Raadsvoorstel belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
Voorstel van het college aan de raad Zaaknummer Vergaderdatum Organisatieonderdeel Portefeuillehouder Agendapunt
525106 15 december 2025 Financiën Tytsy Willemsma 6
Onderwerp Belastingverordeningen 2026. Voorstel 1. De verordening forensenbelasting 2026 vast te stellen; 2. De verordening toeristenbelasting 2026 vast te stellen; 3. De verordening onroerendezaakbelasting 2026 vast te stellen; 4. De verordening reinigingsheffingen 2026 vast te stellen; 5. De verordening riool- en waterzorgheffing 2026 vast te stellen; 6. De legesverordening 2026 vast te stellen; 7. De liggeldverordening 2026 vast te stellen; 8. De luchthavengeldregeling 2026 vast te stellen; 9. De verordening lijkbezorgingsrechten 2026 vast te stellen; 10. De verordening precariobelasting 2026 vast te stellen.
Inleiding In de raadsvergadering van 14 juli 2025 heeft de gemeenteraad de Kadernota gemeente Ameland 2025 (met kaders voor de begroting 2026 – 2029) vastgesteld. Hierbij is onder meer besloten om niet tot extra belastingverhogingen te besluiten ten opzichte van hetgeen al in eerdere Kadernota’s is besloten. In de Programmabegroting 2026 – 2029 is hier rekening mee gehouden en ook voor de belastingverordeningen 2026 gelden deze kaders. Dit betekent dat voor forensenbelasting, toeristenbelasting en onroerendezaakbelastingen een tariefverhoging van 2% is toegepast. Daarnaast zijn in verschillende belastingverordeningen soms enkele tekstuele aanpassingen verwerkt, om zaken te verduidelijken. Per verordeningen worden de bijzonderheden hier kort genoemd. Forensenbelasting Bij de behandeling van de Kadernota 2025 is het voornemen bevestigd om de tarieven forensenbelasting 2026 zodanig vast te stellen dat de opbrengst voor forensenbelasting met 2% toeneemt ten opzichte van 2025. De tarieven in de verordening zijn daarom verhoogd met 2% ten opzichte van 2025. In enkele voorgaande jaren is bij dit onderwerp aangegeven dat er eventueel een tariefverlaging wordt toegepast, afhankelijk van de ontwikkeling van WOZ-waarden van recreatiewoningen. De ervaring leert hier dat het effect van hogere WOZ-waarden op de opbrengst forensenbelasting echter zeer beperkt is.
Een groot deel van de recreatiewoningen valt niet onder de forensenbelasting, maar onder de toeristenbelasting. Voor die groep is deze waardeontwikkeling niet van invloed op de belastingopbrengsten. Voor de forensenbelasting is er pas sprake van een effect, als een recreatiewoning verschuift naar een hogere tariefgroep. In aantallen gaat dit echter jaarlijks om kleine aantallen en bovendien verschuiven woningen ook wel eens naar een lagere tariefgroep. 1/3
Gelet hierop stellen wij voor om niet jaarlijks een ingewikkelde (en arbitraire) rekenexercitie uit te voeren, om tot een kleine tariefverlaging te kunnen besluiten. In plaats daarvan is ons voorstel om eens in de vijf jaar een uitgebreidere totaalanalyse te maken van de opbrengsten forensenbelasting, waarbij tariefontwikkleing en gerealiseerde opbrengsten worden vergeleken en op basis daarvan conclusies kunnen worden getrokken. Toeristenbelasting Bij de behandeling van de Kadernota 2025 is besloten het tarief toeristenbelasting 2026 vast te stellen op € 2,08. Dit is in de verordening verwerkt. Onroerendezaakbelasting In de Programmabegroting 2026 – 2029 is, als uitwerking van het besluit in de Kadernota 2025, een opbrengst van plus 2% ten opzichte van 2025 opgenomen. Er wordt verwacht dat de WOZ-waarden van zowel woningen en niet-woningen zullen stijgen, waarbij de stijging boven de 2% uitkomt. In eerste instantie zijn de tarieven in de belastingverordening daarom gelijk gelaten aan 2025. Wanneer de nieuwe WOZ-waarden begin 2026 bekend zijn, zullen de percentages van de onroerendezaakbelasting eventueel zodanig neerwaarts worden aangepast, dat de opbrengsten onroerendezaakbelastingen 2026 uitkomen zoals begroot voor 2026.
Een aanpassing (verlaging) van de percentages onroerendezaakbelastingen zal via een wijziging op de verordening onroerendezaakbelasting worden aangeboden (net als in eerdere jaren). Reinigingsheffingen Binnen de tarieventabel voor de afvalstoffenheffing zijn de tarieven voor het grof snoeiafval en het restafval (artikel 3.2 sub b en c) dat bij de milieustraat wordt gebracht verlaagd tot € 0,00, omdat daarvoor al wordt betaald via de afvalstoffenheffing zoals opgenomen in artikel 2.1. In de tarieventabel Reinigingsrechten is het tarief voor het ledigen van een 660 liter gft-container geschrapt, omdat dit type container er niet meer is. Daarnaast is het tarief voor gft-afval dat bedrijfsmatig bij de milieustraat wordt gebracht op € 0,10 per kilogram gesteld (was € 0,05), zodat dit tarief aansluit bij de tarieven voor restafval en grof snoeiafval. Leges Met betrekking tot de tarieven zijn geen verhogingen vastgesteld. De tarieven zijn dan ook ongewijzigd ten opzichte van 2025. Dit geldt echter niet voor de wettelijk voorgeschreven tarieven, zoals de tarieven voor rijbewijzen en paspoorten. Voor zover als mogelijk is, zijn de door het Rijk bepaalde maximum tarieven meegenomen in de actualisatie van de verordening. Er wordt voorgesteld in artikel 1.24 Wegenverkeerswetgeving twee nieuwe tarieven te verwerken (sub b en c).
De tarieven gelden voor een wijziging of verlenging van een bestaande ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Deze wijziging hangt samen met vernieuwing van het vergunningstelsel. Het gaat om respectievelijk € 15 en € 5 per voertuig. Daarnaast wordt voorgesteld artikel 2.5a ‘Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel) geheel te laten vervallen. Voor het bouwtechnische deel wordt een borger ingeschakeld. Uit de praktijk is gebleken dat de gemeente hier geen werkzaamheden meer voor verricht. Tenslotte wordt voorgesteld om het tarief van artikel 2.6 ‘Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)’, sub c te verhogen naar € 750 (was € 510,50). De buitenplanse omgevingsplan activiteit vergt meer werk ten opzichte van de binnenplanse omgevingsplan activiteit waarvoor hetzelfde tarief gold. Een tariefverhoging lijkt daarmee op zijn plaats. Het artikel luidt dan: Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief,
2/3
onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 750,00. Luchthavengeldregeling De luchthavengeldregeling is besproken met de havenmeester en zijn vervanger. Hierbij is onder meer geconcludeerd dat er sprake is van een erg uitgebreide tarievenstructuur, waarbij de tarieven in vergelijking met enkele andere lokale luchthavens/vliegvelden ‘aan de stevige kant zijn’. Ten opzichte van de vorige regeling zijn daarom de tarieven van artikel 5 (landings- en startgeld voor overlandvluchten, terreinlandingen en lesvluchten) sterk versimpeld door de weekendtarieven te schrappen en iets neerwaarts afgerond op hele euro’s. Bovendien zijn enkele kleine redactionele aanpassingen doorgevoerd, onder meer om tegenstrijdigheid met de verordening toeristenbelasting te voorkomen. Beoogd effect Rechtsgeldige belastingverordeningen voor het belastingjaar 2026.
Argumenten 1.1 tm 10.1 De gemeenteraad is het bevoegde orgaan om verordeningen vast te stellen Belastingtarieven hebben pas rechtskracht wanneer de gemeenteraad de belastingverordeningen heeft vastgesteld.
Vervolg Na vaststelling van de verordeningen dienen de verordeningen juist en tijdig te worden gepubliceerd, zodat de verordeningen rechtskracht hebben vanaf 1 januari 2026. Op basis van de verordeningen stelt de heffingsambtenaar de aanslagen (of kennisgevingen) gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten 2026 vast.
Bijlagen Tien belastingverordeningen 2026.
3/3