Rapport onderzoek Schoolzwemmen op Ameland def versie 12-07-2021.pdf
Tekst van het document
Schoolzwemmen op Ameland
Lianne Bleker Onderzoeker
Inleiding Nederland is een echt waterland. Veel recreatie vindt in, op of rond het water plaats. Het is dan ook van groot belang dat kinderen al op jonge leeftijd leren zwemmen. De verantwoordelijkheid voor de zwemvaardigheid ligt sinds 1985, toen het schoolzwemmen niet langer een verplicht onderdeel van het curriculum werd, bij de ouders. Op 29 maart 2021 heeft de gemeenteraad van Ameland een motie aangenomen omtrent zwemvaardigheid en schoolzwemmen. Met deze motie wordt het college opgeroepen onderzoek te doen naar een aantal aspecten van schoolzwemmen en zwemvaardigheid van kinderen. Op grond daarvan zou de raad een weloverwogen besluit kunnen nemen tot het al dan niet herinvoeren van schoolzwemmen. De gemeente Ameland heeft de onderzoeksafdeling van Cedin gevraagd dit onderzoek uit te voeren. In de periode van mei tot juli 2021 hebben de onderzoekers van de onderzoeksafdeling van Cedin onderzoek gedaan naar de relevante aspecten inzake besluitvorming tot herinvoeren van schoolzwemmen op Ameland. Hiervoor zijn in overleg met de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente de volgende onderzoeksvragen opgesteld:
Hoeveel kinderen hebben er in de afgelopen 5 jaar hun A-, B- en/of C-diploma gehaald? Zijn er verschillen met landelijk beschikbare cijfers? In hoeverre zijn scholen bereid schoolzwemmen op te nemen in hun lesprogramma’s? Wat zijn de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen (gemeente, scholen en ouders) als het gaat om de zwemvaardigheid van en zwemveiligheid voor kinderen? Hoeveel gemeenten in Nederland ontplooien activiteiten op het gebied van schoolzwemmen? Welke activiteiten zijn dit? In welke mate worden ouders financieel ondersteund bij de zwemlessen voor hun kinderen? Welke preventiemaatregelen nemen gemeenten op het gebied van zwemveiligheid?
In dit rapport leest u de bevindingen uit het onderzoek naar deze vragen.
1
2
Werkwijze en resultaten In deze paragraaf worden per onderzoeksvraag antwoorden gegeven. Om de eerste twee onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, zijn er interviews gehouden met betrokkenen (scholen, zwembaden, zwemlesinstructeur). De overige vragen worden door middel van een literatuuronderzoek beantwoord.
Onderzoeksvraag 1. Hoeveel kinderen hebben er in de afgelopen 5 jaar hun A-, B- en/of C-diploma gehaald? Zijn er verschillen met landelijk beschikbare cijfers? Om de eerste onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden hebben we telefonische interviews gehouden met betrokkenen. Uit de gegevens die we verzameld hebben, blijkt dat de meeste kinderen op Ameland hun A-diploma halen als ze tussen de 6 en 7 jaar oud zijn. Dit is in lijn met de landelijke cijfers. Kinderen op Ameland doen gemiddeld 105 lessen over hun A-diploma, daarna hebben ze nog zo’n 20-25 lessen nodig voor hun B-diploma en dan nog zo’n 15 lessen voor hun C-diploma. Alle kinderen op Ameland halen hun A-diploma. Landelijk gezien haalt 68% van de 6- en 7-jarigen tenminste het A-diploma (Floor et al, 2017). Op Ameland halen vrijwel alle kinderen ook het B-diploma, al zijn er in de afgelopen 20 jaar 2 kinderen geweest die hun B-diploma niet hebben gehaald. Nadat de kinderen hun B-diploma hebben gehaald, kunnen ze door voor het C-diploma, maar niet iedereen doet dit. Op Ameland gaat ongeveer 25%-40% van de kinderen door voor het C-diploma. Naast deze zwemlessen, worden er op dit moment lessen open water zwemmen ontwikkeld.
Ook werden de lessen van de Reddingsbrigade genoemd, hierbij komt de Reddingsbrigade een aantal keren op scholen om kinderen te vertellen over de risico’s van zwemmen in open water en waar je op moet letten als je in open water gaat zwemmen.
Figuur 1. Percentage kinderen dat A- en B-diploma haalt
3
Onderzoeksvraag 2. In hoeverre zijn scholen bereid schoolzwemmen op te nemen in hun lesprogramma? Om de tweede onderzoeksvraag te beantwoorden hebben we telefonische interviews gehouden met de betrokken scholen. De geïnterviewden waren allen zeer bereid om mee te werken aan het interview. Alle vier de basisscholen gaven aan dat ze zwemvaardigheid heel belangrijk vinden. Ook geven ze aan dat het onderwijsprogramma al vol zit, zodat er geen ruimte is voor schoolzwemmen. Een zogenaamde “natte gymles” zou in sommige gevallen wel kunnen, namelijk wanneer het zwembad in de buurt is of wanneer het vervoer geregeld wordt. Een natte gymles kan alleen in de plaats van de reguliere gymles. Een extra beweegmoment past niet in het volle onderwijsprogramma. Een van de geïnterviewden opperde om een verlengde schooldag in te stellen. In deze verlengde schooldag zouden dan verschillende sporten aangeboden kunnen worden, waaronder zwemles.
Onderzoeksvraag 3. Wat zijn de verantwoordelijkheden van de verschillende partijen (gemeente, scholen en ouders) als het gaat om de zwemvaardigheid van en zwemveiligheid voor kinderen? De verantwoordelijkheid voor de zwemvaardigheid van kinderen ligt bij de ouders. Ouders kunnen niet worden verplicht hun kind(eren) te leren zwemmen, maar kunnen wel gestimuleerd worden om hun kind(eren) te leren zwemmen. Scholen noch gemeenten hebben een verplichting tot het (laten) verzorgen van zwemonderwijs. Wel staat het hen vrij om eigen beleid te formuleren met betrekking tot zwemonderwijs. Als het gaat om de zwemvaardigheid gaan veel mensen er van uit dat het behalen van een A- en een B-diploma voldoende is. De Nationale Raad Zwemvaardigheid geeft echter aan dat het behalen van alleen het A- en B-diploma niet voldoende is om je goed te kunnen redden in het water en in onverwachte situaties. Voor de zwemvaardigheid is het van belang dat kinderen ook hun C-diploma halen. Ook is het van belang dat kinderen en jongeren inzicht hebben in de waterveiligheid. De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) en de Reddingsbrigade hebben hiervoor een lespakket ontwikkeld dat gebruikt kan worden door basisscholen.
Onlangs nog verzorgden life gards van de KNRM een voorlichtingsbijeenkomst op de Burgemeester Waldaschool voor voortgezet onderwijs, waarbij onder meer gewaarschuwd werd voor de gevaren van muien. Om de zwemvaardigheid te onderhouden is het van belang dat kinderen, ook na het behalen van hun zwemdiploma’s blijven zwemmen. In het gemeentelijke sportakkoord zou zwemmen opgenomen kunnen worden. Door zwemmen op deze manier te stimuleren, zal de zwemvaardigheid van kinderen eerder op peil blijven. Omdat de zwembaden op Ameland in particulieren handen zijn, dienen er afspraken gemaakt te worden over gebruik en huur. Zou de gemeente besluiten tot het aan (laten) bieden van een activiteit in het zwembad dan moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. De Vereniging Sport en Gemeente heeft hiervoor een schoolzwemprotocol ontwikkeld. In dit protocol worden heldere afspraken genoemd over de rol van de begeleiders. Wanneer iedereen weet wat er 4
van hem of haar wordt verwacht, kan er zorgvuldig worden gehandeld en zal de kans op ongelukken worden geminimaliseerd.
Onderzoeksvraag 4. Hoeveel gemeenten in Nederland ontplooien activiteiten op het gebied van schoolzwemmen? Welke activiteiten zijn dit? In welke mate worden ouders financieel ondersteund bij de zwemlessen voor hun kinderen? In 1990 is het verplichte schoolzwemmen afgeschaft. Sindsdien is er veel veranderd op zwemgebied. De verantwoordelijkheid voor de zwemvaardigheid van kinderen ligt bij hun ouders. In 2020 bood 30% van de gemeenten schoolzwemmen aan. Met name de grote gemeenten bieden schoolzwemmen aan. Kleine gemeenten ondersteunen schoolzwemmen minder vaak en bieden het minder vaak aan dan grote gemeenten. In Nederland hebben 9 van de 10 gemeenten een regeling om zwemvaardigheid bij kinderen te stimuleren. De subsidieregelingen zijn erg divers. Een groot aantal gemeenten is aangesloten bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur (54%) en/of Stichting Leergeld (30%) en draagt op die wijze bij, maar er zijn ook veel gemeenten met een eigen regeling (44%). De regelingen bestaan veelal uit een tegemoetkoming in de kosten van het behalen van het A-diploma. De gemeente Ameland is aangesloten bij de Stichting Leergeld. Vanuit de gemeente Ameland werd in de jaren 2018 en 2019 in totaal vier maal een beroep op deze regeling gedaan.
Daarnaast zetten gemeenten zich op andere manieren in om de zwemveiligheid te verbeteren: Een derde van de gemeenten biedt schoolzwemmen aan of ondersteunt dit. Een kwart van de gemeenten zet buurtsportcoaches in voor werkzaamheden in verband met zwemmen en zwemveiligheid In iets meer dan de helft (57%) van de lokale sportakkoorden komen de thema’s zwemmen en zwemveiligheid aan bod. (Lokale stimulering zwemmen en zwemveiligheid, factsheet 2021/8, Corry Floor) Uit het rapport: Schoolzwemmen 2016 – betrokkenheid van scholen en gemeenten en lokale vormgeving, dat het Mulier instituut heeft geschreven voor het project NL Zwemveilig blijkt, dat vooral de grote steden in Nederland – Amsterdam, Rotterdam en Den Haag in het bijzonder – nog jaarlijks grote bedragen investeren in het schoolzwemmen. De belangrijkste reden hiervoor is het realiseren van het doel dat kinderen de basisschool met minimaal een A-diploma verlaten. De algehele indruk is dat veel minder kinderen in deze gemeenten zwemvaardig zouden zijn zonder het stimuleren van schoolzwemmen. In kleine gemeenten wordt vaak aangegeven dat het schoolzwemmen een waardevolle aanvulling vormt op het bewegingsonderwijs (Floor e.a., 2017)
Onderzoeksvraag 5. Welke preventiemaatregelen nemen gemeenten op het gebied van zwemveiligheid? Er is voor gemeenten geen specifiek beleidskader met betrekking tot preventiemaatregelen in relatie tot zwemveiligheid. Wel kan de gemeente een rol spelen op de volgende punten: aandacht voor veiligheid van water in de wijk vergroten zwemvaardigheid burgers voorlichting over veilig zwemmen (zie www.veiligheid.nl, 2018)
5
Om te komen tot passende preventiemaatregelen is het van belang om eerst inzicht te krijgen in de risicofactoren voor zwemongevallen en verdrinkingen. Het Mulier instituut heeft hierover een rapport geschreven over preventiemaatregelen voor het voorkomen van verdrinking: Meer zicht op verdrinkingen. Verdrinking in Nederland: aantallen, oorzaken en preventieve maatregelen (Collard en Floor, 2017). Uit deze rapportage blijkt dat verdrinkingen in Nederland relatief weinig voorkomen. Wel kan het aantal verdrinkingen naar beneden. Hiervoor moet de betrokkenheid van kinderen, ouders, zwembaden, zwemverenigingen, particulieren zwemlesaanbieders, gemeenten, scholen en andere (lokale) organisaties zoals stichting Leergeld, COA en ouderenorganisaties vergroot worden. Figuur 2. Vier stappen voor preventie van verdrinking (naar Collard en Floor, 2017)
1. Inzicht in het aantal en de ernst van de zwemongevallen en verdrinkingen
2. Inzicht in de oorzaken/risicofactoren voor zwemongevallen en verdrinkingen
3. Inzicht in preventieve maatregelen om zwemongevallen en verdrinkingen te voorkomen
4. Inzicht in de effectiviteit van de preventieve aanpak
In de figuur staan de verschillende stappen van het proces voor preventiemaatregelen beschreven. Hieruit blijkt dat het inzicht hebben in de oorzaken en risicofactoren een belangrijk onderdeel is om te komen tot passende preventiemaatregelen. Tot de risicofactoren voor verdrinking behoren de volgende factoren (Collard en Floor, 2017): achtergrondkenmerken als leeftijd, geslacht, etniciteit, opleiding zwemvaardigheid en gevoel van zwemveiligheid alcohol- en drugsgebruik omstandigheden open water toegang tot water toezicht bij water Niet op alle van hierboven genoemde factoren heeft een gemeente direct invloed. Op factoren als achtergrondkenmerken en alcohol- en drugsgebruik heeft de gemeente geen of minder invloed dan op factoren als zwemvaardigheid, omstandigheden open water (hoe makkelijk kom je er weer uit), toegang tot water en toezicht bij water.
6
De Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichting en Zwemgelegenheden (WHVBZ) reguleert de veiligheid in zwembaden. De provincie heeft in deze een toeziende rol. De verantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid in de zwembadbranche ligt bij de branche zelf. Voor de veiligheid zijn toezichthouders van groot belang. Niet alleen in zwembaden, maar ook bij open water spelen toezichthouders een belangrijke rol. Voor goed toezicht is een goede opleidingsstructuur van belang, net als herhalingslessen op het gebied van BHV, EHBO en een zwemtest. De rol van de gemeente bij preventie van verdrinking ligt vooral op de toegang tot open water en het toezicht hierbij. Uit de literatuur blijkt dat het plaatsen van barrières rondom water een veel voorkomende maatregel is om verdrinkingen te voorkomen. In Nederland wordt niet al het openbare en publieke water standaard omheind. Wel worden er steeds vaker vernieuwingen aangebracht waardoor het gemakkelijker is om na een val in het water weer op de kant te komen. Denk aan trappetjes of ondiepere gedeelten in het water (Collard en Floor, 2017).
7
Conclusie In het voorliggende rapport hebt u kunnen lezen hoe er door scholen en aanbieders van zwemactiviteiten (waaronder ook zwemles) wordt gedacht over schoolzwemmen en hoe dit zich verhoudt tot landelijk bekende gegevens. De scholen vinden zwemvaardigheid van hun leerlingen allemaal erg belangrijk, maar ze zien geen mogelijkheid om dit in hun toch al volle programma op te nemen. Het opnemen van schoolzwemmen of een natte gymles kan alleen onder de voorwaarde dat het geen extra onderwijstijd kost, waarbij vervoer en omkleden ook geen extra onderwijstijd mag kosten. Uit het interview met de zwemlesaanbieder bleek dat alle kinderen op Ameland hun A- en B-diploma halen. Vergeleken met andere gemeenten scoort Ameland daarbij bovengemiddeld. Het instellen van schoolzwemmen ligt op grond van het voorgaande niet voor de hand. Er is voor gemeenten geen specifiek preventiebeleid voor verdrinkingsrisico’s. Voor de preventie van verdrinking zou er een beschrijving moeten komen van de risicofactoren. Met deze beschrijving wordt duidelijk of en welke stappen er nog genomen moeten worden om te komen tot een waterveilig eiland.
8
Literatuur
Collard, D.C.M. en C. Floor (2017). Meer zicht op verdrinkingen: verdrinking in Nederland: aantallen, oorzaken en preventieve maatregelen. Utrecht: Mulier Instituut Floor, C. (2021). Lokale stimulering zwemmen en zwemveiligheid. Factsheet 2021/8. Utrecht: Mulier Instituut Floor, C. (2017). Schoolzwemmen 2016. Betrokkenheid van scholen en gemeenten en lokale vormgeving. Utrecht: Mulier Instituut De Martelaer, K., J. Hilhorst en T. Postma (2021). Witboek Samen met scholen werk maken van zwemveiligheid. Ede: Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ). Voorkom verdrinking voor gemeenten. Van: veiligheid.nl/kinderveiligheid/professionals/gemeenten/verdrinking
9