Zienswijzennota Omgevingsprogramma Erfgoed
Tekst van het document
Zienswijzennota
Inhoud 1.
Inleiding ..........................................................................................................................3 1.1.
2.
3.
Vervolg procedure omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040 ....................................3
Zienswijzen .....................................................................................................................3 2.1.
Zienswijze Gilde Amersfoort .....................................................................................3
2.2.
Zienswijze SIESTA.....................................................................................................6
Ambtshalve wijzigingen ....................................................................................................8
2
1. Inleiding Het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040: Amersfoort Erfgoedstad – Samen beleven, versterken en doorgeven heeft gedurende 6 weken van 18 december 2025 tot en met 29 januari 2026 ter inzage gelegen. Iedereen kon reageren door het indienen van een zienswijze. Binnen deze termijn heeft het college van burgemeester en wethouders twee zienswijze ontvangen. Deze zienswijzen voldoen aan de voorwaarden en zijn daarmee ontvankelijk. Daarnaast hebben twee erfgoedbelangenverenigingen laten weten veel van hun inbreng in het ontwerp-omgevingsprogramma te herkennen en derhalve geen zienswijze in te dienen. In hoofdstuk 2 is beschreven hoe het college deze zienswijzen heeft beoordeeld en tot welke concrete tekstwijzigingen deze zienswijzen en reacties hebben geleid. Deze nota maakt voor de indieners van de zienswijzen en voor de gemeenteraad inzichtelijk wat de reactie van het college op de zienswijzen is.
1.1. Vervolg procedure omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040 Het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040 met de daarin opgenomen wijzigingen uit deze zienswijzennota wordt ter vaststelling aan het college van burgemeester en wethouders aangeboden. Als het college het ontwerp-omgevingsprogramma vaststelt, wordt aan de raad gevraagd om wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college.
2. Zienswijzen In dit hoofdstuk worden de zienswijzen samengevat en van reactie voorzien. In de conclusie is aangegeven of de zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het ontwerpomgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040.
2.1. Zienswijze Gilde Amersfoort Datum 26 januari 2026 Samenvatting 1. Gilde Amersfoort kan zich goeddeels vinden in de strekking en uitwerking van deze nieuwe visie. Zij vraagt, naast aandacht voor nieuw erfgoed, blijvend aandacht voor het monumentale erfgoed in de historische binnenstad. 2. Gilde Amersfoort geeft aan dat in geval van het aanwijzen van nieuw erfgoed, dit in transformatiegebieden een belangrijke identiteitsdrager kan vormen. Gilde Amersfoort onderschrijft de voorgenomen thema’s voor nieuw erfgoed; zij willen daarbij het belang van het behoud van historische elementen van de Grebbelinie extra benadrukken. 3. Gilde Amersfoort benadrukt het belang van tijdige participatie en overleg bij de onderkenning en het behoud van erfgoedwaarden in transformatiegebieden. 4. Gilde Amersfoort benadrukt het belang van het doen van onderzoek naar nieuw erfgoed. 5. Gilde Amersfoort onderschrijft de aandacht voor de maatschappelijke en economische waarden van erfgoed, het versterken van kennisdeling en kennis over het Amersfoorts erfgoed. 6. Gilde Amersfoort geeft aan dat het versterken van kennisdeling en kennis over het Amersfoorts erfgoed naadloos aansluit bij de missie van Gilde Amersfoort. Daarmee onderschrijven zij de ambitie voor de Erfgoedagenda, Erfgoedraad en Erfgoedcafé. 3
7. Gilde Amersfoort benoemt het belang van de Open Monumentendagen als een van de jaarlijkse hoogtepunten voor kennisdeling, wat in het ontwerp-omgevingsprogramma als belangrijk onderdeel wordt benoemd. Gilde Amersfoort rekent op blijvende ondersteuning van de kant van de gemeente voor bij de organisatie van deze dagen. 8. Gilde Amersfoort geeft aan blij te zijn met de ondersteuning vanuit de gemeente voor organisaties als VVV, Waterlijn, Gilde en Levende Historie. 9. Gilde Amersfoort is benieuwd hoe de inzet op kennisdeling met lokale organisaties vorm krijgt, dit kan op vele manieren. Zij neemt graag deel aan gesprekken over dit onderwerp. 10. Gilde Amersfoort is van mening dat het positief is dat de gemeente aan de slag gaat met informatieborden in de binnenstad. Zij wil benadrukken dat het niet alleen gaat om het plaatsen maar ook om het onderhouden van deze borden. Vandalismebestendigheid is een aandachtspunt. 11. Gilde Amersfoort merkt op dat op de ANWB-bordjes in de binnenstad soms verkeerde informatie staat en verzoekt de gemeente om hier iets aan te doen. 12. Gilde Amersfoort merkt op dat op bladzijde 53 van het ontwerp-omgevingsprogramma bij de opsomming over erfgoed-hub het Collectiecentrum Nederland en de erfgoedinstellingen in klooster OLV ter Eem ontbreken. 13. Gilde Amersfoort wijst op haar naamswijziging met het verzoek dit in het stuk aan te passen. Reactie 1.
Als gemeente onderschrijven we dit uitgangspunt. We besteden extra aandacht aan de kwaliteit van de beschermde stadsgezichten. Dit geldt voor de ruimtelijke kwaliteiten, de gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. In deze gebieden zijn de waarden en de ruimtelijke samenhang hoog. De binnenstad krijgt daarbij prioriteit, zie p.19 Aandacht kwaliteit beschermde stadsgezichten van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 20262040. 2. Wij passen het ontwerp aan omdat deze reactie aansluit op de uitgangspunten van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040: We onderzoeken de historische Grebbelinie en een eventueel aanvullende bescherming van de nu onbeschermde delen als gemeentelijk (archeologisch) monument. We kijken naar de mogelijkheden om de totale structuur van de linie meer zichtbaar en beleefbaar te maken, onder meer door het toevoegen van informatieborden. Het versterkt de identiteit van deze zone in de stad en biedt ook kansen voor toerisme en recreatie. 3. Dit punt staat al verwoord in het ontwerp-omgevingsprogramma. In de Omgevingswet (2024) is vastgelegd dat het belang van erfgoed mee moet wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ontwikkelde twee instrumenten waarmee gemeenten en initiatiefnemers invulling kunnen geven aan deze eis.
Met de gebiedsbiografie (of cultuurhistorische analyse) en het transformatiekader maken we cultuurhistorische waarden een zorgvuldig onderdeel van (complexere) ruimtelijke opgaves. Zie paragraaf Gebiedsbiografie en transformatiekader op pagina 16 e.v. van het ontwerpomgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. Ook het platform voor samenwerking, de Erfgoedagenda kan hieraan bijdragen, zie pagina 51 e.v. van het ontwerpomgevingsprogramma, evenals regulier periodiek overleg met de erfgoedbelangenorganisaties. Daarnaast hanteren we een participatieve aanpak bij aanwijzen van monumenten en monumentale structuren, zie pagina 33 e.v. van het ontwerpomgevingsprogramma. 4
4. De kennis uit de stad vormt een belangrijke bijdrage voor de aanwijzing van nieuw erfgoed. Ook het platform voor samenwerking, de Erfgoedagenda, kan aan kennisuitwisseling bijdragen, zie pagina 51 e.v. van het ontwerp-omgevingsprogramma. 5. Dit uitgangspunt is zo verwoord in het ontwerp-omgevingsprogramma, zie onder meer paragraaf 6.4 Kennisdeling en publieksparticipatie, op pagina 49. 6. Dit uitgangspunt is zo verwoord in het ontwerp-omgevingsprogramma. We willen een Erfgoedagenda introduceren om het historische verhaal van Amersfoort samen met de stad nog completer te krijgen. We onderzoeken samen met de erfgoedorganisaties welke vorm passend is voor de erfgoedraad. Zie paragraaf Dit gaan we doen, op pagina 52 van het ontwerp-omgevingsprogramma. 7. Het belang van de Open Monumentendagen is verwoord in het ontwerpomgevingsprogramma. Wij blijven de organisatie van deze dagen ondersteunen. De gemeente doet actief mee aan de Open Monumentendagen, hierbij betrekken we de jeugd actief. Sinds 2017 leiden ook juniorgidsen (basisonderwijs en deels voortgezet onderwijs) tijdens de Open Monumentendagen honderden bezoekers rond in het Amersfoorts erfgoed. We werken samen met onze erfgoedpartners aan kennisdeling in de stad. 8. De ondersteuning heeft ook betrekking op kennisdeling, bijvoorbeeld het beantwoorden van inhoudelijke vragen.
Daarnaast werken we bijvoorbeeld voor de Waterlijn mee aan de jaarlijkse cursusreeks voor vrijwilligers met inhoudelijke erfgoedinformatie. 9. Naast kennisdeling (beantwoording vragen, lezingen, ondersteuning cursussen) onderzoeken we of we dit kunnen uitbreiden naar een bredere basis. Ook het openbaar maken van een vondstendatabase wordt onderzocht. Gilde Amersfoort wordt uitgenodigd bij gesprekken over kennisdeling met lokale erfgoedorganisaties. 10. We nemen het advies met betrekking tot onderhoud en vandalismebestendigheid van informatiebordjes in de binnenstad ter harte. 11. De bedoeling is dat de nieuwe borden de oude, met soms verouderde of foutieve informatie, gaan vervangen. In het verleden zijn al enkele borden verwijderd. 12. De opsomming beoogt niet volledig te zijn, we zullen de genoemde instellingen toevoegen in de opsomming op pagina 53. 13. Dit passen wij aan. Conclusie 1. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 2. Bij de paragraaf Grebbelinie: bescherming en beleving op pagina 23 voegen we toe dat we ons inzetten voor het behoud van de historische elementen van de Grebbelinie. 3. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 4. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 5.
Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 6. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 7. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 8. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 5
9. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 10. Bij de paragraaf Betere informatievoorziening op pagina 53 voegen we toe dat we hierbij ook letten op het onderhoud en de vandalismebestendigheid van deze informatiebordjes. 11. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 12. Bij de paragraaf 6.6 Erfgoed en Toerisme op pagina 53 zal bij de opsomming van erfgoedinstellingen in de stad wordt ‘het Collectiecentrum Nederland en de erfgoedinstellingen in OLV Ter Eem’ toegevoegd. 13. Gilde Amersfoort wordt naar de juiste naam aangepast in de tekst.
2.2. Zienswijze SIESTA Datum 28 januari 2026 Samenvatting 1. SIESTA merkt op dat naast de historische kern van de stad andere delen van de stad ruimte bieden aan grootschaligere ontwikkelingen. In deze delen is het van belang dat maatregelen zich respectvol verhouden tot het industriële verleden. De nog aanwezige industriële gebouwen zijn dragers van een gebied. Bij veranderen van de functie verdwijnen vaak de verbonden gebouwen. Juist dan is het van belang om te zoeken naar het gebieds-DNA en daarop aan te sluiten met planvorming. In het ontwerp-omgevingsprogramma wordt op pagina 58 bij Karakteristieke industrie enkel gesproken over het unieke karakter van het Soesterkwartier, De Nieuwe Stad en Wagenwerkplaats, waarbij gewezen wordt op behoud van het karakter middels bebouwing, havenstructuren en elementen zoals de rollerbanen en spoorrails bij de Wagenwerkplaats. Dit is wat SIESTA betreft veel te summier. 2. SIESTA is verheugd dat de gemeente voornemens is Post65 gebouwen aan te gaan wijzen als gemeentelijk monument. Ze is teleurgesteld over de bijgevoegde planning waarin 2028 wordt genoemd. 3. SIESTA constateert dat onder het kopje Kennis verbreden op pagina 34 de zin ‘Aanwijzing van nieuw erfgoed is alleen zinvol als het ook toekomstbestendig kan worden gemaakt’ is gesteld, die volgt na een tekstuele uitleg over de kennisverbreding rond Post65-erfgoed.
SIESTA merkt op dat deze eis bij geen enkele andere categorie zo is verwoord en vindt dit onacceptabel. 4. SIESTA pleit voor het naar voren halen van onderzoek naar Post65 gebouwen, omdat deze anders een veel te groot risico lopen op verloedering en afbraak. Er is al inventarisatiewerk verricht. SIESTA valt op dat het streven is om een 15-tal Post65 en een 30-tal industriële gebouwen op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. SIESTA wil weten waarop deze aantallen zijn gebaseerd en waarom expliciet gebouwen en geen indicatie voor gebieden? 5. SIESTA merkt op dat het industrieel erfgoed en de Post65 gebouwen een belangrijke bijdrage (gaan) leveren aan de verhoging van de kwaliteit en leefbaarheid van deze stad en het zichtbaar maken van de tijdslijnen van de ontwikkeling van de stad. SIESTA pleit voor extra middelen en menskracht waarbij zij bereid zijn hun kennis ter beschikking te stellen. Reactie 1. De opgave voor het erfgoed in industrieel gebied is behoud van het industriële karakter en waarden bij gebiedstransformatie in deze gebieden. Dit gebeurt op verschillende 6
2.
3.
4.
5.
schaalniveaus. Een voorbeeld daarvan is behoud van de karakteristieke bebouwing, havenstructuur en elementen zoals de spoorrails en rollerbanen bij de Wagenwerkplaats. Voor zorgvuldige planvorming zijn benoemde instrumenten om deze erfgoedwaarden te distilleren een gebiedsbiografie of transformatiekader, zie pagina 16 van het ontwerpomgevingsprogramma. We zullen de tekst verduidelijken en een verwijzing hiernaar opnemen. Er zijn meerdere projecten vanuit de ambities die incidenteel extra budget vragen, bijvoorbeeld vanwege hun omvang, vernieuwende aanpak of samenwerkingsvorm. Dit extra budget is nodig om deze ambities in het Omgevingsprogramma Erfgoed te behalen. Deze opdrachten gaan pas van start zodra er dekking beschikbaar is. Het College zal deze betrekken bij een eventuele herprioritering in de besteding van middelen of meenemen in de integrale afweging bij de Kadernota. Het naar voren halen van een aanwijzingsronde voor Post65-erfgoed vraagt extra capaciteit en geld, wat nu niet beschikbaar is. Wel wordt er al gewerkt met een brede signaallijst van Post-65 panden (zoals opgenomen op de monumentenkaart. Bij transformaties is een erfgoedadvies al onderdeel is van de procedure. Aanvullingen op deze signaallijst zijn in deze fase al mogelijk. De oorspronkelijke zin heeft betrekking op de noodzakelijke kennisverbreding rond Post65erfgoed.
Het toekomstbestendig maken van monumenten is een belangrijke pijler (ook voor de bruikbaarheid ervan), daarom doen we aan kennisontwikkeling. De zin zal hierop worden aangepast. Zie voor planning het antwoord bij punt 2. Voor wat betreft de aantallen/soorten per categorie: deze staan nog niet vast, het betreft een schatting op basis van de reeds verrichte inventarisaties/onderzoeken. Het streven is om de monumentenlijst een goede afspiegeling te laten zijn van de tijdlagen in de stad. Het voornemen gaat niet alleen om gebouwen, maar ook om waardevolle gebieden/structuren, zoals de wijk Kattenbroek. Zie voor capaciteit het antwoord bij punt 2. Wij waarderen de inhoudelijke kennis van en samenwerking met SIESTA zeer en kijken uit naar het voortzetten van deze prettige constructieve samenwerking.
Conclusie 1. Bij de paragraaf Karakteristieke industrie op pagina 58 verduidelijken we wat er wordt bedoeld met het behoud van het industriële karakter en de waarden in deze gebieden, welke voorbeelden daarbij horen en dat voor zorgvuldige planvorming bij transformatiegebieden een gebiedsbiografie of transformatiekader de instrumenten zijn om brede erfgoedwaarden te onderzoeken en benutten bij toekomstige ontwikkelingen, met een verwijzing naar dit hoofdstuk in het omgevingsprogramma. 2. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 3. Bij de paragraaf Kennis verbreden op pagina 34 verduidelijken we dat het toekomstbestendig maken van monumenten een belangrijke pijler is, daarom doen we aan kennisontwikkeling. 4. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040. 5. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040.
7
3. Ambtshalve wijzigingen Er vinden verder ambtshalve geen wijzigingen, met uitzondering van enkel taalkundige correcties, plaats aan het ontwerp-omgevingsprogramma Erfgoed 2026-2040.
8