CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport: De G1000 Amersfoort Reconstructie en analyse vanuit politiek-institutioneel perspectief

Commissie Bestuur 3 juni 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Raadsacademie Participatie (beeldvorming)18.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

(72 stemmen) (67 stemmen) (53 stemmen) (53 stemmen) (50 stemmen) (50 stemmen) (50 stemmen) (50 stemmen) (48 stemmen) (41 stemmen)

Na de Burgerraad benadrukt de moderator, Harm van Dijk, eerst dat de ‘Agenda van Amersfoort’ zichzelf niet uitvoert en moedigt hij de gelote burgers aan om zich fysiek te begeven naar een vak waarin men zich aan de uitvoering van een voorstel verbindt. Nadat zoveel mogelijk gelote burgers zich aan een voorstel verbonden hebben, worden ook de andere groepen uitgenodigd zich bij een groep te voegen. Harm dringt er expliciet op aan dat ook de aanwezige politici een keuze maken en zich committeren. Van de aanwezige raadsleden committeren Aghina (raadslid CDA) en Koet-Minis (buitengewoon raadslid Amersfoort 2014) zich aan de WijkG100. Bij het thema Buurtweter gaat Paffen-Zeenni staan, raadslid voor het CDA. Janssen (GroenLinks) voegt zich bij Kraamkamer Duurzame Innovatie. Bij Amersfoort Gelukkig Veilig staat ChristenUnie-raadslid Hunink. En De la Combé (PvdA) voegt zich bij Samen Zorgen. De adresgegevens van wie zich meldden bij het voorstel van hun keuze worden verzameld en deze mensen krijgen een uitnodiging in het vooruitzicht gesteld. De matching levert in totaal 180 personen op bij de 10 voorstellen. Daarna wordt ter afsluiting burgemeester Bolsius op het podium geroepen, aangekondigd in zijn hoedanigheid van voorzitter van de gemeenteraad. ‘Zou jij de agenda 18

in ontvangst willen nemen als aandachtspunten voor de komende raadsperiode’, vraagt Harm van Dijk aan de burgemeester. Die doet dat uiteraard graag, maar kopt in zijn dankwoord de bal echter weer behendig door: ‘De stad moet het oppakken! Want als het daar niet gebeurt, dan gebeurt het niet.’ Wie precies wat moet gaan doen, is aan het einde van de dag dus niet erg duidelijk. Duidelijkere communicatie en beter verwachtingenmanagement over de bedoeling van de uitkomsten van de dag zijn, naast de duur van de dag, de meest genoemde verbeterpunten in de evaluaties van de tafelsecretarissen.

3.6 Conclusies Voor het vaststellen van de politieke claim van de G1000 Amersfoort is in dit deel gekeken naar de ambities van de belangrijkste betrokkenen bij de organisatie, naar de beeldvorming en naar de uitkomsten van het stadscafé, het stadsgesprek en de burgerraad. Dat levert een gemengd beeld op. Wat de ambitie van belangrijke initiatiefnemers betreft is sprake van een combinatie van de wens om met een burgertop eigenaarschap van de gemeenschap te bevorderen, het idee om de formatie af te trappen en de wens om te experimenteren met een gelote burgerraad. Deze insteken zijn deels prima met elkaar te verenigen. Met name de wens van de top van de gemeentelijke organisatie en de ambities van de initiatiefnemers sloten goed bij elkaar aan. In het formatieproces was rekening gehouden met en werd verwezen naar de G1000 en de raadsleden waren als deelnemers welkom op de G1000. Toch zijn er ook verschillen die tot spanningen in de G1000-organisatie leiden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de status van loting. Voor een burgertop is loting een manier om de willekeurige burger uit te nodigen, om zo meer verschillende achtergronden en deskundigheden aan tafel te hebben. Voor een burgerraad is loting essentieel voor het experiment, omdat hier een claim op vertegenwoordiging en legitimiteit wordt gelegd.

Dit verschil kan doorwerken in discussies over de vraag of het verstandig is om aan de gelote burgers een wild card voor iemand uit zijn of haar omgeving te verstrekken in de hoop de drempel daarmee te verlagen. Voor een burgertop is dat minder problematisch dan voor een burgerraad. Het programma van de uiteindelijke G1000 Amersfoort is op sommige punten een compromis tussen beide benaderingen. Dat geldt met name het slot. De keuze om de niet-gelote burgers uit te sluiten van de besluitvorming in de Burgerraad is niet bevorderlijk voor een proces van eigenaarschap terwijl het van belang is voor de zuiverheid van een experiment met een gelote burgerraad. Andersom ligt het vanuit een gelote burgerraad als toevoeging in een vertegenwoordigend stelsel minder voor de hand om de ingelote burgers ook te vragen hun voorstellen zelf uit te gaan voeren, terwijl dat wel een logische uitkomst is van een burgertop waarop eigenaarschap is bevorderd. Het dubbele doel van een burgertop-met-voorstellen en burgerraad-met-uitspraken werd door de organisatie naar buiten toe uitgedragen. De burgertop gold daarbij als de ultieme vorm van burgerparticipatie: burgers die zelf initiatieven ontwikkelen en daar eventueel de overheid vragen om bij te helpen.

De burgerraad was nieuw in Nederland en werd gepromoot als een gelegenheid om daags na de verkiezing te verhelderen wat de burgers van Amersfoort met hun stem hadden willen zeggen. Bij zowel de burgertop als de burgerraad speelt de overheid een rol, maar die verschilt wel. In de burgertop-benadering volgt de zeggenschap het eigenaarschap. De overheid komt in beeld om een initiatief mogelijk te maken, te ondersteunen of eventueel over te nemen. Maar dat hoeft niet. In de burgerraad-benadering is de overheid veel minder ver weg maar meer vanzelfsprekend de adressant van de resultaten. De politieke claim van de burgerraad is in potentie groter. Die telt uiteindelijk op tot het vaststellen van de ‘Agenda van Amersfoort voor de aankomende vier jaar’. De G1000 Amersfoort probeerde, zoals gezegd, zowel een burgerraad als een burgertop te zijn. In de beeldvorming lijkt het accent evenwel te liggen op de burgerraad. Hoewel er in de persberichten en – uitingen nadrukkelijk wel sprake is van burgerinitiatieven komt het matchen niet echt voor in de brief van de burgemeester of in de sheets die zijn gebruikt voor de presentaties op de wijkavonden. In 19

hoeverre de gelote burgers bij hun aanmelding verwachtten dat zij aan het einde van de burgertop gevraagd zouden worden om zelf actie te ondernemen, valt te betwijfelen. Raadsleden, uit de aard der zaak zeer gevoelig voor een politieke claim, moesten in ieder geval overtuigd worden van het aanvullende karakter van de G1000. Zoals het accent in de beeldvorming leek te liggen bij de burgerraad en de Agenda voor Amersfoort, zo lijken de daadwerkelijke uitkomsten van de G1000 vooral te passen bij de benadering van een burgertop. De uitkomsten van het stadsgesprek betreffen eerder concrete voorstellen dan politieke statements. Zonder iets te willen afdoen aan de waarde van de uiteindelijk vastgestelde plannen, lijkt de politieke impact van de ontwikkelde voorstellen beperkt. Geen van de raadsleden vertelde naar huis te zijn teruggefietst met gefronste wenkbrauwen vanwege de complexiteit maar tegelijk onvermijdelijkheid van de implementatie van de vastgestelde plannen. Punt van discussie is de vraag in hoeverre de uiteindelijke resultaten van de G1000 Amersfoort samenhangen met de Van Harthe-aanpak als de gekozen methodiek, en dan met name de focus op de individuele verantwoordelijkheid door het soort vragen (wat ga jij bijdragen?) in het Stadscafé en het dromen-denken-doen-proces in het Stadsgesprek.

Een deelnemer die telkens wordt teruggebracht naar wat hij zelf mist of zelf zou kunnen doen, begint misschien sneller over nabuurschap en bedenkt sneller een Buurtweter dan wanneer het proces anders zou zijn ingericht. Het heeft bovendien te maken met de open agenda waarmee de dag begon: wat is belangrijk voor de komende vier jaar? Er was niet al vooraf, zoals bij de Belgische G1000, een indeling in thema’s gemaakt (denk aan lokale thema’s als: openbare ruimte, ouderenzorg, verkeer, duurzaamheid). Dit kan ten dele ook verklaren waarom thema’s als werk en onderwijs niet in de voorstellen voorkomen.

20

4 De effecten en resultaten van de G1000 Amersfoort Allerwegen wordt er lovend gesproken over ‘de G1000’, de dag van 22 maart 2015 in de Rijtuigenloods in Amersfoort. Het was bijzonder wat daar gebeurde, een dag waar iedereen energie van kreeg. Zelfs de kritische raadsleden die wij spraken, waren daarover positief. Het Platform G1000 voert dan ook als slogan een reactie van een Amersfoortse deelnemer: ‘een G1000, dat gun je toch iedereen!’ Dat neemt niet weg dat, zeker in dit paper de vraag rijst hoeveel politieke invloed de G1000 heeft gehad, the day after. Daarbij wordt aangesloten bij de ambitie en opzet van de G1000 zoals beschreven in deel 3. Paragraaf 4.1 gaat over de effecten van de G1000 in het formatieproces. Paragraaf 4.2 volgt een themagroep waaraan een raadslid heeft deelgenomen en paragraaf 4.3 gaat over de G1000 als experiment. In paragraaf 4.4 trekken wij conclusies.

4.1 Formatie en coalitieakkoord Tijdens de G1000 werd burgemeester Bolsius door een journalist van Vrij Nederland gevraagd of hij niet zenuwachtig werd van een loods vol plannen smedende burgers. Dat is een vraag die journalisten, blijkens hun verslagen van burgertoppen, vaker stellen aan de aanwezige politici en bestuurders. Van hen komen dan doorgaans geruststellende quotes. Zo ook op de G1000 Amersfoort. Burgemeester Bolsius werd ‘niet zenuwachtig. Ik ben reuze benieuwd wat eruit gaat komen. Daarna zien we verder.’ Al eerder kwam zijn behendige antwoord bij het aanbieden van de Agenda voor Amersfoort aan de orde. Interessant is ook het antwoord van het raadslid Van Wijngaarden (VVD). Ook zij wilde eerst afwachten. ‘Ik hoop dat er thema’s uitkomen die te verbinden zijn aan onderdelen uit verkiezingsprogramma’s. In een coalitieakkoord zullen de thema’s vanuit dit burgerinitiatief dan extra accent krijgen. Tegelijkertijd zie ik hier veel mensen die het vruchtbaarder vinden om dingen zelf te doen in plaats van ze bij de gemeente neer te leggen. Die inzet en betrokkenheid zijn goud waard.’ De observatie van Van Wijngaarden dat de uitkomsten van de G1000 zich vooral in de sfeer van een burgertop met burgerinitiatieven bevinden, is ook de conclusie van deel 3 van dit paper. In de uitkomsten van de G1000 staat beleidsbeïnvloeding niet centraal.

Dat maakt die uitkomsten overigens niet per se politiek onbruikbaar. In zijn informatieopdracht krijgt informateur Marcel Fränzel expliciet de vraag om ‘…rekening te houden met de doorwerking van adviezen die onlangs zijn uitgebracht aan de raad, waaronder de resultaten van de G1000 die op 22 maart plaatsvond.’ In een interview licht Fränzel toe dat met name D66 en ChristenUnie elkaar snel vonden op de ambitie om de G1000 in het formatieproces te benutten. De gedachte was sterk: we gaan er wat mee doen. Men wilde een kort, krachtig en open akkoord om ruimte te bieden aan ideeën van de oppositie en aan burgerinitiatieven. In zijn advies van 3 april concludeert Fränzel dat de beoogde coalitie (D66, VVD, ChristenUnie en PvdA) ruimte voor bestuurlijke vernieuwing en burgerinitiatieven wil houden. Dat wil zeggen: ‘De beoogde coalitie onderkent de kracht in de samenleving en de eigen verantwoordelijkheid die mensen willen en kunnen nemen. De verschillende burgerinitiatieven die in Amersfoort in de afgelopen tijd zijn ontwikkeld, tonen dat mensen bereid zijn om verantwoordelijkheden naar zich toe te trekken. Illustratief zijn bijvoorbeeld de initiatieven die zichtbaar zijn gemaakt op de website bewoners033.nl, maar ook een grootschalig evenement als de G1000. Verantwoordelijkheden overdragen kan alleen als de lokale overheid bereid is om zaken los te laten of alleen te faciliteren.

Dat vraagt een andere rolopvatting. De beoogde coalitie wil in de komende tijd nadrukkelijk samen met alle partijen in de gemeenteraad en partners in de stad kijken hoe dat op een innovatieve manier vorm kan krijgen, op welke wijze initiatieven resultaten opleveren en waar eventuele grenzen liggen.’

21

Op 22 maart konden de sommige (latere) onderhandelaars niet aanwezig zijn bij de G1000, maar zij volgden het verloop van de dag wel via het live verslag van de radio en sociale media. In het uiteindelijke coalitieakkoord komt een ambitie van gelijke strekking terecht, krijgt wethouder Houwing (D66) bestuurlijke vernieuwing als aandachtsgebied, en komt er een ton per jaar beschikbaar voor ‘initiatieven en experimenten in de stad.’ De eerste Kaderbrief van het nieuwe college (10 juni 2014, SB/4709493) benoemt andermaal de bestuurlijke ontwikkeling als een belangrijke pijler van het collegebeleid en worden de raadsleden nogmaals uitgenodigd te letten op ‘de inbreng van de Amersfoorters zoals bijvoorbeeld tijdens de G1000.’ Deze algemene en abstracte doorwerking van ‘de G1000’ in de beleidscyclus is het algemene beeld uit ons onderzoek. Betrokkenen kwalificeren in onze interviews de politieke resultaten van de G1000 als ‘een zetje in de rug voor de samenwerking met de stad’ en een versterking van de positieve drive. Wethouder Houwing is een duidelijk voorbeeld van deze algemene politieke waardering voor de G1000, ook in de openbaarheid. In het AD/Amersfoortse Courant van 22 september 2014 (dus net na de terugkomdag, zie paragraaf 4.2) zegt zij ‘de G1000 zal altijd een markeringspunt blijven. Ik proef veel positiviteit, optimisme, passie en enthousiasme.

De samenleving is toe aan een andere vorm van representatie dan alleen verkiezingen. De overheid moet dienend zijn en alle ruimte geven aan allerlei initiatieven.’ Het ontbreken van duidelijke inhoudelijke opbrengsten van de G1000 voor de raadsagenda van Amersfoort, is voor sommige raadsleden ook wel een punt van kritiek en van zorg. Kritiek in de ogen van degenen die vinden dat de G1000 vanaf het begin al een te grote politieke claim heeft willen leggen, en zorg in de ogen van de teleurgestelde reacties van deelnemers die een aantal raadsleden hadden bereikt. Dat laatste punt werd overigens ook wel gedeeld door raadsleden die op zichzelf het idee van de G1000 sterk hebben gesteund. Verdeeld naar partijpolitieke invalshoeken lijkt, voor zover wij dat kunnen vaststellen op basis van het verzamelde materiaal, de politieke steun in Amersfoort voor initiatieven als de G1000 het sterkst bij vertegenwoordigers van D66 en de ChristenUnie. Bij D66 ligt dat dicht bij hun programmatische pragmatisme en bij ChristenUnie speelt de fractievoorzitter Kennedy-Doornbos een grote enthousiasmerende rol. Daarna komen de partijen GroenLinks en PvdA die ervoor ‘open’ staan. Iets meer afwachtend maar niet negatief zijn het CDA en de VVD. Ronduit sceptisch zijn de SP en lokale fractie OPA.

Voor de eerste partij is het ontbreken van de eigen achterban onder de typische G1000deelnemers een reden om afstand te bewaren. Vanuit OPA werd gewezen op het fenomeen waar Barendregt ook van vertelde: de exclusieve en politieke concurrerende claim die de G1000 in ieder geval in de beeldvorming had gekregen. In het algemeen moet de conclusie zijn dat de invloed van de G1000 op de inhoud van de politieke agenda niet is gevonden. Er zijn geen beleidskeuzes gemaakt in het verlengde van of onder verwijzing naar de uitkomsten van de G1000. Dat geldt zowel voor het coalitieakkoord als voor de raadsagenda van het jaar daarna. Volgens enkele raadsleden heeft de G1000 hiermee een kans laten liggen. Er waren mogelijkheden om rondom raadsvergaderingen verslag te doen van de voortgang van de thema’s en te proberen die hoger op de agenda van de raad te krijgen. Wel telt de G1000 in het politieke debat over het algemeen als een goed voorbeeld van een experiment van democratische innovatie en een steuntje in de rug van burgerparticipatie.

4.2 Eigenaarschap & themagroepen Op haar site stelt de organisatie van de G1000 Amersfoort zichzelf een ambitieuze doelstelling met de themagroepen. Het doel van de G1000 is het ‘projectmatig thema’s op pakken die burgers van een betreffende wijk raken, vraaggericht en samen met gemeente, bedrijven en politiek.’ Deze doelstelling is ‘SMART’ gemaakt door twee toevoegingen: ‘de G1000 is geslaagd als eind 2014 vier van de tien initiatieven van 22 maart 2014 hebben geleid tot duurzame innovatie.’ En: ‘onder duurzame innovatie wordt verstaan een proces, strategie of productiemethode die aan de moderne 22

behoeften voldoet zonder schade te berokkenen en strevend naar een verbetering. De spiegel is de ecologie, de groei van de economie en de sociale verbinding.’ Om dit doel dichterbij te brengen werden de 180 deelnemers aan de G1000 die zich hadden verbonden met een voorstel drie weken na de G1000, op 12 april 2014, weer uitgenodigd om de plannen te gaan uitvoeren. Het wel en wee van deze ‘themagroepen’ zoals ze onder andere worden genoemd, valt in een aantal categorieën uiteen. Allereerst zijn er groepen die vrij snel na 12 april doodbloedden, zoals de groep rondom ‘Amersfoort Gelukkig Veilig’, of die opgaan in andere themagroepen. Andere groepen passen goed bij reeds lopende initiatieven, zoals de groep Keigroen Samen doen. Guido van Beek heeft namens de themagroep een plek in het Project GroenVisie, waar andere betrokken bewoners, de Klankbordgroep Groenbeleid, SGLA, raadsleden en collegeleden bezig zijn met de ontwikkeling van een integrale groenvisie. Ook bij de ontwikkeling van de structuurvisie (Duurzaam inbreiden) en bij het opzetten van de Bewoners033 (Samensfoort) wordt aansluiting gevonden. Een deel van de energie uit de G1000 voegt zich gemakkelijk bij de bestaande initiatieven. Wat daarvan dan aan de G1000 valt toe te schrijven, is niet goed te achterhalen.

Op 5 mei 2014 zijn er van de tien themagroepen nog zeven officieel actief, maar in wisselende samenstelling en frequentie. De groep die het duidelijkste een eigen succes boekt, is de groep achter het plan om WijkG1000’en te organiseren. In Kruiskamp zijn gedurende vijf avonden plannen gemaakt voor de wijk en in Zielhorst is men ook aan de slag gegaan. Tussen 22 april 2014 en 22 januari 2015 is een Regiegroep G1000 Amersfoort belast met de verbinding tussen en de ondersteuning van de verschillende themagroepen. Op 20 september 2014 een terugkomdag georganiseerd, om terug te koppelen, nieuwe mensen te werven, nieuwe ideeën op te doen en ook de moraal op te vijzelen. Die dag is niet alleen een terugkomdag voor de deelnemers aan de G1000. Er wordt nadrukkelijk geworven met het argument dat wie teleurgesteld was niet te zijn ingeloot, zich alsnog kan aanmelden. Uiteindelijk melden zich voor de dag in totaal 110 deelnemers aan, onder wie enkele raadsleden en wethouder Houwing. Een half jaar na de terugkomdag, op 22 januari 2015, heft de Regiegroep G1000 Amersfoort zichzelf op. De functionerende themagroepen wordt verzocht de (inmiddels) merknaam ‘G1000’ niet meer te gebruiken. Zij zijn, zo wordt het hen bericht, burgerinitiatieven die het resultaat zijn van de G1000. De blauwe karavaan zelf is verder getrokken: de wijk en het land in.

Een van de meest actieve en best gedocumenteerde themagroepen is die over de Buurtweter. Bovendien is het een themagroep die ‘volgens het boekje’ is samengesteld. Het bevat gelote burgers, een raadslid dat daadwerkelijk op de vergaderingen verschijnt (Micheline Paffen, CDA), een actieve ambtenaar (Fokkemijn Verwers) en een kunstenaar (Sandra Barth). Hun thema is bovendien een breed gedragen issue van de G1000: maatschappelijke verbindingen. De themagroep gaat eerst op onderzoek uit. Het resultaat daarvan is dat er ‘al heel veel gebeurt’. Daarnaast laat de groep zich voorlichten over het project Goeie Buur uit het Soesterkwartier, waardoor ze goed doordrongen zijn van de complexiteit van het opzetten van een nieuw initiatief en het doorzettingsvermogen dat daarvoor nodig is. Zowel de onbekendheid van alles wat er al was als de waardering voor de moeite die al wordt ondernomen, brengt de themagroep ertoe om de onbekende buurtverbinders te gaan eren met een maandelijks uitgereikte ‘Buurtwetertegel’. Een van de leden van de groep ontwerpt de tegel, en iemand anders zoekt de benodigde 100 euro sponsoring erbij en sindsdien wordt de tegel met enige tussenpozen uitgereikt. Het oorspronkelijke G1000-plan om een ‘buurtweter’ in Amersfoortse wijken te implementeren, blijkt dus minder vernieuwend en moeilijker dan gedacht.

De themagroep buigt die teleurstelling om in het periodiek uitreiken van een Buurtwetertegel. Maar daarna staat de groep voor de vraag wat hun eigen rol is. Blijkens de verslagen ziet de groep zich geplaatst voor de keuze om ofwel op zoek te gaan naar nieuwe ideeën ofwel verder te gaan als actiegroep. De groep besluit tot dat laatste en stelt zich open voor iedereen die iets concreets wil bijdragen aan de onderlinge verbondenheid in zijn of 23

haar wijk. Dat levert deelnemers op die zelf proberen een buurtweter in de eigen wijk te worden, een deelnemer die contact zoekt met de gemeente voor het realiseren van een fysiek wijkgebouw in zijn eigen wijk en meer van dergelijke dingen. Tijdens de terugkomdag koppelt de themagroep zijn resultaten terug en wordt er meteen weer een Buurtwetertegel uitgereikt. Op 27 november 2014 komt dan het bericht van de regiegroep dat de merknaam G1000 niet meer mag worden gebruikt. De lancering van een wel reeds ontwikkelde website wordt daarom uitgesteld. Het bericht is voor de groep andermaal reden om over de eigen toegevoegde waarde na te denken. Ook de periode als actiegroep is misschien wel voorbij. Een toekomst als klankbordgroep past misschien beter. Daarmee dooft overigens niet alle activiteit. De Buurtwetertegel wordt nog altijd uitgereikt. De meest recente tegel werd in april 2015 uitgereikt, waarbij nog naar de G1000 werd verwezen. Uit de verslagen en interviews blijkt dat het gecommitteerde raadslid en de betrokken gemeenteambtenaar daadwerkelijk aanwezig zijn op vergaderingen van de themagroep en daar bijdragen leveren die door anderen gewaardeerd worden. Ze zijn ook aanwezig op de terugkomdag van 20 september 2014.

Daarmee heeft deze themagroep gefunctioneerd conform de opzet om ‘het hele systeem in de zaal te hebben’ en hen tot en met de matching zoveel mogelijk te laten deelnemen aan het proces. Dat zou bij politici en ambtenaren eigenaarschap creëren en daarmee, zo was de oorspronkelijke opzet, politieke invloed voor de realisatie van de Agenda van Amersfoort. Zonder uitspraken te doen over de precieze oorzaak ervan, is wel duidelijk dat deze aanpak bij de themagroep Buurtweter dat deel van de droom niet heeft doen uitkomen. Er is geen reden te vermoeden dat het bij de andere themagroepen fundamenteel anders is gegaan. Na de terugkomdag van 20 september 2014 evalueert de organisatie het vervolg dat aan de G1000 is gegeven. Was het opstarten van nieuwe burgerinitiatieven wel de bedoeling van de G1000? Die evaluatievraag speelt bij zowel de Regiegroep G1000 Amersfoort, die bezig is met de opvolging van de Agenda voor Amersfoort van 22 maart 2014, en in de Stichting G1000.nu, de (rechts)opvolger van de Stichting G1000 Amersfoort en inmiddels bezig met de organisatie van G1000’en elders in het land. De visie van de Stichting G1000.nu houdt vast aan het doel dat na 22 maart op de website stond. De ‘nieuwe democratie’ waar het allemaal om begonnen was, bestaat uit het faciliteren van een nieuwe dialoog tussen gemeente, bewoners(initiatieven), gemeenteraad.

Burgerinitiatieven zijn er in Amersfoort al genoeg en aan nieuwe kasplantjes heeft niemand behoefte. De Regiegroep G1000 Amersfoort meent dat het dan eigenlijk beter was geweest om de themagroepen als ‘dialoogsessies’ met deskundigen en andere initiatieven op te tuigen. Nu lijkt er immers een verschil in verwachtingen te bestaan tussen de deelnemers die dachten op 22 maart de Agenda van Amersfoort vast te stellen en de wethouder die de G1000 toch vooral als één van de burgerinitiatieven ziet, aldus het verslag van de evaluatie. Punt van discussie onder alle betrokkenen is ook of de ‘regiegroep’ G1000 Amersfoort zelf een juiste naam had en wat eigenlijk de beste aanpak was om de groepsprocessen na 22 maart in juiste banen te leiden. Harm van Dijk zelf realiseert zich, terugkijkend, dat de nazorg voor de themagroepen meer aandacht behoefde. Productieve groepsprocessen ontstaan doorgaans niet in één dag en zetten zich evenmin vanzelf voort. Voor het behoud van de energie van de G1000, zo concludeert hij vanuit zijn eigen professionele achtergrond, was eigenlijk meer professionele begeleiding nodig geweest. Wethouder Houwing wordt uiteindelijk in januari 2015 per brief bericht dat de Regiegroep G1000 zichzelf heeft opgegeven.

In de brief staan als ‘enkele tastbare resultaten’ vijf punten opgenoemd: de WijkG1000 in Kruiskamp, het interactief instrument ‘Zet Amersfoort op de kaart’ (een site waarop iedereen een idee of een opvatting over de openbare ruimte kan plaatsen), de Buurtwetertegel, deelname aan twee burenprojecten en ten slotte participatie in de Groenvisie. Van deze opsomming zijn de G1000 Kruiskamp en de Buurtwetertegel de meest substantiële en het meest duidelijk aan de G1000 Amersfoort te relateren resultaten, de andere bouwen voort op of haken aan bij al bestaande initiatieven. De brief benadrukt dan ook vooral het ‘experimentele karakter’ van de G1000 waardoor 24

de deelnemers in het natraject zelf hun weg hebben moeten vinden. De vraag of de G1000 Amersfoort, naast een mooie en leerzame ervaring, ook voldoet aan het oorspronkelijk zelf geformuleerde doel dat binnen één jaar op vier thema’s duurzame innovatie zou moeten optreden, wordt in de brief verder niet aangesneden. Daarvan kan immers niet gesproken worden, en dat doet wethouder Houwing overigens ook niet. In een raadsinformatiebrief van 31 maart 2015 over de stand van zaken in de bestuurlijke ontwikkeling, staat het experimentele karakter van de G1000, de themagroepen en de Wijk-G1000 centraal. Dat karakter deelt de G1000 dan wel met vele andere initiatieven die allemaal waar mogelijk worden ondersteund aan aangejaagd door het college. Het motto van het beleid op dit punt is: ‘laat 1000 bloemen bloeien’. Van een bijzondere status voor de G1000 is in de brief, zowel in de opsomming van de resultaten als bij het formuleren van de voornemens, geen sprake.

4.3 De G1000 en democratische innovatie De sporen van de G1000 in de Amersfoortse experimenteertraditie, zijn de derde invalshoek waarmee we de resultaten van de G1000 in dit paper beoordelen. Een van die sporen verloopt van een bezinning van de raad op de eigen werkwijze op 1 juli 2014 naar een Raadsacademie op 2 december 2014. Een raadsacademie is een niet-politieke bijeenkomst georganiseerd door ambtenaren en griffie. Onderwerp van de academie van 2 december is het samenwerken met de stad. Op de agenda staan de verschillende trappen van burgerparticipatie (van informeren tot meebeslissen) en de verschillende stadia van overheidsparticipatie (van reguleren tot loslaten). Bij het onderdeel ‘denken over de democratie’ gaat het over Het Nieuwe Samenwerken, de G1000 en de Gemeenteraad van de Toekomst. Centraal staat uiteindelijk de vraag welke volgende stap de raad zou willen zetten. Dat blijkt een verzoek aan het presidium om verdere voorstellen te ontwikkelen. Het presidium doet dat door een raadsvoorstel (4938654) voor te bereiden waarin een jaar lang wordt geëxperimenteerd met werkvormen in De Ronde. Twee van de daarbij genoemde voorbeelden zijn de volgende: -

Gasten van de Raad stemmen over onderwerpen die in Het Besluit aan de orde komen. De uitslag wordt ter plekke geprojecteerd (vooraf of na de stemming in de raad). Organiseer eens per kwartaal een schaduwraad waarin inwoners die aanwezig zijn als gast-van-de-raad in de periode voorafgaand worden uitgenodigd zitting te nemen. Deze schaduwraad bespreekt een aantal raadsvoorstellen en moties die op de agenda van de raad zullen komen. Er wordt een verslag gemaakt, zoals ook gebeurt bij Besluit. De pers wordt uitgenodigd aanwezig te zijn. De uitslag wordt gecommuniceerd aan de gemeenteraad.

De mogelijkheid om Gast van de Raad te zijn, betreft een initiatief van de gemeenteraad om inwoners van Amersfoort kennis te laten maken met het functioneren van de gemeenteraad, dat al vele jaren bestaat. Wie zich aanmeldt en uitgenodigd wordt voorafgaand aan de vergadering ontvangen door enkele raadsleden, woont de vergadering bij en bespreekt aansluitend de ervaringen weer met raadsleden. Het voorstel is dus om hieruit te experimenteren met een schaduwraad naast de gemeenteraad. De verhouding met de gemeenteraad wordt bepaald door enerzijds het moment (de schaduwraad vergadert voordat de gemeenteraad dat doet) en anderzijds door de neutrale verwachting (de besluiten van de schaduwraad worden ‘gecommuniceerd’). Bij de voorbespreking van dit voorstel in De Ronde van 14 april 2015 bleek echter dat behoefte bestond aan een duidelijker geëxpliciteerd kader waarbinnen zou worden geëxperimenteerd. Genoemde elementen van dat kader betroffen het voorbehouden van de besluitvorming aan de gemeenteraad, het duidelijk maken van de speelruimte/het speelveld voor een experiment en het opstellen van evaluatiecriteria. Waar in de Raadsinformatiebrief van het College vooral de nadruk lag op 1000 bloemen laten bloeien, voelt de Raad duidelijk de behoefte om vooraf helder te zijn over de mogelijkheden voor het leggen van claims op politieke invloed.

Met name vanuit de oppositiepartijen wordt bij het College aangedrongen op ‘beleid’ en ‘visie’ rondom diverse vormen van burgerparticipatie. 25

Een tweede spoor van de G1000 als democratische innovatie is te vinden rondom de kerntakendiscussie. In het Coalitieakkoord was zoiets al voor eind 2015 aangekondigd, maar de raad sprak bij motie uit dat er geen reden was om dat niet eerder te doen. Op 20 januari 2015 peilde het College daarom de wensen ten aanzien van de inrichting van een dergelijke procedure. Peilpunten betroffen de volgorde tussen de inhoudelijke kerntakendiscussie en de financiële opgave, de duur en intensiteit van het proces (snelkookpan of stoofschotel), de mate van betrokkenheid van anderen en de vraag of alles (tegelijk) bespreekbaar moest zijn. Voor De Ronde van 3 februari meldden zich 4 insprekers met ideeën: de Argumentenfabriek over hoe je de argumenten overzichtelijk in beeld kunt brengen, Consulting Kids over de bruikbaarheid van de mening van kinderen in dit verband, het G1000-platform met een voorstel om een G1000 in te bouwen en de Werkgroep Nieuwe Democratie om een gelote burgerraad aan het werk te zetten. Het G1000-platform stelt (uiteraard) voor om de kerntakendiscussie met een G1000 vorm te geven. Interessant is daarbij de wijze waarop het Platform daarbij zelf terugkijkt op de G1000 Amersfoort en de bruikbaarheid daarvan in een concreet politiek besluitvormingsproces.

De G1000 Amersfoort was, aldus het Platform een ‘eerste testversie van de G1000’ die ‘kernachtige uitspraken’ had opgeleverd en daarmee en succes was, mede omdat ‘tot de dag van vandaag groepen burgers actief zijn om de voorstellen uit de eerste G1000 uit te voeren.’ In zijn algemeenheid wordt gesteld dat ‘de G1000 van 2014 in eerste instantie was gericht op het faciliteren van burgerinitiatieven’ terwijl de G1000 in het kader van de kerntakendiscussie zal zijn gericht op het voorbereiden van de besluitvorming. Dat heeft tot een aantal aanpassingen in het voorgestelde concept geleid. Die aanpassingsvoorstellen betreffen niet de dag zelf, noch de tijdens die dag gehanteerde methodiek. Het zijn nog altijd 600 gelote burgers, aangevuld met ambtenaren, politici, werkgevers en vrijdenkers die samen voorstellen zullen ontwikkelen. De agenda is echter wel enigszins toespitst en zal zijn gericht op de vraag ‘waar hebben wij de overheid voor nodig in Amersfoort?’ Anders dan op de G1000 Amersfoort zal de hele zaal (dus niet alleen de gelote burgers) stemmen over de 10 belangrijkste voorstellen. Bovendien zal naast de voorstellen ook worden gestemd over ‘statements’ die samen een Manifest moeten vormen. Maar de meeste aan passingen ten aanzien van de G1000 Amersfoort betreffen het natraject. Na de dag zelf gaan tien werkgroepen aan de slag met de voorstellen.

Ze bestaan uit maximaal 12 personen van wie de helft raadslid is en ze worden ondersteund door een schrijfteam van ambtenaren die dingen uitwerken. De werkplaatsbijeenkomsten moeten dan een serie concrete voorstellen opleveren die ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad. Dat laatste wordt ook in de mondelinge toelichting bevestigd: de besluitvorming blijft uiteraard ‘voorbehouden aan de raad’. Uiteindelijk stelt het Platform een G1000 voor die veel dichter op het politieke proces is georganiseerd dan de G1000 Amersfoort was. Dat betreft met name de stevige deelname van raadsleden aan de werkgroepen en de ambtelijke ondersteuning daarbij. Daarin is gelijkwaardige samenwerking tussen burgers, bestuurders en politici herkenbaar die kenmerkend was voor Het Nieuwe Samenwerken (zie paragraaf 2.2). Herkenbaar aan het voorstel voor de inzet van de G1000 in de kerntakendiscussie is ook de drempelloze inspraak waarmee de gemeenteraad van Venlo zijn structuurvisie in een proces van co-creatie heeft opgesteld (zie paragraaf 3.1). En herkenbaar is de persoonlijke ambitie van de coach Harm van Dijk om de energie (en wijsheid) van een grote groep ‘co-creërende’ willekeurige burgers in een publiek besluitvormingsproces in te bouwen (paragraaf 3.1).

Het schriftelijke voorstel en de mondelinge toelichting van het Platform maken niet echt duidelijk wat de precieze status van de tien geselecteerde voorstellen en statements aan het einde van de dag zal moeten zijn. Doorgaans spreekt het Platform G1000.nu in dit soort situaties van ‘richtinggevende uitspraken’ van een G1000 die vervolgens langs partijpolitieke lijnen kunnen worden ingevuld. Als dat in dit geval ook de bedoeling zou zijn in de kerntakendiscussie, zou van een behoorlijke claim op politieke invloed sprake zijn. Dat zou overigens, anders dan het Platform stelt, niet verschillen van 2014 toen men immers droomde van de vaststelling van de Agenda voor 26

Amersfoort daags na de verkiezingen (zie de paragrafen 3.1 en 3.2). Dat de uitkomsten (paragraaf 3.5) en resultaten (paragraaf 4.2) van de G1000 Amersfoort zich meer in de sfeer van de burgerinitiatieven bevonden, is iets anders. Het tweede, hier relevante voorstel om de kerntakendiscussie samen met de burgers vorm te geven, kwam van de Werkgroep Nieuwe Democratie, onder anderen gevormd door Harmen Zijp en Nicole Estejé (in de beginfase betrokken bij de G1000, zie paragraaf 3.1). De Werkgroep stelt een concept voor dat sterk doet denken aan het werk van Terrill Bouricius (Democracy Through Multi-Body Sortition: Athenian lessons for the Modern Day) en de voorstellen die David van Reybrouck inmiddels zelf doet op www.decorrespondent.nl. Een gelote burgerraad die besluiten neemt, een planraad die alternatieven produceert, belangengroepen voor niet-gelote invloed en een procedureraad die toeziet op de transparantie van het proces en de uitvoering. De Werkgroep contrasteert in de presentatie voor de gemeenteraad van Amersfoort het referendum (een raadgevende peiling van onvrede met een polariserend effect) met een burgerraad (geïnformeerde besluitvorming die impasses doorbreekt en actieve betrokkenheid creëert).

Ze doen een voorstel waarin een procedureraad wordt opgericht, een burgerraad wordt geloot, een reviewpanel wordt opgetuigd en er burgerberaadslagingen zijn om uiteindelijk in een burgerraad een knoop door te hakken. De gemeenteraad formuleert daarvoor eerst de centrale vraag waarna de gemeenteraad de resultaten van de burgerraad weer in behandeling neemt. Uiteindelijk komen beide voorstellen niet tot uitvoering, omdat de gemeente Amersfoort zo snel mogelijk van het preventief financieel toezicht door de provincie Utrecht af wil komen. Daardoor worden in de coalitie alle verloven ingetrokken en komt de focus te liggen op het snel vaststellen van een herstelbegroting waarmee de meerjarige financiële huishouding weer door de provinciale beugel kan. Zowel de Werkgroep Nieuwe Democratie als het Platform G1000 trekken zich daarop terug. De ambitie om het proces op een open manier vorm te geven is daarmee echter niet van tafel. Er komen verschillende ronden waarin door belanghebbenden, partners en experts bezuinigingsvoorstellen worden geïnventariseerd en becommentarieerd. Dat levert veel reacties op, waarvan een enkeling overigens verwijst naar de inhoudelijk uitkomsten van de G1000. En er komt verzet tegen de gekozen procedure.

In het Manifest keren veel bekende namen uit de Amersfoortse wereld van de burgerparticipatie zich in stevige bewoordingen tegen de wijze waarop de herstelbegroting ‘met de stad’ vorm wordt gegeven. Het proces kent, aldus het Manifest, alleen maar verliezers. Het werkelijke resultaat van de afgelopen zes weken is immers dat tot voor kort enthousiaste inwoners zich boos en verdrietig afkeren en de handdoek in de ring gooien. Veel mensen hebben het machteloze gevoel dat de gemeente een ‘verdeel & heers’-tactiek heeft toegepast en voelen zich ronduit bedonderd door deze schijndemocratie. Burgers voelen zich ook overvallen: hebben we niet een overheid die zorgvuldig en in overleg de koers hoort uit te zetten waarlangs belangrijke beslissingen die de hele gemeente aangaan transparant en in samenspraak met de inwoners worden genomen? Het Manifest vraagt om meer tijd, meer kwaliteit van de besluitvorming, een nieuw gesprek met de stad over hoe een proces met een serieuze kerntakendiscussie ‘waarin burgers niet tegen elkaar worden opgezet’. Verder moet er ‘een onafhankelijke enquête komen, ‘onder leiding van inwoners van de stad’. In reactie op dit Manifest blijft de gemeenteraad vasthouden aan de keuze om zo snel mogelijk een einde te maken aan het provinciale toezicht en haalt de raad de druk dus niet van het proces.

Bovendien markeert een aantal raadsleden dat zij de claim op de controlerende rol van de raad met een echte burgerenquête (‘onder leiding van burgers’) te ver vinden gaan. Voor een onderzoek in samenspraak met burgers is meer ruimte. Doordat de voorstellen van het Platform G1000 en de Werkgroep Nieuwe Democratie onder druk van het provinciale toezicht van tafel zijn gegaan, zal nooit helemaal met zekerheid kunnen worden 27

vastgesteld hoeveel ruimte voor claims op politieke invloed van gelote burgers de gemeenteraadsleden wilden bieden in de kerntakendiscussie. In onze interviews werd door een aantal betrokkenen niet uitgesloten dat de gemeenteraad ruimte had willen bieden aan echte politieke invloed voor gelote burgers op een belangrijk element in de beleidscyclus: een kerntakendiscussie. Anderen menen echter dat het provinciale toezicht het zicht belemmert op de grenzen die de gemeenteraad wel degelijk stelt aan het werkelijk delen van zijn politieke primaat. De wijze waarop in de bezuinigingsdiscussie de politieke realiteit toch aan een langer eind trok dan de dialoog met de stad uit het Manifest, zou illustreren dat ook in Amersfoort de burgerinitiatieven hun succes het beste kunnen zoeken in het verlengde van bestaande politieke prioriteiten of in het zelf uitvoeren van hun eigen ideeën. Hoe dat ook zij, het lotings-vlammetje van Van Reybrouck is niet gedoofd in Amersfoort. De gemeente had op 8 december 2014 een bus gehuurd om 60 initiatiefnemers, raadsleden en ambtenaren naar het VNG-festival De Energieke Samenleving te brengen. Zoals dat gaat in Amersfoort, was er bij terugkomst een werkgroep in het leven geroepen: de Ontwikkelgroep Samen maken we de Stad. De groep bestond uit burgers, raadsleden, collegeleden en ambtenaren.

De Ontwikkelgroep wil aan de slag met manieren om de besluitvorming aan te laten sluiten bij de netwerksamenleving. Op 28 maart 2015 vergadert deze werkgroep voor het eerst. In het verslag (alles te vinden op bewoners033.nl) staat dat er toen pitches zijn gehouden van initiatiefnemers met een idee op zoek naar medestanders. Onder hen bevindt zich oud-G1000 deelnemer (als kunstenaar) en trekker van de themagroep Buurtverbinder (zie paragraaf 3.2) Sandra Barth. Zij is nog altijd bezig met buurtverbinding en wil een nieuwe ‘seats2meet locatie’ in Amersfoort Noord van de grond krijgen. Harmen van Zijp en Bert Veenstra willen met een groep aan de slag om een experiment met een gelote burgerraad in Amersfoort uit te voeren. De Ontwikkelgroep komt als ‘broedplaats’ terug in de Raadsinformatiebrief over bestuurlijke ontwikkeling en het ondersteunen en aanjagen van daar ontwikkelde experimenten is één van de voornemens van 2015.

4.4 Conclusies De oorspronkelijke ambitie van de G1000 om op 22 maart 2014 de Agenda voor Amersfoort vast te stellen, is niet gerealiseerd. De tien voorstellen zijn inhoudelijk niet leidend geweest voor het collegeprogramma of de raadsagenda. Van een daadwerkelijke inhoudelijke politieke invloed is het niet gekomen. Wel komt de G1000 aan het begin van de raadsperiode terug als een algemene verwijzing naar de mogelijkheden van burgerparticipatie. Eveneens wordt er een algemene democratisch vormende werking toegeschreven aan het evenement. Het samenwerken met de stad en de burgerparticipatie in het algemeen zouden er een steuntje van in de rug hebben gekregen. Op 22 september 2014, na de terugkomdag, noemt wethouder Houwing de G1000 in de krant nog een markeringspunt dat altijd zal blijven. Maar ruim een jaar na 22 maart 2014 is de G1000 zowel in het beleid van het College (‘laat 1000 bloemen bloeien’) als in de verdere ontwikkeling van de samenwerking met de stad door de griffe vooral één van de vele burgerinitiatieven in Amersfoort. De opvolger van het Nieuwe Samenwerken en wellicht de voorloper van de Schaduwraad met gasten van de raad of een gelote burgerraad. Deze politieke bijzetting zal ongetwijfeld zijn bevorderd doordat de themagroepen waarmee de 180 G1000-deelnemers aan de slag zouden gaan, vrij snel uitdoven. Althans, als zichtbare opvolgers van de G1000.

Een deel van de energie voegt zich bij lopende projecten zoals de vaststelling van de GroenVisie Amersfoort. Succes wordt er vooral geboekt door de themagroep die een Wijk G1000 in Kruiskamp organiseert en door de groep die met de Buurtweter aan de slag gaat. Deze laatste groep reikt nog tot op de dag van vandaag Buurtwetertegels uit. Uit onderzoek naar het functioneren van de themagroep Buurtweter groep blijkt dat themagroepen het moeilijk vonden om de energie van de G1000 vast te houden, met name als ze werden geconfronteerd met vergelijkbare initiatieven die reeds waren ondernomen of met de taaiheid van het opstarten van iets nieuws. Ook speelde onduidelijkheid over de bedoeling van de themagroepen een rol, omdat niet altijd duidelijk was of 28

men nu in het kader van de doe-democratie desnoods zelf een buurtregisseur moest proberen te worden of dat ‘duurzame innovatie’ in de samenwerking met de gemeente, zoals op de site van de G1000 staat, het doel van de themagroepen moest blijven. Daarnaast zijn nog andere factoren aan te wijzen die zeker niet hebben bijgedragen aan het succes van de themagroepen. Twee initiatiefnemers van de G1000 Harm van Dijk en Jerphaas Donner zijn het in ieder geval eens over het ontbreken van voldoende professionele begeleiding bij het opstarten van de themagroepen. Blijft over de vraag naar de resultaten van de G1000 als democratisch experiment in de context van Amersfoort. Een concrete kans voor een verdergaande toepassing van de G1000 in het gewone beleidsproces, kwam bij het inrichten van de kerntakendiscussie begin 2015. Het Platform G1000 ontwikkelde daarvoor een voorstel waarmee drempelloze inspraak en wisdom of the crowd aan de start van dit proces zou worden georganiseerd door een G1000 die richtinggevende uitspraken zou doen, zowel in voorstelen als in statements. Door de druk van het provinciale toezicht op de gemeentebegroting is niet helemaal duidelijk of de gemeenteraad van Amersfoort bereid zou zijn geweest om de claim op zoveel politieke invloed van een burgerinitiatief in dit proces te accepteren. Sommigen sluiten dat zeker niet uit.

Anderen beweren dat de raad dit niet zou hebben gedaan. Feit is in ieder geval dat een pilot met een Schaduwraad van Gasten van de Raad die hun besluiten communiceren als reactie oplevert dat duidelijker moet worden gemaakt dat de besluitvorming bij de gemeenteraad blijft. Heel veel ruimte voor politieke invloed spreekt daar niet uit. Maar voor een beslissend antwoord op deze vraag zal moeten worden gewacht op een nieuwe gelegenheid in de Amersfoortse politiek waarop het Platform een G1000 kan voorstellen. Het idee van de implementatie van gelote burgers in het politieke proces is overigens niet beperkt tot de G1000. Bij de discussie over de inrichting van de kerntakendiscussie lag ook een ambitieus voorstel om een gelote burgerraad een plek te geven in de kerntakendiscussie. Dat vlammetje flakkert nu in de Ontwikkelgroep Samen maken we de Stad.

29

5 Conclusies en discussie De G1000 Amersfoort had een optimale verbinding met het politieke proces. De politieke onrust in de periode 2010-2014 droeg in de binnenwereld van de politiek bij aan momentum om de zaken anders aan te pakken. Het initiatief Het Nieuwe Samenwerken had geholpen bij het rijp maken van de politieke geesten voor burgerinitiatieven. Bovendien had het project, blijkens zijn overdrachtsdocument, bij Amersfoortse initiatiefnemers naar initiatieven met een grotere claim op politieke invloed doen smaken. Tegen deze achtergrond treft de G1000-initiatiefnemer van het eerste uur, Harm van Dijk, ook nog eens een ambtelijke top, een griffier en een burgemeester die con amore meewerken aan het welslagen van het idee om in Amersfoort een G1000 met politieke invloed te organiseren: een burgertop voor het vaststellen van de Agenda voor Amersfoort. De vraag die in dit paper centraal stond was een tweeledige: hoeveel politieke invloed claimde de G1000 Amersfoort en van hoeveel politieke invloed was uiteindelijk sprake? Om met het eerste deel te beginnen: de niet-partijpolitieke delen van het gemeentebestuur laten weinig na de G1000 zo goed mogelijk voor te sorteren in het formatieproces. De datum van de G1000 is vlak na de verkiezingen, terwijl het eerste duidingsdebat juist weer een paar dagen na de G1000 wordt gepland.

In de uitnodiging daarvoor wordt verwezen naar de G1000. Nieuwe raadsleden treffen de G1000 aan in de factsheet waarmee ze zich kunnen inlezen en worden door de burgemeester na hun installatie aan de G1000 herinnerd. Met zijn verkiezingsoverwinning heeft D66 de sleutel van de formatie in handen en belandt de G1000 in de informatieopdracht aan Fränzel. In de ChristenUnie treft D66 een (op dit punt) enthousiaste bondgenoot en in de PvdA en de VVD twee coalitiegenoten die misschien iets afwachtender, maar zeker niet afwijzend tegenover de G1000 staan. Er lijken weinig lichten te zijn geweest, destijds in 2014, die niet op groen stonden. Gegeven deze optimale randvoorwaarden en de oorspronkelijke ambitie van de G1000 (paragraaf 3.1 en 3.2) is het opvallend dat er uiteindelijk nauwelijks sprake is geweest van politieke invloed van de G1000 Amersfoort op de inhoud van het collegebeleid of de agenda van de gemeenteraad. De G1000 speelt slechts in algemene zin en steeds meer in de verleden tijd een rol in het politieke proces en de themagroepen hebben ook niet de duurzame innovatie gebracht die de G1000-organisatie daarmee voor ogen stond. In de lokale politiek van Amersfoort is de G1000 inmiddels vooral een experiment onder de experimenten geworden.

Onze stelling is dat dit komt door drie vormen van dubbelheid: in de ambitie van de G1000, in de combinatie van burgerraad en in de houding van de lokale politiek. Ten eerste werd er wel een ambitieuze claim op politieke invloed gelegd, maar de gehanteerde methodiek op de dag zelf leende zich daar misschien niet voor. Het is de vraag of de gewenste uitkomst (een Agenda voor Amersfoort) via de Van Harthe-aanpak kan worden bereikt. In hoeverre is het bevorderen van eigenaarschap en zelf aan de slag gaan te verenigen met het komen tot voorstellen en uitspraken die sturend moeten zijn voor de lokale politiek? Beide ambities zaten in de opzet van de G1000 en bij de drijvende krachten in de G1000-organisatie. In het Stadscafé is het proces duidelijk gericht op het individu en zijn eigen mogelijkheden (wat vind jij belangrijk, wat is daarvoor nodig en wat kan jij daaraan doen). Het zijn die gedachten waarmee men dan aan de slag gaat in het Stadsgesprek. Deze aanpak leverde in het Stadscafé in ieder geval niet de complete agenda op waarmee de overheid zich bezighoudt. Het kan zo zijn dat Amersfoorters werk en inkomen of stadsontwikkeling minder belangrijk vinden dan kwaliteit van de samenleving, maar meer waarschijnlijk is dat het laatstgenoemde onderwerp met de Van Harthe aanpak sneller naar boven komt dan de eerste onderwerpen.

Wanneer het doel is met voor de politiek richtinggevende uitspraken te komen, ligt het voor de hand te sleutelen aan de vraagstelling in het Stadscafé. Dat kan bijvoorbeeld met een meer gerichte openingsvraag (‘wat is een kerntaak van de overheid’, zoals het Platform voorstelde bij de kerntaken30

G1000) of met een herbezinning op de formulering van het de op actie gerichte slotvraag (‘wat kan jij daar aan doen’). Verder is het denkbaar om met andere vormen van output te experimenteren, zoals het vaststellen van talige statements zoals het Platform voorstelde bij de kerntaken-G1000 en als is gebeurd bij de D1000. Overigens zijn er wat ons betreft grenzen aan het sleutelen aan de methodiek van de G1000 of de aard van de output. Uit het werk van collega-G1000-onderzoekers (Smets en Vlind 2015) blijkt dat de energie van de G1000 Amersfoort samenhangt met de dialoog die common ground creëert. Die dialoog kan in gevaar komen als het onderwerp te beleidsmatig, de groep te professioneel en de gesprekken te algemeen worden en niet meer over ervaringen gaan. Niet alles kan, met andere woorden, in een G1000 worden gehangen zonder zijn belangrijkste succes aan te tasten. Het verdere onderzoek naar de inpassing van de G1000 in het politieke proces moet zich daarom ook richten op andere aansluitingen met de politiek. Amersfoort 2014 was heel algemeen voorgesorteerd op het formatieproces. Dat blijkt in ieder geval geen garantie voor een succesvolle politieke invloed. Alternatieve aanknopingspunten zouden mogelijk een specifiek beleidsterrein kunnen zijn zoals de M200, Burgertop over gezondheid en zorg in Maastricht of de Meedoen in Venlo over de vaststelling van de Structuurvisie.

Ook is het denkbaar om in het moment te verschuiven en een G1000 niet vlak na, maar vlak voor de verkiezingen te plaatsen. Partijen zouden ieder voor zich met een burgertop ideeën voor hun verkiezingsprogramma kunnen ophalen maar het is ook denkbaar dat na een algemene burgertop niet de deelnemers maar de verschillende programmacommissies van de verschillende partijen met de ontwikkelde voorstellen matchen. In de tweede plaats zien we dubbelheid in de beeldvorming die de G1000 creëerde door tegelijk een burgertop-met-concrete-voorstellen en een burgerraad-met-politieke-uitspraken te willen zijn. Deels in het verlengde van het eerste discussiepunt bevindt zich de vraag of en in welke mate de G1000 Amersfoort een bijna onmogelijke combinatie van een burgertop en een burgerraad heeft nagestreefd (en dat ook nog op één dag). De literatuur over dit soort initiatieven is namelijk vrijwel eensgezind over de noodzaak om vooraf volstrekte helderheid te betrachten over de insteek van het initiatief en wat er met de resultaten zal gaan gebeuren. Daarnaast wordt eerst de nadruk gelegd op deliberatie en het vinden van de gezamenlijkheid en gaat het vervolgens om aggregeren en stemmen. In dat licht heeft de G1000 een dubbele boodschap willen communiceren door zowel een burgertop als een burgerraad te willen zijn.

In het geval van de G1000 Amersfoort komt daar nog bij dat in de communicatie en de verwachtingen het accent lag bij het experiment met de gelote burgerraad en de Agenda van Amersfoort, terwijl bij de uiteindelijke uitkomsten en in het natraject het accent weer veel meer lag bij de burgertop en de daaruit voortvloeiende initiatieven. Bezien vanuit de lokale politiek is de burgertop alleen maar toe te juichen, terwijl de burgerraad in potentie grotere consequenties heeft. De burgertop sluit immers aan bij de roep die politiek van links tot rechts klinkt om meer verantwoordelijkheid bij de samenleving te leggen en eigen kracht en eigen initiatief te bevorderen. Bovendien gaat het voor een belangrijk deel om onderwerpen die niet de kerntaken van de (lokale) overheid raken, dan wel een welkome aanvulling zijn waar de gemeente mede door bezuinigingen minder kan doen. De burgerraad, zeker in de vorm die in Amersfoort is gekozen waarbij de politici een stap opzij moesten doen, lijkt veel meer op concurrentie voor de bestaande instituties van de vertegenwoordigende democratie.

Hoe zijn de uitkomsten van een op basis van loting samengesteld select gezelschap van burgers te vergelijken met de besluitvorming die plaatsvindt in een door een veel groter electoraat samengestelde volksvertegenwoordiging? In de derde plaats: hoeveel ruimte heeft de lokale politiek eigenlijk geboden? Het is goed mogelijk dat de gemeentelijke organisatie van Amersfoort weliswaar enthousiast was, maar dat de gemeentepolitiek zelf nauwelijks ruimte heeft voor initiatieven die meer claimen dan de kaders en de politieke prioriteiten waarbinnen Het Nieuwe Samenwerken (succesvol) functioneerde. Zo snel als de randvoorwaarden waren geregeld, zoveel moeite heeft het de G1000-organisatie gekost om de 31

raadsleden te laten deelnemen aan de G1000. Een van de voornaamste problemen daarvan lijkt vooral de claim op politieke invloed te zijn geweest, die onmiskenbaar onderdeel uitmaakte van de presentatie van de plannen van de G1000. Geen raadslid zal zich openlijk uitspreken tegen burgerbetrokkenheid, of het enthousiasme en de energie van een G1000 bagatelliseren. De spanning ontstaat echter daar waar een claim op de politiek wordt gelegd om de uitkomsten van de G1000 als een opdracht te beschouwen, met een eigen legitimatie. Dan zou het immers in de plaats komen van het door de kiezer gegeven mandaat, waar in elk geval een deel van de raadsleden sterk aan hecht. Tegelijkertijd heeft de G1000 het de raadsleden ook niet echt moeilijk gemaakt: de top-10 was eerder een verzameling interessante voorstellen dan een politieke agenda waar de gemeenteraad niet omheen kon. De urgentie om er iets mee te doen, ontbrak daarmee. Maar dat maakt het niet onmogelijk voor politieke partijen om zelf en actief een eigen vertaling naar de raadsagenda te maken. De plannen hadden in bestaand beleid kunnen worden geïncorporeerd of gebruikt ter ondersteuning van een politiek verlangen. Dat is nauwelijks gebeurd, ondanks de oproepen van de burgemeester en in de kaderbrief. In plaats daarvan merkten sommige raadsleden op dat zij wel erg weinig van de G1000 hoorden.

Ten slotte bestaan er gerede twijfels over de vraag of de gemeenteraad een G1000 met een echte politieke claim wel zouden hebben geaccepteerd in het kader van de kerntakendiscussie. Ook bij sommige raadsleden leefde het idee dat de G1000 vooral een burgertop was waar men zelf tijd zou vrijmaken voor het uitvoeren van de eigen voorstellen en de gemeente alleen zouden benaderen voor vragen van hulp en ondersteuning. Daarmee is bovendien de meer fundamentele discussie over hoe vertegenwoordigende democratie en directe of deliberatieve democratie zich tot elkaar verhouden, zorgvuldig vermeden.

32

6 Gebruikte bronnen 6.1 Algemene literatuur Van Reybrouck, D. 2013, Tegen verkiezingen, Amsterdam: De Bezige Bij 2013/2015 Smith, G. 2009. Democratic Innovations. Designing Institutions for Citizen Participation. Bouricius, T. 2013, Democracy Through Multi-Body Sortition Ham, M. en J. van der Meer 20, De ondernemende burger. De woelige wereld van lokale initiateven,(Tijdschrift voor Sociale vraagstukken) ‘Doe-het-zelf-democratie. G1000 in Amersfoort in stad en wijk’ Michels, A. en H. Binnema 2015, De democratische waarden van de G1000 in Amersfoort en Uden, working paper. Smets, P.G.S.M. & Vlind, M. 2015, G1000-Kruiskamp, working paper

6.2 Documentatie van andere initiatieven Het project ‘We the Citizens’, Universiteit van Dublin, gedocumenteerd op http://www.wethecitizens.ie/ (Verslagen, Eindrapport)

G1000 België, gedocumenteerd op: www.g1000.org (Manifest, Verslagen, Resultaten, Rapportage van waarnemers (geschreven door Martin Wilhelm) en Eindrapport)

Duizend op zuid, Rotterdam Zuid, gedocumenteerd op www.rotterdam.nl/duizendopzuid (Verslag van gesprekken met bewoners, Eindrapport)

Meedoen in Venlo, project om de ruimtelijke structuurvisie vast te stellen. Gedocumenteerd in: Franka van Alphen & Jan Karens, ‘Co-creatie met de raad van Venlo, after action review’, (Necker van Naem, Van Harthe Centrum voor CoCreatie) en ‘Proefdraaien als gemeenteraad nieuwe stijl’, Binnenlands Bestuur 17 februari 2014 33

Burgerinitiatief Het Nieuwe Samenwerken in Amersfoort gedocumenteerd op www.hetnieuwesamenwerken.net (Aanleiding, conferentie, verslagen interviews fractievoorzitters, media en overdrachtsdossier)

6.3 Documentatie Stichting G1000 Amersfoort/Stichting G1000.nu Powerpointpresentatie voor wijkinformatiebijeenkomsten, 4 februari 2014 Factsheet G1000Amersfoort G1000 Amersfoort – Droom of Werkelijkheid – Update 1 Uitnodiging aan gelote burgers, 12 februari, Nicole Estejé en Harm van Dijk Begeleidende brief van burgemeester Bolsius bij de uitnodiging Persbericht, 4 februari, Nicole Estejé en Harm van Dijk Persbericht G1000 regio, Nicole Estejé en Harm van Dijk Achtergronddocument voor de pers, 15 maart 2014, Jerphaas Donner Document ‘Wat gebeurt er precies op 22 maart?’ Programma G1000 Amersfoort 22 maart G1000 factsheet secretarissen Draaiboek G1000 Amersfoort secretaris en blokhoofd Definitieve aanmeldingslijsten voor G1000 van 17 maart 2014 Aanmeldingslijst voor de themagroepen na afloop van de G1000 Aanmeldingslijst voor terugkomdag G1000 20 september 2014 Verslagen vergaderingen van het bestuur van de Stichting G1000 Amersfoort, het bestuur van de Stichting G1000.nu en de themagroep Buurtregisseur Resultaten van een digitale enquête onder tafelsecretarissen, vlak na de G1000 Resultaten van een digitale enquête onder de blokhoofden, vlak na de G1000 Gespreksverslagen van interviews van Anja Ahmic (afgenomen kort voor en kort na 22 maart 2014) over de organisatie van de G1000 met Mirjam Barendregt, Louise de Vries Lentsch, Carin Kampman, Jacqueline Hakkenberg, Lex van

Haterd, Gerda Eerdmans, Carla Hartog, Dennis Stenacker, Jos van Winkel, Will van der Vlies (waarschijnlijk ten behoeve van de Evaluatie G1000 van Lysias waar op de website van Lysias sprake van is) Evaluatie G1000 Amersfoort (waarschijnlijk van de regiegroep, opgesteld na de terugkomdag van 20 september 2014 en voor de afscheidsbrief van 20 januari 2015)

6.4 Documentatie Gemeente Amersfoort Deze documentatie is te raadplegen via www.amersfoort.nl Collegebesluit 24 januari 2014 (4595204), Garantstelling voor de G1000. Stukken rondom formatie 2014, te raadplegen op http://www.amersfoort.nl/formatie.html Coalitieakkoord 2014-2018 (D66, VVD, CU en PvdA) Samen maken we de Stad Kaderbrief 2015 -2018, 10 juni 2014 Raadsinformatiebrief 8 april 2015 (4948753) Bestuurlijke Ontwikkeling, aanpak en voortgang. Verslag en vergaderstukken De Ronde 25 februari 2014 (Randvoorwaarden maatschappelijke initiatieven naar aanleiding van initiatief behoud natuurtuin/weggeefwinkel) Verslag en vergaderstukken De Ronde 1 juli 2014 (Werkwijze Raad)

34

Vergaderstukken Raadsacademie 2 december 2014 (resultaten van het Nieuwe Samenwerken en de G1000) Verslag en vergaderstukken De Ronde 14 april 2015 (Experimenteren met werk- en vergadervormen in De Ronde) Verslag en vergaderstukken van Het Besluit van 27 april 2015 (eerste bespreking van het Manifest)

6.5 Interviews Inclusief eventueel aanvullende informatie via mail Herke Elbers, gemeentesecretaris gemeente Amersfoort Jos van Winkel, hoofd bestuur, strategie en veiligheid, gemeente Amersfoort Will van der Vlies, raadsgriffier gemeente Amersfoort Marcel Fränzel, tot 11 mei 2015 waarnemend burgemeester Noord-Beveland, eerder raadslid en wethouder (D66) in Amersfoort (1990-2002) en informateur in Amersfoort (2014) Bertien Houwing (D66), wethouder voor onder andere Bestuurlijke ontwikkeling Hiske Land, raadslid (GroenLinks) Simone Kennedy Bos, raadslid (ChristenUnie) Ad Meijer, raadslid (SP) Rob Smulders, raadslid (PvdA) Roel Mulder, raadslid (OPA) Micheline Paffen-Zeenni, raadslid (CDA) Danielle van Wijngaarden, raadslid (VVD) Harm van Dijk, initiatiefnemer G1000 Amersfoort Jerphaas Donner, initiatiefnemer G1000 Amersfoort Nicole Estejé, initiatiefneemster G1000 Amersfoort (tot februari 2014 bestuurslid Stichting G1000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16947495/1