CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Subsidieregeling biobased bouwen van woningbouw

Raadsvergadering 22 april 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Financiële dekking subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw2.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Van

Burgemeester en wethouders

Portefeuillehouder

W. Stegeman, J. Bulthuis

Aan

Gemeenteraad

B&W vergadering

3 maart 2026

Raadsvergadering

22 april 2026

Vergadering Commissie

15 april 20226

Zaaknummer

196836

-

-

Vastgesteld besluit Opsteller

J. Meuffels

Titel Financiële dekking subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw

Beslispunten: De raad besluit: 1. Maximaal €3,5 miljoen beschikbaar te stellen voor aanvragen onder de ‘subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw’, zoals bijgevoegd als bijlage 1, voor de periode juni 2026 tot en met december 2030, te dekken uit de reserve Duurzame Stad, en hiervoor een raming op te nemen in de meerjarenbegrotingen vanaf 2027. 2. Zich te committeren aan zijn toekomstige besluiten die passen binnen dit budget van €3,5 miljoen. Het college maakt vooraf een raming van de verwachte vaststellingen over de jaren. Het college kan in enig jaar aan de raad voorstellen om – binnen het maximale budget en in afwijking van de raming in de meerjarenbegroting – in een specifiek jaar meer te onttrekken aan de reserve Duurzame Stad ten behoeve van de vaststellingen van verleende subsidies onder de ‘subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw’.

Aanleiding Het college heeft de ‘subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw’ vastgesteld op 3 maart 2026. De regeling is gepubliceerd, maar nog niet opengesteld. Voor openstelling en het vaststellen van een subsidieplafond is een afzonderlijk collegebesluit vereist. Dit besluit kan het college pas nemen na een positief besluit op dit raadsvoorstel. Voor de uitvoering van de regeling is meerjarige dekking nodig, waarvoor het college de raad voorstelt die te dekken uit de reserve Duurzame Stad. Voor deze reserve-onttrekking is een besluit van de raad nodig. Het college vraagt de raad daarom om financiële middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de ‘subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw’. Na vaststelling door de raad stelt het college het openstellingsbesluit en subsidieplafond vast.

Beoogd effect Met de financiële dekking kan het college de subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw uitvoeren. Daardoor kunnen we woningcorporaties binnen hun mogelijkheden ondersteunen bij de meerkosten van biobased bouwen. Dit stimuleert opschaling van biobased sociale woningbouw en houdt de toepassing vrijwillig en haalbaar, passend bij de transitie naar een circulaire en CO₂-neutrale woningvoorraad en bredere Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen.

Argumenten Argument 1.1 – Met de inzet van deze middelen geven we uitvoering aan bestaand beleid De raad heeft met de Omgevingsvisie 2030–2040, het Omgevingsprogramma Circulaire Stad en het Omgevingsprogramma Volkshuisvesting kaders vastgesteld voor circulariteit, CO₂‑reductie en toekomstbestendig bouwen, specifiek ook voor woningbouw. Het college heeft de subsidieregeling

vastgesteld als uitvoeringsmaatregel binnen deze kaders. Voor de uitvoering is financiële dekking nodig. De reserve Duurzame Stad is hiervoor passend omdat het een tijdelijke maatregel betreft die aansluit bij de gemeentelijke doelen voor CO₂‑reductie en circulariteit in de woningbouwopgave en geen structurele lasten met zich meebrengt. Dit raadsvoorstel maakt het mogelijk dat het college de regeling op een later moment kan openstellen en corporaties tijdelijk kan ondersteunen bij sociale woningbouwprojecten waar biobased materialen leiden tot hogere meerkosten. De regeling ondersteunt corporaties bij het inzetten van de noodzakelijke transitie naar meer biobased en circulaire bouwmethoden. Deze transitie wordt mede beïnvloed door Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen, die gevolgen hebben voor de bouwketen en bedrijfsvoering. De subsidie is niet bedoeld om aan (toekomstige) wettelijke verplichtingen te voldoen, maar om corporaties tijdelijk te ondersteunen bij de hogere kosten die optreden wanneer zij versneld investeren in biobased toepassingen binnen de sociale woningbouw. Argument 1.2 –Sociale woningbouw vraagt om gerichte ondersteuning Het spanningsveld tussen betaalbaarheid en verduurzaming is in de sociale woningbouw het grootst.

Corporaties moeten betaalbare woningen realiseren terwijl zij tegelijkertijd te maken hebben met stijgende bouwkosten en hoge ambities vanuit het Rijk en de gemeente op het gebied van duurzaamheid. Tijdelijke financiële ondersteuning is nodig om biobased bouwen binnen deze sector haalbaar en betaalbaar te houden. Aedes (de brancheorganisatie van woningcorporaties) onderstreept dat circulair werken in de woningbouw noodzakelijk is voor toekomstige betaalbaarheid, materiaalzekerheid en CO₂-reductie binnen de woningbouwopgave. Argument 1.3 – Het verlagen van de financiële drempel voor biobased bouwen Biobased bouwen is in de huidige markt vaak duurder dan traditionele bouw en past niet altijd binnen de investeringsruimte van corporaties. Door een deel van deze meerkosten tijdelijk te vergoeden, wordt toepassing vrijwillig en haalbaar. Zo wordt opschaling van biobased bouwen in de woningbouw gestimuleerd. Dit bevordert praktijkervaring en marktontwikkeling, wat bijdraagt aan kostenreductie van biobased bouwen op termijn.

Argument 2.1 Verschil tussen verlening en het boeken van de lasten De subsidieverlening vindt plaats op basis van de subsidieregeling in de periode 2026-2030. De start van de uitvoering van bouwwerkzaamheden moet plaatsvinden binnen 5 jaar na verlening van de subsidie. De vaststelling van de subsidie – en daardoor het boeken van de lasten- kan pas plaatsvinden na realisatie en oplevering van de woning. Het is op voorhand niet in te schatten wanneer de subsidie activiteiten zijn afgerond. Daardoor loopt deze regeling administratief lang door. Argument 2.2 Meerjarig budget biedt investeringszekerheid voor corporaties en voorkomt wegvallen van middelen Woningcorporaties hebben meerjarige investeringszekerheid nodig om te kunnen kiezen voor biobased bouwen. Hun ontwikkeltrajecten lopen over meerdere jaren, en zonder het perspectief dat de gemeente gedurende die periode een substantieel budget beschikbaar houdt voor deze regeling, zullen zij geen projecten starten of opschalen. Een totaalbudget van € 3,5 miljoen biedt deze continuïteit en maakt het mogelijk dat corporaties tijdig keuzes maken, investeringen plannen en de hogere meerkosten van biobased bouw daadwerkelijk kunnen opvangen. Bovendien is op dit moment nog niet vast te stellen in welke jaren subsidievaststellingen tot lasten in de begroting leiden (zie argument 2.1).

Omdat de timing van subsidievaststellingen onzeker is, kunnen de bijbehorende reserve-onttrekkingen niet vooraf volledig in de meerjarenbegroting worden verwerkt. In het jaar dat de lasten geboekt worden, moet ook de dekking – die wordt verkregen door middel van een reserveonttrekking – verwerkt worden in de begroting. Het college maakt daarom vooraf een raming van de verwachte vaststellingen over de jaren en neemt deze inclusief de benodigde reserve onttrekking- op in de meerjarenbegroting. Daarnaast is het de verwachting dat er ook vaststellingen ontvangen worden in de jaren waar de meerjarenbegroting nog niet op toeziet. Omdat het op dit moment nog niet mogelijk is de benodigde reserve onttrekking volledig te verwerken in de meerjarenbegroting en het op voorhand lastig is in te schatten in welk jaar de vaststellingen worden ontvangen, moeten er in de toekomst nog begrotingswijzigingen voorgesteld worden om te waarborgen dat de lasten op basis van de vaststellingen en de reserve onttrekking in hetzelfde jaar verwerkt worden. Door dit budget van € 3,5 miljoen beschikbaar te stellen, spreekt de raad uit dat toekomstige begrotingswijzigingen ter uitvoering van deze regeling – voor zover passend binnen dit vastgestelde

budget – in beginsel passen binnen de eerder gemaakte financiële kaders.

Kanttekeningen 1.1 Onzekerheid in timing en omvang van aanvragen De timing en omvang van aanvragen door corporaties zijn op dit moment niet te voorspellen. Het gebruik van de regeling zal naar verwachting geleidelijk toenemen, maar het tempo ervan is onzeker. Hierdoor kan het voorkomen dat in een jaar weinig aanvragen binnenkomen, terwijl er in latere jaren juist meer aanvragen binnenkomen. Dit kan ertoe leiden dat de in de meerjarenbegroting opgenomen raming niet volledig wordt benut, of dat het jaarbudget wordt overvraagd terwijl er binnen het totaal budget van €3,5 miljoen euro nog ruimte beschikbaar is. Het college monitort de uitnutting van het budget aan de hand van gerealiseerde aanvragen en informeert de raad wanneer knelpunten ontstaan. Indien nodig kan het college de raad voorstellen om de –in afwijking van de raming in de meerjarenbegroting – in een specifiek jaar meer te onttrekken aan de reserve Duurzame Stad, zonder aanvullende middelen te vragen. 1.2 Beperkte invloed vanuit gemeente. De effectiviteit van de regeling is mede afhankelijk van landelijke kaders, marktontwikkeling en innovatiekracht van de bouwsector, waarop de gemeente slechts beperkt invloed heeft. De inzet van gemeentelijke middelen kan deze transitie ondersteunen, maar kan op zichzelf geen structurele verandering in de markt realiseren.

1.3 Terugvloeien van niet‑ingezette middelen De inzet van middelen is tijdelijk en afgebakend. Als het maximale subsidieplafond niet volledig wordt benut, wordt het niet-benutte deel niet onttrokken uit de reserve Duurzame Stad. Hiermee blijft de financiële inzet begrensd en ontstaan geen aanvullende budgettaire verplichtingen.

Duurzaamheid Met dit voorstel wordt een bijdrage geleverd aan het verhogen van het percentage biobased materialen in de woningbouw in Amersfoort. Daarmee worden CO2-emissies gereduceerd en wordt een bijdrage geleverd aan de transitieopgave ‘een CO2-neutrale en duurzame stad’.

Energietransitie • •

Vermindert energiegebruik: Biobased bouwsystemen verbeteren isolatie en luchtdichtheid, wat de warmtevraag verlaagt. Ondersteunt duurzame energiebronnen (indirect): Lagere energievraag maakt all‑electric oplossingen en duurzame warmtebronnen eenvoudiger toepasbaar.

Circulaire stad • • •

Bevordert gebruik van biobased materialen en vermindert primair grondstoffengebruik in de woningbouw. Biobased materialen hebben een lagere milieubelasting, deze regeling leidt daardoor indirect tot lagere milieu-impact van de woningbouwopgave. Ondersteunt circulair bouwen als onderdeel van de Omgevingsvisie 2030–2040.

Groen-blauwe stad Niet van toepassing.

Financiën De reserve-onttrekking vindt plaats in het jaar waarin de betreffende subsidie wordt vastgesteld. Gezien netcongestie en de complexiteit van woningbouwprojecten verwachten wij op dit moment geen vaststellingen voor 2030. Jaarlijks bij het opstellen van de meerjarenbegroting heroverwegen we deze inschatting op basis van de subsidieverlening en stand van de projecten. Op basis van deze inschatting zal de benodigde reserve-onttrekking geraamd worden.

De jaarlijkse onttrekkingen tellen op tot het maximaal beschikbare bedrag van €3,5 miljoen. Dit bedrag is gelijk aan het subsidieplafond dat het college gaat vaststellen voor de subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw. Wij monitoren gedurende het jaar de uitnutting van de subsidieregeling in relatie tot het in de begroting beschikbaar gestelde bedrag. Indien het beschikbare jaarbudget overvraagt dreigt te worden en het maximaal beschikbare budget (€ 3,5 miljoen) nog niet volledig is benut, kunnen wij de raad voorstellen het beschikbare budget voor dat jaar op te hogen. Jaarlijks bij de begroting passen we indien nodig het ritme van onttrekken aan. Daarbij geldt dat het totaalbudget van € 3,5 miljoen niet wordt overschreden en er géén aanvullende middelen worden aangevraagd. De subsidie wordt verleend vanuit deelprogramma 3.1 Circulaire Economie. De dekking van de lasten volgt uit de reserve Duurzame Stad, deelprogramma 1.1 Energietransitie.

Risicoparagraaf 1.1 Juridische en uitvoeringsrisico’s Bij de uitvoering van de regeling moet rekening gehouden worden met juridische en administratieve vereisten uit het staatsteunrecht. Deze risico’s worden binnen het college geborgd en hebben geen directe consequenties voor het door de raad gevraagde besluit. 1.2 Controleerbaarheid en accountantsverklaring Voor subsidies boven € 125.000 kan de verplichte accountantsverklaring een drempel vormen, omdat niet alle verantwoordingscriteria uit de regeling zonder meer controleerbaar zijn. Dit kan ertoe leiden dat vaststellingen als onrechtmatig of niet‑getrouw moeten worden aangemerkt, tenzij terugvordering plaatsvindt. Corporaties kunnen hierdoor terughoudend worden of projecten vertragen. We beperken dit risico door de verantwoording aan te laten sluiten op de gebruikelijke administratieve werkwijze van corporaties en door – samen met Building Balance – te ondersteunen bij het borgen van controleerbare projectinformatie.

Communicatieboodschap Biobased bouwen is een effectieve manier om circulair en klimaatvriendelijk te bouwen. Woningcorporaties leveren een belangrijke en zichtbare bijdrage aan de verduurzaming van de stad. In de praktijk zien we dat woningcorporaties biobased bouwen grootschalig kunnen toepassen als de kosten lager worden. Deze subsidieregeling stimuleert woningcorporaties door een deel van de hogere kosten op te vangen. Zo zorgt de subsidie voor versnelling in en opschaling van biobased sociale woningbouw. Samen werken we aan een duurzaam en CO2-neutraal Amersfoort.

Participatie De uitgangspunten van de subsidieregeling zijn vooraf getoetst op haalbaarheid en uitvoerbaarheid in samenwerking met corporaties, marktpartijen en Building Balance. Ook zijn de ervaringen van gemeente Rotterdam meegenomen bij het toetsen van de uitvoerbaarheid.

Vervolgstappen Het college stelt, na dit raadsbesluit, het openstellings- en subsidieplafondbesluit vast, waarmee de regeling wordt opengesteld en het budget beschikbaar komt voor aanvragers.

Burgemeester en wethouders van Amersfoort, de secretaris,

de burgemeester

Bijlage(n):

•

Subsidieregeling Biobased Bouwen van sociale woningbouw

Raadsbesluit Opsteller:

J. Meuffels

Zaaknummer:

196836

De raad van de gemeente Amersfoort; Op basis van het voorstel van het college van 3 maart 2026; b e s l u i t: 1. maximaal €3,5 miljoen beschikbaar te stellen voor aanvragen onder de ‘subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw’, zoals bijgevoegd als bijlage 1, voor de periode juni 2026 tot en met december 2030, te dekken uit de reserve Duurzame Stad, en hiervoor een raming op te nemen in de meerjarenbegrotingen vanaf 2027; 2. zich te committeren aan toekomstige besluiten van het college die passen binnen dit budget van €3,5 miljoen; het college maakt vooraf een raming van de verwachte vaststellingen over de jaren; het college kan in enig jaar aan de raad voorstellen om – binnen het maximale budget en in afwijking van de raming in de meerjarenbegroting – in een specifiek jaar meer te onttrekken aan de reserve Duurzame stad ten behoeve van de vaststellingen van verleende subsidies onder de ‘subsidieregeling biobased bouwen van sociale woningbouw’. Vastgesteld in de openbare vergadering van … de griffier

de voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16811886/3