CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Statenbrief provincie Utrecht Netcongestie en tijdelijke aansluitstop

Commissie Bedrijvigheid 13 mei 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Netcongestie: stand van zaken en resultaten impactanalyse (beeldvorming)4.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Statenbrief

Aan Provinciale Staten Onderwerp Datum Documentnummer Domein/opgave Team Portefeuillehouder

Netcongestie en tijdelijke aansluitstop 12‑05‑2026 UTSP-1895655502-95 SLO KNC Van Essen

Geachte leden van Provinciale Staten, Essentie/ samenvatting: In deze Statenbrief blikken wij terug op de ontwikkelingen rondom netcongestie en de tijdelijke aansluitstop in de regio Utrecht die TenneT op 21 april heeft afgekondigd om de veiligheid en de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet te waarborgen. De netcongestie op het elektriciteitsnet in Flevoland, Gelderland, Utrecht (FGU) is al enkele jaren zeer nijpend. De beschikbare transportcapaciteit is onvoldoende om te voorzien in de groeiende vraag naar stroom en de teruglevering door duurzame opwek. Dit raakt direct maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, economische groei, verduurzaming en strategische autonomie. De crisissituatie op het net heeft al langere tijd de volle aandacht, waarbij netbeheerders, het Rijk, provincie en gemeenten afspraken maken over gezamenlijke maatregelen tegen netcongestie. In deze brief gaan we in op de tijdelijke aansluitstop en de steeds verdergaande maatregelen. Vervolgens wordt de landelijke crisisaanpak FGU toegelicht en de opdeling van het FGU-gebied in deelgebieden. Daarna volgt een duiding van de te verwachten maatschappelijke effecten en de communicatie met verschillende doelgroepen over de tijdelijke aansluitstop, en vervolgstappen om zoveel mogelijk ontwikkelingen mogelijk te maken.

Inleiding: Het FGU-gebied wordt vanaf 1 juli 2026 opgedeeld in vijf deelgebieden. In één van deze vijf deelgebieden is een aansluitstop noodzakelijk om de netveiligheid te garanderen; dit geldt voor een groot deel van de provincie Utrecht. Hierover bent u op 21 april 2026 geïnformeerd (memorandum aansluitstop) en is ook een Kamerbrief met u gedeeld. Op 22 april 2026 heeft ook een extra Stateninformatiebijeenkomst plaatsgevonden. Op 12 februari 2026 bent u geïnformeerd (Memorandum dreigende aansluitstop) over de dreigende aansluitstop in de provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht (FGU). Ondanks de vele maatregelen die de netbeheerders en overheden de afgelopen jaren hebben ingericht, is volgens netbeheerder TenneT in een deel van de regio Utrecht een tijdelijke aansluitstop nu onontkoombaar om de netveiligheid te kunnen garanderen. Korte terugblik Met enige regelmaat hebben we u de afgelopen jaren geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van netcongestie. De grenzen van het stroomnet in de provincie Utrecht zijn al een aantal jaren in zicht. Sinds 2021 hebben we in de provincie te maken met congestie op het terugleveren van (duurzame) elektriciteit en in november 2022 volgde ook congestie voor afname door grootverbruikers.

In april 2024 is een eerste pakket met onorthodoxe maatregelen gepresenteerd met onder andere technische ingrepen in het netwerk, netbewuste nieuwbouw, netbewust laden met publieke laadinfra en de inzet van regelbare opwek. Grootverbruikers hebben al een aantal jaar te maken met een wachtrij, terwijl kleinverbruikers tot op heden nog aanspraak kunnen maken op een aansluiting. Dit onderscheid bleek echter niet juridisch houdbaar. Om de

1 van 9

schaarse netcapaciteit optimaal te verdelen heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in 2024 een prioriteringskader ontwikkeld, waarbij aansluitingen op basis van maatschappelijke prioriteit voorrang krijgen. Dit kader is vervolgens aangescherpt en vanaf 1 januari 2026 met een overgangsperiode in werking getreden. Over dit kader bent u in december 2025 met dit memorandum geïnformeerd. Om te voorkomen dat woningbouwpartijen, die tot op heden pas relatief laat in het ontwikkelproces een aansluiting kunnen aanvragen, ondanks een prioritaire status buiten de boot zouden vallen, is er een collectieve aanvraag ingediend voor de woningbouw. Hier bent u begin januari 2026 over geïnformeerd (Collectieve aanvraag woningbouw provincie Utrecht). Stedin heeft inmiddels gereageerd op deze aanvraag hierop wordt later in deze brief teruggekomen. Direct na de berichtgeving van TenneT in februari 2026 over een dreigende aansluitstop is, onder regie van het Rijk, een landelijke crisisaanpak opgezet om een volledige aansluitstop te voorkomen en tegelijk de veiligheid van het netwerk in de FGU-regio te waarborgen (zie kamerbrief 12 maart 2026). De betrokken partijen – het Rijk, de netbeheerders en de provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht - hebben alle mogelijkheden onderzocht, waarbij geen enkele optie op voorhand is uitgesloten.

Ondanks de inspanningen van de afgelopen jaren en het aanvullend pakket aan maatregelen van de crisisaanpak heeft TenneT 21 april aangegeven dat in een deel van de regio Utrecht een tijdelijke aansluitstop alsnog onontkoombaar is. Zonder tijdelijke aansluitstop bestaat een te groot risico op overbelasting van het netwerk, met mogelijk ongecontroleerde stroomuitval en onomkeerbare schade tot gevolg. Tegelijk met de afkondiging van de tijdelijke aansluitstop voor de regio Utrecht, hebben de samenwerkende partijen in het bestuurlijk overleg FGU bestuurlijke afspraken gemaakt over een gezamenlijk besliskader voor de toekomstige crisisaanpak en samenwerking. Deze zijn nader toegelicht in de bijlage Bestuurlijke afspraken, die als aanvulling op de Kamerbrief van 21 april 2026 zijn gedeeld: stukken crisisaanpak FGU. In het daarin opgenomen addendum zijn aanvullende afspraken opgenomen die 21 april zijn gemaakt, met name op ons verzoek. Deze voor ons belangrijke aanvullende afspraken gaan onder andere over waarborgen bij het opdelen van de FGU-regio in congestiegebieden, de kosten van netbewuste nieuwbouw en nieuwe (non-firm) aansluitvormen, het gebiedsfonds en ondersteunende middelen voor regio’s en de rol van gemeenten in de FGU-crisisaanpak. Ook wordt er een vangnet uitgewerkt voor onvoorziene casuïstiek met een groot maatschappelijk verstorend effect.

Op vrijdag op 8 mei heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de Staatsecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei, de burgemeesters en wethouders Energietransitie van Utrecht en Amersfoort, de wethouder van gemeente Nieuwegein (namens de MRU West), gedeputeerde Van Essen en commissaris Oosters waarin de afspraken uit het bestuurlijk overleg FGU en het daaruit voortkomende addendum zijn herbevestigd. Overzicht van acties De crisisaanpak in het FGU-gebied bevat een brede set aan acties. Daarnaast werkt iedere provincie samen met regio’s en gemeenten een regionaal actieplan uit. De acties uit de crisisaanpak en de samenwerking zijn van groot belang om de tijdelijke aansluitstop in de regio Utrecht zo kort mogelijk te laten duren en de impact van netcongestie in alle regio’s van het FGU-gebied tot een minimum te beperken. Onderstaand worden de belangrijkste acties uit de crisisaanpak FGU en de aanvullingen uit het regionaal actieplan toegelicht. In de kamerbrief van 22 april 2026 zijn deze maatregelen ook uitgebreid besproken. In de aanvullende stukken bij de kamerbrief wordt ook een hardheidsanalyse van de maatregelen gedeeld, met een zogenaamde roadmap voor maatregelen per congestiegebied. In de crisisaanpak FGU hebben de provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht een centrale positie. Binnen deze crisisaanpak verschilt de rol van de provincie per actielijn.

Bij de versnelling van de netuitbreidingen is de provincie bevoegd gezag voor de prioritaire netuitbreidingen (Breukelen Kortrijk, Utrecht Noord en Amersfoort Noord) en daarmee nauw en direct betrokken bij deze initiatieven. Voor de regelbare opwek met congestieverzachters en/of WKK is de provincie verantwoordelijk voor de natuurvergunning (stikstof) en voor netbewust bouwen kijkt de provincie naar mogelijkheden om dit te verankeren in de Omgevingsverordening. Op andere onderdelen van de crisisaanpak is de rol van de provincie minder direct en betreft het bijvoorbeeld

2 van 9

een meer coördinerende functie richting gemeenten. Het is niet de bedoeling om hier alle rollen uitvoerig te bespreken, maar wel belangrijk om bij de invulling ervan ieders rol en positie te respecteren. - Actielijn 1 Roadmap (grootschalig flexibel vermogen) Het realiseren van voldoende flexibel vermogen is noodzakelijk om pieken in het stroomverbruik op te vangen en de netveiligheid te waarborgen. Het opschalen en contracteren van flexibel vermogen, gebeurt bijvoorbeeld door de inzet van gasgeneratoren en congestieverzachters. In de komende jaren moet hiervoor voldoende capaciteit in megawatt (MW) worden gecontracteerd en geplaatst. Voor 2026, en de jaren daarna, zijn al diverse kansrijke locaties in beeld. Tegelijkertijd wordt gezocht naar extra flexibel vermogen achter de meter bij bedrijven. Provincie en gemeenten spelen hierin een actieve rol door netbeheerders te ondersteunen bij het benaderen van geschikte partijen en bij cruciale processtappen, zoals ruimtelijke inpassing en vergunningverlening. De provincie onderzoekt hoe de ruimtelijke- en vergunningsprocedures zo efficiënt mogelijk doorlopen kunnen worden. - Actielijn 2 Versnellen netuitbreidingen – Utrecht Noord De belangrijkste structurele oplossing voor netcongestie ligt in het vergroten van de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk.

De bouw van het nieuwe hoogspanningsstations Utrecht-Noord is cruciaal om de netcongestie in de regio te verlichten. Zonder versnellingsmaatregelen is dit station pas gereed in 2033, Dit kan nog langer duren door juridische procedures, zoals een eventuele onteigeningsprocedure of een beroep tegen het projectbesluit bij de Raad van State. Daarom zijn naast generieke versnellingsmaatregelen die in de FGUcrisisaanpak zijn genomen, ook nog een aantal extra versnellingsmaatregelen voorgesteld voor realisatie van het hoogspanningsstation Utrecht Noord. Een voorstel is bijvoorbeeld om enkel een projectbesluit over realisatie van het station te nemen en de kabelverbindingen achteraf planologisch te borgen in het omgevingsplan van de gemeenten. Hiervoor zal besluitvorming door Gedeputeerde Staten plaatsvinden. Door de versnellingsmaatregelen lijkt de realisatie van het station al in het eerste kwartaal van 2031 haalbaar. Andere voorbeelden van extra maatregelen zijn het parallel uitvoeren van ruimtelijke processen en het maximaal proberen te benutten van grond van Rijkswaterstaat. Daarnaast hebben alle betrokken organisaties specifiek voor dit project langdurig extra capaciteit vrijgemaakt. De lessen die worden geleerd bij Utrecht-Noord worden waar mogelijk ook toegepast op andere belangrijke HSS-projecten zoals Amersfoort-Noord.

- Actielijn 3 en 6 Risicobereidheid en validatie Het besluit om tot een aansluitstop over te gaan is gebaseerd op de actuele netbelasting en op modelberekeningen en prognoses over de toekomstige belasting. Voor het besluit over de aansluitstop zijn de prognoses en berekeningen van de netbeheerders, in opdracht van EZK en als onderdeel van de crisisaanpak ook onafhankelijk gevalideerd. De belangrijkste aanscherpingen in de prognoses zijn het uitgaan van mildere toekomstige winters (-4 graden Celsius t.o.v. -10 graden) en het meenemen van een gedragsverandering bij consumenten als reactie op de aankomende tijdsafhankelijke nettarieven. Dit zijn ook voorbeelden van een hogere risico-bereidheid bij alle partijen aan de crisistafel. Tegenover een hogere risicobereidheid staan mitigerende maatregelen om het effect van een risico te minimaliseren. Stel dat een strengere winter zich onverhoopt toch voordoet, dan moeten er maatregelen kunnen worden getroffen om te voorkomen dat het net overbelast raakt. Denk bijvoorbeeld aan afspraken over afschakelplannen om bepaalde sectoren op dit soort momenten de toegang tot het net te kunnen ontzeggen. Een ander voorbeeld is een soort NL-alert voor netcongestie waarmee je op postcode niveau een sterk signaal afgeeft om het stroomverbruik te verminderen. Dit laatste heeft zich in het buitenland al bewezen.

- Actielijn 4 Flexibiliteit bij kleinverbruikers De provincie Utrecht is in Nederland uniek door het grote aandeel van kleinverbruikers in de totale piekvraag, met name doordat er in deze regio relatief weinig zware industrie is gevestigd. Dit vraagt ook een speciale aanpak gericht op kleinverbruikers. Het doel is dat kleinverbruikers in het najaar van 2026 via marktpartijen een vergoeding kunnen krijgen voor flexibel stroomverbruik. Dit is met name interessant voor huishoudens met een grote, stuurbare elektriciteitsvraag door een thuisbatterij, warmtepomp of laadpunt. Een landelijk traject om flexibiliteit bij huishoudens te benutten wordt hiermee in de FGU-regio versneld ingezet. Ook worden inwoners met de campagne ‘Zet ook de knop om’ door het Rijk opgeroepen om tussen 16:00 en 21:00 minder stroom te gebruiken.

3 van 9

- Actielijn 5 Netbewust beleid Via provinciale en gemeentelijke beleidskeuzes wordt ernaar gestreefd de groei van het piekverbruik af te remmen. Dit gebeurt onder meer op de volgende manieren: • Het opnemen van normen voor netbewust bouwen in de voorgestelde wijzigingen van de provinciale omgevingsverordening. Het ministerie van BZK-VRO streeft ernaar om een landelijke norm voor netbewust bouwen in te voeren, waarbij de geleerde lessen van de FGU-provincies naar aanleiding van de Woontopafspraken worden benut. Afhankelijk van de snelheid waarmee de landelijke norm van kracht wordt, zal komende maanden bezien worden of de regel hiervoor in de ontwerp Omgevingsverordening overbodig wordt en toch (tijdelijk) opgenomen dient te blijven. Via de Statenbrief over de omgevingsverordening wordt u hier nader over geïnformeerd • Er worden oplossingen ontwikkeld die het mogelijk maken om woningbouwprojecten toch aan te sluiten op het net, ondanks netcongestie. Dat betreft aansluitingen die congestieneutraal, ‘non-firm’ of met flexibele opwek kunnen worden aangesloten. Dit zijn concepten waarbij elektriciteitsgebruik zo wordt geregeld dat er tijdens de piekuren niet of nauwelijks gebruik van het net wordt gemaakt. Denk hierbij aan een combinatie van maatregelen voor slimme aansturing, lokale opwek en opslag van energie.

Dit zijn oplossingen die onder andere woningbouw bij zeer schaarse capaciteit toch mogelijk kunnen maken. • Stedin en laadpaalexploitanten hebben afspraken gemaakt over publieke laadpalen, zodat deze in de piek minder vermogen vragen. • Een belangrijke factor in de groei van het elektriciteitsverbruik is de warmtetransitie. De provincie werkt samen met de RES-regio's, Stedin en een aantal gemeenten aan een handreiking over de Netbewuste warmtetransitie. Belangrijke elementen hierin zijn isolatie, voorlichting en netbewuste warmteprogramma’s en wijkaanpakken. Deze handreiking wordt binnenkort gepubliceerd. - Actielijn 6 Monitoring en peilmoment/ halfjaarlijkse herijking De tijdelijke aansluitstop die TenneT vanaf 1 juli 2026 invoert in één deelgebied geldt tot er weer voldoende capaciteit op het stroomnet is gecreëerd. De situatie in FGU zal de komende jaren nauwlettend gemonitord en mogelijk bijgestuurd moeten blijven worden. De wekelijkse ambtelijke crisistafel wordt per direct omgevormd tot een maandelijkse monitoringstafel waar alle afgesproken maatregelen en inspanningen worden gemonitord. Daarnaast beoordelen de netbeheerders TenneT en Stedin en de overheden halfjaarlijks voor elk deelgebied of er ruimte is voor nieuwe aansluitingen, op basis van geactualiseerde prognoses en voortgang op de maatregelen.

Zij voeren deze halfjaarlijkse herijking voor alle FGU-deelgebieden uit, ook voor de gebieden waar de tijdelijke aansluitstop nu niet van toepassing is. Het eerstvolgende peilmoment is in oktober 2026. In aanloop naar de halfjaarlijkse herijking wordt één gemeente per provincie toegevoegd aan de maandelijkse FGUmonitoringstafel. Ook aan het bestuurlijk overleg FGU wordt één gemeente per provincie toegevoegd. Indien nodig vindt er escalatie plaats naar bestuurlijk niveau. Provincies betrekken overige gemeenten via de Energy Boards. Opdeling in verschillende congestiegebieden De FGU-provincies zitten op hetzelfde netvlak van TenneT. Na realisatie van de belangrijkste hoogspanningsstations zal dit worden opgeknipt voor een robuuster netwerk. Vooruitlopend op deze daadwerkelijke opdeling vindt er nu al een administratieve onderverdeling plaats in vijf verschillende congestiegebieden. De onderverdeling in vijf deelgebieden wordt gebaseerd op basis van vijf grote knelpunten in het FGU-netwerk. Per knelpunt ontstaat er een deelgebied met elk een eigen opgave voor een aantal MW aan flexibel vermogen en aparte wachtrij. De verdeling van deze gebieden in de provincie Utrecht wordt weergegeven in figuur 1. In het congestiegebied 1a zal sprake zijn van een tijdelijke aansluitstop. Tot wanneer deze tijdelijke aansluitstop geldt is nog onduidelijk, maar zal halfjaarlijks worden geëvalueerd.

De knelpunten die de basis vormen voor de deelgebieden zijn hoogspanningsstation Breukelen-Kortrijk voor gebied 1a, voor 1b de verbinding tussen Utrecht Lage Weide en Soest en voor gebied 2 het hoogspanningsstation Dodewaard

4 van 9

Figuur 1: indeling van de FGU-congestiegebieden in de provincie Utrecht

Regio

Categorie 2 (Noodhulp)

1a (grootste deel MRU West) 1b (Regio Amersfoort)

2 (Regio Foodvalley)

Categorie 4 (overig)

Tijdelijke aansluitstop

Categorie 3 (basisvoorzieningen) Tijdelijke aansluitstop

Een deel van de partijen op de wachtlijst wordt door netbeheerders aangesloten, in ieder geval tot volgend ijkmoment Een deel van de partijen op de wachtlijst wordt door netbeheerders aangesloten, in ieder geval tot volgend ijkmoment Wordt aangesloten zolang capaciteit beschikbaar is

Een deel van de partijen op de wachtlijst worden door netbeheerders aangesloten, in ieder geval tot volgend ijkmoment Een deel van de partijen op de wachtlijst worden door netbeheerders aangesloten, in ieder geval tot volgend ijkmoment Wordt aangesloten zolang capaciteit beschikbaar is

Tot in ieder geval 0101-2027 op wachtlijst. Daarna afhankelijk van beschikbare capaciteit

Tijdelijke aansluitstop

Tot in ieder geval 0101-2027 op wachtlijst. Daarna afhankelijk van beschikbare capaciteit

Overige gebieden: Tot in ieder geval 01Vijfheerenlanden, 01-2027 op wachtlijst. delen Woerden en Daarna afhankelijk van Oudewater beschikbare capaciteit Bij de tabel zijn een aantal aandachtspunten (zie ook het addendum bij de bestuurlijke afspraken). - Een 1e aandachtspunt is dat gedurende de monitoringsfase van de FGU-aanpak de effecten van de indeling in de verschillende congestiegebieden en de elektriciteitsstromen structureel gemonitord

5 van 9

worden. Hierover is in FGU verband een aparte afspraak gemaakt. Hiermee moet voorkomen worden dat ontwikkelingen in bepaalde deelgebieden nadelige effecten in andere gebieden veroorzaken. Daarbij worden zogenaamde ‘waterbedeffecten’ betrokken; hier wordt de komende periode extra onderzoek naar gedaan. Ook dit punt zal aan de orde komen in de maandelijkse FGU-monitoringstafel. - Een tweede aandachtspunt betreft categorie 4 in de tabel. In FGU verband is voor deelgebied 1 a en 1b afgesproken dat op het moment dat aansluiting van niet-prioritaire categorieën aan de orde zou zijn (gegeven de beschikbaarheid van capaciteit) terwijl het andere gebied nog in een tijdelijke aansluitstop verkeert, de toekenning niet onverkort plaatsvindt zonder nader bestuurlijk overleg. - Een derde aandachtspunt bij deze tabel is dat het hier gaat om reguliere aansluitingen, die 24/7 transportcapaciteit bieden. Met het Rijk en de netbeheerders wordt onderzocht hoe er meer ‘non-firm’ aansluitingen gerealiseerd kunnen worden. Dit zijn aansluitingen waarbij wel transportcapaciteit buiten de pieken wordt geboden, maar die op piekmomenten geen garantie op transportcapaciteit bieden. Met het Rijk is afgesproken dat wordt onderzocht wat de meerkosten van deze manier van aansluiten voor gebiedsontwikkeling betekent en waar de rekening terecht zal komen.

- Tot slot wijzen we u erop dat de aansluitstop zich door het inwerking treden van het nieuwe prioriteringskader van de ACM nu ook gaat voordoen bij ondernemingen vanuit het midden- en klein bedrijf (MKB) in categorie 4. Een tijdelijke aansluitstop heeft grote en directe gevolgen voor gemeenten en inwoners. Voor het hele FGUgebied geldt al een aantal jaren een aansluitstop voor grootverbruikers. Voor gemeenten waar per 1 juli 2026 een tijdelijke aansluitstop is afgekondigd (congestiegebied 1a) geldt dat het vormgeven aan maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, economische ontwikkeling en verduurzaming zwaar onder druk komt te staan. Maar ook voor gemeenten in de rest van de provincie Utrecht is de kans op een tijdelijke aansluitstop op termijn zeer reëel. Dit blijft het geval totdat de netcongestie meer structureel is opgelost, wat vraagt om het realiseren van hoogspanningsstations bij onder andere Breukelen-Kortrijk, Utrecht Noord en Amersfoort Noord in de periode 2031 – 2033. Deze hevige netcongestiesituatie en de dreiging van een aansluitstop heeft impact op de sturingsmogelijkheden van gemeenten. Zo staat de woningbouwopgave in de gehele provincie onder druk: naast de tijdelijke aansluitstop in gebied 1a, is er voor de overige gebieden onzekerheid over de beschikbare capaciteit op de middellange termijn.

Voor bedrijven geldt dat de nu al geldende wachtrij voor aanvragen voor bedrijven alleen maar langer wordt, omdat – naast aanvullende aanvragen voor grootverbruikersaansluitingen – het MKB met een kleinverbruik aansluiting vanaf 1 juli 2026 ook op de wachtlijst belandt. De congestiegebieden zijn technisch ingegeven en knippen de provincie op in diverse deelgebieden, zodat er in een aantal deelgebieden perspectief kan worden geboden. Tegelijkertijd lopen de contouren van het net niet gelijk met de geografische afbakening van gemeenten en regio’s. Dit betekent dat er gemeenten zijn die in verschillende congestiegebieden liggen, waar een andere status voor wat betreft de tijdelijke aansluitstop kan gelden. Ook betekent dit dat de Utrechtse regio’s MRU West (voorheen genaamd regio U10), Amersfoort en Foodvalley – (deels) niet één-op-één overeenkomen met de congestiegebieden. Dit heeft effect op de benodigde samenwerkingen om de impact van een aansluitstop op te vangen, maar ook om mogelijkheden voor flexibel vermogen te identificeren en realiseren en scherp te krijgen welke werkwijzen en (bestuurlijke) afspraken nodig zijn om samenwerking op de verschillende niveaus te borgen. De provincie onderzoekt samen met de betreffende stakeholders hoe hier invulling aan wordt gegeven.

Consequenties voor maatschappelijke opgaven Wonen De aanstaande aansluitstop zorgt voor veel onrust op het gebied van de woningbouw. In dat kader heeft de provincie eind vorig jaar al een collectieve aanvraag ingediend voor ongeveer 60.000 woningen. In reactie hierop heeft Stedin laten weten dat er voor 35.000 woningen die als ‘onderhanden werk’ worden beschouwd nog wel een aansluiting komt. Op het moment van schrijven van deze Statenbrief wordt door Stedin de laatste hand gelegd aan deze lijst. Zodra de lijst definitief is zal hierover worden gecommuniceerd met gemeenten en betrokken partijen. Woningbouwprojecten die niet op de lijst met 35.000 woningen staan moeten via het ‘eerder aanvragen’-proces hun projecten aanmelden bij de netbeheerder. Hoe dit moet en welke processen en bewijsstukken moeten

6 van 9

worden aangeleverd door gemeenten en bouwende partijen is nog in ontwikkeling. Vooralsnog is de lijn van VNG en IPO dat er voor 1 oktober 2026 een lijst, ‘batch’, wordt ingediend bij de lokale netbeheerder. Hiermee kan voor projecten tot 10 jaar vooruit capaciteit worden aangevraagd. Eind mei 2026 zal er naar verwachting meer duidelijk zijn over de werkwijze voor vervroegd aanvragen van woningbouwprojecten. Voor deze projecten is er geen garantie op een reguliere (firm-)aansluiting. Dat maakt het onzeker voor gemeenten en voor bouwende partijen een zoektocht hoe zij kunnen investeren in deze projecten. Onderzocht wordt hoe woningbouwprojecten via non-firm contracten congestieneutraal of congestieverzachtend kunnen worden aangesloten, ook als het netwerk op plekken vol zit. Dit kan mogelijk door voor de stroomvoorziening gebruik te maken van het netwerk buiten de pieken en op momenten dat het netwerk vol zit met behulp van batterijsystemen of regelbaar vermogen. Hiervoor worden mogelijkheden en belemmeringen in techniek, regelgeving en meerkosten in beeld gebracht. Maatschappelijke prioriteiten – Veiligheid en basisvoorzieningen Met het nieuwe prioriteringskader komen grootverbruikers met maatschappelijke prioriteit vanaf 1 juli 2026 wel in aanmerking voor een aansluiting in de gebieden 1b (grofweg regio Amersfoort) en 2 (regio Foodvalley).

Grootverbruikers in deze prioritaire categorieën hebben nu nog wel te maken met een aansluitstop, maar kunnen – zo lang de voorraad strekt- vanaf 1 juli 2026 dus wel aanspraak maken op een aansluiting. Voor deelgebied 1a (Grootse deel MRU-West/U10) geldt de aansluitstop ook voor ontwikkelingen die volgens het ACM-prioriteringskader als prioritair zijn bestempeld. Dit gaat om de partijen in categorie 2 (veiligheid) zoals ziekenhuizen, noodhulpdiensten, politie en defensie en waterbeheer en drinkwater en partijen in categorie 3 (basisbehoeften). Naast woningbouw gaat dit bijvoorbeeld om onderwijs en openbaar vervoer. Ook gedeelde huisvesting voor zorg of opvang vallen in deze categorie. Voor deze categorieën kunnen non-firm aansluitingen in combinatie met opwek, slimme sturing en opslag mogelijk soelaas bieden. Dat maakt de ontwikkeling wel complexer en duurder. Economie Voor bedrijven met een grotere aansluiting geldt al sinds 2 jaar een aansluitstop. Deze situatie is dus niet nieuw, maar de effecten worden steeds groter: er staan in onze provincie inmiddels ca. 11oo aanvragers voor een (grotere) aansluiting op de wachtrij. Voor grootverbruikers die niet tot een prioritaire categorie behoren betekent dit dat zij alleen kunnen verduurzamen of uitbreiden binnen de bestaande aansluiting of met non firm contracten.

Wanneer een bedrijf voor groei, verduurzaming of verhuizing een nieuwe, grotere aansluiting nodig heeft zal deze partij ook in de toekomst op de wachtlijst belanden. Ook is de ontwikkeling van ongeveer 27 nieuwe bedrijventerreinen (ca. 170 ha) in de provincie gestagneerd, terwijl de behoefte voor nieuwe bedrijventerreinen toeneemt en geraamd is op ca. 424 ha. De krapte voor bedrijventerreinen en bedrijfsruimte neemt verder toe. Naast de fysieke impact op werklocaties, laten landelijke onderzoeken zien dat de economische en maatschappelijke kosten van netcongestie nu al oplopen tot tientallen miljarden euro per jaar. Ook komen er jaarlijks minder banen bij en heeft netcongestie ook een impact op de vestiging van (innovatieve) bedrijven. De genoemde schade en impact betreft de situatie vóór de aansluitstop en als gevolg van de wachtrij voor grootverbruik aansluitingen. Dezelfde problematiek gaat zich nu ook voordoen bij meer ondernemingen vanuit het midden- en klein bedrijf (MKB), dat het grootste aandeel van de Utrechtse economie beslaat. Dat komt doordat deze partijen in het prioriteringskader van de ACM in categorie 4 vallen en daarmee vanaf 1 juli achteraan de wachtlijst komen. Deze regelwijziging zorgt er in alle congestiegebieden voor dat het MKB niet direct kan worden aangesloten.

De precieze gevolgen voor de arbeidsmarkt en economische kosten zijn nu nog lastig in te schatten in kwantitatieve zin. Mobiliteit

7 van 9

Volgens het nieuwe ACM-prioriteringskader valt publieke laadinfrastructuur in categorie 4 en wordt komen nieuwe aanvragen vanaf 1 juli dus ‘gewoon’ achter aan de wachtlijst. Voor de uitrol van laadinfrastructuur betekent een aansluitstop dat nieuwe publieke laadpalen niet meer direct kunnen worden aangesloten. Dit vertraagt de groei van elektrisch vervoer. Samen met regionale netbeheerders en marktpartijen wordt gewerkt aan oplossingen om de plaatsing van laadpunten toch zoveel mogelijk door te laten gaan. Dat kan bijvoorbeeld met contracten, waarmee voertuigen alleen worden opgeladen buiten de piekuren op het stroomnet. Ook het aanbrengen van extra laadpunten op bestaande aansluitingen is een oplossing. Voor de 2e fase transitie naar Zero Emissie in de concessie Utrecht Buiten per 2028 is voor een aantal stallingen nog niet het benodigde vermogen gecontracteerd, wat maakt dat Keolis in afstemming met de provincie aanvullende maatregelen aan het uitwerken is. Voor onze eigen stalling in Amersfoort die in 2028 wordt uitgebreid is al voldoende vermogen gecontracteerd. Voor de concessie Utrecht Binnen is Transdev in afstemming met de provincie op dit moment in gesprek om aanvullend vermogen te realiseren ter optimalisatie van het dienstenpakket.

Op dit moment is er voldoende vermogen beschikbaar voor de uitvoering van de vastgestelde vervoerplannen in beide concessies, voor een kostenefficiënte uitvoering van het ov en het faciliteren van reizigersgroei in de toekomst is aanvullend vermogen benodigd. Dit geldt ook voor de toekomstige Merwedelijn: zelfs in het meest gunstige scenario voor realisatie van de Merwedelijn zal er tegen die tijd weer voldoende capaciteit beschikbaar zijn. Energietransitie De energietransitie is voor een groot deel afhankelijk van elektriciteit. Door de tijdelijke aansluitstop kunnen particuliere woningeigenaren, verhuurders, en maatschappelijke instellingen alleen overstappen op elektrisch verwarmen, koken of uitbreiden, als hun huidige aansluiting dat toelaat. Bij verduurzamingsmaatregelen is het gebruikelijk om de aansluiting te vergroten zodat alle apparaten gelijktijdig gebruikt kunnen worden. Rekening houden met verduurzaming binnen de huidige aansluitingen vergt een andere manier van denken. Met slim gebruik van energie en goede spreiding over de dag is er soms meer mogelijk dan gedacht; slimme en stuurbare installaties kunnen hierbij helpen. Voor inwoners met verduurzamingsplannen rondom het eigen huis is de website van Stedin een goed startpunt: Check je stroomaansluiting | Stedin.

Communicatie over aansluitstop voor ondernemers en inwoners De consequenties van een tijdelijke aansluitstop voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn verschillend. Een groot deel van onze inwoners zal deze gevolgen niet direct merken, een deel van onze inwoners en bedrijven wordt juist heel hard geraakt. Tijdige en heldere informatievoorziening is van groot belang. De communicatie wordt per doelgroep opgepakt. Stedin als regionale netbeheerder waar de aansluitverzoeken binnen komen, neemt hierin het voortouw. Zij hebben een doelgroepgerichte communicatieaanpak: - Voor inwoners en kleine ondernemers vervolgt Stedin half mei 2026 de campagne: ‘Check je stroomaansluiting’. Met verwijzing naar de informatie op de website over wat er mogelijk is binnen je huidige aansluiting en slim plannen. Voor bedrijven zal Stedin in mei en juni 2026 brancheorganisaties en intermediairs actief informatie aanbieden. - Op 25 juni 2026 biedt Stedin een inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden aan. - Stedin zal verschillende uitleg video’s maken (o.a.: ‘hoe werkt de wachtlijst’, ‘wat is maatschappelijk prioriteren’). - Vanuit de provincie zullen we de campagne steunen door de informatie te delen op onze eigen informatiekanalen. Naast communicatie van Stedin wordt er door verschillende overheden ook gecommuniceerd over de aansluitstop en netcongestie.

De provincie Utrecht coördineert de communicatie en voert regie op de doorvertaling van de gezamenlijke boodschap binnen de provincie Utrecht. Als provincie delen daartoe o.a. kernboodschappen en Q&A met Utrechtse gemeenten en regio’s als basis voor de communicatie naar inwoners. Ook gemeenten hebben op hun energieloketten informatie opgenomen voor verschillende doelgroepen. Daarin wordt geadviseerd om met de installateur vooral te kijken naar wat wel mogelijk is binnen de huidige aansluiting. Ook is er een kernboodschap gedeeld met alle gemeenten, zodat zij deze kunnen

8 van 9

gebruiken op websites etc. Het ministerie van EZK start in het najaar de campagne: ‘Zet ook de knop om’ over slimmer gebruik van energie buiten de piekuren. Deze campagne is gericht op huishoudens. De komende periode zal de provincie in samenwerking met TenneT en Stedin verschillende informatiemomenten organiseren voor ambtenaren, bestuurders en geïnteresseerden in de vorm van webinars, werkplaatsen en in podcasts. Tot slot Er is de afgelopen tijd veel werk verricht om de netcongestieproblematiek te beheersen. Ook in de toekomst zal dit onze onverminderde aandacht blijven houden. De provincie zal zich uiteraard maximaal inspannen om in FGU-verband uitvoering te geven aan alle actielijnen (voor zover de acties bij ons liggen). Meer specifiek zal onze aandacht extra uitgaan naar het onderzoek naar de effecten van de indeling in de verschillende congestiegebieden, het realiseren van extra flexibel vermogen, woningbouw en het versneld aanleggen van de netuitbreidingen. Deze punten maken ook deel uit van de continuering van de crisisaanpak en de maandelijkse FGU-monitoringstafel waarvoor het Rijk een opzet zal maken. Vervolgprocedure/ voortgang: - Maandelijkse monitoring van netveiligheid en beschikbare capaciteit op de crisistafel FGU en het halfjaarlijkse ijkmoment op het BO FGU, waar voortaan ook één gemeente per provincie aan deelneemt.

- Continuering van de crisisaanpak FGU met maximale inzet op het realiseren van flexibel vermogen in actielijn 1; De provincie geeft samen met de regio’s invulling aan de realisatie van deze acties. - In het najaar 2026 wordt PS geïnformeerd met een brede Statenbrief over netcongestie - In het project hoogspanningsstation Amersfoort Noord ligt medio mei 2026 een besluit voor in GS over de keuze voor een deelgebied en de daarmee verbonden kabelcorridors. PS wordt hierover geïnformeerd met een Statenbrief. - In het najaar zullen wij – in navolging op de recente informatiesessie met de Staten- een werkbezoek organiseren voor Provinciale Staten. De datum hiervan is nog niet bekend.

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter, mr. J.H. Oosters

Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/SB-Netcongestie-en-tijdelijke-aansluitstop.pdf