E1 Vragen CDA 6 februari 2026
Tekst van het document
Vragen CDA
1. In hoeverre is het juist dat een woning in Ballum is toegewezen aan éen persoon terwijl een persoon met een schoolgaand kind hoger op de lijst stond en ook in het huis wilde. Dit in verband met het voortbestaan van de school aldaar. Kunt u aangeven hoe deze woningtoewijzing precies in zijn werk is gegaan, dus met alle details. Ik wil wel langskomen op het gemeentehuis hiervoor om alle stukken hiertoe in te zien en uitleg hierover te krijgen. ANTWOORD: Wij kunnen op basis van onze informatie deze vraag niet plaatsen. Het lijkt niet juist. Wij herkennen niet dat de gemeente de regels niet zou hebben toepast. Het GWA heeft onlangs De Miedeweg 8 en De Stringen 19 toegewezen in Ballum. In beide gevallen is de woning toegewezen aan de woningzoekende die het langst stond ingeschreven en een economische en/of langdurig maatschappelijke binding had. Dus conform de geldende regels en de reguliere toewijzingsprocedure. U bent welkom om de toewijzingsprocedure en bijbehorende stukken in te zien op het gemeentehuis, het handigst is dan vooraf even een afspraak te maken via de griffier, zodat de betrokken ambtenaar aanwezig kan zijn voor toelichting of nadere vragen.
2. In hoeverre kan op grond van Hoofdstuk 4, opkoopbescherming, van de huisvestingsverordening Ameland een woonvergunning worden gegeven aan een rechtspersoon? En dient bij overdracht of aankoop van de woning naar de rechtspersoon deze ervoor te zorgen dat de bestuurder(s) van deze rechtspersoon hierin zelf permanent gaat(n) wonen? Hoe moet in dit soort gevallen de verordening worden geïnterpreteerd? Ziet hij toe op alleen natuurlijke personen of kan hij naar analogie ook toegepast worden op rechtspersonen? ANTWOORD: Artikel 20, lid 1, van de Huisvestingsverordening bepaalt dat het verboden is om zonder verhuurvergunning een woonruimte in gebruik te geven aan een ander. Een eigenaar kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn. De huisvestingsverordening is ook van toepassing op rechtspersonen. In die zin dat ook als een woning door een rechtspersoon wordt gekocht deze de eerste vier jaar niet verhuurd mag worden zonder vergunning. Een rechtspersoon zelf kan niet ‘wonen’. Alleen natuurlijke personen kunnen ‘wonen’. Dus ook als de bestuurder van een rechtspersoon voornemens is om een gekochte woning te bewonen dient de eigenaar (de rechtspersoon) over een vergunning te beschikken.
In artikel 20, lid 2, van de Huisvestingsverordening staat dat een ontheffing verleend kan worden als van de eigenaar niet redelijkerwijs verlangd kan worden dat het verbod wordt nageleefd. In artikel 21 van de verordening staan een aantal gevallen waarin een vergunning zal worden verleend, daarnaast kan ook in andere gevallen een vergunning worden verleend. Dit is maatwerk en zal getoetst worden aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur, bedoeling van de verordening en landelijke ontwikkelingen. We hebben hier nog weinig ervaring mee, vandaar dat er geen duidelijke lijn is aan te geven wanneer wel en wanneer niet een vergunning zal worden verleend. Duidelijk is wel dat we hier terughoudend mee om gaan.