Samenvatting advies Benthem Gratama
Tekst van het document
Samenvatting bindend advies Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het bindend adviesrecht van de gemeenteraad een belangrijk instrument geworden bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In ons advies d.d. 17 maart 2026 hebben wij duiding gegeven over deze procedure en beoordeeld in hoeverre de procedure binnen de gemeente Amersfoort voldoende waarborgen biedt. Hieronder worden de belangrijkste punten herhaald. Kernpunten Het bindend adviesrecht geldt niet in alle gevallen, maar uitsluitend wanneer de raad daarvoor zelf categorieën heeft aangewezen. Het college moet de raad dan om advies vragen en dat advies betrekken bij de besluitvorming. Tegelijkertijd blijft het college het bevoegd gezag dat formeel op de aanvraag beslist. Het college moet daarbij het bindend advies volgen, voor zover dat advies past binnen het toepasselijke wettelijke beoordelingskader. Een bindend advies moet worden gebaseerd op de regels die voor de beoordeling van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden. Wanneer onderdelen van een advies buiten het toepasselijke beoordelingskader treden, kan het college die onderdelen niet zonder meer aan het besluit ten grondslag leggen. Het advies moet bovendien zorgvuldig tot stand komen en deugdelijk worden gemotiveerd. Van belang is verder dat het bindend adviesrecht geen instemmingsrecht is.
Dat onderscheid heeft praktische betekenis. Wanneer de raad niet binnen een redelijke, door het college gestelde termijn adviseert, kan het college in beginsel zonder advies op de aanvraag beslissen. Juist daarom moet het proces zo worden ingericht dat de raad tijdig en volledig wordt geïnformeerd en daadwerkelijk in staat is zijn rol te vervullen. Omgekeerd geldt dat het achterwege laten van een verplicht bindend advies juridische risico’s meebrengt. Indien het college de raad in een aangewezen geval niet om advies vraagt, kan dat ertoe leiden dat het college onbevoegd is om op de aanvraag te beslissen. Voor de procedure is het moment van advisering essentieel. Het formele bindend advies heeft betrekking op de definitieve aanvraag voor een omgevingsvergunning. Vooroverleg of een conceptinitiatief valt daar in beginsel niet onder. Wel is het bestuurlijk verstandig om de raad in een vroeg stadium informeel te betrekken, zodat tijdig duidelijk wordt of voor een initiatief voldoende draagvlak bestaat. Dat voorkomt dat veel tijd en capaciteit worden geïnvesteerd in aanvragen waarvan al vroeg duidelijk is dat zij op bezwaren zullen stuiten.
Bij de uitgebreide voorbereidingsprocedure is het van belang dat de raad adviseert op basis van een volledig dossier, waaronder in ieder geval de aanvraag, het ontwerpbesluit, de ingediende zienswijzen en eventuele andere relevante adviezen. Wanneer de raad al vóór de zienswijzenfase adviseert, bestaat het risico dat later ingebrachte bezwaren of nieuwe inzichten niet meer op passende wijze in de besluitvorming kunnen worden verwerkt. Daarnaast verdient ook de keuze voor toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure nadere motivering. Het is verdedigbaar om die procedure te gebruiken bij ruimtelijk ingrijpende of politiek gevoelige initiatieven, mede omdat de raad dan beter in positie kan worden gebracht. Die keuze kan echter niet uitsluitend worden gebaseerd op het feit dat bindend advies vereist is. Er zal ook concreet gemotiveerd moeten worden waarom sprake is van aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving en waarom te verwachten is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Advies Een werkbare en juridisch verantwoorde procedure vraagt om vijf verbeteringen. Ten eerste moet de lijst van aangewezen gevallen concreter en minder interpretatiegevoelig worden geformuleerd. Ten tweede moet duidelijker worden gemotiveerd wanneer de uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt toegepast.
Ten derde moet het stappenplan inhoudelijk worden aangevuld, met onder meer vroegtijdige signalering van een aangewezen geval, duidelijke processtappen bij een negatief advies, overlegging van alle relevante stukken en betrokkenheid van de raad in bezwaarprocedures. Ten vierde is het wenselijk de raad in een vroeg stadium over de aanvraag te informeren, zodat een voorlopig (niet bindend) oordeel kan worden gegeven over het initiatief. Ten vijfde verdient het aanbeveling om afspraken te maken over de te hanteren termijnen in het geval bindend advies op een aanvraag van toepassing is. Conclusie De algemene conclusie luidt dat de huidige gemeentelijke werkwijze in de kern aansluit bij het stelsel van de Omgevingswet, maar op meerdere onderdelen nadere verduidelijking en aanscherping behoeft.
2