Participatieverslag Nieuwe locaties asielopvang
Tekst van het document
In gesprek over asielopvang
Inhoud Inhoud ....................................................................................................................................3 Samenvatting ..........................................................................................................................4 Hoe haalden we de meningen van inwoners en organisaties op? ...........................................4 1.
Inleiding ..........................................................................................................................6
2.
Aanpak ............................................................................................................................7 2.1 Gesprekken en bijeenkomsten in de stad en dorpen ........................................................7 2.2 Gesprekken met Amersfoortse asielzoekers en statushouders ........................................8
3.
Opbrengsten gesprekken met inwoners en organisaties ....................................................9 3.1 Grootte van een locatie ..................................................................................................9 3.2 Veiligheid .......................................................................................................................9 3.3 De plek in de stad of het dorp (locatie) .......................................................................... 10 3.4 Voorzieningen in de buurt ............................................................................................. 11 3.5 Draagkracht en sociale balans in wijken en dorpen ....................................................... 11 3.6 Samenstelling van asielzoekers op de locaties .............................................................. 11 3.7 Integratie en meedoen ................................................................................................. 12 3.8 Regie van de gemeente ................................................................................................ 13 3.9 Over het zoekproces naar opvangplekken ..................................................................... 13 3.10 Kritische en afwijzende geluiden ................................................................................. 14
4. Opbrengsten gesprekken met asielzoekers en statushouders ............................................. 16 4.1 Gesprek met bewoners van huidige opvanglocaties ...................................................... 16 4.2 Gesprek met statushouders in Amersfoort .................................................................... 16 5 Het vervolg ......................................................................................................................... 18 6 Bijlage Inbreng uit de gesprekken over opvanglocaties ......................................................... 19
Samenvatting Amersfoort moet extra opvangplekken regelen voor mensen die asiel aanvragen. Het Rijk bepaalt volgens de Spreidingswet hoeveel plekken en kan dit aantal elke twee jaar aanpassen. Waar en hoe nieuwe opvanglocaties kunnen komen, heeft de gemeente nog niet besloten. Voordat we mogelijke locaties gaan onderzoeken, organiseerden we een participatietraject. Daarin vertelden inwoners, ondernemers en organisaties wat zij belangrijk vinden en hoe zij later willen meedenken bij het vervolgproces.
Hoe haalden we de meningen van inwoners en organisaties op? De gemeente organiseerde van november 2025 tot en met februari 2026: een online onderzoek (5.015 deelnemers) wijk- en dorpsgesprekken (92 deelnemers) stadsgesprekken (83 deelnemers) straatgesprekken via koffiemomenten individuele gesprekken en gesprekken met bewonersgroepen een projectmailbox waar inwoners vragen en ideeën naar konden mailen gesprekken met asielzoekers en statushouders (2 gesprekken) In dit verslag staat wat mensen zeiden. Het zegt niets over welke mening beter is of zwaarder weegt. De resultaten van het online onderzoek staan op www.amersfoort.nl/uitkomsten.
Wat waren de belangrijkste punten in de gesprekken?
Schaal en grootte Veel deelnemers geven aan dat de omvang van een opvanglocatie in verhouding moet staan tot de wijk of het dorp. Ze noemen aantallen tussen 50 en 150 bewoners regelmatig als passend. Grotere locaties ervaren veel deelnemers als minder passend in woonwijken. Daarbij staat vaak de vraag centraal wat een wijk of dorp kan dragen.
Spreiding en locatiekeuze Inwoners spreken over het belang van spreiding over de stad en dorpen. Ze noemen dat de gemeente niet steeds dezelfde wijken zou moeten belasten. Bereikbaarheid, dat het qua ruimte en functie moet passen in de omgeving en de situatie in de buurt vinden ze belangrijke aandachtspunten.
Voorzieningen in de buurt Ze uiten zorgen over te veel drukte bij bestaande voorzieningen, zoals scholen, zorg, sport en groen. In gesprekken zeggen ze dat de gemeente bij de keuze voor nieuwe opvangplekken rekening moet houden met de capaciteit van voorzieningen in de wijk.
Veiligheid Veiligheid is in vrijwel alle gesprekken een belangrijk thema. Daarbij gaat het zowel om feitelijke veiligheid als om het gevoel van veiligheid. Inwoners vragen om duidelijke afspraken, zichtbare begeleiding, een aanspreekpunt (bij voorkeur 24/7) en duidelijke communicatie.
Draagkracht en sociale balans De vraag hoeveel een wijk kan dragen komt regelmatig terug. In buurten die al meerdere sociale uitdagingen kennen, wijzen inwoners vaker op het belang van balans en het voorkomen van stapeling van problemen.
Samenstelling en begeleiding van bewoners Een deel van de inwoners noemt twee factoren die invloed hebben op hoe ze een locatie ervaart. Ze willen enerzijds een stabiele, gemengde samenstelling qua leeftijd en gezinssamenstelling. En anderzijds noemen ze de kwaliteit van de begeleiding: ze zien graag dat deze bewoners zichtbare begeleiding krijgen op gedrag en begeleiding naar een zinvolle daginvulling.
Integratie en meedoen Veel deelnemers spreken over het belang van meedoen in de samenleving vanaf ‘dag één’, onder andere via taal, werk, vrijwilligerswerk en contact met buurtbewoners. Ze delen verschillende opvattingen over hoe en waar ontmoeting het beste kan plaatsvinden.
Regie van de gemeente Ook zeggen meerdere inwoners behoefte te hebben aan duidelijke regie door de gemeente met heldere afspraken, toezicht, aanspreekbaarheid en blijvende betrokkenheid.
Proces en betrokkenheid De meeste inwoners vragen om tijdig te mogen meedenken, duidelijke informatie over wat al vaststaat en waarover ze nog kunnen meedenken. Daarnaast willen ze graag openheid over afwegingen en zichtbare informatie over hoe de gemeente hun inbreng verwerkt in besluiten.
Kritische en afwijzende geluiden Naast inwoners die onder voorwaarden mee willen denken, zijn er ook inwoners die principieel tegen nieuwe opvanglocaties zijn. Zij noemen als argumenten onder andere woningtekort, druk op voorzieningen, zorgen over het landelijke asielbeleid, zorgen over veiligheid en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en gemeente.
Deze uitkomsten uit de gesprekken gebruiken we samen met de resultaten van het online onderzoek om te komen tot criteria voor opvanglocaties. De gemeenteraad besluit in een volgende fase over de criteria voor het beoordelen van mogelijke opvanglocaties.
1. Inleiding Het Rijk bepaalt met de Spreidingswet hoeveel opvangplekken alle gemeenten moeten regelen voor mensen die asiel aanvragen. En het Rijk past deze aantallen voor gemeenten elke twee jaar bij aan de actuele behoefte aan opvangplekken. Amersfoort moet op dit moment 941 plekken regelen. (Eind 2026 volgt een nieuw besluit over de verdeling vanuit de Spreidingswet en volgt de nieuwe, definitieve opgave voor Amersfoort. Tot die tijd gaan we uit van de huidige opgave van 941 plekken.) Er zijn nu 754 opvangplekken. Meer dan de helft daarvan is tijdelijk. Daarom moet de gemeente nog 541 permanente plekken regelen. De manier waarop we dit doen en op welke locaties, staat nog niet vast. Voordat we mogelijke locaties gaan beoordelen, willen we zorgvuldig bepalen aan welke criteria (voorwaarden) een opvanglocatie moet voldoen. Daarom voerden we gesprekken in de stad en de dorpen en organiseerden we een online onderzoek. De uitkomsten van het online onderzoek staan in een apart verslag op www.amersfoort.nl/uitkomsten. In dit verslag staat wat inwoners, ondernemers en organisaties zeiden in de gesprekken en bijeenkomsten. Het beschrijft de ideeën, aandachtspunten en zorgen die inwoners, ondernemers, belangenverenigingen en professionals werkzaam in de wijken en dorpen, deelden. Dit verslag geeft weer wat is gezegd. Het zegt niet welke mening beter of belangrijker is.
Het geeft ook geen overzicht van hoeveel mensen een bepaalde mening deelden. De aandachtspunten en suggesties die in al deze gesprekken zijn opgehaald, zijn verzameld in een totaaloverzicht, dat als bijlage bij dit participatieverslag is bijgevoegd. In de volgende fase werkt het college van burgemeester en wethouders criteria uit voor opvangplekken en een procesvoorstel voor hoe we komen tot definitieve locaties. Er zijn nu nog geen keuzes gemaakt.
2. Aanpak De gesprekken en bijeenkomsten hadden drie doelen: Helder krijgen wat inwoners, ondernemers, organisaties en andere betrokkenen belangrijk vinden bij het opstellen van criteria voor opvanglocaties. Daarbij wilden we inwoners horen met zoveel mogelijk verschillende achtergronden en meningen. Helder krijgen welke wensen en verwachtingen zij hebben bij het verdere proces van meedenken (participatie) en besluiten nemen. Helder krijgen wat huidige bewoners van opvanglocaties in Amersfoort en statushouders met ervaring in Amersfoort, belangrijk vinden en ons mee willen geven. We kozen bewust voor verschillende vormen van participatie. Niet iedereen wil of kan op dezelfde manier meedenken. Daarom boden we meerdere mogelijkheden, zodat er voor verschillende inwoners een passende vorm was. Er waren gesprekken in wijken en dorpen in de avond, gericht op vertegenwoordigers van organisaties en betrokken inwoners. Daarnaast organiseerden we stadsgesprekken waarvoor inwoners zich konden aanmelden en binnenlopen in tijdsblokken. Op straat gingen bestuurders en medewerkers in gesprek met voorbijgangers via koffiemomenten. Ook waren individuele gesprekken mogelijk. Door deze verschillende vormen konden inwoners zowel uitgebreid als kort en eenvoudig meedoen. Deze mogelijkheden stonden op onze website.
Deze brachten wij onder de aandacht in de Stadsberichten, in de nieuwsbrief Inclusieve Stad, op onze social media-kanalen, via verschillende borden in de stad en via flyers op knooppunten in de wijken.
2.1 Gesprekken en bijeenkomsten in de stad en dorpen Wijk- en dorpsgesprekken We organiseerden gesprekken in verschillende wijken en dorpen. Hiervoor nodigden we vertegenwoordigers van verenigingen, organisaties, ondernemers en andere sleutelfiguren uit. Naast de genodigden konden ook andere inwoners zich aanmelden voor deelname. Deze mogelijkheid stond op de website. Ook deelden we de uitnodiging via netwerken in de wijken en dorpen. Er vonden zes gesprekken plaats. Twee bijeenkomsten gingen niet door. Eén vanwege code oranje door sneeuw en één vanwege te weinig aanmeldingen. Deze deelnemers nodigden we uit voor andere momenten.
Aantal deelnemers Ondernemers van Amersfoort (26 november 2025): 16 Binnenstad, Kruiskamp, Koppel, Liendert en Rustenburg (1 december 2025): 16 Vathorst en Hooglanderveen (14 januari 2026): 16 Randenbroek, Schuilenburg en Buitengebied-Oost (21 januari 2026): 9 Soesterkwartier (4 februari 2026): 13 Schothorst, Zielhorst en Hoefkwartier (11 februari 2026): 22 Totaal 92 deelnemers
Stadsgesprekken We organiseerden twee stadsgesprekken waarvoor alle inwoners zich konden aanmelden: 17 januari (Veerensmederij) 30 aanwezigen (39 aanmeldingen) 31 januari (Concordia Hoogland) 53 aanwezigen (79 aanmeldingen) Totaal 83 deelnemers Inwoners konden zich vooraf aanmelden en kiezen voor een tijdsblok waarin zij konden binnenlopen.
Straatgesprekken (koffiekar) Op vijf momenten gingen bestuurders en medewerkers van de gemeente de stad in met een koffiekar. Zij spraken actief voorbijgangers aan op centrale plekken en vroegen om hun mening. En ze deelden flyers uit om mensen te wijzen op het online onderzoek en de bijeenkomsten.
15 januari – Winkelcentrum Emiclaer (Kattenbroek) 23 januari – Euterpeplein (Randenbroek) 23 januari – Leeghwater (Vathorst) 30 januari – Leusderweg (Leusderkwartier) 7 februari – De Hof (centrum)
Individuele gesprekken en gesprekken met bewonersgroepen Ook voerden we na het raadsbesluit van 11 november 2025 gesprekken met individuele inwoners, bewonersgroepen en belangenverenigingen. Iedereen die dat wilde, kon een gesprek aanvragen met de burgemeester en/of medewerkers van de gemeente.
2.2 Gesprekken met Amersfoortse asielzoekers en statushouders We spraken ook met asielzoekers die in een Amersfoortse opvanglocatie verblijven en met statushouders en hun (taal)buddies. Wij vroegen hen hoe zij het wonen in Amersfoort ervaren en wat zij belangrijk vinden in hun woonomgeving. Op 11 maart 2026 sprak de burgemeester met een groep van 8 asielzoekers van het azc aan de Barchman Wuytierslaan en de tijdelijke locatie in het Campanilehotel. Op 19 maart 2026 sprak hij met een groep van 11 statushouders.
3. Opbrengsten gesprekken met inwoners en organisaties In de gesprekken kwamen verschillende meningen naar voren. Hieronder beschrijven we per thema wat vaak is genoemd. Waar we in dit hoofdstuk spreken over inwoners of deelnemers, bedoelen we iedereen die deelnam aan de gesprekken en bijeenkomsten. Daaronder waren inwoners, ondernemers, vertegenwoordigers van organisaties en andere betrokkenen.
3.1 Grootte van een locatie Veel inwoners zeggen dat de grootte van een opvanglocatie moet passen bij de wijk of het dorp. Deelnemers spreken een voorkeur uit voor kleinschalige locaties. Zij noemen integratie, overzicht en rust in de wijk als redenen. In de gesprekken noemen ze vaak aantallen tussen 50 en 150 bewoners als passend. Grotere locaties (vanaf ongeveer 300 bewoners of meer) ervaren veel deelnemers als te groot. Sommige deelnemers noemen ook voordelen van een grotere locatie, bijvoorbeeld de mogelijkheid om daar voorzieningen te realiseren. Zij geven als optie dat een grotere locatie aan de rand van de wijk/stad beter past, samen met kleinere locaties in buurten. Niet alleen het aantal bewoners is belangrijk, maar ook de verhouding van dit aantal tot wat de buurt kan dragen aan sociale uitdagingen, paragraaf 3.5. Terugkerende geluiden: “De omvang moet passen bij de wijk.” “Kleinschalig werkt beter voor integratie.” “Te groot zorgt voor onrust.” “Grote en wisselende groepen maken het lastiger om elkaar te leren kennen als buren.” Samengevat: inwoners spreken over schaalgrootte in relatie tot draagkracht van de omgeving.
3.2 Veiligheid Veiligheid is één van de meest genoemde thema’s in de gesprekken. In vrijwel alle bijeenkomsten komt dit onderwerp terug. Veel inwoners noemen veiligheid als basisvoorwaarde voor opvang in hun wijk of dorp. Daarbij gaat het niet alleen om feitelijke veiligheid, maar ook om het gevoel van veiligheid. Én om vertrouwen in hoe betrokken veiligheidsorganisaties zaken organiseren en hoe zij handelen wanneer zich incidenten voordoen. In de gesprekken noemen inwoners verschillende aspecten: Sociale veiligheid: zorgen over mogelijke overlast of spanningen in de buurt. Gevoel van veiligheid: duidelijkheid over maatregelen en de handhaving daarvan, zichtbare begeleiding van bewoners en contactpersonen en bestuurders kunnen aanspreken, dragen bij aan rust. Verkeersveiligheid: inwoners vragen aandacht voor maatregelen als er veel extra bewegingen rond scholen of in woonstraten te verwachten zijn. Veiligheid binnen de opvang: ook bewoners van de opvang moeten zich veilig voelen.
Inwoners laten regelmatig weten dat het gevoel van veiligheid minstens zo belangrijk is als de feitelijke situatie. Ze vragen om inzicht in aantallen en soorten incidenten, ervaringen en genomen maatregelen bij bestaande opvanglocaties in Amersfoort. Tegelijkertijd noemen ze in gesprekken dat cijfers alleen niet voldoende zijn om zorgen weg te nemen. Sommige inwoners geven aan dat zij cijfers niet altijd vertrouwen of dat cijfers hun zorgen niet wegnemen. Ook wanneer incidenten beperkt zijn, kunnen zorgen blijven bestaan. Daarom vinden ze het belangrijk dat betrokken organisaties informatie duidelijk en regelmatig delen. Een terugkerend punt is de behoefte aan heldere afspraken en zichtbare begeleiding. Veel inwoners willen weten: wie verantwoordelijk is waar zij terechtkunnen met vragen of zorgen hoe (snel) betrokken organisaties kunnen reageren Daarnaast noemt een aantal inwoners het belang van snelle en open communicatie bij incidenten of meldingen, om geruchten en onrust te voorkomen. Veel deelnemers vragen om één 24/7 aanspreekpunt op de locatie, zowel voor situaties op als rond de opvang.
Terugkerende geluiden: “Veiligheid moet goed geregeld zijn.” “Zorg voor duidelijk aanspreekpunt.” “Neem zorgen serieus.” “We willen weten wat er gebeurt als er iets misgaat.” Samengevat: in gesprekken gaat veiligheid niet alleen over risico’s, maar vooral over vertrouwen, duidelijkheid en zichtbare organisatie.
3.3 De plek in de stad of het dorp (locatie) De plek van een opvanglocatie zien veel inwoners als minstens zo belangrijk als de grootte. Zij vinden het belangrijk dat we locaties logisch kiezen en goed onderbouwen. In gesprekken spreken ze vaak over een eerlijke spreiding over de stad en dorpen. Veel deelnemers geven aan dat we niet steeds dezelfde wijken moeten belasten. Bereikbaarheid noemen inwoners regelmatig. Daarbij gaat het om openbaar vervoer, fietsverbindingen en de afstand tot winkels, scholen en andere basisvoorzieningen. Een locatie moet goed bereikbaar zijn voor bewoners van de opvang, maar ook voor hulpdiensten zoals politie en brandweer en voor vrijwilligers. Ook hoe een opvangplek past in de omgeving, komt terug in gesprekken. Inwoners stellen vragen als: Is het logisch in relatie tot andere functies in de buurt? En gaat dit niet ten koste van andere belangrijke voorzieningen? Terugkerende geluiden: “Spreid het eerlijk over de stad.” “Niet weer dezelfde wijken.” “Zorg dat het goed bereikbaar is.”
Samengevat: inwoners vragen om een zorgvuldige locatiekeuze, met aandacht voor spreiding, bereikbaarheid en de situatie in de wijk.
3.4 Voorzieningen in de buurt Veel inwoners maken zich zorgen over te veel drukte bij bestaande voorzieningen. Dit geldt vooral voor scholen, huisartsen, speelplekken, sportvoorzieningen en groen. In gesprekken noemen ze regelmatig dat sommige wijken nu al te maken hebben met wachtlijsten of beperkte capaciteit. Deelnemers geven aan dat de komst van een opvanglocatie dit niet mag verergeren, zonder dat daar aanvullende maatregelen tegenover staan. In gesprekken komt naar voren dat inwoners behoefte hebben aan duidelijkheid: kan de wijk dit aan? En als voorzieningen al onder druk staan, welke maatregelen nemen de betrokken organisaties om dat te verminderen? Tegelijkertijd benoemen ze ook dat opvanglocaties kansen kunnen bieden. Bijvoorbeeld wanneer een opvangplek nieuwe voorzieningen toevoegt die buurtbewoners ook kunnen gebruiken. Terugkerende geluiden: “De voorzieningen moeten het aankunnen.” “Voorkom extra druk op scholen en zorg.” “Maak ook iets extra’s mogelijk voor de buurt.” Samengevat: inwoners vragen aandacht voor de druk op bestaande voorzieningen. En ze willen dat de gemeente bij nieuwe opvanglocaties rekening houdt met wat er in een wijk aanwezig is.
3.5 Draagkracht en sociale balans in wijken en dorpen Een terugkerend thema in de gesprekken is de vraag hoeveel een wijk of dorp kan dragen. In buurten waar al meerdere uitdagingen spelen, spreken inwoners vaker hun zorg uit over de stapeling van sociale uitdagingen. Inwoners spreken over balans in de buurt. Daarbij gaat het niet alleen om aantallen bewoners, maar ook om de samenstelling van bewoners en het type voorzieningen dat al aanwezig is. Ze vinden dat de gemeente bij locatiekeuzes niet alleen moet kijken naar beschikbare grond of leegstand, maar ook naar de situatie in een wijk. Terugkerende geluiden: • “Kijk naar wat er al speelt.” • “Bewaar de balans in de buurt.” • “Voorkom dat het zich opstapelt.” Samengevat: inwoners vragen om bij locatiekeuzes rekening te houden met wat er al in een wijk of dorp speelt.
3.6 Samenstelling van asielzoekers op de locaties In de gesprekken spreken inwoners ook over de mensen die in de opvang verblijven. Ze geven aan dat de samenstelling van de bewoners invloed heeft op hoe ze een locatie ervaren.
Regelmatig komt terug dat een gemengde groep, bijvoorbeeld gezinnen en alleenstaanden van verschillende leeftijden, meer balans kan geven dan een eenzijdige samenstelling. Met name grote groepen jonge, alleengaande mannen ervaren sommige inwoners als zorgpunt. Andere inwoners geven aan dat niet zozeer de doelgroep doorslaggevend is voor hun zorgen, maar vooral de manier waarop COA begeleiding en organisatie regelt. In gesprekken benadrukken inwoners het belang van goede begeleiding en een zinvolle daginvulling. Ook vragen ze aandacht voor mentale gezondheid en ondersteuning waar dat nodig is. Terugkerende geluiden: “Een mix van gezinnen en alleengaanden zorgt voor meer balans dan één grote, eenzijdige groep.” “Het zijn mensen die veel hebben meegemaakt. Goede begeleiding is belangrijk voor henzelf én de buurt.” Samengevat: inwoners benadrukken dat opvang niet alleen gaat over een gebouw of locatie, maar ook over de samenstelling van de groep en de manier waarop COA begeleiding en organisatie inricht.
3.7 Integratie en meedoen Integratie is een belangrijk thema in de gesprekken. Veel inwoners laten weten dat zij het belangrijk vinden dat mensen die Amersfoort opvangt, kunnen meedoen in de samenleving. Daarbij noemen ze dat de bewoners hun steentje kunnen bijdragen, iets toevoegen en onderdeel worden van de Amersfoortse samenleving en de buurt. Een aantal inwoners benadrukt dat integratie niet vanzelf gaat. Contact met buurtbewoners, vrijwilligerswerk, de Nederlandse taal leren en dagbesteding noemen ze vaak als belangrijke voorwaarden. Werk, taalonderwijs, vrijwilligerswerk en andere activiteiten zien ze als belangrijk voor rust en integratie. Verveling zien ze juist als risico. In gesprekken komen ook voorbeelden naar voren van initiatieven die daaraan kunnen bijdragen, zoals de Refugee Talent Hub, een meedoenbalie of een jobcoach. Meerdere inwoners zeggen daarnaast dat stabiliteit helpt bij integratie. Wanneer bewoners langere tijd op één plek blijven, ontstaat meer ruimte voor contact met de buurt en begrip voor elkaar. Ook brengen ze kleinschaligheid regelmatig in verband met betere integratie. Daarmee zou meer ruimte ontstaan voor het opbouwen van contacten.
In gesprekken klinkt de wens om ontmoeting te stimuleren, bijvoorbeeld via activiteiten waar bewoners en mensen uit de buurt gemakkelijk aan kunnen meedoen en gedeelde ontmoetingsplekken waar iedereen gemakkelijk binnen kan lopen. Tegelijkertijd geven sommige inwoners aan dat integratie niet per se direct in de straat of directe woonomgeving hoeft plaats te vinden. Zij vinden dat activiteiten ook op andere plekken in de stad kunnen plaatsvinden. Terugkerende geluiden: • “Zorg voor dagbesteding; werk, taal of vrijwilligerswerk. Dat voorkomt verveling en helpt bij integratie.” • Mensen die een verblijfsstatus hebben of daar zicht op hebben, zijn eerder geneigd tot integratie • “Zorg voor echte ontmoeting, contact voorkomt misverstanden.”
• •
“Laat mensen meedoen.” “Stabiliteit helpt bij integratie.”
Samengevat: in gesprekken komt integratie vaak terug in relatie tot meedoen, contact en stabiliteit. Tegelijkertijd bestaan er verschillende opvattingen over hoe en waar ontmoeting het beste kan plaatsvinden.
3.8 Regie van de gemeente In gesprekken praten inwoners regelmatig over de rol van de gemeente. Veel inwoners geven aan dat zij het belangrijk vinden dat de gemeente zichtbaar de regie neemt. Daarmee bedoelen zij dat de gemeente de leiding neemt, voorwaarden stelt en actief afspraken maakt met betrokken partijen, zoals het COA, politie en zorgorganisaties. Inwoners vertellen dat duidelijke regie bijdraagt aan vertrouwen. Zij noemen daarbij onder andere: heldere afspraken maken over veiligheid en begeleiding. actief toezicht houden en bijsturen waar nodig. zichtbaar aanspreekbaar zijn voor bewoners. blijvend betrokkenheid tonen, ook nadat een locatie opent. verantwoordelijkheid nemen voor wat er in en rond een opvanglocatie gebeurt. Samengevat: inwoners spreken over de behoefte aan duidelijke regie, zichtbare aanspreekbaarheid en betrokkenheid van de gemeente.
3.9 Over het zoekproces naar opvangplekken In veel gesprekken ging het niet alleen over wáár opvang moet komen, maar vooral over hóe de gemeente dat proces organiseert. Voor veel inwoners is het vertrouwen in het proces net zo belangrijk als de uiteindelijke keuze voor een locatie. Verschillende inwoners zeggen dat zij op dit moment weinig vertrouwen hebben in het bestuur en de politiek van de gemeente Amersfoort. Zij vertellen dat dit niet alleen door de plannen voor opvangplekken komt, maar ook door hoe de gemeente bij andere onderwerpen keuzes maakt, zoals bij het nieuwe parkeerbeleid.
Eerder betrekken Een vaak genoemd punt is dat inwoners willen dat de gemeente hen eerder betrekt. Niet pas wanneer een locatie al concreet in beeld is, maar in een fase daarvoor. Enkele belangenverenigingen laten weten doorlopend mee te willen meepraten, ook wanneer de gemeente locatiecriteria bepaalt en locaties toetst. In gesprekken kijken inwoners terug op eerdere situaties, onder andere in Vathorst en Schothorst. Daar voelden veel mensen zich overvallen door de besluiten. Als de gemeente inwoners eerder betrekt, krijgen zij het gevoel dat we hun zorgen serieus nemen en dat we gezamenlijk naar oplossingen willen zoeken.
Duidelijkheid over wat vaststaat en wat niet Inwoners vragen om helderheid over het proces. Wat ligt al vast? Waarover kunnen ze nog meedenken? En wanneer neemt wie welk besluit? Wanneer dit vooraf duidelijk is, ontstaat meer begrip, ook bij mensen die kritisch zijn over opvang.
Openheid over afwegingen Veel deelnemers vragen om uitleg bij keuzes. Waarom onderzoekt de gemeente een bepaalde locatie wel en een andere niet? Welke criteria gebruik en we? En hoe wegen we verschillende belangen tegen elkaar af? Er ontstaat wantrouwen wanneer het voelt alsof besluiten al genomen zijn, voordat het gesprek plaatsvindt. Tegelijkertijd spreken sommige inwoners hun waardering uit voor het feit dat de gemeente het gesprek actief organiseert.
Zichtbaar maken wat er met inbreng gebeurt Inwoners willen terugzien wat er met hun ideeën en zorgen gebeurt. Dat betekent dat ze willen dat de gemeente: duidelijk laat zien welke ideeën inwoners hebben genoemd. uitlegt hoe ze die verwerkt in vervolgstappen. uitlegt waarom ze bepaalde suggesties wel of niet overneemt. Inwoners zien deze informatie als voorwaarde voor hun vertrouwen in de gemeente.
Rol van gemeente en Rijk In gesprekken komt ook de verdeling van verantwoordelijkheden aan de orde. Sommige inwoners zeggen begrip te hebben voor de wettelijke opvangtaak van gemeenten. Anderen vinden dat de druk op gemeenten te groot is en dat het Rijk meer verantwoordelijkheid moet nemen. Terugkerende geluiden: “Betrek bewoners vanaf het begin, niet pas als de plannen al bijna rond zijn.” “Leg duidelijk uit wat vaststaat en waar we nog invloed op hebben.” “Laat zien wat er met onze inbreng gebeurt.” “We willen meedenken vóórdat locaties in beeld komen.” “Blijf als gemeente kritisch op wat Den Haag oplegt”. Samengevat: naast inhoudelijke thema’s gaat een belangrijk deel van de gesprekken over het proces, vertrouwen en de manier waarop besluiten tot stand komen.
3.10 Kritische en afwijzende geluiden Tijdens het participatietraject spraken wij inwoners die onder voorwaarden wilden meedenken over opvang. Maar we spraken ook inwoners die principieel tegen nieuwe opvanglocaties in Amersfoort zijn. Zij noemen onder andere: dat Nederland volgens hen ’vol’ is; dat eerst voldoende woningen en voorzieningen voor eigen inwoners beschikbaar moeten zijn; zorgen over veiligheid en het gevoel van onveiligheid; dat opvang vooral een taak van het Rijk zou moeten zijn, omdat de druk te groot wordt voor gemeenten. Voor deze inwoners is de vraag niet hóe we opvang moeten organiseren, maar óf opvang in Amersfoort gewenst is. Deze reacties laten zien dat er in de stad en dorpen verschillende
opvattingen bestaan over opvang. En ook dat het onderwerp raakt aan bredere zorgen over woningtekort, voorzieningen en vertrouwen in de overheid.
4. Opbrengsten gesprekken met asielzoekers en statushouders Om ook een beeld te krijgen van wat bewoners van een opvanglocatie belangrijk vinden, organiseerden we twee gesprekken.
4.1 Gesprek met bewoners van huidige opvanglocaties Op woensdag 11 maart sprak burgemeester Bolsius met een groep van 8 asielzoekers. Vijf van hen wonen op dit moment in het AZC aan de Barchman Wuytierslaan en drie van hen in het Campanile hotel. De bewoners noemden de volgende belangrijke punten:
Ligging en bereikbaarheid: bewoners zijn positief over bestaande locaties die beide dicht bij het centrum liggen, goed bereikbaar zijn met fiets en openbaar vervoer en nabij voorzieningen zoals winkels, onderwijs en activiteiten. Amersfoort ervaren zij als mooi, prettig en gastvrij. Kleinschaligheid en sfeer: ze waarderen kleinere locaties meer vanwege de rust, het overzicht en het onderlinge contact tussen bewoners. Begeleiding en ondersteuning: COA-medewerkers en vrijwilligers ervaren zij als behulpzaam en betrokken. Leefomstandigheden: bewoners noemen verbeterpunten zoals behoefte aan meer privacy, schonere gedeelde ruimtes en meer fysieke ruimtes voor sport, ontspanning en ontmoeting. Meedoen en integratie: er is een sterke wens voor snellere toegang tot taallessen, meer mogelijkheden om te werken (passend bij opleidingsniveau) en meer contact met inwoners, bijvoorbeeld via activiteiten of vrijwilligerswerk. Bewoners geven aan graag te willen werken, maar ervaren ook belemmeringen. Ze hebben veel waardering voor activiteiten en contact met inwoners. Ligging locaties: ze hebben een voorkeur voor locaties dicht bij voorzieningen en goed aangesloten op de stad, zodat ze makkelijker kunnen meedoen. Ook hebben kleinere locaties de voorkeur voor meer overzicht, rust en meer gevoel van een gemeenschap.
Tegelijkertijd geven sommigen aan niet direct locaties naast woningen te willen, omdat dit soms spanningen of vervelende reacties kan opleveren. Vanuit een wens de directe woonomgeving niet tot last te zijn/gewenst te willen zijn. Veiligheid: duidelijke regels en respectvol samenleven dragen bij aan een veilig gevoel. Als voorbeeld noemen ze rustregels (bijvoorbeeld in de avond). Negatieve reacties uit de omgeving kunnen hen een gevoel van onveiligheid geven. Tegelijkertijd benadrukken ze dat Nederland veel veiliger voelt dan hun land van herkomst.
4.2 Gesprek met statushouders in Amersfoort Op donderdag 19 maart sprak burgemeester Bolsius met een groep van 10 statushouders uit twee verschillende groepen van de taallessen bij Integratiewerk. Samen met hun docenten bereidden de deelnemers het gesprek voor. Deelnemers hebben in verschillende azc’s gewoond. Uit het gesprek kom de volgende belangrijke punten.
Wat was hun ervaring?
Locaties dicht bij het centrum, station en voorzieningen vinden ze prettig. Rustige omgeving, zowel binnen het azc als daarbuiten Goede bereikbaarheid met fiets en openbaar vervoer Mooie omgeving met recreatiemogelijkheden Veel activiteiten en goede voorzieningen voor kinderen (zoals sport, zwemles, uitjes) Goede ondersteuning door COA Beschikbaarheid van gezamenlijke ruimtes (sportzaal, computerzaal, etc.) Mogelijkheid om zelf te koken Privacy wanneer ze kamer en sanitair met eigen gezin of één ander gezin moeten delen Positieve ervaringen met (een deel van) het personeel en de lokale bevolking Goede zorg, specifiek voor kinderen
Algemene verbeterpunten
Slechte leefomstandigheden in sommige opvangvormen (zoals tenten of noodopvang) Gebrek aan privacy, vooral bij gedeelde kamers of sanitair met veel mensen Vieze gedeelde voorzieningen Grote verschillen tussen en binnen azc-locaties qua kwaliteit Overlast door drukte, geluid en roken in gezamenlijke ruimtes Gebrek aan (of te late start van) taallessen en werkmogelijkheden Onvoldoende of wisselende reacties op incidenten door personeel Slechte bereikbaarheid van zorg (zoals GZA) Gebouwen die oncomfortabel zijn (bijv. te warm in de zomer)
Omvang en ligging van locaties
Voorkeur voor locaties in of nabij de stad/centrum (voor integratie en toegang tot voorzieningen) Goede bereikbaarheid van zorg, onderwijs, winkels en openbaar vervoer Nabijheid van speelplekken en activiteiten voor kinderen Kleine locaties hebben de voorkeur (minder drukte, beter beheer, meer rust) Niet alleen omvang, maar ook interne organisatie is belangrijk (privacy, hygiëne, structuur) Kortere wachttijden op een IND besluit maken omvang/kwaliteit opvang minder belangrijk
Meedoen en integratie
Mogelijkheid om direct te starten met taallessen en inburgering Sneller toegang tot werk of vrijwilligerswerk Werk dat aansluit bij iemands niveau en vaardigheden Meer contact en ontmoeting met Nederlanders Integratie is makkelijker als men in de stad woont, dichtbij lokale bevolking Actief bezig zijn voorkomt stress en passiviteit
Veiligheid
Belang van onderling respect en duidelijke regels voor samenleven Aandacht voor culturele verschillen en bewustwording daarvan Wens voor meer scheiding (bijv. mannen/vrouwen) in sommige situaties voor gevoel van veiligheid Snelle en serieuze opvolging van incidenten Veiligheidsgevoel hangt sterk samen met rust, hygiëne en duidelijke structuur
5 Het vervolg De ideeën en zorgen van inwoners uit de gesprekken bieden samen met de resultaten van het online onderzoek belangrijke inzichten voor de volgende stap. Daarmee werken we de komende periode nieuwe criteria uit voor het beoordelen van nieuwe opvanglocaties. Ook stellen we een voorstel op voor het verdere proces: hoe gaan we mogelijke locaties beoordelen? Wanneer kunnen inwoners meedenken en wie neemt wanneer welke besluiten? Het college verwerkt dit in een voorstel aan de gemeenteraad. De gemeenteraad neemt uiteindelijk het besluit over de vaststelling van de criteria en het vervolg van het locatieonderzoek. Wanneer zij de criteria heeft vastgesteld, gaat de gemeente mogelijke locaties beoordelen aan de hand van deze criteria.
6 Bijlage Inbreng uit de gesprekken over opvanglocaties Van november tot en met februari organiseerden we verschillende bijeenkomsten en gesprekken met inwoners over hoe we opvang in Amersfoort zo goed mogelijk kunnen organiseren. Hieronder vind je de opbrengst van de gesprekken. De komende tijd verwerken we deze punten samen met de uitkomsten van het online onderzoek in een participatieverslag. Tot die tijd kunt u alle ingebrachte punten op onderstaande lijst lezen.
Zoekproces Communicatie Voorlichting naar inwoners moet goed zijn: tijdig, transparant, eerlijk, compleet en duidelijk (meermaals genoemd):
Wat: o o
o
o
o o o o o
o o o
Huidige locaties vs. zoektocht nieuwe locaties uitleggen (meermaals genoemd) Proces van tevoren beter uitleggen: wat is de rol van inwoners en van de raad, status en vervolg: wie heeft iets bedacht, wat is de opbrengst en hoe nu verder. Blijf het hele proces communiceren, geen lange stiltes tussen processtappen, iedereen een (nieuws-)brief (meermaals genoemd): Geef iedereen die het onderzoek invulde, de resultaten. Deel de tussenstand publiekelijk. Geef terugkoppeling op de inbreng van inwoners: wat nemen we over, wat niet en waarom. (meermaals genoemd) Gevoel adresseren dat het al besloten is; wees duidelijk over wat vastligt en wat nog open staat. Geef duidelijk aan welke mensen er komen wonen (meermaals genoemd). Maak complete lijst locaties openbaar, vóórdat je gaat beoordelen. Geef straks heldere uitleg aan de buurt (en de stad) over de omvang en de impact op het verkeer. Verhaal van de huidige opvang op de BW-locatie toelichten, lijkt nu een te positief verhaal. (meerdere keren genoemd) Welke overlast komt soms voor en hoe moet de buurt daar mee omgaan? Hoe ga je overlast voorkomen en aanpakken? (meermaals genoemd) Wees transparant en eerlijk over meldingen en incidenten op AZC, wat ermee gebeurt, welke groepen incidenten veroorzaken en of die groepen op de nieuwe locaties komen? Geef verschillen met Ter Apel aan. Cijfers van COA kloppen niet altijd.
(meermaals genoemd) Vertel hoe je alleengaande, minderjarige asielzoekers (amv) en getraumatiseerde asielzoekers begeleidt. Vertel wie beslist wie er komt. Communiceer hoe COA en gemeente het nu doen en dat het ook anders kan.
Hoe: o o o
o o o o
o o o
o
o o o
Niet uitstralen dat het definitief is, maar als voorkeur uitspreken. Noem het geen AZC: het is een opvanglocatie voor asielzoekers en statushouders. Beoordeling locaties moet navolgbaar zijn vanuit feiten: leg uit hoe keuzes over omvang zijn gemaakt Maak vooraf inzichtelijk hoe criteria straks worden gewogen op alle getoetste locaties en door wie. Niet elke criterium moet even zwaar wegen; leg uit waarom welk criterium welke wegingsfactor krijgt. Zo neem je een buurt mee in de besluitvorming. Zorg voor onafhankelijke procesborging bij de locatieafweging. Leg uit waarom een locatie het niet wordt, waarom een locatie gekozen is in 1e brief, criteria erbij. Leg bijvoorbeeld uit waarom je hockeyvelden opoffert, terwijl er kantoorpanden leeg staan. (meermaals genoemd) Houd het feitelijk (meermaals genoemd). Maak het niet te wetenschappelijk, gaat over emotie en sentiment Spreek niet op persoonlijke titel Moet ook voor niet-talige mensen te volgen zijn. Ga uit van wat burger met minder taalvermogen weet en leest, leg termen als asielzoekers etc. uit. Gebruik eenvoudige taal (meermaals genoemd) Geef duidelijker aan waar je welke informatie kunt vinden en waar je je waarvoor kunt aanmelden. Achtergrondinformatie is minder goed te vinden op de website.
Zorgen erkennen (meermaals genoemd) Bijeenkomsten: Genoeg avonden / bijeenkomsten organiseren, direct omwonenden voorrang bij aanmelden bijeenkomst (meermaals genoemd) Controleer of mensen uit Amersfoort komen. Houdt rondetafelgesprekken met direct omwonenden, waarbij iedereen zich veilig kan voelen. Biedt verschillenden vormen aan, zorg dat alle geluiden gehoord worden (meerdere keren genoemd). Heb aandacht voor cultuurverschillen Echte inspraak voor buurtbewoners, luister echt naar ze, laat weten wat je ermee doet (dat het geen vrijblijvend advies is, maar echt inspraak). Laat inwoners ervaren dat hun inbreng daadwerkelijk invloed heeft op gemaakte keuzes. (meermaals genoemd) Luister niet alleen naar de kleine groep die schreeuwt. Wees trots en laat je gezicht zien als gemeente. Timing: Zorg voor goede timing naar media. Brieven bezorgen: niet op vrijdag bezorgen en dan pas op maandag bereikbaar zijn. Goed als de gemeente telefonisch bereikbaar is (meerdere keren genoemd) Doe niets in de zomervakantie.
Campagne over vooraf meedenken, helpt tegen schrik als het in jouw buurt komt. Communiceren met kritische inwoners; Ga stemmingsmakerij tegen met gesprekken. Meldt gewoon dat gemeente morele plicht heeft om mensen op te vangen. Laat zien hoe je de balans ziet tussen wettelijke verplichtingen en wensen van inwoners. Geef helderheid over commitment van gemeente daaraan, wees een betrouwbare overheid. Voorbeeld van cabaretier Hans Sibbel (Lebbis) uit de tijd dat we nog het 100.000 stratenboek hadden: "In elke straat is wel een plek. We hebben 100.000 straten, kortom we kunnen in NL met gemak 100.000 man opvangen." Zorg dat je in contact komt en blijft met kritische mensen. Bijv. die zich via socials wel uiten, maar die je elders niet ontmoet. Ze willen iets kwijt. Zorg dat ze niet afhaken. (meermaals genoemd)
o
Beeldvorming verbeteren door positieve verhalen te delen, geef bewoners een gezicht. Vertel de buurt over de meedoenbalie en wat ze bijdragen aan wijk/stad. Organiseer excursies naar locaties. (meermaals genoemd)
Zoektocht locaties
Geef aan wat prioriteit heeft ten opzichte van andere projecten in de wijk en waarom Breng ook leegstaande ruimtes boven winkels, scholen, verzorgingstehuizen en andere panden in beeld (meermaals genoemd) Criteria bepalen wat een goede locatie is Organiseer een Burgerraad voor de keuze van de locaties en de aantallen per locatie (meermaals genoemd).
Stappen
Let op een goede volgorde van besluitvorming, zorg voor zorgvuldige voorbereiding, planning en fasering. Doe het stapsgewijs. (meermaals genoemd) Voorkom dat participatie verwordt tot uitstelmechanisme richting de verkiezingen. Niet de opgave zou leidend moeten zijn, maar de beschikbare ruimte. Leer van locaties op andere plekken: wat werkt daar wel en wat niet? Leer van onderzoeken. Deel uitkomsten onder inwoners en stakeholders. Verwerk uitkomsten in multicriteria analyse (meermaals genoemd.) o Ga kijken in Utrecht, Heemskerk, AZC Voorthuizen is positief voorbeeld, op Lichtpenweg is geen overlast, in Rijswijk is een prettige AZC locatie (klein dorp ervaring) o Verdiweg noodopvang: voorbeeld van hoe het kleinschalig kan. o Leer van wat niet goed ging in Leusden Vraag aan asielzoekers/statushouders wat zij belangrijk vinden in de asielopvang (meermaals genoemd)
Eerst vertrouwen bouwen (meermaals genoemd): o NIET: we horen uw bezwaren en suggesties, maar drukken toch door. o WEL: Kom je afspraken na, wees een betrouwbare overheid: laat bestemmingsplan en andere afspraken intact. Wees geloofwaardig. (meermaals genoemd) Gebruik de participatieladder Gemeente moet eerst keus maken voor geschikte locaties, daarna pas over ‘hoe’ met de buurt praten. Opnieuw participatie over meerdere opties vóór aanwijzingsbesluit, niet pas als alles vaststaat, overval een buurt niet met grote hoeveelheden asielzoekers. Eerst vertrouwen wekken door eerst goed te praten met de buurt. Dan scenario schetsen, mensen onderdeel maken van oplossing. (meermaals genoemd) Laat inwoners meedenken over weging criteria Dan locaties transparant op criteria toetsen (meermaals genoemd).
Eerst randvoorwaarden realiseren, dan pas kiezen/openen (meermaals genoemd): o Voldoende capaciteit van voorzieningen: Zijn de juiste voorzieningen aanwezig in de buurt? Scholen, (thuis)zorg in de wijk en groenvoorzieningen kunnen extra druk aan? (meermaals genoemd) Capaciteit welzijnsorganisatie in de buurt uitgebreid Maak scenario als het na de komst toch blijkt te knellen in zorg en andere voorzieningen o Capaciteit handhaving uitgebreid, afspraken veiligheidspartners gemaakt, veiligheid geborgd (meermaals genoemd) o Voldoende woningen voor statushouders en jongeren en activiteiten (meermaals genoemd).
Overig
Bestuurlijk lef is nodig: o niet alleen luisteren naar wijken die mondig en opgeleid zijn. o Politici: durf boven je achterban uit te stijgen en het belang van de stad te dienen Regel ontsluiting zó, dat er geen impact is op de verkeerssituatie. Analyse vooraf in kaart. (meermaals genoemd)
Criteria nieuwe opvanglocaties Schaal
Kleinere locatie waarbij zorg en voorzieningen goed zijn geregeld, is beter (meermaals genoemd): o zowel voor bewoners van de opvang als voor omwonenden o is minder anoniem
is beter voor inburgering en voor de acceptatie: wordt onderdeel van de buurt en sociale structuur. Het is gemakkelijker om de buren van nr. 12 te helpen dan een locatie met 300 man binnen te stappen. (meermaals genoemd) o geen kliek- of gettovorming. Grote locaties vormen een eigen community. (meermaals genoemd) Kleinschalig is: o Maximaal 10-15 mensen o Maximaal 5 gezinnen (meermaals genoemd) o maximaal 20-50 mensen per woonwijk (meermaals genoemd) o 50-60 mensen o maximaal 100 mensen (meermaals genoemd) o maximaal 150 mensen (meermaals genoemd) o kleine oppervlak: weinig mensen (= geen hoogbouw?) o kleine groepjes mensen in woonhuizen. Geen aparte voorzieningen erbij maar opgaan in de woonwijk (meermaals genoemd) Combi van groot en klein (meermaals genoemd), want anders onvoldoende begeleiding op kleine locaties 2 of 3 locaties Schaal moet passen bij draagkracht wijk (meerdere keren genoemd), dus waar veel vrijwilligers, buurthuizen zijn, kan meer. Afweging schaal vs. omgeving, grootschalig kan wel in afgelegen gebied (meermaals genoemd), zoals de BW-laan. In Schothorst past klein beter in een wijk. De Hoef kan meer mensen hebben (afhankelijk van locatie).
Zoals flexwoningen Graag scenario's stadsbreed laten zien (meerdere locaties groot en klein) 1 grote locatie met goede voorzieningen Mensen niet spreiden over de stad, want dan gaan ze door de stad struinen om elkaar op te zoeken (meermaals genoemd) o
Locatie
Voorkeur voor wijken met hogere draagkracht, veerkracht en sociale cohesie. Ook draagkracht hoogopgeleiden. In sterkere wijken zijn meer kansen voor sociale en economische integratie. Overbelasting van kwetsbare wijken kan sociale spanningen vergroten. Een evenwichtige locatiekeuze draagt bij aan sociale stabiliteit. Draagkracht moet zwaarwegend criterium zijn in besluitvorming. (meermaals genoemd) Niet in een volle wijk. Draagkracht heeft ook te maken met stapeling andere projecten (Skaeve Huse, Bovenduist) (meermaals genoemd). Waar goede infrastructuur is (dus niet in Schothorst) Kinderen van nieuwkomers in kansrijke omgeving en scholen. Niet in de buurt van kwetsbare / overlastplekken en kwetsbare groepen (meermaals genoemd). Locaties niet in de buurt van voorzieningen waar veel kinderen gebruik van maken. Niet bij speeltuinen en scholen (meermaals genoemd) Niet in een woonwijk, maar buiten de stad (meermaals genoemd)
In polder o Aan de rand bij het bos (meermaals genoemd). Daar komen mensen tot rust. o Sobere, afgelegen opvang. o In Amersfoort is weinig plek, je zit al vrij snel bij bebouwing o Let op de afstand tot dichtstbijzijnde huizen, niet midden in woonstraat, liever rand of gemengd gebied (meermaals genoemd) o Op industrieterrein o Open plekken meer in natuur met tenten o Niet waar woningen in waarde kunnen dalen (meer keren genoemd) Mensen met trauma niet in woonwijk (Meermaals genoemd) Statushouders zoveel mogelijk in de stad, in woningen met andere groepen eromheen (meemaals genoemd) Potentiële overlastgevers zoveel mogelijk afgelegen (bedrijventerrein). rustige plek (om te kunnen overzien) Juist in een buurt (meermaals genoemd) Gezinnen met kinderen wel in een wijk plaatsen Integratie werkt het beste in de stad, de wijken en buurten, niet aan de rand, niet afgelegen, midden in de wijk (kijk naar onderzoek Maurice Krul) (meermaals genoemd). Laagdrempelig. Maar dan wel kleinschalig. Zoals Zonnehof. Vlakbij winkels Op afstand van winkels Behoud van/bescherm het groen: voorkeur voor bestaand vastgoed / verhard terrein. OV binnen loopafstand, net als veilige fiets- en looproutes, bereikbaarheid van en rond de locatie, (meermaals genoemd) Schothorst is een slechte locatie vanwege aan-en afvoerwegen in centrum wijk, niet te dicht bij woningen Het moet technisch haalbaar zijn.
Heeft locatie voldoende licht? Nutsvoorzieningen en omgeving moeten passen Waar draagvlak onder bewoners is. Afspraken over groene zoom handhaven: geen Rood in de groene zoom (meermaals genoemd) Spreiding over de stad, over alle wijken. (meermaals genoemd) Passend in bestaande bebouwing/bij de wijk (meermaals genoemd). Als je kiest voor grootschalig, doe het dan in bestaande bouw, voorbeeld Utrecht. Dat helpt in acceptatie buurt. In een woonwijk in aanbouw; dan kies je er zelf voor, wanneer je besluit om daar te gaan wonen. (meermaals genoemd) Maak gebruik van leegstand. (meermaals genoemd) Tijdelijk is beter dan permanent. Zet locaties voor lange termijn in, niet na 3 jaar weer wijzigen (meermaals genoemd) Geen hoogbouw, geen blok beton, geen containers Goed kijken naar de geschiedenis van de buurt. Negatieve ontwikkeling op negatieve ontwikkeling (van het gas af, parkeren, skaeve huse). Niet meerdere locaties tegelijk (meermaals genoemd) o
Concrete suggesties voor locaties genoemd door deelnemers vind je in Locatie overzicht website. Let op: deze locaties zijn nog niet beoordeeld op bijvoorbeeld geschiktheid, beschikbaarheid, haalbaarheid of andere criteria. De lijst geeft daarom geen voorkeur of selectie weer. De gemeente gaat eerst de inbreng van inwoners verwerken tot nieuwe criteria. De gemeenteraad zal die vaststellen. Pas daarna gaat de gemeente mogelijke locaties beoordelen op de nieuwe criteria en keuzes maken.
Organisatie
Kies of COA beheer moet doen of gemeente: o Zelf doen: kan dat een commerciële partij zijn? o Meer regie bij gemeente, bewoners blijken daar meer tevreden te zijn (meermaals genoemd) o Als COA: maak scenario: wat kunnen gemeente en partners doen als COA niet meer kan leveren? Wees voorbereid. Goede voorbereiding Duidelijke regie en verantwoordelijkheid, gemeente moet verantwoordelijkheid nemen en ook na opening betrokken blijven (meermaals genoemd), gemeente kan ook zelf regels stellen. Tijdelijkheid met evaluatiemomenten: geen stille verankering zonder herijking Capaciteit bij lokale partners in de wijk op kracht brengen. Heldere afspraken met zorgpartijen maken en goed handhaven. Door gemeente expliciteren en uitleggen. Rolafbakening gemeente en COA (wie doet wat). Ga met alle partners op 1 lijn zitten. (meermaals genoemd). Zorgbeheer: geen COA-zorg Organiseer vanuit menselijkheid en niet vanuit organisatieperspectief COA (meernaals genoemd). Laat ze niet met meer mensen een ruimte delen. Overvolle locatie → conflicten en meer onveiligheid. (meermaals genoemd) Nachtrust is belangrijk voor traumaverwerking. Opvang moet humaan zijn, goed georganiseerd en privacy bieden (meermaals genoemd) Samenwerking gemeente en COA moet werkbaar en constructief blijven, gemeente moet betrokken blijven (meermaals genoemd). Zorg voor goede samenwerking tussen gemeente, buurt en organisaties.
Buurtbeheergroep instellen (meermaals genoemd) Blijf buurt informeren (nieuwsbrief?), blijf input vragen. Vast contactpersoon/casemanager voor bewoners Zoals bij Campanile (meermaals genoemd) Vertrouwen op experts Regel de communicatie tussen bewoners en omwonenden o Zorg voor 1 aanspreekpunt. (meermaals genoemd) Ook voor vrijwilligerswerk
Voorzieningen
Voldoende ruimte voor bewoners van de opvanglocatie (meermaals genoemd) Creëer betere omstandigheden, hygiëne en veiligheid, schone omgeving (meerdere keren genoemd) Wijken met een groter aanbod aan voorzieningen hebben meer absorptievermogen. Het volume en de spreiding van voorzieningen zijn bepalend voor geschiktheid. (meermaals genoemd) Niet bij voorzieningen ivm overlast Begeleiding: o Hoe faciliteert de gemeente dat organisaties asielzoekers helpen en ondersteunen? o Zet mensen van het wijkteam in op de locaties. o Asielzoekers kunnen trauma hebben opgelopen met impact op gedrag en die dienen daar goede begeleiding voor te krijgen (meermaals genoemd). Houd rekening met gedrag. o Blijf jongvolwassen (17-25) begeleiden. o Professionele emotionele & praktische begeleiding, rol van professionals en begeleiding (meermaals genoemd). o Begeleiding én iets te doen. o Leer van Parenting Across Borders - Ontmoeting, verbinding en reflectie – dialoogserie Parenting across Borders(link is extern) Humane locatie. Onderwijs: o Toegang en bereikbaarheid tot taalonderwijs. Differentiatie aanbieden in taalonderwijs voor volwassenen. (meerdere keren genoemd) o Taalschool op locatie o Met uitzicht: als je mag blijven, helpen we je naar succes Zet ondernemerschap in: o Ruimtes openstellen. o Lokaal afnemen van producten en diensten: zoals brood van lokale bakkers.
Bewonerscommissies op de locatie: o Doorstroom is dan wel een nadeel. o Misschien in combinatie met andere doelgroepen? Genoeg mogelijkheid voor sport, recreatie en buitenruimte op de locatie (meerdere keren genoemd). Onderwijs, zorg (GZA), dagbesteding en (vrijwilligers- en betaald) werk binnen redelijke afstand (meermaals genoemd).
Veiligheid
Overvolle locatie leidt tot conflicten Handhaving/veiligheid is belangrijk, veel aandacht voor (meermaals genoemd) (Communicatie over welke) veiligheidsmaatregelen zorgen voor gevoel van veiligheid over en weer.
Zorg voor toezicht en begeleiding. (meermaals genoemd) op locatieZorg voor duidelijke regels, afspraken over consequenties bij overtreding en handhaving. (Meermaals genoemd) Zorg voor rust in de buurt, beheersbare veiligheid, voorkom overlast, voorkom stapeling veiligheidsproblemen (meermaals genoemd). Betrek politie bij beoordeling locatie impact op veiligheid (meerdere keren genoemd) Let op looproutes naar voorzieningen (geen doodlopende straat, want dat is een uitdaging voor handhaving). Aanrijroutes hulpdiensten (meermaals genoemd) Op gebied van veiligheid een infrastructuur inrichten met partners voor op het moment dat er wel iets speelt. Zorg voor goede communicatie bij incidenten. Korte lijntjes, iedereen moeten weten bij wie je moet zijn met signalen (meermaals genoemd) Structureel borgen, geen ad hoc inzet. Politie opschalen en veiligheid serieus nemen. (meermaals genoemd) Ook bij kleinschalig altijd vorm van beveiliging voor asielzoekers zelf. Zowel veiligheid van mensen in de opvang als van de omgeving. (meermaals genoemd) Zorgdragen dat iedereen 24/7 in en uit kan lopen Geen 24 uur in- en uitloop, beveiliging in de avonden Aanspreekbaar zijn, ook als bestuurder. Cultuurverschillen kunnen onveiligheidsgevoel veroorzaken (luid praten, laat op straat) Men heeft ervaring dat de meldingen op BW-laan te maken hebben met verschillende culturen.
Maatregel dat mensen met slecht gedrag naar een andere locatie moeten Maximale controle op gedrag Een telefoonnummer (buurtbeheergroep) en vast aanspreekpunt/meldpunt voor omwonenden als er iets is. (Meermaals genoemd) laagdrempeliger: buurtapp waar wijkagent in zit Geef omwonenden bij signalen het gevoel dat er direct wat met signalen gebeurt. Bij overlast direct ingrijpen en straffen (NIET de wijk insturen/buiten de poort afkoelen!). Voldoende capaciteit om meldingen op te pakken. (Meermaals genoemd) Zorgen om veiligheid in openbaar vervoer. Zorg dat nieuwkomers gedrag van overlast gevende jongeren niet gaan overnemen.
Bewoners
Doelgroepkeuze: o Mengen met andere doelgroepen (meermaals genoemd). Integratie begint met wonen: mengen met inwoners helpt Variatie van leeftijd en geslacht (meermaals genoemd). Hoevelaken: deel starters, sociale huur en AZC gemengd. Leer van Zembla documentaire Ooststek o Doelgroep passend bij buurt o Juiste doelgroep laten wonen: alle bewoners screenen op veiligheidsrisico’s (meermaals genoemd)
Geen mensen met trauma’s. o Maak passende plek voor vluchtelingen met beperking o Asielzoekers en statushouders scheiden o Alleen statushouders selecteren o Als het alleen mannen zijn, dan minder grote groepen. Gezinnen mixen bij grotere groepen. o Geen alleengaande mannen (meermaals genoemd), afspraken daarover naleven. o Niet teveel culturen bij elkaar. Zorgen om overlast van jongere asielzoekers. Bewoners moeten rekening houden met bestaande buurt, zich respectvol gedragen, samenleven. Behoefte bewoners azc: o Veel bewoners hebben praktische vragen (school, formulieren, vervoer, zorg). Door taalactiviteiten te combineren met praktische ondersteuning (bv. korte workshops of begeleide momenten) worden zij sneller zelfstandig en voelen zij zich meer welkom. o Luisteren naar bewoners, aandacht voor individuele behoeften. Gezinnen met jonge kinderen hebben specifieke behoeften. Gezamenlijke ouderkindactiviteiten (spel, muziek, koken, voorlezen) stimuleren op een laagdrempelige manier taalvaardigheid en sociale verbinding. o Actieve betrokkenheid van bewoners bij keuzes over dagelijks leven en activiteiten is cruciaal; dit vergroot het gevoel van serieus genomen worden, vertrouwen en betrokkenheid bij buurt en opvanglocatie. o Gevoel geven dat ze onderdeel zijn van maatschappij. o
Betekenis voor omgeving
Integratie moet onderdeel van het proces zijn. o Mensen uit de opvang verplichten mee te doen in de maatschappij (activiteiten) (meermaals genoemd). o Ze moeten direct verplicht dagprogramma naar werk als ze hier zijn, zo snel mogelijk meedoen (meermaals genoemd) Haal belemmeringen, bureaucratie eraf o Vanaf dag één (financiële) middelen beschikbaar stellen voor samenleven en integratie. o Kijk naar koppelkansen in de regio: arbeidscapaciteit en specialismen. Zorg voor tijdsbesteding, zoals werk, etc. Geen nieuwe initiatieven opzetten, maar bestaande toegankelijk maken voor asielzoekers (meermaals genoemd) o Niet steeds verhuizen naar ander azc Buurt moet openstaan. Zorg voor draagvlak in de buurt (meermaals genoemd) Betrek de omwonenden/houdt rekening met bestaande bewoners, luister naar zorgen uit de wijk. (Meermaals genoemd)
Buurtactiviteiten o Zorg dat nieuwkomers iets kunnen toevoegen aan de wijk en vice versa (denk aan vrijwilligerswerk). De locatie moet de wijk ook wat te bieden hebben. Asielzoekers moeten meedoen in de wijk. Koffiecorner voor de wijk bij AZC of een speeltuin, kinderboerderij, voedselbos, groententuin. doel; elkaar ontmoeten, kijk naar A Beautiful Mess Utrecht Midden-Oosters eten met impact(link is extern) of plan Einstein, betrek bewoners bij cultuur en sport in de stad (meermaals genoemd) o Ga met de buurt het plan verder invullen, maak het iets gezamenlijks. Hoe kan de buurt er ook iets voor terug krijgen. Ook wat de plannen voor de toekomst zijn met de locatie. Woningen voor jongeren? o Ontmoeting en contact faciliteren/organiseren: ontmoetingsruimtes creëren, je buurt kennen en gekend worden in je buurt voor de nieuwe bewoners en omwonenden. Contact met inwoners uit de wijk draagt bij aan integratie en wederzijds begrip. Elkaar versterken inwoner/bewoner om prettig samen te werken. Geen isolement, maar onderdeel van een buurt. Asielzoekers moeten zich welkom voelen en onderdeel van maatschappij. Geeft binnen een wijk diversiteit in sociale cohesie. (meermaals genoemd) Community building met begeleiding van welzijnsorganisatie, verenigingen, sleutelfiguren wijk o Hoe bereiken we deze mensen? Zomerfeest organiseren of buurtcamping.
o De buurt voorbereiden ‘warm maken’, zodat er buurtvrijwilligers geactiveerd worden en mensen elkaar leren kennen. o Aan de buurt vragen wat wil je doen voor deze mensen (meermaals genoemd)Asielzoekers verbinden met bestaande voorzieningen (kerk, buurthuis), thuisgevoel geven. (meermaals genoemd) o Aansluiten bij sportverenigingen gaat moeizaam: zoek uit waarom en ruim obstakels op. Kijken samen met de wijk welke waarden je hebt en iets mee wilt doen.Maak duidelijk dat we moeten samenleven vanuit wederzijds respect. Tolerant en menselijk zijn naar elkaar. Meer communiceren dat vluchtelingen er nu eenmaal zijn en dat we met hen hebben te leven (meermaals genoemd) o Leer nieuwkomers over de Nederlandse gebruiken (meerdere malen genoemd) Contract laten tekenen met sancties als je je niet gedraagt. o Zorg dat asielzoekers zich aanpassen aan onze cultuur (meerdere keren genoemd) o Integratie is niet mogelijk; verschil van culturen is te groot, negatief effect op onze eigen cultuur. Check: wijkverbinders gemeente Huizen hebben goede rol/functie. Actieve wijkbewoners zijn bruggenbouwers (meermaals genoemd) Movement underground (trainen van COA en rode kruis) dat regie bij bewoners blijft, want draagt bij aan goede integratie (zelf koken en roosters maken). Maak een plan hoe mensen zélf iets kunnen doen. (meerdere keren genoemd)