CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Boom Effect Rapportage plangebied Sportlaan Hoogland (Treevision, 19 december 2025)

Commissie Omgeving 3 juni 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Vaststellen kaderstellende notitie en reactienota nieuw Zwembad Hoogland (oordeelsvorming)3.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amersfoort Afdeling: Stad & Ontwikkeling T.a.v. mevr. H. Hibma Stadhuisplein 1 3811 LM Amersfoort

Betreft: notitie boomtechnisch onderzoek plangebied Sportlaan in Hoogland

Nijkerk, 19 december 2025 Geachte mevrouw Hibma, Op uw verzoek heeft Treevision op vrijdag 12 december 2025 een Boom Effect Rapportage (BER) uitgevoerd binnen plangebied Sportlaan in Hoogland. Middels deze notitie ontvangt u een samenvatting van de inspectie resultaten, conclusies m.b.t. behoudenswaardigheid en enkele algemene adviezen m.b.t. verdere planvorming in relatie tot de aanwezige bomen. Aanleiding Gemeente Amersfoort is bezig met de voorbereidingswerkzaamheden voor het sloop en nieuwbouw van het zwembad aan de Sportlaan in Hoogland. Vooralsnog is er geen concreet en voldoende uitgewerkt ontwerp van de nieuwbouw beschikbaar. De locatie van het nieuwe zwembad en het bouwvlak zijn bekend. Tevens is bekend dat ter plaatse van het huidige zwembad parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Omdat het nieuwe zwembad ter plaatse van een bestaand kunstgras (voetbal) veld wordt gerealiseerd, worden twee bestaande voetbalvelden omgevormd van gras naar kunstgras. Ten behoeve van nadere besluitvorming en planontwikkeling wil de gemeente inzicht krijgen in de kwantiteit, kwaliteit en behoudenswaardigheid van de binnen het aangegeven plangebied aanwezige bomen. Om deze reden is Treevision verzocht een offerte uit te brengen voor het uitvoeren van een Bomen Effect Rapportage (BER).

Doelstelling Een BER wordt opgemaakt in de initiatieffase van het project voorafgaand aan (concrete) plannen voor bouw of (her)inrichting. Het uitgangspunt van een Bomen Effect Rapportage is dat de bomen in het perspectief van de projectuitvoering in hun huidige verschijningsvorm en op dezelfde standplaats duurzaam behouden blijven. Het betreft een inventarisatie en beoordeling van alle bomen die binnen de (mogelijke) invloedssfeer van het project vallen. De beoordeling geeft inzicht in de aantallen en de waarde van de aanwezige bomen en in het aantal te kappen en te behouden bomen (kwantiteit), voor realisatie van het voorlopig projectplan. Doel hiervan is dat eventueel beeldbepalende c.q. waardevolle bomen zoveel als mogelijk worden ingepast in een nader uit te werken ontwerp-/inrichtingsplan en duurzaam behouden kunnen blijven.

Daarnaast zal waar mogelijk worden aangegeven met welke eisen en randvoorwaarden globaal rekening moet worden gehouden om boven- en ondergrondse schade te voorkomen en zal per boom de potentiële verplantbaarheid worden vastgesteld. De conclusies uit de BER geven richting aan de besluitvorming omtrent het ontwerp en de te kiezen methoden en werkwijzen voor de betreffende bomen (Bron: gemeente Amersfoort). Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd door een aantoonbaar ervaren en gecertificeerd boomtechnisch adviseur (European Tree Technician). De bomen binnen de aangeleverde projectgrenzen zijn individueel geïnspecteerd, waarbij is gekeken naar onderstaande opnamekenmerken: • Soort en omvang • Kwaliteit en veiligheid • Toekomstverwachting • Behoudenswaardigheid • Potentiële verplantbaarheid In bijlage 1 vindt u een toelichting op de gehanteerde onderzoeksmethode en de toegepaste klassenindelingen. Een kaart met de locaties en nummering van de bomen is weergegeven in bijlage 2 en een tabel met inspectiegegevens per boom (xls) is separaat opgeleverd. Beschrijving situatie en inspectieresultaten Binnen de begrenzing van het projectgebied staan in totaal 99 bomen.

Het betreft bomen die in de directe omgeving staan van: het huidige zwembad (werkgebied A), de huidige parkeerplaats, de entree van de voetbalvereniging en het pupillenveld (werkgebied B), en de ‘gras-voetbalvelden’ (werkgebied C). In Bijlage 2 zijn naast een kaart met boomnummers enkele overzichtsfoto’s toegevoegd van de bomen en het plangebied. Werkgebied A Ten westen van het zwembad en op- en rond het met trottoirtegels verharde speelveldje (voetbal) staan boom 1 t/m 15. De bomen die op het speelveldje staan, staan in boomspiegels. De bomen die rond het speelveldje staan, staan in een grasstrook. Het betreft vijf, over het algemeen vrij forse, zomereiken (Quercus robur), vijf ruwe berken (Betula pendula), drie zwarte elzen (Alnus glutinosa), een ratelpopulier (Populus tremula) en een gewone plataan (Platanus x hispanica). Vier van de vijf zomereiken verkeren in ‘onvoldoende conditie’ en hebben een ‘verminderde behoudenswaardigheid’ , negen bomen hebben een ‘voldoende conditie’ en zijn ‘behoudenswaardig’, en de gewone plataan verkeert in ‘goede conditie’ en is ‘zeer behoudenswaardig’. Van één boom (boom 4) is slechts nog een stobbe van ongeveer 1,5 meter aanwezig. Aan de noord- en oostzijde van het zwembad staan 25 bomen in begroeiing (boom 16 t/m 40).

Het betreft zes ratelpopulieren, zes ruwe berken, vijf relatief forse zomereiken, vijf zwarte elzen, een gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), een vogelkers (Prunus padus) en een gewone es (Fraxinus excelsior). 21 van deze 25 bomen verkeren in een ‘voldoende‘ of ‘goede conditie’ en zijn ‘behoudenswaardig’ of ‘zeer behoudenswaardig’, en 3 bomen

(boom 16, 27 en 37) hebben een ‘onvoldoende conditie’ en zijn ‘verminderd behoudenswaardig’. Van één boom (boom 40) is slechts nog een stobbe aanwezig. Werkgebied B Aan de rand van de parkeerplaats staan 12 bomen (boom 41 t/m 52). De bomen staan per twee in relatief smalle plantvakken. Het betreft acht gewone platanen en vier gewone beuken (Fagus sylvaticia). Twee van de 12 bomen zijn rond de 14 meter hoog, de andere bomen zijn ongeveer 11 meter hoog. Drie platanen hebben een ‘onvoldoende conditie’ en zijn ‘verminderd behoudenswaardig’. De overige negen bomen verkeren in een ‘voldoende‘ of ‘goede conditie’ en zijn ‘behoudenswaardig’ of ‘zeer behoudenswaardig’. Nabij de entree en de kantine van de voetbalvereniging staan negen bomen (boom 53 t/ 61). Het betreft vijf zomereiken, twee goudberken (Betula ermanii) en twee gewone beuken. De vrij smalle goudberken (boom 53 en 54), die in een plantvak staan, verkeren in ‘voldoende conditie’ en zijn ‘behoudenswaardig’. Drie van de zomereiken (boom 55, 56 en 57) staan in een plantvak. Zij vormen één grote kroon en staan dicht op de entree van de voetbalclub, waardoor ze zichtbepalend zijn. Deze drie bomen zijn ‘behoudenswaardig’ en hebben een ‘voldoende conditie’. Boom 58 t/m 61 staan in een grasstrook. Dat zijn twee gewone beuken en twee zomereiken.

Eén van de zomereiken verkeert in ‘onvoldoende conditie’ en is ‘verminderd behoudenswaardig’, de andere drie bomen die in de grasstrook staan, hebben een ‘voldoende conditie’ en zijn ‘behoudenswaardig’. Ten zuidwesten en zuidoosten van het pupillen-voetbalveld staan tien bomen (boom 90 t/ 99). Het betreft drie gewone essen, drie zomereiken, twee gewone beuken, één gewone plataan en één ruwe berk. De stamdiameters van de bomen liggen tussen de 37 en 64 centimeter. Drie van de bomen verkeren in ‘goede conditie’ en zijn ‘zeer behoudenswaardig’. De andere zeven bomen hebben een ‘voldoende conditie’ en zijn ‘behoudenswaardig’. De bomen staan in grasstroken met onderbegroeiing. Werkgebied C Tussen- en rond de voetbalvelden, die (nog) een reguliere grasmat hebben, staan 28 bomen (boom 62 t/m 89). Op de drie bomen, die ten oosten van het meest oostelijk gelegen voetbalveld staan (boom 87, 88 en 89), na, betreft het allemaal Italiaanse populieren (Populus nigra ‘Italica’). Twee van deze populieren verkeren in een ‘voldoende conditie’. De andere 23 populieren hebben een ‘goede conditie’. De opgenomen populieren zijn allemaal ‘behoudenswaardig’. De populieren (boom 62 t/m 67), welke aan de noordzijde van het meest westelijk gelegen ‘gras-voetbalveld’ staan, staan in het gras, op ongeveer 10 meter afstand van de zijlijn. Er zijn geen boomwortels op het maaiveld zichtbaar.

Nagenoeg alle populieren die tussen de ‘gras-voetbalvelden’ in staan (boom 68 t/ 77), hebben - aan de oostzijde van de stamvoeten - forse- tot zeer forse boomwortels die op het maaiveld liggen. In sommige gevallen strekt het deel van de wortels dat op het maaiveld zichtbaar is zich maar liefst vijf meter uit, tot een afstand van ongeveer twee meter van de zijlijn van het voetbalveld. De populieren (boom 78 t/m 86), welke aan de zuidzijde van het meest oostelijk gelegen voetbalveld staan, staan op ongeveer 10 meter afstand van de achterlijn, net buiten het

terrein van de voetbalvereniging en in een grasstrook met onderbegroeiing. Er is rond deze bomen geen beworteling op het maaiveld zichtbaar. Boom 87, 88 en 89 zijn gewone beuken, welke op een grasveld staan en in ‘voldoende-‘ tot ‘goede conditie’ verkeren. Ze zijn ‘behoudenswaardig’ tot ‘zeer behoudenswaardig’. Verplantbaarheid Gezien het formaat en/of de standplaats van de bomen, is geen van de 99 bomen als ‘potentieel verplantbaar’ aangemerkt. Advies Het overgrote deel van de 99 bomen binnen het plangebied zijn ‘behoudenswaardig’ of ‘zeer behoudenswaardig’. Van de tien bomen die ‘verminderd behoudenswaardig’ zijn, staan er in totaal zes stuks ter plaatse van- en rond de te realiseren parkeerplaats (de locatie van het huidige zwembad). Wanneer er wordt besloten de bomen op deze locatie te behouden, dan wordt er geadviseerd om groeiplaatsverbetering toe te passen. Hierbij kan worden gedacht aan ruimere boomspiegels dan wel plantvakken en het verrijken van de grond met humusrijke teelaarde. De Italiaanse populieren, welke tussen de huidige ‘gras-voetbalvelden’ in staan (boom 68 t/ 77), zijn breed en oppervlakkig verworteld. De (zeer) forse boomwortels op het maaiveld, maken dat duidelijk zichtbaar. Wanneer bij deze voetbalvelden het gras wordt vervangen door kunstgras is er een ontgraving van ongeveer 30 centimeter nodig.

Door de aanwezige beworteling zal de projectinvloed op betreffende populieren groot zijn. Behoud van deze bomen zal dan zeer lastig zijn. Het advies voor deze populieren zou zijn om de mogelijkheid tot behoud verder te onderzoeken middels een Bomen Effect Analyse (BEA), ware het niet dat gedurende het onderzoek is vernomen dat betreffende bomen geveld zullen worden. De verscheidene overlastmeldingen, die door de voetbalvereniging betreffende deze bomen zijn gedaan bij de gemeente Amersfoort, liggen hier ten grondslag aan. De gevelde bomen zullen ‘gecompenseerd’ worden in de directe omgeving van de voetbalvelden. Van de Italiaanse populieren, welke aan de noordzijde (boom 62 t/m 67) en aan de zuidzijde (boom 78 t/m 86) van de te vernieuwen voetbalvelden staan, zijn geen boomwortels op het maaiveld zichtbaar. Het valt echter niet uit te sluiten dat er ter plaatse van de benodigde ontgraving (forse) beworteling aanwezig is. Hoewel exacte detaillering van de herinrichtingswerkzaamheden nog niet bekend is, is het van belang dat onnodige schade aan de boom en/of groeiplaats tijdens de werkzaamheden wordt voorkomen en hiertoe boombeschermende maatregelen worden genomen (zie bijlage 3: algemene eisen en randvoorwaarden en bijlage 4: Poster ‘werken rond bomen’).

Indien gewenst kunnen wij u, met betrekking tot verdere planontwikkeling en/of maatregelen ten gunste van de bomen, in een later stadium verder adviseren. Om eventueel specifieke knelpunten in beeld te krijgen en gerichter te kunnen adviseren wordt geadviseerd aanvullend een Bomen Effect Analyse (BEA) uit te (laten) voeren wanneer n.a.v. deze BER een meer concreet ontwerp is gemaakt.

Tijdens een dergelijk onderzoek wordt o.a. op representatieve locaties gericht bodem- en bewortelingsonderzoek uitgevoerd om zodoende inzicht te krijgen in de knelpunten / (on)mogelijkheden m.b.t. al dan niet aanwezige beworteling. Met name voor wat betreft de Italiaanse populieren welke ten zuiden en ten noorden van de te vernieuwen voetbalvelden staan is dit relevant. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en geadviseerd. Mochten er echter nog vragen zijn, dan hoor ik dit graag.

Hoogachtend en met vriendelijke groet,

P. (Peter) Spijker

Boomtechnisch adviseur European Tree Technician | Gecertificeerd Boomveiligheids Inspecteur

Bijlage 1: Methode van onderzoek 1.1 Visuele controle Voor het uitvoeren van de visuele controle maakt Treevision gebruik van twee methoden, de 1VTA en de 2IBA-methode. Voor het toepassen van deze methoden is specifieke kennis en ervaring een absolute vereiste. Op basis van deze deskundigheid kunnen eventuele biologische en/of mechanische afwijkingen en gebreken worden vastgesteld, om zodoende een uitspraak te kunnen doen over al dan niet aanwezige veiligheidsrisico’s. Het biologische gedeelte omvat een visuele conditiebepaling van de boom (of bomen); hierbij worden de volgende conditieklassen gehanteerd (zie tabel 1): Tabel 1: overzicht conditieklassen

Klasse

Kenmerken

Goed

Boom vertoont gewenste soortspecifieke groei, wat zichtbaar is aan de goede twijggroei en knopontwikkeling.

Voldoende

Boom vertoont niet optimale groei, wat zichtbaar is aan de verminderde scheutlengte en de meer transparante kroon als gevolg van verminderde ontwikkeling van zijknoppen. De verminderde (groei)omstandigheden hebben nog geen duidelijke negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling.

Onvoldoende

Boom verkeert in een (sterk) verminderde conditie, wat zichtbaar is aan de transparante kroon door (deels) afstervende twijgen, matige twijggroei, afstervende takuiteinden en regeneratiegroei op hoofdgesteltakken. De levensverwachting van de boom is (sterk) verminderd.

Slecht

De boom vertoont duidelijke signalen van algehele aftakeling, wat zichtbaar is aan forse kroonsterfte en zeer beperkte groei. De levensverwachting van de boom is ernstig verminderd.

Aanvullend wordt gekeken naar signalen (m.n. vruchtlichamen), die wijzen op een (houtparasitaire) schimmelaantasting. Indien dit het geval is, dan zal worden vastgesteld of en in welke mate er al houtafbraak heeft plaatsgevonden en in hoeverre dit van invloed is op de breukvastheid en/of stabiliteit. Het mechanische gedeelte omvat een boomveiligheidsbeoordeling, waarbij de volgende klassenindeling wordt gehanteerd (zie tabel 2): 1 De VTA-methode (Visual Tree Assessment of visuele boomveiligheidsbeoordeling) is een systematiek ontwikkeld door prof. Dr. C. Mattheck. De boom wordt in zijn geheel (kroon, stam en stamvoet) beoordeeld op zichtbare fysische gebreken (verzwakkings-symptomen). De niet-visuele hulpinstrumenten zijn een sondeerstang en een klophamer waarmee verborgen holtes/rottingen kunnen worden vastgesteld. Tijdens de inspectie wordt er gelet op biologische en mechanische gebreken. 2 De IBA-methode of Integrierte BaumAnalyse (Reinartz & Schlag, 1996) is vergelijkbaar met de VTA-methode. Een belangrijk onderdeel is de kennis van de biologie van houtrot veroorzakende (parasitaire) schimmels. Met name voor stam- en wortelrot worden belangrijke criteria gegeven om de ernst van de schade te beoordelen.

De SIA (Statisch Integrierte Abschätzung) (Wessolly, 1996) is een nadere uitwerking van de IBA-methode en geeft ook beoordelingscriteria voor de stabiliteit en de breukgevoeligheid van bomen.

Tabel 2: klassenindeling mechanische kwaliteit

Klasse

Kenmerken

Goed

Geen signalen van mechanische verzwakking.

Voldoende

In enige mate signalen van (beginnende) mechanische verzwakking, als gevolg van bijvoorbeeld beginnende overbelasting, inrotting of (beperkt) ingerotte snoeiwonden.

Onvoldoende

Boom vertoont bv. als gevolg van zwaarbelaste gesteltakken, plakoksels, fors ingerotte wonden of recente scheefstand duidelijke signalen van mechanische verzwakking in de vorm van versterkings- en compensatiegroei en/of vormafwijkingen.

Slecht

De boom is mechanisch gezien sterk verzwakt; de kans op het uitbreken van kroondelen, stambeuk of windworp is reëel aanwezig.

In veruit de meeste gevallen is het mogelijk om op basis van een visuele beoordeling, eventueel met gebruikmaking van enige hulpmiddelen (sondeerstang en klophamer), te kunnen beoordelen of een boom voldoende stabiel en breukvast is. Bij een (sterk) vermoeden van een (potentieel) veiligheidsrisico is nader onderzoek vereist. Indien noodzakelijk kan dit plaatsvinden met behulp van geavanceerde meetapparatuur.

1.2 Toekomstverwachting De toekomstverwachting van de boom wordt met name bepaald door de volgende factoren: • • • •

Kwaliteit (voeding) en kwantiteit (doorwortelbare ruimte) van de groeiplaats; Actuele conditie; Eventuele aanwezigheid van mechanische gebreken; Eventuele aantastingen door (houtparasitaire) schimmelsoorten.

Het bepalen van de toekomstverwachting betreft nadrukkelijk een momentopname en geldt uitsluitend bij gelijkblijvende (groeiplaats)omstandigheden. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de volgende klassenindeling (zie tabel 3 op hiernavolgende pagina):

Tabel 3: klassenindeling toekomstverwachting

Klasse

Kenmerken

Goed

Boom verkeert in een goede conditie, er zijn geen mechanische gebreken geconstateerd en kan veilig worden gehandhaafd. De levensverwachting van de boom is minimaal 15 jaar.

Voldoende

De toekomstverwachting van de boom is enigszins verminderd, maar de aangetroffen (geringe) afwijkingen zijn van dien aard dat eventueel herstel goed mogelijk wordt geacht. Op basis van de huidige toestand van de boom wordt de komende 10 jaar geen uitval verwacht. De boom kan veilig worden gehandhaafd maar, afhankelijk van de aangetroffen afwijking, kan in sommige gevallen een (licht) verhoogde controlefrequentie noodzakelijk zijn.

Onvoldoende

De toekomstverwachting van de boom is sterk verminderd. Er zijn mechanische gebreken en/of schimmelaantastingen aangetroffen of de conditie is verminderd, maar op grond van de huidige toestand van de boom wordt de komende 5 jaar geen uitval verwacht. De boom kan vooralsnog veilig worden gehandhaafd; in sommige gevallen kunnen gerichte (veiligheids)maatregelen nodig zijn. Een verhoogde controlefrequentie is (veelal) noodzakelijk.

Slecht

Boom heeft, vanwege sterk verminderde conditie en/of ernstige mechanische gebreken en/of houtparasitaire schimmelaantastingen een uiterst beperkte toekomstverwachting. De kans is reëel aanwezig dat de boom binnen korte tijd geheel afsterft of anderszins uitvalt. Naast een verhoogde controlefrequentie kan het noodzakelijk zijn gerichte (veiligheids)maatregelen te treffen, om de boom (vooralsnog) veilig te kunnen handhaven.

1.3 Behoudenswaardigheid De behoudenswaardigheid van een boom wordt bepaald aan de hand van de eigenschappen van de boom zoals soort, omvang en locatie in combinatie met de huidige kwaliteit en toekomstverwachting. Bij deze beoordeling is iedere boom ingedeeld in één van de vijf categorieën van uitermate behoudenswaardig tot en met niet behoudenswaardig (zie tabel 4). Tabel 4: categorieën behoudenswaardigheid

Symbool

Behoudenswaardigheid

++

Uitermate behoudenswaardig

+

Zeer behoudenswaardig

+-

Behoudenswaardig

-

Beperkt behoudenswaardig

--

Niet behoudenswaardig

1.4 Potentiële verplantbaarheid Voor het bepalen van de verplantbaarheid van een boom wordt onderzocht of de boom een goede conditie en mechanische kwaliteit heeft. Een gezonde boom heeft voldoende toekomstperspectief en een goede conditie vergroot de hergroei kansen. Bomen met een plakoksel, een eenzijdige kroon, zware overbelasting of scheve groei hebben geen of onvoldoende toekomstperspectief. Daarnaast wordt gekeken naar soortspecifieke eigenschappen en de praktische uitvoerbaarheid (omvang boom en omgevingsfactoren). Tot slot worden de kosten en baten tegen elkaar afgewogen ten opzichte het eventueel planten van een nieuwe (kwekerij) boom.

Bijlage 2: Bomenkaart met weergave behoudenswaardigheid en foto’s

Foto 1: Zicht op boom 14, 15, 1, 2 en 3

Foto 2: Zicht op boom 5 t/m 13

Foto 3: Zicht op boom 20 t/m 35

Foto 4: Zicht op boom 36 t/m 39

Foto 5: Zicht op boom 48 t/m 52

Foto 6: Zicht op boom 55 t/m 59

Foto 7: Zicht op boom 65 t/m 75

Foto 8: Zeer forse wortels op maaiveld (boom 70)

Foto 9: Zeer forse wortels op maaiveld (boom 70)

Foto 10: Zeer forse wortels op maaiveld (boom 73)

Foto 11: Forse wortels op maaiveld (boom 76)

Foto 12: Zicht op boom 96 t/m 99

Bijlage 3: Algemene eisen & randvoorwaarden Om gedurende de uitvoering van de werkzaamheden onaanvaardbare schades aan de voornemens te handhaven bomen en/of de groeiplaatsen te voorkomen zijn onderstaande eisen en randvoorwaarden noodzakelijk. Deze zijn vooral van belang binnen de zogenaamde ’3kwetsbare zone’. Ontgraving Daar waar nabij voornemens te behouden bomen graafwerkzaamheden worden verricht, is het een vereiste dat dit steeds wordt voorafgegaan door nauwkeurig en handmatig voorsteken. Wanneer blijkt dat er veel en/of dikkere wortels aanwezig zijn, dienen de volgende regels strikt in acht te worden genomen: 1. Wortels met een diameter dikker dan 5 centimeter handhaven Fijne(re) wortels met een diameter kleiner dan circa 5 centimeter bestaan geheel of grotendeels uit levend en dus actief spinthout en zijn daarom veelal in staat de gemaakte wonden goed af te grendelen en te overgroeien. Bij het verwijderen of beschadigen van wortels met een diameter groter dan circa 5 centimeter wordt het levenloze kernhout blootgelegd. Bij het ontstaan van dergelijke grote wonden is een aantasting door houtparasitaire schimmels vaak het gevolg, waardoor op termijn de stabiliteit of breukvastheid van de boom vermindert. Bovendien kan er bij deze bomen direct gevaar voor windworp ontstaan wanneer belangrijke stabiliteitswortels worden verwijderd. 2.

Niet meer dan 10 % van het totale wortelgestel verloren laten gaan Indien een boom in goede conditie verkeert, zal het verlies van een klein deel (maximaal 10%) van de fijne wortels goed verdragen worden en zal de boom meestal weer herstellen. Bij verlies van een groot deel van de fijne wortels zal vrijwel zeker (ernstig) conditieverlies optreden. Ophoging Binnen de kwetsbare zone, maar tenminste binnen de huidige kroonprojecties, mag er in beginsel geen grondophoging plaatsvinden. Grondophoging kan er gemakkelijk toe leiden dat de noodzakelijke diffusie (afvoer schadelijke afbraakgassen en toetreding zuurstof) en infiltratie van hemelwater (ernstig) wordt belemmerd. Daarnaast kan er ook gemakkelijk structuurbederf (verslemping/verdichting) en verstoring van het noodzakelijk aanwezige bodemleven ontstaan. Voor een duurzaam behoud van de bomen is het een vereiste dat deze potentieel negatieve effecten (zoveel mogelijk) worden voorkomen. Bodemverdichting De bodem mag binnen de kwetsbare zone, maar tenminste binnen de huidige kroonprojecties, niet verder verdicht raken. Dit betekent dat er geen zwaar transport (bouwverkeer) of opslag van bouwmaterialen mag plaatsvinden. Een verdere verhoging van de bodemverdichting leidt onherroepelijk tot (nog meer) wortelsterfte en zal de ontwikkeling van nieuwe beworteling belemmeren.

3

Dit is de zone rond de boom waarbinnen vitale onderdelen van de boom als gevolg van bouwwerkzaamheden (ernstig) beschadigd kunnen raken. De kwetsbare zone omvat, naast het bovengrondse gedeelte van de boom, ook ondergronds die ruimte van het bodemprofiel dat is doorworteld, dan wel die ruimte die voor de (toekomstige) groei van de boom essentieel is.

Bijlage 4: Poster ‘werken rond bomen’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17020884/1