Ruimtelijke onderbouwing Douwe Klipweg n.a.v vooroverleg.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Douwe Klipweg Ballum Ameland Datum: 25 juni 2022 Auteur: Jouke H. Dantuma
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
2
INHOUD Inleiding……………………………………………………………………………………………………………………………………………..4 Plangebied……………………………………………………….…………………………………………………………………………………5 Vigerend bestemmingsplan…………………………………………………….………………………………………………………….6 Huidige situatie…………………………………………………….…………………………………………………………………………….7 Planbeschrijving…………………………………………………….……………………………………………………………………………8 Beleidskaders………..…………………………………………….……………………………………………………………………………10 Omgevingsasprecten…………………………………………………….………………………………………………………………….14 Uitvoerbaarheid…………………………………………………….…………………………………………………………………………23
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
3
INLEIDING Initiatiefnemer heeft op 28 augustus 2020 het voornemen bij de gemeente Ameland, middels een informatieverzoek kenbaar gemaakt, voor het realiseren van een woning op een perceel aan de Douwe Klipweg te Ballum, kadastraal bekend gemeente Ballum, sectie G, nummer 2012. De gemeente heeft op 16 oktober 2020 bekend gemaakt in principe mee te willen werken aan dit planvoornemen onder de voorwaarden dat de afstand tussen de woning en de weg overeen moet komen met de overkant van de straat, waardoor er een goede inpassing in het bestaande straat- en bebouwingsbeeld ontstaat en goedkeuring van de provincie Fryslân m.b.t. de actualisatie van het woningbouwprogramma. Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Ballum’ kan de conclusie getrokken worden dat het bouwplan in strijd is met dit bestemmingsplan omdat de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 2’ is. Op deze gronden zijn geen burgerwoning voor permanente bewoning toegestaan. Door deze geconstateerde strijdigheden is het op grond van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verboden zonder omgevingsvergunning het project uit te voeren.
De omgevingsvergunning kan op grond van artikel 2.12 lid sub a onder 1 slechts worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Dit betekent dat op grond van artikel 3.10 lid 1 sub a van de Wabo de afdeling 3.4 de zogenaamde uitgebreide procedure moet worden gevolgd.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
4
PLANGEBIED Het plangebied is gelegen aan de Douwe Klipweg te Ballum. Ten zuiden bevindt zich een recreatiebedrijf met bedrijfswoning (Gerrit Kosterweg 2 + a,b,c,d). Ten noorden is een groenstrook/speeltuin gelegen met daarnaast een dubbele burgerwoning (Douwe Klipweg 2 en 2a). Aan de andere kant van de Douwe Klipweg (westzijde) staan de dubbele woningen Gerrit Kosterweg 4 en Douwe Klipweg 1 - 9. Aan de oostzijde wordt het plangebied door een schuur begrensd.
Figuur 1. Luchtfoto Douwe Klipweg Ballum (bron: Google Earth).
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
5
VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Het perceel kadastraal bekend gemeente Ballum, sectie G, nummer 2012 (deels). is gelegen in het bestemmingsplan ‘Ballum’ dat op 27 februari 2012 onherroepelijk is geworden. Op het plangebied rust momenteel de bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 2’. Echter het perceel zal kadastraal in twee nieuwe percelen worden gesplitst. Op het perceel waar de nieuwe woning zal worden gerealiseerd mogen bijgebouwen gebouwd worden ter plaatse van de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’. De gronden ten westen hiervan (wegzijde) zijn bestemd voor straten en paden, tuinen, erven en terreinen, terrassen en overige verhardingen, sport- en speelvoorzieningen enz. Echter deze moeten wel gekoppeld zijn aan appartementen en/of, de bedrijfswoning. Er ontbreekt een bouwvlak voor een nieuwe woning op dit gedeelte van het perceel. Deze zal middels een buitenplanse afwijkingsprocedure worden gerealiseerd. Hierbij is aansluiting gezocht bij bestaande vrijstaande woningen in de directe omgeving met de bestemming ‘Wonen -2’.
Figuur 2. Uitsnede plankaart bestemmingsplan ‘Ballum’.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
6
HUIDIGE SITUATIE Op het perceel kadastraal bekend gemeente Ballum, sectie G, nummer 2012, plaatselijk bekend als Gerrit Kosterweg 2 te Ballum, bevindt zich nu een recreatiebedrijf met een bedrijfswoning. Er zijn vier recreatiewoningen in de verbouwde boerderij. In de kop van de boerderij is de bedrijfswoning gevestigd. Aan de noordzijde van het perceel bevinden zich een tweetal schuren,
Figuu3 4. Luchtfoto recreatiebedrijf Gerrit Kosterweg 2 Ballum.
Figuur 4. Plattegrond huidige situatie.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
7
PLANBESCHRIJVING Het projectplan behelst het realiseren van een nieuwe woning. Het betreft een woning van één bouwlaag met kap. Deze nieuw te bouwen woning schikt zich uitstekend in de stedenbouwkundige structuur van de directe omgeving. Een deel van de bestaande schuur en een kippenhok moet hiervoor worden afgebroken. Natuurinclusief bouwen De biodiversiteit staat wereldwijd sterk onder druk, zeker in het sterk verstedelijkte en intensief agrarisch gebruikte Nederland. Oorzaken voor dit biodiversiteitsverlies vormen onder meer het verlies en versnippering van leefgebied door bijvoorbeeld verstedelijking en de aanleg van wegen en andere infrastructuur, een steeds verdere intensivering van de landbouw, verzuring en vermesting van grond door een overvloedige stikstofdepositie en klimaatverandering (verdroging). In de bebouwde omgeving maken oude(re) woningen en andere (bedrijfs)panden door sloop en renovatie bovendien steeds vaker ruimte voor goed geïsoleerde nieuwbouw zonder geschikte plekken voor verblijfplaatsen van bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Vanuit dit oogpunt bezien, maar óók omdat een groene leefomgeving een aantoonbaar positieve bijdrage levert aan het welzijn en de gezondheid van de mensen die erin wonen en werken, is het van groot belang om waar mogelijk biodiversiteit in (duurzaamheids)plannen en projecten mee te nemen.
Bij dit zogenaamde natuurinclusief bouwen worden bij de (her)inrichting van een gebied waar mogelijk maatregelen meegenomen die bijdragen aan een meer groene en biodiverse leefomgeving. Ook bij de bouw van de woning aan de Douwe Klipweg kan met kleine maatregelen al een plus gerealiseerd worden ten aanzien van de biodiversiteit. Voorbeelden van maatregelen voor meer biodiversiteit rondom huis zijn het aanbieden van zoveel en gevarieerd mogelijk groen, bijvoorbeeld door het aanplanten van bloeiende bloemen, heesters en/of bomen op het erf. Daarnaast kan de woning geschikt worden gemaakt voor vogels en/of vleermuizen door inbouw- of opbouwkasten aan te bieden, dan wel het toepassen van een voor vleermuizen geschikte en toegankelijke spouwmuurconstructie. Ook kunnen voorzieningen voor insecten worden gemaakt. Hiertoe bestaan talloze mogelijkheden, waaronder bijenbakstenen, bijenhotels, vlinderkasten of (van grotere omvang) een insectenmuur. Zeker indien gecombineerd met een boom- en bloemrijke omgeving kan een (over)hoek van het plangebied dat met het oog hierop ingericht van groot belang zijn voor de lokale biodiversiteit. Op internet is een grote hoeveelheid informatie over natuurinclusief bouwen beschikbaar.
Figuur 5. Toekomstige situatie voor-zijgevel.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
8
Figuur 6. Toekomstige situatie begane grond.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
9
BELEIDSKADERS Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •
•
•
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Omdat er sprake is van efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte en de voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ruimte voor energietransitie past deze daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Barro en Bro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro worden een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken:
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
10
• • • • • •
Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op het voorliggende plan. Wel is de term 'Ecologische Hoofdstructuur' gewijzigd in 'Natuurnetwerk Nederland' ('NNN'). De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moeten worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
Of de Ladder Duurzame Verstedelijking van toepassing is op de planlocatie is afhankelijk van de aard en de omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. De Ladder zegt hierover het volgende: Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In de voorgenomen ontwikkeling wordt één woning mogelijk gemaakt. Gelet de kenmerken van de voorgenomen ontwikkeling wordt dit plan niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro. De ontwikkeling aan de Koarteloane 6 ondervindt geen belemmeringen uit de Barro of Bro en wordt daarmee met betrekking tot bovenstaand aspect uitvoerbaar geacht. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de NOVI, Barro en de Bro. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
11
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Provincie Fryslân De provinciale Omgevingsvisie, De Romte Diele, is op 23 september 2020 door Provinciale Staten vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie het beleid zoals zij dat voor ogen ziet als de Omgevingswet in 2021 in werking treedt. De provincie heeft een viertal doelstellingen die ze als speerpunt wil behandelen. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie Fryslân voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving bedoeld de provincie: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er wonen, werken of te gast zijn. Voor deze woning is het onderwerp Vitaal daarbij van belang. Dit betekent dat de Friese steden, dorpen en het platteland leefbaar zijn en blijven. Dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn, en dat de bereikbaarheid goed is. Een sterke economie ligt hieraan ten grondslag. Om de vitaliteit van een dorp te kunnen waarborgen moeten er voldoende woningen beschikbaar zijn. Deze woningen zijn er momenteel niet. Het realiseren van een nieuwe woning zorgt voor een kleine maar zeker positieve impuls naar de onverminderde vraag naar woningen. Verordening Romte Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân vastgesteld.
In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Uitgangspunt is zorgvuldig ruimtegebruik. In artikel 3.1.1. van de Verordening Romte is opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In afwijking hiervan kan een ruimtelijk plan een woningbouwproject bevatten dat niet is opgenomen in een woonplan, indien: 1. het woningbouwproject niet meer dan 3 woningen bevat dan wel, voor zover gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied, niet meer dan 11 woningen bevat, en 2. in de plantoelichting is gemotiveerd dat en op welke wijze overschrijding van het woningbouwprogramma van het woonplan kan worden voorkomen door uitwisseling of fasering van projecten. Het gemeentelijke woningbouwprogramma 2021-2031 is op 2 juli 2021 ter instemming naar de provincie verzonden. Tijdens eerder overleg heeft de provincie voorgesteld het woningbouwprogramma te herijken voor de periode van 2021 tot 2031 met de bouw van 120 woningen binnen deze periode. De onderhavige plannen voor woningbouw op de locatie Gerrit Kosterweg/Douwe Klipweg zijn opgenomen in de geactualiseerde versie (2022) van dit woningbouwprogramma.
Hiermee voldoet het project met betrekking tot het onderdeel woningbouw aan de verordening Romte. Conclusie Met het oog op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen het provinciaal beleid.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
12
Gemeentelijk beleid Met betrekking tot het gemeentelijk beleid wordt verwezen naar het bestemmingsplan ”Ballum”. Het gemeentelijke beleid sluit in grote lijnen aan bij het rijks- en provinciaal beleid. Structuurvisie Ameland In 2011 is de Structuurvisie Ameland vastgesteld. Hierin is op de structuurvisiekaart ‘wonen’ de onderhavige locatie niet opgenomen als zijnde te bouwen open plek. Wel is het perceel ten noorden van de planlocatie aangeduid als een te handhaven open plek. Dit zal worden gerespecteerd. Desondanks kan het voorliggende plan aansluiting vinden bij de uitgangspunten van toen en bij de voor ogen hebbende beleidsvisie van nu. Voor het kwantitatief realiseren van kwalitatief voldoende woningen is het project dorpsuitbreiding woningbouw opgenomen. De woningen die de gemeente met de ontwikkeling van deze projecten wenst te realiseren zijn met name bestemd voor mensen die sociaaleconomisch aan Ameland gebonden zijn. Specifiek gaat het dan om starters, minder draagkrachtigen, personeel van het vaste land en ouderen. De dorpsuitbreidingen voor woningbouw bestaan uit het ontwikkelen van nog onbenutte woningbouwlocaties uit de Structuurvisie Wonen. Dit betreft zowel inbreiding als uitbreiding. In de toekomst kunnen daar nog nieuwe woningbouwlocaties bijkomen. Dit is zo ’n nieuwe locatie die past binnen de hierboven beschreven criteria.
Het betreft een inbreidingslocatie die na afbreken van een deel van de schuur geschikt is voor de bouw van één woning. De initiatiefnemers zijn sociaaleconomisch verbonden met Ameland.
Figuur 7. Structuurvisiekaart wonen Ballum.
Conclusie Met het oog op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen het gemeentelijk beleid. RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
13
OMGEVINGSASPECTEN Archeologie Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. De Monumentenwet en haar opvolger, de Erfgoedwet, regelen hoe met archeologische vindplaatsen en zichtbare monumenten moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij de planvorming te betrekken. Voor gebieden in de provincie Fryslân is het noodzakelijk om de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) te raadplegen. Aan de hand van deze kaart kan men bepalen of het noodzakelijk is bij planologische ontwikkelingen archeologisch onderzoek te verrichten. Op de FAMKE is het plangebied wat betreft mogelijke archeologische waarden uit de steentijdbronstijd aangeduid als geen onderzoek noodzakelijk (zie figuur 8).
Figuur 8: Archeologisch verwachtingskaart steentijd – bronstijd.
Voor het plangebied geldt voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen een advies ‘karterend onderzoek 1 (zie figuur 9). In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500 m² een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
14
Figuur 9: Archeologisch verwachtingskaart steentijd – bronstijd.
In dit planvoornemen wordt een woning gebouwd van ongeveer80 m2 en zal er een gedeelte van 30 m2 bestaande schuur worden afgebroken. Daarnaast zullen er nog leidingen worden gegraven binnen een nieuw te vormen kadastraal perceel van ongeveer 360 m2. Er zullen geen diepgewortelde bomen worden geplant. Omdat er geen sprake is van ingrepen in de bodem die ontwikkelingen mogelijk maken van meer dan 500 m², is voorgestelde karterend onderzoek 1 (ijzertijd - middeleeuwen) dan ook niet noodzakelijk. De bouw van de woning wordt dan ook niet door archeologische waarden binnen het plangebied belemmerd.
Bodem Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Met deze regelgeving streeft men naar een duurzaam gebruik van de bodem. Uit de regelgeving vloeit voort dat als het gaat om het realiseren van bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (langer dan twee uur per dag) mensen zullen verblijven, bodemonderzoek nodig kan zijn. Het bodemloket is geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied nog nooit is onderzocht/gesaneerd. Zie figuur 10. Dit is de reden dat de gemeente Ameland de initiatiefnemer heeft verzocht om het formulier Beknopt historisch Onderzoek locatie in te vullen (zie bijlage). Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een verdachte locatie en daarom kan een bodemonderzoek achterwege blijven.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
15
Figuur 10.
Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Door de provincie Fryslân is Cultuurhistorische Kaart (CHK2) gemaakt. Hierop in informatie over cultuurhistorische waarden in de provincie opgenomen. Uit de informatie van de CHK2 blijkt dat er in en rondom het projectgebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn:
Ecologie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS). Binnen deze gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied Duinen Ameland bedraagt ongeveer een kilometer.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
16
Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied Duinen Ameland is wel gevoelig voor stikstofdepositie. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten omdat er maar sprake is van de bouw van één woning. Soortenbescherming Het plangebied is grotendeels onverharde tuin/erf en een klein stukje schuur dat zeer intensief wordt gebruikt. De locatie is daarom ongeschikt als groeiplaats voor bijzondere en beschermde plantensoorten. Het vormt daarmee ook geen waardevol habitat voor beschermde dieren. Een ontheffing in het kader van de Wnb soortenbescherming is dan ook niet noodzakelijk. Daarnaast heeft de Eerste Kamer op 9 maart 2021 het voorstel aangenomen inzake de Stikstofwet waarin is bepaald dat bouw- en aanlegactiviteiten die niet langer duren dan twee jaren vergunningsvrij zijn. Ook wordt de nieuwe woning, niet alleen gasloos gebouwd, maar zal de initiatiefnemer gebruikmaken van duurzame materialen. De woning wordt grotendeels op maat elders gemaakt. Er is aan zekerheid grenzende waarschijnlijk vast te stellen dat er geen sprake zal zijn van stikstofdepositie.
Een uitzondering hierop is de eventuele aanwezigheid van vleermuizen. De locatie is door ecoloog Charlotte Kraft onderzocht op aanwezigheid van vleermuizen (zie bijlage). Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op 12 en 13 juli 2021. Zij heeft een aantal soorten waargenomen: De meeste waargenomen individuen waren laatvliegers die over de esdoorn bomenrij ten noorden van het te onderzoek gebied langs vlogen. De laatvliegers gebruikten deze bomenrij ook als foerageergebied. Verder zijn er twee overvliegende gewone dwergvleermuizen en één overvliegende ruige dwergvleermuis waargenomen. Aan de overkant van de straat (Douwe Klipweg 9) bevindt zich een kraamverblijfplaats van 45 dieren. Geconcludeerd kan worden dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen in of om de schuur van eht te onderzoeken gebied zijn vastgesteld. De bomenrij ten noorden kan als belangrijk onderdeel van een vliegroute worden beschouwd. Deze moet blijven behouden. Er zou verder rekening met bouwlampen moeten worden gehouden, die tijdens de donkere uren niet naar het huis van de kraamkolonie mogen schijnen.
In het kader van de uitvoering van dit project moet de initiatiefnemer zich er van bewust zijn dat er voor een ieder een algemene zorgplicht geldt voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving op grond van artikel 1.11 Wet natuurbescherming. De zorg(plicht), die tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden in acht moet worden genomen, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: • • •
dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Als het ‘achterwege laten’ niet mogelijk is dan zal voor de gevallen onder b en c vooraf toestemming moeten worden gevraagd aan de provincie Fryslân.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
17
Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht. Het projectvoornemen heeft geen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, de NNN of beschermde flora en fauna.
Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het ook zinvol om inzicht te hebben in de luchtkwaliteit om te beoordelen of de toekomstige gebruikers niet worden blootgesteld aan te hoge concentraties fijnstof. Om dit te toetsen is de luchtkwaliteit gecontroleerd aan de hand van de gegevens van de Atlas voor de Leefomgeving. Voor PM2,5 geldt vanaf 1 januari 2015 een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Deze bedraagt 25 µg/m3. Geconstateerd wordt dat in 2019 de concentratie fijnstof (PM2,5) 6 µg/m3 bedroeg. Zie figuur 9
Figuur 11. De concentratie fijnstof in 2019
Op grond van dit projectplan wordt een lichte toename van verkeersstromen verwacht. Daarom vindt geen verslechtering van de luchtkwaliteit plaats. Het plan moet worden beschouwd als ‘niet in
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
18
betekende mate’ van invloed op de luchtkwaliteit. Daarnaast is er sprake van een acceptabele concentratie aan Fijnstof. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit kan achterwege blijven. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is erop gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Om na te gaan welke risico’s een rol spelen voor de onderhavige ontwikkeling is de risicokaart van de provincie Fryslân geraadpleegd. Een uitsnede van de risicokaart is opgenomen in onderstaand kaartje (figuur 12). In de nabije omgeving zijn geen risicobronnen aanwezig.
Ten zuidwesten van het projectplan bevindt zich op een afstand van ongeveer 96 meter een kwetsbaar object, namelijk Gerrit Kosterweg 5/5a te Ballum. Echter het planvoornemen maakt geen nieuwe risicobronnen mogelijk die tot veiligheidsrisico's kunnen leiden voor het nabijgelegen kwetsbare object.
Figuur 12. Fragment Risicokaart Fryslân.
Gelet bovenstaande brengt de uitvoering van het planvoornemen geen externe veiligheidsrisico's met zich mee. Daarnaast maakt het planvoornemen geen nieuwe risicobronnen mogelijk die tot veiligheidsrisico's kunnen leiden voor nabijgelegen kwetsbare objecten.
Geluid Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
19
geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen geluidgevoelige functies enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Als een geluidsgevoelige functie mogelijk wordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebied ligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In dit geval is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant. De Douwe Klipweg is aangewezen als 30-km/uur zone. Voor ontwikkelingen binnen dergelijke zones is geen toetsing aan de Wet geluidhinder noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel aangetoond te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De Douwe Klipweg is qua wegverkeer een relatief rustig weg, met een lage verkeersintensiteit. Door de beperkte breedte van de weg en de afwijkende vorm van de wegverharding zijn de snelheden relatief laag. Daarnaast moet ook een binnenwaarde van 33 dB worden gegarandeerd bij de omgevingsvergunning aanvraag voor de woningen.
Doordat de toekomstige woningen moeten voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van geluid vanuit het bouwbesluit 2012, zal sprake zijn van een goed binnenwaardeniveau. Daarom worden er ten aanzien van wegverkeersgeluid geen belemmeringen verwacht. Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat een planvoornemen buiten de invloedssfeer van eventuele hinderlijke activiteiten in de omgeving valt en daarnaast geen belemmeringen oplevert voor nabijgelegen functies. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken.
Ten aanzien van het bepalen van de afstand tussen de bron en het gevoelige object dient gemeten te worden vanaf het bestemmingsvlak (de bedrijfsbestemming) tot aan daar waar het geluidsgevoelig object (inclusief vergunningsvrije mogelijkheden) gebouwd mag worden. In de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk. Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (de afstandsstap van 100 mag naar 50 meter, van 30 naar 10 en van 10 naar 0.). Het planvoornemen maakt de realisatie van één woning mogelijk. Onderzocht moet worden of deze binnen de invloedsfeer komt te liggen van bedrijven en voorzieningen in de directe omgeving. Geconcludeerd kan worden dat binnen de invloedsfeer van de planlocatie geen bedrijven aanwezig zijn.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
20
Water In onder ander de Europese Kaderrichtlijn water, het Nationaal Waterplan en de adviezen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is het beleid met betrekking tot het water(beheer) vastgelegd. Het beleid is gericht op het duurzaam behandelen van water. Dit betekent onder andere het waarborgen van voldoende veiligheid en het beperken van de kans op hinder vanwege water. In de nota Anders omgaan met water is bepaald dat de gevolgen van (ruimtelijke) ontwikkelingen voor de waterhuishouding uitdrukkelijk in onder andere bestemmingsplannen moeten worden overwogen. Hiervoor moet de zogenoemde watertoets worden uitgevoerd. De watertoets is het vroeg informeren (van de waterbeheerder), het adviseren (door de waterbeheerder), het overwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige belangen in ruimtelijke plannen en besluiten. Op 22 december 2009 is de Waterwet (Wtw) in werking getreden. Uitgangspunt van de Wtw is een volledig beheer van het watersysteem. Op grond van de Wtw is er ook een goede samenhang tussen het waterbeleid en de ruimtelijke ordening. Ook het Bro bepaalt dat een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwingen inzicht moet geven in de gevolgen van het project voor de waterhuishouding en hoe deze gevolgen in planologische ontwikkelingen zijn betrokken.
De waterbeheerder in het plangebied is Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân. De digitale Watertoets (zie bijlage) bepaalt welke procedure moet worden doorlopen voor de watertoets. De watertoets wijst uit dat op dit plan de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee rekening moet worden gehouden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de belangrijkste wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.
Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen als daarbij meer dan 200 m² onverharde grond in stedelijk gebied wordt gebouwd of verhard. In deze situatie neemt de verharding met 100 m² toe. Daarom is het niet nodig om compenserende maatregelen te treffen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
21
Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Friese klimaatatlas’: www.frieseklimaatatlas.nl. Onderkeldering In verband met duurzaam grondwaterbeheer mag bij de aanleg van de woning geen onderkeldering plaatsvinden. Bij een eventuele toekomstige onderkeldering is de initiatiefnemer verplicht om hierover contact op te nemen met de waterbeheerder.
Parkeren Met het planvoornemen worden één nieuwe woning mogelijk gemaakt. Aan de hand van de publicatie van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, 2012) kan bepaald worden wat de te verwachten parkeerbehoefte is. De vraag naar parkeerplaatsen wordt bepaald door de locatie van de functie. Het CROW maakt een onderscheid naar stedelijke zone, te weten: centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied. Ballum is aan te merken als een 'weinig stedelijk gebied', daarnaast is het plangebied te beschouwen als een ‘rest bebouwde kom’ locatie. De gemeente Ameland heeft geen eigen parkeerbeleid, maar gaat uit van de normen zoals opgenomen in de publicatie van het CROW. Zij gaat hierbij uit van gemiddelden. De parkeernormen voor ‘wonen’ zijn:
Figuur 8. Parkeernormen ‘Wonen’.
In het onderhavige plan is er sprake van het toevoegen van één woning. Voor een vrijstaande woning in een weinig stedelijk gebied/rest bebouwde kom is een gemiddeld parkeerkencijfer van 1,7 opgenomen. Tot de laatste categorie behoren de te bouwen woning. Voor deze woning is dus maximaal 2 parkeerplaatsen nodig. Dit is inclusief parkeren voor bezoekers. Het plangebied biedt voor parkeren zeker ruimte aan minimaal twee extra auto’s. Daarom voldoet het planvoornemen aan de CROW-normen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
22
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid De kosten voor het voornemen komen ten laste van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst gesloten. Hierin is vastgelegd dat eventuele planschadekosten, die het gevolg zijn van het project, voor rekening van de initiatiefnemer komen. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze ruimtelijke onderbouwing wordt in het kader van het omgevingsvergunningtraject voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Eenieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen het plan in te dienen. De resultaten daarvan zullen te zijner tijd in dit hoofdstuk worden verwerkt.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WONING GERRIT KOSTERWEG 2 BALLUM AMELAND
23