CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie MER Van Ghent-, Van Nes- en Van Galenstraat

Commissie Omgeving 15 april 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit met bindend advies Van Ghent-, Van Nes- en Van Galenstraat5.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie m.e.r. Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat Gemeente Amersfoort

A

Kerkewijk 156

3904 JJ Veenendaal Dreef 4C 7202 AG Zutphen T

0318 – 505 637

E

info@kubiek.nu WWW .KUBIEK .NU

Aanmeldnotitie m.e.r. Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat Gemeente Amersfoort

PLANGEGEVENS Projectnummer: Datum: Titel:

2

K25285 20 maart 2026 Amersfoort, VGVN

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................................................................................................. 3 1.

2.

Inleiding ..................................................................................................................................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding .................................................................................................................................................................................................. 5

1.2.

Wettelijk kader ........................................................................................................................................................................................ 6

1.3.

Inhoud m.e.r.-beoordeling .............................................................................................................................................................. 7

1.4.

Leeswijzer .................................................................................................................................................................................................. 8

M.e.r.-beoordeling .............................................................................................................................................................................................. 9 2.1.

Kenmerken van het project .......................................................................................................................................................... 9

2.1.1.

De omvang en locatie van het project................................................................................................................... 9

2.1.2.

Cumulatie andere projecten ........................................................................................................................................10

2.1.3.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie afval ...............................................................................10

2.1.4.

Productie van afvalstoffen ..........................................................................................................................................10

2.1.5.

Verontreiniging en hinder .............................................................................................................................................10

2.1.6.

Risico op ongevallen..........................................................................................................................................................10

2.1.7.

Risico’s voor de menselijke gezondheid.............................................................................................................10

2.2.

Plaats van het project ...................................................................................................................................................................11

2.2.1.

Bestaande situatie .............................................................................................................................................................11

2.2.2. Rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen........................................................................................................................................................................................................11 2.2.3. 2.3.

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu .....................................................................................11

Kenmerken van het potentiële effect ..............................................................................................................................13

2.3.1.

Verkeer .........................................................................................................................................................................................13

2.3.2.

Parkeren.......................................................................................................................................................................................13

2.3.3.

Bodem...........................................................................................................................................................................................14

2.3.4.

Natuur...........................................................................................................................................................................................15

2.3.5.

Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................................................15

2.3.6.

Externe veiligheid................................................................................................................................................................16

2.3.7.

Geluid.............................................................................................................................................................................................17

2.3.8.

Lucht ..............................................................................................................................................................................................18

2.3.9.

Water .............................................................................................................................................................................................18

2.3.10.

Kabels en leidingen ............................................................................................................................................................21

ruimte voor ontwikkeling

3

2.4. 3.

Cumulatieve effecten....................................................................................................................................................................21

Conclusie ...............................................................................................................................................................................................................22

Bijlage 1. Quickscan flora en fauna 2. Nader ecologisch onderzoek 3. Vergunning flora en fauna activiteit 4. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek 5. PvE proefsleuvenonderzoek 6. Verkennend- en naderbodemonderzoek 7. Weging van het Waterbelang 8. Geohydrologisch onderzoek 9. Klimaattoets

4

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

1. Inleiding 1.1. Aanleiding In het plangebied aan de Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat in Amersfoort heeft woningcorporatie De Alliantie in totaal 98 woningen in bezit. De woningen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Het beoogde initiatief ziet op een herontwikkeling van het plangebied, waarbij de bestaande 98 woningen met bijbehorende bouwwerken worden vervangen door nieuwe, betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen in een groene en leefbare buurt. Er is derhalve sprake van sloop en vervangende nieuwbouw. In de beoogde nieuwe situatie is er sprake van 202 appartementen, verdeeld over vier nieuwe wooncomplexen. Het betreft een divers woningbouwprogramma met een variatie van 2, 3 en 4 kamerwoningen in het sociale huursegment en het middenhuursegment.

Uitsnede kadastrale kaart met ligging plangebied (bron: perceelloep.nl).

Omdat de activiteit onder een van de activiteiten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit valt, moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd.

ruimte voor ontwikkeling

5

1.2. Wettelijk kader De wet- en regelgeving omtrent de m.e.r. is geen puur nationale aangelegenheid. De verplichting om in bepaalde gevallen een soort m.e.r. op te stellen volgt uit het Europese recht, te weten de m.e.r.-richtlijn en de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (hierna: SMB-richtlijn). De m.e.r.-regelgeving wordt onder de Omgevingswet geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Aangezien de regelgeving moet blijven voldoen aan de Europese richtlijnen verandert er relatief weinig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit in 1 lijst zijn zowel de mer-plichtige als de merbeoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. In kolom 1 worden de projecten genoemd waar mogelijk een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Komt het project boven de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2, dan geldt er direct een m.e.r.-plicht. De m.e.r.-beoordelingsplicht geldt in gevallen zoals omschreven in kolom 3. In kolom 4 wordt opgesomd bij welk besluit de m.e.r.-beoordeling moet worden genomen. De voorgenomen activiteit valt onder de subkop ‘infrastructuur en ruimte’ (onderdeel J) en onder het project ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ (onderdeel J11).

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Nr.

Projecten

Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet)

Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet)

Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit

J11

Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen

Niet van toepassing

Aanleg, wijziging of uitbreiding

Het omgevingsplan

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel geldt er een m.e.r.-beoordelingsplicht voor de realisatie van 202 woningen. Dit geldt zowel bij een besluit over een omgevingsplan als een besluit over een omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit. In artikel 11.8 van het Omgevingsbesluit wordt namelijk geregeld dat als voor een project een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd, die omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt aangemerkt

6

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

als een besluit, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de Omgevingswet, in plaats van het besluit tot vaststelling van een omgevingsplan, bedoeld in bijlage V kolom 4.

1.3. Inhoud m.e.r.-beoordeling In artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit wordt bepaald wat er in ieder geval beschreven moet worden in een m.e.r.-beoordeling:

1. Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: a. het project, met in ieder geval een beschrijving van: i. de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; ii. de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; b. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en c. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: i. de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en ii. het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. 2. Bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, houdt degene die voornemens is het project uit te voeren rekening met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten. 3. Bij de mededeling kan een beschrijving worden verstrekt van de kenmerken van het voorgenomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke milieueffecten te vermijden of te voorkomen.

Bij het beoordelen van de m.e.r.-beoordeling wordt rekening gehouden met de criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn die onderverdeeld zijn over de drie hoofdcriteria: 1. Kenmerken van het project 2. Plaats van het project 3. Kenmerken van het potentiële effect De m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd. De essentie van die uitspraak is dat altijd een m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. Het bevoegd gezag dient vervolgens binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft, anders dan in de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure, niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. De initiatiefnemer voegt het m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag.

ruimte voor ontwikkeling

7

1.4. Leeswijzer In deze m.e.r.-beoordeling wordt aandacht besteed aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. In de hoofdstuk 2 wordt getoetst aan de hoofdcriteria. In paragraaf 2.1 komen de kenmerken van het project aan de orde. In paragraaf 2.2 staat de plaats van het project centraal. Vervolgens worden in paragraaf 2.3 de kenmerken van het potentiële effect beschreven. Hoofdstuk 3 bevat ten slotte de conclusie van deze m.e.r.-beoordeling.

8

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

2. M.e.r.-beoordeling 2.1. Kenmerken van het project 2.1.1. De omvang en locatie van het project Ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied zal de bestaande bebouwing, in de vorm 98 woningen met bijbehorende bouwwerken worden gesloopt. De beoogde omgevingsvergunning(en) zullen ter plaatse een nieuw woongebied met in totaal 202 appartementen met bijbehorende voorzieningen mogelijk maken. Het doel van de ontwikkeling is om te komen tot een nieuwe, betaalbare, duurzame en toekomstbestendige huisvesting in een groene en leefbare buurt. De opzet van het nieuwe woongebied laat zich kenmerken door vier nieuwe wooncomplexen in een parkachtige opzet. Centraal in het plangebied is er sprake van een collectieve binnentuin. Het woningbouwprogramma is divers met een variatie van 2, 3 en 4 kamerwoningen in het sociale huursegment en het middenhuursegment.

Opzet beoogde nieuwe situatie (bron: Loos van Vliet)

Verdere kenmerken van het plan zijn onder meer: • • •

De bebouwing zal bestaan uit 3 en 4 bouwlagen. De woningen worden volledig gasloos en goed geïsoleerd gerealiseerd. Het park rond de bestaande en nieuwe bebouwing wordt ingericht om ontmoeting te stimuleren tussen bewoners.. Daarbij zal ook op verschillende wijzen invulling worden gegeven

ruimte voor ontwikkeling

9

•

•

aan klimaatadaptiviteit, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Er wordt ingezet op behoud van bestaande bomen, maar er worden ook nieuwe, meer klimaatadaptieve bomen aangeplant. Verder zullen er wadi’s worden toegepast ten behoeve van o.a. waterberging. Het parkeren wordt binnen het plangebied opgelost. Het parkeren vindt op maaiveld plaats in binnenhoven behorende bij de vier afzonderlijke wooncomplexen. Deels vindt het parkeren in de binnenhoven onder groene pergola’s of tussen bomen plaats. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1,5 hectare.

2.1.2. Cumulatie andere projecten Cumulatie met andere projecten in de nabijheid van het plangebied is niet aan de orde. Er zijn ten tijde van deze notitie geen andere ontwikkelingen of ontwerpbestemmingsplannen in de omgeving, die de milieueffecten vanuit het plangebied beïnvloeden en omgekeerd.

2.1.3. Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie afval In het project worden geen relevante natuurlijke hulpbronnen gebruikt, anders dan voor de realisatie van het plan. Hierbij geldt dat het grootste gedeelte van de grond die wordt afgegraven gebruikt wordt ten behoeve van de terreininrichting. Voor het bouwen van de woningen worden bouwmaterialen gebruikt, maar dit betreft een eenmalige gebruikelijke verrichting. De woningen worden zoveel mogelijk duurzaam gebouwd. De woningen krijgen geen gasaansluiting. Hierdoor zal het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, zoals gas, minimaal zijn. Er is geen sprake van een potentieel negatief effect op natuurlijke hulpbronnen.

2.1.4. Productie van afvalstoffen Tijdens gebruiksfase vindt er naar huidig inzicht geen productie van stoffen plaats die leiden tot gevaarlijke of milieubelastende (afval)stoffen. Het (huishoudelijk) afval dat wordt geproduceerd wordt zoveel als mogelijk gescheiden ingezameld en afgevoerd. Het afval van de toekomstige bewoners zal volgens de geldende regelgeving worden gerecycled/verwerkt. Dit zou op elke locatie het geval zijn.

2.1.5. Verontreiniging en hinder Ten aanzien van verontreiniging en hinder zijn de aspecten verkeer, geluid en luchtkwaliteit van belang. Door de realisatie van 202 woningen ter plaatse van gronden waar momenteel 98 woningen staan, neemt het aantal verkeersbewegingen toe. Dit kan leiden tot geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarmee is er sprake van een potentieel effect. In paragraaf 2.3 wordt hier nader op ingegaan.

2.1.6. Risico op ongevallen Door de realisatie van woningbouw wordt het risico op ongevallen niet vergroot. Er is geen sprake van een potentieel effect.

2.1.7. Risico’s voor de menselijke gezondheid Indien er verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn en ter plaatse langdurig personen verblijven, bestaat er een risico voor de menselijke gezondheid. In paragraaf 2.3 wordt onder meer nader ingegaan

10

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

op het aspect bodem. Ook bedrijfsmatige activiteiten die plaatsvinden, kunnen op het gebied van geur, stof, geluid en gevaar hinder veroorzaken voor de omgeving en daarmee ook voor de menselijke gezondheid. De aspecten bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid worden eveneens in paragraaf 2.3 nader beschreven.

2.2. Plaats van het project 2.2.1. Bestaande situatie De locatie aan de aan de Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat in Amersfoort bevindt zich binnen de bebouwde kom van de stad Amersfoort, ten noorden van het centrum in de wijk Kruiskamp(-Noord). De Van Ghentstraat en Van Nesstraat betreffen doorgaande noordzuidverbindingen door het plangebied heen voor zowel autoverkeer als langzaam verkeer. Binnen het plangebied zijn ruime groenstroken aanwezig ten oosten van de Van Ghentstraat en de Van Nesstraat, ten westen van de achtertuinen behorende bij de woningen aan de Van Nesstraat en ten noorden van de Van Galenstraat. Het plangebied kent de bestemming ‘Groen’, ‘Wonen - 1’, ‘Tuin’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ en ‘WaardeArcheologie 2’. Daarnaast geldt er voor het gebied een maximumaantal bouwlagen van 2 lagen.

2.2.2. Rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen.

2.2.3. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in beschermd natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Arkemheen en ligt op circa 7,4 kilometer afstand van het plangebied. Dit is op onderstaande afbeelding weergegeven. Daarmee zijn relevante nadelige milieugevolgen van het project op voorhand uit te sluiten.

Ligging t.o.v. natuurgebieden (bron: Atlas leefomgeving)

ruimte voor ontwikkeling

11

Ecologie Een quickscan flora en fauna is uitgevoerd om na te gaan of de ontwikkeling leidt tot significante negatieve gevolgen op beschermde flora en fauna (bijlage 1). Uit de quickscan kwam naar voren dat er nader onderzoek nodig is naar steenmarter, ransuil, huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen. Nader onderzoek naar ecologie is uitgevoerd (bijlage 2). Hieruit kan geconcludeerd worden dat er in het plangebied nesten van huismussen en gierzwaluwen zijn aangetroffen. De oostelijke en zuidelijke groenstrook aan de rand van het plangebied is grotendeels aangemerkt als essentieel groenelement voor huismus. Daarnaast zijn er in het plangebied zomerverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Voor de beoogde ingrepen in het plangebied aan de Van Nesstraat en Van Ghentstraat te Amersfoort zijn er voor huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis negatieve effecten vastgesteld. Voor de nesten van huismus en gierzwaluw en de verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis is een omgevingsvergunning (bijlage 3) verleend. Voor andere beschermde soorten zijn geen consequenties in het kader van de Omgevingswet te verwachten. Archeologie De projectlocatie heeft een aanduiding met betrekking tot archeologie. Door bureau voor archeologie is er een bureauonderzoek en verkennend boordonderzoek uitgevoerd, dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 4.

Uit dit onderzoek bleek dat er in het plangebied vermoedelijk sporen van historische wegen en een loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog liggen (deze zijn aangegeven op figuur 36 achter in het rapport). Bureau voor Archeologie adviseert ter hoogte van de historische wegen niet dieper te graven dan 60 cm -mv en ter hoogte van de loopgraaf niet dieper dan 80 cm -mv. Indien dit niet mogelijk wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De werkwijze van het proefsleuvenonderzoek is vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed gekeurd Programma van Eisen (PvE). De sleuven zullen waarschijnlijk grotendeels in achtertuinen moeten worden aangelegd. Bureau voor Archeologie adviseert de rest van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Door Raap is een programma van eisen voor het archeologisch proefsleuvenonderzoek opgesteld. Dit PvE is bijgevoegd aan deze onderbouwing als bijlage 5. Cultuurhistorie In het plangebied en de directe omgeving zijn geen gebouwde cultuurhistorische elementen aanwezig.

12

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

2.3. Kenmerken van het potentiële effect Om te kunnen bepalen of er sprake is van potentiële aanzienlijke effecten moeten de aspecten uit de voorgaande paragrafen in het bijzonder in overweging worden genomen. Hierbij zijn de volgende aandachtpunten van belang: •

Het bereik van het effect;

•

De waarschijnlijkheid van het effect;

•

De duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

2.3.1. Verkeer Het plangebied wordt ontsloten door de Van Galenstraat, Van Nesstraat en de Van Ghentstraat. In de gewenste situatie is de verkeersgeneratie te bepalen aan de hand van kencijfers van de CROWpublicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024, basis voor parkeernormering’. Voor woningen in een sterk stedelijk gebied, schil gelden onderstaande maximale kencijfers (mvt/etmaal per woning). • • • • •

80 m² gbo (vrije sector): 2 woningen × 3,3 mvt/etmaal = 6,6 mvt/etmaal Sociale huurwoning > 80 m² gbo: 8 woningen × 3,0 mvt/etmaal = 24,0 mvt/etmaal 55 – 80 m² gbo (vrije sector): 41 woningen × 3,0 mvt/etmaal = 123,0 mvt/etmaal Sociale huurwoning 55 – 80 m² gbo: 74 woningen × 2,9 mvt/etmaal = 214,6 mvt/etmaal Sociale huurwoning < 55 m² gbo: 77 woningen × 2,9 mvt/etmaal = 223,3 mvt/etmaal

De totale maximale verkeersaantrekkende werking in de beoogde situatie bedraagt daarmee 591,5 mvt/etmaal. Gezien de ligging en de huidige verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied wordt aangenomen dat de verkeersafwikkeling van onderhavige ontwikkeling geen verkeerskundige belemmeringen vormt voor de directe omgeving.

2.3.2. Parkeren Op basis van de Beleidsregels Parkeernormen Amersfoort kan inzicht worden verkregen in de nieuwe parkeersituatie. In onderstaande tabel is per functie berekend hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn.

ruimte voor ontwikkeling

13

Hieruit blijkt dat er minimaal 99 parkeerplekken vereist zijn. Het aantal te realiseren parkeerplekken in het plangebied betreft 101 parkeerplekken. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm.

Berekening aantal parkeerplaatsen volgens parkeernorm (bron: bijlage 2. Studie Moke architecten)

De parkeerplaatsen worden binnen het plangebied gerealiseerd. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

2.3.3. Bodem Ten behoeve van onderhavig initiatief is een verkennend- en naderbodemonderzoek uitgevoerd door BOOT. De volledige rapportage is bijgevoegd als bijlage 6. Het bodemonderzoek laat zien dat er enkele verhoogde concentraties van onder andere koper en PAK aanwezig zijn, maar dat deze voldoende zijn afgeperkt en de interventiewaarden slechts in beperkte hoeveelheden worden overschreden (circa 6 m³ koper en 10 m³ PAK). De verontreinigingen zijn vermoedelijk ontstaan vóór 1987, waardoor de zorgplicht niet van toepassing is. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de geplande nieuwbouw, en de vrijkomende grond wordt indicatief ingedeeld in bodemkwaliteitsklasse Industrie. Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden in de bodem geldt, afhankelijk van de omvang van het werk en of er wordt gegraven boven of onder de interventiewaarde voor bodemkwaliteit, een informatie- of meldingsplicht. Tijdens het graven dienen de algemene zorgplicht- en basisregels te worden gevolgd, waaronder zorgvuldig graven en het gescheiden houden van verschillende kwaliteiten grond en bodemvreemde materialen. De resultaten van het nader bodemonderzoek kunnen als indicatie worden gebruikt voor grondverzet binnen de onderzoekslocatie. Indien een gesloten grondbalans bij de ontwikkeling niet mogelijk is, moet grond van de locatie worden afgevoerd.

Daarnaast kan in overleg met de gemeente een toepassing worden gezocht in het kader van actief bodembeheer, bijvoorbeeld via een bodembeheerplan of de bodemkwaliteitskaart. Voor toepassingen buiten de onderzoekslocatie is het uitvoeren van een partijkeuring noodzakelijk om de definitieve indeling in bodemkwaliteitsklasse en de mogelijkheden voor hergebruik vast te stellen.

14

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

2.3.4. Natuur Soortenbescherming Zoals in paragraaf 2.2.3. is beschreven is er een quickscan flora en fauna en nader onderzoek ecologie uitgevoerd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er in het plangebied nesten van huismussen en gierzwaluwen zijn aangetroffen. De oostelijke en zuidelijke groenstrook aan de rand van het plangebied is grotendeels aangemerkt als essentieel groenelement voor huismus. Daarnaast zijn er in het plangebied zomerverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Voor de beoogde ingrepen in het plangebied aan de Van Nesstraat en Van Ghentstraat te Amersfoort zijn er voor huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis negatieve effecten vastgesteld. Voor de nesten van huismus en gierzwaluw en de verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis is een omgevingsvergunning (bijlage 3) verleend. Voor andere beschermde soorten zijn geen consequenties in het kader van de Omgevingswet te verwachten. Gebiedsbescherming De locatie ligt op voldoende afstand van Natura 2000-gebied om uit te sluiten dat er negatieve effecten optreden. Een mogelijke uitzondering daarop is grensoverschrijdende stikstofdepositie. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Arkemheen en ligt op circa 7,4 kilometer afstand van het plangebied.

Uit de analyse blijkt dat de NOX uitstoot in de toekomstige gebruiksfase 101,5 kg per jaar en in de aanlegfase 256,5 kg per jaar bedraagt. De berekening met de AERIUS Calculator laat zien dat in gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Ook voor de aanlegfase is er geen depositie berekend. Er zijn namelijk geen rekenresultaten, hoger dan 0,00 mol/ha/j.

2.3.5. Bedrijven en milieuzonering Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. Woningen zijn gevoelige objecten, zelf zorgen ze niet voor overlast op de omgeving. Andersom moeten woningen gezien hun gevoelige functie wel beschermd worden voor overlast gevende functies. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich diverse voorzieningen en bedrijven. Aan de Van Almondestraat 2 en de Evertsenstraat 39 zijn onderwijsinstellingen gevestigd, op een afstand van circa 50 meter van het plangebied. Aan de Van Galenstraat 31a bevindt zich een café op ongeveer 20 meter afstand. Op nummer 33 van de Van Galenstraat is een autobedrijf gevestigd, op circa 30 meter afstand. Aan de Van Galenstraat 37B bevindt zich een moskee op ongeveer 15 meter van het plangebied. Tot slot is aan de Van Galenstraat 81 een scooterwinkel gevestigd, eveneens op circa 15 meter afstand. Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt bouw van de

ruimte voor ontwikkeling

15

woningen niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening.

2.3.6. Externe veiligheid Met de ontwikkeling wordt geen Seveso-inrichting gerealiseerd. Zware ongevallen of rampen zijn door de ontwikkeling niet te verwachten. Conform de risicokaart zijn in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig. In de omgeving van het plangebied is geen sprake van het transport van gevaarlijke stoffen over (vaar)wegen. Ook zijn er geen buisleidingen aanwezig met gevaarlijke stoffen. Wel is er sprake van transport van gevaarlijke stoffen over of spoorbanen. Het plangebied ligt volledig in het gifwolkaandachtsgebied en deels in het explosieaandachtsgebied van het spoor. Op de planlocatie is in de huidige situatie al sprake van een bepaald groepsrisico gezien het gebruik wonen en de ligging t.o.v. de spoorlijn. In het nieuwe planvoornemen zal dit niet veranderen en niet leiden tot een toename hiervan. Bij het scenario toxische wolk is het advies om binnen te schuilen en de ramen, deuren en ventilatiesystemen te sluiten. Bij een ongevalsscenario met toxische stoffen ontstaat direct een toxische gaswolk, die over de omgeving kan komen te liggen, één en ander afhankelijk van de weersomstandigheden. Afhankelijk van het soort gas kan het de longen en slijmvliezen aantasten en hoofdpijn veroorzaken. Bij een percentage van de aanwezigen in het invloed gebied kan letaal letsel optreden door blootstelling aan deze toxische wolk.

Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een ramp of een zwaar ongeval voldoende snel kunnen optreden. Het plangebied en de bronnen zijn goed bereikbaar voor de brandweer. De brandweerkazerne van Amersfoort bevindt zich op circa 3 kilometer van het plangebied. Overige hulpdiensten kunnen de bron ook vanuit meerdere richtingen benaderen. Daarnaast heeft de locatie in de huidige situatie al een woonbestemming.

16

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn er geen significante negatieve effecten te verwachten.

Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: Atlas leefomgeving)

2.3.7. Geluid Een woning wordt beschouwd als een geluidsgevoelig gebouw, waardoor nagegaan moet worden of de locatie is gelegen in een geluidsaandachtsgebied of geluidsproductieplafond. De locatie is niet gelegen binnen een geluidsproductieplafond van een industrieterrein. Wel ligt het plan op korte afstand van meerdere wegen en het spoor, waardoor akoestisch onderzoek uitgevoerd is. Door Embridge Nederland is een akoestisch onderzoek (rail) verkeer uitgevoerd, dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 4. Wegverkeerslawaai De hoogste geluidsbelasting, bedraagt 47 Lden op de alle etages van toetspunt 13 (TP13) en op etage 1 en 2 van toetspunt 12(TP12). Uit de overige resultaten blijkt dat de standaardwaarde van 55 Lden nergens wordt overschreden. Hiermee wordt voldaan aan de standaardwaarde voor wegverkeer op gemeentelijke wegen. Railverkeerslawaai De hoogste geluidsbelasting, bedraagt 52 Lden op de 2de of 3de verdieping van toetspunten 19 (19_C), 75 (75_D), 77 (77_D) en 43 (TP43_C). Uit de overige resultaten blijkt dat de standaardwaarde van 55 Lden nergens wordt overschreden. Hiermee wordt voldaan aan de standaardwaarde voor railverkeer.

Omdat voor zowel wegverkeerslawaai als voor railverkeerslawaai wordt voldaan aan de standaardwaarde van respectievelijk 53 Lden of 55 Lden zijn er geen aanvullende eisen nodig en kan er met betrekking tot geluid een goede fysieke leefomgeving worden gegarandeerd ter plaatse van de nieuwe appartementen.

ruimte voor ontwikkeling

17

2.3.8. Lucht Voor de volledigheid is getoetst of het project ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een onevenredige verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiervoor is de NIBM tool ingevuld en uitgegaan van verkeer in de nieuwe situatie waarbij de huidige situatie niet als reductie is gebruikt (worst case). Hieruit blijkt dat dat de ontwikkeling wordt gezien als NIBM. Verdere toetsing aan de

rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Uitkomsten berekening NIBM tool

Luchtkwaliteit ter plaatse Vanuit het Bkl gelden omgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5). Daarnaast hanteert de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor stikstofdioxide, fijn stof en zeer fijn stof. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de waarden ter plekke van het plangebied, de grenswaarden en de advieswaarden. De kaarten met concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de onderhavig planlocatie zijn gebaseerd op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. Stof NO2 PM10 PM2,5

Jaar 2025 13,2 µg/m3 16,6 µg/m3 9,2 µg/m3

Jaar 2030 10,2 µg/m3 15,1 µg/m3 7,9 µg/m3

Omgevingswaarde WHO advieswaarde 40 µg/m3 10 µg/m3 40 µg/m3 15 µg/m3 3 25 µg/m 5 µg/m3

Waarden in het plangebied, omgevingswaarden en WHO advieswaarden luchtkwaliteit

In de huidige situatie aan de Van Ghentstraat liggen de concentraties ver beneden de omgevingswaarden. Zoals blijkt uit bovenstaande tabel is de verwachting dat de jaargemiddelde concentraties in de toekomst verder zullen afnemen. De huidige waarden zijn acceptabel voor een goed woon- en leefklimaat op de planlocatie.

2.3.9. Water Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is het standstil beginsel een minimale voorwaarde. Dit beginsel houdt in dat er door de ontwikkeling geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.

18

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

Om het voornemen te toetsen aan het waterbeleid, is de watertoets uitgevoerd. Het resultaat is als bijlage 7 bijgevoegd. Het waterschap vraagt u om in het plan met de volgende drie aandachtspunten rekening te houden. 1. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. 2. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG.

Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. 3. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen. De buitenruimte is zoveel mogelijk groen en zo min mogelijk verhard. Parkeren wordt uitgevoerd in grasstenen en de paden worden in overleg met de gemeente bij voorkeur uitgevoerd in een waterdoorlatende stabiliser of padvast, naast het pad ligt aan weerszijde een strook met grasstenen. De binnenhoven voorzien in waterberging op eigen terrein. In de openbare ruimte wordt het water dat valt op de paden afgevoerd naar laagtes in het maaiveld. In het Groene Hart slingert de laagte door het parkachtige groen. In de biodiversiteitstuinen liggen twee poelen.

ruimte voor ontwikkeling

19

Waterberging plangebied (Bron: Buro Boot)

Er is door Buro BOOT een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 8). De conclusies en adviezen uit het onderzoek zijn hieronder beschreven. Binnen het plangebied ligt het wegpeil globaal op een niveau van NAP +1,7 m tot NAP +1,8 m. Ter plaatse van de kruisingen is dit hoger; ongeveer NAP +2,0 m. De tuinen liggen 0,1- 0,2 m hoger dan de wegpeilen. De ondergrond bestaat tot ongeveer 2,5 m-mv grotendeels bestaat uit fijn, matig siltig, zand. De toplaag tot 1,1 m-mv is daarnaast matig tot sterk humeus. Daarnaast is in 1 boring een leemlaag aangetroffen. Op basis van gemonitorde grondwaterstanden in de omgeving wordt de GHG ingeschat op NAP +1,4 m. De GLG wordt ingeschat op NAP +0,9 m. De ontwateringsdiepte ten opzichte van de wegpeilen is ongeveer 0,4 m en ten opzichte van de woningen ongeveer 0,6 m. Het risico op grondwateroverlast in de toekomstige situatie is aanwezig. Geadviseerd wordt daarmee rekening te houden met het ontwerpen van de weg- en vloerpeilen. Het risico op kweloverlast, opbarsten en beperkingen door waterwinning/-bescherming is niet aanwezig. Infiltratie binnen het plangebied wordt gezien de hoge grondwaterstanden en de vermoedelijk beperkte doorlatendheid niet geadviseerd. Als het maaiveld significant wordt opgehoogd zou dit eventueel wel een optie zijn.

20

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

Daarnaast is het waterbelang gewogen in een door Buro BOOT uitgewerkt weging van het waterbelang en een praktische toetsing middels de klimaattoets (bijlage 7 en 9). Hierin zijn de te nemen maatregelen ten aanzien van compensatie en waterberging en overstort technisch uitgewerkt.

2.3.10. Kabels en leidingen In het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en/of leidingen aanwezig.

2.4. Cumulatieve effecten Met de ontwikkeling is geen sprake van cumulatie van belangrijke nadelige effecten met overige in de omgeving milieubelastende activiteiten/projecten.

ruimte voor ontwikkeling

21

3.

Conclusie

Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling van het realiseren van 202 appartementen met bijbehorende voorzieningen aan de Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat in Amersfoort geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (en de omgeving) zal hebben. Er zijn geen essentiële milieueffecten, die door middel van een milieueffectrapport nader onderzocht moeten worden. Voor de verschillende milieueffecten kan op basis van beschikbare onderzoeken behorende bij het bestemmingsplan beoordeeld worden of er sprake is van potentiële effecten. Er is derhalve geen m.e.r.procedure noodzakelijk.

22

Aanmeldnotitie m.e.r. – Amersfoort, Van Ghentstraat, Van Nesstraat en Van Galenstraat

ruimte voor ontwikkeling

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789470/3