Rapport rekenkameronderzoek Inburgering Amersfoort
Tekst van het document
21 Raadsinformatiebrief 2021-027 22Raadsinformatiebrief, 2021-027
21
In de volgende paragrafen lichten we toe welke keuzes de gemeente Amersfoort heeft gemaakt en welke accenten ze heeft gelegd. Daarnaast beschrijven we welke lokale partners betrokken zijn bij de uitvoering van de inburgering. Ook presenteren we hoeveel personen momenteel inburgeren, via welke trajecten zij dit doen en geven we een beeld van de voortgang en de resultaten van het inburgeringsproces.
2.1 Integratiewerk en de gemeente Amersfoort De gemeente Amersfoort werkte bij de invoering van de Wi2021 al ruim 40 jaar samen met Stichting Integratiewerk (voorheen: NVA Centrum voor Integratie en Participatie) op het gebied van inburgering.23 Uit de documenten die wij hebben geanalyseerd blijkt dat, volgens de gemeente, de kracht van de Amersfoortse aanpak schuilt in deze jarenlange ervaring en intensieve samenwerking. De gemeente heeft dan ook besloten om de samenwerking met Integratiewerk voort te zetten onder de Wi2021. De samenwerking is volgens de gemeente gebaseerd op gemeenschappelijke doelstellingen, inbreng van beide partijen en gefundeerd op ieders kennis, ervaring en beschikbare middelen. Integratiewerk heeft volgens de gemeente de specialistische en specifieke kennis in huis die nodig is bij de begeleiding van inburgeraars.24 De gemeente Amersfoort en Integratiewerk werken vanuit een integrale aanpak en voeren elk een deel van het inburgeringsbeleid uit. De afspraken zijn vastgelegd in een horizontale samenwerkingsovereenkomst. Deze is opgesteld voor een periode van 10 jaar ingaande op 1 januari 2022. In de samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd dat de partijen samen aan de volgende doelen van de Amersfoortse inburgeringsaanpak werken:25 • • • • •
Elke inburgeraar kan en gaat meedoen in Amersfoort, en vindt een goede plek in de maatschappij. Inburgeraars kunnen op integrale wijze inburgeren, hierbij is het behalen van een inburgeringsdiploma of certificaat geen doel op zich, maar een onderdeel van de integratie. Er wordt een integrale aanpak gehanteerd, waarbij inburgering een onderdeel is van de integratie van inburgeraars. Elke inburgeraar krijgt de ondersteuning aangeboden die nodig is. Hiermee wordt bijgedragen aan de volgende maatschappelijke effecten: gezonde en vitale inwoners, kansrijk ontwikkelen, omzien naar elkaar, meedoen en ‘Thuis in Amersfoort’. De inburgeraar staat centraal. Voor elke inburgeraar is een passend inburgeringsaanbod, passend bij de mogelijkheden en leefomstandigheden van de individuele inburgeraar.
In de samenwerking is de gemeente verantwoordelijk voor beleidsontwikkeling, monitoring en evaluatie van de ‘Amersfoortse Inburgeringsaanpak’ (in afstemming met Integratiewerk). Opvallend is dat in Amersfoort de regierol, die de wetgever expliciet bij de gemeente heeft weggezet, is uitbesteed aan Integratiewerk. Het gaat om het uitvoeren van een Brede intake met inburgeraars en het opstellen van het PIP, waarin de leerroute, verplichtingen en begeleiding worden vastgelegd.26 Ook monitort Integratiewerk de voortgang van de inburgering en draagt Integratiewerk zorg voor het aanbod in de B1- en Z-route. De gemeente krijgt via periodieke rapportages inzicht in de uitvoering van Integratiewerk. Voor zover bekend komt het uitbesteden van de Brede Intake en PIP aan een samenwerkingspartner zelden voor.27 23 Raadsinformatiebrief 2021-027 24 Raadsinformatiebrief 2021-027 25 Samenwerkingsovereenkomst Integratiewerk en gemeente Amersfoort 26 Samenwerkingsovereenkomst Integratiewerk en gemeente Amersfoort 27 Bij Divosa is bekend dat enkele gemeenten een vergelijkbare constructie hanteren.
22
De Wi2021 is ontworpen vanuit het principe dat gemeenten de regie voeren op de inburgering. Gemeenten kunnen op deze manier sturen op de uitvoering. Daarbij biedt de wet ruimte voor gemeentelijke invulling, maar op onderdelen, zoals de Brede intake en het PIP, is bewust gekozen voor een sterke wettelijke inkadering. Deze onderdelen “vormen de basis voor de nadere invulling van het inburgeringstraject” en moeten daarom “op een vergelijkbare wijze” door gemeenten worden uitgevoerd. De wetgever gaat er dus vanuit dat de Brede intake en het PIP alleen uitbesteed kunnen worden als de gemeente zich er van kan verzekeren dat dit op een vergelijkbare wijze wordt uitgevoerd. In paragraaf 2.5.3 van de Memorie van Toelichting wordt expliciet gemaakt dat de Brede intake door of onder regie van de gemeente moet worden uitgevoerd. Gemeenten mogen deze taak onderbrengen in een samenwerkingsverband op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, maar blijven zelf procesverantwoordelijk. Voor het PIP (par. 2.5.4) geldt bovendien dat het altijd een beschikking van de gemeente is, waarbij uiteindelijk de gemeente vaststelt welke leerroute iemand volgt. Ook bij uitbestede uitvoering blijft de gemeente daarmee juridisch besluitvormer en eindverantwoordelijke.
Aan het begin van dit onderzoek kreeg de gemeente Amersfoort pas na vaststelling van het PIP informatie over de afspraken tussen Integratiewerk en de inburgeraar. Tijdens het onderzoek, en naar aanleiding van vragen van de Rekenkamer, heeft de gemeente het initiatief genomen om deze werkwijze aan te passen en zelf het PIP vast te stellen. Hierdoor kan de gemeente een deel van haar regierol beter vervullen en heeft handvatten om bij te sturen waar nodig. Dit sluit aan bij de geest van de wet. Jaarlijks maken Integratiewerk en de gemeente een plan van aanpak waarin concrete afspraken worden gemaakt over de uitvoering van de taken binnen de samenwerking. Hierin worden geleerde lessen meegenomen en worden de ambities afgestemd op de beschikbare middelen.28 De gemeente Amersfoort en Integratiewerk hebben minimaal een keer per jaar bestuurlijk overleg tussen de directeur-bestuurder van Integratiewerk en de betrokken wethouder van de gemeente. Daarnaast vindt er minimaal een keer per jaar ambtelijk overleg plaats met de directeur-bestuurder en/of management van Integratiewerk ter voorbereiding op het bestuurlijk overleg. Elk kwartaal is er ambtelijk overleg over lopende zaken. Hieronder is de taakverdeling verder uiteengezet. Wettelijke taak ja/nee
Statushouders
Gezinsmigranten
Gemeente Begeleiding Participatiewet
Ja
X
X29
Financieel ontzorgen
Ja
X
Regie op de inburgering en handhaving Ex-inburgeraar begeleiden naar Arbeidsintegratie
Ja Ja (participatiewet)
X X
X
Brede intake en PIP
Ja
X
X
Leerbaarheidstoets
Ja
X
X
Uitbesteed aan integratiewerk
28 Samenwerkingsovereenkomst, artikel 4 29 De gemeente Amersfoort wil extra aandacht besteden aan gezinsmigranten die een uitkering ontvangen via het nugger-er
beleid. Het nugger-beleid (niet-uitkeringsgerechtigden) in Nederland is gebaseerd op de Participatiewet, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van werkzoekenden zonder uitkering. Dit beleid richt zich vaak op re-integratietrajecten, loonkostensubsidie en arbeidsbeperkten.
23
Stap In programma
Nee (onderdeel PVT wel) Ja
X
Ja
X X
Participatieverklaringstraject Module Arbeidsmarkt en Participatie
Ja (participatiewet) Ja Ja
B1-route Jongerenroute
Ja Nee
X X
Onderwijsroute
Ja
X
Z-route
Ja
X
Vrouw- en kindcentrum Aandacht voor inburgering vrouwen
Nee
X
X
Alleen Z-B1-route
X
X (niet wettelijk verplicht)
Begeleiding richting financiële zelfredzaamheid Maatschappelijke begeleiding Begeleiding richting werk – werkfit maken
X
X X
X (niet wettelijk verplicht) X (niet wettelijk verplicht)
X X
Participatie in de stad Verschillende initiatieven
2.2 De Amersfoortse inburgeringsaanpak De Amersfoortse inburgeringsaanpak is gebaseerd op de leidende principes uit het beleidskader Inclusieve Stad en de juridische en inhoudelijke kaders die de Wet Inburgering 2021 de gemeente biedt. In bijlage 1 is opgenomen hoe de Amersfoortse inburgeringsaanpak aansluit bij de leidende principes uit het beleidskader Inclusieve Stad. In deze paragraaf zetten we uiteen welke specifieke beleidskeuzes de gemeente Amersfoort heeft gemaakt en die kenmerkend zijn voor de Amersfoortse aanpak op basis van de documentstudie die we hebben uitgevoerd. Het uitgangspunt van de aanpak is een integrale en doorlopende leerlijn voor inburgeraars. Deze leerlijn loopt vanaf het moment van toekenning van de verblijfsvergunning en vaststelling van de inburgeringsplicht, tot aan het moment dat aan de inburgering is voldaan. Indien nodig is er ruimte voor het bieden van nazorg.30
Kenmerken Amersfoortse inburgeringsaanpak In onderstaande tabel wordt per onderdeel en instrument van de inburgering beschreven of de gemeente Amersfoort specifiek aanbod of een afwijkende aanpak heeft. Instrument/onderdeel Wi2021 Brede intake en PIP
Leerbaarheidstoets
Specifieke of afwijkende aanpak Amersfoort De gemeente Amersfoort heeft het afnemen van de Brede intake en het opstellen van het PIP uitbesteed aan Integratiewerk. Voor zover bekend is het uitbesteden van de Brede Intake en PIP aan een samenwerkingspartner zelden voorkomt. Geen opvallendheden
30 Raadsinformatiebrief 2021-027
24
Stap In programma
Begeleiding richting financiële zelfredzaamheid en financieel ontzorgen (Maatschappelijke) begeleiding
Begeleiding richting werk
Participatieverklaringstraject Module Arbeidsmarkt en Participatie B1-route
Jongerenroute
Onderwijsroute
Integratiewerk biedt een Stap In programma in eigen taal aan in het eerste jaar van de inburgering dat bestaat uit de PVT, startprogramma gezondheid, startprogramma financiële zelfredzaamheid en startprogramma werk en participatie. Het Stap In programma onderscheidt zich doordat het verder gaat dan de wettelijke minimumeisen van de Wi2021. Waar de wet slechts voorschrijft dat gemeenten minimaal 12 uur PVT moeten aanbieden, heeft Amersfoort er bewust voor gekozen dit uit te breiden naar 20 lessen (in totaal 50 uur) en dit bovendien volledig in de eigen taal van de inburgeraar aan te bieden. Daarnaast omvat het Stap In programma meer inhoud dan het standaard PVT-programma. De lessen dekken, naast de Nederlandse kernwaarden, ook financiën, gezondheid, werk, administratie en oriëntatie op Amersfoort. Geen opvallendheden
Opvallend is dat de gemeente Amersfoort ervoor heeft gekozen om, naast de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding, ook de begeleiding en monitoring van het verloop en de uitvoering van de afspraken uit het PIP uit te besteden aan Integratiewerk. Volgens Integratiewerk maakt deze constructie het mogelijk om een integraal aanbod te realiseren dat aansluit bij de capaciteiten en behoeften van de inburgeraar. Hierdoor kan gericht maatwerk geboden worden. (Zie hoofdstuk 3) Waar veel gemeenten de werktoeleiding scheiden van de inburgeringsbegeleiding, heeft Amersfoort ervoor gekozen om het ‘werkfit maken’ van statushouders volledig bij Integratiewerk te beleggen. Dit omvat het ontwikkelen van werknemersvaardigheden, taalniveau passend bij de gewenste functie en het opbouwen van een realistisch beroepsbeeld. Nadat statushouders werkfit zijn neemt de afdeling Arbeidsintegratie van de gemeente Amersfoort de begeleiding over. (Zie hoofdstuk 5) Zie Stap In programma Geen opvallendheden Geen opvallendheden, behalve dat Integratiewerk de B1-route uitvoert waardoor veel kennis over de inburgeraar ‘in huis’ is en niet verdeeld over verschillende organisaties. (Zie hoofdstuk 4) In Amersfoort worden bij aanvang alle jonge statushouders tot circa 28 jaar standaard in de jongerenroute geplaatst, tenzij de standaardroute beter past.
De jongerenroute is volledig ingericht op het toeleiden naar en volgen van onderwijs op mbo-niveau. Jongeren worden gestimuleerd door te leren tot een startkwalificatie en blijven leren in een schoolse context. Deze aanpak leidt er toe dat het aantal jongeren dat onderwijs volgt aanzienlijk hoger ligt dan het Benchmark gemiddelde in Nederland (zie 2.4). De gemeente Amersfoort heeft (pas) sinds 1 september 2025 een officiële Onderwijsroute beschikbaar. Ten tijde van de interviews 25
Z-route
Gezins- en overige migranten
Aandacht voor specifieke doelgroepen Ex-amv’s
Aandacht voor inburgering vrouwen
(najaar 2025) is er een beperkt aantal jonge statushouders (tussen de 5-10) aangemeld voor dit traject. (Zie hoofdstuk 4) Geen opvallendheden, behalve dat Integratiewerk ook de Z-route uitvoert waardoor veel kennis over de inburgeraar ‘in huis’ is en niet verdeeld over verschillende organisaties. (Zie hoofdstuk 4) De gemeente Amersfoort valt op doordat zij, ondanks dat de Wi2021 meer eigen verantwoordelijkheid bij gezins- en overige migranten legt, er bewust voor kiest om ook deze groepen een integraal en op maat ingericht traject te bieden. Zo zijn er afspraken gemaakt om taallessen betaalbaar te houden voor gezinsmigranten en ontvangen zij daarnaast ondersteuning bij financiële zelfredzaamheid. Verder heeft de gemeente aanvullende subsidie verstrekt aan Integratiewerk om een kleine groep gezinsmigranten extra begeleiding te bieden, omdat beide partners in deze gezinnen vaak nog beperkte kennis hebben van de Nederlandse samenleving. (Zie hoofdstuk 6)
Integratiewerk biedt vanaf 2024 ook maatschappelijke begeleiding aan alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv’s) die 18 jaar zijn geworden en gebruik maken van de verlengde opvang.31 Verlengde opvang is een regeling waarbij amv’s met een verblijfsvergunning na hun 18e verjaardag kunnen blijven wonen in hun huidige opvangplek (opvanggezin, kleinschalige opvang of Nidos-voorziening) en begeleiding blijven ontvangen tot maximaal 21 jaar. De Amersfoortse inburgeringsaanpak besteedt specifiek aandacht en begeleiding aan de inburgering van vrouwen. Dit doen ze vanuit het principe dat het van belang is om aan te sluiten bij de belevingswereld en belemmeringen die vrouwelijke inburgeraars kunnen ervaren. Hiervoor wordt onder andere het Vrouw- en Kindcentrum ingezet waar vrouwen met en van elkaar leren, vrijwilligerswerk doen, elkaar steun geven en cursussen kunnen volgen.32
2.3 Informeren gemeenteraad De gemeenteraad is actief meegenomen in het voorbereidingsproces richting de start van de Wi2021, vervolgens zijn ze jaarlijks op de hoogte gebracht van de voortgang van de uitvoering van het inburgeringsbeleid. In de voorbereiding naar de Wi2021 is de gemeenteraad geïnformeerd middels raadsinformatiebrieven in maart 2019 (2019-023), september 2019 (2019-077), maart 2021 (2021-027) en juli 2021 (2021-074); middels collegeberichten in juni 2020 (2020-107) en november 2020 (2020218); en middels besprekingen in rondes op 30 maart 2021 en 13 april 2021. Naar aanleiding van deze
31 Gemeente Amersfoort (2025) Plan van Aanpak 2025 32 Raadsinformatiebrief 2021-096
26
rondes is de motie 2021-059M ‘inburgering 2.0’ ingediend. De Amersfoortse aanpak die in de vorige paragrafen is beschreven hieruit voortgekomen. Vanaf januari 2022, de inwerkingtreding van de Wi2021, is de gemeenteraad jaarlijks op de hoogte gebracht van de voortgang van de uitvoering van de wet middels raadsinformatiebrieven in 2023 (2023-039) en 2024 (2024-118). In deze raadsinformatiebrieven is ingegaan op kwantitatieve en kwalitatieve resultaten van de inburgering. In 2025 is de raad niet geïnformeerd, maar begin 2026 is de gemeenteraad uitgebreid geïnformeerd middels raadsinformatiebrief 2026-013, met als bijlage een kwalitatieve monitor uitgevoerd door onderzoeksbureau Regioplan, een kwantitatieve monitor uitgevoerd door de gemeente zelf en een Evaluatie van de Vroege start in Amersfoort uitgevoerd door onderzoeksbureau Significant Public.33
Onderzoek Kwalitatieve monitoring inburgering gemeente Amersfoort In 2025 heeft de gemeente Amersfoort een monitoringstraject uitgevoerd om te beoordelen in hoeverre de hoofddoelen van de Amersfoortse aanpak inburgering worden gerealiseerd. Het monitoringstraject bestond naast een kwantitatief deel, uit een kwalitatief onderzoek dat is uitgevoerd door Regioplan. De hoofdconclusie van dit onderzoek is dat de Amersfoortse aanpak sterk is wat betreft nabijheid en structuur in het persoonlijk contact met de inburgeraar. Het doel van “sneller en duurzamer meedoen” wordt echter begrensd voor praktische belemmeringen zoals kinderopvang, beperkte flexibiliteit in routes en onderwijs, en onduidelijke rolverdeling binnen het samenwerkingsverband. Ook blijkt uit het onderzoek dat de verschillen tussen doelgroepen vragen om meer maatwerk: laagopgeleiden en analfabeten hebben meer tijd en begeleiding nodig, terwijl het voor veel inburgeraars in de B1-route vaak te langzaam gaat. De onderzoekers bevelen dan ook aan om de uitvoeringsruimte rond de bestaande basis te versterken, zodat de Amersfoortse aanpak duurzaam effectief is in het realiseren van participatie en zelfredzaamheid.34
In 2023 is de gemeenteraad geïnformeerd dat de uitvoering van de Wi2021 achterliep vanwege Landelijke onzekerheden rond onderdelen van de wet, zoals de onderwijsroute, waarbij gemeenten moesten wachten op voldoende aanbieders/uitwerking van regels. Problemen bij de leerbaarheidstoets en afstemming tussen landelijke uitvoering (zoals DUO) en lokale intake. Tekort aan NT2-docenten (taaldocenten Nederlands als tweede taal) en vrijwilligers. Praktische obstakels zoals gezinshereniging, complexiteit van het brede integratieproces, en koppeling met opvang- en huisvestingsvraagstukken. Verder blijkt uit deze raadsinformatiebrief dat de Amersfoortse aanpak grotendeels effectief is: inburgeraars zijn overwegend tevreden over de begeleiding op maat en het taalonderwijs. Voor participatie (werk of vrijwilligerswerk) blijft het in de praktijk echter lastig om de gestelde ambities te realiseren. Er is intensieve samenwerking met partners zoals Werkgevers Servicepunt, lokale netwerken en onderwijsinstellingen. In de raadsinformatiebrief is de wens geformuleerd om beter invulling te geven aan de ambities rondom (geleidelijke toeleiding naar) participatie, activering en het opbouwen van een netwerk en daarbij de ambitie om verder te investeren in de samenwerking tussen
33 Raadsinformatiebrief 2026-013 34 Belhaj-Haddou, S., Ansem, N. van, Bleeker, Y., & Machk, A. (2025). Kwalitatieve monitoring inburgering gemeente
Amersfoort. Amsterdam: Regioplan.
27
Integratiewerk en andere (informele) partijen in de stad, in het bijzonder Indebuurt033. Het plan is ontwikkeld, maar is afhankelijk van externe subsidiëring. Verder wordt gesteld dat de gemeente Amersfoort kiest voor een individuele maatwerk oplossing als een inburgeraar de onderwijsroute kan volgen. In 2024 is de gemeenteraad geïnformeerd over de uitstroomresultaten die tot dan toe zijn behaald. De raad is geïnformeerd dat inburgeraars tevreden zijn met de begeleiding en de taallessen die ze krijgen, deze waarderen ze met rapportcijfer 8,1. De gemeente stelt dat arbeidsparticipatie lastig blijft door hoge aantal taallesuren per week en andere verplichtingen in de inburgering, woonsituatie van statushouders en de mismatch tussen vraag aan personeel en het aanbod onder statushouders. Integratiewerk heeft in 2025 pilots georganiseerd om taallessen in de avond en weekenden mogelijk te maken, zodat taal en werk beter gecombineerd kunnen worden. De gemeente heeft de samenwerking met Werkcentrum regio Amersfoort en werkgevers geïntensiveerd, inclusief een banenmarkt. Verder is de raad geïnformeerd dat het een uitdaging blijft om voldoende NT2 docenten aan te trekken. De huisvesting van statushouders valt buiten de scope van dit onderzoek. De gemeenteraad is wel meerdere keren geïnformeerd over de uitdagingen op dit vlak sinds de inwerkingtreding van de Wi2021.
In gesprek met raadsleden In januari 2026 zijn we in gesprek gegaan met vier raadsleden om inzicht te krijgen in hoe de gemeenteraad haar kaderstellende en controlerende rol uitvoert, wat de verwachtingen zijn van de raad, de informatiebehoeften en reflecties van gemeenteraadsleden op de Amersfoortse inburgeringsaanpak. De aanwezige raadsleden benadrukken allen dat hun partij het belang van dualiteit, participatie vanaf dag één en de rol van inburgering voor arbeidsdeelname voorop stelt in de inburgering. Ze erkennen dat Amersfoort een stad is waar naast het reguliere aanbod binnen de inburgering, veel aanbod is van informele initiatieven om inburgeraars welkom te heten in de stad. De raadsleden geven aan dat zij weinig specifieke informatie ontvangen over de uitvoering van de inburgering, waardoor het lastig is om te beoordelen of het beleid effectief is. Er zijn weinig raadsinformatiebrieven en de monitoring is beperkt, wat leidt tot een gevoel van afstand tot het dossier. De raadsleden erkennen dat zij zelf de middelen hebben om informatie op te vragen, maar het is lastig om als raad een externe partij, Integratiewerk, te controleren. Inburgeraars kennen over het algemeen de route naar gemeenteraadsleden niet, waardoor het een groep is die buiten beeld blijft en knelpunten minder onder de aandacht worden gebracht door de doelgroep zelf.
De gemeenteraadsleden geven aan beperkt zicht te hebben op budgetten waardoor ze niet kunnen sturen op de doelmatigheid van de inburgering, mede doordat inburgering onderdeel is van het brede sociaal domein. De raad mist structurele monitoring en specifieke indicatoren waarop ze kunnen monitoren, waardoor ze vooral moeten vertrouwen op het college en Integratiewerk. Er is behoefte aan meer inzicht in de doelmatigheid en efficiëntie van de besteding van middelen, bijvoorbeeld door vergelijking met andere gemeenten. De gemeenteraadsleden zouden graag periodieke werkbezoeken afleggen bij Integratiewerk, gesprekken voeren met de directie van Integratiewerk en meer thematische updates en benchmarking ontvangen zodat de raad beter geïnformeerd blijft en meer grip krijgt op het dossier. 28
2.4 Aantallen inburgeraars In deze paragraaf geven we inzicht in de beschikbare kwantitatieve data voor de gemeente Amersfoort. Voor statushouders baseren we onderstaande data op gegevens uit de Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering waar de gemeente Amersfoort aan deelneemt. Deze benchmark is gebaseerd op CBS, COA en DUO cijfers. We gebruiken in deze paragraaf de data uit het Divosa rapport ‘Standaardrapport inburgering per organisatie Amersfoort 2022-2024’ waar de data van Amersfoort worden vergeleken met het landelijke Benchmark gemiddelde en het Divosa ‘standaardrapport Amersfoort 2022-2024’ waar de data van Amersfoort worden vergeleken met de data van gemeenten in de arbeidsmarktregio én het landelijke Benchmark gemiddelde. Hierbij benadrukken we dat de Benchmark data van Divosa uitsluitend beschikbaar zijn voor statushouders en niet voor gezinsmigranten. We vullen de Divosa Benchmark gegevens aan met gegevens die die de gemeente Amersfoort heeft gepresenteerd in de ‘Oplegger Rapportage Inburgering (Kwantitatieve Monitor) – overzicht cohort 2022 en voorlopig overzicht cohort 2023–2024’. Hierin worden statushouders én gezinsmigranten meegenomen.
Aantallen inburgeraars Uit de gemeentelijke rapportage blijkt dat het totaal aantal personen in de inburgering tussen januari 2022 en december 2024 723 personen is. Tabel 2.1 Instroom in de inburgering in aantallen en percentage van het totaal Jaar
Totale instroom
Statushouders
Gezinsmigranten
2022 2023
203 269
118 (58%) 143 (53%)
85 (42%) 126 (47%)
2024
251
136 (54%)
115 (46%)
2025 Totaal
245 723
141 (57%) 397 (55%)
104 (43%) 326 (45%)
Van de statushouders die in 2022 instroomden, hebben op 4 december 2025 43 personen de inburgering afgerond, wat neerkomt op 37%. Bij de gezinsmigranten hebben 33 personen het traject afgerond, oftewel 38%. Over de totale groep komt de uitstroom daarmee uit op 38%. Tabel 2.2 Uitstroom uit de inburgering – cohort 2022 Groep
Aantal afgerond
Percentage afgerond
Asielstatushouders
43
37%
Gezinsmigranten Totaal
33 76
38% 38%
Er zijn in december 2025 nog 127 statushouders van cohort 2022 bezig met inburgeren. Binnen deze groep bevindt zich een aanzienlijk aandeel jongeren: 57 statushouders tussen 18 en 27 jaar, oftewel 45% van de nog inburgerende groep. Zij volgen onderwijs en zijn gedurende deze periode vrijgesteld van de inburgering. Van hen zijn 40 asielstatushouders (31% van de 127) en 17 gezinsmigranten (13% van de 127). In de leeftijdsgroep ouder dan 27 jaar bevinden zich nog 70 statushouders in het inburgeringstraject, wat neerkomt op 55% van de 127 nog inburgeringsplichtige statushouders. Van deze groep zijn 34 asielstatushouders (27% van 70) en 36 gezinsmigranten (28% van 70). 29
De gemeente verklaart zelf in de oplegger Rapportage Inburgering (Kwantitatieve Monitor Inburgering) dat deze vertraging werd veroorzaakt door uiteenlopende redenen. In 2022 speelde het wennen van Integratiewerk aan de nieuwe wet en landelijk vertraagde behandeling van ontheffingsaanvragen een rol. Daarnaast zorgden onderwijs- en huisvestingsproblemen bij jongeren, dakloosheid en verblijf in opvang voor uitstel. Ook waren er knelpunten zoals gebrek aan passend lesaanbod, tekort aan kinderopvang, en de combinatie van werk en inburgering. Verder hadden sommige inburgeraars te maken met trauma, mentale problemen, zwangerschap of kozen zij voor zelfstudie zonder DUO-lening. De gemeente Amersfoort verwacht dat het merendeel van de inburgeraars in de eerste helft van 2026 de inburgering alsnog afrondt. Landelijk zijn de cijfers over 2025 nog niet bekend. De Amersfoortse uitstroomcijfers kunnen doordoor (nog) niet met landelijke cijfers vergeleken worden. Wel is het mogelijk om de beschikbare Amersfoortse uitstroomcijfers uit 2024 naast de landelijke cijfers te leggen, op basis van de Statistiek Wet Inburgering (SWI) van het CBS. Het CBS rapporteert voor het cohort 2022 hoeveel inburgeraars zijn uitgestroomd. Landelijk geldt dat er op 31 december 2024 1% van de statushouders en 2% van de gezinsmigranten de inburgering heeft voltooid.
Daarnaast heeft 1% van de statushouders en 7% van de gezinsmigranten een vrijstelling of ontheffing gekregen van de inburgering, of is de inburgeringsplicht komen te vervallen. Opvallend is dat de uitstroomcijfers van Amersfoort aanzienlijk hoger liggen. Op 31 december 2024 heeft 7% van de statushouders (cohort 2022) en 14% van de gezinsmigranten de inburgering afgerond. In totaal heeft 2% van de statushouders en gezinsmigranten een vrijstelling, ontheffing gekregen of is de inburgering komen te vervallen.
Statushouders In het vervolg van deze paragraaf analyseren wij de beschikbare gegevens voor statushouders op basis van de Divosa Benchmark.
Opstellen PIP Gemeenten hebben vanaf de start van de brede intake tien weken de tijd om het PIP op te stellen. Uit onderstaande figuur blijkt dat in de gemeente Amersfoort het PIP voor statushouders aanzienlijk sneller wordt opgesteld (binnen zes weken) dan het landelijke gemiddelde (binnen negen weken).35
35 Voor gezinsmigranten benoemt de gemeente zelf dat zij soms langere wachttijden hebben dan statushouders in de
Oplegger Rapportage Inburgering.
30
Grafiek 1 Gemiddelde doorlooptijd statushouders Wi2021 van start brede intake tot datum PIP in weken, peildatum december 202436 10 9 8
Aantal weken
7 6 5 4 3 2 1 0 Amersfoort
Gemiddelde Benchmark Weken
Leerroute Onderstaande grafiek laat zien dat in Amersfoort, ten opzichte van het landelijke gemiddelde, slechts een klein aantal inburgeraars een lager niveau volgt dan waartoe ze volgens de leerbaarheidstoets in staat zijn. Grafiek 2 Percentage statushouders Wi2021 in de Z-route waarvan de B1-route haalbaar is, peildatum december 2024 12
11
10
Percentage
8
6
5
4
2
0 Amersfoort
Gemiddelde Benchmark
36 Op basis van Divosa Benchmark gegevens voor Amersfoort en de Statistiek Wet Inburgering voor de landelijke cijfers.
31
Hieronder presenteren we de aantallen statushouders met PIP verdeeld over de leerroutes. Amersfoort Aantal statushouders in gemeente met leerroute B1 Aantal statushouders in gemeente met leerroute Z Aantal statushouders in gemeente met onderwijsroute
31-12-2024 245 110 0
Hierbij is het zeer opvallend dat er tot en met 31 december 2024 geen enkele statushouder is ingestroomd in de onderwijsroute. Volgens de gemeente is dit te verklaren, omdat deze route pas vorm heeft gekregen in september 2025. Tot dat moment volgden inburgeraars op basis van ‘maatwerk oplossingen’ hbo en wo onderwijs. De verdeling van statushouders over de verschillende leerroutes wijkt in Amersfoort af van het landelijke gemiddelde. Het aandeel statushouders in de Z-route is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde, terwijl het percentage in de B1-route hoger ligt (68% ten opzichte van 57% landelijk). Deze afwijking is grotendeels te verklaren doordat alle statushouders die anders in aanmerking zouden komen voor de onderwijsroute zijn ingedeeld bij de B1-route. Grafiek 3 Verdeling leerroutes statushouders Wi2021 in percentages, peildatum december 202437
57 30
Benchmark Gemiddelde
13 0
68 31
Amersfoort
0 1
0
10
20
B1-route
Z-route
30
40
Onderwijsroute
50
60
70
80
Niet-ingedeeld
Volgens de Divosa Benchmark wisselt landelijk 30 procent van de statushouders van leerroute. In Amersfoort zou dit volgens het rapport nul procent zijn. Het is aannemelijk dat Integratiewerk en de gemeente deze data niet goed hebben geregistreerd, want, zoals we beschrijven in hoofdstuk 4, wordt er wel degelijk gewisseld tussen leerroute. Binnen de B1-route is het mogelijk om af te schalen naar A2-niveau. In Amersfoort is 4% van de statushouders afgeschaald. Landelijk is dat 6%.
37 Volgens de Divosa Benchmark gegevens is 1% van de statushouders niet ingedeeld in een leerroute.
32
Werkende statushouders en statushouders die een opleiding volgen De data die we in deze paragraaf presenteren is gebaseerd op het Divosa Benchmark rapport Statushouders Wi2021 per organisatie in Amersfoort. De data hebben betrekking op de eerste cohort statushouders die in 2022 aan hun inburgering zijn begonnen. Het peilmoment is 31 december 2024. Statushouders die later dan 2022 aan hun inburgering zijn begonnen, zijn niet meegenomen in deze data. Uit de Divosa Benchmark blijkt dat het aandeel werkende statushouders in Amersfoort (27%) aanzienlijk hoger ligt dan in de gehele Arbeidsmarkt Regio (AMR) en het landelijke gemiddelde (19%). Grafiek 4 Percentage werkende statushouders Wi2021 (18-67 jaar) 30 27 25 21 19
Percentage
20
15
10
5
0 Amersfoort
Gemiddelde benchmark
AMR Amersfoort
De verdeling van het arbeidsvolume onder statushouders in Amersfoort wijkt af van het landelijke benchmarkgemiddelde. In Amersfoort werkt een kleiner aandeel statushouders minder dan 0,3 FTE (32%) dan landelijk (36%). Daarentegen is het percentage statushouders dat tussen 0,3 en 0,8 FTE werkt aanzienlijk hoger (41% tegenover 33%). Het aandeel dat 0,8 FTE of meer werkt, ligt in Amersfoort juist iets lager (18%) dan het landelijke gemiddelde (23%). Opvallend is daarnaast dat het percentage statushouders met meerdere dienstverbanden in Amersfoort (14%) tweemaal zo hoog is als het landelijke gemiddelde (7%).
33
Grafiek 5 Verdeling naar arbeidsvolume statushouders Wi2021 45
41
40 35
36 33
32
Percentage
30 23
25 20
18 14
15 10
7
5
1
0 0 Amersfoort Kleiner dan 0,3 FTE
Tussen 0,3 en 0,8 FTE
Gemiddelde Benchmark Groter dan 0,8 FTE
meer dan 1 baan
Niet ingedeeld
Het aandeel werkende vrouwen ligt aanzienlijk hoger in Amersfoort (18%) dan het landelijke gemiddelde (10%). Ook het aandeel werkende mannen (33%) ligt hoger dan het landelijke gemiddelde (25%). Het aandeel statushouders met een bijstandsuitkering ligt ook lager in Amersfoort (63%) dan het landelijke gemiddelde (77%). Dit komt voornamelijk doordat het aandeel statushouders dat werkt (27%) en onderwijs volgt (29%) hoger ligt dan het landelijke benchmark gemiddelde (19% werk en 14% opleiding). In Amersfoort ontvangen alle statushouders met een (voormalige) inburgeringsplicht en een uitkering een re-integratievoorziening, wat betekent dat zij ondersteuning krijgen bij het vinden en behouden van werk. Het merendeel – 79% – maakt gebruik van een voorziening gericht op werk of participatie, zoals coaching, trainingen, cursussen, vrijwilligerswerk of sociale activering. Daarnaast gebruikt 26% een faciliterende voorziening, voornamelijk vervoersondersteuning, waarbij één persoon meerdere voorzieningen tegelijk kan ontvangen. Landelijk ligt het gebruik van re-integratievoorzieningen aanzienlijk lager: 70% van de statushouders met een (voormalige) inburgeringsplicht ontvangt geen enkele voorziening.
Onder degenen die wél ondersteuning krijgen, ontvangt 20% een voorziening gericht op werk of participatie, 13% een faciliterende voorziening, 4% een werkplekvoorziening, 1% ondersteuning op de werkplek en 1% overige ondersteuning.
Onderwijs Het percentage statushouders dat onderwijs volgt in de leeftijdscategorie 18-67 jaar in Amersfoort (29%) ligt aanzienlijk hoger dan het landelijke gemiddelde (14%). Dit komt waarschijnlijk door de hoge instroom in de Jongerenroute en het aantal jongeren tussen de 18 en 33 jaar dat onderwijs volgt. Het aandeel jongeren dat een opleiding volgt is aanzienlijk hoger in Amersfoort (44%) dan het landelijke gemiddelde (23%). Onder de gehele groep statushouders die een opleiding volgt, volgt zowel landelijk als in Amersfoort 58% een vo/mbo1 opleiding. In Amersfoort volgt 33% van de statushouders een mbo2-4 opleiding, het landelijke gemiddelde ligt op 34%. Wat opvalt, is dat onder de statushouders die onderwijs volgen, iets 34
minder personen een hbo/wo opleiding volgen in Amersfoort (6%) dan gemiddeld in Nederland (8%). Omdat Amersfoort pas in september 2025 begon met de onderwijsroute voor hbo/wo-opleidingen, bestond deze bij de benchmark van december 2024 nog niet. Toch volgde 6% van de statushouders al onderwijs op hbo of wo-niveau, waarschijnlijk door maatwerkoplossingen. Grafiek 6 Verdeling naar onderwijsniveau van statushouders Wi2021 die onderwijs volgen 70 60
58
58
Percentage
50 40
34
33 30 20 10
4
8
5
0 Amersfoort VO/MBO1
Gemiddelde benchmark MBO2-MBO4
HBO/WO
Niet ingedeeld
Ook onder de onderwijsvolgende statushouders, zijn er ten opzichte van het landelijke gemiddelde relatief veel vrouwen in Amersfoort die onderwijs volgen (27% in Amersfoort ten opzichte van 21% landelijk).
2.5 Normenkader In de onderstaande tabel is het normenkader opgenomen. Hierin wordt de relatie gelegd tussen de normen en de beoordeling. Norm
Beoordeling
De doelen van het Amersfoortse inburgeringsbeleid zijn Oranje: In verschillende beleidsdocumenten en SMART geformuleerd op het gebied van onderwijs, werk raadsinformatiebrieven zijn de doelen van het en begeleiding. Amersfoortse inburgeringsbeleid geformuleerd. Deze doelen zijn veelal niet voldoende uitgewerkt volgens de SMART-methodiek. Hierdoor blijven doelstellingen abstract. Ook is in de beleidsstukken niet beschreven hoe de doelstellingen van de Amersfoortse aanpak zich verhouden tot de subdoelstellingen van de Wi2021. De invulling van het gemeentelijk beleid is rechtmatig Oranje: De invulling van het gemeentelijk beleid is (conform de Wi2021) rechtmatig. De Wi2021 legt de regierol op de inburgering expliciet bij de gemeente. De gemeente Amersfoort heeft er echter voor gekozen om de uitvoering van de Brede Intake, het opstellen van het PIP en de monitoring van 35
de voortgang uit te besteden aan Integratiewerk op basis van een horizontale samenwerking. Hierdoor voert de gemeente zelf geen operationele regie meer op deze onderdelen en komt zij meer op afstand te staan van de uitvoering. De mogelijke gevolgen van deze keuze worden in de beleidsdocumenten niet benoemd of afgewogen. De rollen van de betrokkenen bij de inburgering Oranje: In zowel het beleid als in de (gemeente, partners in de stad en inburgeraars) zijn samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente duidelijk geformuleerd Amersfoort en Integratiewerk is de rolverdeling tussen beide partijen duidelijk beschreven. Ook wordt in verschillende beleidsdocumenten het belang van een stadsbrede aanpak benadrukt. De concrete uitwerking daarvan ontbreekt: er is nog geen nadere invulling gegeven aan hoe deze brede aanpak vorm moet krijgen, noch aan de rolverdeling tussen Integratiewerk en andere partijen die tijdens of na de inburgering ondersteuning bieden, zoals informele initiatieven, Indebuurt033 en de wijkteams. Ook was de rolverdeling tussen Integratiewerk en de afdeling Arbeidsintegratie met betrekking tot begeleiding richting werk aanvankelijk niet uitgewerkt; dit is later opgenomen in het Plan van Aanpak Inburgering 2025.
Groen: Ja dit is onderbouwd op verschillende punten, Indien lokaal beleid afwijkt van de Wi2021, wordt dit zoals de Jongerenroute, extra aandacht voor vrouwen onderbouwd en gezinsmigranten en de inzet van Integratiewerk voor de uitvoering. Inburgeringscijfers zijn op orde en bieden inzicht in de Groen: de cijfers zijn grotendeels op orde. De gemeente stelt dat de validiteit van de gegevens bij doorlooptijden voortgang en effectiviteit van het inburgeringsbeleid nog verbeterd dienen te worden, omdat geboden maatwerkopties niet verwerkt konden worden. Er vindt tussentijdse monitoring plaats en waar nodig Groen: Integratiewerk en de gemeente Amersfoort hebben een overleg- en informatiecyclus opgezet. bijsturing van het beleid Indien nodig vindt bijsturing plaats. De gemeenteraad wordt periodiek geïnformeerd over Oranje: De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd. de voortgang van de inburgering en De gemeenteraadsleden ervaren afstand tot het de informatievoorziening aan de gemeenteraad is dossier. De gemeenteraadsleden zouden voldoende om kaderstellende en controlerende rol uit graag periodieke werkbezoeken afleggen bij te voeren Integratiewerk, gesprekken voeren met de directie van Integratiewerk en meer thematische updates en benchmarking ontvangen zodat de raad beter geïnformeerd blijft en meer grip krijgt op het dossier.
36
HOOFDSTUK 3 BEGELEIDING In dit hoofdstuk gaan we in op de begeleiding door Integratiewerk in het kader van de Wi2021. We focussen hierbij op de maatschappelijke begeleiding. In de monitor van Regioplan zijn reeds uitgebreid ervaringen met het PIP, het PVT en financiële ondersteuning uiteengezet. 38 Deze thema’s zullen in dit hoofdstuk daardoor minder uitgebreid beschreven worden.39 In dit hoofdstuk geven we antwoord op de volgende twee deelvragen: • • • •
Hoe verloopt de maatschappelijke begeleiding in de praktijk, welke rol spelen vrijwilligers en informele initiatieven hierbij en welke succesfactoren en knelpunten kunnen hierbij gesignaleerd worden? Wat gebeurt er ná de verplichte inburgering en in hoeverre is dat afgestemd met de dienstverlening tijdens de inburgering? Wat zijn de succesfactoren en knelpunten van de inburgering vanuit het perspectief van de inburgeraars, met een focus op de maatschappelijke begeleiding? Welke lessen zijn er geleerd tijdens de uitvoering van de Wi2021 en hoe vindt bijstelling plaats in de praktijk op het gebied van begeleiding?
3.1 Begeleiding in de Wi2021 Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het bieden van begeleiding aan inburgeraars. Deze begeleiding omvat twee componenten, waarbij in veel gemeenten een onderscheid wordt gemaakt tussen regievoering door de gemeente zelf en maatschappelijke begeleiding die door een externe organisatie wordt verzorgd. De Wi2021 verplicht een gemeente niet tot deze verdeling en gemeenten kunnen, zoals de gemeente Amersfoort heeft gedaan, beide onderdelen van de begeleiding uitbesteden aan een externe organisatie (of zelf uitvoeren). De Wi2021 bepaalt dat de begeleiding start met het afnemen van een Brede intake door de gemeente (of een externe uitvoerder). De gemeente brengt in de Brede intake in kaart wat de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar zijn, zodat het inburgeringstraject hierop kan aansluiten. Ook wordt de inburgeraar tijdens de Brede intake geïnformeerd over de rechten en plichten in de inburgering.40 Op basis van de Brede intake stelt de gemeente het PIP op waarin de leerroute en een uitwerking van de verplichte onderdelen van de inburgering uiteen worden gezet.41 Het plan beschrijft ook de begeleiding en het aantal voortgangsgesprekken waarmee de gemeente de voortgang bewaakt en zo nodig bijstuurt.42 Deze vorm van begeleiding draagt bij aan het behalen van de subdoelstelling
38 Belhaj-Haddou, S., van Ansem, N., Bleeker, Y., Mack, A., 2025. Kwalitatieve monitoring inburgering gemeente Amersfoort.
Regioplan. 39 Belangrijkste conclusies uit het Regioplan rapport op deze punten zijn: Het PIP biedt structuur, maar mist flexibiliteit, maatwerk en ruimte voor eigen regie. Het PVT draagt volgens inburgeraars weinig bij, omdat het niet goed aansluit op taalniveau, timing en dagelijkse realiteit. Financiële ondersteuning is helpend waar aanwezig, maar financiële druk vormt voor veel inburgeraars, vooral gezinsmigranten en jongeren, een belemmering voor deelname en rust in het inburgeringstraject. 40 Memorie van Toelichting, p.17, 19 41 MvT, ibid, p.18 - 19 42 MvT, ibid, p.18 - 19
37
snelheid van de Wi2021.43 Daarnaast bieden gemeenten begeleiding richting participatie en werk voor bijstandsgerechtigde statushouders met als doel dualiteit in de trajecten te borgen.44 De tweede component van begeleiding betreft maatschappelijke begeleiding. Deze vorm van begeleiding is gericht op het wegwijs maken van de inburgeringsplichtige in de gemeente. Verder wordt er in de maatschappelijke begeleiding ondersteuning geboden bij het regelen van toegang tot basisvoorzieningen en het geven van voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. Maatschappelijke begeleiding zorgt er verder voor dat inburgeringsplichtigen zich kunnen concentreren op de inburgering, zodat praktische zaken de inburgering niet vertragen.45 Maatschappelijke begeleiding draagt op deze manier bij aan de subdoelstelling tijdige start van de Wi2021.
3.2 De Amersfoortse aanpak De gemeente Amersfoort heeft beide vormen van begeleiding uitbesteed aan Integratiewerk. Integratiewerk stelt in de begeleiding het perspectief van de inburgeraar centraal. De begeleiding bestaat uit groepsbegeleiding en individuele begeleiding door een casusregisseur (de integratiebegeleider). Hieronder zetten we de verschillende componenten van de begeleiding uiteen: • •
• • •
•
Integratiewerk voert een Brede intake en de leerbaarheidstoets uit met inburgeraars. Op basis daarvan wordt het PIP opgesteld.46 Statushouders uit AZC Amersfoort, die aan de gemeente zijn gekoppeld en die wachten op een woning kunnen starten met inburgeren en gebruik maken van het ‘vroege start’ aanbod. Dit betekent dat de Brede intake wordt afgenomen en het PIP wordt opgesteld. Daarna kan men starten met taallessen.47 De begeleiding start met een Stap In groepsprogramma in eigen taal dat bestaat uit PVT, startprogramma gezondheid, startprogramma financieel en startprogramma werk.48 In het tweede jaar van de inburgering vinden er groepstrainingen gezondheid en werk plaats.49 Integratiewerk biedt individuele begeleiding door een integratiebegeleider. Afhankelijk van de zelfstandigheid van de inburgeraar wordt de intensiteit van de begeleiding bepaald.50 De integratiebegeleider van Integratiewerk heeft elke drie maanden een voortgangsgesprek met de inburgeraar.51 De integratiebegeleiding duurt drie jaar. In de begeleiding maakt Integratiewerk gebruik van het ‘Participatiepad’52 met als doel de inburgeraar uiteindelijk te begeleiden richting (onbetaald) werk zonder ondersteuning.53 De integratiebegeleider biedt integrale begeleiding die aansluit bij de capaciteiten en behoeftes van de inburgeraar.
De begeleider voert regie op de inburgering én de begeleiding richting op participatie gerichte activiteiten, zoals een opleiding, stage, vrijwilligerswerk of betaald werk.54 De integratiebegeleider is verantwoordelijk voor het monitoren van de doelen
43 Memorie van Toelichting, p. 6. 44 MvT, ibid., p. 7. 45 MvT, ibid., p. 6. 46 Raadsinformatiebrief 2021-027 47 Clemens, I. & Huisman, M. (2025). Evaluatie Vroege Start Inburgering. Gemeente Amersfoort. Significant Public. 48Gemeente Amersfoort. 2024. Plan van Aanpak 2024, p. 9-10 49 Idem. 50 Raadsinformatiebrief 2021-027 51 Werkwijze asielstatushouders Wi2021, intern afstemmingsdocument gemeente Amersfoort en Integratiewerk 52 Dit is een variant op de Participatieladder: een veelgebruikte hiërarchie van participatievormen gerangschikt naar de mate
waarin participatie binnen een maatschappij mogelijk is. 53 Participatiepad, intern document Integratiewerk 54 Raadsinformatiebrief 2021-02
38
•
die zijn geformuleerd in het PIP. Ten tijde van het onderzoek is besloten om Arbeidsintegratie eerder te betrekken in het inburgeringsproces om zo inburgeraars met een korte afstand tot de arbeidsmarkt sneller naar betaald werk te begeleiden. Er wordt in de begeleiding aansluiting gezocht bij aanpalende beleidsterreinen en lokaal beleid, zoals Perspectief op Werk, Sport en Volwasseneducatie.55Integratiewerk heeft ook ‘maatschappelijk begeleiders’. Dit zijn vrijwilligers die statushouders die dat nodig hebben extra kunnen ondersteunen bij het regelen van praktische zaken. Dit kan op twee manieren: Enerzijds krijgen statushouders met veel ondersteuningsvragen een ‘eigen’ maatschappelijk begeleider toegewezen. Anderzijds biedt Integratiewerk een spreekuur aan dat wordt bemenst door maatschappelijk begeleiders. Dit spreekuur is toegankelijk voor álle statushouders die bij Integratiewerk worden begeleid.
Begeleiding in de Jongerenroute Aan jongeren geeft Integratiewerk aparte begeleiding. De begeleiding die jongeren ontvangen betreft de standaard praktische ondersteuning en daarnaast ondersteuning bij het aanvragen van studiefinanciering. Tot voor kort was de integratiebegeleider ook betrokken bij het proces van gezinshereniging. Omdat dit veel tijd kost en specifieke expertise vraagt, is in samenwerking met de gemeente besloten om deze taak elders te gaan beleggen. In het kader van de ‘jongerenroute’ (zie hoofdstuk 4) worden jongeren gedurende een 20 weken durend programma intensief begeleid. Onderdeel hiervan zijn participatieactiviteiten, bijvoorbeeld uitstapjes naar musea en sportevenementen. Als jongeren eenmaal zijn gestart met hun mbo opleiding, dan zijn integratiebegeleiders wekelijks aanwezig met een spreekuur op de mbo locatie) (de ‘loop-in’) waar jongeren praktische vragen kunnen stellen over studiefinanciering, aanvragen van de aanvullende beurs of andere postzaken.56
Financiële zelfredzaamheid Integratiewerk biedt in haar begeleiding aandacht aan financiële zelfstandigheid in de individuele begeleiding, de Stap In training in eigen taal en in een aanvullende training met de lesgroep in het tweede jaar. Daarnaast draagt de gemeente zorg voor het financieel ontzorgen. Voor die groep statushouders die naast het bestaande aanbod, extra ondersteuning nodig heeft, is er in 2023 een pilot gestart met het huishoudboekje, een tool waarbij de gemeente zorgdraagt voor het betalen van de vaste lasten en deelnemers elke maand leefgeld ontvangen.57
3.3 Ervaringen met de begeleiding Professionals In deze paragaaf staan we stil bij de wijze waarop de begeleiding van statushouders in de praktijk verloopt en de succesfactoren en knelpunten die geïnterviewde professionals signaleren. Aan het einde van de paragraaf bespreken we wat er gebeurt ná de verplichte inburgering. Alles onder één dak en in één hand Kenmerkend aan de Amersfoortse aanpak is dat zowel de casusregie, de begeleiding bij het inburgeren als het aanbod van de leerroutes bij één partij is belegd. In alle interviews met professionals is stilgestaan bij deze keuze. Een belangrijke overweging was bij het ingaan van de nieuwe Wet inburgering 2021 dat Integratiewerk (en de voorganger NWA) “hun sporen al hadden verdiend”. De gemeente had al een jarenlange positieve ervaring met zowel de samenwerking met als het aanbod 55 Raadsinformatiebrief 2021-027 56 Integratiewerk (nd). Jongerenroute Integratiewerk. 57 Raadsinformatiebrief 2024-118
39
van Integratiewerk. Bovendien vond de gemeente dat de brede, integrale benadering van inburgering in de Wi2021 het beste kon worden geborgd door de uitvoering daarvan te beleggen bij één aanbieder, die (daardoor) de kans krijgt om de inburgeraar goed te leren kennen en zonder drempels of schotten passende ondersteuning te bieden. Bijkomend voordeel was dat dure en ingewikkelde aanbestedingsprocedures met meerdere partijen voor onderdelen van het inburgeringsaanbod zo konden worden vermeden. De gemeente en Integratiewerk zijn een horizontale samenwerkingsovereenkomst van 10 jaar met elkaar aangegaan. De gemeente, Integratiewerk en de taaldocenten vinden dat – nu de Wet is ingegaan en een aantal jaren ervaring is opgedaan – destijds de juiste keuze is gemaakt. Het meest in het oog springende positieve effect is volgens betrokkenen dat Integratiewerk statushouders heel goed leert kennen en dat er sprake is van “korte lijntjes” tussen alle betrokkenen op uitvoerings- en managementniveau. Als een statushouder iets nodig heeft, of er is sprake van een probleem of knelpunt, dan kan dit doorgaans direct en “in huis” worden opgelost. Naar inschatting van betrokkenen draagt dit ook bij aan het voorkómen van uitval. “Docenten kennen elkaar en de integratiebegeleiders en coördinatoren heel goed. Dat scheelt heel erg.
Klanten worden letterlijk tot aan het klaslokaal gebracht, op die manier verlies je ze niet snel.” (interview medewerkers Integratiewerk) Dat Integratiewerk de gelegenheid heeft om statushouders goed te leren kennen, zorgt er volgens betrokkenen ook voor dat statushouders veel vertrouwen hebben in (de kwaliteit van) de begeleiding en het aanbod. Dit zorgt voor meer “commitment”. De geïnterviewde taaldocenten – die ook ervaring hebben met taallessen aan statushouders in andere gemeenten – beamen dat het “alles-onder-ééndak” principe ervoor zorgt dat statushouders zich (beter) gekend en ondersteund voelen en dat er (hierdoor) minder risico is dat iemand uitvalt, of lang met problemen blijft doorlopen. Gemeente op afstand Aan het begin van dit hoofdstuk benoemden we al dat in de meeste gemeenten de gemeente zélf de regievoering rond de inburgering uitvoert. Hierboven beschreven we de ervaren voordelen van het beleggen van de regievoering bij een externe partij, die ook de begeleiding en het aanbod van de leerroutes voor rekening neemt. Betrokkenen vanuit de gemeenten benoemen echter ook een risico van het uitbesteden van de regievoering, namelijk dat de gemeente op te grote afstand kan staan om te monitoren en te beoordelen of de geboden begeleiding en het inburgeringsaanbod voldoende effectief is.
Dit terwijl de gemeente uiteindelijke verantwoordelijk is voor de regievoering op de inburgering binnen de Wi2021. Op het moment van de afname van de interviews speelt de discussie hoe en in welke mate Integratiewerk werkt aan het ondersteunen van het ‘werkfit’ worden van de statushouders die zij begeleiden (zie hiervoor hoofdstuk 5). Betrokkenen vanuit de gemeente constateren dat het lastig is om grip te krijgen op wat er precies gebeurt op dit gebied. Gedurende de looptijd van het onderzoek hebben de gemeente en Integratiewerk afspraken gemaakt over de taakverdeling en samenwerking. Verbinding inburgering met (organisaties voor) welzijn, participatie en hulpverlening Geïnterviewde professionals benoemen dat zij trots zijn op de wijze waarop het in Amersfoort lukt om jonge statushouders te ondersteunen bij het vinden van hun weg en het opbouwen van een leven in Nederland. Binnen Integratiewerk wordt in het kader van de ‘jongerenroute’ hierbij intensieve en integrale ondersteuning geboden (zie hoofdstuk 4). Maar daarnaast is sprake van een stedelijk netwerk van betrokken partijen, vanuit de gemeente, Nidos, het COA, onderwijs ,etc. Deze partijen werken samen en weten elkaar goed te vinden, bijvoorbeeld in een Amersfoortse ‘AMV tafel’. En is er in Amersfoort een 18-/18+ aanpak voor jongeren die door Nidos worden opgevangen.
Het lukt daarom volgens betrokkenen doorgaans om jonge inburgeraars, die vaak zonder familie of een steunend 40
netwerk te maken hebben met veel uitdagingen, succesvol te laten deelnemen aan onderwijs en andere inburgeringsactiviteiten. Bij de inburgering van volwassen statushouders (in de B1- of Z-route) is naar eigen zeggen nog veel minder sprake van een stadsbrede samenwerking of infrastructuur. In de praktijk is Integratiewerk de organisatie waar alle hulp- of ondersteuningsvragen van statushouders terecht komen en lukt het nog niet altijd om statushouders met complexe of specifieke problemen warm toe te leiden naar het reguliere Amersfoortse aanbod. Gedurende de looptijd van het onderzoek heeft Integratiewerk gesprekken met Stichting Sociale Wijkteams Amersfoort en Indebuurt033 gevoerd om zorg te dragen dat statushouders gebruik kunnen maken van reguliere voorzieningen. In de stad wordt ook gewerkt aan het in beeld brengen van informele initiatieven rondom taal en integratie en samenwerking van (in)formele organisaties, zodat inwoners die ondersteuning of een (taal)maatje zoeken, beter bediend kunnen worden. Ondersteuningsmogelijkheden voor statushouders na de inburgering Als statushouders aan het inburgeren zijn, dan worden zij naar behoefte ondersteund en geholpen bij kwesties die het inburgeren in de weg kunnen staan.
Statushouders hebben een vaste contactpersoon en aanspreekpunt (de integratiebegeleider) en de ondersteuning wordt – zoals we hierboven beschreven – veelal bij Integratiewerk ‘in huis’ geboden. De integratiebegeleiders en docenten hebben bovendien een signalerende functie: zij kennen hun klanten goed en kunnen derhalve informatie, ondersteuning of hulp bieden, soms nog voordat daarom gevraagd wordt. Het is de bedoeling dat deze integrale ondersteuning bij het inburgeren bijdraagt aan de zelfredzaamheid, zodat een statushouder zelf(standig) kan meedoen in de Nederlandse samenleving en waar nodig gebruik kan maken van regulier ondersteuningsaanbod voor inwoners. Ruim drie jaar na de invoering van de Wi2021 is slechts een klein deel van de inburgeraars klaar met hun inburgeringstraject. Daarom is er nog beperkt zicht op hoe het hen vergaat ná de inburgering. Wethouder Nadya Aboyaakoub-Akkouh, die onder andere Inburgering en integratie in haar portefeuille heeft, verwacht dat statushouders die de B1-route hebben gevolgd en statushouders die een opleiding volgen, doorgaans na de inburgering voldoende handvatten hebben om zelfstandig mee te doen in Amersfoort. Dit is naar haar inschatting in veel mindere mate het geval bij statushouders die de Z-route hebben gevolgd en minder taalvaardig zijn.
Ook vrouwelijke statushouders met een door zwangerschappen en zorgtaken onderbroken inburgering(straject) en ouderen lopen meer risico op isolement na de inburgering. Het is de bedoeling dat zij gebruik maken van regulier ondersteunings- en hulpaanbod in Amersfoort. Dat aanbod is echter nog niet altijd voldoende cultuursensitief en outreachend, waardoor het kwetsbare groepen, die niet altijd uit zichzelf hulp zoeken, onvoldoende bereikt. De wethouder benadrukt dat dit geldt in brede zin en niet alleen voor statushouders die onder de Wi2021 inburgeren. In Amersfoort bestaan veel (informele) initiatieven rondom taal (taalmaatje, taalcafé) en ondersteuning door buddy’s. De doelgroep van deze initiatieven is meestal breder dan alleen statushouders, bijvoorbeeld anderstaligen of kwetsbare inwoners. Uit het interview dat wij hielden met betrokkenen bij een aantal van deze organisaties blijkt dat er ook voor statushouders veel mogelijkheden zijn om informele steun te krijgen tijdens of na de inburgering. Geïnterviewden signaleren wel dat personen met een lage taalvaardigheid (of zij nu al lang, of pas kort in Nederland wonen) vaak behoefte hebben aan meer, of intensievere ondersteuning dan bijvoorbeeld een taalmaatje of buddy kan bieden. Het is bovendien de bedoeling dat de inzet van een dergelijke vrijwilliger tijdelijk is.
Als een vrijwilliger stopt, is er volgens betrokkenen bij informele initiatieven vaak voorzetting van de ondersteuning wenselijk.
41
Statushouders In deze paragraaf staat het perspectief van statushouders op de begeleiding bij het inburgeren centraal. Wat gaat volgens hen goed, en wat zijn knelpunten? Statushouders gemotiveerd om in te burgeren We hebben in de groepsgesprekken met statushouders gevraagd wat zij er van vinden dat zij in Nederland (moeten) inburgeren. De geïnterviewde statushouders vertellen dat zij het belangrijk vinden om de taal te leren en in te burgeren, omdat je zo te weten komt hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit en hoe je daarin mee kunt doen. “Inburgeren is noodzakelijk. Je komt in een onbekend land met allemaal dingen in Nederland die je niet kent. Zo raak je op de hoogte en je wordt bekend met regels. Want: er zijn dingen in ons land, die hier niet zijn en ook andersom. En dat wat je niet weet, dat leer je in de inburgering.” (groepsinterview statushouders in de jongerenroute) Statushouders met kinderen vullen aan dat Nederlands leren en de samenleving leren kennen ook van belang is voor hun kinderen, bijvoorbeeld om hen “te helpen bij hun keuze voor een opleiding in de toekomst”. (groepsinterview statushouders in de Z-route) Ruimte voor maatwerk in de begeleiding De geïnterviewde statushouders vertellen desgevraagd dat zij tevreden zijn over de manier waarop in de Brede intake en bij het opstellen van het PIP rekening is gehouden met hun mogelijkheden en omstandigheden.
Zij zijn dan ook blij met de keuze voor de leerroute en de manier waarop de integratiebegeleider hen hier naar heeft toegeleid. Zo vertelt een Syrische statushouder in de Z-route dat de integratiebegeleider heeft geregeld dat haar man in de ochtend taalles kon gaan volgen en zij in de middag, zodat de andere ouder bij de kinderen kon zijn. Daarnaast vertelt een aantal geïnterviewden dat de integratiebegeleider altijd voor hen klaar staat en dat zij met vragen altijd terecht kunnen, zowel face to face, als bijvoorbeeld via Whatsapp. De begeleiding is persoonlijk en warm, zo vertellen zij. “Ik vond het ook fijn dat zij regelmatig contact met mij opnam om te vragen hoe het ervoor stond, om mij te vragen hoe het met mij ging, en of ze wat voor mij konden betekenen. Dus dat was heel prettig.” (groepsinterview Z-route). Daarnaast vertellen geïnterviewde statushouders dat de begeleiding bij Integratiewerk (door integratiebegeleiders en door maatschappelijk begeleiders) naar behoefte betrekking kan hebben op veel levensdomeinen. Met andere woorden: men kan met allerlei soorten vragen bij Integratiewerk terecht.
Genoemd zijn het zoeken van een school voor de kinderen in de buurt, sport- en zwemlessen voor kinderen, hulp bij de aanschaf van een fiets, zodat reizen en het bereiken van de locatie van Integratiewerk gemakkelijker werd, hulp bij brieven en het treffen van een betalingsregeling en hulp bij het in gang zetten en organiseren van gezinshereniging. Met name geïnterviewde statushouders in de Z-route stellen dat zij het zonder deze begeleiding absoluut niet hadden gered, vooral in de eerste periode in Amersfoort. Statushouders in de B1- en jongerenroute geven aan dat zij in hun beginperiode veel vragen hadden en steun zochten bij hun integratiebegeleider, maar dat zij inmiddels meer zelfstandig kunnen oppakken. “Ik heb vorig jaar heel erg veel contact met A. [integratiebegeleider] gehad. Ik had toen heel veel vragen over gezinshereniging. Toen heeft hij mij heel erg geholpen. Dit jaar heb ik veel minder vragen,
42
want ik kan ook veel meer zelf. Ik ga naar A. toe, maar we hebben ook veel contact via Whatsapp. Dat gaat heel goed.” (groepsgesprek statushouders in de jongerenroute). De geïnterviewde statushouders zijn nog volop bezig met hun inburgering. Via de interviews hebben we geen zicht gekregen op wat er gebeurt ná de inburgering, als blijkt dat men nog ondersteuning of hulp nodig heeft. De geïnterviewde statushouders in de Z-route zijn doorgaans al langer bezig met inburgeren en een aantal van hen vertelt dat zij zijn doorverwezen naar een informatiewinkel Indebuurt033. Statushouders in de Z-route hebben naar eigen zeggen vaak behoefte aan informatie of hulp bij geldzaken. Geïnterviewde statushouders met (grote) gezinnen vinden het heel lastig om rond te komen.
3.4 Normenkader In de onderstaande tabel is het normenkader opgenomen. Hierin wordt de relatie gelegd tussen de normen en de beoordeling. Begeleiding: • In de brede intake is ruimte voor maatwerk. • De begeleiding draagt bij aan het tijdig en snel afronden van de inburgering. • De doelen in het PIP sluiten aan bij de individuele inburgeraar. • De begeleiding is in samenhang met het PIP en er is ruimte voor maatwerk in inhoud en duur van begeleiding • De resultaten van de begeleiding zijn aantoonbaar (bijvoorbeeld op gebied van zelfredzaamheid, wegwijs worden in gemeente en participatie in gemeente). • De verdeling tussen verschillende medewerkers (zowel betaald als onbetaald) is uitgewerkt en helder voor statushouders. De rollen van de betrokkenen bij de inburgering (gemeente, partners in de stad en inburgeraars) zijn duidelijk geformuleerd