CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Skaeve Huse_TAM-Omgevingsplan Skaeve Huse

Commissie Omgeving 13 mei 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Skaeve Huse (voorbereiding besluit - oordeelsvorming)17.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan TAMOmgevingsplan Hoofdstuk 22p Skaeve Huse Vastgesteld TAM-Omgevingsplan Skaeve Huse, Maart 2026

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Skaeve Huse

2

Inhoudsopgave TAM-Omgevingsplan Skaeve Huse

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

7 7 9

Hoofdstuk 3 Beleid op locatie 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 13 16

Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving 4.1 mer-beoordeling 4.2 Duurzaamheid en gezondheid 4.3 Sociale omgevingsaspecten 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Natuur 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Spuitzone 4.8 Geluid 4.9 Geur 4.10 Omgevingsveiligheid 4.11 Archeologie en cultuurhistorie 4.12 Bodem 4.13 Water 4.14 Ontplofbare oorlogsresten 4.15 Stikstof

23 23 24 25 25 26 28 29 30 31 33 37 38 40 44 44

Hoofdstuk 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Wettelijk vooroverleg 5.2 Participatie omgeving 5.3 Vaststellingsprocedure 5.4 Bezwaar en beroep

46 46 46 47 48

Hoofdstuk 6

Financiële uitvoerbaarheid

49

Hoofdstuk 7

Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties

50

3

TAM-Omgevingsplan Skaeve Huse

4

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor sommige inwoners van Amersfoort is het vanwege persoonlijk problemen lastig a om in een 'gewone' woonwijk zelfstandig te wonen. De gemeente Amersfoort is daarom voornemens om inwoners die moeite hebben om in een 'reguliere' woonwijk te wonen en daardoor overlast veroorzaken alsnog een plek te geven. Gemeente Amersfoort heeft in samenwerking met verscheidene zorgaanbieders onderzoek gedaan naar wat voor deze mensen een geschikte manier van wonen zou kunnen zijn. Hieruit blijkt dat het woonconcept 'Skaeve Huse' een oplossing kan bieden. Skaeve Huse staan op meerdere plekken in Nederland, bijvoorbeeld in Rotterdam en Hilversum. Het concept komt oorspronkelijk uit Denemarken. De letterlijke vertaling is 'rare huisjes'. Het is een woonvorm voor mensen die niet in een reguliere wijk of opvang kunnen wonen of dakloos zijn, omdat zij daar overlast veroorzaken door hun persoonlijke problemen. Met duidelijke regels en de juiste begeleiding op maat, kunnen deze bewoners hier werken aan het herstel van hun gewone leven. In het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om ook in Amersfoort te zorgen voor passende huisvesting voor inwoners met een complexe problematiek. Waarbij een menswaardig thuis voor iedereen centraal staat.

De Gemeente Amersfoort, corporatie Omnia Wonen en de participerende zorgaanbieders Leger des Heils, Kwintes en de Tussenvoorziening werken gezamenlijk om het woonconcept Skaeve Huse te realiseren in Amersfoort. Voor deze ontwikkeling volgen we als gemeente het proces uit het stappenplan Complexe ruimtelijke ontwikkelingen uit de Participatiegids. Deze vorm van participatie is bedoeld voor initiatieven die behoorlijk afwijken van de regels in het omgevingsplan of die een grotere impact hebben op de omgeving. Bij participatie voor complexe ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang om van tevoren kaders te maken waar het project aan moet voldoen. Deze kaders worden afgestemd met belanghebbenden en geïnteresseerden. De kaders worden vastgesteld doormiddel van een kaderstellende notitie. Op 30 januari 2024 heeft de raad ingestemd met de kaders voor Skaeve Huse doormiddel van een kaderstellende notitie. De kaderstellende notitie komt voort uit de eerste fase van participatie. Waarbij de gemeente afspraken maakt waaraan het project moet voldoen en hoe de buurt betrokken zal worden bij het project. Tijdens deze verkennende fase heeft de gemeente Amersfoort, samen met Omnia Wonen en aanbieders De Tussenvoorziening, Kwintes en het Leger des Heils, gesproken met de klankbordgroep, omwonenden en andere belanghebbenden.

Vragen en opmerkingen zijn zorgvuldig uitgezocht en voorzien van een antwoord. Deze staan op www.amersfoort.nl/skaevehuse. Dit heeft de gemeente input gegeven voor de vastgestelde kadernotitie. Na de vaststelling van de kaderstellende notitie is het uitwerkingsvoorstel opgesteld. Het uitwerkingsvoorstel wordt aangevuld met een stedenbouwkundig ontwerp en een woonzorgplan. De gemeenteraad heeft op 15 juli 2025 ingestemd met het uitwerkingsvoorstel en het woonzorgplan voor Skaeve Huse aan de Palestinaweg Oost. Dit uitwerkingsvoorstel is de basis voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan.Een uitgebreidere toelichting over het participatietraject, de kaderstellende notitie en het uitwerkingsvoorstel is te lezen in hoofdstuk 5. Het plan om de Skaeve Huse te realiseren is strijdig met het omgevingsplan Amersfoort, tijdelijk deel bestemmingsplan 'Hooglanderveen en Vathorst'. Om alsnog mee te werken dient een onderbouwing te worden geschreven. Deze onderbouwing is opgesteld voor het TAM-Omgevingsplan en dient als verdere uitwerking van de door de raad vastgestelde kaders zoals het eerder benoemde kaderstellende notitie, het uitwerkingsvoorstel, het stedenbouwkundig ontwerp (bijlage 10) en het woonzorgplan (bijlage 1).

Voorliggende onderbouwing borduurt dus voort op en is de planologische juridische vertaling van door raad vastgestelde uitwerking van de kaders en zorgt voor een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving voor het mogelijk maken van

5 Skaeve Huse aan de Palestinaweg-Oost.

1.2

Plangebied Het plangebied is gelegen ten zuiden van de locatie dat bekend stond als de Palestinaweg Oost 3-5 (kadastraal bekend als gemeente Hoogland, sectie B, nummer 3255). Het ligt in het buitengebied van Amersfoort in het gebied Over de Laak, aangrenzend aan de woonwijk Vathorst-Noord en aan de gemeentegrens van Nijkerk. De ligging van de locatie ten opzichte van Amersfoort is te zien in figuur 1 en 2.

Figuur 1: Globale ligging plangebied rood omcirkeld (Bron: Google Earth, d.d. 3-4-25)

Figuur 2: begrenzing plangebied rood omkaderd (Bron: Google Earth d.d. 3-4-25)

1.3

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties De Omgevingswet (Ow) streeft naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De Omgevingswet bepaalt dat de gemeente ervoor moet zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2 lid 1 Ow). Om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zijn enkele algemene doelen geformuleerd in artikel 1.3 Ow. Hierin staat dat de bepalingen in de wet gericht zijn op het volgende: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur. b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Om het initiatief te realiseren moet er worden afgeweken van het Omgevingsplan. In de voorliggende motivering is een verantwoording gegeven, waaruit blijkt dat er met de ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat er gemotiveerd kan worden afgeweken van het Omgevingsplan. Doormiddel van een

6 Tijdelijke Alternatieve Maatregel Omgevingsplan (hierna TAM Omgevingsplan) wordt er verdere invulling gegeven aan de regels die zorgen dat het project gerealiseerd kan worden.

1.4

Leeswijzer Deze onderbouwing bestaat uit zeven hoofdstukken. Na de inleiding volgt in hoofdstuk twee de planbeschrijving. In hoofdstuk drie wordt het beleidskader dat relevant is voor de ontwikkeling benoemd en wordt de ontwikkeling hieraan getoetst. In hoofdstuk 4 worden alle andere relevante aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Voorbeelden hiervan zijn luchtkwaliteit, geur en water. In hoofdstuk vijf wordt het participatieproces beschreven. Hoofdstuk zes betreft de uitvoerbaarheid van het plan. Ten slotte worden in hoofdstuk zeven de belangenafweging en conclusie beschreven. In hoofdstuk 8 staan alle bijlagen waar in deze onderbouwing naar wordt verwezen.

7

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie 2.1.1 Ruimtelijke situatie Het terrein ligt aan de Palestinaweg Oost binnen het gebied Over de Laak. Over de Laak grenst aan de woonwijk Vathorst-Noord en aan de gemeente Nijkerk. Het perceel bevindt zich aan de locatie dat voormalig bekend stond als de Palestinaweg Oost 3-5. Waarbij het gerealiseerd wordt op het gedeelte aan de zuidkant van de weg, waar voorheen de stal van de voormalige boerderij stond. De locatie is in eigendom van Omnia Wonen. Op de onderstaande figuur 3 is deze locatie in het geel aangegeven. De woonwijk Vathorst ligt op ongeveer 300 meter afstand van de projectlocatie. Hiermee ligt het plangebied in het buitengebied van de gemeente Amersfoort. De locatie ligt bewust buiten de bebouwde kom omdat dit onderdeel is van het Skaeve Huse concept. Waarbij over het algemeen tenminste 100 meter afstand wordt gehouden tot de dichtstbijzijnde woonbebouwing. Dit betekent dat de omgeving hoofdzakelijk een agrarisch gebied is, wat verder gekenmerkt wordt door het open slagenlandschap. Nabij de locatie zijn meerdere ontwikkelingen voor recreatieve doeleinden. De Skaeve Huse-locatie aan de Palestinaweg-Oost ligt op 200 meter afstand van het recreatiegebied 't Hammetje.

Figuur 3: Omgeving Palestinaweg Oost (Bron: kaderstellende notititie Skaeve Huse) 2.1.2 Planologische situatie Alle voorheen geldende bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. Voor de projectlocatie geldt het bestemmingsplan 'Hooglanderveen en Vathorst', vastgesteld door de gemeenteraad van Amersfoort op 25 juni 2013. De locatie kent op dit moment de bestemming 'agrarisch met waarden – slagenlandschap met perceel begroeiing'. Dit betekent dat het terrein is bestemd voor een boerenbedrijf waarbij het landschap met landbouwgrond in stroken (slagen) behouden blijft. Net als de aanwezige natuur en eventuele cultuurhistorische onderdelen (zoals bijvoorbeeld het slagenlandschap). In de afbeelding hieronder is het terrein waar Skaeve Huse op komt, rood gearceerd.

8

Figuur 4: Uitsnede tijdelijk omgevingsplan 'Hooglanderveen en Vathorst (Bron: Omgevingsloket) Waarom het omgevingsplan moet worden gewijzigd Om dit plan te realiseren moet worden afgeweken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan 'Hooglanderveen en Vathorst' geldend op de locatie. Artikel 5.1 van het tijdelijke omgevingsplan geeft het volgende aan: “De voor 'Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsrandbegroeiing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven, waarbij per bouwvlak ten hoogste één agrarisch bedrijf is toegestaan;` b. het weiden van vee en/of het verbouwen van gewassen (niet in een volkstuin-complex); c. de instandhouding, bescherming en ontwikkeling van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het open landschap; d. intensieve veehouderij als neventak is toegestaan, mits de daarvoor aangewende

9 oppervlakte van de bebouwing niet meer bedraagt dan 250 m2, tenzij op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan een grotere oppervlakte aanwezig was, in welk geval de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de bedoelde grotere oppervlakte; e. extensief recreatief medegebruik; f.

de waterhuishouding;

g. nutsvoorzieningen en kleinschalige infrastructurele voorzieningen, met dien verstande dat voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Amersfoort zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag.” Het is niet mogelijk om woonunits, zoals de Skaeve Huse, te realiseren op een locatie met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsrandbegroeiing'. Aanvullend ligt de locatie binnen een geurzone. Het is niet mogelijk om woningen of andere gevoelige functies te realiseren binnen de geurzone, zolang het bedrijf dat de geurzone veroorzaakt nog in dienst is. In hoofdstuk 4.7 wordt gemotiveerd waarom deze geurzone verwijderd kan worden. Voor de realisatie van de Skaeve Huse is dus een wijziging nodig van het omgevingsplan waarmee de geldende agrarische bestemming wordt gewijzigd en de geurzone wordt aangepast. Aangezien de gemeente op dit moment nog niet de mogelijkheden heeft om het omgevingsplan te wijzigingen volgens de nieuwe Standaard voor officiële publicaties (STOP) en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD), is een TAM Omgevingsplan nodig (Tijdelijke Alternatieve Maatregel). Met een TAM omgevingsplan kunnen we het omgevingsplan met de huidige softwaretechniek wijzigen en bekend maken, volgens de eisen van de Omgevingswet.

Om aan te tonen dat deze wijziging mogelijk is, worden er verschillende onderzoeken uitgevoerd die aantonen dat het mogelijk is om de Skaeve Huse op deze locatie te realiseren en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

2.2

Toekomstige situatie Er komen acht vrijstaande woonunits voor maximaal 10 bewoners en een beheerdersunit. Al deze gebouwen worden ingepast in het bestaande landschap. Hierbij is er sprake van woonunits van 30-50m2 met een brandalarm, robuuste (stevig en ongevoeilig voor diverse invloeden) uitvoering en units die goed schoon te houden zijn. De woonunits bestaan uit een begane grond met een plat dak en worden dus 1-laags. Skaeve Huse zijn eenvoudige, kleine woonunits met een eigen keukentje, douche en toilet. De woningen komen op 5 meter afstand van elkaar te liggen. De beheerdersunit komt vlakbij de entree. De woonunits vormen samen een ensemble. Wat betekent dat de omliggende gronden het open karakter behouden van het gebied. Hiermee blijft er een bufferstrook rondom de Skaeve Huse die het open zicht behouden. De positionering van de woonunits zijn zodanig geplaatst dat de privacy tussen de bewoners onderling ook zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. Zo kunnen bewoners vanuit hun woonunits niet bij elkaar naar binnen kunnen kijken door de positie van gevelopeningen in de woonunits. Verder komt er groene aanplant op het terrein. Om de privacy te bevorderen, zorgt dit groen voor afscherming van het terrein ten opzichte van de omgeving.

10

Figuur 5: Impressie foto Skaeve Huse (Bron: ontwerpboek Hodes) 2.2.1 Landschap In het ontwerp blijven de bestaande bomen en struiken zoveel mogelijk staan. De bomen en struiken rondom het plangebied zorgen voor natuurlijke verblijfplaatsen van diverse dieren. Het project zorgt hiermee voor een verbetering aan biodiversiteit en hoogwaardig groen, ten opzichte van het huidige landschap. Verder worden de woonunits passend in het landschap geplaatst door ze in een paar groepjes te zetten die met elkaar de uitstraling hebben van een 'boerenerf'. Er komt daarnaast extra groen om de woonunits af te schermen van de omliggende omgeving voor de leefkwaliteit en privacy van de bewoners. Het perceel wordt groen omringd met een hek, rijtje bomen en struiken en sluiten we aan op de groenstructuur en inrichting van de open omgeving. Hiermee is het in lijn met het omliggende open slagenlandschap. Een slagenlandschap wordt gekenmerkt als een landschap met veel strokenverkaveling. Wat kenmerkend is voor agrarische gebieden. Met de uitstraling van een erfensemble wordt ook rekening gehouden met de agrarische omgeving. Aanvullend is er sprake van niet meer dan 2% verharding op de locatie buiten de beheerders- en woonunits. 2.2.2 Verkeer & parkeren De woonunits zijn te bereiken via de huidige Palestinaweg Oost. Omnia Wonen zorgt voor voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Parkeren Vanwege de aard van de doelgroep is de mobiliteitsbehoefte van deze mensen zeer beperkt. Hierdoor beschikken bewoners in principe niet over een eigen auto. De parkeerbehoefte bij dit type woning wordt vooral veroorzaakt door zorgverleners en is daarom te vergelijken met de categorie verpleeg- en verzorgingstehuis. De parkeernorm van dit type woning is 0,5 parkeerplaatsen per woning. Om die reden is deze parkeernorm ook voor dit type woning als uitgangspunt genomen. Het project betreft de realisatie van in totaal 8 woonunits. Met een parkeernorm van 0,5 parkeerplaatsen per woning wordt een parkeereis gesteld van 4 parkeerplaatsen. Ontsluiting

11 De huidige toegangsweg naar de Skaeve Huse komt van de Palestinaweg-Oost. Deze wordt behouden en er wordt hiernaar een toerit gerealiseerd op het terrein. Aanvullend is er gekeken naar een extra toegangsweg in de buurt voor de huidige bewoners. Deze wordt gerealiseerd voor de woningen aan de Palestinaweg Oost 7 en 9.

Figuur 6: Nieuwe situatie toegangsweg

12

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid op locatie

Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang van het project is de NOVI niet specifiek van belang.

Desalniettemin draagt deze ontwikkeling bij aan een aantal nationale belangen. Met het initiatief wordt er specifiek ruimte gegeven aan een doelgroep die meer moeite heeft met het vinden van een woning. Het planvoornemen is van beperkte omvang waardoor er geen strijdigheden zijn met Rijksbelangen. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In Artikel 5.129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Planspecifiek Het is van belang om bij de wijziging van het omgevingsplan te bezien of de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast. Dat hangt af van de vraag of wordt voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Bij kleinschalige ontwikkelingen is niet altijd sprake van verstedelijking. De grens van een stedelijke ontwikkeling ligt voor

13 woningbouw op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL: RVS:2015:2921, r.o. 4.3.). Er worden maximaal acht vrijstaande woonunits en een beheerdersunit gerealiseerd waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Conclusie Het plan betreft geen stedelijke ontwikkeling en de ladder van duurzame verstedelijking hoeft niet te worden doorlopen. De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan voor het mogelijk maken van het Skaeve Huse project is in overeenstemming met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht In de Omgevingsvisie provincie Utrecht geeft de provincie aan dat de ruimte in de provincie beperkt is, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: 'hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken'. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema's geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is de provincie Utrecht een inclusieve en circulaire provincie: waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

14

Figuur 7: Beleidsthema's Omgevingsvisie Provincie Utrecht (Bron: Omgevingsvisie Provincie Utrecht) Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. De provincie combineert bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Slim concentreren Slim concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij is voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. Door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren), wordt er juist gezorgd dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zonne- en windenergie. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar de provincie voor staan kan zij niet alleen oplossen. Samenwerking met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie, medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal.

Alleen dan kunnen de ambities bereikt worden.

15 Planspecifiek In de omgevingsvisie wordt er onder andere nadruk gelegd op ruimte voor wonen en leven. Waarbij een specifiek punt is dat eenieder in de provincie Utrecht een woning moet kunnen vinden die past bij de persoonlijke voorkeur, gezinssituatie en portemonnee. Waarbij gestreefd wordt naar een inclusieve samenleving, bijvoorbeeld door menging van typen woningen en woonmilieus in stadsdelen, wijken en kernen. Door middel van dit initiatief wordt invulling gegeven aan het ideaal van een inclusieve samenleving waarbij er een woning is voor iedereen. Het idee van een inclusieve samenleving is dat alle mensen uit alle doelgroepen kunnen meedoen in de samenleving. Het Skaeve Huse concept past hier goed in aangezien er nadruk is om mensen te betrekking die juist buiten de samenleving zijn gevallen. Aanvullend is er ook rekening gehouden met Groen Groeit Mee. Het programma Groen Groeit Mee brengt en houdt verstedelijking en groen in de provincie Utrecht in balans. De provincie geeft aan dat groen evenwichtig moet meegroeien met de woningbouw bij uitleglocaties boven de vijftig woningen. Bij deze uitleglocaties moet het plan getoetst worden aan de handreiking 'Groen bij uitbreidingslocaties'. Bij dit initiatief betreft het de realisatie van 8 woonunits en is de handreiking groen bij uitbreidingslocaties niet van toepassing.

3.2.2 Omgevingsverordening Provincie Utrecht Het beleid van de Omgevingsvisie wordt uitgevoerd met behulp van de Omgevingsverordening en Programma's. Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico's uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo'n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Programma's Om het beleid uit te voeren zijn er niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma's. De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven.

Bijvoorbeeld in het programma 'wonen en werken'. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere zorgt ze ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen. Planspecifiek Met betrekking tot dit plan zijn de instructieregels van artikel 9.11 van de omgevingsverordening provincie Utrecht van toepassing. Deze instructieregel ziet op de functiewijziging van (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar een stedelijke functie (anders dan wonen). De Skaeve Huse vallen onder dit artikel omdat de woonunits gedefinieerd kunnen worden als kleinschalige woonzorgaccommodatie. De provincie definieert een kleinschalige woonzorgvoorzieningen als een kleinschalige woonaccommodatie ten behoeve van zorgvragers met mogelijkheden voor zorg en

16 dagactiviteiten voor ongeveer 25 zorgvragers. Bij deze ontwikkeling worden woonzorgvoorzieningen gerealiseerd voor maximaal 10 personen. In artikel 9.11 van de Omgevingsverordening is onder andere bepaald dat: 1. een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen het landelijk gebied kan regels bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw; b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij: 1. het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening; of c. te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind; d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.

Op voorliggend perceel en het perceel aan de overkant van de weg stonden agrarische bedrijfsgebouwen die niet meer in gebruik waren. Ter compensatie van de realisatie van de Skaeve Huse zijn deze gesloopt. Waarbij rekening gehouden is met de eis om minimaal 50% van de bebouwing te slopen. Bij dit specifieke initiatief hoeft hier overigens niet ook aan te worden voldaan omdat het om een kleinschalige woonzorgaccommodatie betreft t waarbij 8 Skaeve Huse woonunits worden gerealiseerd en 1 begeleidersunit.. De gesloopte bouwwerken hadden geen historische waardevolle of karakteristieke bebouwing. De woonunits worden compact ingericht binnen het perceel waarbij rekening is gehouden met wat afstand tussen de units, voor de privacy van toekomstige bewoners. Ook zijn de woonunits compact ingericht om rekening te houden met het karakteristieke open landschap (zie hoofdstuk 2.2 met betrekking tot landschap. De omliggende agrarische bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.3). Conclusie De voorgenomen wijziging van het omgevingsplan voor het mogelijk maken van het Skaeve Huse project is in overeenstemming met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040

De Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040 is een aanvulling op de Structuurvisie Amersfoort 2030 (2013). Er is de afgelopen jaren veel veranderd in Amersfoort en de komende jaren zal er nog veel meer veranderen. De stad groeit omdat het voor veel mensen een aantrekkelijke plek is om te wonen, te werken en te recreëren. Vanwege economische ontwikkelingen, klimaatverandering en energietransitie zal de stad op

17 verschillende plekken ingrijpend aangepakt moeten worden. De visie en strategie zijn samen met de ambities en doelen voor het beleid voor de fysieke leefomgeving vertaald in zes integrale ontwikkelopgaven: 1. Een groene stad in een groene omgeving die water omarmt; 2. Een duurzame CO2-neutrale stad; 3. Een stad met een duurzame mobiliteit; 4. Een inclusieve en aantrekkelijke stad om in te wonen; 5. Een stad met een veelzijdige en veerkrachtige economie; 6. Een stad waarin voorzieningen meegroeien. 1. Een groene stad in een groene omgeving die water omarmt Gezond samenleven betekent een stad met voldoende ruimte voor water en groen en een robuust en goed functionerend natuurlijk systeem. Een groene stad in een groene omgeving biedt ruimte voor ontspanning, recreëren, ontmoeten en gezond bewegen. Een gezonde leefomgeving levert een positieve bijdrage aan een gezonde leefstijl, aan sociale cohesie in wijken en een gezonde leefomgeving met ruimte voor rust, stilte en schone lucht. In deze omgeving is er ook ruimte voor de intrinsieke waarde van natuur. We versterken de biodiversiteit met voldoende en goed verbonden water en groen voor mensen en dieren. Om te komen tot een duurzame, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving zijn water en bodem zoveel mogelijk leidend bij de inrichting van de (openbare) ruimte.

De omgevingsvisie beschrijft een aantal deelopgaven om het bovenstaande te bewerkstelligen: Een groene stad met water. Amersfoort dient klimaatbestendig te zijn, met een vergrote en robuuste biodiversiteit. Ook dient er ruimte te zijn voor water. Bereikbaar en voldoende groen voor mensen en dieren. Een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Een gezonde en gevarieerde leefomgeving in het landelijke gebied. 2. Een duurzame CO2-neutrale stad Er wordt gekozen voor hernieuwbare energie en materialen. Gezond samenleven betekent minder broeikasgassen uitstoten en werken aan schone lucht. Dit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van mensen en dieren. Als we de opwarming van de aarde willen beperken, zullen we moeten veranderen. Dit vraagt een transitie in hoe we naar zaken kijken, hoe we gewend zijn beslissingen te nemen en hoe we ons gedragen. In de toekomst willen we een circulaire stad zijn die niet meer bijdraagt aan de CO2-uitstoot. We hebben als doel om in 2030 minimaal 55% CO2 te reduceren en in 2050 100 % CO2-neutraal te zijn. Om deze doelstelling te realiseren, zal er voldoende hernieuwbare elektriciteit en duurzame warmte gerealiseerd en gebruikt moeten worden. Daarnaast is een betrouwbare, robuuste infrastructuur van groot belang om de stijgende en veranderde vraag naar energie te kunnen faciliteren.

Er vindt in de komende jaren een steeds grotere verschuiving van centraal gestuurde energieoplossingen naar decentrale en lokale initiatieven plaats. Ook is het nodig om grondstoffen in kringloop te houden en afval zo hoogwaardig in de kringloop terug te brengen. Hiervoor is het goed scheiden en inzamelen van stoffen cruciaal. We zorgen voor een inclusieve en zo snel mogelijke transitie van ons energiesysteem en onze omgang met grondstoffen. Hiervoor kijken we per opgave en per situatie naar de beste rol voor de gemeente om zo effectief mogelijk te zijn. Dit gaat van mogelijk maken in regelgeving tot stimuleren tot aan regie nemen en exploiteren. Om het bovenstaande te realiseren zijn een aantal deelopgaven opgesteld.

18

Bouw aan het energiesysteem van de toekomst met duurzame hernieuwbare elektriciteit en duurzame warmte voor de bebouwde omgeving. Realiseer duurzame, CO2-neutrale bouw. Sluit de kringlopen, creëer een circulaire economie in 2050. 3. Een stad met een duurzame mobiliteit Amersfoort is in de toekomst een bereikbare en leefbare stad die actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en openbaar vervoer omarmt. Nabijheid is het sleutelwoord. Door verschillende functies compact en gemengd te bouwen langs levensaders en op centraal gelegen, goed toegankelijke ontmoetingsplekken, in de directe nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoersknooppunten, stimuleren we actieve mobiliteit en het gebruik van openbaar vervoer en beperken we de noodzaak van verplaatsingen met de auto. Om de stad bereikbaar en leefbaar te houden, zetten we ook op systeemniveau in op lopen en fietsen, vervolgens het openbaar vervoer, daarna MaaS en deelmobiliteit en als laatste het gebruik van de privéauto. Om deze omslag te bereiken, zetten we ook parkeerregulering in. Dit leidt samen tot een beter leefklimaat en een lagere parkeerbehoefte, waardoor meer ruimte ontstaat voor groen en klimaatadaptatie en meer ruimte om te verblijven en gezond te bewegen.

Door de fietsers meer ruimte te bieden en het doorgaande autoverkeer door het centrum en door de wijken zoveel mogelijk te beperken, wordt ingezet op de verandering in de keuze van vervoerswijze. Het verstedelijkingsconcept van levensaders en ontmoetingsplekken draagt hieraan bij. Een aantal deelopgaven zijn opgesteld: Creëer een bereikbare stad die actieve mobiliteit omarmt; Transitie naar emissieloze mobiliteit; Versterk landelijke en regionale bereikbaarheid. 4. Een inclusieve en aantrekkelijke stad om in te wonen Amersfoort biedt een thuis voor iedereen en we kiezen gezond groeien met voldoende diversiteit. Gezond samenleven betekent dat alle mensen een thuis hebben en zich thuis voelen. Dat geldt voor bestaande inwoners en het grote aantal woningzoekenden. De stad groeit zodat iedereen een thuis kan hebben. Prettig wonen – je thuis voelen – gaat naast het hebben van een betaalbare en passende woning ook over een gezonde leefomgeving en hoe mensen samenleven. Veel verschillende mensen kunnen hier naast en met elkaar leven, waarbij iedereen zichzelf kan zijn en zich verbonden kan voelen. De deelopgaven zijn als volgt opgesteld: Gezond groeien en leefbare wijken. Denk aan de nieuwbouw van voldoende woningen, het bouwen aan een compacte stad, inbreiden boven uitbreiden, het aantrekkelijker maken van de bestaande wijken en kansen benutten bij bestaande woningen.

Passende ouderenhuisvesting en wonen met zorg. Er wordt gelet op beter passend woonaanbod voor ouderen en zorg en voorzieningen dichter bij huis. Een thuis voor iedereen. Betaalbaar wonen voor lage en middeninkomens. Voldoende variate van soorten woningen en ruimte voor vernieuwende woonvormen. 5. Een stad met een veelzijdige en veerkrachtige economie Het aantal arbeidsplaatsen dient mee te groeien met het aantal inwoners en de economie dient een bijdrage te leveren aan een duurzame, circulaire, inclusieve, gezonde en leefbare stad. Amersfoort is in de toekomst een stad met een veelzijdige economie met werkgelegenheid die goed aansluit bij de kwaliteiten en behoefte van onze eigen inwoners. Met economische activiteiten die bijdragen aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van de stad, een hoog voorzieningenniveau én ondernemers die met innovatieve oplossingen bijdragen aan het eerlijk, duurzaam en toekomstbestendig maken van de stad. De uitdaging is om in de verdichtende stad de groeiende ruimtebehoefte voor bedrijven en voorzieningen te faciliteren. De ruimtebehoefte van

19 bedrijven dient zoveel mogelijk in de bestaande stad te worden opgevangen. Dit vraagt om zorgvuldig ruimtegebruik. Daarom dienen duidelijke kaders helderheid te scheppen voor wat het economisch perspectief is voor bedrijvigheid in de stad. Bedrijventerreinen en kantorenlocaties spelen een belangrijke rol bij het huisvesten van Amersfoortse bedrijven. Maar ook het 'werken in de wijk', de binnenstad en de verschillende winkel/recreatiegebieden zijn belangrijk voor bedrijvigheid en werkgelegenheid. Er zijn deelopgaven opgesteld die het bovenstaande kunnen versterken. Een gezonde woonwerkbalans en passend werk voor iedereen; Inzet op hoogstedelijke, gemengde interactiemilieus rond de OV-knooppunten; Toekomstbestendige bedrijventerreinen en kantorenlocaties; Voldoende betaalbare ruimte voor bedrijven in de wijken; Een vitale detailhandel in kansrijke winkelgebieden. 6. Een stad waarin voorzieningen meegroeien De voorzieningen dienen mee te groeien met de groei van het aantal inwoners. Maatschappelijke voorzieningen hebben een belangrijke rol als ontmoetingsplekken in de stad. In een stad met een groeiend aantal inwoners, groeit ook de vraag naar voorzieningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in stedelijke voorzieningen en voorzieningen op buurt- of wijkniveau.

De groeiende groep senioren en inwoners met een beperking zorgt voor een extra vraag naar cultuur, recreatie, dienstverlening en zorg. Door de groeiende groep kinderen en jongeren stijgt de behoefte aan onderwijs, opvang en ruimte voor sport en spel. De veranderende vraag naar voorzieningen zal niet overal in de stad gelijk zijn. De deelopgaven zijn als volgt geformuleerd: Passende maatschappelijke en sportvoorzieningen dienen voor iedereen toegankelijk, multifunctioneel en goed bereikbaar te zijn; Versterken culturele voorzieningen in en rondom het stadshart. Planspecifiek Zoals benoemd in de Omgevingsvisie heeft de gemeente de ambitie om van Amersfoort een inclusieve en aantrekkelijke stad om te wonen te maken. Dit wordt toegelicht in de ontwikkelopgave 'Een inclusieve en aantrekkelijke stad om in te wonen'. In deze ontwikkelopgave wordt gezond samenleven benoemd. Gezond samenleven betekent dat alle mensen een thuis hebben en zich thuis voelen. Hierbij wordt er ook gekeken naar de sociale huursector en specifiek naar kwetsbare groepen met een beperkte zelfredzaamheid. Hiervoor is maatwerk nodig. Bij dit initiatief wordt er geholpen om voor een deel van een kwetsbare groep mensen een woning te realiseren dat specifiek is ingericht op het individu. Waarbij er aandacht is om een omgeving te creëren met weinig prikkels in de omgeving voor de individuen.

Hierdoor wordt de kans op overlast gereduceerd. Door de focus op gezond samenleven is dit initiatief in lijn met de omgevingsvisie. Conclusie Het initiatief past binnen de Omgevingsvisie van de gemeente Amersfoort.

20

3.3.2 Deltaplan wonen Op 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad van Amersfoort het Deltaplan Wonen vastgesteld. Dit plan bevat een uitbreiding en aanscherping van de strategie sociale woningbouw. Het woonbeleid is erop gericht dat er voldoende, betaalbare en passende woningen worden gebouwd. Amersfoort wil de lange wachtlijsten voor woningzoekenden oplossen en zorgen dat ook inwoners met een kleinere portemonnee nu en in de toekomst een woning kunnen kopen of huren. Tot 2030 zet Amersfoort daarom in op een groei van 1.000 woningen per jaar, zoals is vastgesteld in het Deltaplan Wonen. Het aandeel binnenstedelijke groei van de 1.000 woningen per jaar is 70%. In totaal worden in de projecten Langs Eem en Spoor tussen de 4.000 en 5.000 woningen gebouwd, tot 2030. Dat betekent dat er in hoge dichtheid gebouwd gaat worden. Vanuit het Deltaplan wordt middels beleid en maatregelen niet alleen gefocust op betaalbare woningen, maar ook op speciale doelgroepen. Planspecifiek De komende jaren is er een grote extra behoefte aan sociale huurwoningen voor mensen die moeten uitstromen uit een zorginstelling of de maatschappelijke opvang. Dit is het gevolg van Rijksbeleid (extramuralisering). Companen heeft in 2018 voor het Programma Wonen en Zorg berekend dat er voor kwetsbare doelgroepen met een zorgbehoefte de komende jaren jaarlijks ongeveer 200-250 zelfstandige woningen nodig zijn.

Deze kwetsbare doelgroepen zijn, net als veel reguliere huurders, grotendeels aangewezen op sociale huurwoningen tot de eerste aftoppingsgrens en voor een klein deel duurdere sociale huurwoningen of vrije sector huur- of koopwoningen. Zonder aanvullende maatregelen kan op korte termijn niet worden voldaan aan deze huisvestingsvraag. Ook zien we een toenemend aantal crisissituaties waarbij mensen met spoed een woonruimte nodig hebben of anders op straat of op zorgplekken terechtkomen (dit is overigens breder dan alleen mensen met een zorgbehoefte). Daarom heeft in ons beleid en de aanpak van sociale huurwoningen deze doelgroep prioriteit. Voor een integrale aanpak werken we met partijen aan een uitvoeringsprogramma Wonen en Zorg en we nemen diverse maatregelen specifiek voor deze doelgroep. Zo maken we met corporaties maatwerk afspraken over betaalbaar en passend aanbod. We werken aan tijdelijke woningen, onzelfstandige woningen en geclusterde woonconcepten als tussenstap naar zelfstandig wonen. En op verschillende manieren passen we regels voor woonruimteverdeling aan zodat kwetsbare doelgroepen meer voorrang krijgen en/of met meer maatwerk aan een passende woning kunnen komen. Met de realisatie van de Skaeve Huse wordt invulling gegeven aan dit beleid.

Hiermee wordt er aandacht gegeven aan een kwetsbare bevolkingsgroep en wordt er gezorgd voor een passende woonomgeving voor deze mensen en wordt er aandacht gegeven voor de sociale leefbaarheid voor buurten waar op dit moment relatief veel kwetsbare doelgroepen worden gehuisvest. 3.3.3 Groenvisie Amersfoort 2030 Op 8 november 2016 heeft de gemeenteraad van Amersfoort de 'Groenvisie Amersfoort 2030' vastgesteld. Met de groenvisie wil de gemeente de kwaliteit van de groenstructuur verbeteren. De groenvisie benadrukt dat Amersfoort een groene stad is, maar dat meer groen van belang is. De doelen van de groenvisie worden aan de hand van een aantal thema's verwoord: Stad van de groene ruimte Biodivers Amersfoort Recreatief Amersfoort Eetbaar Amersfoort Klimaatbestendig Amersfoort

21

Boomrijk Amersfoort Groencompensatiebeleid Aan de hand van de groenvisie heeft de raad van Amersfoort op 31 mei 2022 het Groencompensatiebeleid vastgesteld. Ruimtelijke plannen die niet passen in het geldende bestemmingplan dienen getoetst te worden aan het groencompensatiebeleid. De toetsing bestaat uit een stappenplan dat de initiatiefnemer dient te doorlopen. Bij de beoordeling worden er aan vier aspecten getoetst, namelijk, omgeving, bomen, gebouw en verblijf. Planspecifiek Het initiatief is getoetst op het groencompensatiebeleid van de gemeente Amersfoort. Het initiatief wordt gezien als een kleinschalig project. Het initiatief scoort zeer positief op het aspect bomen. Het huidige plangebied heeft geen bomen en bij dit initiatief worden er 25 nieuwe bomen geplant. Om aan het aspect gebouw te voldoen is de beheerdersunit ingericht als een groen dak met sedum, waardoor er wordt voldaan een de eisen voor natuurinclusief bouwen. Verder wordt de toegevoegde verharding gecompenseerd door kwalitatief beter groen. Waarbij er een toenname is aan kruiden- en faunarijk grasland. Door al deze maatregelen is er voldoende sprake van groencompensatie bij de ontwikkeling van het plan. 3.3.4 Ontwikkelvisie Over de Laak Op 5 juli 2016 is de 'Ontwikkelingsvisie Over de Laak' door de gemeenteraad vastgesteld.

Deze visie is de eerste stap om te komen tot een groen-recreatief gebied aan de noordzijde van het riviertje de Laak. Het gehele gebied Over de Laak is circa 145 hectare. De Ontwikkelingsvisie richt zich op de gronden (36 hectare) die in eigendom zijn van de gemeente en beschrijft de mogelijke toekomstige invulling van drie gebieden: 't Hammetje, Speelpolder en Waterrijk. Ook komen er nieuwe routes om te fietsen en te wandelen. De ontwikkelingsvisie beperkt zich tot de gronden in 'Over de Laak' die in bezit zijn van de gemeente Amersfoort. Planspecifiek Het vertrekpunt voor de groene, recreatieve inrichting van het hele gebied Vathorst-Noord blijft ongewijzigd met de komst van Skaeve Huse. Aangezien de gronden van de Skaeve Huse niet in gemeentelijk eigendom is valt het buiten de ontwikkelingsvisie 'Over de Laak'. Wel is de locatie in figuur 7 aangegeven, zie het rood omcirkelde gele vlakje. De Skaeve Huse-locatie ligt op 200 meter afstand van het recreatiegebied 't Hammetje en ligt aan één van de toegangswegen. De zorgmanagers van Kwintes en Leger des Heils geven aan dat Skaeve Huse bewoners weinig tot geen last zullen hebben van bezoekers die over de toegangsweg naar het recreatiegebied gaan. En bezoekers van het recreatiegebied zullen vanwege de afstand geen overlast ervaren van Skaeve Huse-bewoners waardoor zij ontspannen kunnen recreëren.

22

Figuur 8: Groene, recreatieve ontwikkeling gemeentelijk gebieden Over de Laak met de locatie van de Skaeve Huse toegevoegd. 3.3.5 Coalitieakkoord 2022-2026 Het coalitieakkoord is een akkoord tussen de regerende partijen van Amersfoort. Hierin worden de ambities van de huidige coalitie vastgelegd waarbij het doel is om deze ambities te verwezenlijken. De ambities worden in vier punten samengevat. Dit zijn: Goed leven binnen de grenzen van onze aarde Een thuis voor iedereen Welzijn en sociale rechtvaardigheid Goed samenspel en in gesprek Planspecifiek Eén van de ambities is 'een thuis voor iedereen. Hierbij staat in het coalitieakkoord dat opvang en huisvesting hand in hand gaan. De opgave voor het huisvesten van kwetsbare groepen is onverminderd groot in Amersfoort. Een woningmarkt die onder druk staat helpt daarin niet mee. Mensen die dak - of thuisloos raken moeten goed worden opvangen. Om doorstroming te bevorderen en herstel te bespoedigen wordt de maatschappelijke opvang anders ingericht. Daarnaast is een groep inwoners vanwege hun complexe problematiek langdurig dakloos, omdat ze moeizaam in buurten plaatsbaar zijn of omdat ze niet in de opvang terecht kunnen. Voor hen wil de gemeente de juiste huisvesting realiseren. Waarbij aan wordt gegeven dat het belangrijk is dat mensen met een psychische kwetsbaarheid zo veel mogelijk mee kunnen doen in de samenleving.

Daarvoor is sluitend aanbod nodig. Het concept van de Skaeve Huse wordt als een van de mogelijke opties gegeven voor de huisvesting voor inwoners met complexe problematieken. Hiermee is het initiatief in lijn met het coalitieakkoord.

23

Hoofdstuk 4 4.1

Aspecten fysieke leefomgeving

mer-beoordeling De milieueffectrapportage (mer) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een mer is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er zal niet meer getoetst worden aan de limitatieve lijst van m.e.r.-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit mer Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure.

In bijlage V bij het omgevingsbesluit worden de projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt aangewezen. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, dan is er een m.e.r.-plicht. Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, dan is er een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een mer-beoordeling bestaat uit 2 verplichte stappen: Stap 1: Mededeling van de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag Stap 2: Beslissing bevoegd gezag over wel of geen milieueffectrapportage De initiatiefnemer van een mer-beoordelingsplichtig project moet zijn voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. De mededeling is vormvrij, wel zijn er eisen aan de inhoud zoals opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Dit kan een aparte aanmeldnotitie zijn. Planspecifiek De mer-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag, de gemeente Amersfoort, om te bepalen of als gevolg van het voorgenomen project mogelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. In deze aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere mer-procedure nodig is. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn er op twee aspecten potentiële effecten te verwachten in dit gebied.

De realisatie van het initiatief heeft potentiële effecten op het leefgebied van de haas en de bunzing. Deze worden beide verder toegelicht in hoofdstuk 4.5 natuur. Met de haas en de bunzing kan rekening worden gehouden zolang er verplichtingen zijn aan de werkzaamheden. Om met de haas en de bunzing rekening te houden zal een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een flora en fauna activiteit nodig zijn. Dit geeft echter geen aanleiding voor een verdere milieu-effect rapportage. De mer aanmeldnotitie is toegevoed als bijlage 9 in de onderbouwing Conclusie Het project brengt milieueffecten met zich mee, maar gezien het feit dat er mitigerende maatregelen worden getroffen en een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, waarin

24 deze mitigerende maatregelen worden opgenomen als voorschrift, worden deze milieueffecten als niet aanzienlijk beschouwd. De mer aanmeldnotitie toont aan dat een verdere mer onderzoek niet nodig is.

4.2

Duurzaamheid en gezondheid De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema's geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de Omgevingswet verankerd. In artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert, zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema's. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan, zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden. Planspecifiek Duurzaamheid Amersfoort werkt aan een toekomstbestendige en duurzame stad.

Nieuwe ontwikkelingen zijn bij uitstek een kans om daaraan te werken. De regel in Amersfoort is dat nieuwbouw energieneutraal is (evenveel energie opwekt als het gebruikt) en circulair wordt gebouwd (van hergebruikte materialen of van materialen die later te hergebruiken zijn). Daarnaast moeten nieuwe plannen klimaatbestendig zijn (hittestress en verdroging voorkomen). Bij dit initiatief gaat het om een permanente locatie met sobere, duurzame woonunits. Deze woonunits voldoen aan de BENG eisen. Een belangrijke eis is dat de woonunits robuust en duurzaam zijn. Dit werkt door in het ontwerp van de woonunits en de materiaalkeuze. Waarbij er bij het materiaal gebruik is gekeken naar circulariteit en recyclen. Dit betekent onder andere dat de wanden en daken worden gebouwd met 100% recyclebaar materiaal. Ook worden de units gerealiseerd in een productiehal zodat ze afgeleverd kunnen worden op locatie. Door het op deze manier te doen worden onder andere bouwafval en transportbewegingen beperkt. Energievoorziening: De woonunits worden voorzien van een lucht-water warmtepomp, met actieve koeling en vloerverwarming. MV-box (mechanische ventilatie) met CO2 sensor. Waterbeheer: Er is nauwelijks risico op overstroming. De voorgestelde hoogte van de vloeren is zo hoog, dat bij hevige neerslag geen zodanig schade ontstaat, dat bewoning niet meer mogelijk zou zijn.

Ook bij droogte zijn er geen risico's. Een wadi (sloot) in het gebied zorgt voor voldoende afvoer van het regenwater. De woningen hebben relatief beperkte openingen en dit heeft een gunstig effect op de binnentemperatuur. Groenbeheer: De bomen en struiken rondom het plangebied zorgen voor natuurlijke verblijfplaatsen van diverse dieren. Het project draagt daarmee zeker bij aan biodiversiteit en hoogwaardig groen (ten opzichte van het landschap dat er was). Vuil- en afvalstoffeninzameling: Met de ROVA is afgestemd hoe we vuil- en grondstoffen inzamelen. Hiervoor gebruiken we twee (cocon) containers voor restafval en papier op het terrein van Skaeve Huse, vlakbij de ingang. Gezondheid

25 Om de gezondheidsaspecten goed af te stemmen is dit initiatief voorgelegd bij de GGD. Hierbij is onder andere advies ontvangen met betrekking tot geluid, geur en lucht. Waarbij gekeken is naar de nabij gelegen pluimveehouderij en de A28. De advies van de GGD wordt verder besproken in de respectievelijke hoofdstukken geluid, geur en luchtkwaliteit. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcluseerd dat het plan voldoet aan de eisen die worden gesteld met betrekking tot duurzaamheid en gezondheid.

4.3

Sociale omgevingsaspecten Voor dit initiatief is een woonzorgplan opgesteld. Door het opvolgen van het woonzorgplan wordt een veilige omgeving voor zowel de toekomstige bewoners van Skaeve Huse als voor de bestaande woningen die in de buurt liggen van dit project gecreëerd. Dit woonzorgplan is getoetst doormiddel van een second opinion van Breuer en Intraval. De second opinion is van belang om aan te tonen dat het woonzorgplan deugd en rekening houdt met alle te verwachten risico's. Hierbij is er onder andere gekeken naar andere al gerealiseerde Skaeve Huse projecten in Nederland en of het woonzorgplan voldoende aansluit bij deze vorm van wonen. De combinatie van zorgvuldige selectie van toekomstige bewoners, het woonzorgplan met onder andere de huisregels zorgen samen voor een samenhangende aanpak. Door proactieve begeleiding van de bewoners wordt ook preventief gewerkt aan het zoveel mogelijk voorkomen van incidenten. Geconcludeerd kan worden dat met genoemde maatregelen een veilige omgeving wordt gecreëerd en gehandhaafd voor de toekomstige bewoners van de Skaeve Huse, de nabije bewoners en de recreanten. Het woonzorplan is toegevoegd als bijlage 1. De second opinion is opgenomen als bijlage 11.

4.4

Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek De locatie zal hoofdzakelijk worden bezocht door de gebruiks van de Skaeve Huse en de beheerders. Hierdoor is er sprake van een lage verkeersgeneratie. De weg waaraan het perceel ligt kan hiermee de groeiende verkeersgeneratie voldoende opvangen voor dit plan. Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen.

Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven.

26 Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Planspecifiek Het project betreft de realisatie van in totaal 8 woonunits. Deze woningen hebben een parkeernorm van 0,5 parkeerplaatsen. Bij dit initiatief worden vier parkeerplekken op eigen terrein gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeereis. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt er voldaan aan de verkeers- en parkeersaspecten.

4.5

Natuur Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met de natuurwaarden ter plaatse. De Omgevingswet regelt activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is onder meer het beschermen van soorten en gebieden. Bij een ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden dat voldaan wordt aan natuurregelgeving uit de Omgevingswet. De uitgangspunten, begrippen en systematiek van de Wet natuurbescherming zijn de afgelopen jaren al zoveel mogelijk afgestemd op de vergunning- en ontheffing verlening onder de Omgevingswet. De regels uit de Wet natuurbescherming zijn beleidsneutraal overgeheveld naar de Omgevingswet. Dat betekent dat het normenkader en de instrumenten ongewijzigd blijven. Hetzelfde geldt voor het beschermingsniveau voor habitatsoorten, vogelsoorten en andere (beschermde) soorten. Anders gezegd: de bescherming blijft op peil. Bovendien blijft ook de algemene zorgplicht bestaan. Activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor dieren en planten in het wild worden floraen fauna-activiteiten genoemd. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Een activiteit die significant nadelig kan zijn voor een Natura 2000-gebied wordt een Natura 2000-activiteit genoemd.

Verder geeft de Omgevingswet ook regels over het vellen van houtopstand en herbeplanten om bossen te beschermen. Soortenbescherming Om de natuur te beschermen, geeft het Rijk regels voor flora- en fauna-activiteiten. Voor flora- en fauna-activiteiten met gevolgen voor dieren en planten in het wild, kan een omgevingsvergunning nodig zijn. De beschermde soorten blijven in twee groepen verdeeld: strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Voorts geldt dat iemand die weet of kan weten dat een flora- en fauna-activiteit nadelig kan zijn voor natuurbescherming, zich altijd moet houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit. De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. De zorgplicht moet nageleefd worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Houtopstanden Er gelden rijksregels als sprake is van het (deels) vellen van houtopstanden. Bij vellen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16842401/1