CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving (GoFlo) Hogeweg 261

Commissie Omgeving 15 april 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Bindend advies Bopa Hogeweg 26114.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving Buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (BOPA) Hogeweg 261 Gemeente Amersfoort gm0307/CLZ-00028900 Ontwerp

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en ambitie ...................................................................................... 4 1.2

Aanduiding plangebied ............................................................................... 4

1.3 Toetsing Omgevingsplan .................................................................................. 6 1.4 Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.............................. 7 1.5 Leeswijzer ....................................................................................................... 7 2. Huidige en toekomstige situatie ............................................................................. 8 2.1 Huidige situatie ............................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ........................................................................................ 9 3. Beleid op locatie ................................................................................................. 11 3.1 Rijksbeleid .................................................................................................... 11 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ..................................................................... 11 Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid .......................................................................................... 13 Omgevingsvisie Provincie Utrecht .....................................................................

13 Omgevingsverordening Provincie Utrecht .......................................................... 15 3.3 Regionaal beleid ............................................................................................ 16 3.5 Gemeentelijk beleid....................................................................................... 16 Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040 ............................................................. 16 Deltaplan Wonen ............................................................................................ 20 Groenvisie Amersfoort 2030 ............................................................................. 21 Omgevingsprogramma Groen-Blauw 2040 ........................................................ 22 Welstandsnota ................................................................................................ 23 Verkeer- en vervoersplan Amersfoort ................................................................ 23 4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu .......................................................... 24 4.1 m.e.r.-beoordeling ...................................................................................... 24 4.2 Duurzaamheid en gezondheid ..................................................................... 25 4.3 Activiteiten en milieuzonering ..................................................................... 26 4.4 Verkeer en parkeren ................................................................................... 27 4.5 Natuur....................................................................................................... 29 4.6 Luchtkwaliteit ............................................................................................ 33

4.7 Geluid ...................................................................................................... 34 4.8 Geur.......................................................................................................... 35 4.9 Omgevingsveiligheid .................................................................................. 36 4.10 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................. 38 4.11 Bodem .................................................................................................... 39 4.12 Water ...................................................................................................... 41 4.13 Ontplofbare Oorlogsresten ....................................................................... 42 4.14 Trillingen .................................................................................................. 43 4.15 Lichthinder .............................................................................................. 44 5. Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................... 45 6. Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................. 46 7.Conclusie ........................................................................................................... 47 8.

Bijlagen .............................................................................................................. 48 8.1 Akoestisch onderzoek, Aldeco d.d. 9-05-2025 .............................................. 48 8.2 Notitie schouw, FF Solutions, d.d. 16 augustus 2022 .................................... 48 8.3 Onderzoek stikstofdepositie, Noorman, d.d. 16-2-2024 ................................ 48 8.4 AERIUS-berekening Noorman, d.d. 13-02-2024 ............................................ 48 8.5 Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, BügelHajema, d.d. 12-11-2024 ............... 48 8.6 Verkennend bodemonderzoek, ZVS Milieu, d.d. 12-11-2024 .......................... 48 8.7 Explosievenonderzoek, T&A Suvery, d.d. 7-10-2019 ....................................... 48 8.7 AERIUS berekening, Noorman bouw- en milieuadvies, d.d. 16-02-2024 .......... 48 8.8 Quickscan Natuurwetgeving, FF Solutions, d.d. 10 februari 2025 ................... 48 8.9 Aanvullend onderzoek soortenbescherming, FF Solutions, d.d. 12 september 2025 ............................................................................................................... 48 8.10 Participatieverslag. Smink Vastgoed BV ..................................................... 48

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en ambitie Aan de Hogeweg 261 bevindt zich een braakliggend perceel van 8.775m². De locatie grenst aan het natuurgebied Bloeidaal en wordt omring door een mix van bedrijfsruimtes en woningen. De locatie heeft op dit moment een bedrijfsbestemming. De grondeigenaar Smink (hierna initiatiefnemer) wil de locatie transformeren naar een woon-werklocatie waarbij vijf woon-werkwoningen en zes vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Bij de woon-werkwoningen komen kleine bedrijfsunits achteraan de kavel en aan de voorkant de bedrijfswoning.

Afbeelding 1 Bestaande situatie met aanduiding plangebied

De gemeenteraad heeft op 28 januari 2025 het Uitwerkingsvoorstel en het beeldkwaliteitsplan vastgesteld. In navolging hierop heeft de initiatiefnemer op 18 september 2025 een omgevingsvergunning ingediend. Omdat het plan niet passend is binnen de huidige planologische kaders, omhelst de aanvraag het bouwen en gebruiken in afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan om daarmee medewerking te verlenen aan de nieuwbouw van de vijf woon-werkwoning en zes vrijstaande woningen.

1.2Aanduiding plangebied Het plangebied bevindt zich ten noordoosten van het centrum van Amersfoort in de woon-werkzone Bloeidaal. Het perceel is gelegen aan de Hogeweg 261en grenst aan de oostzijde aan de bedrijfspercelen van de Hogeweg 265 en Koedijkerweg 3, 5 en 7. Aan de westzijde grenst het perceel aan de woonpercelen van de Hogeweg 239 en De

Tabakschuur 3 en 5. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan het fietspad genaamd Bloeidaalpad.

Afbeelding 2 Ligging plangebied in Amersfoort (Geopoort, 2025)

Afbeelding 3 Kadastrale begrenzing plangebied Hogeweg 261 (www.kadastralekaart.com, 2025)

1.3 Toetsing Omgevingsplan De gemeente Amersfoort werkt op dit moment aan de uitrol van het omgevingsplan. Deze uitrol heeft nog niet plaatsgevonden ter plaatse van het perceel aan de Hogeweg 261. Om de planologische gebruiks- en bouwmogelijkheden te verduidelijken, wordt daarin gekeken naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn namelijk de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro) bestemmingsplannen opgenomen.

Afbeelding 4 Overzicht planologische situatie in het (tijdelijk) omgevingsplan 'Woon-werkzone Bloeidaal' (www.regelsopdekaart.nl)

Het plangebied is gelegen in de ‘Woon-werkzone Bloeidaal’. Hierbinnen heet het plangebied de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Op het perceel zijn twee bedrijfswoningen aangeduid met ieder een bijbehorend bouwvlak. Ter plaatse van deze bouwvlakken is bebouwing toegestaan met een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. Ter plaatse van de bestemming ‘Bedrijventerrein’ zijn bedrijven uit de categorieën 1 t/m 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en bedrijfswoningen ter plaatse van een aanduiding toegestaan. Met de herontwikkeling van het perceel worden zes reguliere, vrijstaande woningen en vijf bedrijfspercelen met bedrijfswoning gerealiseerd. Met het nieuwe bouwplan van de vijf bedrijfspercelen kan niet worden voldaan aan de bouwregels uit het

bestemmingsplan ‘Woon-werkzone Bloeidaal’. Het realiseren van reguliere woningen past bovendien niet binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Dit houdt in dat moet worden afgeweken van zowel het gebruik als de bouwregels in het (tijdelijk) omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

1.4 Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1. Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. 2. Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a) met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); b) als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. De voorliggende onderbouwing is de onderbouwing voor de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie, waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling nader omschreven waarbij tegelijkertijd gemotiveerd wordt op welke wijze de ontwikkeling past binnen de geldende kaders en visie/doelen voor het gebied. Daarna wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid: de resultaten van de omgevingstafel en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 een algehele conclusie getrokken.

2. Huidige en toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie Het perceel maakt deel uit van de oorspronkelijke kleinschalige bebouwings- en verkavelingskarakteristiek van het gebied rondom de Hogeweg. De landschappelijke onderlegger vormt de basis voor de verkavelingsstructuur, de situering en oriëntatie van bebouwing en de erfscheidingen. De locatie Hogeweg 261 ligt aan het einde van de Hogeweg, dicht bij de kruising met de Koedijkerweg en op de overgang van een cluster met wonen en een werkgebied. De locatie heeft in het verleden vooral gefunctioneerd als agrarisch bedrijf. In de huidige situatie ligt de locatie braak.

Afbeelding 5 Obliekbeeld van het plangebied (Geopoort, 2025)

Het gebied ten zuiden van de Hogeweg maakt deel uit van een kleinschalig veengebied met geconcentreerde bebouwing langs de Hogeweg, de oorspronkelijke ontginningsas. Het oorspronkelijke veendek is verdwenen, maar de voor de veenontginning kenmerkende laaggelegen diepe en smalle strokenverkaveling is nog grotendeels intact gebleven. Langs de Hogeweg staat nog bebouwing die typerend is voor de historie van het plangebied; verschillende veeboerderijen en de villaboerderij Maxhoeve. In de loop der jaren zijn er ook zelfstandige woningen en bedrijven met dienstwoning in het gebied gerealiseerd, waardoor langzaamaan de stap naar een meer gemengd karakter in gang is gezet. De huidige bebouwing op de locatie is van 1959. De locatie op

nummer 261 heeft ruim 120 jaar dienstgedaan als agrarisch perceel en wordt nu, in de geest van het meer gemengde karakter van de Hogeweg, herontwikkeld. Rondom de locatie is in de afgelopen jaren veel veranderd. Ten zuiden van de locatie is tussen 2010 en 2019 de woningbouw aan De Tabaksschuur gebouwd. Ten noorden van de locatie zijn in 2016 en 2019 bedrijfshallen gebouwd voor opslag. Aan de Hogeweg is een nieuwe woning gerealiseerd.

2.2 Toekomstige situatie De gemeenteraad heeft op 28 januari 2025 het Uitwerkingsvoorstel en het beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Het voorliggende plan maakt de daarin vastgelegde ontwikkeling van vijf woon-werkwoningen met een bedrijfsunit achteraan het kavel en een bedrijfswoning aan de voorkant, en zes vrijstaande woningen mogelijk gemaakt. Met de vaststelling van het Uitwerkingsvoorstel voor de Hogeweg 261 op 28 januari 2025 is ook het beeldkwaliteitsplan vastgesteld. In het beeldkwaliteitsplan zijn de programmatische, ruimtelijke en technische randvoorwaarden van de herontwikkeling van het perceel vastgelegd. Ook is daarin het verkavelingsplan en de gewenste beeldkwaliteit bepaald. Het beeldkwaliteitskader beschrijft de beeldkwaliteit voor de locatie en vormt het toetsingskader voor welstand. Ruimtelijk en functioneel Het plan wordt in het midden ontsloten door een erftoegangsweg. In het profiel is aan weerzijden ruimte voor groen en bezoekersparkeren. Aan de zuidzijde van de locatie is op twee percelen ruimte gereserveerd voor een natuurlijke overgangszone van minimaal tien meter breed naar natuurgebied Bloeidaal.

Afbeelding 6 Planconcept

Het planconcept is uitgewerkt in een concreet verkavelingsplan, waarbij de verschillende bouwvolumes zijn uitgewerkt in woningen en werkeenheden.

Afbeelding 7 Verkavelingsplan met omgeving

De locatie wordt opgedeeld in 11 kavels. De kavels worden verkocht en de kopers kunnen binnen de regels van het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan een woning bouwen. Ter afscherming van het mogelijke geluid van de bedrijven ten noorden van de locatie worden op 5 kavels aaneengesloten bedrijfsunits (casco) gerealiseerd en meeverkocht met de kavel. De twee kavels aan de Hogeweg zijn woonkavels. De woningen op deze kavels zijn sterk op de Hogeweg georiënteerd. De overige woningen krijgen een vrijere opzet, waarbij de woningen wel haaks staan op de centrale ontsluiting. Binnen de kavel ligt een bouwvlak waarbinnen mag worden gebouwd. Dit zorgt voor een losse opzet en voldoende ruimte tussen de woningen. Een deel van de kavels aan de zijde van het natuurgebied Bloeidaal bestaat uit natuur. In dit deel worden ook extra watergangen gegraven voor het bufferen van hemelwater. De natuur zal vooral bestaan uit bloemrijk grasland en natuurlijke oevers. Verkeer en parkeren De woningen worden ontsloten door een centrale ontsluitingsweg. Door de eenduidige inrichting van het wegprofiel wordt de langgerektheid van de kavel benadrukt. Aan de andere zijde ligt een groenstrook die op een aantal plekken is onderbroken door een inrit

naar een woonkavel. Aan de Hogeweg worden aan weerszijde van de centrale ontsluitingsweg twee stroken met vlakke grastegels aangelegd ten behoeve van het plaatsen van de minicontainers voor restafval, PMD, papier en gft. In het verlengde van de ontsluiting ligt een doorsteek naar het fietspad langs het natuurgebied Bloeidaal. Via deze doorsteek kunnen wandelaars en fietsers naar het natuurgebied gaan. De doorsteek wordt uitgevoerd in graskeien. De doorsteek naar het natuurgebied wordt ten behoeve van de ecologie voorzien van een sobere brugconstructie in de vorm van een betonplaat zonder leuningen.

Afbeelding 8 Inrichtingstekening

De totale parkeerbehoefte voor deze ontwikkeling bedraagt 31 parkeerplekken. Daarvan worden 22 op eigen terrein gerealiseerd op dubbele opritten. Omdat deze op eigen terrein liggen tellen deze voor de parkeerbalans voor 17 plekken mee. Daarnaast zijn er 13 parkeerplekken in het openbaar gebied ingetekend. In paragraaf 4.4 Verkeer en Parkeren wordt hier nader op ingegaan.

3. Beleid op locatie 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving.

Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang van het project is de NOVI niet specifiek van belang. Toch draagt deze ontwikkeling bij aan een aantal nationale belangen. Met het initiatief wordt naast de algemene behoefte aan meer woningen ook bijgedragen aan de grote vraag naar werkruimtes. Het gaat om zowel grotere als kleinere werkruimtes.

Mede omdat de locatie op dit moment over een bedrijfsbestemming beschikt, heeft de gemeente de wens om een mogelijkheid te creëren voor kleine bedrijven om zich hier te vestigen. Wonen en werken zal hier gecombineerd kunnen worden. Daarbij wordt ruimte geboden in het ontwerp voor klimaatadaptief en energietransitie. Zo worden de woningen en bedrijfsruimtes gebouwd volgens de meest recente duurzaamheidseisen. Voor het project geldt het ambitieniveaus voor kleinere projecten. Dit betekent de niveaus ‘basis’ en ‘basis plus’. Zo wordt de openbare ruimte zo veel mogelijk ingericht met gebakken klinkers. Deze gaan langer mee en behouden langer een kwalitatief hoge uitstraling. Qua materiaalgebruik wordt gewerkt met natuurlijk en recyclebare materialen. Door het behoud en uitbreiding van de bestaande watergangen, de aanleg van wadi’s, de minimale verharding en het gebruik van open verharding bij de parkeerplekken en het voetpad is het gebied klaar voor zware regenbuien en biedt het in droge periodes reserves voor het groen. De aanplant van bomen en groen in het plan draagt bij aan het tegengaan van hittestress.

Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In Artikel 5.129g wordt bepaald dat bij een plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden moet worden met: a) de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b) als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Planspecifiek Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Wel zijn in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is.

Met de beoogde ontwikkeling worden 11 vrijstaande woningen gerealiseerd. Derhalve is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en dienen de trappen van de ladder niet behandeld te worden.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Provincie Utrecht In de Omgevingsvisie provincie Utrecht geeft de provincie aan dat de ruimte in de provincie beperkt is, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: ‘hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken’. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is de provincie Utrecht een inclusieve en circulaire provincie: ▪ waarin Stad en land gezond zijn; ▪ die Klimaatbestendig en waterrobuust is;

▪ waarin Duurzame energie een plek heeft; ▪ met Vitale steden en dorpen; ▪ die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; ▪ met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; ▪ die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

Afbeelding 9: Beleidsthema’s Omgevingsvisie Provincie Utrecht

Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. De provincie combineert bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is

daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij is voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. Door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren), wordt er juist gezorgd dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zonne- en windenergie. Planspecifiek Met deze ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan het uitbreiden van de woningvoorraad voor vrijstaande woningen en de vraag naar werkruimtes gecombineerd met deze woningen. Het realiseren van voldoende woningen is voor de provincie een belangrijke opgave, waardoor de onderhavige ontwikkeling als wenselijk kan worden gezien. De herontwikkeling heeft onder andere raakvlakken met de beleidsthema’s ‘Klimaatbestendig en waterrobuust’, ‘Duurzame energie’, ‘Vitale steden en dorpen’ en ‘Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar’. In pararaaf 4.2 wordt hier nader op ingegaan. Daaruit blijkt dat de ontwikkeling van de Hogeweg 261 in lijn is met de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht.

Omgevingsverordening Provincie Utrecht Het beleid van de Omgevingsvisie wordt uitgevoerd met behulp van de Omgevingsverordening en Programma’s. Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Programma’s Om het beleid uit te voeren zijn er niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s. De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven.

Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere zaken, zoals

dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de provincie Utrecht duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere zorgt ze ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen. Planspecifiek Er is sprake van een herontwikkeling op een binnenstedelijke locatie waarbij geen sprake van strijdigheid is met de provinciale verordening. Voor woningbouw in de provincie Utrecht geldt in overeenstemming met de verordening dat deze in lijn moet zijn met het Provinciaal programma Wonen en Werken. Hierbinnen is de bandbreedte van te realiseren woningen bepaald. Onderliggend plan draagt met de realisatie bij aan de te realiseren woningen in het binnenstedelijk gebied van de Gemeente Amersfoort en voldoet daarmee aan de provinciale verordening.

3.3 Regionaal beleid Groen groeit mee In februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort samen met 38 andere Utrechtse partners het 'Groen Groeit Mee Pact' getekend. Doel van het programma is het in balans brengen van de verstedelijkingsopgaven (infrastructuur, woningbouw, werklocatie en energie) en de groene ontwikkeling van de regio. Planspecifiek Onderliggend plan gaat over een binnenstedelijke ontwikkeling, waar het focuspunt van het Groen Groeit Mee beleid nieuwe en bestaande gebieden voor natuur, landschap, water, duurzame landbouw en recreatie zijn. Onderliggend plangebied maakt hier geen deel van uit. Desondanks is het plan door de focus op duurzaamheid, groenbeheer en het behoud van groen in lijn met het behouden en het versterken van het landschap. Door het behoud van bomen, het toevoegen van nieuwe groenvoorzieningen, het verbeteren van waterbeheer en het gebruik van duurzame materialen is het plan een goed voorbeeld van hoe zorgwoningen gecombineerd kunnen worden met duurzame en groenvriendelijke maatregelen. Het plan is daarmee vanuit klimaatbestendigheid en ecologie bezien een verantwoorde ontwikkeling.

3.5 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040 De Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040 is een aanvulling op de Structuurvisie Amersfoort 2030 (2013). Er is de afgelopen jaren veel veranderd in Amersfoort en de

komende jaren zal er nog veel meer veranderen. De stad groeit omdat het voor veel mensen een aantrekkelijke plek is om te wonen, te werken en te recreëren. Vanwege economische ontwikkelingen, klimaatverandering en energietransitie zal de stad op verschillende plekken ingrijpend aangepakt moeten worden. De visie en strategie zijn samen met de ambities en doelen voor het beleid voor de fysieke leefomgeving vertaald in zes integrale ontwikkelopgaven. 1. Een groene stad in een groene omgeving die water omarmt; 2. Een duurzame CO2-neutrale stad; 3. Een stad met een duurzame mobiliteit; 4. Een inclusieve en aantrekkelijke stad om in te wonen; 5. Een stad met een veelzijdige en veerkrachtige economie; 6. Een stad waarin voorzieningen meegroeien. 1. Een groene stad in een groene omgeving die water omarmt Gezond samenleven betekent een stad met voldoende ruimte voor water en groen en een robuust en goed functionerend natuurlijk systeem. Een groene stad in een groene omgeving biedt ruimte voor ontspanning, recreëren, ontmoeten en gezond bewegen. Een gezonde leefomgeving levert een positieve bijdrage aan een gezonde leefstijl, aan sociale cohesie in wijken en een gezonde leefomgeving met ruimte voor rust, stilte en schone lucht. In deze omgeving is er ook ruimte voor de intrinsieke waarde van natuur.

We versterken de biodiversiteit met voldoende en goed verbonden water en groen voor mensen en dieren. Om te komen tot een duurzame, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving zijn water en bodem zoveel mogelijk leidend bij de inrichting van de (openbare) ruimte. De omgevingsvisie beschrijft een aantal deelopgaven om het bovenstaande te bewerkstelligen: • • • •

Een groene stad met water. Amersfoort dient klimaatbestendig te zijn, met een vergrote en robuuste biodiversiteit. Ook dient er ruimte te zijn voor water. Bereikbaar en voldoende groen voor mensen en dieren. Een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Een gezonde en gevarieerde leefomgeving in het landelijke gebied.

2. Een duurzame CO2-neutrale stad Er wordt gekozen voor hernieuwbare energie en materialen. Gezond samenleven betekent minder broeikasgassen uitstoten en werken aan schone lucht. Dit draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van mensen en dieren. Als we de opwarming van de aarde willen beperken, zullen we moeten veranderen. Dit vraagt een transitie in hoe we naar zaken kijken, hoe we gewend zijn beslissingen te nemen en hoe we ons gedragen. In de toekomst willen we een circulaire stad zijn die niet meer bijdraagt aan de CO2-

uitstoot. We hebben als doel om in 2030 minimaal 55% CO2 te reduceren en in 2050 100 % CO2-neutraal te zijn. Om deze doelstelling te realiseren, zal er voldoende hernieuwbare elektriciteit en duurzame warmte gerealiseerd en gebruikt moeten worden. Daarnaast is een betrouwbare, robuuste infrastructuur van groot belang om de stijgende en veranderde vraag naar energie te kunnen faciliteren. Er vindt in de komende jaren een steeds grotere verschuiving van centraal gestuurde energieoplossingen naar decentrale en lokale initiatieven plaats. Ook is het nodig om grondstoffen in kringloop te houden en afval zo hoogwaardig in de kringloop terug te brengen. Hiervoor is het goed scheiden en inzamelen van stoffen cruciaal. We zorgen voor een inclusieve en zo snel mogelijke transitie van ons energiesysteem en onze omgang met grondstoffen. Hiervoor kijken we per opgave en per situatie naar de beste rol voor de gemeente om zo effectief mogelijk te zijn. Dit gaat van mogelijk maken in regelgeving tot stimuleren tot aan regie nemen en exploiteren. Om het bovenstaande te realiseren zijn een aantal deelopgaven opgesteld. • • •

Bouw aan het energiesysteem van de toekomst met duurzame hernieuwbare elektriciteit en duurzame warmte voor de bebouwde omgeving. Realiseer duurzame, CO2-neutrale bouw. Sluit de kringlopen, creëer een circulaire economie in 2050.

3. Een stad met een duurzame mobiliteit Amersfoort is in de toekomst een bereikbare en leefbare stad die actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en openbaar vervoer omarmt. Nabijheid is het sleutelwoord. Door verschillende functies compact en gemengd te bouwen langs levensaders en op centraal gelegen, goed toegankelijke ontmoetingsplekken, in de directe nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoersknooppunten, stimuleren we actieve mobiliteit en het gebruik van openbaar vervoer en beperken we de noodzaak van verplaatsingen met de auto. Om de stad bereikbaar en leefbaar te houden, zetten we ook op systeemniveau in op lopen en fietsen, vervolgens het openbaar vervoer, daarna MaaS en deelmobiliteit en als laatste het gebruik van de privéauto. Om deze omslag te bereiken, zetten we ook parkeerregulering in. Dit leidt samen tot een beter leefklimaat en een lagere parkeerbehoefte, waardoor meer ruimte ontstaat voor groen en klimaatadaptatie en meer ruimte om te verblijven en gezond te bewegen. Door de fietsers meer ruimte te bieden en het doorgaande autoverkeer door het centrum en door de wijken zoveel mogelijk te beperken, wordt ingezet op de verandering in de keuze van vervoerswijze. Het verstedelijkingsconcept van levensaders en ontmoetingsplekken draagt hieraan bij. Een aantal deelopgaven zijn opgesteld: • • •

Creëer een bereikbare stad die actieve mobiliteit omarmt; Transitie naar emissieloze mobiliteit; Versterk landelijke en regionale bereikbaarheid.

4. Een inclusieve en aantrekkelijke stad om in te wonen Amersfoort biedt een thuis voor iedereeen en we kiezen gezond groeien met voldoende diversiteit. Gezond samenleven betekent dat alle mensen een thuis hebben en zich thuis voelen. Dat geldt voor bestaande inwoners en het grote aantal woningzoekenden. De stad groeit zodat iedereen een thuis kan hebben. Prettig wonen – je thuis voelen – gaat naast het hebben van een betaalbare en passende woning ook over een gezonde leefomgeving en hoe mensen samenleven. Veel verschillende mensen kunnen hier naast en met elkaar leven, waarbij iedereen zichzelf kan zijn en zich verbonden kan voelen. De deelopgaven zijn als volgt opgesteld: Gezond groeien en leefbare wijken. Denk aan de nieuwbouw van voldoende woningen, het bouwen aan een compacte stad, inbreiden boven uitbreiden, het aantrekkelijker maken van de bestaande wijken en kansen benutten bij bestaande woningen. Passende ouderenhuisvesting en wonen met zorg. Er wordt gelet op beter passend woonaanbod voor ouderen en zorg en voorzieningen dichter bij huis. Een thuis voor iedereen. Betaalbaar wonen voor lage en middeninkomens. Voldoende variate van soorten woningen en ruimte voor vernieuwende woonvormen. 5.

Een stad met een veelzijdige en veerkrachtige economie Het aantal arbeidsplaatsen dient mee te groeien met het aantal inwoners en de economie dient een bijdrage te leveren aan een duurzame, circulaire, inclusieve, gezonde en leefbare stad.Amersfoort is in de toekomst een stad met een veelzijdige economie met werkgelegenheid die goed aansluit bij de kwaliteiten en behoefte van onze eigen inwoners. Met economische activiteiten die bijdragen aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van de stad, een hoog voorzieningenniveau én ondernemers die met innovatieve oplossingen bijdragen aan het eerlijk, duurzaam en toekomstbestendig maken van de stad. De uitdaging is om in de verdichtende stad de groeiende ruimtebehoefte voor bedrijven en voorzieningen te faciliteren. De ruimtebehoefte van bedrijven dient zoveel mogelijk in de bestaande stad te worden opgevangen. Dit vraagt om zorgvuldig ruimtegebruik. Daarom dienen duidelijke kaders helderheid te scheppen voor wat het economisch perspectief is voor bedrijvigheid in de stad. Bedrijventerreinen en kantorenlocaties spelen een belangrijke rol bij het huisvesten van Amersfoortse bedrijven. Maar ook het ‘werken in de wijk’, de binnenstad en de verschillende winkel/recreatiegebieden zijn belangrijk voor bedrijvigheid en werkgelegenheid. Er zijn deelopgaven opgesteld die het bovenstaande kunnen versterken. • • • • •

Een gezonde woonwerkbalans en passend werk voor iedereen; Inzet op hoogstedelijke, gemengde interactiemilieus rond de OV-knooppunten; Toekomstbestendige bedrijventerreinen en kantorenlocaties; Voldoende betaalbare ruimte voor bedrijven in de wijken; Een vitale detailhandel in kansrijke winkelgebieden.

6. Een stad waarin voorzieningen meegroeien De voorzieningen dienen mee te groeien met de groei van het aantal inwoners. Maatschappelijke voorzieningen hebben een belangrijke rol als ontmoetingsplekken in de stad. In een stad met een groeiend aantal inwoners, groeit ook de vraag naar voorzieningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in stedelijke voorzieningen en voorzieningen op buurt- of wijkniveau. De groeiende groep senioren en inwoners met een beperking zorgt voor een extra vraag naar cultuur, recreatie, dienstverlening en zorg. Door de groeiende groep kinderen en jongeren stijgt de behoefte aan onderwijs, opvang en ruimte voor sport en spel. De veranderende vraag naar voorzieningen zal niet overal in de stad gelijk zijn. De deelopgaven zijn als volgt geformuleerd: • •

Passende maatschappelijke en sportvoorzieningen dienen voor iedereen toegankelijk, multifunctioneel en goed bereikbaar te zijn; Versterken culturele voorzieningen in en rondom het stadshart.

Planspecifiek Onderliggend plan omhelst de realisatie van 11 vrijstaande woningen, waarvan vijf werkwoningen. Hiermee wordt ingespeeld op de vraag naar meer woon-werkkavels. Dit plan draagt daarnaast bij aan de visie van een groene stad in een groene omgeving die water omarmt, doordat het plan zorgvuldig wordt ingepast in het bestaande landschap waarbij het behoud van de natuurlijke groenstructuren centraal staan. Ter bescherming van het natuurgebied Bloeidaal wordt er gepaste afstand gehouden waardoor er vanuit de ontwikkeling een geleidelijke overgang wordt gecreëerd tussen het woon-werkgebied en het natuurgebied.

Deltaplan Wonen Op 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad van Amersfoort het Deltaplan Wonen vastgesteld. Dit plan bevat een uitbreiding en aanscherping van de strategie sociale woningbouw. Het woonbeleid is erop gericht dat er voldoende, betaalbare en passende woningen worden gebouwd. Amersfoort wil de lange wachtlijsten voor woningzoekenden oplossen en zorgen dat ook inwoners met een kleinere portemonnee nu en in de toekomst een woning kunnen kopen of huren. Tot 2030 zet Amersfoort daarom in op een groei van 1.000 woningen per jaar, zoals is vastgesteld in het Deltaplan Wonen. Het aandeel binnenstedelijke groei van de 1.000 woningen per jaar is 70%. In totaal worden in de projecten Langs Eem en Spoor tussen de 4.000 en 5.000 woningen gebouwd, tot 2030. Dat betekent dat er in hoge dichtheid gebouwd gaat worden. Vanuit het Deltaplan wordt middels beleid en maatregelen niet alleen gefocust op betaalbare woningen, maar ook op speciale doelgroepen. Planspecifiek

Het woningbouwprogramma is specifiek voor deze locatie in het Uitwerkingsvoorstel vastgelegd. Het plan betreft de ontwikkeling van in totaal 11 bouwkavels. Hiervan zijn vijf woon-werkkavels met een kleine bedrijfsunit achterop de kavel en daarvoor een bedrijfswoning. De woon-werkwoningen zijn een bijzonder concept dat een specifieke doelgroep aanspreekt die behoefte heeft aan een substantiële bedrijfsruimte en een bedrijfswoning. Vanwege het belang dat de gemeente hecht aan het behoud van een bedrijfsbestemming op deze locatie, met de bijbehorende bedrijfswoningen, is het niet mogelijk om hier een woningbouwprogramma te realiseren dat voldoet aan de voorwaarden van het Deltaplan Woonopgave Amersfoort. Buiten de bedrijfswoningen is vanwege milieueisen slechts een zeer beperkt woningbouwprogramma mogelijk.

Groenvisie Amersfoort 2030 Op 8 november 2016 heeft de gemeenteraad van Amersfoort de 'Groenvisie Amersfoort 2030' vastgesteld. Met de groenvisie wil de gemeente de kwaliteit van de groenstructuur verbeteren. De groenvisie benadrukt dat Amersfoort een groene stad is, maar dat meer groen van belang is. De doelen van de groenvisie worden aan de hand van een aantal thema's verwoord: -

Stad van de groene ruimte Biodivers Amersfoort Recreatief Amersfoort Eetbaar Amersfoort Klimaatbestendig Amersfoort Boomrijk Amersfoort

Groencompensatiebeleid Aan de hand van de groenvisie heeft de raad van Amersfoort op 31 mei 2022 het Groencompensatiebeleid vastgesteld. Ruimtelijke plannen die niet passen in het omgevingsplan dienen getoetst te worden aan het groencompensatiebeleid. Planspecifiek Uitgangssituatie voor onderhavig plan is een braakliggende bedrijfskavel waar zes vrijstaande woningen en vijf woon-werkkavels worden toegevoegd. Onderhavig plan wordt zorgvuldig ingepast in het bestaande landschap met behoud van de natuurlijke groenstructuren. Ter bescherming van het aangrenzende natuurgebied Bloeidaal wordt er gepaste afstand van minimaal 10 meter gehouden waardoor er vanuit de ontwikkeling een geleidelijke overgang wordt gecreëerd tussen het woon-werkgebied en het natuurgebied. Ter compensatie van de extra verharding op de kavel worden in de natuurzone aan de achterkant van de locatie extra watergangen gegraven voor het bufferen van hemelwater. De natuur zal vooral bestaan uit bloemrijk grasland en

natuurlijke oevers. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een Beplantingsplan opgesteld als onderdeel van het Beeldkwaliteitsplan dat samen met het Uitwerkingsvoorstel is vastgesteld. De beplanting op en rond de locatie draagt bij aan de ecologische waarden en aan de identiteit van de plek. Gekozen is voor een heldere groenstructuur en gebiedseigen beplanting. Om zo min mogelijk verharding te realiseren is daarnaast de centrale ontsluitingsweg 4,5 meter breed en worden de parkeervakken uitgevoerd met graskeien. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling worden geen bomen gekapt. Aan de Hogeweg worden vijf eiken aangeplant in dezelfde ritmiek als elders aan de Hogeweg. Langs de watergangen worden knotelzen en knotwilgen aangeplant. Deze versterken de structuur en nemen deels het zicht weg op de nieuwe bedrijfsbebouwing. Langs de centrale ontsluiting worden een bodembedekker en eventueel wat lage heesters gepland. De natuur op de achterste kavels bestaat vooral uit bloemrijk grasland en natuurlijke oevers. Buiten de kavel staat er langs het fietspad (Bloeidaalpad) een gesloten heg met soorten als meidoorn en wilde kardinaalsmuts. Voor een volledige weergave van de beplanting wordt verwezen naar het beplantingsplan zoals dat samen met het uitwerkingsvoorstel en het beeldkwaliteitsplan voor deze locatie is vastgesteld.

Omgevingsprogramma Groen-Blauw 2040 Het omgevingsprogramma Groen-Blauw 2040 is op 30 januari 2024 vastgesteld. Het doel van het omgevingsprogramma is om Amersfoort gezond, groen en leefbaar te houden. Het streven is dat Amersfoort in 2040 een natuurinclusieve stad is waarin genoeg natuur in de stad is om de stad leefbaar, gezond en economisch sterk te houden. Een voorwaarde hiervoor is het behouden van het groen en het groen mee te laten groeien met de ontwikkelingen van de stad. Het omgevingsprogramma maakt de ontwikkeldoelen van de omgevingsvisie van Amersfoort verder concreet en gekoppeld aan een programmatische aanpak. De doelen van het doelen het omgevingsprogramma zijn: 1. Een groene stad met water - De stad is klimaatbestendig - Een natuurinclusieve stad met een vergrote en robuuste biodiversiteit - Ruimte voor water en kwaliteit van water 2. Bereikbaar en voldoende groen voor mensen en dieren 3. Een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten - De inrichting van de stad nodigt uit tot bewegen en ontmoeten Planspecifiek Onderhavig plan is zorgvuldig ingepast in het bestaande landschap waarbij het behoud van de natuurlijke groenstructuren centraal staan. De plannen zijn zo vormgegeven dat

mogelijke negatieve effecten op deze natuurwaarden zoveel mogelijk beperkt worden. In paragraaf 4.5 wordt hier nader op ingegaan.

Welstandsnota De welstandsnota van de gemeente Amersoort (origineel uit 2008) is in 2017 geactualiseerd vanuit de behoefte aan een beter hanteerbaar beleid voor de ruimtelijke kwaliteiten van de stad. Met de criteria en uitgangspunten voor de welstandsbeoordeling wordt een bijdrage geleverd aan het ontwikkelen en versterken van de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten binnen de gemeente Amersfoort. Naast de algemene criteria geldt er gebiedsgerichte criteria voor de 13 verschillende gebiedstypen die in de welstandsnota zijn onderscheiden. Planspecifiek Met de vaststelling van het Uitwerkingsvoorstel op 28 januari 2025 is ook het Beeldkwaliteitsplan met bijbehorende kavelpaspoorten vastgesteld. De beschrijving van de beeldkwaliteit vormt voor de locatie het toetsingskader voor welstand. Het plan is op 14 oktober 2025 aan de stadsbouwmeester voorgelegd. De stadsbouwmeester is van oordeel dat het plan betreft het bouwen van 6 vrijstaande woningen en 5 woonwerkwoningen voorstelbaar is. De aanvraag is eerder informeel beoordeeld. Hierop is het plan aangepast, vrijwel conform deze beoordeling. De woningen en bedrijfsruimten passen goed in de omgeving. Niet alleen door het ontwerp, maar ook door de materiaal-en kleurkeuze.

Wel merkt de stadsbouwmeester dat op Kavel 10, woningtype 3, het raam op de verdieping op de rechtergevel te dicht op de boei zit en dient derhalve minder breed uitgevoerd te worden. Op grond van de ingediende gegevens is de stadsbouwmeester van oordeel dat het nu voorliggende plan, getoetst aan de van de door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota 2017 en de voor het plangebied Bloeidaal benoemde beeldkwaliteitseisen, voldoet, mits het adviespunt wordt verwerkt in het ontwerp.

Verkeer- en vervoersplan Amersfoort Op 23 september 2013 is het 'Verkeer- en vervoersplan Amersfoort' (VVP) door de gemeenteraad vastgesteld. In het VVP zijn de ambities van de gemeente voor de bereikbaarheid, verkeersveiligheid, duurzame mobiliteit en de keuzevrijheid in vervoersmiddelen beschreven. Planspecifiek De in het kader van het plan benodigde parkeerbehoefte wordt deels op eigen terrein en deels in het nieuwe, openbare gebied gerealiseerd. De parkeerbalans is sluitend. De herontwikkeling leidt tot een beperkte toename van de verkeersbewegingen en behoefte

aan extra parkeerplaatsen. De verkeersveiligheid op de Hogeweg is niet in het geding. In paragraaf 4.4 wordt verder ingegaan op het aspect verkeer en parkeren.

4. Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 m.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er zal niet meer getoetst worden aan de limitatieve lijst van m.e.r.-plichtige plannen en programma’s uit de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure.

In bijlage V bij het omgevingsbesluit worden de projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een m.e.r.(beoordelings)plicht geldt aangewezen. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, dan is er een m.e.r.-plicht. Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 3, dan is er een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling bestaat uit 2 verplichte stappen. ▪ Stap 1: Mededeling van de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag ▪ Stap 2: Beslissing bevoegd gezag over wel of geen milieueffectrapportage De initiatiefnemer van een m.e.r.-beoordelingsplichtig project moet zijn voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. De mededeling is vormvrij, wel zijn er eisen aan de inhoud zoals opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Dit kan een aparte aanmeldnotitie zijn. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling ziet toe op het toevoegen vijf nieuwe woon-werkkavels en vijf vrijstaande woningen op een braakliggende bedrijfskavel. Uit de project-m.e.r.beoordeling (bijlage 8.5) blijkt dat onderhavig plan geen m.e.r.-plichtig besluit betreft.

Wat betreft de milieuaspecten geldt dat dit project weinig tot geen invloed heeft. Wel is voor geluid en ecologie nader onderzoek uitgevoerd. Ten aanzien van geluid (meer specifiek: wegverkeerslawaai) is onderzoek verricht waaruit volgt dat er geen beperkingen voor het project zijn, mits woningen worden uitgevoerd met een dove gevel. Deze voorwaarde is in de omgevingsvergunning opgenomen. Voor de overige milieuaspecten geldt dat de gevolgen zeer beperkt zijn.

4.2 Duurzaamheid en gezondheid De aspecten duurzaamheid en de gezondheid van mensen zijn steeds belangrijkere thema’s geworden. Om die reden zijn duurzaamheid en gezondheid in de omgevingswet verankerd. In artikel 1.3 sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als een belangrijk maatschappelijk doel opgenomen. In een omgeving die gezond gedrag stimuleert, zijn de bewoners over het algemeen gezonder dan in een omgeving die daar niet op is ingericht. Toetsing aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op deze thema’s. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid in het omgevingsplan, zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. De rijksoverheid stimuleert duurzaam bouwen vooral op het aspect energie. Sinds 1995 worden in het Bouwbesluit eisen gesteld ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De eisen houden in dat nieuwe woningen (bijna) energieneutraal gebouwd moeten worden. Planspecifiek In het bouwplan worden de relevante wettelijke duurzaamheidseisen ten aanzien van energie- en milieuprestatie nageleefd.

Voor het project geldt het ambitieniveaus voor kleinere projecten. Dit betekent de niveaus ‘basis’ en ‘basis plus’. Zo wordt de openbare ruimte zo veel mogelijk ingericht met gebakken klinkers. Deze gaan langer mee en behouden langer een kwalitatief hoge uitstraling. De Gemeente Amersfoort werkt met het zogenoemd ambitieweb voor de duurzaamheidsopgave. In dit schema komen alle duurzaamheidsaspecten samen. Bij de ontwikkeling aan de Hogeweg 261 wordt op bijna alle aspecten ingezet op het basis-plusniveau. Op het gebied van energie worden de kopers van de kavels begeleidt in het maken van duurzame keuzes in het woningontwerp. Qua materiaalgebruik wordt gewerkt met natuurlijk en recyclebare materialen. Door het behoud en uitbreiding van de bestaande watergangen, de aanleg van wadi’s, de minimale verharding en het gebruik van open verharding bij de parkeerplekken en het voetpad is het gebied klaar voor zware regenbuien en biedt het in droge periodes reserves voor het groen.

De aanplant van bomen en groen in het plan draagt bij aan het tegengaan van hittestress. Het groen in het straatprofiel, de tuinen en de natuurzone dragen bij aan biodiversiteit en de bomen versterken de beleving van de cultuurhistorisch waardevolle landschappelijke structuren in het gebied. Groen draagt bij aan sociale veiligheid en productiviteit. Maar ook aan gezondheid en welbevinden en sociale cohesie. De toe te passen beplanting is gebiedseigen en sluit aan op de beplanting in het aangrenzende natuurgebied. De ontwikkeling van de locatie draagt bij aan de verbetering van de bodemkwaliteit op de locatie. Het nieuwe gebruik verlaagd het risico dat er verontreiniging van de bodem optreedt. De inrichting van de kavel is geoptimaliseerd door het plaatsen van bebouwing die het geluid van de naastgelegen bedrijven afschermt. Hierdoor kan de kavel intensiever gebruikt worden zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid. Qua ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op een bij de omgeving passende ontwikkeling met een hoog basisniveau qua uitstraling, groen en materiaalgebruik. De locatie is uitstekend bereikbaar voor zowel de auto, de bus als met de fiets. De kleinschalige bedrijven liggen dicht bij de bedrijven op de Wieken en andere bedrijven rond de Hogeweg. Dit kan voor veel bedrijven versterkend werken.

4.3 Activiteiten en milieuzonering Het aspect activiteiten en milieuzonering gaat in op de invloed die activiteiten hebben op hun omgeving. In de omgevingswet wordt in de bijlage bij artikel 1 het begrip milieubelastende activiteit (mba) gedefinieerd. Dit gaat feitelijk om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van ‘directe lozingen’ en wateronttrekkingsactiviteiten). Milieubelastende activiteiten zijn niet in alle gevallen aan de orde. Er moet gecontroleerd worden of het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) instructieregels bevatten die relevant zijn voor het project. In het gemeentelijke omgevingsplan wordt het milieuspoor verder geïntegreerd. De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeente’ (VNG) heeft in 2019 de uitgave ‘Milieuzonering nieuwe stil’ gepubliceerd. Met deze uitgave wordt de toelating van bedrijven gereguleerd op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden. Bij milieuzonering gaat het om de milieuthema’s die afstandsgerelateerd zijn en niet op een andere wijze zijn gereguleerd. Afstandsgerelateerd wil zeggen dat de milieubelasting afneemt bij grotere afstand, zoals bij geluid en geur. Planspecifiek

In het kader van activiteiten en milieuzonering dient gekeken te worden naar de activiteiten van omliggende percelen. De nieuwe woningen mogen geen hinder ondervinden van de activiteiten van omliggende panden en omgekeerd mogen de functies in de naastgelegen panden geen belemmering ondervinden van de nieuwe woningen.

Afbeelding 10 Overzichtskaart woon-werkmilieu omgeving, plangebied met rode arcering aangeduid

Het meest bepalende voor deze locatie is het geluid. Zo gelden er geluidscontouren voor de bedrijven aan de Koedijkerweg, is er een geluidscontour van een locatie aan de overzijde van de Hogeweg en speelt op grotere afstand ook het geluid van het spoor en de autosnelweg. Geluidsonderzoek heeft uitgewezen dat alleen de geluidscontour van de bedrijven aan de Koedijkerweg van invloed zijn op de verkavelingsopzet. Ondanks dat de geluidhinder in de praktijk zeer beperkt zal zijn, is er wel de mogelijkheid dat er aanzienlijke hinder kan optreden. Voor een goed woon- en leefklimaat zal er of voldoende afstand moeten worden gehouden tot de bedrijven, of zullen er geluidswerende maatregelen moeten worden getroffen. Voor de resultaten van het akoestische onderzoek wordt verwezen naar paragraaf 4.7 Geluid.

4.4 Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt.

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek De herontwikkeling leidt tot een beperkte toename van de verkeersbewegingen. De voor autoverkeer doodlopende straat biedt een veilig en rustig woonmilieu. De verkeersveiligheid op de Hogeweg is niet in het geding. Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen.

In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Planspecifiek De in het kader van het plan benodigde parkeerbehoefte wordt deels op eigen terrein en deels in het nieuwe, openbare gebied gerealiseerd. In totaal worden 31 parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd, waarvan 22 parkeerplaatsen op eigen terrein bij de vrijstaande woningen en 8 parkeerplaatsen bij de woon-werkunits. De parkeerbalans is daarmee sluitend. In onderstaande afbeelding is de situatietekening weergegeven waarop de beoogde parkeerplaatsen zijn weergegeven.

Afbeelding 11 Situatietekening en parkeerbalans

4.5 Natuur Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met de natuurwaarden ter plaatse. De Omgevingswet regelt activiteiten die met natuur te maken hebben. Deze natuuractiviteiten gaan over dieren en planten in het wild en gebieden waarin ze leven. Het doel van de regels is onder meer het beschermen van soorten en gebieden. Bij een ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden dat voldaan wordt aan natuurregelgeving uit de Omgevingswet.

De uitgangspunten, begrippen en systematiek van de Wet natuurbescherming zijn de afgelopen jaren al zoveel mogelijk afgestemd op de vergunning- en ontheffing verlening onder de Omgevingswet. De regels uit de Wet natuurbescherming zijn beleidsneutraal overgeheveld naar de Omgevingswet. Dat betekent dat het normenkader en de instrumenten ongewijzigd blijven. Hetzelfde geldt voor het beschermingsniveau voor habitatsoorten, vogelsoorten en andere (beschermde) soorten. Anders gezegd: de bescherming blijft op peil. Bovendien blijft ook de algemene zorgplicht bestaan. Activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor dieren en planten in het wild worden floraen fauna-activiteiten genoemd. De Omgevingswet geeft regels over flora- en faunaactiviteiten om soorten te beschermen. Een activiteit die significant nadelig kan zijn voor een Natura 2000-gebied wordt een Natura 2000-activiteit genoemd. Verder geeft de Omgevingswet ook regels over het vellen van houtopstand en herbeplanten om bossen te beschermen. Gebiedsbescherming Wat betreft de gebiedsbescherming richt de Omgevingswet zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN-gebieden) en andere bijzondere natuurgebieden en landschappen. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen voor habitattypen en -soorten opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789423/2