CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Was/wordt tabel behorende bij Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort 2026

Raadsvergadering 8 juli 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort 20264.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE Was/wordt tabel behorende bij Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort 2026 Omwille van de leesbaarheid worden in deze bijlage de voorgestelde wijzigingen van de APV en de toelichting daarop weergegeven. Uitsluitend de artikelen die wijzigen ten opzichte van de huidige APV zijn hieronder vermeld.    

In de linker kolom is de bestaande APV-tekst vermeld, zoals deze eerder door de raad is vastgesteld. De te wijzigen onderdelen zijn cursief weergegeven. Indien een geheel nieuwe tekst wordt toegevoegd is dat in de linker kolom dus niet zichtbaar. In de middelste wordt de nieuwe tekst weergegeven, zoals deze ter vaststelling door de raad wordt voorgesteld. De gewijzigde onderdelen zijn vet weergegeven. Wanneer een tekst(-gedeelte) vervalt is dat in de rechterkolom dus niet zichtbaar. Indien slechts een artikellid wijzigt wordt uitsluitend dat artikellid, met de bijbehorende wijzigingen, weergegeven. Het bestaan van voorgaande en opvolgende artikelleden wordt aangeduid met […]. De rechter kolom geeft de toelichting op de wijziging. Aangegeven wordt waarom de APV op het betreffende onderdeel gewijzigd wordt.

Bestaande tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: […] e. de houder dit verzoekt.

Nieuwe tekst Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: […] e. de houder dit verzoekt, of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met hetgeen in de vergunning of ontheffing is opgenomen in overeenstemming is.

Toelichting Soms zijn er indicaties dat de feitelijke situatie niet in overeenstemming is met de vergunde situatie. Bijvoorbeeld bij schijnbeheer, of wanneer er aanwijzingen zijn voor meer zeggenschaphebbenden dan in de registers van de KvK / op de vergunning vermeld staan. Op dit moment kan er niet in elke situatie wat mee worden gedaan, slechts bij twee APVvergunningen vormt deze situatie een intrekkingsgrond: - Art. 2:28b (weigeringsgronden exploitatievergunning horecabedrijf).

-

Art. 2.41b (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (ondermijningsartikel)).

Door het van die specifieke vergunningen te verplaatsen naar het algemene artikel 1:6 is het als kan-bepaling ook direct van toepassing op elke APV-vergunnings- of ontheffingssituatie. Daarnaast is dit een aanvulling op artikel 1:6, eerste lid, onder a, omdat zich situaties kunnen voordoen waarbij de juiste informatie is aangeleverd – of althans niet aantoonbaar is achtergehouden of onjuist gepresenteerd – maar het bestuursorgaan zich op het standpunt stelt dat zich desondanks een andere situatie voortdoet dan vergund.

Bestaande tekst Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. De vergunning kan bovendien worden geweigerd indien de aanvraag daartoe niet dan wel niet volledig is ingediend binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de activiteit waarvoor vergunning

Nieuwe tekst Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. De vergunning of ontheffing kan bovendien worden geweigerd indien de aanvraag daartoe niet dan wel niet volledig is ingediend binnen een redelijke termijn voorafgaand aan de activiteit

Toelichting In het tweede lid is de zinsnede ‘of ontheffing’ opgenomen om duidelijk te maken dat deze bepaling ook op ontheffingen van toepassing is Toevoeging van een vierde lid: soms zijn er indicaties dat de aangevraagde situatie niet in overeenstemming is met de feitelijke situatie. Bijvoorbeeld bij schijnbeheer, of wanneer er aanwijzingen zijn voor meer zeggenschaphebbenden dan in de registers van de KvK geregistreerd staan / aangevraagd zijn. Op dit moment kan er niet in elke situatie wat mee gedaan worden, want slechts bij twee APV-vergunningen vormt het een

wordt gevraagd. 3. Onder redelijke termijn als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan 8 weken, tenzij in een afzonderlijke bepaling een afwijkende termijn is opgenomen.

waarvoor vergunning of ontheffing wordt gevraagd. 3. Onder redelijke termijn als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan 8 weken, tenzij in een afzonderlijke bepaling een afwijkende termijn is opgenomen. 4. De vergunning of ontheffing kan eveneens worden geweigerd indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming is.

weigeringsgrond: - Art. 2:28b (weigeringsgronden exploitatievergunning horecabedrijf). - Art. 2.41b (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (ondermijningsartikel)). Door het van die specifieke vergunningen te verplaatsen naar het algemene artikel 1:8 is het als kan-bepaling ook direct van toepassing op aanvragen voor andere APV-vergunningen- of ontheffingen.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Toelichting op artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden

Toelichting op artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Aan de toelichting op artikel 2.1 wordt na de eerste alinea een nieuwe alinea ingevoegd. Het artikel zelf wijzigt niet.

[…] Onder uitdagend gedrag zoals genoemd in het eerste lid wordt bijvoorbeeld (maar niet limitatief) verstaan: (schijn-)gevechten, uitjouwen of naroepen, met aanstootgevende taal uitdagen of anderen (al dan niet met een voorwerp) hinderlijk aan te raken. […]

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 2:14 Winkelwagentjes gereserveerd

Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken;

Deze bepaling bestrijdt het ‘zwerfkarrenprobleem’ door winkelbedrijven te verplichten op winkelwagentjes een herkenningsteken aan te brengen en achtergelaten

[…]

b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.

winkelwagentjes direct te verwijderen. Ook degene die een winkelwagen onbeheerd op een openbare plek achterlaat kan op grond van dit artikel worden aangesproken. De tekst van dit artikel is conform de Model-APV van de VNG.

Bestaande tekst Artikel 2.24 Definities […] 4. Onder klein evenement wordt verstaan: een evenement dat een (buurt)barbecue, straatfeest of een daarmee gelijk te stellen evenement in de openlucht betreft, dat op één dag plaatsvindt waarbij niet meer dan 150 personen worden verwacht.

Nieuwe tekst Artikel 2.24 Definities […] vervallen

Toelichting Het derde lid van artikel 2:24 wordt opgenomen in artikel 2:25a. Dit komt de leesbaarheid ten goede.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 2:25 Evenement […] 5. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien:

Artikel 2:25 Evenement […] 5. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien:

De termijn in het tweede lid voor het aanvragen van een vergunning is vastgesteld op 14 weken. Dit volgt uit het in 2024 toegevoegde tiende lid van artikel 2:25.

a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten; b. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement; c. de aanvrager van een vergunning voor/de organisator van een vechtsportevenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. in de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld in het negende lid al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan; of e. de aanvraag minder dan 12 weken voor de datum van het evenement wordt ingediend en een redelijke beoordeling niet meer mogelijk is […]

a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten; b. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement; c. de aanvrager van een vergunning voor/de organisator van een vechtsportevenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. in de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld in het negende lid al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan; of e. de aanvraag minder dan 14 weken voor de datum van het evenement wordt ingediend en een redelijke beoordeling niet meer mogelijk is. […]

Samen met artikel 1:8, derde lid, is dat al een weigeringsgrond op zich. In 2:25, vijfde lid, staat echter nog 12 weken als termijn genoemd, wat verwarrend kan zijn voor aanvragers. Om die reden wordt de termijn ook hier op 14 weken gesteld.

Bestaande tekst Artikel 2.25a Klein evenement 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, is niet vereist voor een klein evenement, indien: a. het evenement tussen 7.00 uur en 24.00 uur plaatsvindt; b. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 7.00 uur en na 23.00 uur; c. er slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; d. het evenement geen ernstige

Nieuwe tekst Artikel 2.25a Klein evenement 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, is niet vereist voor een klein evenement, indien: a. het evenement maximaal een dag duurt, inclusief op- en afbouw; b. het aantal gelijktijdig aanwezige personen niet meer bedraagt dan 150; c. het evenement plaatsvindt tussen 7.00 uur en 24.00 uur op maandag tot en met zaterdag of tussen 13.00 uur en 23.00 uur op zondag,

Toelichting Het eerste lid van artikel 2:25a wordt aangepast om meer duidelijkheid voor organisatoren van kleine evenementen te scheppen en zo mogelijke verwarring te voorkomen. De inhoud van artikel 2:24, derde lid, wordt om die reden verplaatst naar 2:25a, eerste lid, onderdeel a en b. Uit onderdeel c volgt dat voor de dagen die op grond van artikel 1 van de Zondagswet gelijkgesteld zijn met de zondag (Hemelvaartsdag en eerste

belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. er een organisator is; en f. de organisator de burgemeester ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het kleine evenement in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier.

Hemelvaartsdag of eerste Kerstdag; d. er enkel muziek ten gehore wordt gebracht tussen 7.00 uur en 23.00 uur op maandag tot en met zaterdag, tussen 13.00 uur en 19.00 uur op zondag, of tussen 13.00 uur en 23.00 uur op Hemelvaartsdag en eerste Kerstdag en het geluidsniveau daarbij niet hoger is dan 60 dB(A), gemeten op 1,5 meter hoogte van de gevel van het dichtstbijzijnde gebouw met een woonfunctie; e. er ter plaatse geen eten, (alcoholhoudende) drank of andere goederen worden verkocht; f. er uitsluitend objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; g. het evenement geen ernstige belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; h. er een organisator is; en i. de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het kleine evenement melding heeft gedaan aan de burgemeester via het vastgestelde meldingsformulier. Bij de melding wordt een plattegrond of een indelingstekening op schaal ingediend.

Kerstdag) dezelfde tijden gelden waarop het evenement mag plaatsvinden. Het bestaande onderdeel b zorgt in de praktijk voor verwarring. Het wordt in sommige gevallen verkeerd gelezen waardoor het geluidsniveau dat in de praktijk wordt geproduceerd soms hoog is. Dit is om die reden aangepast opgenomen in onderdeel d. Muziek omvat zowel onversterkte als versterkte muziek, omdat beide vormen van geluid onaanvaardbare hinder kunnen veroorzaken voor buurtbewoners. Voor Hemelvaartsdag en eerste Kerstdag wordt afgeweken van de eindtijd van 19.00 uur voor het ten gehore brengen van muziek die geldt voor de zondagen en geldt in plaats daarvan de eindtijd die hoort bij de dag waarop deze feestdag valt. Voor Hemelvaartsdag is dat altijd een donderdag en geldt daardoor een eindtijd van 23.00 uur. Voor eerste Kerstdag is dit 23.00 uur, tenzij eerste Kerstdag op een zondag valt, dan geldt een eindtijd voor muziek van 19.00 uur. Onder gebouwen met een woonfunctie vallen ook woonwagens, woonboten en verzorgingshuizen. Door het verbod op het verkopen van eten, (alcoholhoudende) dranken en goederen (onderdeel e) wordt voorkomen dat kleine evenementen feitelijk braderieën zijn. Het is van belang dat er een indelingstekening (toevoeging in onderdeel i) bij de melding aangeleverd

wordt, om zo een goede inschatting te kunnen maken dat ten behoeve van het kleine evenement geen objecten worden geplaatst die een gevaarlijke of ongewenste situatie opleveren.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 2:28b Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de exploitatievergunning als: a. de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een daarmee gelijk te stellen regeling; b. niet is voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 2:28a; c. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. […]

Artikel 2:28b Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de exploitatievergunning als: a. de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een daarmee gelijk te stellen regeling; b. niet is voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 2:28a; […]

Nu artikel 1:8 wordt uitgebreid met de weigeringsgrond dat de feitelijke situatie niet overeenstemt met hetgeen is aangevraagd is voor alle vergunningen geldt is onderdeel c van dit lid overbodig.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 2:41b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat […] 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren: a. in het belang van het voorkomen van strafbare feiten;

Artikel 2:41b Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat […] 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren: a. in het belang van het voorkomen van strafbare feiten;

Nu de artikelen 1:6 en 1:8 worden uitgebreid met de weigerings- en intrekkingsgrond voor gevallen waarin de feitelijke situatie niet overeenstemt met hetgeen is aangevraagd danwel vergund, zijn lid 4 onderdeel d en lid 7 onderdeel h overbodig en worden deze geschrapt. De overige onderdelen worden omgeletterd.

b. indien de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de ondernemer of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of f. indien de vestiging of de bedrijfsmatige activiteiten in strijd zijn met een geldend omgevingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. […] 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. gehandeld wordt in strijd met het bij of krachtens dit artikel bepaalde; d. de ondernemer of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; e. de ondernemer of leidinggevende

b. indien de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de ondernemer of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of e. indien de vestiging of de bedrijfsmatige activiteiten in strijd zijn met een geldend omgevingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. […] 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. gehandeld wordt in strijd met het bij of krachtens dit artikel bepaalde; d. de ondernemer of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; e. de ondernemer of leidinggevende betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare

betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; h. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of i. de vestiging of de exploitatie van het bedrijf in strijd is met het geldend omgevingsplan, een ter inzage gelegd omgevingsplan, een voorbereidingsbesluit of daarmee gelijk te stellen regeling. […]

feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of; h. de vestiging of de exploitatie van het bedrijf in strijd is met het geldend omgevingsplan, een ter inzage gelegd omgevingsplan, een voorbereidingsbesluit of daarmee gelijk te stellen regeling. […]

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 2:57 Verboden plaatsen voor honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;

Artikel 2:57 Verboden plaatsen voor honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is;

Toevoeging van het eerste lid onder c maakt het mogelijk om, als daar aanleiding toe is, ook buiten de bebouwde kom plaatsen aan te wijzen waar honden moeten worden aangelijnd. Op dit moment geldt de aanlijnplicht alleen binnen de bebouwde kom. De toevoeging is in lijn met de model-APV.

b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats. […]

b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats. c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd. […]

Bestaande tekst Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht: a. ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd; en b. een deugdelijk opruimmiddel voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en dit op een eerste vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening, te tonen. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar de verplichting genoemd in het eerste lid, onder a, niet geldt. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hulphond. 4. Het bepaalde in het eerste lid, onder a, geldt niet voor het openbaar groen van de op grond van artikel 2:57, tweede lid, aangewezen losloopgebieden.

Nieuwe tekst Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht: a. ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd; en b. een deugdelijk opruimmiddel voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en dit op een eerste vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening, te tonen. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar de verplichtingen genoemd in het eerste lid niet gelden. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hulphond.

Toelichting Het aanwijzen van plaatsen waar geen opruimplicht voor uitwerpselen van honden geldt is op grond van het tweede lid voorbehouden aan het college. Door middel van deze wijziging, het schrappen van het vierde lid, wordt de directe koppeling tussen losloopgebieden en het ontbreken van een opruimplicht losgelaten. Hierdoor is het mogelijk dat een losloopgebied door het college wordt aangewezen als een locatie waar de opruimplicht niet geldt, maar geldt de opruimplicht wel indien het college het losloopgebied niet specifiek heeft uitgezonderd. Dit is nu al een categorie op de hondenkaart en middels bordjes in de stad aanwezig, maar nog niet als zodanig in de APV vastgelegd. Met deze wijziging sluit het artikel aan bij de model-APV.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college, ter voorkoming of beëindiging van overlast, aangewezen gebieden en tijden.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft geoordeeld dat een algemeen bedelverbod in strijd is met artikel 8 EVRM, dat het recht op eerbiediging van het privéleven beschermt. Beperkingen zijn alleen toegestaan als ze een legitiem doel dienen (bijvoorbeeld bescherming van de openbare orde) en noodzakelijk zijn. Daarom zal het bedelverbod na de wijziging alleen gelden voor door het college aangewezen gebieden en voor een periode, waar er sprake is van structurele overlast of verstoring van de openbare orde. Hiervoor zal het college een aanwijzingsbesluit kunnen nemen nadat de APV op dit punt gewijzigd is. Met deze wijziging sluit het artikel aan bij de model-APV.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen [...] 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een weg binnen de bebouwde kom. [...]

Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen [...] 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een weg binnen de bebouwde kom, zulks met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte. [...]

Toezichthouders van de afdeling VTH hebben op meerdere momenten handhavend opgetreden tegen het parkeren van grote voertuigen binnen de bebouwde kom. Hiervoor legden zij een bestuurlijke strafbeschikking op met feitcode R414B. Feitcode R414b is een aanduiding voor een parkeerexces: het buiten de toegestane tijdvakken parkeren van een voertuig dat (inclusief lading) langer is dan 6 meter op

een weg die door burgemeester of college van B&W hiervoor is aangewezen. Onlangs werden zij er echter door de Justitiële Informatiedienst op gewezen dat er geen gebruik kon worden gemaakt van deze feitcode, omdat het betreffende lid van dit artikel in de APV onvolledig was. In overleg is bovengenoemde aanvulling opgesteld met als achtergrond het onlangs vastgestelde Omgevingsprogramma Mobiliteit waaruit blijkt dat beschikbare parkeerruimte inmiddels in geheel Amersfoort dusdanig is dat het parkeren van grote voertuigen buiten de vastgestelde tijden buitensporig is. Door deze toevoeging aan het artikel kan weer worden gehandhaafd op het parkeren van te grote voertuigen binnen de bebouwde kom van Amersfoort.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of

Al sinds lange tijd wordt binnen de gemeente aangesloten bij het Landelijk collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). Het CBF is een onafhankelijke stichting die toezicht houdt op de inzameling van geld voor goede doelen. Vrijwel alle Nederlandse gemeenten zijn aangesloten bij het CBF. Het CBF is dan ook het eerste aanspreekpunt voor gemeenten voor vragen en ontwikkelingen op het gebied van fondsenwerving en goede doelen. Eén van de belangrijkste taken is het beoordelen van fondsenwervende instellingen. Veel gemeenten haken aan bij het Landelijk collecterooster.

wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. 4. Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor: a. een inzameling die in besloten kring gehouden wordt; b. een inzameling die is opgenomen in het Landelijk collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). 4. Het college kan onder door hem te stellen voorschriften vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen instellingen. 5. Het college kan een vergunning weigeren indien: a. de aanvraag betrekking heeft op een periode die in het Landelijk collecterooster al is ingevuld of waarvoor het college al een vergunning heeft verleend; b. de voorgenomen inzameling als duplicering van een op het Landelijk collecterooster van het CBF opgenomen inzameling aan te merken is; c. de aanvrager niet als bonafide kan worden aangemerkt. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Door dit Landelijk collecterooster te volgen, betekent dat er geen vergunning wordt geëist voor inzamelingen die in dit collecterooster zijn opgenomen. Dit wordt nu vastgelegd in het derde lid onder b. Overige aanvragen voor collectes worden alleen verleend voor de periodes die in dit landelijk collecterooster nog vrij zijn. In de praktijk loopt de uitvoering er tegenaan dat er geen specifieke weigeringsgronden zijn voor het weigeren van een aangevraagde collectevergunning. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een gedeeld inzamelingsdoel van een aanvrager met een organisatie die al volgens het landelijk collecterooster een periode toegewezen heeft gekregen. Daarnaast zijn er soms meerdere aanvragen voor dezelfde vrije periode en is niet vastgelegd dat deze vrije periode slechts door één inzamelaar kan worden ingenomen. Tenslotte zijn de mogelijkheden om een vergunning te weigeren wanneer sprake is van een nietbonafide organisatie nu niet aanwezig. Daarom is het vijfde lid toegevoegd met daarin de weigeringsgronden. Het is een kan-bepaling wat betekent dat altijd een belangenafweging moet plaatsvinden en gemotiveerd moet worden waarom er geweigerd wordt. Ten aanzien van weigeringsgrond c wordt eerst getoetst of een organisatie erkend is door het CBF. Indien dit het geval is, wordt aangesloten bij haar beoordeling.

Is het een organisatie die niet bekend is bij het CBF, dan zal de organisatie de Gedragscode brancheorganisatie Vereniging Direct

Dialogue Donateurwervers Nederland (hierna: DDDN) moeten onderschrijven. In deze Gedragscode zijn regels opgenomen voor het werven van leden en donateurs door persoonlijke gesprekken. De donateurwervers houden zich hierbij aan landelijke en lokale regelgeving, kunnen zich legitimeren, maken geen gebruik van een intimiderende of agressieve werkwijze en zijn goed getraind en geïnformeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17108973/3