binnenkomende brief en oplegnotitie wijziging GR hus en hiem
Tekst van het document
2 6 JAN202i
nusenniem
adviseurs omgevingskwaliteit
Aan de colleges van B&W van de gemeenten deelnemers in de GR hüs en hiem
datum : 24 januari 2024 betreft : wijziging GR hüs en hiem
Geacht College, Bijgevoegd treft u stukken aan in verband met de vereiste wijziging van de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem per 1 juli 2024. Hierbij ontvangt u de (ontwerp)wijziging van de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem (hierna; GR hüs en hiem). De gemeenschappelijke regeling is een overeenkomst tussen de colleges waarin de samenwerking door middel van de GR hüs en hiem, alsmede de op- en inrichting van de GR op hoofdlijnen wordt geregeld. Ook regelt de GR hüs en hiem de samenwerking van de GR met de colleges en raden van deelnemende gemeenten. Het Algemeen Bestuur heeft op 24 november 2023 ermee ingestemd dat de (ontwerp)wijziging GR hüs en hiem wordt voorgelegd aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
Wij verzoeken u uw gemeenteraad in de gelegenheid te stellen om een zienswijze te geven op de (ontwerp)wijziging GR hüs en hiem. Het is daarbij ook voorstelbaar dat u uw raad voorstelt om geen zienswijze in te dienen.
De wettelijke termijn voor het indienen van een zienswijze is 8 weken. Wij stellen het derhalve op prijs als wij een eventuele zienswijze uiterlijk 1 april 2024 ontvangen.
Nadat uw raad in de gelegenheid zijn gesteld om zienswijzen in te brengen bij het eigen college sturen de colleges de eventueel ingebrachte zienswijzen aan het Algemeen Bestuur van hüs en hiem. Het Algemeen Bestuur besluit dan tot een definitief wijzigingsvoorstel dat vervolgens aan de deelnemers en (wederom) de raden zal worden voorgelegd. Het besluitvormingsproces dient afgerond te zijn vóór 1 juli 2024. De regeling van hüs en hiem kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen. Voor een definitief besluit van de deelnemers om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen is toestemming van de raden vereist. Dit betekent dat de raden twee keer in het proces tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling worden betrokken. Om de wijziging van de regeling in werking te laten treden is bekendmaking vereist. Op grond van artikel 75, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zal de gemeente Leeuwarden de wijziging van de regeling bekend maken, zodat deze in werking treedt per 1 juli 2024.
Johan Willem Frisostraat 1 ■ 8933 BN Leeuwarden ■ 058 233 79 30 husenhiem@husenhiem.nl ■ www.husenhiem.nl NL48 BNGH 0285 0223 50
■
lusenniem
adviseurs omgevingskwaliteit
Ten behoeve van de besluitvorming treft u als bijlagen de volgende documenten aan: 1. Aanbiedingsbrief voor de gemeenteraad 2. Oplegnotitie met was/wordt tabel 3. Ontwerp-wijziging regeling GR hüs en hiem
Wij vertrouwen erop dat dit proces via uw college in gang wordt gezet en een snelle procesdoorgang wordt bevorderd. Graag ontvangen wij een afschrift van de besluiten. Voor nadere informatie over deze brief kunt u contact opnemen met dhr. M. A. Visser secretaris-directeur (tel: 058-2337930, e-mail: mvisser@husenhiem.nl).
Met vriendelijke groet, namens het Dagelijks Bestuur,
Hein de Haan, voorzitter Voor deze.
Mare A. Visser secretaris-directeur
Johan Willem Frisostraat 1 8933 BN Leeuwarden 058 233 79 30 husenhiem@husenhiem.nl www.husenhiem.nl NL48 BNGH 0285 0223 50
Datum Onderwerp
1 november 2023 (ontwerpjwijziging Gemeenschappelijke Regeling hüs en hiem
Aan de leden van de raad Voor u ligt de (ontwerpjwijziging van de Gemeenschappelijke regeling hüs en hiem (hierna: GR hüs en hiem). De GR hüs en hiem is een overeenkomst tussen de colleges waarin de samenwerking door middel van hüs en hiem, alsmede de op- en inrichting van de GR hüs en hiem op hoofdlijnen wordt geregeld. Ook regelt de GR hüs en hiem de samenwerking van de GR hüs en hiem met de colleges en raden van deelnemende gemeenten. De (ontwerpjwijziging GR hüs en hiem is door het algemeen bestuur voorgelegd aan de deelnemende colleges. U wordt als raad in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de (ontwerp)wijziging GR hüs en hiem.
Samenvatting Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Deels bevat de wetswijziging bepalingen die per 1 juli 2022 direct in werking zijn getreden, deels bepalingen die in een wijziging van de GR hüs en hiem moeten worden opgenomen. De verplicht op te nemen onderdelen zijn vrij uit te werken verplichte bepalingen in de regeling. Ter voorbereiding van dit voorstel tot wijziging van de GR hüs en hiem is overleg gevoerd met onze externe jurist. Inleiding Hüs en hiem vindt het belangrijk de betrokkenheid van raden vooral te vergroten op inhoud, en niet alleen te beperken tot het terrein van financiën (eigenaarschap). Wat betreft de inhoudelijke betrokkenheid kan worden voorzien in de praktische werkwijze van de hüs en hiem en AB leden in het informatieverkeer tussen hüs en hiem en raad.
Als uitgangspunt is gehanteerd dat in de GR hüs en hiem alleen wijzigingen worden opgenomen die wettelijk noodzakelijk zijn. Op die manier blijft de GR hüs en hiem zo flexibel mogelijk. Beoogd resultaat Het wijzigingsvoorstel beoogt een versterking van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regeling met betrekking tot de invloedsmogelijkheden van de raden. Argumenten 1.1 De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen leidt tot een versterking van democratische legitimatie. De wijziging van de Wgr en de Gemeentewet met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen is op 1 juli 2022 in werking getreden. Deze wijziging beoogt een versterking van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen met betrekking tot de invloedsmogelijkheden van de raden. De doelstelling van de wetswijziging is dat gemeenteraden hiermee meer mogelijkheden krijgen om hun kader stellende en controlerende rol binnen deze samenwerkingsverbanden te versterken.
1.2 De per 1 juli 2021 in werking getreden Wet elektronische publicaties leidt tot aanpassing van de bekendmakingsregel in de GR hüs en hiem Met de wijziging van artikel 41 wordt voldaan aan de Wet elektronische publicaties. Een wijziging ten opzichte van de huidige regeling is dat het Dagelijks Bestuur belast is met de registratie van de regeling in het register, en niet zoals in de huidige regeling het college van de gemeente Leeuwarden.
I
1.3 De wijziging van de GR hüs en hiem wordt tevens aangegrepen om een aantal technische verbetering in de regeling door te voeren a. Bij de artikelen is een omschrijving van het artikel toegevoegd b. De term ‘deelnemers’ is gedefinieerd c. De naam van het openbaar lichaam is gewijzigd van “hüs en hiem, advisering omgevingskwaliteit" naar “hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit". d. De archiefparagraaf in de gemeenschappelijke regeling is aangepast aan de hand van de 'Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden’ uit november 2021. e. In lijn met het proces van wijzigen van de gemeenschappelijke regeling, wordt voorgestelde om in de regeling op te nemen dat het besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling niet wordt genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. f. een aantal puur tekstuele wijzigingen. 1.4 We nemen in de GR hüs en hiem alleen de wettelijk noodzakelijke verplichtingen op. In de voorgestelde (ontwerp)wijziging GR hüs en hiem is vooral gekeken naar de invulling van de verplicht uit te werken bepalingen en gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1.
Voor de duidelijkheid van de procedure van wijziging van de gemeenschappelijk regeling is ervoor gekozen om in artikel 39 een vierde lid op te nemen waarin staat de raden bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren kunnen brengen. Dit volgt al uit artikel 1 van de Wgr, maar in de praktijk wordt die koppeling vaak vergeten. 2. Actieve informatieplicht wordt uitgewerkt in processen en de tekst van de GR; 3. De burgerparticipatie wordt als keuze aan het algemeen bestuur overgelaten; 4. Evaluatie van de GR vindt periodiek plaats. Het dagelijks bestuur zal hiervoor in ieder geval iedere vier jaar een onderzoeksvoorstel opstellen 5. In de GR wordt het wettelijk verplichte over uittreding opgenomen en het besluit het van algemeen bestuur d.d. 12 juni 2015 wordt opgenomen in de GR.
Alternatieven Als deze wijziging niet wordt doorgevoerd, voldoet de GR hüs en hiem en haar deelnemende gemeenten niet aan de wet. Kanttekeningen Het is belangrijk dat de regeling vóór 1 juli 2024 wordt geactualiseerd. Participatie Er heeft afstemming plaats gevonden met de kring van griffiers.
Wat betekent dit besluit voor inwoners? Deze (ontwerp)wijziging van de GR hüs en hiem draagt bij aan de doelstelling van democratische legitimatie.
Aanpak / uitvoering Op 24 november heeft het algemeen bestuur de (ontwerp)wijziging GR hüs en hiem vastgesteld. Bijlagen • Ontwerp-wijziging regeling GR hüs en hiem • Oplegnotitie met was/wordt tabel
1,
OPLEGNOTITIE
Aan
GR hüs en hiem
Datum
1 november 2023
Betreft
Toelichting op Ontwerp-wijziging regeling GR hüs en hiem
Inleiding De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland,
Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling,
Vlieland, Waadhoeke en Weststellingwerf zijn deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling
hüs en hiem. De basis daarvoor is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr).
Op 1 juli 2022 is de Wgr gewijzigd. De wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de
gemeenteraden in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander
deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de Gemeenschappelijke regeling hüs en hiem.
Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling. Zij hebben daarvoor toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen, de gemeenteraden. In dit wijzigingsbesluit is verder een aantal technische verbeteringen doorgevoerd en is de
bekendmakingsregeling aangepast aan de per 1 juli 2021 in werking getreden Wet elektronische publicaties.
Deze oplegnotitie bevat een toelichting op de wijzigingen die in de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem nodig zijn en worden voorgesteld aan de deelnemers. De juridische vertaling is
weergegeven in een ontwerpwijziging van de regeling (bijlage). Voorgesteld wordt om de tekst van de gemeenschappelijke regeling integraal te herzien.
Aan het einde van de oplegnotitie is een was-wordt tabel opgenomen.
*1* ■r
2
1.
Proces wijziging gemeenschappelijke regeling
Het dagelijks bestuur legt de wijziging eerst voor aan het algemeen bestuur in november 2023.
Vervolgens worden de raden in de gelegenheid gesteld om zienswijzen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling in te brengen bij het eigen college.
De colleges worden verzocht de eventueel ingebrachte zienswijzen aan hüs en hiem te sturen.
Het Algemeen bestuur besluit dan tot een definitief wijzigingsvoorstel dat vervolgens aan de deelnemers en (wederom) de raden zal worden voorgelegd.
De regeling van hüs en hiem kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel
der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen.
Voor een definitief besluit van de deelnemers om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen is toestemming van de raden vereist. Dit betekent dat de raden twee keer in het proces tot
wijziging van de gemeenschappelijke regeling worden betrokken.
2.
Wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen
De belangrijkste wijzigingen zijn:
1. Het versterken van de positie van de gemeenteraden bij besluitvorming: a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling b. Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting
c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie d. Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling e. Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling
2. Het invoeren/verduidelijken van controle-lnstrumenten; a. Recht van enquête b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers
3. Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van
de regeling; a. Afspraken over evaluatie
b. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus c. Aanscherping afspraken uittreding
3
3. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem Ia. Invoeren zienswiizeprocedure bil treffen (en wijzigen) regeling
Om de positie van de raden te verbeteren wordt aan de raden het recht toegekend om bij het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling een zienswijze naar voren te brengen. Zij kunnen hun opvattingen over een ontwerpregeling binnen acht weken kenbaar maken bij
hun college. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem: Geen aanpassing verplicht, wel
duidelijk.
Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 1 van de Wgr)
is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Vanwege deze bepaling wordt nu eerst een ontwerpwijziging van de regeling aan de raden voorgelegd voor zienswijzen. Voor de duidelijkheid van de procedure van wijziging van de gemeenschappelijk regeling is
ervoor gekozen om in artikel 39 een vierde lid op te nemen waarin staat de raden bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren kunnen brengen. 1b. Zienswiizeprocedure bil andere besluiten dan de ontwerpbegroting
In de regeling moeten afspraken zijn gemaakt over welke besluiten van het bestuur van de regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden (artikel 10, vijfde en zesde lid
Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem: voorstel wijziging artikel 40
Het wijzigingsvoorstel bevat hiertoe een aanvulling in artikel 40 lid 1 van de
gemeenschappelijke regeling. Voorgesteld worden dat een besluit tot opheffing niet wordt genomen voordat de raden gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om
schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen.
1c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie De gemeenteraden krijgen de mogelijkheid om een regionale gemeenschappelijke
adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden. Een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en
wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. De adviescommissie kan het algemeen
bestuur adviseren, de besluitvorming voorbereiden en de raden van advies voorzien.
4
Het Algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht
om de commissie in te stellen als de raden hier unaniem om vragen (artikel 24a Wgr). Alleen leden van de raden kunnen in de commissie zitting hebben.
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: Geen aanpassing nodig Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 24a van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden.
ld. Afspraken over burgerparticipatie
Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in Nederland. In elke GR moet daarom worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, ingezetenen én belanghebbenden de
mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de
gemeenschappelijke regeling zijn belegd (artikel 10, zevende lid Wgr).
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hös en hiem: aanpassing nodig. Burgerparticipatie bij beleid is van groot belang. Hüs en hiem is vanuit zijn expertise vaak als
adviseur betrokken bij het opstellen of aanpassen van beleid, maar het bestuur van hüs en hiem stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. Hüs en hiem is
vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze
vertegenwoordigende organen, maar het algemeen bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe passen.
Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, wordt in de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem een artikel (12a)
toegevoegd, inhoudende dat het Algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de wijze van uitvoering van de taken,
en de manier waarop dat gebeurt.
Ie. Actieve informatieplicht
Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het
college heeft ten opzichte van de gemeenteraad. In de gemeenschappelijke regeling moeten
afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze
waarop dat moet gebeuren (artikel 17 Wgr).
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: aanpassing nodig. Om invulling te geven aan de intentie om de democratische legitimatie van de
gemeenschappelijke regeling hüs en hiem te versterken, wordt een zesde lid toegevoegd.
5
inhoudende dat het bestuur schriftelijk aan de deelnemende colleges of via de colleges aan de
deelnemende raden ongevraagd de informatie die nodig is om een juist beeld te verkrijgen van de uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 6.
2a. Recht van enguête De gezamenlijke gemeenteraden krijgen de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de
bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Dat kan door zelf een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hós en hiem: Geen aanpassing nodig.
Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr.
2b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers
Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling
een onderzoek in te stellen. In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder
gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt.
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hós en hiem: Geen aanpassing nodig.
Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr.
3a. Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling
om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen
voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 11a Wgr).
Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van hüs en hiem: aanpassing nodig.
De gemeenschappelijke hüs en hiem bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling.
Daarom wordt daarover nu een bepaling (artikel 42) toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt.
3b. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de gemeente die
moeten worden verwerkt in de eigen begroting. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de
indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen.
6
Het dagelijks bestuur stuurt de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden v voor zienswijzen. Dit
moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden
ingediende zienswijzen. Het dagelijks bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd terugkoppelen wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert
niets. Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan Gedeputeerde Staten voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september.
Gevolgen voor de GR hüs en hiem: aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling hüs en hiem dient te worden aangepast aan de nieuwe termijn
uit de Wgr.
3c. Aanscherping afspraken uittreding
In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige
deelnemers (artikel 9, eerste lid Wgr). Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan
niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt.
Gevolgen voor de GR hós en hiem: aanpassing nodig.
In het huidige artikel over uittreding staat dat het algemeen bestuur de financiële en eventueel andere voorwaarden vaststelt waaronder uittreding plaatsvindt.
In het algemeen bestuur van 12 juni 2015 heeft het algemeen bestuur een uittreedregeling
vastgesteld dat de gevolgen van de uittreding van een deelnemer regelt, waaronder de
financiële gevolgen. In de uitreedregeling zijn de uitgangspunten en aannames opgesomd die
gehanteerd worden bij het berekenen van de uittreedsom.
Om te voldoen aan de nieuwe Wgr, is de door het algemeen bestuur op 12 juni 2015
vastgestelde uittreedregeling thans opgenomen in de thans voorliggende ontwerpregeling. Aan de vastgestelde uitgangspunten is inhoudelijks niet gewijzigd. Ten aanzien van de procedure van uittreding is met de wijziging van artikel 38 zoveel mogelijk aangesloten bij de uittredingsbepalingen uit gemeenschappelijke regelingen uit de regio.
«
7
4.
Overige wijzigingen
Algemene wijzigingen Bij bijna alle artikelen is nu een omschrijving van het artikel toegevoegd. Enkel de artikelen in de paragrafen die uit slechts één artikel bestaan (paragrafen 6 t/m 14), hebben geen
omschrijving, aangezien de omschrijving al volgt uit de titel van de paragraaf. Een omschrijving
bij het artikel is in dat geval dubbel.
Artikel 1: toevoeging begripsbepaling ‘deelnemers’
Op een aantal plaatsen komt de term ‘deelnemers’ voor, zonder uit de artikelen van de regeling blijkt wie de deelnemers van de regeling zijn. Daarom is ervoor gekozen om ’deelnemers’ te definiëren in de begripsbepalingen. Artikel 2: wijziging naam openbaar lichaam De huidige naam van het openbaar lichaam luidt: “hüs en hiem, advisering omgevingskwaliteit”. Voorgesteld wordt om dit te wijzigingen in “hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit". Dit sluit
beter aan bij de taken en bevoegdheden van het openbaar lichaam.
Artikel 6 lid 1 sub d: Verordening op de regionale adviescommissie omgevingskwaliteit
In artikel 6 lid 1 sub d wordt verwezen naar “Verordening op de regionale adviescommissie omgevingskwaliteit". Voorgesteld wordt dit te wijzigen in “Verordening op de gemeentelijke
adviescommissie omgevingskwaliteit". Dit sluit beter aan bij de praktijk. Wijziging archiefparagraaf De archiefparagraaf in de gemeenschappelijke regeling is aangepast aan de hand van de
’Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden’ uit november 2021.
Wijziging artikel 40
In lijn met het proces van wijzigen van de gemeenschappelijke regeling, wordt voorgestelde om in de regeling op te nemen dat het besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling
niet wordt genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen.
Wijziging titel paragraaf 17 De huidige titel van paragraaf luidt “Overgangs- en slotbepalingen". In het enige artikel van
paragraaf 17 (artikel 41), staan echter geen overgangsbepalingen. Daarom is het woord “Overgangs-" verwijderd.
8
Wijziging artikel 41
Met de wijziging van artikel 41 wordt voldaan aan de Wet elektronische publicaties. Een wijziging ten opzichte van de huidige regeling is dat het Dagelijks Bestuur belast is met de
registratie van de regeling in het register, en niet zoals in de huidige regeling het college van
de gemeente Leeuwarden, 5.
Was-wordt-tabel wijziging gemeenschappelijke regeling ‘hüs en hiem’
Leeswijzer In de 'bestaande tekst' zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en onderstreept. In de 'nieuwe tekst' zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd; Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: a. Adviescommissie - door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet; b. Regeling - deze gemeenschappelijke regeling; c. Gemeente - een aan de regeling deelnemende gemeente; d. Lichaam - het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2; e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslan; f. Raad - de gemeenteraad van één van de gemeenten; g. Wel - de Wet Gemeenschappelijke Regelingen; h. Reglement op de commissie - het door de raad vastgestelde Reglement op de commissie i. College - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en wethoudersj
[Mikel 1 Begripsbepalingen Deze regeling verstaat onder: a. Adviescommissie - door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet; b. Regeling - deze gemeenschappelijke regeling; c. Gemeente - een aan de regeling deelnemende gemeente; d. Lichaam - het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2; e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslan; f. Raad - de gemeenteraad van één van de gemeenten; g. Wet - de Wet Gemeenschappelijke Regelingen; h. Reglement op de commissie - het door de raad vastgestelde Reglement op de commissie i. College - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en v/ethouders; j. Deelnemers - de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadlel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf.]
« «
9
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 2 1. Voorde uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd ‘hCis en hiem, advisering omgevingskwaliteit'. 2. Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden. 3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.J
[Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Voorde uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd 'hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit’. 2. Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden. 3. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.]
Artikel 6 lid 1 wordt als volgt gewijzigd
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 6 1. Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c. het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie; d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de regionale adviescommissie omgevingskwaliteit; e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; g. het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke monumenten, in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en in de advisering van
Artikel 6 Taken 1. Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c. het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie; d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit; e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; g. het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke monumenten, in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en in
♦
10
objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarden: h. alle overige feitelijke werkzaamheden die nodig zijn voor de advisering en het ondersteunen van de colleges door de adviescommissie]
de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische vraarden; h. alle overige feitelijke werkzaamheden die nodig zijn voor de advisering en het ondersteunen van de colleges door de adviescommissie.]
Na artikel 12 wordt een nieuw artikel 12a ingevoegd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 12 Burgerparticipatie Het Algemeen Bestuur kan bepalen wanneer en op welke wijze over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 6 inwoners van de deelnemers en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun mening te geven.]
Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:
I.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 25 1. Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het Algemeen Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uit eigen beweging alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. 5. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.]
Artikel 25 1. Elke gemeente regelt binnen haar eigen bestuur de spelregels ten aanzien van het verstrekken van informatie en het afleggen van verantwoording door het lid van het Algemeen Bestuur. 2. Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk leggen uit eigen beweging aan het Algemeen Bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. 3. Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur uil eigen beweging alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. 5. Het college kan een door hem aangewezen lid ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit. 6. Het bestuur verstrekt schriftelijk aan de deelnemende colleges of via de colleges aan de deelnemende raden ongevraagd de informatie die nodig is om een Juist beeld te verkrijgen van de uitvoering van de overgedragen en opgedragen taken als bedoeld in artikel 6.]
♦
11
Paragraaf 12 Archiefvorming wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
§ 12 ARCHIEFVORMING
§ 12 ARCHIEF
[Artikel 27 I.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het lichaam overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling, welke aan Gedeputeerde Staten moet worden meegedeeld.
[Artikel 27 Arehiefzorg Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam.
2.De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het lichaam, alsmede van de commissies, bedoeld in § 8.
3.Gedeputeerde Stalen oefenen overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk IX van het Archiefbesluit toezicht uit op de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden.
4. De archiefbescheiden worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van het Riiksarchief of van de gemeente aan te wijzen door het Algemeen Bestuur. 5. Bij opheffing van deze regeling worden de nog niet ingevolge het vorige lid overgebrachte archief- bescheiden geplaatst in die archiefbewaarplaats.!
Artikel 27a Archiefbeheer 1. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het lichaam, alsmede van de commissies, bedoeld in § 8, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam alsmede van de commissies, bedoeld in § 8, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
Artikel 27b Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt door het algemeen bestuur aangewezen een archiefbewaarplaats aangewezen.
Artikel 27c Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Gedeputeerde Staten. Artikel 27d Verantwoording 1. De archivaris van Gedeputeerde Staten brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering
12
van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam.
Artikel 27e Terbeschikkingstelling 1. De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.J Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd; Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 31 Begroting [Artikel 31 1. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april 1. Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en de begroting dient, de algemene financiële beleidsmatige kaders en de voorlopige en beleidsmatige kaders en de voorlopige Jaarrekening aan de raden van de jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. deelnemende gemeenten. 2. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks een 2. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting, alsmede een ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor een aaneensluitend meerjarenraming voor een aaneensluitend tijdvlak van tenminste drie jaren, aan. Zowel tijdvlak van tenminste drie jaren, aan. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming de ontwerpbegroting als de meerjarenraming worden twaalf weken voordat zij aan het worden acht weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur worden aangeboden, door Algemeen Bestuur worden aangeboden, het Dagelijks bestuur toegezonden aan de door het Dagelijks bestuur toegezonden aan raden van de deelnemende gemeenten. de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg 3.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor eenieder ter inzage van de colleges voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, lid algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, 2, van de Gemeentewet is van lid 2, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. overeenkomstige toepassing. 4. De raden kunnen over de 4. De raden kunnen over de ontwerpbegroting en de meerjarenraming van ontwerpbegroting en de meerjarenraming hun zienswijze doen blijken. Het dagelijks van hun zienswijze doen blijken. Het Dadelijks Bestuur voegt de commentaren bij bestuur stelt de vertegenwoordigende organen voorafgaande aan het vaststellen de ontwerpbegroting en de van de begroting schriftelijk en meerjarenraming, zoals deze aan het gemotiveerd in kennis van zijn oordeel Algemeen Bestuur wordt aangeboden. over de zienswijze, alsmede van de 5. Het Algemeen Bestuurstel! de begroting eventuele conclusies die het daaraan en de meerjarenraming vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de verbindt. begroting moet dienen.
13
6. Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en de meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij Gedeputeerde Staten.] 7. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten.
5. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast vóór 15 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 6. Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en de meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij Gedeputeerde Staten. 1. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 september aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 38 1. Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente, besluiten uit deze regeling te treden. 2. Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, mits een daartoe strekkend besluit tenminste één jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur toegezonden is. 3. Het Algemeen Bestuur stelt de financiële en eventueel andere voorwaarden vast waaronder uittreding plaatsvindt.!
[Artikel 38 Uittreding 1. Een college kan, na vooraf verkregen toestemming van de raad van die gemeente, besluiten uit deze regeling te treden. 2. Uittreding kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van enig kalenderjaar, mits een daartoe strekkend besluit tenminste één jaar tevoren aan het Algemeen Bestuur toegezonden is. 3. Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct en indirect samenhangen met de uittreding. De kosten van het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het uittredingsplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 4. De uittredende deelnemer verplicht zich het personeel dat is belast met de uitvoering van de door deze deelnemer opgedragen taken over te nemen of, indien dit niet mogelijk is, daarvoor een schadeloosstelling te betalen. Het algemeen bestuur stelt de omvang van het toe te wijzen personeel of de hoogte van die schadeloosstelling vast op basis van de begroting over het Jaar voorafgaande aan het Jaar waarop de uittreding betrekking heeft en kan daarbij een nader te bepalen overbruggingsperiode vaststellen. Het
14
algemeen bestuur stelt daarnaast ook een vergoeding vast ten aanzien van de overige nadelige financiële gevolgen van de uittreding. De uittredende de deelnemer is gehouden de in dit lid bedoelde schadeloosstelling en vergoeding uiterlijk ter gelegenheid van diens uittreding te voldoen. 5. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. 6. Het lichaam en de uittredende deelnemer spannen zich in om de nadelige financiële gevolgen van de uittreding, bedoeld in het vierde lid, zoveel mogelijk te beperken.]
Na artikel 38 wordt een nieuwe artikel 38a ingevoegd
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 38a Uittredingsplan en uittreedsom 1. Het in artikel 38, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die een direct en indirect gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. Bij het berekenen van de uittreedsom worden de volgende uitgangspunten en aannames gehanteerd: a. De uittreedsom is een vergoeding voor de werkelijke schade die de GR leidt en die rechtstreeks het gevolg is van de uittreding van een deelnemer. Voor zover toepassing van het uittredingsplan niet leidt tot vergoeding van de werkelijke schade, kan het Algemeen Bestuur de uittreedsom op andere wijze berekenen. b. De tarieven die bij de deelnemers in rekening worden gebracht dekken de kosten die de GR maakt voor 100%. De kostenstructuur bestaat nagenoeg uitsluitend uit vaste lasten. Er wordt daarom van uitgegaan dat de schade die de GR als gevolg van uittreding per jaar lijdt, gelijk is aan de jaarlijkse inkomstenderving.
15
c. De jaarlijkse inkomstenderving is gelijk aan de gemiddelde jaarinkomsten die zijn verworven bij de uittredende deelnemer, berekend over de periode van drie jaar direct voorafgaand aan het jaar waarin het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur is toegezonden. d. De termijn die de GR nodig heeft om in te spelen op de uittreding en waarover de GR dus schade lijdt, is vier jaar. e. De uittreedsom bedraagt derhalve vier keer de gemiddelde jaarlijkse inkomsten die de GR verwerft bij de uittredende deelnemer en die worden berekend zoals aangegeven onder c. Van dit bedrag wordt het aandeel van de uittredende deelnemer in de Algemene Reserve per 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van uittreding, afgetrokken. Het bedrag is exclusief BTW.] Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 39 1. Deze regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen, met uitzondering van artikel 5. Voor wijziging van het hiervoor genoemde artikel is unanimiteit vereist. 2. Een college dat wijziging wenselijk acht, richt het daartoe strekkende voorstel aan het Algemeen Bestuur. 3. Indien het Algemeen Bestuur of één of meer colleges wijziging wenselijk achten, doet het Algemeen Bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de raden.]
[Artikel 39 Wijziging 1. Deze regeling kan worden gewijzigd indien de colleges van tenminste 2/3 deel der gemeenten daartoe een eensluidend besluit nemen, met uitzondering van artikel 5. Voor wijziging van het hiervoor genoemde artikel is unanimiteit vereist. 2. Een college dat wijziging wenselijk acht, richt het daartoe strekkende voorstel aan het Algemeen Bestuur. 3. Indien het Algemeen Bestuur of één of meer colleges wijziging wenselijk achten, doet het Algemeen Bestuur een daartoe strekkend voorstel aan de raden. 4. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren brengen.]
16
Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 40 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van tenminste 2/3 deel van de gemeenten. 2. In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld. 3. Ter uitvoering van de liquidatie blijft hel Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie. 4. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers.]
[Artikel 40 Opheffing 1. Deze regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van tenminste 2/3 deel van de gemeenten. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 2. In geval van opheffing wordt het Dagelijks Bestuur met de liquidatie van de dienst belast. Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, de raden gehoord, vastgesteld. 3. Ter uitvoering van de liquidatie blijft het Dagelijks Bestuur zo nodig na het tijdstip van opheffing van de regeling in functie. 4. Een batig saldo komt ten bate, een nadelig saldo wordt naar verhouding van het inwonertal van de gemeenten op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de regeling wordt opgeheven, vastgesteld. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau van de Statistiek bekend gemaakte bevolkingscijfers.]
De titel van paragraaf 17 wordt als volgt gewijzigd; Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[§ 17 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN]
[§ 17 SLOTBEPALINGEN]
■
«
17
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
[Artikel 41 Het college van de gemeente Leeuwarden draagt overeenkomstig artikel 26 van de wet zorg voor de bekendmaking van de in dat artikel genoemde besluiten en voor de toevoeging van gegevens als bedoeld in artikel 136, tweede lid, van de wet aan het register als bedoeld in artikel 136, eerste lid, van de wet.l
[Artikel 41 Bekendmaking en registratie 1. Het college van de gemeente Leeuwarden, als vestigingsgemeente van de gemeenschappelijke regeling hüs en hiem, maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door Leeuwarden uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet.]
Na artikel 41 wordt een nieuw artikel 42 toegevoegd:
Bestaande tekst
Nieuwe tekst [Artikel 42 Evaluatie van de regeling 1. De doel- en taakstelling van de regeling, de wijze van uitvoering en de financiering daarvan zullen periodiek geëvalueerd worden. 2. Daartoe zal het dagelijks bestuur, in overleg met de directeur, gehoord de colleges en de raden van de betrokken deelnemers, om de vier jaar een onderzoeksvoorstel opstellen, dat aan het algemeen bestuur ter vaststelling zal worden voorgelegd. 3. Op grond van de uitkomsten van deze evaluatie kan het dagelijks bestuur voorstellen tot wijziging van de regeling doen, dan wel tot aanpassing van de financieringsmethodiek, de bedrijfsvoering en/ofde organisatiestructuur van hüs en hiem.]
,1
'.w
Gemeenschappelijke regeling ‘hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit’
INTITULÉ: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren. Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf. Gelet op hoofdstuk Vl van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
Overwegende dat de gemeenschappelijke regeling is geactualiseerd in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, de inwerkingtreding van de Wet elektronische publicaties per 1 juli 2021 en daarbij tevens een aantal technische verbeteringen in de regeling zijn aangebracht.
Besluiten:
De Gemeenschappelijke regeling hüs en hiem als volgt te wijzigen: § 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
Deze regeling verstaat onder: a. Adviescommissie - door de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ingestelde adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de Omgevingswet; b. Regeling - deze gemeenschappelijke regeling: c. Gemeente - een aan de regeling deelnemende gemeente; d. Lichaam - het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2; e. Gedeputeerde Staten - Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslan; f. Raad - de gemeenteraad van één van de gemeenten; g. Wet - de Wet Gemeenschappelijke Regelingen: h. Reglement op de commissie - het door de raad vastgestelde Reglement op de commissie i. College - een aan de regeling deelnemend college van burgemeester en wethouders: j. Deelnemers - de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslan, Ooststellingwerf, Opsterland. Schiermonnikoog. Smallingerland, Südwest-Fryslan, Terschelling, Vlieland, Waadhoeke, Weststellingwerf.
Artikel 2 Openbaar lichaam
1.
2. 3.
Voor de uitvoering van deze regeling wordt een openbaar lichaam gevormd, genaamd 'hüs en hiem, adviseurs omgevingskwaliteit’. Het lichaam is gevestigd te Leeuwarden. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
t
/
Artikel 3 Het bestuur
Het bestuur van het lichaam bestaat uit: een algemeen bestuur; een dagelijks bestuur; een voorzitter. Artikel 4 Gelijkstellingen
Waar in de regeling wettelijke bepalingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die bepalingen voor de gemeente, raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester in de plaats: het lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. § 2 DOELSTELLING EN TAKEN
Artikel 5 Te behartigen belangen Deze regeling heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslan. Artikel 6 Taken
1.
2.
3.
Het openbaar lichaam heeft de volgende taken: a. het beschikbaar stellen van onafhankelijk en deskundig personeel ten behoeve van de bemensing van de adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet die door de raden is ingesteld; b. het voordragen van personen tot benoeming van leden van de adviescommissie ten behoeve van de voorstellen van de colleges daartoe aan de gemeenteraden; c. het verzorgen van het secretariaat van de adviescommissie: d. het faciliteren van de adviescommissie, zodat deze commissie haar taken kan uitvoeren overeenkomstig de door de raden vastgestelde Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit: e. het opstellen van het jaarverslag van de adviescommissie en toezending daarvan aan de gemeenteraden; f. het geven van adviezen over algemene vraagstukken betreffende de omgevingskwaliteit aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten; g- het op verzoek van de colleges voorzien in advisering over gemeentelijke monumenten, in het bijzonder ten aanzien van beeldbepalende panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarden; h.
alle overige feitelijke werkzaamheden die nodig zijn voor de advisering en het ondersteunen van de colleges door de adviescommissie. Aan het Algemeen Bestuur van het lichaam worden de voor de uitvoering van de taken benodigde bevoegdheden overgedragen dan wel de benodigde machtigingen verstrekt. Voor zover het niet wettelijk verplichte advisering betreft, kunnen de colleges ieder voor zich aangeven in welke gevallen zij de adviserende taak aan de Gemeenschappelijke regeling willen overdragen.
Artikel 7 Onbevoegdheid Het openbaar lichaam is niet bevoegd tot: borgstelling; het om niet uitlenen van geld; het schenken van geld of andere zaken.
*
§ 3 HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 8 Samenstelling Algemeen Bestuur 1.
2. 3. 4. 5.
Het Algemeen Bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende colleges bedraagt. De colleges wijzen uit hun midden elk één lid in het Algemeen Bestuur aan. Alle leden hebben één stem. De colleges beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de in het tweede lid genoemde leden en plaatsvervangende leden. Het Algemeen Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 9 Lidmaatschap Algemeen Bestuur 1.
2. 3.
Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd, respectievelijk gekozen. De leden van het Algemeen Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het Algemeen Bestuur, alsmede het college, dat hen heeft aangewezen op de hoogte. In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na het ontstaan van deze vacature, een nieuw lid van het Algemeen Bestuur benoemd door het college van de gemeente waaruit het lid wiens lidmaatschap is geëindigd afkomstig is.
Artikel 10 Werkwijze Algemeen Bestuur 1.
2.
Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig acht, of tenminste vier leden van het Algemeen Bestuur dat, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk verzoeken. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden in het openbaar gehouden.
Artikel 11 Deelnemen aan beraadslagingen Algemeen Bestuur 1.
2.
Aan de beraadslagingen tijdens de vergaderingen van het Algemeen Bestuur kunnen tevens deelnemen: a. de leden van het Dagelijks Bestuur genoemd in artikel 13, lid 1 sub d en de vaste leden van de commissies bedoeld in § 8; b. de functionarissen, in dienst van het lichaam, voor zover belast met bestuurlijke of adviserende taken; De in het eerste lid genoemde personen hebben een adviserende stem.
Artikel 12 Taken Algemeen Bestuur Alle taken en bevoegdheden in het kader van deze regeling die niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, behoren aan het Algemeen Bestuur.
Artikel 12a Burgerparticipatie Het Algemeen Bestuur kan bepalen wanneer en op welke wijze over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 6 inwoners van de deelnemers en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun mening te geven.
§ 4 HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 13 Samenstelling Dagelijks Bestuur 1.
2.
Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door: a. De voorzitter van het Algemeen Bestuur, die tevens als voorzitter van het Dagelijks Bestuur fungeert: b. de plaatsvervangend voorzitter van het Algemeen Bestuur, tevens plaatsvervangend voorzitter van het Dagelijks Bestuur; c. maximaal vier leden uit het Algemeen Bestuur, te benoemen door het Algemeen Bestuur; d. twee adviserende leden uit de beroepspraktijk, werkzaam in de provincie Fryslan, te benoemen door het Algemeen Bestuur uit een voordracht van het Dagelijks Bestuur. Bij de samenstelling van het Dagelijks Bestuur wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een spreiding binnen de provincie Fryslan.
Artikel 14 Lidmaatschap Dagelijks Bestuur
1. 2.
3.
4.
Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt op de dag waarop het lid de hoedanigheid verliest, waarin hij is benoemd respectievelijk ingevolge het eerste lid van artikel 13 is aangewezen. De leden van het Dagelijks Bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter op de hoogte, In een tussentijdse vacature wordt op de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur een nieuw lid benoemd, De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode voor de leden van de raden afloopt, met dien verstande dat de in artikel 13, lid 1 sub d bedoelde leden maximaal acht jaar zitting kunnen hebben in het Dagelijks Bestuur, In de gevallen van lid 2 en 3 blijven de leden hun functie waarnemen tot door het Algemeen Bestuur in hun opvolging is voorzien.
Artikel 15 Werkwijze Dagelijks Bestuur
1. 2.
Het Dagelijks Bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of zulks schriftelijk door een lid van het Dagelijks Bestuur onder opgave van de te behandelen onderwerpen wordt verzocht. Indien het Dagelijks Bestuur of de voorzitter het nodig oordeelt, kunnen één of meer deskundigen uitgenodigd worden om aan de beraadslagingen deel te nemen. Zij hebben een adviserende stem.
Artikel 16 Taken Dagelijks Bestuur 1. Het Dagelijks Bestuur is belast met: a. de voorbereiding van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd; b. de uitvoering van de besluiten van het Algemeen Bestuur; c. het beheer van de activa en de passiva van het lichaam; d. de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding: e. het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkomen van verjaren en verlies van recht of bezit; f. de benoeming, de schorsing, het ontslag, dan wel de tewerkstelling op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht van het personeel, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 29 en verder voor zover het Algemeen Bestuur zich de betreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden. 2. Het Algemeen Bestuur kan aan het Dagelijks Bestuur bevoegdheden van het Algemeen Bestuur overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid tot: a, het instellen van een bedrijf of een tak van dienst;
b. het vaststellen van de begroting of van de rekening conform artikel 34 van de wet; c. het vaststellen van regels m.b.t. de organisatie van de administratie en het beheer van de vermogenswaarde van het lichaam.
*
§ 5 DE VOORZITTER Artikel 17 De voorzitter 1. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door het Algemeen Bestuur uit zijn midden aangewezen en treden als zodanig op in het Algemeen en het Dagelijks Bestuur. 2. De bepalingen in deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend voorzitter. 3, Het voorzitterschap eindigt indien de betrokkene ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn. Alsdan voorziet het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk in de vervanging.
Artikel 18 Taken voorzitter
1. 2.
3,
4.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De voorzitter draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken en tekent alle stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. De voorzitter roept de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur zoveel mogelijk met vermelding van de te behandelen onderwerpen, schriftelijk en onder medezending van de relevante stukken, spoedeisende gevallen daargelaten, tenminste 14 dagen van tevoren bijeen op een door hem te bepalen datum, plaats en uur. Een afschrift van de vergaderstukken van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur zendt hij ter kennisname aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur zendt hij de uitnodigingen en de stukken tevens aan de personen genoemd in artikel 11. De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte. Indien hij behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in het geding waarbij het lichaam is betrokken, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.