Amendement 2026-077A Amersfoort2014: Zet in op innovatieve mobiliteit
Tekst van het document
Programma: 5.1 Financiën en belastingen
2026-077A
AMENDEMENT Zet in op innovatieve mobiliteit
Amersfoort, 8 juli 2026 Raadsvoorstel: Bestemming rekeningresultaat 2025 (531004) De raad van de gemeente Amersfoort constaterende dat: a. het mobiliteitsbeleid nog steeds uitgaat van het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, Mobility as a service (deelmobiliteit) en Privé-auto); b. het voorzieningenniveau voor de onderdelen OV en deelmobiliteit nog niet op niveau is (zie toelichting); c. er nog veel innovaties mogelijk zijn om op deze onderdelen van het STOMP-principe voortgang te boeken (zie toelichting); overwegende dat: d. de Kaderbrief 2027-2030 een beleidsarm document is, gezien de politieke omstandigheid (verkiezingsjaar); e. echter geen tijd meer verloren mag gaan om tot goede gebiedsgerichte mobiliteitsoplossingen te komen; f. een incidentele investering in innovaties voor mobiliteit moet resulteren in structurele voorzieningen die zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven bestaan; g. de commissie Omgeving goed in staat is een dergelijk innovatieprogramma te begeleiden en aan te sturen; besluit: 1. bij de toekenning van het Rekeningresultaat 2025 in Raadsvoorstel met zaaknummer 531004 onder punt 2 als derde bullet point toe te voegen: •
1 miljoen euro incidenteel vrij te maken voor de ontwikkeling en uitvoering van een op de gemeente Amersfoort gericht innovatieprogramma gebiedsgericht OV en deelmobiliteit; en het laatste bullet point aan te passen in:
•
het resterende bedrag van € 11,3 miljoen toevoegen aan de Saldireserve.
Thomas van der Eerden Amersfoort2014
Programma: 5.1 Financiën en belastingen
2026-077A
Toelichting: Dit amendement beoogt om de komende periode structurele oplossingen te krijgen voor meer gebiedsgericht OV en inzet van deelmobiliteit zonder constant subsidies daarvoor te hoeven verstrekken. Het huidige reguliere OV-aanbod valt weliswaar buiten de directe invloedssfeer van de gemeente Amersfoort, maar we constateren ook dat de inrichting hiervan niet optimaal is: buslijnen vallen (tijdelijk) uit, bussen rijden overdag vaak zwaar onderbezet, de loopafstand vanuit wijken naar bushaltes zijn niet voor iedereen goed te overbruggen, de frequentie is niet altijd afgestemd op de behoefte etcetera. De ketenmobiliteit van huis naar bestemming en weer terug is niet altijd goed ingeregeld. Ook de deelmobiliteit komt moeizaam van de grond. Deelscooters en deelfietsen kunnen alleen worden ingezet als er subsidies worden verstrekt, ze worden slecht behandeld en liggen vaak in de berm, nog los van de vraag of de benutting van scooters en fietsen wel voldoende bijdraagt aan de Modal Shift Potentie van auto naar alternatief. Deelauto’s zijn er ook nog te weinig en vaak ook niet toegankelijk genoeg. De oorzaken zijn divers en dit amendement gaat daar ook niet verder op in. Het is juist de bedoeling dat we met bewoners in de wijken en de Commissie Omgeving nagaan hoe het oorzakelijk complex in elkaar zit en hoe we hier adequaat op kunnen inspelen.
Deels zal het geld besteed kunnen worden aan haalbaarheidsonderzoek, deels aan praktijkvoorbeelden en wellicht nog andere bestedingen. Het gaat niet alleen om futuristische mobiliteitsoplossingen te bieden (‘we gaan voortaan met de zeppelin’), maar om wijkgericht te zoeken naar de best passende invulling van het STOMP-beleid. Zo kan de mix van oplossingen voor Soesterkwartier anders zijn, dan voor Nieuwland en de nieuwe wijk Bovenduist. Dit kan leiden tot het aanbod van bijvoorbeeld kleine wijkbussen, tot de aanleg van een effectief wandelpad naar de dichtstbijzijnde bushalte of station, of een specifieke inrichting van een buurthub.