Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Inburgering
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Van
Presidium
Portefeuillehouder
Aan
Gemeenteraad
B&W vergadering
N. Aboyaakoub-Akkouh
Agenda Het Besluit
Vergadering Commissie
1 juli 2026
Vastgesteld besluit
Zaaknummer
568080
-
-
Opsteller
M. van Engen
Titel Rekenkameronderzoek Inburgering
Beslispunten De raad besluit: 1. de aanbevelingen zoals geformuleerd in het rekenkamerrapport ‘Inburgering onder één dak – De kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak’ over te nemen, hierna opgesomd: 1. Geef actieve invulling aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad ten aanzien van de uitvoering van de Wi2021. a. Organiseer structureel periodieke werkbezoeken en vraag gerichte thematische voortgangsupdates op. b. Vraag daarnaast om systematische benchmarking met vergelijkbare gemeenten, om inzicht te krijgen in prestaties, aanpakken en leerpunten. Dit versterkt het inhoudelijke gesprek over resultaten, kwaliteit en doelmatigheid van het inburgeringsbeleid. 2. Versterk de monitoring rondom inburgering, zodat beter inzicht ontstaat in voortgang, knelpunten en effectiviteit en betrek de gemeenteraad actief bij de voortgang. a. Maak jaarlijks inzichtelijk hoeveel inburgeraars vertraging oplopen, wat de oorzaken zijn en welke interventies aantoonbaar bijdragen aan verbetering. Ontwikkel indicatoren die zichtbaar maken waar trajecten vertragen, bijvoorbeeld op het gebied van dualiteit, participatieplekken, taalontwikkeling en werkfitheid. Door inhoudelijke rapportages te verdiepen wordt ook de informatievoorziening aan de gemeenteraad versterkt. 3.
Formuleer beleidsdoelstellingen volgens de SMART-methodiek en reflecteer in het beleid op de consequenties van het uitbesteden van de regierol aan Integratiewerk. a. Werk beleidsdoelstellingen van het Amersfoortse inburgeringsbeleid concreet en toetsbaar uit volgens de SMART-methodiek. Maak daarbij duidelijk wat de gemeente wil bereiken, voor welke doelgroepen, binnen welke termijn en hoe succes wordt gemeten. Beschrijf daarnaast expliciet hoe deze gemeentelijke doelstellingen zich verhouden tot de (sub)doelstellingen van de Wet
inburgering 2021, zodat inzichtelijk wordt op welke onderdelen Amersfoort aansluit bij, aanvullend is op of afwijkt van het wettelijke kader. b. Maak beleidskeuzes over uitbesteding expliciet en weeg consequenties af. Benoem en onderbouw in beleidsdocumenten expliciet de keuze om de uitvoering van kernonderdelen van de Wi2021 (zoals de Brede Intake, het PIP en de monitoring) uit te besteden aan Integratiewerk. Ga daarbij expliciet in op de mogelijke gevolgen van deze keuze voor de gemeentelijke regierol, de afstand tot de uitvoering en de sturingsmogelijkheden van de gemeente. Maak inzichtelijk hoe de gemeente, ondanks uitbesteding, invulling geeft aan haar wettelijke verantwoordelijkheid voor regie en toezicht. 4. Versterk sturing op werk & dualiteit a. Ontwikkel een gemeentebreed werkfit-afwegingskader om verschillen in interpretatie tussen Integratiewerk en de afdeling Arbeidsintegratie van de gemeente weg te nemen. b. Borg dat werk- en praktijkervaring structureel vanaf de start van het traject worden ingebouwd. c. Monitor systematisch waar dualiteit niet van de grond komt (door taalniveau, kinderopvang, beschikbaarheid van plekken) en stuur bij. d. Overweeg ook gezinsmigranten ondersteuning te bieden richting werk. Zet voor gezinsmigranten dienstverlening vanuit de gemeente in voor nietuitkeringsgerechtigden in het kader van de Participatiewet. e.
Breid het formele aanbod uit door B2-voorbereidingslessen te financieren, zodat doorleren niet afhankelijk is van aparte aanvragen en een zo groot mogelijke groep inburgeraars een baan ‘op niveau’ kan krijgen. 5. Zorg voor voldoende en passend participatieaanbod a. Richt structurele, laagdrempelige participatie- en werkervaringsplekken in, vooral voor Z-route-deelnemers, om risico’s op termijnoverschrijding te beperken. b. Werk met werkgevers en maatschappelijke organisaties aan het verlagen van taaldrempels, zodat dualiteit realistischer uitvoerbaar wordt. 6. Verbeter doorverwijzing en samenwerking in de keten a. Leg structurele samenwerkingsafspraken vast tussen Integratiewerk, wijkteams, Indebuurt033, werkgeversservicepunt en andere partners, zodat ondersteuning na de inburgering niet afhankelijk blijft van één partij. b. Maak het mogelijk dat gezinsmigranten eerder en breder worden ondersteund dan alleen op taal, en voorkom dat begeleiding te vroeg wegvalt. Zorg daarbij voor goede doorverwijzing van gezinsmigranten. 7. Richt structurele nazorg in voor inburgeraars a. Identificeer groepen met risico op uitval na het traject (met name Z-route) en richt een systematische nazorg- en doorverwijzingsstructuur in naar reguliere ondersteuning. b. Leg bestuurlijk vast wie verantwoordelijk is voor opvolging na afronding van de inburgering, zodat niemand uit beeld raakt. 2.
de aanbevelingen voor uitvoering in handen te stellen van het college.
Aanleiding De rekenkamer onderzocht hoe de uitvoering van de Wet inburgering 2021 in gemeente Amersfoort verloopt en hoe statushouders de ondersteuning ervaren. De rekenkamer heeft het onderzoek ‘Inburgering onder één dak – De kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak’ aangeboden aan de raad.
Beoogd effect De aanbevelingen geven richting aan het college voor verbetering van het inburgeringsbeleid van de gemeente Amersfoort.
Argumenten Uit het onderzoek komt dat de gemeente Amersfoort heeft gekozen voor een aanpak waarbij de maatschappelijke begeleiding, taallessen en leerroutes en het werkfit maken grotendeels door één organisatie worden uitgevoerd: Stichting Integratiewerk. Volgens de rekenkamer zorgt dit voor korte lijnen en laagdrempelige ondersteuning. Inburgeraars voelen zich hierdoor gezien en geholpen. Problemen worden snel opgepakt en uitval wordt vaak voorkomen. Ook de speciale jongerenroute wordt door de rekenkamer gezien als een sterk onderdeel van de aanpak. Jongeren worden hierin gericht voorbereid op vervolgonderwijs. Uit het onderzoek blijkt dat relatief veel jongeren vanuit deze route doorstromen naar een opleiding. Tegelijkertijd constateert de rekenkamer dat de gemeente belangrijke onderdelen van de uitvoering heeft uitbesteed aan Integratiewerk. Het gaat bijvoorbeeld om het opstellen van een persoonlijk inburgeringsplan met de statushouders en het volgen van hun voortgang. Hoewel deze werkwijze voordelen heeft voor de ondersteuning van statushouders, ontstaat hierdoor ook afstand tussen gemeente en uitvoering. Volgens de rekenkamer heeft de gemeente daardoor minder zicht op de dagelijkse praktijk en bestaat het risico dat kansen voor samenwerking met andere gemeentelijke onderdelen onvoldoende worden benut.
De rekenkamer beveelt aan om beleidsdoelen concreter en meetbaarder te formuleren en duidelijk vast te leggen hoe de gemeente haar wettelijke verantwoordelijkheid voor regie en toezicht invult. Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat de monitoring van de inburgering beter kan. Er is nog onvoldoende inzicht in vertragingen, uitval en de effecten van verschillende maatregelen. Door inhoudelijke rapportages te verdiepen wordt ook de informatievoorziening aan de gemeenteraad versterkt. Het college krijgt daarom de aanbeveling om jaarlijks uitgebreider te rapporteren over de voortgang van inburgeraars en beter zichtbaar te maken welke knelpunten er zijn. Het onderzoek laat ook zien dat er bij Integratiewerk en de afdeling Arbeidsintegratie van de gemeente verschillende visies bestaan over wanneer iemand ‘werkfit’ is. Een aanbeveling is om verschillen in interpretatie weg te nemen. Ook spelen praktische problemen mee, zoals tekort aan kinderopvang, beperkte taalvaardigheid en een tekort aan geschikte participatieplekken. De rekenkamer pleit ervoor om werkervaring al vanaf de start van het traject structureel onderdeel te maken van de inburgering. Daarnaast zou de gemeente meer passende participatie- en werkervaringsplekken moeten organiseren, vooral voor mensen in de Z-route (gericht op zelfredzaamheid).
Uit het onderzoek blijkt verder dat gezinsmigranten vaak meer ondersteuning nodig hebben dan nu wordt aangenomen. Zij moeten hun taallessen meestal zelf betalen en ontvangen minder begeleiding dan statushouders. Hierdoor bestaat het risico dat zij te weinig lessen volgen en vertraging oplopen in hun inburgering. Ook voor kwetsbare statushouders die hun inburgering afronden, ontbreekt nog voldoende nazorg. Vooral mensen uit de Zelfredzaamheid-route hebben volgens betrokkenen vaak langer ondersteuning nodig. De rekenkamer roept het college op om structurele afspraken te maken over doorverwijzing en nazorg, zodat inburgeraars niet uit beeld raken nadat hun traject officieel is afgerond.
Kanttekeningen N.v.t. Duurzaamheid N.v.t. Financiën N.v.t. Risicoparagraaf N.v.t.
Communicatieboodschap De rekenkamer onderzocht hoe de uitvoering van de Wet inburgering 2021 in gemeente Amersfoort verloopt en hoe statushouders de ondersteuning ervaren. De resultaten staan in het rapport Inburgering onder één dak – De kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak. Uit het onderzoek komt dat de gemeente Amersfoort nieuwkomers op veel punten goed ondersteunt bij hun verplichte inburgering. Vooral de persoonlijke begeleiding door Integratiewerk en de speciale jongerenroute
worden positief beoordeeld. Tegelijkertijd ziet de Rekenkamer Amersfoort verbeterpunten in de monitoring, de begeleiding richting werk en de nazorg voor kwetsbare groepen.
Participatie N.v.t. Vervolgstappen Het college heeft de opdracht om de raad na drie maanden met een Raadsinformatiebrief te informeren over de uitvoering van de aanbevelingen, en na een jaar met een update van deze uitvoering te komen. Daarnaast informeert het college de raad jaarlijks breder over de stand van zaken van de aanbevelingen van de rekenkameronderzoeken van de afgelopen jaren. Presidium,
de griffier
de voorzitter
Bijlage(n): Rekenkamerrapport ‘Inburgering onder één dak – De kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak’ Infographic rekenkameronderzoek Inburgering
Raadsbesluit
Opsteller:
Presidium
Zaaknummer:
545708
De raad van de gemeente Amersfoort; op basis van het voorstel van het presidium van …. b e s l u i t: 1. de aanbevelingen zoals geformuleerd in het rekenkamerrapport ‘Inburgering onder één dak – De kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak’ over te nemen, hierna opgesomd: 1. Geef actieve invulling aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad ten aanzien van de uitvoering van de Wi2021. a. Organiseer structureel periodieke werkbezoeken en vraag gerichte thematische voortgangsupdates op. b. Vraag daarnaast om systematische benchmarking met vergelijkbare gemeenten, om inzicht te krijgen in prestaties, aanpakken en leerpunten. Dit versterkt het inhoudelijke gesprek over resultaten, kwaliteit en doelmatigheid van het inburgeringsbeleid. 2. Versterk de monitoring rondom inburgering, zodat beter inzicht ontstaat in voortgang, knelpunten en effectiviteit en betrek de gemeenteraad actief bij de voortgang. a. Maak jaarlijks inzichtelijk hoeveel inburgeraars vertraging oplopen, wat de oorzaken zijn en welke interventies aantoonbaar bijdragen aan verbetering. Ontwikkel indicatoren die zichtbaar maken waar trajecten vertragen, bijvoorbeeld op het gebied van dualiteit, participatieplekken, taalontwikkeling en werkfitheid. Door inhoudelijke rapportages te verdiepen wordt ook de informatievoorziening aan de gemeenteraad versterkt. 3.
Formuleer beleidsdoelstellingen volgens de SMART-methodiek en reflecteer in het beleid op de consequenties van het uitbesteden van de regierol aan Integratiewerk. a. Werk beleidsdoelstellingen van het Amersfoortse inburgeringsbeleid concreet en toetsbaar uit volgens de SMART-methodiek. Maak daarbij duidelijk wat de gemeente wil bereiken, voor welke doelgroepen, binnen welke termijn en hoe succes wordt gemeten. Beschrijf daarnaast expliciet hoe deze gemeentelijke doelstellingen zich verhouden tot de (sub)doelstellingen van de Wet inburgering 2021, zodat inzichtelijk wordt op welke onderdelen Amersfoort aansluit bij, aanvullend is op of afwijkt van het wettelijke kader. b. Maak beleidskeuzes over uitbesteding expliciet en weeg consequenties af. Benoem en onderbouw in beleidsdocumenten expliciet de keuze om de
uitvoering van kernonderdelen van de Wi2021 (zoals de Brede Intake, het PIP en de monitoring) uit te besteden aan Integratiewerk. Ga daarbij expliciet in op de mogelijke gevolgen van deze keuze voor de gemeentelijke regierol, de afstand tot de uitvoering en de sturingsmogelijkheden van de gemeente. Maak inzichtelijk hoe de gemeente, ondanks uitbesteding, invulling geeft aan haar wettelijke verantwoordelijkheid voor regie en toezicht. 4. Versterk sturing op werk & dualiteit a. Ontwikkel een gemeentebreed werkfit-afwegingskader om verschillen in interpretatie tussen Integratiewerk en de afdeling Arbeidsintegratie van de gemeente weg te nemen. b. Borg dat werk- en praktijkervaring structureel vanaf de start van het traject worden ingebouwd. c. Monitor systematisch waar dualiteit niet van de grond komt (door taalniveau, kinderopvang, beschikbaarheid van plekken) en stuur bij. d. Overweeg ook gezinsmigranten ondersteuning te bieden richting werk. Zet voor gezinsmigranten dienstverlening vanuit de gemeente in voor nietuitkeringsgerechtigden in het kader van de Participatiewet. e. Breid het formele aanbod uit door B2-voorbereidingslessen te financieren, zodat doorleren niet afhankelijk is van aparte aanvragen en een zo groot mogelijke groep inburgeraars een baan ‘op niveau’ kan krijgen. 5. Zorg voor voldoende en passend participatieaanbod a.
Richt structurele, laagdrempelige participatie- en werkervaringsplekken in, vooral voor Z-route-deelnemers, om risico’s op termijnoverschrijding te beperken. b. Werk met werkgevers en maatschappelijke organisaties aan het verlagen van taaldrempels, zodat dualiteit realistischer uitvoerbaar wordt. 6. Verbeter doorverwijzing en samenwerking in de keten a. Leg structurele samenwerkingsafspraken vast tussen Integratiewerk, wijkteams, Indebuurt033, werkgeversservicepunt en andere partners, zodat ondersteuning na de inburgering niet afhankelijk blijft van één partij. b. Maak het mogelijk dat gezinsmigranten eerder en breder worden ondersteund dan alleen op taal, en voorkom dat begeleiding te vroeg wegvalt. Zorg daarbij voor goede doorverwijzing van gezinsmigranten. 7. Richt structurele nazorg in voor inburgeraars a. Identificeer groepen met risico op uitval na het traject (met name Z-route) en richt een systematische nazorg- en doorverwijzingsstructuur in naar reguliere ondersteuning. b. Leg bestuurlijk vast wie verantwoordelijk is voor opvolging na afronding van de inburgering, zodat niemand uit beeld raakt. 2. de aanbevelingen voor uitvoering in handen te stellen van het college. Vastgesteld in de openbare vergadering van...
de griffier
de voorzitter