CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Financiën

Raadsvergadering 1 april 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Aanbieden informatiepakket ambtelijke organisatie door gemeentesecretaris5.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

FINANCIËN

Financiën Inhoud 1.

Inleiding ..........................................................................................................................2

2.

Hoofdlijn gemeentelijke financiën en P&C-cyclus .........................................................4

3.

Financiële stand van zaken.............................................................................................6 1.

Meerjarenbegroting 2026-2029 .....................................................................................6

2.

Septembercirculaire 2025 ............................................................................................9

3.

Financiële ontwikkelingen na vastgestelde meerjarenbegroting 2026-2029 ....................9

4.

Autonome ontwikkelingen .......................................................................................... 10

5.

Financiële gevolgen landelijk coalitieakkoord ............................................................. 10

6.

Resumerend .............................................................................................................. 11

4.

Mogelijke keuzes in opgaven en ambities ..................................................................... 12

5.

Financiële doorkijk ....................................................................................................... 16

6.

Ontwikkelingen na Kaderbrief 2027-2030 ..................................................................... 16

1

FINANCIËN

1. Inleiding Dit financieel beeld is gebaseerd op het ambtelijke beeld voor de komende jaren. Dit betekent dat we hierin geen bestuurlijke keuzes maken, maar deze wel in beeld brengen. Het maakt deel uit van de ambtelijke set stukken die aan de raad wordt aangeboden aan de start van de nieuwe raadsperiode. In de Amersfoortse Verordening voor het financieel beleid en beheer is het volgende opgenomen (art. 4): “Het college biedt jaarlijks de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor zowel de begroting voor het volgende begrotingsjaar als de meerjarenraming.” Normaal gesproken ontvangt de raad in het voorjaar een kadernota van het college waarin de financiële kaders en een voorstel voor het beleid voor de komende jaren is opgenomen. Aangezien dit een bijzonder jaar is met de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart en de daaruit voortkomende coalitieonderhandelingen voor een nieuwe coalitie, beperkt het college zich dit jaar tot een beleidsarme kaderbrief. Reden is dat het (nieuwe) beleid juist onderwerp van gesprek is bij de vorming van een nieuwe coalitie. In de kaderbrief staat informatie over het financiële beeld zoals dat er op dat moment voor de komende vier jaar uitziet. Daarin zijn ook de autonome ontwikkelingen meegenomen. Het college legt later dit voorjaar deze kaderbrief aan uw raad voor.

In dit financieel beeld presenteren we de feiten zoals die nu bekend zijn. Daarin bieden we een eerste indicatie van het effect van de autonome ontwikkelingen die op dit moment bekend zijn en die ambtelijk ingeschat zijn als onontkoombaar: ze zijn onvermijdelijk, onvoorzien én onuitstelbaar. Dit zijn de zaken die ons als gemeente overkomen op basis van (nieuwe) wet- en regelgeving of vanuit het oogpunt van instandhouding van kapitaalgoederen, bijvoorbeeld de kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen. Dit zijn ontwikkelingen die we als gemeente niet zelf in de hand hebben, waarbij er nauwelijks of geen keuze is in het niveau van uitvoering en er geen andere dekkingsmogelijkheden zijn. Deze toets op onontkoombaarheid van autonome ontwikkelingen is de reguliere werkwijze bij de kadernota. Daarnaast brengen wij nog een aantal zaken in beeld waarin een nieuw bestuur desgewenst keuzes kan maken die financiële consequenties hebben. Zo wordt in beeld gebracht welke bestaande maatregelen en activiteiten incidenteel zijn gedekt en in de komende jaren aflopen. Ook wordt een inventarisatie gedaan van financiële knelpunten in het lopende beleid, waarbij we benadrukken dat dit geen allesomvattend overzicht is. Tot slot worden ook de investeringen die vallen onder de Ruimtelijke Investeringsstrategie Amersfoort (RISA) voor de meerjarenbegroting 2027-2030 verzameld.

Bij de begrotingsbehandeling 2026-2029 heeft de raad de motie Normalisering weerstandsvermogen en ratio (2025-153M) aangenomen. Daarin wordt het college verzocht met voorstellen te komen om de weerstandsratio de komende raadsperiode(n) terug te brengen naar de door de raad vastgestelde bandbreedte. De raad is eerder via collegebericht 2026-006 geïnformeerd dat die uitwerking in dit informatiepakket wordt meegenomen.

2

FINANCIËN

Uitgaande van de door de raad vastgestelde kaders wat betreft financieel solide beleid zoals vastgesteld in het Aanvullend besluit: nota ijkpunten financiële positie moet de begroting in alle jaarschijven sluitend zijn, is het structurele begrotingssaldo tussen de 0 en 1% van het begrotingstotaal en ligt de weerstandsratio tussen de 1,2 en 1,5. Bij het opstellen van dit financiële beeld is nog geen zicht op de gevolgen voor de gemeente Amersfoort van het gesloten landelijke Coalitieakkoord ‘Aan de slag’ van D66, VVD en CDA. De verwachting is dat de financiële uitwerking met gevolg voor de gemeentelijke financiën op zijn vroegst verwerkt worden in de meicirculaire 2026. Op 8 april wordt in een raadsacademie stilgestaan bij de hoofdlijnen van de gemeentelijke financiën en de Amersfoortse planning- en controlcyclus. Daarin worden de gemeentefinanciën op hoofdlijnen toegelicht en gaan we onder meer in op een aantal financiële begrippen, de planning- en controlcyclus (P&C-cyclus) en de actuele financiële stand van zaken. In paragraaf 2 beginnen we nu met een klein stukje hoofdlijnen van de gemeentelijke financiën en de P&C cyclus van Amersfoort.

3

FINANCIËN

2. Hoofdlijn gemeentelijke financiën en P&C-cyclus De Amersfoortse begroting is ruim € 750 miljoen groot. Dat geld wordt verdeeld en uitgegeven (lasten) over diverse programma’s. Onze inkomsten (baten) bestaan grofweg uit de: algemene uitkering uit het gemeentefonds (€ 300 miljoen), specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, rente/dividend, grondexploitaties en overige inkomsten. De begroting moet in evenwicht zijn; d.w.z. de lasten mogen structureel niet hoger zijn dan de baten. Daar houdt de provincie toezicht op. Ook is het niet toegestaan om incidentele (eenmalige) baten te gebruiken om structurele (meerjarige) lasten mee te betalen. Het bedrag dat we via het gemeentefonds van het Rijk ontvangen, is vrij besteedbaar. Daar zijn we geen verantwoording over verschuldigd aan het Rijk, alleen aan u als gemeenteraad. De omvang van het gemeentefonds is sinds 2024 gekoppeld aan de omvang van het bruto binnenlands product (bbp). De groei van het gemeentefonds (‘het accres’) kent een volumedeel (een 8-jaars historisch gemiddelde dat zorgt voor demping in schommelingen) en een prijsdeel (een index voor inflatie gebaseerd op het lopende jaar).

De koppeling aan het bbp – in plaats van de omvang van de Rijksuitgaven, zoals voorheen – biedt enerzijds zekerheid voor gemeenten; anderzijds leidt dit tot onzekerheid omdat de (kosten)veranderingen van gemeentelijke taken niet automatisch synchroon lopen met de bbp-ontwikkelingen. Denk aan de kosten van de zorg als gevolg van de vergrijzing. Op de prijsindex zit geen nacalculatie; als de werkelijke inflatie hoger uit heeft gepakt dan de raming, dan moeten gemeenten dit zelf absorberen. Er is al enkele jaren een discussie tussen gemeenten (via de VNG) en het Rijk over de omvang van het gemeentefonds, met name het gemeentefonds met ingang van 2026 met een generieke verlaging te maken zou krijgen. Dit is toen het ‘ravijnjaar’ genoemd. Het vorige kabinet heeft dit in het voorjaar 2025 met tijdelijke maatregelen (gedeeltelijk) gedempt, en de gemeenteraad heeft in 2024 bezuinigingen optellend tot € 24 miljoen vastgesteld die in zijn gegaan in 2026, maar dit neemt de financiële zorgen voor 2028 en verder niet weg. De discussie tussen VNG en Rijk richt zich nu met name over de balans tussen taken en middelen; past de omvang van de middelen die gemeenten van het Rijk krijgen wel bij de bijbehorende taken? Een voorbeeld hiervan is de discussie over de middelen voor Jeugdzorg.

Voor specifieke uitkeringen (hierna SPUKS - geld voor aanleg en onderhoud van wegen bijvoorbeeld) geldt dat we dit moeten uitgeven aan dat specifieke doel en daar zijn we wel verantwoording over verschuldigd aan het Rijk. De toename van het aantal SPUKS de afgelopen jaren heeft voor veel administratieve lasten en weinig autonomie voor gemeenten gezorgd. Het Rijk is voornemens het aantal SPUKS te laten afnemen. De belastingopbrengsten (OZB, hondenbelasting, precariobelasting en toeristenbelasting) zijn vrij besteedbaar en de hoogte mag ook vrij gekozen worden door de gemeente. Daarnaast heffen we o.a. afvalstoffenheffing en rioolheffing. Daarbij geldt de wettelijke afspraak dat de geraamde baten daarvan de geraamde kosten niet te boven mogen gaan. We mogen dus geen ‘winst’ maken bij de afvalstoffen- en rioolheffing.

4

FINANCIËN

P&C cyclus Binnen de planning & controlcyclus stellen we jaarlijks een kadernota (of kaderbrief), begroting, jaarstukken en een zomerrapportage op. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat de regelgeving voor wat een begroting en de jaarstukken moeten bevatten. De kadernota voorjaar blikt vooruit naar het volgende jaar en bevat de kaders voor de op te stellen begroting. De begroting (november) heeft betrekking op het volgende jaar en een meerjarenraming voor de drie daarop volgende jaren. De jaarstukken (voorjaar) blikken terug op het voorgaande jaar en de zomerrapportage (juli) bevat een blik op het lopende jaar. De raad stelt de kadernota, begroting, jaarstukken en zomerrapportage vast. Zie voor deze documenten, maar ook voor de financiële verordening, de nota ijkpunten en de nota reserves en voorzieningen https://financien.amersfoort.nl. Tot slot: De auditcommissie adviseert de gemeenteraad en geeft o.a. advies over de P&Cstukken. De provincie Utrecht houdt toezicht op onze financiën. De accountant (PWC) controleert onze jaarrekening.

5

FINANCIËN

3. Financiële stand van zaken Het beeld van de beschikbare financiële ruimte voor de komende jaren is opgenomen in onderstaande tabellen. Dit is gebaseerd op de vastgestelde meerjarenbegroting 2026-2029, de gemeentefondscirculaires (september- en decembercirculaire 2025) en bestuurlijke besluiten nadien. Dat zijn feitelijkheden, die hieronder worden opgesomd. Tegelijkertijd zijn er een aantal keuzes te maken over hoe om te gaan met bepaalde ontwikkelingen die de gemeentefinanciën raken. Deze keuzes worden toegelicht, waar mogelijk met een inschatting van de financiële gevolgen; deze keuzes worden echter niet in de tabellen verwerkt. Uitgegaan is van het huidige beleid. In de volgende onderdelen gaan we in op de beschikbare financiële ruimte.

1. Meerjarenbegroting 2026-2029 Onderstaande is het financiële meerjarenbeeld op basis van de vastgestelde begroting 20262029 (van 11 november 2025); dit betreft dus niet het actuele financiële beeld.

De vastgestelde begroting 2026-2029 sloot met een tekort van € 4,5 miljoen in de jaarschijf 2026. De jaarschijven 2027 en 2028 lieten een overschot zien en de jaarschijf 2029 een klein tekort. Als we het begrotingssaldo opdelen in een structurele en incidentele component, dan zien we dat het structurele saldo in alle jaarschijven positief uitvalt. Incidenteel komen we echter in alle vier de jaren geld tekort. Daarbij moet worden opgemerkt dat het structurele beeld in 2030 in bovenstaande tabel een vertekend beeld geeft. In bovenstaande tabel is het volgende nog niet verwerkt voor de jaarschijf 2030: - Dat we sinds de Kadernota 2025 al rekening houden met een bedrag van € 2,5 miljoen aan structurele onvermijdelijke ontwikkelingen die jaarlijks (en dus cumulatief) op ons af komen en die beslag leggen op de financiële ruimte. - Dat er bij de Kaderbrief – evenals in voorgaande jaren – weer een nieuwe jaarschijf van € 1,5 miljoen voor de RISA wordt toegevoegd. Dit wordt verder toegelicht in de Kaderbrief die het college in het voorjaar aan de raad aanbiedt. Per saldo leidde dit tot een financieel beeld bij de begroting 2026 dat structureel sluitend is in de periode 2026-2029. Het is daarbij goed rekenschap te geven van een aantal keuzes die in deze begroting zijn verwerkt en de onzekerheden die er financieel gezien nog zijn in de komende jaren.

• In de begroting is vanaf 2027 een stelpost onderuitputting opgenomen van structureel € 7 miljoen. Dit naar aanleiding van de motie om in de begrotingen voortaan rekening te houden

6

FINANCIËN

•

•

•

•

•

met het feit dat er onderuitputting optreedt. De provincie heeft in haar brief met een oordeel over de begroting aangegeven het begrotingssaldo vanaf 2027 te corrigeren voor de stelpost, waarmee naar het oordeel van de provincie de jaarschijven 2028 en 2029 nog niet reëel en structureel sluitend zijn. Verderop wordt ingegaan op alternatieven hiervoor. De financiële situatie van gemeenten is onderhevig aan de onzekerheden van de landelijke politiek. Een voorbeeld hiervan is dat er nog onzekerheid is over de middelen voor jeugdzorg. Naar huidig inzicht moet vanaf 2028 structureel bespaard worden op de jeugdzorg. Als het Rijk op basis van het tweede advies van de Deskundigencommissie Jeugdzorg (‘Van Ark 2’) gemeenten onvoldoende tegemoet komt om uitvoering te kunnen geven aan de Hervormingsagenda, dan leidt dit tot een extra besparingsopgave of een tegenvaller in de meerjarenbegroting. Ook in Amersfoort zijn de uitdagingen op het gebied van de Jeugdzorg dan in financiële zin groot. In de Kadernota 2025-2028 is een pakket aan ombuigingsmaatregelen ter grootte van € 24 miljoen euro door de raad vastgesteld. Deze ombuigingen zijn al verwerkt in het saldo hierboven. Op 23 september 2025 heeft de raad ingestemd met het raadsvoorstel Adviezen Gelote Burgerraad Afval. Het college heeft daarom in de begroting 2026-2029 besloten ombuigingsmaatregel BH13.1 een jaar uit te stellen.

Dit betrof de maatregel ‘Invoeren Diftar vanaf 2027 i.c.m. kostendekkende tarieven milieubrengstation en ophalen grofvuil en tuinafval vanaf 2026’. Voor 2027 en verder is de ombuigingsmaatregel technisch verwerkt. Dit betekent dat voor de begroting 2027 een keus gemaakt moet zijn, anders leidt dit tot een tegenvaller van ruim € 1 miljoen in 2027. Voor 2028 en verder is de ingeboekte ombuiging ca. € 2,1 miljoen structureel. Op dit moment loopt een traject rond de herziening van de verdeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Bedoeling is dat dit per 1 januari 2027 ingaat; de effecten worden bekendgemaakt in de meicirculaire 2026. Het is nog onduidelijk welke herverdeeleffecten hiermee gepaard gaan en wat dit betekent voor Amersfoort. In de meicirculaire ontvangen we de definitieve prijsbijstelling voor het gemeentefonds (prijsaccres) voor 2026. Gezien de recente geopolitieke gebeurtenissen is het niet ondenkbaar dat dit leidt tot een hogere inflatie in de loop van het jaar. Tot op heden is er geen sprake van nacalculatie van het prijsaccres, wat al enkele jaren leidt tot een nadeel voor gemeenten.

Stelpost onderuitputting In onze meerjarenbegroting 2026-2029 is vanaf 2027 een stelpost opgenomen (€ 7 miljoen structureel). Het ministerie van BZK is duidelijk over de mogelijkheid van een algemene stelpost onderuitputting: er is geen ruimte voor een dergelijke algemene stelpost. Dit is ook aangegeven door de commissie BBV. De reden is dat de gemeente bij het opstellen van de begroting reëel moet ramen; een stelpost past volgens het ministerie niet bij realistisch begroten. Ook de provincie geeft aan de begroting van Amersfoort te corrigeren voor deze stelpost. Wel zijn er alternatieve mogelijkheden. Het is aan een nieuw college en uw raad om hierin een keus te maken.

7

FINANCIËN

De alternatieven zijn: a) Het ramen van specifieke stelposten. Specifieke stelposten kunnen passend zijn, onder de voorwaarde dat zij goed zijn onderbouwd en aansluiten bij reële verwachtingen. Het is aan de toezichthouder (provincie) om de oordelen of de stelpost voldoende hard en haalbaar is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een stelpost voor onderuitputting van kapitaallasten of een stelpost op de loonkosten. Daarbij zijn de onderbouwing en de voorwaarden van belang. Over de precieze vormgeving en de voorwaarden is het van belang om vooraf af te stemmen met de provincie als toezichthouder. b) Het in de begroting opnemen van de verwachte ruimte onder het plafond van het BTWCompensatiefonds (BCF). Wanneer gemeenten taken uitbesteden, betalen zij daar btw over. Gemeenten kunnen onder voorwaarden de betaalde btw terugvragen, om te voorkomen dat gemeenten er alleen vanwege deze kosten voor kiezen om taken niet uit te besteden maar zelf te doen. Dit fonds is het Btw-compensatiefonds. Als aan het eind van het jaar er minder is uitgekeerd uit het BCF dan er in het fonds zit, wordt deze budgettaire ruimte via het gemeentefonds verdeeld onder gemeenten. Aan het ramen hiervan in de begroting zijn voorwaarden gesteld. De provincie heeft aangegeven dat deze ruimte niet meer mag zijn dan de laatst bekende afrekening van het BCF over het voorgaande jaar.

Voorbeeld 2026: voor de raming in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 gaat dit om de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond van het jaar 2024. Dit is bekend in de meicirculaire van het gemeentefonds. Concreet zou dat voor Amersfoort een bedrag van ca. € 3 miljoen hebben betekend voor de periode 2026-2029 (die jaarlijks bij het opstellen van de begroting bijgesteld wordt op basis van de meicirculaire). Deze optie kent wel een kanttekening. De groei van het BTW-compensatiefonds is gekoppeld aan de groei van het gemeentefonds. Nu het gemeentefonds niet meer 'trap op/trap af' gaat, maar groeit met de gemiddelde economische groei, is ook de verwachting dat de ruimte onder het plafond van het BCF de komende jaren minder zal zijn. c) Het inzetten van een deel van de algemene reserve als structurele dekking. Dit is mogelijk onder bepaalde voorwaarden. Inzet van maximaal 10% van het surplus van de algemene reserve – dat deel dat niet nodig is voor de afdekking van risico’s – is mogelijk met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totaal vermogen (reserves en schulden zoals de leningen).

De inzet van het surplus algemene reserve wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld en is daarmee een uitzondering op het feit dat reservemutaties incidenteel zijn. Voor Amersfoort zou dit betekenen dat voor 2027 circa € 6,5 miljoen in 2027 in te zetten is. Dit is een momentopname. Dit moet bij het opstellen van de begroting 2027 en daarna jaarlijks bij het opstellen van de begroting, herzien worden. Daarmee is dit jaarlijks een mogelijkheid om het eerste (of laatste) jaar van de begroting sluitend te krijgen. Een combinatie van de opties onder a, b en c is ook mogelijk. Het is aan een nieuw college met een voorstel te komen hoe zij hiermee om wil gaan en daartoe een voorstel voor te leggen aan de raad.

8

FINANCIËN

2. Septembercirculaire 2025 Na het aanbieden van de begroting 2026-2029 is de septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds verschenen. Deze heeft, naast de taakmutaties die op programmaniveau zijn verwerkt, een negatief effect op ons financieel meerjarenbeeld. Oorzaak hiervan is een negatieve bijstelling van het accres door een lagere BBP groei dan eerder verwacht en bijstelling van maatstaven voor landelijke groei/krimp.

Het meerjarenbeeld zoals geschetst in tabel 1 moet dus gecorrigeerd worden met de laatste regel uit de bovenstaande tabel.

3. Financiële ontwikkelingen na vastgestelde meerjarenbegroting 2026-2029 Na het vaststellen van de meerjarenbegrotting 2026-2029 en de verwerking van de septembercirculaire 2025, zijn er nog een aantal relevante financiële ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen worden nader toegelicht in de Kaderbrief. Dit betreft onder meer: • Het incidenteel beschikbaar rekeningresultaat na bestemming. De jaarrekening 2025 kent een positief rekeningresultaat. Over de bestemming van het rekeningresultaat Jaarstukken 2025 moet het college nog een besluit voorleggen aan de raad. Dit gebeurt met het aanbieden van de Jaarstukken 2025. Het daarmee gemoeide bedrag na bestemming (netto rekeningresultaat) is daarop vooruitlopend in onderstaand beeld meegenomen; dit heeft met name effect op de hoogte van de saldireserve en daarmee op de weerstandsratio. • Na het vaststellen van de begroting 2026-2029 zijn er besluiten genomen met een financieel nadeel in 2026 en 2027 (in totaal ca. € 1 miljoen, incidenteel). Dit heeft te maken met de besluitvorming over de Herinrichting Groengordel Rustenburg. • De inflatie is al meerdere jaren hoog. De Nederlandsche Bank en ook het Centraal Planbureau (CPB) verwachtten dat die stijging zich zou stabiliseren en in 2026 zou dalen. Door de recente geopolitieke ontwikkelingen is dit echter onzeker en is het niet ondenkbaar dat de inflatie weer gaat stijgen.

Het CPB raamt de prijsmutatie van het Bruto Binnenlands Product voor 2027 op 2,5% (bron Centraal Economisch Plan 2027). Met dat percentage wordt naar verwachting ook het gemeentefonds bijgesteld qua loonen prijsontwikkeling. We hebben dus feitelijk dat percentage om ook intern te gebruiken als loon/prijsindex. We nemen dit mee in de doorrekening van de meicirculaire van het gemeentefonds. • We groeien als gemeente Amersfoort. Die groei kost geld, maar levert deels ook geld op. Hoeveel dat oplevert, is ook afhankelijk van hoe hard de rest van het land groeit. Een beeld daarvan hebben we bij de meicirculaire van het gemeentefonds.

9

FINANCIËN

4. Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die ons overkomen. Daar hebben we als gemeente weinig tot geen invloed op. Een voorbeeld daarvan is nieuwe wetgeving die we uit moeten voeren of de vervangingsinvesteringen die we de komende jaren moeten doen. We houden sinds de Kadernota 2025 al rekening met een bedrag van € 2,5 miljoen aan structurele onvermijdelijke ontwikkelingen die jaarlijks (en dus cumulatief) op ons af komen en die beslag leggen op de financiële ruimte. Voorheen konden we die gemiddeld genomen dekken uit de groei van het gemeentefonds. Aangezien de groei van het gemeentefonds nu groeit met de bbpontwikkeling uit het verleden, waarbij we een beperkte vergoeding krijgen voor de loon- en prijsontwikkelingen, betekent dit dat er minder ruimte is in de toekomstige accressen (groei van het gemeentefonds) om de onvermijdelijke ontwikkelingen voor de komende jaren uit te dekken. In het meerjarenbeeld is daarom al rekening gehouden met een stelpost voor autonome ontwikkelingen van € 2,5 miljoen (jaarschijf 2027); dit betekent dat zolang de autonome ontwikkelingen minder zijn dan € 2,5 miljoen een positief effect heeft op het meerjarenbeeld.

De strikt aan de criteria voor autonome ontwikkelingen getoetste voorstellen – onontkoombaar, onuitstelbaar en onvoorzien) bedragen naar verwachting ongeveer € 4,5 miljoen per jaar structureel in de periode 2027-2030. Dit leidt met betrekking tot het structurele beeld tot een structureel overschot van € 7,6 miljoen in 2027, aflopend naar een tekort van € 0,8 miljoen in 2030. Daarnaast zijn er ontwikkelingen die incidenteel van aard zijn. Naar verwachting gaat het in dat geval om € 4 miljoen in 2027, aflopend naar € 0,5 miljoen in jaren daarna.

Het college besluit in de Kaderbrief 2027-2030 welke ontwikkelingen zijn aangemerkt als autonoom en legt deze in deze kaderbrief voor aan de raad. Bovenstaande bedragen zijn daarom indicatief en onder voorbehoud van besluitvorming door het college.

5. Financiële gevolgen landelijk coalitieakkoord Op 30 januari hebben D66, VVD en CDA het landelijke coalitieakkoord ‘Aan de slag’ gepresenteerd. Het nieuwe coalitieakkoord heeft ook financiële gevolgen voor de gemeentefinanciën. Bij het schrijven van deze informatie, is de Startnota van het nieuwe kabinet

10

FINANCIËN

nog niet gepubliceerd, zodat een inschatting van de gevolgen voor de gemeentefinanciën nog moeilijk te geven is.

6. Resumerend Omdat voor de coalitievorming veel van de financiële basisinformatie nodig is, wordt (vooruitlopend op de later te verschijnen kaderbrief) nu alvast het financiële meerjarenbeeld geschetst op hoofdlijnen – voor zover nu bekend. In de kern is de gemeente Amersfoort financieel gezond: De gemeente heeft een goed gevulde saldireserve en een hoog weerstandsvermogen en de begroting voldoet momenteel aan de gestelde wettelijke dekkingseisen. In onzekere tijden, waarin met name de structurele inkomsten vanuit het rijk onder druk staan en fluctueren is het financieel solide om een hogere weerstandsratio te hebben. Met name in latere jaren is er in het meerjarenbeeld veel onzekerheid. Die onzekerheid, gecombineerd met de ontwikkelingen ná de vastgestelde begroting 2026, zoals de autonome ontwikkelingen, maken dat op dit moment de structurele ruimte in ons meerjarenbeleid nagenoeg ontbreekt en na 2029 zelfs negatief wordt. Bij het voorleggen van de kadernota ontvangt uw raad het meest actuele inzicht in het meerjarenbeeld en de structurele ruimte. Zoals u heeft kunnen lezen in de toezichtsbrief van de provincie heeft zij aangegeven dat zij een stelpost onderuitputting zoals deze, conform de wens van de raad, nu in de begroting 2026-2029 is opgenomen (€ 7 miljoen per jaarschijf), geen acceptabele dekkingsbron vindt.

Daarmee vindt de provincie de huidige begroting voor de jaarschijven 2028 en 2029 niet structureel sluitend. Wij zien technische mogelijkheden om hier op alternatieve wijze invulling aan te geven. Dit verkleint wel de flexibiliteit in ons meerjarenbeeld. Er zijn echter wel financiële handelingsopties voor de nieuwe raad: In hoofdstuk 4 hieronder worden de handelingsopties voor de nieuwe raad geschetst. Zowel structureel als incidenteel, rekening houdend met de aangenomen motie over de weerstandsratio.

11

FINANCIËN

4. Mogelijke keuzes in opgaven en ambities Incidenteel gedekte opgaves en ambities In het nieuwe financieel meerjarenperspectief – dat wordt gepresenteerd in de Kaderbrief 20272030 – worden alle niet-beïnvloedbare (‘autonome’) ingrediënten meegenomen die de basis vormen voor het financiële plaatje in de komende jaren. Daarnaast brengen wij nog een aantal zaken in beeld waarin een nieuw bestuur desgewenst keuzes kan maken die financiële consequenties hebben. Zo wordt in beeld gebracht welke bestaande maatregelen en activiteiten incidenteel zijn gedekt en in de komende jaren aflopen. Dat gaat van vergroening en het isolatieoffensief tot de aanpak van ondermijning of extra BOAcapaciteit. Ook wordt een inventarisatie gedaan van financiële knelpunten in het lopende beleid, waarbij we benadrukken dat dit geen allesomvattend overzicht is. Tot slot worden ook de investeringen die vallen onder de Ruimtelijke Investeringsstrategie Amersfoort (RISA) voor de meerjarenbegroting 2027-2030 verzameld. Het eerder geschetste financieel beeld is het uitgangspunt om keuzes te maken over de opgaven en ambities. Om inzicht te geven in de mogelijkheden om de financiële ruimte te vergroten, schetsen we hieronder een aantal scenario’s. De raad heeft eerder gevraagd naar mogelijkheden om het weerstandsvermogen weer binnen de afgesproken bandbreedte te brengen. Daar wordt hier op ingegaan.

Handelingsopties/scenario’s nieuwe raad, uitvoering motie Normalisering weerstandsvermogen en ratio Zoals hierboven aangegeven is de structurele ruimte beperkt. Dat betekent niet dat keuzes waarmee prioriteiten gewijzigd worden en toegevoegd kunnen worden, niet mogelijk zijn. Hier schetsen we een aantal financiële mogelijkheden/ scenario’s voor onderhandelende partijen om te komen tot beleidsintensivering en/of het oplossen van knelpunten, zowel incidenteel als structureel. Hierbij betrekken wij tevens de door de raad aangenomen motie tot normalisering van het weerstandsvermogen. De bedragen genoemd in enkele opties zijn indicatief van aard en met oog op budgettaire behoedzaamheid is het raadzaam dat de opties in samenhang met elkaar bezien worden en dat er meerjarige flexibiliteit behouden blijft. Uitvoering motie normalisering van het weerstandsvermogen. Bij de behandeling van de meerjarenbegroting 2026-2029 heeft de raad motie 2025-153M aangenomen. Met die motie is het college verzocht met voorstellen te komen om de weerstandsratio de komende raadsperiode(n) terug te brengen naar de door de raad vastgestelde bandbreedte. Dit omdat de weerstandsratio in de begrotingsperiode 2026-2029 zal oplopen van 2,1 naar 2,5 bij een door de raad vastgestelde bandbreedte tussen de 1,2 en 1,5.

De weerstandsratio laat zien in welke mate de gemeente in staat is om risico’s en tegenvallers op te vangen. Het is de uitkomst van de som waarin de saldireserve gedeeld wordt door de financiële uitkomst van de in kaart gebrachte risico’s. De weerstandsratio is geen statisch gegeven maar is continu in beweging. Dit komt doordat enerzijds risico’s bij begroting en

12

FINANCIËN

jaarrekening worden bijgesteld, en anderzijds door fluctuaties in de algemene reserve, bijvoorbeeld als gevolg van positieve jaarrekeningsaldi die bij bestemming in de reserve worden gestort. Op dit moment loopt er een ontwikkeltraject m.b.t. het proces van Integraal Risicomanagement en het streven dit verder te professionaliseren en samenhang aan te brengen. Het ontwikkeltraject kan ertoe leiden dat het risicoprofiel van de gemeente verandert en daarmee de benodigde weerstandscapaciteit. Handelingsopties/ scenario’s voor incidentele ruimte: Een weerstandsratio die zich boven de afgesproken bandbreedte bevindt creëert mogelijkheden voor incidentele intensiveringen of nieuw beleid. 1. Op basis van de huidige ratio 2026 (stand Begroting 2026-2029) zou er in de periode 2027-2030 ieder jaar voor € 10 miljoen incidenteel onttrokken kunnen worden uit de reserve. Daarmee zou de ratio in 2030 zich om en nabij de huidige vastgestelde bandbreedte begeven. Hierbij geen rekening houdend met andere ontwikkelingen die invloed hebben op de saldireserve en de risico’s. Ook de uitkomst van de jaarrekening 2025 is hier nog niet bij betrokken. De ratio zal jaarlijks opnieuw worden bezien bij de kadernota en betrokken worden bij besluitvorming. Het is van belang om deze dekkingsoptie nauw te bezien in relatie tot een alternatieve invulling van de stelpost onderuitputting.

De inzet van saldireserve voor incidentele uitgaven en alternatieve invulling voor stelpost onderuitputting zijn communicerende vaten: het ene beïnvloedt het ander. 2. De bedragen onder punt 1 genoemd kunnen worden ingezet ter tijdelijke/ incidentele dekking van de knelpunten zoals opgenomen in dit informatiepakket. 3. Nieuw incidenteel beleid: het incidenteel dekken van nieuwe initiatieven/opgaven, waarbij een opgave daadwerkelijk incidenteel en/of projectmatig is, omdat het BBV niet toestaat structurele lasten te dekken met incidentele middelen. 4. Het ‘voorschieten’ van benodigde middelen waar op termijn een vergoeding voor binnenkomt, zoals de bovenwijkse voorzieningen Bovenduist, zie knelpunt ‘Reserve en bijdrage bovenwijkse voorzieningen Bovenduist’ Dit heeft een puur incidenteel effect op de weerstandsratio omdat we in de toekomst de uitgaven vergoed krijgen en onze reserve weer wordt aangevuld. Hiermee is dit vanuit financieel oogpunt een veilige optie. 5. Het instellen van bestemmingsreserves, bijvoorbeeld ten behoeve van een transitie of tijdelijke beleidsintensiveringen. Er wordt éénmalig geld in de reserve gestort, dat over meerdere jaren ingezet kan worden als dekking. Bestemmingsreserves tellen niet mee in het bepalen van de hoogte van de weerstandsratio. Handelingsopties/ scenario’s voor structurele ruimte: 1. Het instellen van een kapitaallastendekkingsreserve.

Dit is een bestemmingsreserve die wordt gevuld met incidenteel geld maar gebruikt wordt voor structurele lasten zodat gedurende de looptijd van een investering de afschrijvings- en rentelasten gedekt zijn. Dit kan alleen bij investeringen. Deze lasten drukken dan niet op de meerjarige ruimte in de exploitatie, terwijl het wel om structurele lasten gaat. De reserve wordt steeds verder afgebouwd tot aan het einde van de looptijd. Het heeft echter een belangrijk nadeel: na het eind van de afschrijvingsperiode is er geen budget meer om de investering te

13

FINANCIËN

2.

3.

4. 5.

vervangen, zoals wel het geval is wanneer er structurele dekking in de exploitatiebegroting is. Jaarlijks mogen gemeenten maximaal 10% van het surplus in de algemene reserve, het deel dat niet nodig is voor afdekking van toekomstige risico's, inzetten als structureel dekkingsmiddel. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit – een belangrijke indicator van financiële gezondheid - van de gemeente groter of gelijk aan 20% is en blijft. Dit is een van de opties die we verkennen als gedeeltelijk alternatief voor de invulling van de stelpost onderuitputting van € 7 miljoen zoals hierboven gemeld. Deze post kan echter de komende jaren ook ingezet worden als dekkingsmiddel voor nieuw structureel beleid. De exacte hoogte van de beschikbare ruimte zal fluctueren (samenspel tussen de hoogte van de saldireserve, risico’s en solvabiliteit). Maar indicatief kunt u denken aan een bedrag van ca. € 6,5 miljoen aan structurele ruimte; elk jaar moet opnieuw afgewogen worden welke mogelijkheden dit biedt binnen de gestelde kaders (max. 10% surplus en solvabiliteit van minimaal 20%). Bijdragen aan projecten van derden: Voor sommige investeringen geldt dat de investering niet ons eigendom is, en we soms éénmalig een bijdrage doen aan een derde partij, de eigenaar.

Als gemeente kunnen we ervoor kiezen in dat geval niet de structurele afschrijvingslasten te dragen maar een incidentele bijdrage te doen Dit is bijvoorbeeld het geval bij de fietskelders die in eigendom zijn van Prorail. Door incidenteel budget beschikbaar te stellen om het tekort in een Grex op te vangen kunnen gebiedsontwikkelingen mogelijk gemaakt worden. Nieuwe ombuigingsoperatie. In 2024 heeft de raad besloten tot een ombuigingsoperatie ter grootte van € 24 miljoen structureel met ingang van 2026. Indien de raad dit wenst kunnen nieuwe ambities gedekt worden door oud beleid te schrappen (nieuw voor oud). Dit kan zowel binnen het programma waar het nieuw beleid komt als op andere programma’s. Dit is een politieke keuze.

En tot slot kunnen belastingen en heffingen kunnen worden verlaagd of verhoogd: 6. Om uitvoering te geven aan de motie weerstandsvermogen kan de raad ervoor kiezen om tijdelijk inkomsten zoals de OZB (onroerendezaakbelasting) omlaag te brengen. Hierbij merken we op dat ook een incidentele verlaging een structureel effect heeft in de begroting (door indexatie die structureel doorwerkt), tenzij er in latere jaren een been wordt bijgetrokken (meer dan trendmatige verhoging). 7. Het omgekeerde kan ook. Tot een bepaald maximum (de zogenaamde onbenutte belastingcapaciteit) mogen baten zoals de OZB sneller dan trendmatig verhoogd worden. Dit creëert structurele begrotingsruimte. Dit kan op basis van de stand van de meerjarenbegroting 2026-2029 tot een maximum van grofweg € 2 a 3 miljoen aan structurele begrotingsruimte leiden. Nb. Baten zoals riool- en afvalstoffenheffing zijn doel gebonden en mogen niet verhoogd worden voor algemene ambities (maximaal 100% kostendekkend).

•

Aandachtspunten: Bij bovenstaande handelsperspectieven/ scenario’s zijn de volgende aandachtspunten van belang: Het inzetten van de saldireserve (zowel incidenteel als structureel) brengt risico’s op de middellange termijn met zich mee. In voorkomende gevallen kan dit leiden tot een nieuwe bezuinigingsopgave in de toekomst.

14

FINANCIËN

• •

De financiële ijkpunten – waaronder de weerstandsratio – worden in 2026 herzien, inclusief de normen en bandbreedte die we daaraan kunnen/moeten verbinden. De risico’s van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn nog niet meegenomen bij de bepaling van de weerstandsratio, omdat de ontwikkelstrategie nog niet vastligt en ook andere ruimtelijke en financiële kaders niet zijn vastgesteld. Deze ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een substantieel risicoprofiel met zich meebrengen en daarmee een toekomstig neerwaarts effect hebben op de weerstandsratio.

15

FINANCIËN

5. Financiële doorkijk Wanneer we het financiële beeld doortrekken naar 2035 zien we dat we de komende jaren extra kapitaallasten in onze begroting krijgen. Dat komt omdat we als Amersfoort de komende jaren blijven groeien qua inwoners (daar staan ook inkomsten tegenover). Dat betekent meer woningen, meer wegen, scholen, parken, etc. De kosten daarvan worden de komende 10 jaar geschat op honderden miljoenen euro’s, die een beslag op de begroting leggen van tientallen miljoenen euro’s aan kapitaallasten. Daarnaast blijven de vervangingsinvesteringen de komende jaren toenemen voor zowel de openbare ruimte als ook in het kader van de vervanging van maatschappelijk vastgoed, waaronder sportvoorzieningen. We schatten in dat voor vervangingsinvesteringen in onder meer de openbare ruimte € 1,0 miljoen structureel per jaar meer nodig. Dit betekent dus een jaarlijks oplopend structureel budgetbeslag. Met oplopende kapitaallasten vermindert onze flexibiliteit om in te spelen op onverwachte gebeurtenissen of nieuwe prioriteiten. Vanaf 2026 is ook jaarlijks structureel substantieel meer nodig voor vervangingsinvesteringen maatschappelijk vastgoed. Ook hier is sprake van een jaarlijks oplopend structureel budgetbeslag. Een deel van deze lasten doet zich voor in de periode na de volgende bestuursperiode (na 2030).

Wij hebben daar tot en met de jaarschijf 2029 zoveel als mogelijk al rekening mee gehouden in de laatste meerjarenbegroting en deze zullen ook terugkomen in de meerjarenbegroting 2027-2030 voor de jaarschijf 2030. Wel moet er rekening mee gehouden worden dat de komende jaren (na 2030) nog dekking nodig is voor al deze (oplopende) kapitaallasten in de begroting. Dat geldt ook voor de investeringen die de komende jaren voortkomen uit de Regionale Investeringsstrategie Amersfoort (RISA), zie daarvoor de factsheet RISA.

6. Ontwikkelingen na Kaderbrief 2027-2030 Jaarlijks ontvangen wij vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een mei-, september- en decembercirculaire. In die circulaires informeert het ministerie de gemeenten over de ontwikkeling van de middelen die de gemeenten van het Rijk kunnen verwachten via de algemene uitkering uit het gemeentefonds, naar aanleiding van de groei of krimp van de economie, maar ook naar aanleiding van taken die gemeenten erbij krijgen of niet meer uit hoeven te voeren: de ‘taakmutaties’. In het voorjaar verschijnt de meicirculaire van het gemeentefonds. Deze circulaire is vaak eind mei/begin juni beschikbaar en is te laat om te verwerken in de Kaderbrief/Kadernota. Deze meicirculaire is ook niet meegenomen in de financiële analyse zoals in dit informatiepakket is weergegeven. Kort na het verschijnen van de meicirculaire zullen wij deze doorrekenen en de (financiële) effecten daarvan voor de gemeente Amersfoort aan de raad kenbaar maken en voorleggen via een raadsvoorstel. De effecten van de meicirculaire worden wel meegenomen als input voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2027-2030.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16775498/1