CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie MER Hogeweg 261

Commissie Omgeving 15 april 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Bindend advies Bopa Hogeweg 2613.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Opdrachtgever: Habitoo Van:

BügelHajema Adviseurs

Onderwerp:

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Hogeweg 261 te Amersfoort

Datum:

12-11-2024

1.

projectnummer: P001533

Algemeen

1.1 Inleiding De voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld in het kader van de ontwikkeling aan de Hogeweg 261 in Amersfoort. Het voornemen is op de locatie 6 woningen en 5 werkwerkunits met woning te realiseren. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het geldende bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is een ruimtelijke procedure noodzakelijk. Ten behoeve van de besluitvorming moet (onder andere) beoordeeld worden of het, gezien de milieueffecten, noodzakelijk is de procedure van milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De voorliggende notitie geeft het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Amersfoort de informatie die nodig is om dit besluit te kunnen nemen. De activiteit die met de omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt betreft: Onderdeel D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Onderdeel D 11.2 betreft: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: • een oppervlakte van 100 hectare of meer, • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.” De drempelwaarde van de betreffende categorie wordt niet overschreden.

Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling zal blijken of niet alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. moet worden doorlopen. In het navolgende is de vormvrije m.e.r.-beoordeling behandeld. De voorliggende aanmeldnotitie beschrijft de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en geeft een conclusie omtrent de noodzaak tot een m.e.r.-procedure. Aan de hand van deze informatie kan het bevoegd gezag een beslissing nemen of voor de voorgenomen activiteit een MER moet worden opgesteld.

Inhoudsvereisten aanmeldnotitie Het doel van een aanmeldnotitie ten behoeve van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is om op objectieve wijze informatie over mogelijk relevante milieugevolgen van de voorgenomen activiteit te verzamelen. Met deze informatie kan het bevoegd gezag een oordeel geven over de noodzaak van het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Een m.e.r.-beoordeling betekent dat er géén MER wordt opgesteld, tenzij er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het uitgangspunt is dus: 'Nee, tenzij'. De 'belangrijke nadelige gevolgen' moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). Bijlage III noemt drie hoofdthema's: 1. de kenmerken van de activiteit (waaronder omvang, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen); 2. de plaats van de activiteit (in relatie tot de kwetsbaarheid van het milieu); 3. de kenmerken van het potentiële effect (waaronder het bereik, de orde van grootte en waarschijnlijkheid van het effect). De navolgende tekst bespreekt de relevante aspecten op basis van het door de gemeente Amersfoort gehanteerde format. De bovenstaande drie criteria worden in deze aanmeldnotitie uitgewerkt. 1.2

Contactgegevens initiatiefnemer

Smink Vastgoed en Habitoo zijn initiatiefnemer en de gemeente Amersfoort is bevoegd gezag voor het project. Habitoo is gevestigd aan De Remise 10, 3811 ME te Amersfoort. 1.3

Beschrijving van de plaats van de activiteit

Het projectgebied heeft een oppervlakte van ongeveer 8.840 m2. Kadastraal gezien is het projectgebied bekend als Amersfoort – sectie R – nummer 605. Het projectgebied ligt ten oosten van Amersfoort en de A28 en maakt uit van de woon-werkzone Bloeidaal. Aan de zuidzijde begint het natuurgebied Bloeidaal.

Figuur. Locatie van het projectgebied met rood omlijnd

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

2

1.4 Beknopte beschrijving van de activiteit Het voornemen is de aanleg en het gebruik van 6 woningen en 5 werkwerkunits met woning, met de bijbehorende erven en voorzieningen. De voorheen bebouwing is reeds gesloopt.

De ambitie is om op de ontwikkellocatie een groene woonomgeving met een knipoog naar de oorspronkelijke agrarische verkaveling te ontwikkelen. De nieuwe omgeving sluit aan op de bestaande natuur van Bloeidaal, maar zal tevens worden ingericht om bij te dragen aan méér biodiversiteit en (daarmee) een toevoeging van natuurwaarde te bewerkstelligen. In de nieuwe woonwijk wordt aan de zuidzijde een zone toegewezen als natuur, waarbij met behulp van het Utrechts Landschap lokale plantensoorten worden uitgereden. 1.5 Beschrijving tijdpad van de activiteit De benodigde procedure kan afgerond worden in de loop van 2025. Hierna zal zo spoedig mogelijk worden gestart met de bouw. Begin 2026 kunnen de eerste woningen worden opgeleverd.

2.

Kenmerken van de activiteit

In overeenstemming met bijlage III van de EU-richtlijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de aard en omvang van het project; cumulatie met andere projecten; -

materialen, afvalstoffen en hulpbronnen

-

o het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; o de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder.

Aard en omvang van de activiteit Ten aanzien van het projectvoornemen geldt dat deze kan worden opgesplitst in een aanlegfase en een gebruiksfase. Beide hebben betrekking op de realisatie van 6 woningen en 5 werkwerkunits met woning, met de bijbehorende erven en voorzieningen. In de werkunits zijn bedrijven toegestaan uit categorie A en B van de lijst functiemenging. In deze lijst zijn functies opgenomen die zich lenen voor een gebied waar verschillende functies naast elkaar voorkomen. Categorie A activiteiten zijn activiteiten die zo weinig belastend voor hun omgeving zijn, dat ze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. Categorie B activiteiten hebben een beperkte milieubelasting voor hun omgeving, maar dienen wel bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies plaats te vinden. Categorie C activiteiten zijn op deze locatie niet toegestaan vanwege de relatief grote verkeer aantrekkende werking.

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

3

Inrichtingsplan

26

Ten aanzien van de aanlegfase geldt dat circa 1.543 m2 aanwezige bebouwing en verharding is gesloopt en vervolgens 6 woningen en 5 werkwerkunits met woning worden gebouwd. De gebruiksfase van dit project betreft het gebruiken van de gronden en bouwwerken voor in totaal 6 woningen en 5 werkwerkunits met woning. De meest zuidelijke strook wordt ingericht als natuur waardoor een vloeiende overgang ontstaat naar het achtergelegen natuurgebied Bloeidaal. Cumulatie met andere projecten Er zijn geen projecten of plannen in de (directe) omgeving bekend met een dusdanige omvang of impact die om die reden betrokken moeten worden in het kader van deze beoordeling. Materialen, afvalstoffen en hulpbronnen Voor de mogelijke aanleg- en bouwwerkzaamheden worden diverse mobiele werktuigen en transportmiddelen (zoals vrachtwagens) gebruikt. De energie daarvoor wordt geleverd door dieselolie en soms ook door elektriciteit uit het net. Voor de gebruiksfase geldt dat de woningen enkel zullen worden aangesloten op elektriciteit en water en dus geen gasaansluiting krijgen. Het actuele gebruik van het projectgebied verandert na afronding van de activiteiten. In het kader van de werkzaamheden is geen sprake van specifieke risico’s voor zware ongevallen of rampen in en in de omgeving van het projectgebied.

Door de aanlegwerkzaamheden is, conform regelgeving, sprake van emissies ten aanzien van water, geluid, licht en lucht. Binnen het projectgebied is geen sprake van productie van afvalstoffen, anders dan huishoudelijk afval ten tijde van de gebruiksfase en sloop- en bouwafval ten tijde van de aanlegfase. Wel kan sprake zijn van hinder. De hinder waarvan sprake kan zijn betreft bijvoorbeeld geluid vanwege een toename van verkeersbewegingen. Ook kan er sprake zijn van hinder in de vorm van verstoring van natuurwaarden. Deze aspecten komen kort aan de orde bij ‘Kenmerken van de potentiële effecten’.

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

4

3. Locatie van de activiteit Het plangebied is gelegen in de woon-werkzone Bloeidaal. Dit betreft een gemengd gebied met woningen en bedrijven in lagere milieucategorieën. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan natuurgebied Bloeidaal dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 gebieden liggen op grote afstand (> 10 km) van het plangebied. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Hogeweg. Deze weg zorgt voor de ontsluiting van het plangebied. In de nabijheid van het plangebied liggen de A28, A1 en de spoorlijn Amersfoort-Deventer. Daarnaast liggen er enkele gemeentelijke wegen in de nabijheid. Deze (spoor)wegen zijn van belang vanwege de mogelijke geluidseffecten op de nieuwe woningen. Hier wordt hierna verder op ingegaan. Ten noorden van de Hogeweg ligt een bedrijventerrein waar bedrijven tot maximaal categorie 3.2 zijn toegestaan. Risicovolle bedrijven zijn hier niet toegestaan. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op mogelijke milieugevolgen.

4.

Potentiële milieugevolgen van de activiteit

Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: het bereik van het effect; het grensoverschrijdende karakter van het effect; -

de orde van grootte en de complexiteit van het effect;

-

de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de autonome ontwikkelingen.

De mogelijke milieueffecten worden indien aan de orde aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Voor de voorliggende m.e.r.-beoordeling zijn autonome ontwikkelingen niet bekend. De referentiesituatie is dan ook overeenkomstig de bestaande situatie. Vanwege de aard van de ingreep wordt nader aandacht besteed aan de potentiële (milieu)effecten die kunnen optreden op archeologie, cultuurhistorie, bodem, ecologie, externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit, verkeer, bedrijven en milieuzonering en water. 1. Archeologie en cultuurhistorie In een inventariserend veldonderzoek in 2019 zijn slechts twee recente sloten aangetroffen en geen ander sporen of vondsten. Op basis van dit onderzoek heeft de gemeente Amersfoort een selectiebesluit genomen dat geen nader archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Hiermee is aangetoond dat geen sprake zal zijn van verstoring van archeologische waarden. Ten aanzien van cultuurhistorie geldt dat geen sprake is van aantasting van cultuurhistorische waarden ten gevolge van de ontwikkeling. 2. Bodem Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat het projectvoornemen geen onevenredige nadelige effecten heeft voor de bodemkwaliteit. De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

5

zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. Er is geen sprake van een ernstig geval van grondverontreiniging. 3. Trillingen Bij het aspect trillingen in het ruimtelijk spoor gaat het meestal om bescherming tegen trillingshinder bij personen. Trillingen kunnen worden veroorzaakt door zowel wegverkeer als treinverkeer. De aard van deze trilling is afhankelijk van: het type voertuig en de belading, de rijsnelheid en de vorm van de oneffenheden. Het onderzoeksgebied van trillingen bij (spoor)wegen ligt vrijwel altijd binnen een afstand van ongeveer honderd meter vanaf de bron. Hoewel in de omgeving van het projectgebied wel een spoorverbinding aanwezig is, kunnen trillingen als gevolg van deze spoorverbinding als gevolg van de grote afstand (circa 160 meter) worden uitgesloten. Gezien de aard van de omliggende wegen kunnen trillingen als gevolg van wegverkeer eveneens worden uitgesloten. 4. Ecologie Uit de ecologische inventarisatie is gebleken dat in en om het projectgebied beschermde soorten voorkomen of kunnen voorkomen. Om vast te stellen of er jaarrond beschermde vogelsoorten in het plangebied broeden, is aanvullend onderzoek naar gierzwaluw en huismus uitgevoerd. Daarnaast is onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen uitgevoerd – hiervan is het onderzoek naar paarverblijfplaatsen al uitgevoerd in het najaar van 2018.

Het nader onderzoek heeft uitgewezen dat er één zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in het woonhuis aanwezig is. Het is zeer aannemelijk dat het hier om één verblijfplaats met meerdere functies gaat van een gewone dwergvleermuis. Nestplaatsen van huismussen of gierzwaluwen zijn niet aangetroffen. Met de sloop van de huidige bebouwing zijn de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen niet behouden, ter mitigatie van dit verlies zijn vier alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd. Deze verblijfplaatsen bieden een alternatief onderkomen voor aanwezige vleermuizen tijdens de fase waarin de huidige bebouwing gesloopt is, maar de nieuwbouw nog niet is gerealiseerd. In de nieuwe bebouwing worden voldoende permanente alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd. Voor het vernietigen van de aangetroffen verblijfplaatsen is een ontheffing van de Wet natuurbescherming verleend door de provincie Utrecht. Stikstof Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat vanwege het gebruik van de 6 woningen en 5 werkwerkunits met woning de stikstofdepositie op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet meer bedraagt dan 0,00 mol N/ha/jaar. Significante effecten zijn daarom niet te verwachten. Er geldt geen vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

Natuurnetwerk Nederland De locatie grenst aan het Natuurnetwerk Nederland zoals dit is aangewezen door de Provincie Utrecht. De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsverordening regels opgenomen ten behoeve van

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

6

de natuurwaarden in het NNN. Deze regels hebben alleen betrekking op activiteiten binnen het NNN en niet voor gebieden die grenzen aan het gebied. Gezien de aard van de ontwikkeling zijn geen effecten op het aangrenzende natuurgebied te verwachten. 5. Externe veiligheid Voor het projectgebied is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van het doorgaande spoor richting Deventer ligt waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het risico van dit transport legt geen beperkingen op voor de realisatie van de plannen. De ontwikkeling draagt niet of slechts zeer beperkt bij aan de hoogte van het groepsrisico. Aanvullende maatregelen om het groepsrisico te beperken worden niet nodig geacht. 6. Geluid Voor deze aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling is het ook nodig om aandacht te besteden aan het aspect geluid. Voor het aspect geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de geluidzone van diverse wegen. Uit de berekeningen volgt dat de geluidbelasting ten gevolge van de A28 en A1 met waarden tussen de 49 en 53 dB hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Het geluid ten gevolge van de lokale wegen Hogeweg, Koedijkerweg en Wiekweg/Stuwdam blijft onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Railverkeerslawaai De optredende geluidsbelasting ten gevolge van het spoor bedraagt maximaal 54 dB.

Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Hogere waarden Alle woningen waarbij de grenswaarden worden overschreden beschikken over een geluidsluwe (dove) gevel en de gecumuleerde geluidsbelasting vanwege het weg- en railverkeer bedraagt ten hoogste 58 dB. Hiermee wordt aan het geluidsbeleid van de gemeente Amersfoort voldaan. Hiermee kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van aanzienlijke effecten op de leefomgeving. Omliggende bedrijven Uit de berekeningsresultaten blijkt dat de optredende maximale geluidsniveaus in de dag en avond en nachtperiode vrijwel overal voldoen aan de in het Activiteitenbesluit gestelde grenswaarden en de richtwaarden voor de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening. 7. Geur Bij het bouwen van geurgevoelige objecten moet de planontwikkelaar rekening houden met de geurcontouren van bedrijven. Het bouwen van nieuwe geurgevoelige objecten binnen de geurcontour van een bestaand bedrijf is immers niet zonder meer toegestaan. Uit onderzoek in 2012 is gebleken dat een klein gedeelte van het plangebied binnen de geurcontour valt van het agrarisch bedrijf aan de Koedijkerweg 14. Op een groot deel van de gronden van dit bedrijf is echter het Zonnepark Hoevelakense Beek gerealiseerd. Hiertoe zijn de stallen gesloopt en is het bedrijf beëindigd. De

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

7

gronden zijn voor 20 jaar verhuurd ten behoeve van het zonnepark. Er kan dus geen nieuwe geurbron worden gerealiseerd. Daarnaast is op grond van het bestemmingsplan alleen nog een grondgebonden veehouderij toegestaan. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het geuronderzoek achterhaald is en niet langer sprake is van een belemmering vanuit het aspect geur. 8. Verkeer en luchtkwaliteit In het plangebied worden 6 woningen en 5 werkwerkunits met woning toegevoegd. Binnen de woonwerkeenheden zijn alleen activiteiten toegestaan die in de bij de regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als categorie A en B. Het gaat om zeer lichte bedrijfsactiviteiten. Er is een berekening gemaakt met de NIBM-tool (NIBM-tool - Kenniscentrum InfoMil) om de maximale bijdrage van het plan te bepalen. Bij een verkeer aantrekkende werking van 201 motorvoertuigen per weekdag en een worst case aandeel vrachtverkeer van 15%, ligt de maximale bijdrage van NO2 en PM10 ruimschoots onder de NIBM-grens van 1,2 µm/m³. Het plan draagt dus Niet In Betekenende Mate bij aan de luchtverontreiniging. Verdere toetsing aan de grenswaarden is niet nodig. Overigens wordt in en rond het plangebied ruimschoots voldaan aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit volgens de monitoring van het NSL (zie www.nsl-monitoring.nl).

Luchtkwaliteit is hiermee geen belemmering voor de realisatie van de woningen en woonwerkeenheden. 9. Water De voorgenomen activiteit heeft een effect op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse. Er wordt immers verharding en bebouwing toegevoegd. Op basis van de toegenomen verharding van 2.662 m² dient in het plan een bergingscapaciteit van 160 m³ te worden voorzien. De waterbalans voldoet hieraan. In het inrichtingsplan is voldoende capaciteit voor waterberging opgenomen. Belangrijke negatieve milieugevolgen op de waterhuishouding in de omgeving van het projectgebied worden hiermee voorkomen. 10.Veiligheid Het plangebied bevindt zich op circa 150 meter van het doorgaande spoor richting Deventer. Over dit spoor worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Daarnaast bevindt zich ruim 400 meter ten noorden van het perceel de rijksweg A1 waarover ook gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het transport van gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Een risicobron is vanuit het oogpunt van externe veiligheid relevant voor een ontwikkeling als deze binnen het invloedsgebied ligt. Alleen het invloedsgebied van het doorgaande spoor reikt tot over het perceel.

Naast voorgenoemde risicobron bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen, transportroutes of buisleidingen die vanuit het oogpunt van externe veiligheid relevant zijn voor de realisatie van de plannen.

Veiligheidsrisico's Het doorgaande spoor richting Deventer maakt onderdeel uit van het Basisnet Spoor. Voor sporen die hier onderdeel van uit maken kan een berekening van het plaatsgebonden risico achterwege

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

8

blijven en kan worden getoetst aan de veiligheidsafstanden uit de regeling Basisnet. De veiligheidsafstand van het spoor ter hoogte van het plangebied aan de Hogeweg bedraagt 0 meter. Het plaatsgebonden risico legt hiermee geen beperkingen op voor de ontwikkeling. Voor het spoor ter hoogte van het plangebied is er geen plasbrandaandachtsgebied aangewezen en gelden er daarom geen aanvullende eisen met betrekking tot brandveiligheid. Voor groepsrisicoanalyses dient uit te worden gegaan van de aantallen transporten uit bijlage 2 van de regeling basisnet. Voor het beschouwde spoor geldt dat het groepsrisico lager ligt dan 10% van de oriëntatiewaarde bij een dichtheid van 200 personen per hectare op 20 meter afstand aan weerszijden van het spoor (zie Handleiding risicoanalyse transport, RIVM , januari 2017, Bijlage 1). De directe omgeving van het spoor typeert zich als bedrijventerrein en deels agrarisch gebied. Voor een bedrijventerrein wordt conform de handreiking verantwoording groepsrisico uitgegaan van een gemiddelde dichtheid van 40 personen per hectare. Het plangebied beschrijft de realisatie van woningen. Voor een rustige woonwijk wordt uitgegaan van een gemiddelde dichtheid van 25 personen per hectare. Het groepsrisico zal daarmee ook na realisatie van de plannen lager zijn dan 10% van de oriëntatiewaarde.

Er kan daarom ook voor het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Het maatgevende scenario voor het plangebied is een explosie als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Conclusie en advies Het plangebied ligt aan de Hogeweg te Amersfoort binnen het invloedsgebied van het doorgaande spoor richting Deventer waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het risico van dit transport legt geen beperkingen op voor de realisatie van de plannen. De ontwikkeling draagt niet of slechts zeer beperkt bij aan de hoogte van het groepsrisico. Aanvullende maatregelen om het groepsrisico te beperken worden niet nodig geacht. Op grond van het Bevt wordt het plan in het kader van het vooroverleg voor advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio Utrecht.

5. Conclusie Zoals hiervoor beschreven, vormt deze aanmeldnotitie de opstap voor de centrale vraag die door het bevoegd gezag beantwoord moet worden: is sprake van zodanige belangrijke nadelige milieugevolgen, dat een volwaardige m.e.r.-procedure moet worden doorlopen? Wat betreft de milieuaspecten geldt dat dit project weinig tot geen invloed heeft. Wel is voor geluid en ecologie nader onderzoek uitgevoerd. Ten aanzien van geluid (meer specifiek: wegverkeerslawaai) is onderzoek verricht waaruit volgt dat er geen beperkingen voor het project zijn, mits woningen worden uitgevoerd met een dove gevel. Deze voorwaarde is in het bestemmingsplan opgenomen. Voor de overige milieuaspecten geldt dat de gevolgen zeer beperkt zijn. Het projectgebied en de omgeving kennen geen belangrijke waarden die beïnvloed worden door het project. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is haalbaar en uitvoerbaar. Uit de verrichtte onderzoeken blijkt dat er geen onoverkomelijke bezwaren verwacht worden. De initiatiefnemer is

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

9

gezien het voorgaande van oordeel dat belangrijke nadelige gevolgen niet zullen optreden en dat het opstellen van een MER geen toegevoegde waarde heeft voor de besluitvorming.

datum 12-11-2024

projectnummer P001533

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789422/1