse- en toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6 (beoordeling met BoToVa) en bijlage 7c (analysecertificaten). De beoordeling van de analyseresultaten voor grond is in tabel 8 samengevat. Tabel 8: Overschrijdingstabel grondwater Monster

Filterdiepte (m -mv)

> S (+index)

>I (+index)

01-1-1

2,20 - 3,20

Barium (0,08)

-

Xylenen (som) (0,01) 02-1-1

2,50 - 3,50

Barium (-)

-

Xylenen (som) (0,01) 03-1-1

3,00 - 4,00

Barium (0,02)

-

Xylenen (som) (0,01) Toelichting op de tabel: >S

= gehalte groter dan streefwaarde (S)

>I

= gehalte groter dan interventiewaarde (I)

Index

= (gestandaardiseerd gehalte – S) / (I – S)

18 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Het freatisch grondwater ter plaatse van de peilbuizen 01, 02 en 03 is licht verontreinigd met barium en xylenen.

7.

Conclusies en advies

7.1.

Aanleiding en doel Op een locatie in de omgeving van adreslocatie Landtong 16 e.o (Park Groenelaan) te Amstelveen is een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, het asfalt ter plaatse van het wandelpad en sport- en spelveld, in verband met herontwikkeling (plegen nieuwbouw en herinrichting). Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740, strategie voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging. In verband met het grondverzet in de toekomst is het standaardpakket grond uitgebreid met analyses op PFAS-verbindingen (28) uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS, d.d. 8 juli 2019 op de bodemlagen dieper dan 1,0 m-mv. Het verhardingsonderzoek is uitgevoerd conform de CROW210, strategie voor asfalt aanbracht vóór 1995 ter plaatse van het wandelpad en ter plaatse van het sport- en spelveld de stategie voor asfalt na 1994. Het funderingsmateriaal onder de asfaltverharding van het sport- en spelveld is indicatief onderzocht op de aanwezigheid van asbest en hergebruiksmogelijkheden als niet-vormgegeven bouwstof.

7.2.

Resultaten verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Het was niet mogelijk om inpandig boringen uit te voeren ter plaatse van de bestaande bebouwing, aangezien de panden in gebruik blijven totdat deze gesloopt worden. Hierdoor is enkel bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het omliggend terrein. Bodemkwaliteit Bij het veldwerk zijn ter plaatse van een voormalige watergangen indicaties van een slootdempingen naar voren gekomen. Vermoedelijk zijn de voormalige watergangen voorafgaand aan het dempen met gebiedseigen grond niet gebaggerd. Ter plaatse van boring 08 (gedempte watergang uit het verleden ten zuidwesten van de locatie) zijn geen bodemvreemde bijmengingen in de ondergrond aangetroffen. De bodemopbouw ter plaatse van de gedempte watergangen wijkt niet af van het overige terrein. Vermoedelijk zijn is deze watergang gedempt met gebiedseigen grond. In algemene zin is de bodem niet of maximaal licht verontreinigd met enkele zware metalen (kwik, lood en molybdeen), PAK en PCB. PFAS-verbindingen zijn niet aangetroffen in gehalten boven de detectielimiet in de bodemlagen dieper dan 1,0 m-mv.

19 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

De in dit onderzoek vastgestelde bodemkwaliteit komt overeen met de bodemkwaliteit in voorgaand onderzoek. Er zijn in het vooronderzoek ook geen (nieuwe) activiteiten naar voren gekomen die geleid kunnen hebben tot een verslechtering van de bodemkwaliteit. De aangetroffen licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd met barium en xylenen. Asfaltverharding wandelpad Gezien het feit dat de hergebruikwaarde van 75 mg/kg d.s. in de onderzochte kernen van de asfaltverharding niet wordt overschreden, kan worden geconcludeerd dat het onderzochte asfalt niet-teerhoudend is in aanmerking komt voor hergebruik indien deze vrijkomt. Asfaltverharding en fundatielaag sport- en spelveld Met de indicatieve PAK-marker zijn geen teerhoudende lagen aangetoond. Dit betekent dat het gehalte PAK in asfalt onder de 250 mg/kg ligt. Aangezien het sport- en spelveld is aangelegd na 1995 is door een negatieve uitslag van de indicatieve PAK-marker onderbouwd dat de asfaltverharding niet-teerhoudend is en daarmee in aanmerking komt voor hergebruik indien deze vrijkomt. Het funderingsmateriaal onder de asfaltverharding bestaat uit een matige bijmenging aan beton en een matige bijmenging met grind met lokaal een zwak bijmenging aan hout.

Het materiaal komt, op basis van het indicatief kwaliteitsonderzoek, in aanmerking voor hergebruik elders als niet-vormgegeven bouwstof. In het samengestelde indicatieve asbestmengmonster van de fundatielaag onder de asfaltverharding van het sport- en spelveld is analytisch geen asbest aantroffen.

7.3.

Advies Met het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit rondom de aanwezige bebouwing tot de onderzochte diepte voldoende vastgesteld. De op de locatie aangetroffen maximaal licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding om aanvullend onderzoek uit te voeren. De bodemkwaliteit ter plaatse van de bebouwing kan worden vastgesteld vlak voor of nadat de bebouwing wordt gesloopt. Grondverzet (Graaf)werkzaamheden in (licht) verontreinigde grond zijn aan regels gebonden. Deze regels hebben betrekking op: [1] Meldingsplicht grondwerkzaamheden; [2] Uitvoering en begeleiding grondwerk door gecertificeerde bedrijven [3] Arbo-maatregelen om blootstelling aan verontreinigde grond te voorkomen; [4] Afvoer en hergebruik van verontreinigde grond en vrijkomend materiaal.

20 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Ad 1. Meldingsplicht grondwerkzaamheden: Er is sprake van licht verontreinigde grond en licht verontreinigd grondwater. Wanneer in het kader van de geplande werkzaamheden meer dan 50 m3 (licht) verontreinigde grond wordt ontgraven of meer dan 1.000 m3 (licht) verontreinigd grondwater wordt onttrokken dient de start van deze werkzaamheden, op basis van art. 28 van de Wet bodembescherming, te worden gemeld. Het meldingsformulier kan worden gevonden op de website van het bevoegd gezag Wet bodembescherming Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De melding dient uiterlijk 5 werkdagen voor de start te worden ingediend. Bij lozing van drainage- of bemalingswater en afvoer via het gemeentelijk riool is toestemming van de gemeente vereist. Bij een lozing op het oppervlaktewater wordt geadviseerd contact op te nemen met de waterbeheerder. Afhankelijk van de omvang van de lozing kan een vergunning of aanvullend onderzoek worden verlangd. Ad 2. Uitvoering en begeleiding grondwerk door gecertificeerde bedrijven Er worden ten aanzien van werken in verontreinigde grond geen eisen gesteld aan de aannemer. Milieukundige begeleiding van de werkzaamheden is niet noodzakelijk. Ad 3. Arbo-maatregelen om blootstelling aan verontreinigde grond te voorkomen: De veiligheidsklassen zijn bepaald op basis van de aangetroffen gehalten op monsterniveau.

Hierbij is nog geen rekening gehouden met andere aspecten van de werkzaamheden die de veiligheidsklasse kunnen beïnvloeden. De gemeten gehalten liggen onder de drempelwaarden zoals die in de CROW400 zijn vastgesteld. Dit houdt in dat bij graafwerkzaamheden rekening moet worden gehouden met arbo-maatregelen conform het niveau ‘basishygiëne’, zoals omschreven in de CROW400. Voor werkzaamheden in/met secundaire bouwstoffen (zoals de fundatielaag onder de asfaltverharding van het sport- en spelveld) worden in de CROW400 geen veiligheidsklasse toegekend. Wel worden in de CROW400 beheersmaatregelen voorgeschreven om eventuele emissies te voorkomen. Ad 4. Afvoer en hergebruik van verontreinigde grond en vrijkomend materiaal. Het uitgevoerde onderzoek kan niet worden gebruikt als kwaliteitsverklaring voor hergebruik van de grond buiten het beheersgebied regio Amstelland-Meerlanden (raadpleeg hiervoor de actuele toepassing-eisen bij het bevoegd gezag). Asfalt Op basis van de uitkomsten van het asfaltonderzoek kan door de aannemer een vreesplan worden opgesteld en worden bepaald hoeveel asfalt er vrijkomt. Het niet-teerhoudende asfalt kan bij een asfaltcentrale worden aangeboden voor hergebruik.

21 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Fundatie onder asfaltverharding sport- en spelveld De fundatie onder de asfaltverharding van het sport- en spelveld betreft geen bodem. Als deze laag moet worden afgevoerd kan deze op basis van onderhavig bodemonderzoek worden aangeboden bij een erkend verwerker. Wanneer de fundatielaag niet op of nabij dezelfde plaats in hetzelfde werk wordt toegepast in een ander werk, dan hoeft de kwaliteit van de bouwstoffen niet opnieuw te worden bepaald. De voorwaarde hierbij is dat de bouwstoffen niet worden bewerkt en niet van eigenaar veranderen en onder dezelfde condities worden toegepast. De toepassing moet wel vijf werkdagen van tevoren worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit.

22 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

Grond De grond mag na ontgraving altijd worden teruggeplaatst op of nabij de locatie waar de grond is ontgraven. Voorwaarde is dat de grond niet mag zijn bewerkt en onder dezelfde condities wordt toegepast. Zandige grond direct onder de asfaltverharding van het wandelpad Als op de locatie graafwerkzaamheden plaatsvinden dan heeft de vrijkomende grond, getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, de kwaliteit “niet toepasbaar” (indicatieve toetsing). Als de grond moet worden afgevoerd kan deze op basis van onderhavig bodemonderzoek worden aangeboden bij een erkend verwerker conform de BRL7500. Een actueel overzicht van deze verwerkers kunt u vinden op de website van Rijkswaterstaat. De grond komt niet in aanmerking voor hergebruik elders. Overig vrijkomende grondstromen De vrijkomende grond heeft, getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit, maximaal de kwaliteit “industrie” (indicatieve toetsing). Het uitgevoerde onderzoek is niet bedoeld om te dienen als kwaliteitsverklaring voor hergebruik van de grond buiten de onderzoekslocatie. Op basis van onderhavig bodemonderzoek kan de grond worden aangeboden bij een conform de BRL9335 erkende verwerker of grondbank. Een actueel overzicht van deze grondbanken kunt u vinden op de website van Rijkswaterstaat.

Voor de toepassing elders adviseren wij u de lokaal geldende bodembeheernota te raadplegen of de onderzoek- en toepassingeisen bij het bevoegd gezag te verifiëren. PFAS in grond De bodem tot 1,0 m-mv komt op basis van de ontgravingskaart in aanmerking voor hergebruik met bodemkwaliteitsklasse ‘PFOS-PFOA vrij toepasbaar (o.b.v. P80)’. De waardes voor PFOS liggen lager dan 1,5 ug/kg.d.s. en voor PFOA lager dan 1,7 ug/kg d.s. Ten aanzien van PFAS-verbindingen in de bodemlagen dieper dan 1,0 m-mv geldt dat er geen belemmering is voor het toepassen op landbodem (zowel boven als onder grondwaterstand), kwaliteitsklasse: ‘PFOS/PFOA-vrij toepasbaar’. Tevens komen deze bodemlagen in aanmerking voor toepassing in een grondwaterbeschermingsgebied.

23 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Landtong e.o te Amstelveen

8.

Certificering Wareco heeft het onderzoek uitgevoerd als onafhankelijke partij. De grond waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden is geen eigendom van Wareco. Wareco is gecertificeerd conform de NEN-EN-ISO 9001: 2008 en 14001: 2004, de BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn Milieukundige Begeleiding) voor de protocollen 6001 en 6003, de BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) voor de protocollen BRL 2001 en BRL 2002. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Sialtech te Houten, de heer B. Benjamins. De watermonstername is uitgevoerd door Sialtech te Houten, door de heer M. Joris. Bij het veldwerk is rekening gehouden met de specifieke eisen die gelden voor veldwerk in het kader van onderzoek naar PFAS-verbindingen zoals verwoord in: “Handelingskader Polyen Perfluoralkylstoffen (PFAS) veldwerk, Expertisecentrum PFAS, versie juli 2019. Sialtech is gecertificeerd conform de BRL SIKB 2000 voor de uitgevoerde werkzaamheden. Van het veldwerk is een afrondende rapportage gemaakt (bijlage 2). De chemische analyses zijn uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium Omegam te Amsterdam. Door Wareco is nagegaan of het veldwerk en analyses die in onderaanneming zijn uitgevoerd, voldoen aan de eisen van de BRL SIKB 2000 en de AS3000.

Op de volgende punten is van de BRL afgeweken: Onvoldoende monstermateriaal MMA1 Bij onderzoek in het kader van NEN 5987 is een minimale monstergrootte verplicht. Voor de sterk baksteenhoudende laag (puinfundatie, meer dan 50% (V/V) bodemvreemd materiaal is de minimaal vereiste monsterhoeveelheid 25 kg ds. Door het laboratorium is 3,575 kg ds. in behandeling genomen. Aangezien er bij de visuele inspectie van het opgeboorde materiaal ter plaatse van boorlocatie A04 en A05 van het in het veld samengestelde asbestmengmonster MMA1 geen asbestverdachte materialen (grove fractie) zijn waargenomen en in de onderzochte fracties geen asbest is aangetroffen, geldt voor de graafwerkzaamheden in deze laag de hypothese “onverdacht op asbest” kan worden aangehouden.

24 Definitief

201398 RAP20200512

20-5-20

BIJLAGE 1 Locatietekening

BIJLAGE 2 Veldwerkrapportage

Project: 20.0465

Veldwerk rapport Veldwerk Nummer Project Nummer Projectleider Datum start veldwerk Gegevens opdrachtgever Opdrachtgever Project Nr. opdrachtgever Contactpersoon Telefoon 2e Contactpersoon Veldwerk Nummer

V20.1871 20.0465 Rinke Timmerman

Wareco Amsterdam B.V. 201398 Dhr. K. Hoogeboom 020-7504600

Adresgegevens onderzoekslocatie Land Nederland Plaats Amstelveen/Amsterdam Straat en nummer Landtong 16 e.o.

Pagina 1 van 3

Project: 20.0465

Checklist veiligheid Standaard checklist Wordt er op het project een mechanische boorstelling gebruikt? Kijk of de volgende zaken in orde zijn alvorens op pad te gaan:

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Zijn alle benodigde PBM's (laarzen, overall, veiligheidsbril, helm etc..) aanwezig en gekeurd? Is er in de bus een brandblusser aanwezig en is deze gekeurd? Is er in de bus EHBO-kist aanwezig en is deze gekeurd? Zijn alle medewerkers goed uitgerust? Is duidelijk wie er projectleider is? Is is voldoende instructie gegeven over de VGM-aspecten van het project? Is de APK-keuring van het voertuig nog geldig? Is de keuring van alle benodigde boor- en meetmiddelen en gereedschap nog geldig? Is alle documentatie over de klus aanwezig (veldwerkformulier / KLIC-kaarten / telefoonnr. etc.)? Is er bekend of en welke verontreiniging er aanwezig is en zijn de PBM's hier op afgestemd? Bovenstaande is gecontroleerd door (alle betrokken veldwerkers moeten tekenen):

Getekend door: 27-03-2020

bert benjamins

27-03-2020

kobrin muller

Pagina 2 van 3

Project: 20.0465

Veldverslag Veldmedewerkers 27-03-2020 27-03-2020

Bert benjamins kobri muller

Contact met opdrachtgever 27-03-2020

kelvin hoogeboom

gps

Was de voorinformatie correct? Zijn er problemen opgetreden? Is het onderzoek volgens aangeven protocollen uitgevoerd?

Ja Nee Ja

SIKB BRL

2000

Protocol

P2001, P2002, P2018

Is er asbest aangetroffen?

Nee

Type meetmiddel wat is gebruikt:

ec meter

EC werkwater Controle/kalibratie uitgevoerd:

ja

Controle vastgelegd in logboek:

ja

KLIC Nummer: Verplicht bij mechanische boorwerkzaamheden in NL Lees onderstaande goed voordat je tekent Ik verklaar hierbij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd en dat ik op generlei wijze belangen heb, gekoppeld of gelieerd ben aan het onderzoek anders de uitvoering hiervan. Het onderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de aangeven protocollen en de daarbij horende certificatie schema's. Sialtech B.V.is volgens alle bovengenoemde SIKB BRL's en Protocollen gecertificeerd en door de overheid erkend.

Getekend door: 27-03-2020

Bert benjamins

Pagina 3 van 3

Adviseur

7-4-2020

K.Hoogeboom

Wareco

01_uitz pb01 bopb 02_uitz

119860.704 119861.982 119902.073

477956.728 477957.412 477911.966

-4.172 -4.143 -4.197

05_uitz 06_uitz 07_uitz

119948.939 119841.285 119965.055

477932.811 477913.865 477884.112

-4.623 -4.295 -4.607

11_uitz 12_uitz 13_uitz 14_uitz 15_uitz 16_uitz 17_uitz 18_uitz 19_uitz

119875.091 119945.924 119989.722 119980.109 119937.841 119895.752 119867.386 119832.865 119823.430

477959.712 477943.866 477924.124 477898.010 477913.176 477926.077 477941.930 477953.424 477931.011

-4.260 -4.752 -4.787 -4.852 -4.593 -4.261 -4.148 -4.209 -4.318

21_uitz 22_uitz 23_uitz 24_uitz 25_uitz 26_uitz 27_uitz 29_uitz 30_uitz 31_uitz 32_uitz 33_uitz 34_uitz

119886.895 119928.846 119970.985 119958.387 119918.757 119887.042 119864.488 119811.106 119798.220 119824.375 119847.305 119876.912 119910.408

477904.433 477886.312 477870.477 477843.501 477859.251 477871.358 477881.237 477902.050 477875.764 477866.767 477857.276 477845.196 477833.211

-4.106 -4.475 -4.830 -4.878 -4.310 -4.221 -4.324 -4.215 -4.266 -4.080 -4.176 -4.034 -4.241

A01_uitz A02_uitz A03_uitz A04_uitz A05_uitz

119982.599 119957.812 119941.921 119948.072 119955.000

477916.130 477855.236 477813.001 477900.019 477886.983

-4.579 -4.396 -4.440 -4.458 -4.470

Wareco project: 201398 Landtong 16 e.o te A'veen Boring 01 B. Benjamins (Sialtech) 26 en 27 maart 2020

Wareco project: 201398 Landtong 16 e.o te A'veen Boring 02 B. Benjamins (Sialtech) 26 en 27 maart 2020

Wareco project: 201398 Landtong 16 e.o te A'veen Boring 03 B. Benjamins (Sialtech) 26 en 27 maart 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=a3b5a41e-fcd6-4dbb-8a44-26f715d31da6