CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording feitelijke vragen Jaarstukken 2025

Commissie Omgeving 24 juni 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Jaarstukken 2025 - voorbereiding besluit (oordeelsvorming)17.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording feitelijke vragen Jaarstukken 2025 Hieronder volgend de antwoorden van het college op de ingediende feitelijke vragen van de gemeenteraad over de Jaarstukken 2025. De deadline voor de aanlevering van de vragen bij de griffie was dinsdag 26 mei. Er zijn daarnaast (ruim) ná de deadline vragen aangeleverd (geel gearceerd). De nagezonden vragen worden beantwoord op 16 juni.

Pagina 1 van 51

0.0 Financiële terugblik 2025 Fractie

nr.

Vraag

Antwoord

PRO

1.

Vragen over de kwaliteit van de planning en de begrotingsvoorbereiding (haalbaarheidstoets): p. 16. in de Inleiding staat: “Het jaar 2025 hebben we in financieel opzicht afgesloten met een positief resultaat van € 33,0 miljoen, oftewel ca. 4,5 procent van de totale begroting.”... “Een financieel resultaat van ongeveer € 33,0 miljoen klinkt wellicht positief, maar betekent ook dat niet alle plannen volledig uitgevoerd konden worden.De uitvoering is wel gestart, maar moet in 2026 verder tot uitwerking komen.” Dit klinkt mijns inziens helemaal niet positief. Je moet begrotingsevenwicht nastreven. Kortom, er is Onderbesteding en dit lijkt structureel (want dat was in vorige jaren ook het geval). Oorzaak dat benoemd wordt: capaciteitstekort in de uitvoering. Daarover een aantal verduidelijkingsvragen, m.n.

over de kwaliteit van de planning (verwachte risico’s, beheersmaatregelen): ● Is bij de begrotingsvoorbereiding een ex-ante uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd op de haalbaarheid van de geplande activiteiten en inzet? ● In hoeverre waren de genoemde capaciteitsproblemen in de uitvoering/risico’s al bekend bij het opstellen van de begroting 2025? ● Zijn vooraf beheersmaatregelen of terugval scenario's opgesteld voor het geval onvoldoende uitvoeringscapaciteit beschikbaar zou zijn? Zo ja, waarom hebben deze onvoldoende effect gehad? ● Zijn er nog meer exogene of endogene factoren aan te wijzen? Als exogene factor wordt bijvoorbeeld genoemd: geen inhuur mogelijk, want geen deskundige experts op de markt. Welke specifieke deskundigheid is er op de arbeids/inhuurmarkt dan niet aanwezig?

In de begroting staan de beleidsdoelen en de voorgenomen activiteiten. In meerdere dossiers is sprake geweest van vertraging of gefaseerde uitvoering. Voorbeelden hiervan zijn woningbouw, mobiliteitsprojecten, investeringen in de openbare ruimte. Oorzaken lagen zowel in beperkte uitvoeringscapaciteit als in externe factoren zoals bezwaarprocedures, arbeidsmarktkrapte, bouwkostenstijgingen en netcongestie. Ook in het sociaal domein hebben niet alle activiteiten volledig kunnen plaatsvinden. Er is geen integrale uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd op de begroting op de haalbaarheid van beleid. Als dit is gedaan, is dit projectspecifiek gedaan. Als risico – voor hele organisatie – is benoemd dat als gevolg van de krappe arbeidsmarkt het risico bestaat dat de gemeente onvoldoende goede mensen kan binden en werven waardoor gemeentelijke doelen niet of niet voldoende behaald kunnen worden. Als beheersmaatregel worden daar verschillende acties op ingezet, zoals - het creëren van een werkomgeving en werkcultuur waar medewerkers willen blijven werken - Blijven inzetten op krachtig wervingsbeleid met onder andere effectieve gemeentebrede arbeidsmarktcommunicatie, inzet recruiters en specialistische bureaus en werken met talentenpools en interne loopbaantrajecten. Er is geen totaaloverzicht van niet aanwezige specifieke deskundigheid.

Als dit voorkomt betekent dit ook niet dat die kennis niet aanwezig is, maar kan het ook om tijdelijke uitstel gaan inhuur omdat die kennis op dat moment niet beschikbaar is.

Pagina 2 van 51

PRO

2.

Er staat: “We hebben niet alles (volledig) kunnen uitvoeren, o.a. vanwege grenzen aan uitvoeringskracht.” Kortom, tekort aan uitvoeringscapaciteit heeft effecten gehad op het behalen van de (beleids)doelen. Zijn de (beleids)doelen (tussentijds) bijgesteld? Of de uitvoeringsstrategie aangepast?

Het college heeft in 2025 in de uitvoering nadrukkelijk prioriteiten moeten stellen. Daarbij is niet gekozen voor een brede tussentijdse bijstelling van beleidsdoelen, maar vooral voor fasering en temporisering van de uitvoering.

PRO

3.

Er staat: “Ook moeten we op grond van de BBV-regelgeving de geraamde reservesonttrekkingen (ad. €40.000) verwerken in de jaarstukken, ook wanneer de onttrekking niet (volledig) nodig was.” Wat waren de werkelijke onttrekkingen? In het verslag wordt een verband gelegd tussen de onttrekking van een reserve en het resultaat. De onttrekking is een uitgave (wijziging op de balans) en heeft ten principale geen relatie met het resultaat in een baten-lasten omgeving. Kan de bedoeling van deze zin beter worden geduid, en ook het verschil tussen geraamde en de werkelijke onttrekking in relatie tot de BBV? Is hier een vertekening van het beeld als gevolg van handhaving van de BBV-kaders?

Op grond van hoofdstuk 4.2.3 van de kadernota rechtmatigheid 2025 – opgesteld door de commissie BBV - moeten we de begrote reserve-onttrekkingen (zoals opgenomen in de Begroting 2025) ook daadwerkelijk onttrekken. Deze onttrekking wordt als baat verwerkt in de exploitatie. Deze verwerkingswijze is verplicht. Als aan het eind van het jaar het volledige bedrag niet benut is ontstaat er een positief resultaat in de jaarrekening. Het college kan de raad voorstellen het niet bestede deel van de onttrekking weer te storten in de reserve. Als dit het geval is, dan wordt dit opgenomen in het raadsvoorstel bestemming rekeningresultaat. In 2025 was een bedrag van ca. € 13,5 miljoen begroot om aan de bestemmingsreserves te onttrekken. Deze onttrekkingen hebben daadwerkelijk plaatsgevonden voor dit bedrag. Hiervan is € 2,2 miljoen niet uitgegeven. Deze € 2,2 draagt bij aan het positieve jaarrekeningresultaat.

PRO

4.

p. 15. De financiële meevallers zijn deels veroorzaakt doordat een aantal projecten vanwege uiteenlopende interne én externe oorzaken niet (volledig) uitgevoerd konden worden. De oorzaken worden in de jaarrekening genoemd. Waren het verwachte oorzaken of onverwachte oorzaken? En valt hier voor de toekomst iets van te leren?

Het is inherent aan de uitvoering dat er vertraging kan optreden. Op voorhand is niet exact te zeggen waar dat speelt en wat de precieze oorzaak is. In die zin is er sprake van een zekere mate van optimisme bij de planning van projecten of de invulling van capaciteit. We weten dat we niet alles kunnen uitvoeren, alleen is nooit vooraf bekend welke activiteiten vertraagd worden. Daarom heeft uw raad in 2026 besloten – na aanleiding van motie 2024-067M - een algemene stelpost onderuitputting van 1 procent (€ 7 miljoen) in de begroting op te nemen vanaf 2027.

Beter Amersfoort

5.

Het college heeft €33 miljoen overgehouden, terwijl de OZB met 1% extra is verhoogd als ombuigingsmaatregel. Hoe rechtvaardigt het college deze extra lastenverhoging voor inwoners achteraf, nu blijkt dat de financiële ruimte ruimschoots aanwezig was?

Het jaarrekeningresultaat is een incidentele meevaller. De OZB verhoging waarnaar wordt verwezen is onderdeel van de ombuigingen zoals door de raad besloten in de Meerjarenbegroting 2025-2028 (ombuiging BH.09: ‘Afname rioolcalamiteiten door (nog meer) vervangen/renoveren van de riolering’). Die zijn opgesteld vanwege de structurele financiële uitdaging waar Amersfoort voor staat. Dit betreft gemiddeld genomen een voor de inwoner budgetneutrale wijziging. Pagina 3 van 51

Tegenover de stijging van de OZB staat namelijk een daling van de rioolheffing. Beter Amersfoort

6.

Welke specifieke beleidsbeloftes uit 2025 zijn niet gerealiseerd door interne of externe vertraging, en hoe worden inwoners hierover actief geïnformeerd — niet alleen de raad?

In de begroting staan de beleidsdoelen en de voorgenomen activiteiten. In meerdere dossiers is sprake geweest van vertraging of gefaseerde uitvoering. Voorbeelden hiervan zijn woningbouw, mobiliteitsprojecten, investeringen in de openbare ruimte. Ook in het sociaal domein hebben niet alle activiteiten volledig kunnen plaatsvinden. Oorzaken lagen zowel in beperkte uitvoeringscapaciteit als in externe factoren zoals bezwaarprocedures, arbeidsmarktkrapte, bouwkostenstijgingen en netcongestie. In de Jaarstukken legt het college verantwoording af over de voorgenomen activiteiten uit de begroting. Deze informatie is publiek toegankelijk. Daarnaast informeert het college de raad (en inwoners) over de voortgang van beleid via raadsinformatiebrieven en raadsbijeenkomsten. Wanneer het de directe leefomgeving van inwoners betreft worden zij hierover geïnformeerd via projectpagina’s, bewonersbrieven, participatiebijeenkomsten, stadsberichten, nieuwsbrieven en communicatie via de gemeentelijke kanalen. Daarbij wordt per project bezien welke communicatievorm passend is.

0.1 IJkpunten financiële positie Fractie

nr.

Vraag

Antwoord

CDA

1.

Blz. 18: Flexibiliteit punt 9 en 10 Vraag: Kan het college zeggen wat maakt dat de belastingcapaciteit is toegenomen en de onbenutte belastingcapaciteit tegelijkertijd is afgenomen? We lezen een tegenstrijdigheid tussen de belastingcapaciteit en onbenutte belastingcapaciteit. Vraag: Kan het college een toelichting hierop geven?

De belastingcapaciteit van 94,69% is als volgt berekend: gemiddelde woonlasten van éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens t.o.v. het aantal huishoudens. Het betreft hier dus enkel woningen. De onbenutte belastingcapaciteit van 0,0066% is als volgt berekend: gemiddelde OZB tarief woningen én niet-woningen gedeeld door de totale WOZ-waarde is 0,1529% minus het artikel 12 OZB tarief van 0,1595%. Als we dit percentage toepassen op de totale WOZwaarde van € 40,1 mld. dan levert dat een onbenutte belastingcapaciteit van € 2,7 mln. op. Omdat de twee “belastingcapaciteiten” op een andere manier berekend worden, zijn ze niet goed vergelijkbaar met elkaar. Pagina 4 van 51

Beter Amersfoort

2.

Kadernota: pg. 11 Wanneer komt de nota nieuw grondbeleid?

Vooralsnog is de planning om het nieuwe grondbeleid na het zomerreces ter vaststelling aan te bieden aan de raad.

Beter Amersfoort

3.

Pg. 17 wat is deep democray en hoe krijgt dat in Amersfoort vorm?

Deep Democracy is een methode om gesprekken in beweging te krijgen en inclusieve besluiten te nemen, waarbij er naar alle stemmen wordt geluisterd. Doordat alle expertise en kennis van de groep wordt gebundeld (dus óók de wijsheid van de minderheid), kunnen duurzame oplossingen tot stand worden gebracht. De methode is bedoeld voor vraagstukken waarbij er sprake is van conflicterende belangen, juist om de kracht van verschillen en diversiteit te kunnen benutten. In Amersfoort wordt Deep Democracy ingezet als één van de methoden/werkwijzen in het Samenspel met de Stad. Niet expliciet maar vooral in visie en werkwijze: de relatie voorop (niet de inhoud), luisteren naar wat er leeft en ons inzetten om alle perspectieven op tafel te krijgen - mensen naar elkaar te laten luisteren om zo tot nieuwe inzichten te komen.

Beter Amersfoort

4.

Pg. 51: wat zijn de kosten van de netcongestie/elektriciteit voor het nieuwe stadhuis?

Wat betreft de netcongestie voor het nieuwe stadhuis verwijzen wij naar de rib uit oktober 2025 (Raadsinformatiebrief). Bij deze rib is een geheime bijlage opgenomen waarin de kosten nader werden geduid. Vanwege geheimhoudingen kunnen wij in dit antwoord de bedragen niet benoemen.

Fractie

nr.

Vraag

Antwoord

VVD

1.

Algemeen: Hoeveel van het positieve resultaat van E33 mln komt door uitgestelde uitvoering van beleid?

In de financiële analyses van de verschillende begrotingsprogramma’s is per afwijking tussen begroting en realisatie (groter dan € 300.000) aangegeven wat de oorzaak is. Uitstel van implementatie of uitvoering van beleid is één de genoemde redenen en hangt samen met de interne capaciteit of de uitvoeringscapaciteit bij partners. Het is echter niet mogelijk om hier een exact getal aan te koppelen omdat meerdere oorzaken gelijktijdig kunnen spelen. We weten dat we niet alles kunnen uitvoeren, alleen is nooit vooraf bekend welke activiteiten vertraagd worden. Daarom heeft uw raad in 2026 besloten – na aanleiding van motie 2024-

Jaarverslag

Pagina 5 van 51

067M - een algemene stelpost onderuitputting van 1 procent (€ 7 miljoen) in de begroting op te nemen vanaf 2027. VVD

2.

Algemeen: Welke beleidsdoelen zijn in 2025 niet gerealiseerd door onderuitputting?

Onderuitputting heeft zich vooral voorgedaan op onderdelen waar uitvoering afhankelijk was van beschikbare capaciteit, externe partners of procedures. Dat betreft onder meer delen van investeringsprogramma’s in de openbare ruimte, woningbouwontwikkeling, duurzaamheid en enkele organisatorische ontwikkelopgaven. Het gaat daarbij veelal niet om afstel van beleid, maar om vertraging in de uitvoering waardoor middelen later worden ingezet. In de jaarstukken is per programma toegelicht waar afwijkingen tussen begroting en realisatie zijn ontstaan.

VVD

3.

Algemeen: Hoe kan de Raad sturen als belangrijke indicatoren pas 1-2 jaar later beschikbaar zijn?

Dit is een lastige maar helaas onoverkomelijke eigenschap van de indicatoren die iets zeggen over het effect (outcome) van beleid. Statistische informatie kijkt altijd terug. Vanwege een specifiek moment van vaststelling en de tijd die nodig is voor verwerking, loopt het snel een jaar of meer achter. Indicatoren die iets zeggen over de gehele stad veranderen meestal niet in één jaar maar geleidelijk over tijd. Daarom kijken we altijd naar de ontwikkeling. In welke richting beweegt het cijfer zich? Bij nieuw of fundamenteel herzien beleid zullen de effecten pas later zichtbaar zijn in de cijfers. Beleid geldt echter meestal voor meerdere jaren. Op uitvoeringsniveau kan er op de kortere termijn worden bijgestuurd op basis van uitkomsten (output) zoals bijvoorbeeld aantal deelnemers en ervaringen uit de praktijk. Dit meet echter niet of de beoogde effecten zijn gehaald.

VVD

5.

Algemeen: Wat is de belangrijkste bottleneck in de uitvoering: Capaciteit, externe factoren of besluitvorming?

Er is geen dominante oorzaak. De belangrijkste bottlenecks waren een combinatie van uitvoeringscapaciteit in de organisatie, bij partners en uitvoerders en andere externe factoren zoals netcongestie. Ook neemt de complexiteit van

Pagina 6 van 51

opgaven in een groeiende stad toe en zijn landelijke ontwikkelingen van invloed.

1. Programma Omgeving Fractie

nr.

Vraag

Antwoord

KeiHart voor Amersfoort

1.

Op bladzijde 22 wordt gesproken over 436 woningtoevoegingen. Van dat aantal, hoeveel sociale huurwoningen zijn netto toegevoegd in 2025? (22)

Er zijn in 2025 159 sociale huurwoningen aan de voorraad toegevoegd.

KeiHart voor Amersfoort

2.

Welke kosten zijn in 2025 gemaakt voor de mogelijke oprichting van een publiek warmtebedrijf? (22-24)

In 2025 is er voor €112.000 aan personele kosten gemaakt ten behoeve van dit project. Er zijn geen andere kosten gemaakt.

CDA

3.

Blz. 36 Door het faillissement van intermediair Winst konden veel adviesgesprekken voor de isolatie-aanpak niet doorgaan. Vraag: Kan het college zeggen wat de andere redenen zijn voor het niet benutten van het budget Isolatie-offensief en kan het college aangeven wat het percentage is dat bij de verschillende redenen hoort?

De geannuleerde adviesgesprekken waren allemaal het gevolg van het faillissement van Winst uit je Woning. Parallel aan de doorstart is gewerkt aan het verbeteren van de voorwaarden en communicatie zodat die goed aansluiten bij de behoefte van inwoners. Er is geen kwantitatief onderzoek gedaan naar andere redenen waarom inwoners in 2025 beperkt een beroep deden op de regeling. Inmiddels ziet het college het effect van de aanpassingen en doorstart van de uitvoerder. Vanwege fors gestegen animo heeft het college het subsidieplafond in 2026 reeds twee keer verhoogd. Aangezien de trend doorzet, is het college voornemens uw raad binnenkort voor te stellen € 3 miljoen extra toe te kennen aan het Isolatieoffensief. Daarmee zijn alle nu beschikbare middelen aangewend voor het Isolatieoffensief.

CDA

4.

Blz. 38: Mutaties in de grondexploitatie. Vraag: Kan het college zeggen wat de reden is dat de grondexploitatie van de ROVA met min E 478.000,- is aangepast?

Het resultaat van de grondexploitatie ROVA verslechterd per saldo door hogere verwachte kostenstijging en extra in jaar 2025 gerealiseerde plankosten. Dit om te komen tot nieuwe afspraken tussen partijen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het MPG 2025 welke zich momenteel in het bestuurlijke besluitproces bevindt. Pagina 7 van 51

CDA

4.

Blz. 51 Beheersmaatregel, 2e item Netcongestie meedoen aan de pilot van de provincie, in gesprek blijven over oplossingen met Stedin/rijk/provincie. Vraag: Kan het college uitleggen wat de pilot van de provincie over netcongestie inhoudt?

Een speciale projectgroep van de provincie Utrecht, netbeheerder Stedin, gemeenten en marktpartijen onderzoekt slimme oplossingen en randvoorwaarden om ondanks de netcongestie woningbouwprojecten te kunnen realiseren. Amersfoort neemt hieraan deel met 3 projecten: Bovenduist, de Nieuwe stad kamer 10 en de Kop van Isselt. Besproken wordt welke vraagstukken er spelen, wat wel en niet werkt en wat de randvoorwaarden zijn voor een succesvolle uitvoering van de oplossingsrichtingen. Het doel van deze aanpak is om voor grote en kleine gemeenten of bouwende partijen concrete oplossingen te onderzoeken voor een verscheidenheid aan projecten om daarmee een aanpak te ontwikkelen waarmee zoveel mogelijk projecten doorgang kunnen vinden.

/CDA

5.

Blz. 59 De gemeente werkt hierin samen met vier grote gemeenten (Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Amsterdam). Utrecht treedt op als trekker en penvoerder richting het ministerie, de VNG, ProRail en NS om duidelijkheid te krijgen over de btw-positie en mog-elijke oplossingen. Vraag: Wanneer verwacht het college duidelijkheid over de Btw-positie van de gemeente en wanneer kan het college de bijbehorende oplossingen aan de gemeenteraad meedelen?

Tot op heden is nog geen reactie ontvangen van de Belastingdienst op de gezamenlijk door de gemeente, ProRail en NS verstuurde brief over de exploitatie van de ondergrondse fietsenstalling. Hierdoor bestaat op dit moment nog geen volledige duidelijkheid over de btw-positie van de gemeente binnen dit project. Het betreft hierbij een landelijk vraagstuk, de situatie in Amersfoort staat hierin niet op zichzelf. In de projectovereenkomst tussen ProRail en de gemeente is bovendien opgenomen dat partijen in overleg treden indien uit de afstemming met de Belastingdienst blijkt dat substantiële wijzigingen nodig zijn om de fiscale verwerking te optimaliseren. Daarbij is vastgelegd dat ProRail, indien sprake is van een btw-belaste prestatie, de wettelijk verschuldigde btw in rekening zal brengen bij de gemeente. Zolang hierover geen definitieve uitspraak is gedaan door de Belastingdienst, blijft sprake van een financieel risico en kan niet worden uitgesloten dat de gemeente alsnog met btw-kosten wordt geconfronteerd. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, wordt de gemeenteraad geïnformeerd over eventuele gevolgen en vervolgstappen.

Pagina 8 van 51

PRO

6.

p.25. Het behaalde cijfer voor CO2-reductie in 2023 was 369. Het streefcijfer voor 2025 was 374…. Waarom stel je een streefcijfer hoger dan wat je al bereikt hebt? Wat betekent dit voor het streefcijfer 2026 en 2027? Gaat dat bijgesteld worden?

Deze streefcijfers zijn vastgesteld met oog op het doel om in 2030 tot 55% CO2-reductie te komen, in lijn met Europese en nationale doelen. De laatste jaren is met name het aardgasverbruik onder invloed van sterk gestegen energieprijzen afgenomen. Gedeeltelijk door verduurzamingsmaatregelen in woningen en gebouwen, maar deels ook in gedragsaanpassingen. In het Omgevingsprogramma Energie heeft het college aangegeven hoe ze het vervolg van de energietransitie wil vormgeven. De streefcijfers willen vooral iets zeggen over het tempo en de voortvarendheid, maar ook in welke sectoren nog uitdagingen liggen.

PRO

7.

In het AD stond dd. 16-05-2026 een artikel over de gasprijs die gaat stijgen als gevolg van de CO2-heffing die eraan komt. Dat noodzaakt mensen met een slecht energielabel om snel te isoleren. p.36. Er is heel veel geld over op isolatie door een faillissement; de regeling is niet uitgevoerd. “De realisatie van € 1.215.000 is € 1.103.000 lager dan begroot”, dus Euro 1,1 miljoen over. Is een exogeen risico; niet de schuld van de gemeente, maar: Hoe gaat de gemeente dat nu alsnog snel uitgeven? Welke beheersmaatregelen zijn/worden ingezet om de opgelopen vertragingen in het isolatie dossier niet verder op te laten lopen? Welke extra inspanning is er mogelijk?

Door het faillissement van Winst uit je Woning konden inwoners tijdelijk geen adviesgesprek en subsidie voor isolatie aanvragen. Het college heeft met andere gemeenten, provincie en nieuwe eigenaar gewerkt aan de doorstart van Winst uit je Woning. Dat is gelukt, en begin 2026 kon het Isolatieoffensief verder. Parallel aan de doorstart is gewerkt aan het verbeteren van de voorwaarden en communicatie zodat die goed aansluiten bij de behoefte van inwoners.

p.36. De beschikbare CDOKE-middelen zijn in 2025 niet volledig benut. Van het begrote bedrag is € 1.576.000 besteed, hetgeen ca. € 1 miljoen lager is dan geraamd. Gezien het karakter van deze middelen (bedoeld ter versterking van de personele capaciteit) de vraag: waarom is externe inhuur niet succesvol geweest, want er was wel budgettaire ruimte? Was er vraaguitval bij burgers, waardoor de urgentie verviel voor capaciteits inhuur of waren er andere redenen waarom inhuur van capaciteit niet succesvol was? En als er sprake was van vraaguitval bij burgers: waar werd dit door veroorzaakt?

De CDOKE-middelen zijn zowel voor inhuur als voor vaste capaciteit. In 2025 was het plan om sneller en meer personeel aan te nemen, maar dat heeft vertraging opgelopen. Met name omdat organisatorisch de snelle groei niet goed geaccommodeerd kon worden. Ook bestaat de voorkeur om capaciteit zoveel mogelijk in vaste dienst te hebben, want een ongebalanceerd aandeel inhuur brengt de continuïteit in gevaar. Inmiddels wordt er een inhaalslag gemaakt, en groeit de personele bezetting naar een niveau dat op de lange termijn passend is bij de ambities van het

PRO

8.

Inmiddels ziet het college het effect van de aanpassingen en doorstart van de uitvoerder. Vanwege fors gestegen animo heeft het college het subsidieplafond in 2026 reeds twee keer verhoogd. Aangezien de trend doorzet, is het college voornemens uw raad binnenkort voor te stellen € 3 miljoen extra toe te kennen aan het Isolatieoffensief. Daarmee zijn alle nu beschikbare middelen aangewend voor het Isolatieoffensief.

Pagina 9 van 51

programma. Het college stuurt hier nadrukkelijk op. Daarbij

wordt inhuur met name ingezet voor specifieke expertises en om vast personeel tijdelijk te vervangen. PRO

9.

p.37. Doelen op het gebied van het bestrijden van energiearmoede zijn niet gehaald. Oorzaak wat wordt genoemd: personele wisselingen. Vraag: Hoe gaat het college deze kwetsbaarheid te lijf? Vraag: In hoeverre lag er geen personele terugvaloptie op de plank voor dit risico? Er gaan altijd mensen weg; dan moet het gewoon doorgaan. Dit lijkt een uiting van gebrek aan prioriteit. Als je het belangrijk vindt, dan zet je er een andere medewerker op uit bv. een ander team. Dit klinkt alsof het niet goed is geherprioriteerd! Hier wordt ook gesproken over een SPUK (specifieke uitkering). Gelukkig kunnen de resterende middelen uit de SPUK energiearmoede worden ingezet in 2026 en 2027 (middelen zijn (nog) niet weg)! Wat zijn de plannen met dat geld? Ik lees iets over een koelkast regeling (=witgoedregeling; dit is als een koelkast een energieslurper is dan kunnen mensen/huishoudens in energiearmoede een energiezuinige koelkast krijgen ter vervanging van een oud, energieverslindend model). Maar is dat het enige? Vraag: Wat is het totaalbedrag van de SPUK Energiearmoede en kan het uitgesplitst worden in bestedingsdoelen?

Het doel is om de SPUK-gelden zo effectief mogelijk in te zetten; we willen zoveel mogelijk energiearmoede verhelpen met het beschikbare geld. We zetten daarbij in op zorgvuldigheid en mate van impact boven snelheid. Hoewel de koelkastenregeling drie verschillende projectleiders heeft gehad (met eenmalig een korte tussenpauze omdat een nieuwe projectleider nog moest starten maar al wel geworven was, dus het betrof geen prioriteringskwestie) ligt de reden dat de doelstellingen niet zijn gehaald wat genuanceerder dan alleen deze personele wisselingen. Vorig jaar ontstond er een interne discussie over de samenwerking met Groupcard als uitvoerende partij en de financiële risico’s daaromtrent. Tijdens deze discussie ging Groupcard failliet en bleken onze zorgen terecht; 120 gemeenten raakten hun SPUK-energiearmoedegelden kwijt. Voor ons betekende het ‘slechts’ dat we opnieuw moesten evalueren met welke partij we invulling gingen geven aan een witgoedregeling. Hierbij was de afweging of we alleen koelkasten willen weggeven, of dat we ook een adviesgesprek willen aanbieden om inwoners te helpen bij het verder besparen van energie. Wij hebben gekozen voor dit laatste, waarna er de afgelopen maanden is ingezet op de werving en opleiding van vrijwillige energiecoaches. De SPUK-gelden (€ 1.647.817) zetten we inderdaad volledig in voor witgoedregelingen: 1.

Ophoging van het budget van de bestaande witgoedregeling (vervanging van kapot witgoed) met € 65.000 om deze even aantrekkelijk te maken als de nieuwe regeling Pagina 10 van 51

2. Een nieuwe inruilregeling voor koelkasten van >10 jaar oud. De partij met wie wij samenwerken heeft aangegeven dat bij andere gemeenten deze SPUK-gelden vaak ontoereikend blijken voor de inruilregeling alleen, dus we hebben extra middelen gereserveerd vanuit bestaande budgetten om met deze regeling geen inwoners te hoeven teleurstellen.

PRO

10.

PRO

11.

PRO

12.

p.39. Vastgoed: Een vraag over het verduurzamings beleid en dan specifiek verduurzaming gemeentelijk vastgoed. Bij het project verduurzaming gemeentelijk vastgoed blijft alles maar rood staan, dat lijkt niet goed te gaan. Wat heeft daar nu precies gespeeld waardoor er onderbesteding heeft plaatsgevonden? p.40. “Personele Formatie: Mutaties in de formatie leiden tot een nadeel op personele lasten”. Het is best een fors bedrag. Wat wordt hier bedoeld met mutaties? Is er extra personeel aangenomen? Duurder personeel? Als het uitbreiding is van formatie: is die uitbreiding legitiem? Vraag: Welke besluitvorming van de raad zit er onder?

De post waarnaar verwezen wordt betreft geen onderbesteding maar projectrisico’s Een deel van de risico’s vallen in de categorie hoog. Dat wordt aangeduid met een rood bolletje.

P13/15 en p30: heeft de gemeente inzicht in de verschillen in luchtkwaliteit tussen wijken, zoals in de binnenstad nu deze

Er is geen specifiek overzicht van de luchtkwaliteit per wijk of de blootstelling van kwetsbare groepen. De luchtkwaliteit

Het nadeel op de personele lasten wordt voornamelijk veroorzaakt door de inzet van externe capaciteit op projecten. Er is geen sprake van een uitbreiding van de formatie. De hogere lasten zijn het gevolg van tijdelijke inhuur van derden ten behoeve van de uitvoering van projecten.

Pagina 11 van 51

een zero-emissie zone is geworden? Heeft het college inzicht in de blootstellen aan luchtvervuiling voor kwetsbare groepen(bijvoorbeeld langs drukke wegen) en de ontwikkeling ervan in de voorbije jaren (ofwel is dit mede als geval van het ingezette beleid per wijk verbeterd of juist integendeel)

in voorbije jaren en de prognoses voor komende jaren zijn te vinden op www.cimlk.nl/kaart. Hier zijn per monitoringronde (elk jaar) de berekende concentraties van o.a. stikstofdioxide en fijn stof te vinden voor zowel het voorbije jaar als prognoses (klik op ‘Receptoren wegverkeer’). Ook op atlasleefomgeving is informatie over luchtkwaliteit te vinden.

PRO

13.

p31. Waarom wordt het modal split cijfer over 2025 pas eind van 2026 bekend aangezien het over 2024 EN 2025 gaat? Zijn er ook modal split cijfers beschikbaar voor wandelen en fietsen (al dan niet uitgesplitst naar met/zonder trapondersteuning)?

Voor de cijfers van de modal split zijn we afhankelijk van de data-aanlevering van het CBS. Voor de statistische betrouwbaarheid worden cijfers over twee jaar gestapeld. De modal spit voor de overige vervoerwijzen zijn ook bekend en te vinden op Amersfoort in Cijfers: Cijfers per thema Mobiliteit - Amersfoort. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt in fietsen met of zonder trapondersteuning.

PRO

14.

p.41 ‘Daarnaast zijn voor verschillende thema’s verdiepende studies uitgevoerd, vooral op het gebied van lopen, fietsen en de wegenstructuur.” welke van deze studies zijn openbaar? Indien openbaar, graag met link of titel zodat ze te vinden zijn. Ik ben vooral benieuwd in hoeverre de gemeente op basis van deze studies de voortgang in gezondheids- en beweegdoelen heeft kunnen formuleren en kan monitoren, met name bij de wat kwetsbaardere inwoners.

De lijst met projecten in het programma bestaat uit meer dan 130 projecten. Voor een aantal van deze projecten zijn verdiepende onderzoeken uitgevoerd, te denken valt aan ecologisch onderzoek, onderzoeken naar alternatieven, inpassing, routekeuze, veiligheid, financiën etc. Niet alle onderzoeken zijn openbaar gemaakt maar de resultaten zijn bijvoorbeeld meegenomen in een RIB, collegebericht of raadsvoorstel Een paar voorbeelden met informatie over nadere onderzoeken: Vorig jaar is 30 km/u ingevoerd in grote delen van Amersfoort, zie: 30km per uur in Amersfoort | Gemeente Amersfoort Fiets Veilig Westzijde Amersfoort, dit project is onderverdeeld in drie projecten in verschillende stadia van uitvoering: Fiets Veilig Westzijde Amersfoort | Gemeente Amersfoort

Pagina 12 van 51

Op het gebied van lopen en beweegrondjes zijn onderzoeken in uitvoering, hier kan nog geen onderzoek van gedeeld worden PRO

15.

p.42 ‘Projecten met cofinanciering Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO Mirt) zijn nog niet uitgevoerd (€ 295.000). ‘ Om welke projecten gaat dit? En tot welke effecten heeft het niet tijdig opstarten van deze projecten geleid voor de inwoners van Amersfoort?

PRO

16.

p.43 ● Wat betekent ‘ingeruild (uitvoeringsprogramma fietspla)’voor de fietsroute Hoevelaken - Amersfoort Noord - Soest? De lasten waren alle volledig voor 2025 gemaakt lijkt het. ● Welke capaciteitsverbering Westelijke Ontsluiting is gerealiseerd en waardoor was dit ruim 50% minder dan gebudgetteerd?

PRO

17.

PRO

18.

p44 - hier staan 2 verschillende toelichtingen onder VERDER 10 - welke is correct danwel hoe verhouden deze zich tot elkaar? ● VERDER 10: Fietsroute Leusden – Amersfoort – Soest Het definitief ontwerp en bestek is afgerond. Het werk is aanbesteed. De realisatie start in 2025. ● VERDER 10: Fietsroute Leusden – Amersfoort – Soest Dit is uitgewerkt in het project Doorfietsroute Amersfoort – Soest/Baarn – Hilversum, dat in uitvoering is en in 2026 wordt opgeleverd. p237. inzake meerjaren uitvoeringsprogramma Openbare Ruimte hier lees ik: ‘In 2025 zijn de uitgaven nu ongeveer

Dit gaat met name om projecten waarvoor binnen de NOVEXwoningbouwlocaties Spoor-/A1-zone in het BO MIRT van 2022 afspraken zijn gemaakt over een mobiliteitspakket. Onderdeel van dit mobiliteitspakket zijn onder meer de realisatie van de Ontsluiting van Bovenduist op de A1, het verbeteren van de omgeving en de bereikbaarheid van Amersfoort CS en Amersfoort Schothorst, ombouw De Nieuwe Poort, Stadsring, verbeteren radiaal Amsterdamseweg, fietsveiligheid Westzijde Amersfoort en herinrichting radiaal Noordewierweg. Deze projecten hebben vooral samenhang met de ontwikkeling van de NOVEX-woningbouwlocaties. Deze maatregel is komen te vervallen en het budget is (inderdaad vóór 2025 al) binnen Fietsplan besteed aan andere maatregelen. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen dat de Westelijke Ontsluiting financieel onhaalbaar is gebleken, het project bevond zich in de aanbestedingsfase en stond ‘on hold’. De werkzaamheden aan dit project zijn vervolgens gestopt zodat er geen capaciteitsverbetering voor het autoverkeer is gerealiseerd. De gemaakte kosten betreffen de voorbereidings- en afrondingskosten tot dat moment.

Beide toelichtingen zijn juist. De uitvoering is gestart in 2025 en wordt deze zomer (2026) opgeleverd.

Ons doel is om de openbare ruimte in de bestaande stad op een goed onderhoudsniveau te houden, zodat deze veilig is Pagina 13 van 51

gelijk aan de jaarlijkse beschikbare budgetten, bestaande uit stortingen in de voorzieningen en investeringsruimte. Daarmee is in 2025 het vergroten van de achterstand gestopt. ‘Om de opgelopen achterstand daadwerkelijk in te lopen is een verdere stijging van de omvang van het werk in de komende jaren noodzakelijk.’ Kunt u mij uitleggen of dit een realistisch scenario is of wishful thinking - hoe deze zin te interpreteren?

om te gebruiken en een prettige woon- en werkomgeving biedt en geen extra kosten ontstaan vanwege te lage kwaliteiten. Met het prioritaire programma VORP werken we aan het vergroten van capaciteit, verkorten van doorlooptijden, aangepaste projectorganisatie en -sturing. Dit moet er voor zorgen dat we de komende jaren achterstanden in het uitvoerings-programma inlopen. 2025 laat zien dat de eerste stappen succesvol zijn en de omvang van het uitgevoerde programma stijgt. We zien het daarom als realistisch scenario dat de omvang van uitvoering van projecten nog verder stijgt, naar het noodzakelijke niveau, als het programma VORP verder wordt doorgevoerd.

PRO

19.

p.238 in welke straten is het in 2025 gelukt om bij groot onderhoud (riool/verharding/verlichting) aanpassingen te doen ten faveure van lopen, fietsen, ov, spelen en/of vergroening?

Bij elke herinrichting van buurten of straten streven we naar meer groen, waterberging, ruimte voor ontmoeting en verblijven, ruimte voor de loper en de fietser. Wat we kunnen realiseren is een afweging tussen beschikbare ruimte en alle ruimtevragers. Voorbeelden van projecten zijn de herinrichtingen van de Dollardstraat-Spaarnestraat, Wolvenstraat-Vossenstraat, Borneoplein. Een volledig overzicht van afgeronde en geplande projecten is te vinden in het meerjarenuitvoeringsprogramma openbare ruimte 20262029.

ChristenUni e

20.

Pagina 37. Wanneer zijn de SPUK gelden ontvangen? Waarom is er voor gekozen dit alleen in te zetten voor de koelkastactie? Welke andere maatregelen zijn er overwogen? Wanneer verwacht het college tot uitvoering over te gaan?

Het doel is om de beschikbare SPUK-gelden zo effectief mogelijk in te zetten, zodat we met de beschikbare middelen zoveel mogelijk energiearmoede kunnen verhelpen. Hierbij kiezen we nadrukkelijk voor zorgvuldigheid en aantoonbare impact boven snelheid. In 2022 en 2023 is totaal € 3.169.024 aan SPUK gelden ontvangen. Bijna de helft hiervan is gebruikt voor kleine energiebesparende maatregelen bij huishoudens met energiearmoede (Energiebox), waterzijdig inregelen via Duurzaam Bouwloket en woningcorporaties, en het ophogen van de witgoedregeling. Het ophogen van de witgoedregeling (2022-2024) waardoor een energiezuinigere koelkast aangeschaft kon worden, was een succes. Daarom heeft de koelkastactie een vervolg gekregen met de resterende SPUK-gelden (€ 1.647.817): Pagina 14 van 51

1.Ophogen (15 juli 2025 – 31 dec 2027) Het ophogen van de bestaande witgoedregeling. 2.Omruilactie (in voorbereiding) Omruilactie waarbij koelkast > 10 jaar kan worden omgeruild voor een energiezuinige koelkast, al dan niet in combinatie met bezoek van een energiecoach. Deze actie gaat naar verwachting deze zomer van start, en we verwachten dat na deze actie de SPUK-gelden ook uitgegeven zullen zijn. Huishoudens met kans op energiearmoede zijn doorgaans huurders, waardoor ze weinig tot geen invloed hebben op de gebouwschil of de vaste installaties in de woning. Daarom zetten we in op het energiezuiniger maken van de inboedel en meer specifiek de koelkast. Dit is vaak de grootste energiegebruiker waar een huurder invloed op heeft. Met middelen vanuit programma 1.1 Energietransitie wordt daarnaast ingezet op andere maatregelen om energiearmoede tegen te gaan: Fixbrigade De fixbrigade ondersteunt bewoners, met slecht geïsoleerde woningen, gratis bij het verlagen van hun energieverbruik. Door advies op maat en het uitvoeren van kleine energiebesparende maatregelen. Pilot ‘Gezond wonen op recept’ De pilot verbindt energiearmoede aan gezondheid. Bestaande verduurzamings initiatieven (zoals fixbrigade) worden gekoppeld aan het gezondheidsdomein en is erop gericht om o.a. kou-, tocht- en schimmelproblemen en de gevolgen daarvan vroegtijdig te signaleren en gezamenlijk aan te pakken.

In samenwerking met TNO.

Pagina 15 van 51

VVD

21.

Pag. 24: Verschil tussen gedaan en bereikt; niet kwantitatief wat bereikt is.

In de paragraaf Duurzaamheid (pagina 273) treft u kwantitatieve onderbouwing bij de resultaten. Wij nemen aan dat u daarom vraagt.

VVD

22.

Pag. 25: CO2 reduceren, wat zijn de criteria voor bepalen prioriteit gebouwen. Quick wins of hoeveel BVO of hoeveel CO2 reductie totaal?

Met het volgen van de routekaart is er een indicatieve besparing van 50% CO2 mogelijk in de kernportefeuille, de andere 50% moet worden gerealiseerd met de inkoop van duurzame energie en de technologische ontwikkeling om bij bestaand vastgoed meer CO2 te besparen. We richten ons in eerste instantie op het terugdringen van het energieverbruik en vervolgens op het zo veel als mogelijk inzetten van duurzame energiebronnen. Per gebouw wordt een voorstel voor besparing uitgewerkt. Zie ook raadsinformatiebrief Routekaart en uitvoeringsplan verduurzaming gemeentelijk vastgoed(1301644+Routekaart+en+uitvoeringsplan+verduurza ming+gemeentelijk+vastgoed).

VVD

23.

Pag. 30; Mobiliteit, is dit toevallig oude tekst? Er staat 2024 in vermeld.

VVD

24.

Zie antwoord bij vraag 11.

VVD

25.

Pag. 40; wijzigingen personele formatie 604k. Komt dit door mensen of wervingskosten? Pag. 42: Extra advieskosten voor Breestaat, hoeveel en hoeverre ook openbaar?

VVD

26.

Pag. 43: Hier wordt gesproken over verbetering capaciteit Westelijke Ontsluiting. Wat wordt hiermee bedoeld? Graag toelichting.

In het Coalitieakkoord 2022-2026 is opgenomen dat de Westelijke Ontsluiting financieel onhaalbaar is gebleken, het project bevond zich in de aanbestedingsfase en stond ‘on hold’. De werkzaamheden aan dit project zijn vervolgens gestopt zodat er geen capaciteitsverbetering voor het

De tekst is deels oud, de openingszin had moeten luiden: In 2024 zijn we gestart met het opstellen van het Omgevingsprogramma Mobiliteit, dit is op 13 mei 2025 door het college vastgesteld. De rest van de tekst klopt.

We hebben de raad in december geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de rechtszaak inzake parkeergarage Breestraat, zie Collegebericht aan de raad. De kosten die hiermee gemoeid zijn worden niet specifiek openbaar gemaakt, behalve als onderdeel van de planning & control cyclus.

Pagina 16 van 51

autoverkeer is gerealiseerd. De gemaakte kosten betreffen de voorbereidings- en afrondingskosten tot dat moment. VVD

27.

Pag. 44: Energie/outputweg. Wat betekent ondergebracht bij knooppunt Hoevelaken. Planning gaat hiermee synchroon lopen (ofwel, uitgesteld tot…… verre toekomst).

VVD

28.

Pag. 45: V19, nieuwe schakels in het fietsnetwerk. Als windturbine op Isselt niet doorgaat, kan dit dan versneld aangelegd worden?

VVD

29.

Pag. 47: Wat is het huidige plan op de Schothorsterlaan dat er 1,105 weerstandscapaciteit voor nodig is. Project is relatief klein dus foutenmarge groot?

In 2013 is met het Rijk en de provincies Utrecht en Gelderland en gemeente Nijkerk een bestuursovereenkomst aangegaan voor het Rijksproject A1/A28 Knooppunt Hoevelaken (hierna KPH). Omdat de realisatie van VERDER-maatregel 199 Kortsluiting Energieweg – Outputweg binnen de projectscope van KPH ligt is deze maatregel, inclusief regionale financiële bijdrage, onderdeel geworden van KPH. Omdat KPH is gepauzeerd en er nu onderzocht wordt of KPH eventueel gefaseerd kan worden aangepakt is in het kader van de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 afgesproken dat onderdelen van KPH, vooruitlopend op een vervolg voor KPH, door regionale partijen opgepakt worden. Maatregel 199 is één van deze onderdelen. Hiervoor is inmiddels een project gestart. In de vaststellingsovereenkomst met Smink over de TOP locatie is opgenomen dat het gebruiksrecht van deze grond (door Smink) alleen komt te vervallen ten behoeve van een windmolen. Openbreken van de overeenkomst wordt niet kansrijk geacht, omdat Smink geen voorstander is van de fietsverbinding. Het project Schothorsterlaan 88 betreft de realisatie van zorgwoningen en de (her)inrichting van het omliggende openbaar gebied in het park Schothorst. Het project bevindt zich in een vroeg planstadium. De gronden dienen nog te worden verworven van de huidige eigenaar waarna vervolgens de ontwikkeling kan plaatsvinden.

Gezien het planstadium worden er nog diverse risico’s gezien. Dit leidt tot een claim van € 1,105 mln. op de weerstandscapaciteit. De volgende risico’s zijn van toepassing en gekwantificeerd: - Voor de bepaling van de (grond)opbrengsten van de ontwikkeling van de zorgwoningen is een taxatie uitgevoerd. Deze taxatiewaarde is opgenomen in de Pagina 17 van 51

grondexploitatie. Afgesproken is dat de ontwikkeling van de zorgwoningen in co-creatie met bewonersgroep Behoud Park Schothorst (BPS) plaatsvindt. Dit kan leiden tot een lagere grondopbrengst in dien bijvoorbeeld wordt gekomen tot lager bouwvolume. - Aan de kostenkant bestaat het risico op eventuele nadeelcompensatie, de aanwezigheid van vervuiling onder de bestaande verharding en aanvullende plankosten en vertraging als gevolg van netcongestie. In de grondexploitatie wordt rekening gehouden met kostenstijging van kosten in de tijd. Dit op basis van de door het college vastgestelde parameters. Voor de alle grondexploitaties wordt rekening gehouden met het risico van een hogere kostenstijging (portefeuille risico). VVD

30.

Pag. 49: MJOP, vallen hier ook de Flint en OLV Theater onder? Hoe kan het dat hier achterstallig onderhoud is als het benodigde onderhoud steeds wordt herzien/herijkt?

We gaan ervan uit dat dit gaat om pagina 39 i.p.v. 49. De Flint en Theater Lieve Vrouw vallen niet onder de meerjaren onderhoudsvoorziening van de MFA’s. Lekkages binnen de MFA’s zijn niet te voorzien en maken geen onderdeel uit van de meerjaren onderhoudsplanning.

VVD

31.

Pag. 53; Fase 2, parkeren toelichting klopt niet met RIG en is onjuist. (Gebeurtenissen na balansdatum).

Dit is een jaarverslag van 2025. Wat hier genoemd staat in de stand van zaken op 31 december 2025. De jaarrekening wordt niet aangepast met alles wat na balansdatum is gewijzigd.

VVD

32.

Pag. 64: Welke peildatum wordt bedoeld? Zijn allemaal stukken van voor 31 december 2025 (balansdatum jaarrekening)?

Deze stukken zijn bedoeld als toelichting en niet als beschrijving van majeure ontwikkeling na de peildatum.

VVD

33.

Pag. 71: Verduurzamen gemeentelijk vastgoed. Al ruim 15 m. uitgegeven van de 29 m. Komt dit nog wel goed? Geld lijkt zo op. Zie ook blz 25, 22 vd. 66 gereed.

De € 29 miljoen betreft het investeringskrediet t/m 2025. Voor de jaarschijven 2026 t/m 2029 zijn afzonderlijke kredieten begroot. Het totaal beschikbare krediet t/m bedraagt € 56,3 miljoen. Voorlopig zijn er dus voldoende middelen beschikbaar.

VVD

34.

Pag. 72: Investering Zwembad Hogeweg nu pas afgerond? Graag toelichting, wordt al jaren gezwommen.

Dit investeringsproject is afgerond, maar was abusievelijk in ons financieel systeem nog niet gesloten, waardoor er in 2025 nog een (kleine) mutatie heeft plaatsgevonden. Met ingang van 2026 is dit krediet administratief gesloten.

Pagina 18 van 51

2. Programma Sociaal Fractie

nr.

Vraag

Antwoord

KeiHart voor Amersfoort

1.

Bij welke regelingen of voorzieningen binnen het sociaal domein en jeugdzorg bleef het bereik achter bij de raming en wat is de verklaring daarvoor? (93-99)

In 2025 is een lager bedrag aan subsidies vanuit sport en bewegen verleend dan begroot. Na de coronapandemie heeft het gebruik van onze sportsubsidies een flinke knauw gekregen. Het aantal aanvragen, voorheen tot soms wel ca. 100 stuks per jaar, wordt niet meer bereikt. Ondanks het invoeren van o.a. een ‘snelle subsidie’ (direct vastgesteld, tot € 2.500), regelmatige voorlichting over en promotie van de mogelijkheden en ondersteuning door de verenigingsadviseurs. Mogelijk heeft dit te maken met een langdurig(er) negatief effect op de beschikbaarheid van vrijwilligers bij sport- en beweegaanbieders en/of het voorrang geven aan het op orde hebben en houden van de kernactiviteiten. Minder inwoners hebben gebruik gemaakt van het mantelzorgcompliment. Dit is al een aantal jaar zo. Mogelijke verklaringen zijn dat inwoners niet goed op de hoogte zijn van de regeling of dat zij alleen gebruik maken van de mantelzorgpas. In het algemeen geldt voor (subsidie-) regelingen dat we (ruim) voldoende middelen beschikbaar houden, maar vooraf niet altijd een goede inschatting kunnen maken van de uitnutting.

KeiHart voor Amersfoort

2.

Klopt het dat jeugdzorg zonder de incidentele septembercirculaire een tekort van € 1,8 miljoen had gehad en welk effect heeft dit op de begroting 2026? (93-99)

Correct zonder de incidentele middelen was het tekort € 1,8 miljoen geweest. Dit tekort heeft geen gevolgen voor de begroting 2026.

CDA

3.

Blz. 78 In 2023 was het percentage huishoudens met risico op armoede 3.1. Voor 2025 is de verwachting 6.1 Vraag: Kan het college een toelichting geven op de verdubbeling van dit cijfer?

De werkelijke cijfers, die we van het CBS krijgen, komen pas laat beschikbaar. Toen we het streefcijfer voor 2025 bepaalden was het cijfer van 3,1% nog niet bekend. Het toen laatst bekende cijfer was 4,3% en dit was een voorlopig cijfer. De jaren daarvoor zat het cijfer rond 6%. Met het wegvallen van de energietoeslag, de hoge energie- en boodschappenprijzen en inflatie was op dat moment de inschatting dat het risico op armoede juist hoger zou zijn. Pagina 19 van 51

Het streefcijfer voor 2026 ligt op 2,7%. Dit cijfer is gebaseerd op de nieuwe definitie voor armoede en daarom niet vergelijkbaar met de streefcijfers t/m 2025. Daarom staat in de begroting 2026 het % inwoners dat in armoede leeft, in plaats van het % huishoudens met risico op armoede. CDA

4.

Blz. 84 Taskforce betreffende de wachttijden. In 2025 is de Taskforce wachttijden gestart, waarin alle partijen die betrokken zijn bij jeugd zijn vertegenwoordigd. Vraag: Wanneer kan het college de uitkomst van de Taskforce aan de Raad laten weten?

In juni neemt het college een besluit en zal de raad worden geïnformeerd via een informatieblad van het Regionale Inkoopen Subsidiebureau.

CDA

5.

Blz. 84 De aanwezigheid van de wachtlijst van MetMaya laat zien dat het zorglandschap nog niet genoeg in balans is. Wachtlijsten zullen altijd blijven, we streven wel naar aanvaardbare wachttijden. Hier worden landelijke standaarden voor ontwikkeld. Vraag: Kan het college aangeven, gezien de eerste ervaringen met MetMaya, wat de wachttijden op dit moment zijn en wat verstaat het college onder aanvaardbare wachttijden?

In Q1 2026 zien we dat het aantal wachtenden blijvend stabiliseert; in Q1 zijner gemiddeld 1008 wachtenden. Het gaat hierbij om zgn maandstanden, dus hoeveel kinderen, jongeren en gezinnen hebben die maand in deze administratieve fase gestaan. Een eenduidig antwoord geven op de vraag is niet mogelijk. Ook hebben we geen eenduidig antwoord op wat aanvaardbare wachttijden zijn. Dit is afhankelijk van veel factoren. Per MetMaya-team zetten we gericht acties in om de wachttijd te verkorten. In zijn totaliteit zien we een stabilisatie van de gemiddelde wachttijd. We zien in het eerste kwartaal dat de groep die langer dan 18 weken wacht, stijgt; dit wordt veroorzaakt doordat meer jeugdigen en gezinnen urgente hulpvragen hebben en daarmee voor gaan op anderen op de wachtlijst waardoor voor hen de wachttijd toeneemt. Terugdringen van het aantal wachtenden en wachttijden is een enorme tijdsintensieve uitdaging die inzet van veel partijen vraagt. Dit doen we doormiddel van de Taskforce wachttijden.

Pagina 20 van 51

CDA

6.

Blz. 107 Hospice Dome Amersfoort begrotingssubsidie Huishoudelijke ondersteuning van cliënten en palliatieve terminale zorg. Vraag: Kan het college zeggen of Stichting Dome in 2025 subsidie heeft aangevraagd en kan het college zeggen of deze subsidie is verleend?

Hospice Dome heeft in 2025 geen subsidie aangevraagd. Er is dus ook geen subsidie verleend.

PRO

7.

p.113. Klopt deze tabel: PI.2.1 Investeringen wel of geen investeringen gedaan? Als de investeringen op 0 staan, geeft het een vertekend beeld. Ik kan me voorstellen dat vastgoedinvesteringen in het Sociale Domein op vastgoed worden geboekt. Suggestie: als dit zo is, is het transparant om dit bij het sociaal domein te verwijzen naar de vastgoed paragraaf. Dit roept anders een vertekening op.

Het is inderdaad het geval dat de investeringen in vastgoed van het sociaal domein (en andere programma’s) bij programma 1.2 Grondexploitaties en Ruimtelijke Ordening worden gepresenteerd. Deze opmerking zal worden meegenomen in de evaluatie van de jaarrekening

PRO

8.

p.16. Er wordt in de inleiding van de jaarrekening ingezoomd op de programma’s en specifiek op het Sociale Domein: “Binnen het sociaal domein is in 2025 sprake van een hoger voordelig saldo dan verwacht. Oorzaken m.n. achterblijvend bereik van regelingen: Op Beschermd wonen houden we over. Er zijn per saldo ook lagere lasten voor Jeugdzorg dan begroot…”. Kan het college verder specificeren welke onderdelen binnen het sociaal domein (en specifiek binnen Beschermd Wonen en Jeugdzorg) hebben geleid tot lagere uitgaven dan begroot?

Zie voor een nadere toelichting pag 93-99.

PRO

9.

Feitelijk vragen over: Geld voor de Meridiaan en de nieuwe Opbouwwerker De gemeenteraad heeft in november 2025 besloten om € 225.000 te betalen voor de verbouwing van het nieuwe ontmoetingscentrum aan de Meridiaan. In januari 2026 is onze motie 'Opbouwwerker uit eigen huis' aangenomen. Omdat dit centrum al in juli 2026 open moet heeft PRO 3 vragen (blz. 54). Wat is nu de actuele status en de exacte opleverdatum van het in de motie verzochte onderzoek? Is er al besloten of de opbouwwerker in dienst komt van de gemeente (of een vaste partner zoals het wijkteam) in plaats van

Door diverse redenen (verbouwing + werving opbouwwerker) zal oplevering later dit jaar plaatsvinden, naar verwachting in oktober 2026 Er wordt momenteel met Indebuurt033 gekeken of zij deze ‘opbouwwerker’/kwartiermaker in dienst kunnen nemen. De loonkosten zijn voor 5 jaar begroot voor de meridiaan/koppel. In die 5 jaar moet er gewerkt worden aan een duurzaam financieringsmodel, ook voor deze rol. Daarmee kunnen loonkosten niet gebruikt worden in andere wijken. Pagina 21 van 51

een duur extern bedrijf, en kunnen we deze loonkosten (€ 53.000) straks wijk-overstijgend hergebruiken in Liendert en Kruiskamp?

Natuurlijk werkt opbouwwerker ook voor bezoekers uit andere wijken.

PRO

10.

Wordt die € 225.000 voor de verbouwing van het centrum zo gebruikt dat er ook vaste fysieke werkplekken en spreekruimtes komen voor het Wijkteam, het jongerenwerk en de wijk BOA's? Als zij daar samen gaan zitten, bespaart dat de gemeente huurgeld? Zo nee, waarom niet?

Er komt een klein aantal werkplekken, zodat er op verschillende dagen verschillende mensen kunnen werken. De huurafspraken zijn per partner verschillend. Deze werkplekken resulteren naar verwachting niet in een vermindering van huurgelden, veel rollen die gebruik gaan maken van deze bureaus betalen op dit moment geen huur.

PRO

11.

Welk deel van de gereserveerde € 755.000 uit de Reserve Meridiaan is in het begrotingsjaar 2025 feitelijk al uitgegeven aan de voorbereiding, en is er door de latere start sprake van overgebleven geld dat we kunnen meenemen naar 2026?

In 2025 is geen deel van de Reserve Meridiaan feitelijk uitgegeven aan de voorbereiding. De raad heeft de Reserve Meridiaan eind 2025 ingesteld en daarbij besloten € 755.000 uit de Algemene Reserve in deze bestemmingsreserve te storten. De onttrekkingen uit de Reserve Meridiaan starten vanaf 2026. Er is daarom geen sprake van overgebleven geld uit 2025 dat opnieuw moet worden meegenomen naar 2026. De middelen zijn niet vervallen, maar blijven beschikbaar binnen de Reserve Meridiaan voor de uitvoering van de aanpak Meridiaan vanaf 2026 en verder.

ChristenUnie

12.

Er zijn extra plaatsen gerealiseerd bij de Vrouwenopvang. De vertraging had te maken met het vinden van geschikte plaatsen. In onze regio hebben we geen proeftuin toekomstscenario kinden gezinsbescherming, maar we zijn wel een beproevende regio. Dit geven we vorm in de samenwerkingsafspraken. We zetten deze middelen in ten behoeve van de samenwerking en uitwerking van de samenwerkingsafspraken in het veiligheidsnetwerk.

ChristenUnie

13.

Pagina 95. Welke acties zijn er ondernomen om de doorontwikkeling en beoogde uitbreiding van passende opvangplekken te realiseren? Wat is de reden voor de vertraging? Hoeveel van de € 400.000 aan middelen naar aanleiding van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag is bedoeld ter ondersteuning van de uitvoering van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming? Wat is de beoogde inzet van de overblijvende middelen? Pagina 105. Wmo aanbieders die een beroep doen op de gemeente voor financiele ondersteuning bij het voordoen van (ondernemers) risico's. Kunt u dit risico verder toelichten? In welke mate is hier sprake van geweest de afgelopen jaren?

Bij de aanbesteding is besloten om een risico-opslag voor ondernemersrisico's niet standaard in de tarieven te verwerken. Zo voorkomen we dat de gemeente structureel betaalt voor risico's die zich mogelijk niet voordoen. In plaats daarvan houden we dit achter de hand als incidenteel financieel vangnet. We bieden hiermee uitsluitend Pagina 22 van 51

ondersteuning bij uitzonderlijke, externe omstandigheden buiten de invloedssfeer van de aanbieder (zoals extreme prijsstijgingen, acute crisissituaties of onvoorziene wetswijzigingen) waardoor de continuïteit van de zorg voor inwoners in gevaar komt. Reguliere bedrijfsrisico's worden hiermee niet afgedekt. In welke mate is hier sprake van geweest de afgelopen jaren? Er is de afgelopen jaren geen beroep op gedaan door aanbieders. VVD

14.

Pag. 80: Wijkaanpak Sociaal heeft een doorstart gemaakt in 2025. Waarom was er in eerste instantie mee gestopt en waarom is de verwachting dat het nu anders wordt?

Op basis van de geleerde lessen in 2025 hebben we de conclusie getrokken dat we onderdelen dienden te versterken voordat we op een vruchtbare manier verder konden met de (nieuwe) wijken: 1. In de wijken is gestart met een werknetwerk bestaande uit medewerkers van Indebuurt033, GGDrU, SRO, ABC, een gemeentelijke procesregisseur en gebiedsmanager. Dit werknetwerk in de wijk heeft samen het proces georganiseerd met inwoners, professionals en andere betrokkenen. Mede hierdoor worden de plannen die er nu liggen (en nog worden opgesteld) gedragen in de wijk en geven ons een gezamenlijke koers voor de komende jaren. 2. Ten tweede is een programmateam met onze kernpartners gestart waar in verschillende programmalijnen ondersteunende kennis en tools worden ontwikkeld voor het proces in de wijken. Tevens worden organisatorische knelpunten besproken en weggenomen. 3. Daarnaast is de integraliteit versterkt. Zo blijkt dat het voor inwoners niet uitmaakt vanuit welk domein zij benaderd worden; zij willen vooral delen wat er in hun leven speelt en waar behoefte aan is. We hanteren daarom een integrale werkwijze, waarbij we – waar mogelijk – volledig gezamenlijk optrekken met de wijkplannen leefbaarheid. Dit doen we bijvoorbeeld in de wijk/ dorpscombinatie Vathorst Hooglanderveen. In wijken waar al een wijkplan leefbaarheid aanwezig is, passen we onze werkwijze en het proces van het sociale

Pagina 23 van 51

wijkplan hierop aan. Doel is om richting inwoners vanuit één integrale aanpak te communiceren en uit te voeren. VVD

15.

Pag. 84: De beschrijving rondom de gang van zaken van Maya zie ik minder rooskleurig. In hoeverre klopt dit beeld wat hier wordt geschetst?

De feitelijke beschrijving zoals opgenomen klopt en geeft een juist beeld van de jeugdhulp, met de kanttekening dat de praktijk complexer is en per situatie kan verschillen. Hoewel er veel goed gaat en professionals zich dagelijks inzetten voor passende hulp, kan de situatie in individuele gevallen anders uitpakken dan het beleidsmatige beeld doet vermoeden.

VVD

16.

Pag. 93: Huiswerkbegeleiding is niet nieuw. Ho kan het dat er dan het bereik en aantal toekenningen achterloopt? Hoeveel kinderen/gezinnen zijn geholpen en hoeveel verwacht? Zijn er ook scholen waar huiswerkbegeleiding niet werkt?

Via het vouchersysteem voor huiswerkbegeleiding van Stichting Leergeld zijn in 2024 172 kinderen geholpen. In totaal werden er 540 vouchers verstrekt. In 2025 zijn 213 kinderen geholpen en zijn er 665 vouchers verstrekt. Dit betreft een stijging van voucheraanvragen van leerlingen uit het VO. Per kind kunnen 1 tot maximaal 4 vouchers worden aangevraagd bij Stichting Leergeld. Naast de bestaande voucherregeling voor huiswerkbegeleiding in het primair (PO ) en voortgezet onderwijs (VO) via Stichting Leergeld zijn we in schooljaar 2025-2026 in het primair onderwijs gestart met de 2-jarige pilot huiswerkbegeleiding binnen de muren van de basisschool (Zie RIB 15 juli 2025) We maken daarmee de beweging van individueel via Stichting Leergeld naar collectief op school met als doel het huiswerkbegeleiding in het onderwijs in te bedden. Dit doen we onder meer omdat in de voucherregeling knelpunten worden ervaren, zoals het achterblijven van het bereik, mismatch tussen scholen en huiswerkinstituten als het gaat om aanpak, tempo en aanbod van huiswerkondersteuning en de tijd die scholen kwijt zijn aan afstemming. Een verklaring voor de terugloop van het aantal gezinnen dat gebruikmaakt van de voucherregeling huiswerkbegeleiding PO via Stichting Leergeld, zou kunnen zijn dat er een extra voorziening bij is gekomen waar leerlingen nu door de Pilot gebruik van kunnen maken. Pagina 24 van 51

De pilot richt zich op het PO, niet op het VO. De eerste resultaten van de pilot zijn positief voor zowel scholen, als ouders en leerlingen. De evaluatie van de pilot vindt plaats in 2027. Hierover wordt de raad ter zijner tijd geïnformeerd. VVD

17.

Pag. 94: Bate jeugdzorg vanwege vrijval voorziening nagekomen facturen over 2024. Hier hoort normaal een onderbouwing voor te zijn. Hoe is het mogelijk dat deze onderbouwing er zo ver naast zit (3.250.000). Wat is het verhaal hierachter, zijn wij wel in control?

Tot en met 2024 werd er gebruik gemaakt van deze voorziening voor nagekomen facturen in verband met de 5 jaarstermijn voor declareren van zorgaanbieders. Jaarlijks was er sprake van enerzijds een vrijval van oudere jaren en anderzijds een storting voor het afgelopen jaar. Per saldo waren de budgettaire gevolgen hiervan beperkt. Vanaf 2025 wordt gewerkt met een andere systematiek en komt deze voorziening te vervallen, dit is de oorzaak van het resultaat. Belangrijk is dat het resultaat van deze vrijval €860.000 betreft (ook vermeld in de jaarrekening) . De hiernaast genoemde € 3.520.000 betreft een voordeel op de lasten als gevolg van extra middelen Jeugdzorg die tot een ophoging van het budget hebben geleid.

VVD

18.

Beter Amersfoort

19.

Beter Amersfoort

20.

Pag. 102: Leerlingenvervoer lager dan 2024. Klopt de meevaller wel? In de commissie van 4-3-2025 werd nog aangegeven dat de kosten in 2024 op 1.9m uitkwamen en de verwachte kosten in 2025 uitkomen op 2.3 m (zie kopje financiën). Nu wordt gesteld dat de kosten onder 2024 uitkomen, dus zou ik een grotere meevaller verwachten. Graag een gedetailleerde aansluiting. Het voordeel op jeugdzorg is grotendeels incidenteel rijksgeld. Wat is het structurele financiële beeld voor 2026, en welke concrete maatregelen worden genomen om wachttijden, communicatieproblemen en de samenwerking met huisartsen aan te pakken?

De meevaller klopt. In 2025 was de begroting € 2,3 mln. De werkelijke kosten waren € 2,0 mln. daardoor bleef € 300.000 over. De begroting in 2024 was € 2,2 mln. en de werkelijke kosten in 2024 waren € 1,97 bijna € 2,0 mln. Toen bleef er € 200.000 over.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17036048/3