Evaluatie eerste Gelote Burgerraad
Tekst van het document
Dit O&S rapport is digitaal
P6#y1
Kik hier om naar het interactieve rapport te gaan
Vanaf de volgende pagina staat de PDFversie van het rapport. Deze PDF-versie is niet interactief. Sommige grafieken hebben tabbladen met meer informatie. Dan is doorklikken naar deze extra informatie niet mogelijk. Dit is wel mogelijk in het interactieve rapport.
Evaluatie burgerraad
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Globale beschrijving van het proces 3. Resultaten van de evaluatievragenlijst 4. Bevindingen uit focusgroepen en interviews 5. Representativiteit
2
1. Inleiding Aanleiding Naar aanleiding van een burgerinitiatief, heeft de gemeenteraad besloten om vanaf 2025 drie keer een burgerraad te organiseren. In het voorjaar van 2025 vond de eerste burgerraad plaats over het thema ‘minder afval’.
Het doel van de burgerraad is om de lokale democratie te versterken en besluitvorming te verrijken. Ook is er gekozen voor een lerende aanpak, waarbij tussentijdse inzichten worden gebruikt om het proces continu te verbeteren. Na elke ronde vindt daarom een evaluatie plaats. Team Onderzoek&Statistiek is gevraagd de evaluatie uit te voeren. Gedurende het onderzoeksproces adviseert een externe adviescommissie over de gehanteerde aanpak. De adviescommissie formuleert mede op basis van het onderzoek ook een aantal adviezen. Het doel van het evaluatieonderzoek is om te evalueren hoe de eerste burgerraad is verlopen en te leren wat er de volgende keer beter kan. In deze evaluatie zal worden gekeken naar het proces van de gelote burgerraad en de keuzes die hierin zijn gemaakt. Ook wordt geëvalueerd hoe deelnemers hun deelname hebben ervaren.
Opzet Het onderzoek heeft een kwalitatief en een kwantitatief deel. Het kwantitatieve deel bestaat uit een enquête tijdens de eerst bijeenkomst en een uitgebreidere enquête tijdens de laatste bijeenkomst. Het kwalitatieve onderdeel bestaat uit drie focusgroepen, waarvan twee met deelnemers en één met ambtenaren en andere betrokkenen. Deze focusgroepen zijn aangevuld met aanvullende losse interviews. Het kwantitatieve onderzoek richt zich op het meten van meningen en ervaringen van deelnemers, terwijl het kwalitatieve onderzoek dieper ingaat op persoonlijke ervaringen en procesdynamiek. Voor de focusgroepen zijn vooraf onderwerpen vastgesteld die aan bod moesten komen tijden de gesprekken. Deelnemers konden hiernaast ook zelf bespreekpunten aandragen. Tijdens de laatste dag konden deelnemers aangeven of ze wilden deelnemen aan een evaluatiegesprek van circa 1 uur. In het totaal 18 deelnemers gaven aan hiervoor beschikbaar te zijn en 12 deelnemers konden ook op de voorgestelde twee momenten. Daarnaast zijn nog drie gesprekken gevoerd met mensen die betrokken waren bij de organisatie: de projectleider, inhoudelijk betrokken ambtenaren, initiatiefnemers, een collega van de Griffie. De eerste vragenlijst ging over representativiteit is ingevuld door 53 deelnemers. Eén van de ingelote 54 deelnemers was de eerste bijeenkomst niet aanwezig.
De vragenlijst over de ervaring van deelnemers is ingevuld door alle 39 deelnemers die aanwezig waren tijdens de laatste bijeenkomst van de burgerraad. Sommige deelnemers hebben niet alle vragen ingevuld. Het aantal deelnemers dat een vraag heeft ingevuld wordt per vraag weergegeven.
3
2. De gelote burgerraad: globale beschrijving van het proces Van maart 2025 tot eind juni 2025 vond in Amersfoort de eerste gelote burgerraad plaats. In de burgerraad denkt een kleine groep willekeurig geselecteerde Amersfoorters na over een onderwerp en komt met adviezen voor de gemeenteraad. Het idee voor een gelote burgerraad komt van een burgerinitiatief. De initiatiefnemers willen met een permanente gelote burgerraad in Amersfoort de lokale democratie versterken. De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en het burgerinitiatief organiseerden de gelote burgerraad gezamenlijk. Het plan is om de aankomende drie jaar een burgerraad te organiseren en vervolgens, als het bevalt, een permanente gelote burgerraad aan te stellen. Voor de eerste burgerraad zijn 54 deelnemers geloot vanuit de Amersfoortse bevolking. Hiervoor is de stad opgedeeld in 54 gebieden met een gelijke grootte. Uit elk gebied is vervolgens één deelnemer geselecteerd. De deelnemers zijn op vijf momenten bijeengekomen. Tijdens de eerste bijeenkomst hebben deelnemers kennisgemaakt met elkaar, het proces en het onderwerp. De tweede bijeenkomst stond in het teken van het informeren en deelnemers konden sessies met experts bijwonen om kennis op te doen. In de derde bijeenkomst hebben deelnemers een waardenbeeld en een wensenposter gemaakt.
Tijdens de vierde bijeenkomst hebben deelnemers in groepjes gewerkt aan het geven van adviezen. Tussen bijeenkomst vier en vijf konden deelnemers reageren op de conceptadviezen. In de laatste bijeenkomst werd deze input verwerkt en werd er gestemd over de adviezen. De formele opdrachtgever van het project was de proceduregroep, bestaande uit twee wethouders, twee vertegenwoordigers vanuit de gemeenteraad en twee initiatiefnemers. De praktische organisatie werd uitgvoerd door een onafhankelijke projectleider. De bijeenkomsten van de burgerraad werden begeleid door een onafhankelijke moderator van Bureau Emma. De gespreksleiders waren ambtenaren van de gemeente Amersfoort. Een van de initiatiefnemers was vertrouwenspersoon tijdens de bijeenkomsten. De burgerraad was geen besloten proces. Door communicatie via de gemeentelijke website, sociale media en lokale media werden inwoners op de hoogte gehouden. Ook konden Amersfoorters actief meedoen: via MetAmersfoort en Instagram konden zij ideeën aandragen voor de burgerraad. Voor meer informatie over de burgerraad zie: www.amersfoort.nl/gelote-burgerraad-van-amersfoort
4
3. Resultaten van de evaluatievragenlijst Tevreden over organisatie en samenwerking Uit de kwantitatieve analyse komt een positief beeld naar voren. Over bijna alle onderwerpen waren de deelnemers voornamelijk tevreden. Zo voelden de deelnemers zich welkom (100%), vond men het contact met de organisatie prettig (97%), voelde men zich met respect behandeld (97%) en vond men de sfeer onder de deelnemers goed (97%). Opmerkelijk is dat over deze aspecten geen enkele deelnemer ontevreden was. Ook de organisatorische kant kreeg hoge waardering. 87% van de deelnemers vond dat de burgerraad goed was georganiseerd, terwijl overige 13% neutraal was. Het enthousiasme blijkt ook uit de bereidheid om opnieuw deel te nemen: 91% zou bij een volgende burgerraad weer meedoen, slechts 3% zou dit niet willen.
Niet iedereen tevreden over beschikbare informatie Over de informatievoorziening waren de meningen meer verdeeld, hoewel ook hier het merendeel positief oordeelde. Ongeveer zes op de tien deelnemers (59%) waren tevreden over de beschikbare informatie, maar 15% vond dat zij uiteindelijk niet de juiste informatie hadden om een goed advies uit te brengen. De overige 26% van de deelnemers was neutraal. Verder was 13% van de deelnemers het er niet mee eens dat er voldoende tijd was om de informatie tot zich te nemen en vond 11% niet dat de experts onpartijdig waren. Opvallend is dat, hoewel niet iedereen voldoende tijd had, bijna iedereen de informatie begrijpelijk vond (95%).
Merendeel vindt proces eerlijk verlopen Een grote meerderheid van de deelnemers (85%) had het gevoel dat zij daadwerkelijk invloed hebben uitgeoefend op de uitkomsten van de burgerraad. Een minderheid van 6% vindt dat de burgerraad niet eerlijk is verlopen. Daarentegen vindt 75% van de deelnemers wel dat het eerlijk is verlopen en is 19% neutraal. De vragen over de adviezen zijn slechts door een deel van de deelnemers ingevuld. Dit komt doordat de vragenlijst is afgenomen voordat er over de adviezen werd gestemd. Hierdoor konden niet alle deelnemers op dat moment al beoordelen of de adviezen overeenkomen met hun eigen opvattingen.
Meer dan de helft heeft opvattingen veranderd De burgerraad heeft impact gehad op de meningen van deelnemers. Van de deelnemers geeft 64% aan dat hun opvattingen tijdens de gesprekken zijn veranderd. Voor 13% van de deelnemers was dit niet het geval. Over een verandering van het beeld dat mensen hebben van de gemeente lopen de meningen uiteen. Een minderheid van 41% geeft aan meer vertrouwen te hebben gekregen in het handelen van de gemeente. 9% is het hier niet mee eens en 50% is neutraal. 60% van de deelnemers begrijpt door hun deelname aan de burgerraad beter hoe keuzes door de gemeente worden gemaakt. Voor 14% was dit niet het geval en 26% was neutraal.
5
Meer dan de helft heeft opvattingen veranderd Tijdens de laatste bijeenkomst van de burgerraad zijn de deelnemers gevraagd om een korte vragenlijst in te vullen. In het figuur hieronder worden de antwoorden op deze vragen weergegeven. Het percentage toont het aandeel van de deelnemers dat het (on)eens was met een stelling. Het aantal deelnemers dat een vraag heeft ingevuld, is aangegeven met de letter N.
Het contact met de organisatie verliep prettig (N= 39)
23%
Ik ben met respect behandeld door de gemeente (N= 38)
26%
Ik heb vooraf voldoende praktische informatie gekregen over de…
Ik had voldoende invloed op de invulling van de Burgerraad (N= 38) Ik voelde mij welkom (N= 38)
56%
15%
51%
13%
37%
39%
67%
De Burgerraad is eerlijk verlopen (N= 36)
6%
We hadden de juiste informatie om een advies uit te brengen (N= 39)
15%
21%
61%
Er was voldoende mogelijkheid om mijn mening te geven (N= 39)
56%
31%
19%
50%
25%
26%
44%
15%
5% 63%
32%
De informatie opgehaald vanuit de stad was nuttig (N= 34)
6%
Ik had voldoende tijd om de informatie tot mij te nemen (N= 39)
13%
21%
De experts waren onpartijdig (N= 37)
11%
30%
Mijn opvattingen over het onderwerp zijn tijdens de gesprekken veranderd (N= 39)
46%
5% 37%
41%
De gespreksleider/voorzitter was onpartijdig (N= 38)
31%
41%
De sfeer onder de deelnemers was goed (N= 39)
De informatie die ik kreeg, was begrijpelijk (N= 38)
71%
38%
Ik heb voldoende informatie gekregen over wat er met de adviezen gebeurt (N= 39) Ik vond de Burgerraad goed georganiseerd (N= 39)
74%
35%
44%
13%
13%
0% 1 (helemaal niet mee eens)
15%
41%
26%
51%
8%
50%
34%
23%
54%
20% 2
3
6
10%
40%
60%
4
5 (helemaal mee eens)
80%
100%
Ik heb invloed gehad op de uitkomsten van de Burgerraad (N= 33)
15%
De uitkomsten van de Burgerraad komen overeen met mijn opvattingen (N= 23) Ik ben tevreden met de adviezen die de Burgerraad heeft gegeven (N= 28)
67%
13%
18%
78%
18%
68%
De besluitvorming over de adviezen van de burgerraad vond ik eerlijk verlopen. (N= 31)
19%
Als ik weer word ingeloot, zou ik weer meedoen met de Burgerraad (N= 34)
6%
44%
Ik heb meer vertrouwen gekregen in het handelen van de gemeente (N= 36)
6%
50%
Ik begrijp beter hoe keuzes door de gemeente gemaakt worden (N= 35)
14%
Ik vertrouw erop dat de uitkomsten van de Burgerraad door de gemeente zullen worden overgenomen. (N= 33)
9%
14%
52%
26%
47%
33%
26%
51%
36%
0% 1 (helemaal niet mee eens)
8%
9%
39%
20% 2
3
7
15%
40%
60%
4
5 (helemaal mee eens)
80%
100%
4. Bevindingen uit focusgroepen en interviews Betrokkenheid Enthousiasme over deelname en grote betrokkenheid Tijdens de evaluatiegesprekken gaven de deelnemers unaniem aan dat ze het erg leuk vonden om deel te nemen aan de burgerraad. Ze vonden het bijvoorbeeld leuk om met allemaal mensen met verschillende achtergronden kennis te maken. Ze hadden het gevoel dat er naar hen werd geluisterd en waren in het algemeen positief over de aanwezige ondersteuning vanuit de gemeente. Ook de mensen die betrokken waren bij de organisatie ervaarden grote onderlinge betrokkenheid. Er was sprake van een heel open houding en veel vertrouwen in het proces.
Deliberatie Deelnemers positief over deliberatie en meningsvorming Een belangrijk uitgangspunt bij een gelote burgerraad is besluitvorming door middel van deliberatie. Hiermee wordt een proces bedoeld waarin door dialoog en het uitwisselen van meningen standpunten worden gevormd. Meerdere deelnemers geven aan niet zonder oordeel of mening het proces in te zijn gegaan. Gedurende het proces leerden ze echter meer over het onderwerp afval en begrepen ze beter hoe complex sommige beslissingen zijn en welke overwegingen er spelen. Dit leidde ertoe dat sommigen uiteindelijk tot een ander inzicht kwamen. Dit kwam mede door werkvormen zoals het uitdagen van deelnemers om de positie van de tegenstander in te nemen. Verschillende deelnemers blikken terug op een inspirerende burgerraad waarin er ruimte was om van mening te veranderen en zo een meer overwogen mening te vormen. Kanttekeningen van initiatiefnemers bij werkvormen Ondanks deze positieve ervaringen zijn er vanuit de initiatiefnemers ook enkele kanttekeningen. De initiatiefnemers waren bij de sessies aanwezig, maar namen niet deel aan het proces. De initiatiefnemers waren van mening dat de randvoorwaarden voor goede discussie en ideenuitwisseling niet altijd optimaal waren. Dit kwam onder andere door de gehanteerde werkvormen.
Zo werden de deelnemers vroeg in het proces opgedeeld in groepjes en werden op posters ideeën verzameld. Vervolgens konden deelnemers door het plakken van stickers feedback geven op ideeën van andere groepjes. Dit leidde echter niet tot dialoog en discussie tussen deelnemers in verschillende groepjes.
Onderwerp en vraagstelling Moeite met tweeledige vraagstelling Het onderwerp van de gelote burgerraad was: "Hoe komen we tot minder afval en kan een prijsprikkel daarbij helpen?". Volgens deelnemers wordt het doel (minder afval) breed gesteund. Over hoe dit doel bereikt kon worden verschilden de meningen en daarmee was het volgens deelnemers wel een geschikt onderwerp. Wel hadden zij moeite met de tweeledige vraag. Enerzijds ging het om de brede, complexe en algemene vraag hoe er minder afval kan komen. Anderzijds ging de vraag over een specifieke maatregel (prijsprikkel). Deelnemers hadden behoefte aan een meer eenduidige vraagstelling, in plaats van een tweeledige vraag. Twijfel over geschiktheid van de vraagstelling Een deel van de deelnemers en ambtenaren gaf aan dat ze de vraag te breed vonden. Omdat het verminderen van afval zoveel aspecten omvat, was het lastig om een selectie van uit te nodigen experts te maken. Een deelnemer gaf aan dat hij het onderwerp dusdanig complex vond dat het voor hem lastig was om in de beperkte tijd een gefundeerde mening te vormen. Een andere deelnemer gaf daarentegen aan dat hij een vraag over bijvoorbeeld alleen Diftar juist te eenvoudig had gevonden. Daarvoor waren volgens hem niet vijf bijeenkomsten nodig geweest.
8
Door de organisatoren werd gereflecteerd op de vraag of door de vraagstelling de deelnemers niet te veel op de stoel van de beleidsmaker of raadsleden zijn gezet. Het probleem was erg complex en door de vraag naar een prijsprikkel ontstond een financiële discussie. De deelnemers hebben een uitspraak gedaan over lasten voor inwoners. Uitspraken over gemeentelijke tarieven en belastingen zijn niet referendabel en daarom volgens één van hen wellicht ook minder geschikt voor een burgerraad. Als alternatief was het volgens enkele betrokkenen wellicht beter geweest als de discussie en de adviezen op het niveau van normen en waarden waren geweest. Een betrokkene noemde als voorbeeld een discussie onder deelnemers over het al dan niet belonen van goed gedrag. Een advies of dit een uitgangspunt van beleid zou moeten zijn is abstracter dan een concreet advies over afval. Met een uitspraak over dit meer algemene principe zou de burgerraad meer aanvullend zijn op de gemeenteraad en zou het tijdens de burgerraad minder hoeven te gaan over zaken als wetgeving en kosten.
Rol wethouder en gemeenteraad Onvrede over inhoudelijke uitspraken wethouder tijdens proces Een groot aantal deelnemers had er moeite mee dat tijdens de tweede dag van de burgerraad de inhoudelijk betrokken wethouder inhoudelijke vragen beantwoordde over het onderwerp. Deelnemers kregen hierdoor het gevoel dat de wethouder al een sterke voorkeur voor een oplossingsrichting had. Bij een deel van de deelnemers zorgde dit voor veel weerstand en zelfs twijfel of ze nog deel wilden nemen. Zij kregen het gevoel dat ze voor het karretje werden gespannen van het college. In een latere sessie werd dit beeld genuanceerd en werd benadrukt dat de burgerraad zelf met adviezen mocht komen. Voor sommige deelnemers is het echter niet meer gelukt het negatieve gevoel weg te nemen. Deelnemers geven aan dat het prettiger was geweest als de wethouder zich niet zou hebben uitgelaten over de inhoud, maar alleen een bezoek zou hebben gebracht om zijn betrokkenheid bij het proces te tonen. Enkele deelnemers gaven aan dat ze graag vooraf de standpunten van de verschillende partijen in de gemeenteraad hadden gekend. Initiatiefnemers hoopten op grotere betrokkenheid gemeenteraad De initiatiefnemers van de burgerraad benoemden ook dat de algemene betrokkenheid vanuit de gemeenteraad minder was dan waarop ze vooraf hadden gehoopt.
Zo waren er bij elke bijeenkomst plekken gereserveerd voor raadsleden die aanwezig konden zijn. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Ook bij de start van het hele traject van de gelote burgerraad was er weinig respons: op een uitvraag bij raadsleden over mogelijke onderwerpen voor de burgerraad kwamen weinig reacties.
Indeling van het proces Veel van de deelnemers gaven aan dat de gelote burgerraad goed georganiseerd vonden. Ze gaven hierbij aan dat ze de werkvormen leuk vonden en het proces goed in elkaar vonden zitten. Ook was men tevreden over de voorzieningen, zoals de catering en de meeste locaties. Eén deelnemer gaf juist aan dat hij het overgeorganiseerd vind. Met name over de inrichting van het proces hebben de deelnemers ook een aantal verbeterpunten. Indeling en lengte van de werksessies niet optimaal De gelote burgerraad bestond uit vijf sessies die afwisselend overdag in het weekend en ’s avonds plaatsvonden. Deelnemers geven aan dat de planning van de sessies niet optimaal was. Zo gaven deelnemers aan dat dag 3 te lang was. Op deze dag moesten deelnemers een droombeeld formuleren, waarin ze hun ideale situatie beschreven. Hierdoor werden de onderwerpen en discussies weer heel erg breed. Het gevolg was dat er op dag 4 en dag 5 juist te weinig tijd was. Volgens enkele deelnemers was het beter geweest als dit onderdeel was komen te vervallen of als er minder tijd aan besteed zou zijn. Het gebrek aan tijd tijdens de laatste dagen kwam volgens een deelnemer ook doordat er pas laat in het proces duidelijk werd of iets technisch en/of juridisch haalbaar was. Voor de laatste dag werden de adviezen van de deelnemers getoetst op juridische, technische en financiële haalbaarheid.
Hierdoor is in een eerder stadium onnodig veel tijd besteed aan adviezen die toch niet haalbaar bleken. Deze feedback op haalbaarheid zorgde soms ook voor het opnieuw ophalen van oude punten, het starten van nieuwe discussies of de behoefte om adviezen samen te voegen. In combinatie met het gegeven dat niet alle deelnemers zich thuis voorbereid hadden voor dag 4 en 5, ontstond er op die dagen te veel tijdsdruk.
9
Verschillende deelnemers merken op dat het proces goed afgestemd moet worden op de complexiteit van het onderwerp. Wanneer een onderwerp complexer is, is er ook meer tijd nodig. Wanneer een onderwerp iets minder complex is, is er minder tijd nodig.
Informatie en expertkennis Tevredenheid over beschikbare informatie ondanks verbeterpunten Over het algemeen zijn deelnemers tevreden met de hoeveelheid informatie die beschikbaar was. Deelnemers geven aan dat ze het gevoel hadden dat ze alles konden vragen. Enkele deelnemers hadden meer informatie willen krijgen. Zij misten onderzoek dat al was gedaan in andere delen van Nederland. Een deelnemer gaf aan dat hij op een gegeven moment zelf op internet op zoek was gegaan naar informatie en een evaluatie van Diftar in een andere gemeente had gevonden. Hij had deze informatie graag eerder in het proces gehad. Ook had men meer informatie willen hebben over wat in Amersfoort op dit moment al gebeurt en wat de plannen zijn omtrent afval en Diftar. Doorzoekbaarheid informatie kan beter Over de vindbaarheid van informatie waren deelnemers niet enthousiast. Er was veel informatie beschikbaar maar het was lastig om hierin het thema te vinden dat op een bepaald moment relevant was. Het MetAmersfoort platform, waarop de informatie beschikbaar was, vond men niet gebruiksvriendelijk. De informatie was daarnaast chronologisch geordend per dag. Het was handiger geweest als de informatie per onderwerp gegroepeerd was of informatie op een andere manier makkelijker zou zijn te doorzoeken.
Positief over informatie van experts, maar jammer dat men niet overal bij kon zijn Tijdens de burgerraad konden deelnemers naar expertsessies gaan. De experts werden door deelnemers over het algemeen als neutraal en belangeloos ervaren. Er wordt genoemd dat de experts een positieve houding hadden en openstonden voor nieuwe ideeën. Deelnemers moesten kiezen naar welke twee experts ze wilden gaan. Een aantal deelnemers gaf aan het jammer te vinden dat ze door deze keuze informatie van andere experts misten. Dit vonden ze jammer. Een deelnemer gaf aan dat hij achteraf liever naar een ander expert was geweest omdat sommige onderwerpen, zoals de prijsprikkel, verder in het proces relevanter bleken dan andere. Anderen merkten daarentegen op dat ze via andere deelnemers soms toch informatie kregen van expertsessies waar ze niet bij waren geweest. Vraagtekens bij gebruik ChatGPT Een deel van de informatie die werd verzameld, werd verwerkt en samengevat door ambtenaren. Het ging hier om de informatie die inwoners van de stad konden inbrengen via MetAmersfoort en ideeën van deelnemers tijdens eerdere sessies. Hiervoor is ook gebruik gemaakt van ChatGPT. Een aantal deelnemers en een initiatiefnemer gaven aan het vreemd te vinden dat hiervoor generatieve AI werd gebruikt.
Ook vond een deelnemer dat zijn punten uit een eerdere sessie niet waren opgenomen in de samenvatting die door ambtenaren was gemaakt. Betrokken ambtenaren geven aan dat, hoewel ChatGPT is gebruikt bij het digitaliseren, alles vervolgens nog door een ambtenaar is gecontroleerd.
Samenspraak met de stad Beperkte inbreng en gebruik van ideeën uit de stad Het idee in het plan van aanpak was dat de burgerraad breder in de stad zou leven. Inwoners die niet waren ingeloot konden via het online platform MetAmersfoort ideeën aanleveren en meedenken. Het aantal reacties wat binnen is gekomen was beperkt. Uiteindelijk hebben 33 Inwoners dit gedaan. De deelnemers gaven aan dat de ideeën die zijn opgehaald weinig aandacht hebben gekregen in het proces. Er is door de organisatie alleen een samenvatting van de reacties gedeeld. Enkele deelnemers hebben zelf naar de reacties gekeken en vonden het jammer dat hiervoor niet expliciet tijd was ingepland. Een deelnemer gaf aan dat hij achteraf graag het gesprek was aangegaan met de auteurs van enkele reacties. Er is ook geen terugkoppeling gegeven naar mensen die een reactie hadden ingediend. Zowel de deelnemers als de initiatiefnemers gaven aan dit jammer te vinden. Eén van de initiatiefnemers gaf ook aan het jammer te vinden dat andere belanghebbenden, zoals bedrijven en maatschappelijke organisaties, niet actief betrokken zijn. 10
Deelnemers ervaarden weinig bekendheid in hun omgeving van de gelote burgerraad Deelnemers merkten dat er in hun omgeving weinig bekendheid was over de gelote burgerraad. Ze moesten steeds opnieuw uitleggen wat het inhield. Vanuit de gemeente is er actief over gecommuniceerd via verschillende kanalen, waaronder regionale kranten, sociale media en een eigen website. Op basis van de beschikbare gegevens valt niet exact te concluderen hoe groot de bekendheid van de burgerraad in de stad was. De ervaringen van de deelnemers en het aantal reacties op MetAmersfoort suggereren echter dat het aandeel inwoners dat actief meeleefde beperkt was.
Het komen tot adviezen Enkele kritische kanttekeningen over de organisatie van de stemming In de laatste sessie werd er gestemd over de verschillende adviezen. Wanneer meer dan 75 procent van de aanwezige deelnemers voor een advies stemde, werd dit aangenomen. Eén van de initiatiefnemers gaf het jammer te vinden hoe de stemming was georganiseerd. De adviezen werden als hamerstukken geveild en er was geen ruimte voor deliberatie. Ook waren sommige adviezen met haast opgesteld en op het laatste moment veranderd omdat er de laatste dag te weinig tijd was. Deelnemers konden hun stem uitbrengen via een stemkastje. Hier waren technische problemen mee, waardoor steeds één stem ontbrak. Uiteindelijk is hiervoor geen oplossing gevonden waardoor deze ontbrekende stem niet meetelde. Een deel van de deelnemers vond dat de stemming hierdoor niet helemaal eerlijk is verlopen. Ook vonden deelnemers het oneerlijk dat er voor één onderwerp een herstemming werd gehouden. Dit onderwerp was eerst niet aangenomen en na de herstemming werd het wel aangenomen. De herstemming vond alleen voor dit ene advies plaats en niet voor andere adviezen. Een enkeling heeft vraagtekens bij de haalbaarheid en inhoud van de adviezen Voordat er tijdens de laatste bijeenkomst werd gestemd over de adviezen, zijn de adviezen door ambtenaren getoetst op financiële en juridische haalbaarheid.
De adviezen zijn individueel getoetst maar niet gezamenlijk. Hierdoor is het volgens betrokken ambtenaren niet zeker of alle adviezen samen financieel haalbaar zijn. Één van de ambtenaren met inhoudelijke kennis over het thema gaf daarnaast aan dat hij de adviezen soms tegenstrijdig vond. Hij noemde als voorbeeld dat het volgens hem tegenstrijdig was om Diftar in te voeren maar tegelijkertijd de afvalstort gratis te houden. Wanneer inwoners moeten betalen voor hun restafval, is dit een prikkel om alles gratis naar de afvalstort te brengen.
Eigenaarschap versus ondersteuning Initiatiefnemers vinden dat deelnemers ook de overlegvormen hadden moeten bepalen Een ander punt dat terugkwam in de evaluatiegesprekken betrof eigenaarschap van het proces. De initiatiefnemers vonden dat er tijdens de burgerraad te weinig aandacht is geweest voor de inrichting van het proces door de deelnemers. Volgens hen zijn de deelnemers voornamelijk inhoudelijk aan de slag gegaan met een proces dat grotendeels vooraf was bedacht door de gemeente en het externe bureau dat de sessies begeleidde. Hoewel de deelnemers op verschillende momenten de mogelijkheid hadden om feedback te geven op het proces, leidde dit tot te weinig eigenaarschap. Het gehele proces met de gebruikte werkvormen had daardoor volgens één van de initiatiefnemers het gevoel van een participatieproces, waarin deelnemers meedenken met de gemeente. Volgens het vooraf opgestelde plan van aanpak was het idee juist dat de inwoners zelf eigenaar zouden zijn van het proces en zelf zouden beslissen over de vorm en inhoud. Hiervan was volgens de initiatiefnemer te weinig sprake. Ambtelijke ondersteuning meer dan van tevoren verwacht Vanuit de ambtelijke organisatie werd ook gereflecteerd op het eigenaarschap. De keuzes en ideeën van de deelnemers tijdens de sessies, werden vervolgens door ambtenaren uitgewerkt en gedigitaliseerd.
Hier ging veel meer tijd in zitten dan vooraf was verwacht. Eén deel van de organisatoren vond dat het eigenaarschap hierdoor ook te veel bij de organisatie kwam te liggen. Het uitwerken vergt bovendien interpretatie. Daarom was het volgens een van de organisatoren misschien ook beter geweest als dit meer bij de deelnemers had gelegen.
11
Deelnemers hadden soms behoefte aan meer ondersteuning Daarentegen gaf een deel van de deelnemers aan dat ze juist graag meer ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie hadden gehad op bepaalde punten. Het was moeilijk om in alle beschikbare kennis de juiste informatie te vinden. Volgens sommige deelnemers was het fijn geweest als er hiervoor ondersteuning was geweest en de relevante informatie werd gefilterd bij de punten die op dat moment werden besproken. Ook gaf men aan dat het handig zou zijn als er ondersteuning was geweest bij het schrijven van de adviezen. Door beperkte ervaring met het schrijven van teksten ging het formuleren van de adviezen tijdens de laatste dag niet in alle groepjes even soepel. Ondersteuning vanuit de gemeente door mensen met expertise op het gebied van communicatie of redactie zou prettig zijn geweest aldus een deelnemer.
12
5. Representativiteit Voor de selectie van deelnemers is grotendeels het voorstel in het plan van aanpak gevolgd. Een uitgangspunt hierin was dat de gemeente wordt opgedeeld in 54 gebieden van gelijke grootte. Vervolgens werden 10.800 Amersfoorters van 16 jaar en ouder benaderd met de vraag of zij mee wilden doen aan de burgerraad. Van degenen die aangaven mee te willen doen, werd vervolgens één persoon per gebied geselecteerd. Door deze aanpak heeft iedere inwoner van Amersfoort van 16 jaar een ouder evenveel kans om een uitnodiging te ontvangen om mee te doen aan de burgerraad. Om mogelijke belemmeringen weg te nemen, zorgde de gemeente in gevallen waar dit noodzakelijk was onder andere voor: een vergoeding voor de opvang van kinderen, vervoer naar de locatie en een tolk. Alle deelnemers kregen ook een dagvergoeding van 100 euro per dag.
Het doel van deze maatregelen was om ervoor te zorgen dat, voor zover mogelijk met 54 personen, de burgerraad een goede afspiegeling zou zijn van de gemeente Amersfoort. Door de geografische spreiding van deelnemers over de gemeente zou ook een spreiding voor verschillende sociaal-economische statussen ontstaan was het idee (Plan van aanpak, 2024, p. 11). Om te controleren in hoeverre dit is gelukt, is tijdens de eerste dag een korte vragenlijst afgenomen met enkele vragen over de persoonlijke situatie van de deelnemers. Uit de resultaten blijkt dat voor een aantal kenmerken de deelnemers een goede afspiegeling zijn van de Amersfoortse bevolking. Omdat er één deelnemer is geselecteerd per gebied, wonen de deelnemers verspreid door heel Amersfoort. Ook de man-vrouwverhouding is aardig gelijk. Van de deelnemers was 44% vrouw. Hoewel de jongeren iets ondervertegenwoordigd zijn, was desondanks 8 % van de deelnemers onder de 24 jaar. In Amersfoort is dit 13%. Verder was er een behoorlijk goede afspiegeling voor het type huishouden, met zowel eenpersoons als meerpersoonshuishoudens. Dit geldt ook voor de verdeling tussen mensen in grondgebonden woningen en appartementen. Twee kenmerken laten echter zien dat de groep deelnemers sociaaleconomisch niet helemaal een afspiegeling is van de Amersfoortse bevolking.
Van de deelnemers heeft 75% een hbo- of wo-opleiding gevolgd, terwijl dit voor 42% van de Amersfoorters geldt. Ook het aandeel inwoners dat in een sociale huurwoning woont wijkt af van het Amersfoorts gemiddelde. Van de deelnemers was dit 9%, terwijl dit voor Amersfoort als geheel 29% is. Op basis hiervan kunnen we concluderen dat het aandeel
hbo-
en
wo-opgeleiden
oververtegenwoordigd
is
en
het
aandeel
mensen
in
een
sociale
huurwoning
ondervertegenwoordigd is in de groep deelnemers aan de burgerraad.
Figuur 2 - Opleidingsniveau van deelnemers gelote burgerraad t.o.v. gemiddeld in Amersfoort (N = 48) Basisonderwijs of vmbo
MBO of havo/vwo
Figuur 3 - Percentage dat woont in een sociale huurwoning (N = 47) Gelote Burgerraad
2%
Amersfoort
22% 23%
Hbo of universiteit
Gelote Burgerraad
36% 75% 42%
Amersfoort
13
9% 29%
Ervaring van deelnemers met betrekking tot representativiteit en de gehanteerde aanpak Verschillende perspectieven op de burgerraad als afspiegeling Naast de aantallen zijn de ervaringen van de deelnemers ook van belang. De deelnemers waren er niet over uit of de burgerraad een goede afspiegeling vormde van de Amersfoortse bevolking. Enerzijds vonden ze dat er veel verschillende denkwijzen en perspectieven waren tijdens de gesprekken. Anderzijds kant hadden enkele deelnemers toch het gevoel dat er bepaalde groepen ontbraken en dat het merendeel van de deelnemers wit en mannelijk was. Eén van de deelnemers gaf ook aan dat iedereen begaan was met het onderwerp en dat er iemand zoals zijn buurman, die al het afval gewoon in de oranje afvalcontainer gooit, ontbrak. Vraagtekens bij de hoogte van de vergoeding en het nut van tolken Tijdens het gesprek werd door een deelnemer naar voren gebracht dat hij de dagvergoeding van 100 euro wel erg hoog vond en dat dit van hem niet had gehoeven. Tegelijkertijd had een andere deelnemer van anderen gehoord dat de vergoeding voor hen een belangrijke reden was voor deelname. Tijdens een deel van de bijeenkomsten waren er twee deelnemers die ondersteuning kregen van een tolk. In de gesprekken de we hebben gevoerd gaven enkele deelnemers aan dat ze de rol van de tolken lastig vonden.
Zo merkte men dat het uiteengaan in groepjes met een tolk moeizaam verliep en dat het lastig was voor degene met tolk om in discussies te participeren. Een van de deelnemers maakte ook meer een principieel punt dat hij vindt dat in een Nederlandse gemeente de voertaal Nederlands zou moeten zijn. De personen die gebruik hebben gemaakt van een tolk waren niet aanwezig bij de laatste bijeenkomst en hebben we niet kunnen spreken in het kader van deze evaluatie. Volgens deelnemers leidde uitval niet tot een verandering van de groep Tijdens de laatste bijeenkomst, waar werd gestemd over de adviezen waren niet alle deelnemers meer aanwezig. Van de 54 deelnemers die zich hadden aangemeld, waren er de laatste dag nog 39 over. Dit betekent dat 28% van de deelnemers de laatste dag niet aanwezig was. We weten niet precies of, en zo ja, hoe de groep uitvallers verschilt van degenen die alle bijeenkomsten aanwezig waren. Deelnemers gaven echter aan niet het gevoel te hebben dat de uitval tot een verandering van de groep had geleid. Ook de projectleider liet weten een aantal afmeldingen te hebben gekregen vanwege persoonlijke omstandigheden en ziekte.
14
Onderzoek en Statistiek Gemeente Amersfoort Auteur
Laurens Steehouder & Suzanne Ekhart
Evaluatiecommissie
Charley Fiedeldij Dop, Reint Jan Renes & Gerard Chel
Datum
September 2025