CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Koedijkerweg 6

Raadsvergadering 22 april 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: VERDAAGD: Verklaring van geen bedenkingen Koedijkerweg 619.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.2

Vleermuizen

4.2.1 Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie Vaststellingen Ten tijde van het veldonderzoek zijn er openingen geschikt als invliegopening voor vleermuizen waargenomen. Voornamelijk de boerderij en stenen paardenstal bieden vleermuizen potentiele verblijfplaatsen. De projectlocatie en directe omgeving bieden geschikte habitat eisen aan voor de vleermuis. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen de opstallen en boerderij te verwijderen. Vleermuizen zijn strikt beschermd in de habitat richtlijn. Werkzaamheden rondom of aan verblijfplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. De volgende artikelen kunnen overtreden worden door de voorgenomen ontwikkeling zijn: - Art. 3.5.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art. 3.5.4, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.5.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten - Art. 3.5.2, specifieke beschermde soorten verstoren Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Projectlocatie is visueel onderzocht op beschermde soorten. Bij onvoldoende zicht is er gebruik gemaakt van een (nacht)verrekijker Swarovski EL 8.5x42 WB Swarovision en ladder.

Toepassing Nader onderzoek naar de vleermuis kan vaststellen welke populaties de projectlocatie en de directe omgeving benutten en welke functionaliteiten deze heeft voor de soorten. Tevens kan beoordeeld worden welke maatregelen passend zijn binnen deze voorgenomen ontwikkeling.

Blad 17 van 39

4.2.2 Foerageergebied Vaststellingen De Nederlandse vleermuizen eten hoofdzakelijk insecten. Binnen de projectlocatie bevinden zich oriëntatiepunten in de vorm van bosschage, bebouwing en watergang belendend aan de projectlocatie. De rommelige omgeving, restanten voorheen gehouden paarden, wateroppervlak, bosschage in een open gebied maken de projectlocatie tot een gunstig foerageergebied. Echter bestaat de directe omgeving uit kleinschalig agrarisch gebied, welk een soortgelijk foerageergebied voor vleermuizen biedt. Het is niet aannemelijk dat de projectlocatie in gebruik genomen wordt als essentieel foerageergebied. Wel is het mogelijk dat vleermuizen foerageren binnen de projectlocatie. Methode vaststelling Visueel is de projectlocatie onderzocht door onze deskundige. Expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.2.3 Vliegroutes Vaststellingen Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden.

Vleermuisroutes verbinden op (grote) afstand verschillende soorten habitats (verblijfplaatsen, foerageergebied) met elkaar. Het onderbreken van een deel van deze route, kan verstoring of schade aan de gunstige instandhouding van vleermuizen veroorzaken. Binnen de projectlocatie is een smalle watergang aanwezig. Er bevinden zich geen lijnvormige landschapselementen binnen de projectlocatie. Wel behoren de opstallen, boom en bosschage mogelijk tot oriëntatiepunten. Methode vaststelling Visueel is de projectlocatie onderzocht door onze deskundige. Expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 18 van 39

4.3

Overige zoogdieren Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van deze soorten binnen de projectlocatie. Er is een dode rosse woelmuis waargenomen, vermoedelijk een prooi van de steenuil. De rosse woelmuis leeft vooral in loofbossen en gemengde bossen, welk zich niet binnen de projectlocatie bevindt. Aan de overzijde van de projectlocatie bevindt zich een gebied die mogelijk wel voldoet aan de habitat eisen die de rosse woelmuis verlangt. Er zijn sporen en nestplaatsen van vermoedelijk de veldmuis en bruine rat waargenomen binnen en buiten de bebouwing. Er bevindt zich voldoende beschutting binnen de projectlocatie voor kleine grondgebonden zoogdieren. Echter zijn er geen nestplaatsen waargenomen van deze soorten. Wel is het mogelijk dat kleine grondgebonden zoogdieren incidenteel aanwezig zijn. De bruine rat is niet opgenomen binnen de Wet natuurbescherming, wel is de zorgplicht van toepassing voor deze soort. De veldmuis is wel opgenomen binnen de Wet natuurbescherming en valt onder de nationaal beschermde soorten. Werkzaamheden rondom of aan verblijfplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. De volgende artikelen kunnen overtreden worden door de voorgenomen ontwikkeling: - Art. 3.11, iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.

(uitgangspunten; voorkomen, beperken nadelige gevolgen en ongedaan maken schade) - Art. 3.10.1a, in het wild levende soorten, opzettelijk te doden of te vangen. - Art. 3.10.1b, de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten, opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Echter bevindt de veldmuis zich binnen een opstal of bijbehorend erf, waardoor er sprake is van; - Art. 3.10.3, De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Het is aannemelijk dat werkzaamheden geluiden en trillingen veroorzaken. Waardoor mogelijk aanwezige kleine grondgebonden zoogdieren zullen vluchten naar een veilige zone. Het instellen van een werkrichting, waarbij deze soorten de mogelijkheid krijgt te vluchten naar een ‘veilige’ zone belendend aan de projectlocatie waarborgt de gunstige instandhouding van deze soorten. Doordat de bruine rat zich het gehele jaar door voortplant, is het niet mogelijk buiten de voortplantingsperiode de werkzaamheden uit te voeren. Door de sloop van de bebouwing gefaseerd uit te voeren, krijgen gebouw bewonende kleine grondgebonden zoogdieren de mogelijkheid te vluchten. De projectlocatie voldoet aan eisen die marterachtige stellen aan hun leefgebied.

Er bevindt zich voedsel, hoge grassen, bosschage, boeren gebied, rommelige omgeving en oude opstallen binnen de projectlocatie. Ook de aanwezigheid van hopen stro, vindt voornamelijk de steenmarter prettig. Echter is er geen dominante urine geur waargenomen typerend voor de steenmarter binnen de projectlocatie.

Blad 19 van 39

Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. De projectlocatie is visueel onderzocht door onze deskundige op sporen en-/ of potentiele vestingplaatsen omtrent grond gebonden zoogdieren. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing Het instellen van een werkrichting en gefaseerd slopen waarborgt de gunstige instandhouding van grondgebonden zoogdieren. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). Zorgvuldig handelen, waarborgt de gunstige instandhouding van grondgebonden zoogdieren.

4.4

Reptielen, amfibieën en vissen Binnen de projectlocatie is bosschage (veiligheid) aanwezig, andere habitat eisen ontbreken. Wel bevindt er een watergang belendend aan de projectlocatie. Er bevindt zich bosschage op enkele plekken naast de watergang.

4.4.1 Reptielen Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van beschermde reptielen binnen de projectlocatie. Binnen de projectlocatie is veiligheid aanwezig, andere habitat eisen ontbreken. Er zijn geen waarnemingen gedaan van sporen en-/ of deze soorten. Het is niet aannemelijk dat deze soorten gevestigd zijn binnen de projectlocatie. Wel is het mogelijk dat ze vanuit de belendende watergang incidenteel aanwezig zijn binnen de projectlocatie. Het is aannemelijk dat de werkzaamheden geluiden en trillingen veroorzaken. Waardoor mogelijk aanwezige reptielen zullen vluchten. Het instellen van een werkrichting, waarbij deze soorten de mogelijkheid krijgt te vluchten naar een ‘veilige’ zone belendend aan de projectlocatie waarborgt de gunstige instandhouding van deze soorten. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Visueel en op basis van expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan met het in acht nemen van specifieke maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 20 van 39

4.4.2 Amfibieën Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van beschermde amfibieën binnen de projectlocatie. Binnen de projectlocatie is veiligheid aanwezig, andere habitat eisen ontbreken. Er zijn geen waarnemingen gedaan van sporen en-/ of deze soorten. Het is niet aannemelijk dat deze soorten verblijven binnen de projectlocatie. Wel is het mogelijk dat ze vanuit de belendende watergang incidenteel aanwezig zijn binnen de projectlocatie. Het is aannemelijk dat de werkzaamheden geluiden en trillingen veroorzaken. Waardoor mogelijk aanwezige amfibieën zullen vluchten. Het instellen van een werkrichting, waarbij deze soorten de mogelijkheid krijgt te vluchten naar een ‘veilige’ zone belendend aan de projectlocatie. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Visueel en op basis van expert judgement. Directe omgeving gescreend naar geschikte habitat eisen, visueel en kaarten geraadpleegd. Toepassing De ontwikkeling kan met het in acht nemen van specifieke maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.4.3 Vissen Vaststellingen Er zijn geen waarnemingen bekend van deze soorten binnen de projectlocatie.

Het ontbreekt binnen de projectlocatie aan wateroppervlak. Water is een essentiële habitat eis voor de vis. Om deze reden is het niet aannemelijk dat deze soorten verblijven binnen de projectlocatie. Methode vaststelling visueel en op basis van expert judgement Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

Blad 21 van 39

4.5

Insecten

4.5.1 Libellen Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarnemingen van beschermde libellen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen waardplanten geschikt en-/ of waarnemingen van beschermde libellen binnen de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat er specifiek beschermde voortplanting-/ rustplaatsen bevinden binnen de projectlocatie, wel kan de libel incidenteel aanwezig zijn. De libel is in staat te vluchten bij verstoring, het is niet aannemelijk dat zij schade ondervindt tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Visueel en op basis van expert judgement. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.5.2 Dagvlinders Vaststellingen De geraadpleegde bronnen melden geen waarneming van beschermde dagvlinders binnen en in de directe omgeving van het werkgebied. Er zijn geen waardplanten geschikt voor en-/ of waarnemingen van beschermde dagvlinders. Methode vaststelling Waarnemingen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie opgevraagd bij verspreidingsatlassen. Visueel en op basis van expert judgement.

Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 4.5.3 Overige ongewervelden Vaststellingen Er zijn geen waarnemingen bekend binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie. Er zijn geen grote hoeveelheid rottend eikenhout of wateroppervlakken binnen de projectlocatie waargenomen. Het is niet aannemelijk dat deze soorten zich vestigen binnen de projectlocatie. Methode vaststelling Visueel en op basis van expert judgement. Toepassing De ontwikkeling kan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd wat betreft deze beschermde soort. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16811448/1