CConstaterende datAmeland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Ontwerp Beleidsregel standplaatsen

Raad 26 januari 2026, gemeente AmelandBij agendapunt: Voorstel inzake het ontwerp beleidstukken Horeca- en Detailhandelbeleid gemeente Ameland 2026 (zaaknummer 485423)3.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van burgemeester en wethouders van Ameland tot vaststelling van de Beleidsregel standplaatsen Ameland Burgemeester en wethouders van Ameland; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en hoofdstuk 1 en afdeling 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Ameland; overwegende dat: •

in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Ameland in algemene zin is aangegeven wat de weigeringsgronden zijn voor een aanvraag voor een standplaatsvergunning;

•

het wenselijk is aan te geven wanneer daar in ieder geval sprake van is;

•

de oude beleidsregel standplaatsen en venten niet meer voldeed;

besluiten de volgende beleidsregel vast te stellen: Beleidsregel standplaatsen Ameland

ONTWERP

Artikel 1. Soorten standplaatsen In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen 4 verschillende soorten standplaatsen: •

jaarrondstandplaats: een standplaats die jaarrond, of langer dan 10 weken per jaar, op een vast dagdeel of vaste dagdelen in de week op dezelfde standplaats staat;

•

seizoensstandplaats: een standplaats voor een deel van het jaar, voor seizoensproducten;

•

tijdelijke standplaats: een standplaats voor enkele dag(del)en;

•

ideële standplaats: een tijdelijke standplaats van een organisatie zonder winstoogmerk en met een algemeen maatschappelijk doel, zoals een goed doel, of een lokale vereniging voor muziek of sport.

Artikel 2. Duur en frequentie 1. Een vergunning voor een standplaats is altijd een tijdelijke vergunning. 2. Een tijdelijke of ideële standplaats wordt voor maximaal 3 dagen op een rij en voor maximaal 1 keer per kwartaal (aan dezelfde persoon, organisatie of vergelijkbaar) toegekend. 3. Een vergunning voor een seizoensstandplaats wordt voor maximaal alle dagen van de week toegekend, voor een periode van maximaal 10 weken per jaar en voor maximaal 3 jaar op rij. De periode van 10 weken hoeft niet aaneengesloten te zijn, maar moet wel binnen een tijdsbestek van 6 maanden vallen. 4. Een vergunning voor een jaarrondstandplaats wordt voor maximaal 3 jaar en voor maximaal 2 dagen in de week toegekend, waarbij een deel van een dag als een volledige dag telt. 5. In afwijking van lid 3 en 4, is de duur van een vergunning voor een standplaats op een nieuwe locatie maximaal 1 jaar. 6. Op één locatie mag eenzelfde persoon, organisatie of vergelijkbaar voor niet meer dan 10 weken per jaar een seizoensstandplaats of niet meer dan 2 dagen per week een jaarrondstandplaats hebben. Ook mag een jaarrondstandplaats en een seizoensstandplaats niet door eenzelfde persoon, organisatie of vergelijkbaar op één locatie in hetzelfde jaar gecombineerd worden. Voor de voorschriften in dit lid worden 2 locaties die minder dan 500 meter van elkaar liggen als dezelfde locatie beschouwd. Artikel 3.

Aanvraagprocedure 1. Een standplaatsvergunning wordt aangevraagd via het formulier op de gemeentelijke website. 2. Bij aanvraag moeten de volgende zaken in ieder geval ingeleverd worden: a. een voorkeurslocatie; b. een situatieschets van de standplaats op die locatie met duidelijke afmetingen; c. een foto van de kraam of vergelijkbaar - als dat niet kan, is een ontwerp ook mogelijk; d. een beschrijving van het te verkopen assortiment. 3. Als de standplaats zich bevindt op het terrein waarvan de gemeente geen eigenaar is, moet bij de aanvraag ook een toestemming van de terreineigenaar getoond worden. 4. Een standplaatsvergunning kan op elk moment aangevraagd worden, maar moet minimaal 8 weken voor de gewenste 1e dag van de standplaats ingediend zijn. Artikel 4. Beoordelingsprocedure

ONTWERP

1. Aanvragen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. Het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ geldt hier dus. 2. Aanvragen die vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waar ze betrekking op hebben ingediend zijn, worden behandeld alsof ze tegelijk ingediend zijn. 3. Aanvragen die binnen 2 maanden na ingang van deze beleidsregel zijn ingediend, worden behandeld alsof ze tegelijk ingediend zijn. 4. Een aanvraag voor een standplaatsvergunning wordt eenzijdig door de gemeente getoetst aan de weigeringsgronden van de op dat moment geldende Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de uitwerking daarvan in deze beleidsregel. 5. Als 2 (of meer) aanvragen tegelijk zijn ingediend en allebei in aanmerking komen voor een vergunning, maar niet met elkaar te combineren zijn, beslist loting welke aanvrager een vergunning krijgt. 6. Indien de aangevraagde locatie ongeschikt is, denkt de gemeente op vraag van de aanvrager mee of en waar een locatie in de omgeving wel geschikt is. 7. Bij de beoordeling van de geschiktheid van een locatie, worden ook eventuele ervaringen met eerdere standplaatsen op die locatie meegenomen. 8. Als de beoordeling onder lid 7 positief uitvalt en omstandigheden gelijk zijn, wordt een aanvraag voor een locatie die eerder al is gebruikt voor een standplaats opnieuw goedgekeurd, zolang het gaat om een vergelijkbare standplaats. Artikel 5.

Weigeringsgronden 1. Van één van de weigeringsgronden uit de APV is in ieder geval sprake als minstens één van de volgende situaties zich voordoet: a. de locatie is ten oosten van de denkbeeldige lijn tussen de Bureblinkert (paal 17) en de Kooiplaats; b. de locatie is niet aan of dichtbij een veelgebruikte doorgaande weg; c. de standplaats bevindt zich op de rijbaan van een openbare weg en/of het innemen van een standplaats leidt tot het blokkeren van de weg; d. het is aannemelijk dat het innemen van de standplaats tot veel extra verkeer zal leiden en daarvoor zijn geen voorzieningen, zoals een parkeerplaats; e. het innemen van de standplaats gaat ten koste van 1 of meerdere parkeerplek(ken) op momenten dat die plekken noodzakelijk zijn voor het parkeren; f. de standplaats is hemelsbreed binnen 250 meter van een andere standplaats die op dezelfde dag(en) ingenomen wordt; g. de standplaats is op dezelfde dag(en) als en hemelsbreed binnen 250 meter van een evenement of markt; h. de grootte van de standplaats is niet passend in de omgeving; i. de standplaats is op het strand; j. voor de locatie heeft iemand anders al een standplaatsvergunning voor (één van) de aangevraagde momenten; k. op de locatie is al sprake van één of meerdere standplaatsvergunningen voor andere momenten en het toevoegen van nog een moment tast de leefbaarheid voor aanwonenden teveel aan; l.

het toekennen van het aangevraagde aantal dagen leidt tot een (te) grote aantasting van de leefbaarheid voor aanwonenden; m. het uiterlijk en de uitstraling van de standplaats past niet bij/in de omgeving; n. de aanvraag is in strijd met minstens één van de voorwaarden uit artikel 6; o. de aanvraag brengt het voorzieningenniveau in de gemeente in gevaar.

ONTWERP

2. De opsomming uit lid 1 is niet volledig. Voor de specifieke situatie kunnen dus nog andere zaken dan die in lid 1 genoemd zijn, reden zijn om aan aanvraag te weigeren. Artikel 6. Voorwaarden 1. Aan een vergunning worden in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden: a. de standplaats moet er steeds netjes en verzorgd uitzien; b. een standplaats in de dorpen mag, inclusief opbouw en afbraak, alleen ingenomen worden tussen 08.00 en 21.00 uur; c. een standplaats buiten de dorpen mag, inclusief opbouw en afbraak, alleen worden ingenomen tussen zonsopgang en zonsondergang, maar nooit eerder dan 08.00 uur en nooit later dan 21.00 uur; d. de standplaatslocatie moet op de onder b en c genoemde eindtijd volledig vrij en leeg zijn, tenzij het gaat om een seizoens- of tijdelijke standplaats van maximaal een week, die op particulier terrein in één van de dorpen staat en de volgende dag weer gebruikt wordt; e. onmiddellijk na afloop van de verkoopactiviteiten moet de gebruikte locatie en de directe omgeving worden schoongemaakt en in de oorspronkelijke staat worden opgeleverd; f. aanwijzingen van de politie en van de toezichthouder moeten precies en direct worden opgevolgd; g. de vergunninghouder moet er alles aan doen (en laten) om (over)last en schade voor anderen te voorkomen; h. gebruik van luidsprekers, versterkers of ander geluidsapparaat is niet toegestaan; i.

de standplaatshouder biedt op of rond de standplaats geen zitplaatsen voor klanten aan; j. afhankelijk van de locatie mogen op een standplaats maximaal 2 statafels (en dus geen zitplaatsen of ander meubilair) geplaatst worden, maar alleen binnen het oppervlak van de standplaats; k. de vergunninghouder moet zich op verzoek van een toezichthouder of de politie officieel kunnen legitimeren; l. als een standplaats voor zonsopgang of na zonsondergang ingenomen mag worden, is de vergunninghouder verplicht de standplaats voor zonsopgang en vanaf zonsondergang te verlichten op een manier dat de gestalde goederen goed en helder verlicht zijn; m. de standplaats wordt door de aanvrager zelf ingenomen; n. er wordt geen alcohol verkocht of geschonken; o. de standplaatshouder erkent dat hij persoonlijk – en dus niet de gemeente – verantwoordelijk is voor schade die zou ontstaan bij het gebruik van de vergunning; p. de standplaats wordt niet ingenomen op dagen dat er hemelsbreed binnen 250 meter van de standplaats een evenement, braderie of markt is; q. de standplaats wordt niet ingenomen wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals weg- en rioleringswerkzaamheden. 2. Burgemeester en wethouders van Ameland kunnen afhankelijk van de locatie afwijken van bovengenoemde voorwaarden en/of extra voorwaarden meegeven. Artikel 7. Overige bepalingen 1.

Er wordt geen wachtlijst bijgehouden. Iemand die eerder een aanvraag heeft gedaan voor een al bezette locatie, krijgt dus geen voorrang als die locatie weer vrijkomt. 2. Na afloop van de vergunningsperiode kunnen ook anderen dan de vorige standplaatshouder in aanmerking komen voor een vergunning op die locatie. Een uitzondering wordt gemaakt na het eerste jaar op een nieuwe locatie, in dat geval komt eerst de huidige vergunninghouder met voorrang in aanmerking voor een verlenging van 3 jaar. 3. Een vergunning is alleen overdraagbaar in bijzondere gevallen, zoals overlijden of langdurige ziekte. 4. Als de vergunninghouder van een jaarrondstandplaats langer dan 2 maanden achter elkaar geen gebruik maakt van de vergunning, kan de vergunning ingetrokken worden. 5. Als de vergunninghouder van een seizoensstandplaats langer dan 4 weken geen gebruik maakt van de vergunning, kan de vergunning ingetrokken worden.

ONTWERP

6. Voor een standplaatsvergunning moeten leges betaald worden, op basis van de geldende legesverordening. 7. Als een standplaats op gemeentegrond is, moet per jaar ook precariobelasting betaald worden op basis van de geldende verordening precariobelasting. Artikel 8. Intrekking oude regeling De Beleidsregel Standplaatsen en Venten uit 2016 wordt ingetrokken. Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het gemeentelijke infoblad. 2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel standplaatsen Ameland. Ondertekening Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Ameland, in de vergadering van … [datum definitieve vaststelling wordt later bekend]

ONTWERP

TOELICHTING Algemeen Deze beleidsregel is een uitwerking van regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), bijvoorbeeld over de weigeringsgronden (artikel 1:8 en 5:18). De beleidsregel is niet bedoeld als vervanging van deze regels uit de APV daarvan en dus blijven regels daaruit ook gelden. Dat gaat naast de weigeringsgronden bijvoorbeeld ook om regels over het intrekken van een ontheffing of het persoonsgebonden karakter van de vergunning. De beleidsregel is op het gebied van standplaatsen de opvolger van de Beleidsregel Standplaatsen en Venten uit 2016. Een splitsing tussen de regels over standplaatsen en venten was nodig. De regels over standplaatsen zijn namelijk een beleidsregel, omdat het gaat over een activiteit waarvoor volgens de APV een vergunning nodig is. De regels over venten zijn nadere regels, omdat dat toegestaan is onder voorwaarden en daar volgens de APV geen vergunning voor nodig is. Bij de splitsing van het beleid van standplaatsen en venten, is de inhoud van het standplaatsenbeleid volledig vernieuwd. Het standplaatsenbeleid bleek namelijk niet meer aan te sluiten bij de huidige situatie en behoefte. Er waren in het oude beleid twee locaties aangewezen als vaste standplaatsen, maar die werden niet of nauwelijks gebruikt.

Tegelijk bleken er wel aanvragen of situaties te zijn waar behoefte was aan een standplaats op een andere locatie en voor vaak maar een deel van het jaar. De gemeente stond in meerdere gevallen best positief tegenover deze behoefte en daarom was vernieuwing van het beleid nodig. Aansluitend bij die behoefte is in dit beleid gekozen om locaties niet in het beleid al vast te leggen (en dus de rest uit te sluiten), maar het initiatief hiervoor aan de markt/aanvragers over te laten. Dat sluit aan bij het toerismebeleid ‘Van meer naar beter’, waarin staat dat het voor de ontwikkeling van het toerisme goed is als dingen op verrassende plekken kunnen ontstaan. Ook sluit het aan bij de principes van de Omgevingswet,. Die principes roepen overheden namelijk op om te denken in ‘ja, mits…’ (en dus niet in ‘nee, tenzij…’). Natuurlijk betekent dit niet dat elke locatie geschikt is. De geschiktheid van de locatie wordt nog steeds getoetst. Deze beleidsregel is bedoeld om duidelijkheid te geven over de procedure en al enkele grote lijnen te schetsen van de beoordeling van de geschiktheid van een aanvraag/locatie. Deze werkwijze zorgt er wel voor dat er voor de gemeente meer werk is in de beoordeling van aanvragen voor een standplaatsvergunning. De verwachting is echter dat het aantal aanvragen ook nu beperkt zal blijven en de werklast dus te overzien is.

De gemeente is namelijk niet zo groot en het aantal (aan)vragen in de afgelopen jaren hierover was ook niet heel veel. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities Seizoensproducten zijn bijvoorbeeld oliebollen, ijs en gekoelde dranken. Het onderscheid tussen een tijdelijke en ideële standplaats is gemaakt om ook onderscheid in de hoogte van de leges te kunnen maken. Die leges worden niet in deze beleidsregel vastgelegd, maar in de legesverordening. Artikel 2. Duur en frequentie Lid 1 Zie toelichting bij artikel 7, lid 2. Lid 5 Een nieuwe locatie is een locatie waar nog niet eerder een standplaats is geweest. Zo’n locatie brengt het risico met zich mee dat het anders uitpakt dan verwacht. Daarom dat hier gekozen wordt voor een kortere periode. Op die manier kan de ongewenste situatie relatief snel toch nog beëindigd worden. Het 1e jaar op een nieuwe locatie kan dan als een pilot/test beschouwd worden.

ONTWERP

Lid 6 Deze regel voorkomt dat een zelfde handelaar een groot deel van het jaar in hetzelfde gebied handel drijft. Als dat zou gebeuren, is in feite sprake van winkel en niet meer van een standplaats. Op basis van deze regel is het dus wel mogelijk om bijvoorbeeld voor 1 dag in de week op een locatie een jaarrondstandplaats te hebben en binnen 500 meter van die plaats voor nog 1 dag per week een jaarrondstandplaats te hebben. Ook dan is het namelijk niet meer dan 2 dagen per week. Uiteraard is het ook mogelijk om voor 2 dagen op de ene locatie een jaarrondstandplaats te hebben en op meer dan 500 m van deze plaats voor andere dagen ook een andere jaarrondstandplaats te hebben. Artikel 3. Aanvraagprocedure Lid 2 Onder c: De bedoeling is dat de gemeente een goede afweging kan maken voor de wenselijkheid van de specifieke standplaats op de specifieke locatie. Omdat hierbij de uitstraling (omgevingskwaliteit) belangrijk is, wordt een foto gevraagd. Bij een aanvraag zal een kraam misschien nog niet klaar zijn, daarom dat het ontwerp in die gevallen ook mogelijk is. Onder d: Deze informatie is nodig om eventuele overlast te kunnen beoordelen, omdat gebakken producten bijvoorbeeld sneller voor geuroverlast zorgen. Artikel 4.

Beoordelingsprocedure Lid 5 Niet te combineren is bijvoorbeeld als de aanvragen voor hetzelfde moment en op exact dezelfde locatie of dicht bij elkaar zijn, of als het op die locatie onwenselijk is als er meerdere dagen in de week een standplaats wordt ingenomen. Zie ook artikel 5. Lid 8 Een niet vergelijkbare standplaats is bijvoorbeeld een standplaats die vaker, langer of op andere momenten wordt ingenomen, of een standplaats die groter is. Artikel 5. Weigeringsgronden De opsomming uit lid 1 is bedoeld om aan geven wanneer een aanvraag in ieder geval geweigerd wordt. De lijst is niet limitatief. Dat betekent dat een standplaats niet automatisch toegewezen wordt als er geen sprake is van één van de opgesomde situaties. Daarnaast kan een standplaats ook geweigerd worden op een strengere eis dan die opgenomen is in de lijst. Onder a: Het uitgangspunt is dat de rust van het buitengebied behouden blijft. Dat is ook de reden dat het bestemmingsplan buitengebied in principe geen ruimte bood aan standplaatsen. Die willen we aanpassen om daar flexibeler mee om te kunnen gaan, maar tegelijk blijft die rust dus wel belangrijk. De oostzijde van het eiland is een voorbeeld van een stukje unieke rust. Daar past de bedrijvigheid van ambulante handel niet bij. De genoemde denkbeeldige lijn is op onderstaande afbeelding in het rood afgebeeld.

ONTWERP

Onder b: Net als bij a is hierbij vooral de bescherming van de rust belangrijk. Als er geen veelgebruikte weg dichtbij is, gaat het om een rustige plek. De bedrijvigheid van een standplaats en het verkeer dat die zal aantrekken zijn daarom niet gepast. Onder i: Ook hier is weer de rust die onder a is beschreven een belangrijk uitgangspunt, net als de weidsheid van het strand. In lijn met de strandnota is nieuwe activiteit/voorwerpen op het strand daarom niet wenselijk. Onder k en l: Hiermee wordt de intensiteit van de standplaats(en) voor aanwonenden meegenomen bij de beoordeling. Het is daardoor mogelijk dat een locatie in principe wel geschikt is voor een standplaats, maar dat het onwenselijk is om dit voor meer/veel dagen in de week of het jaar te doen. Bijvoorbeeld omdat het de privacy van die aanwonenden teveel aantast of leidt tot geluids- of geuroverlast of tot veel extra verkeer. Om die reden kan het onwenselijk zijn om een extra vergunning voor een jaarrondstandplaats of een seizoensstandplaats voor veel/alle dagen in de week toe te kennen. Zie ook (de toelichting op) artikel 4, lid 5. Onder n: In principe mag de gemeente geen economische redenen meenemen in het beoordelen van aanvragen. Daarvan is 1 uitzondering mogelijk, die hier genoemd wordt.

Het gaat om gevallen waarin standplaatsen ervoor zorgen dat belangrijke voorzieningen die permanent in een dorp gevestigd zijn niet kunnen blijven bestaan. Dat aantonen kan alleen met uitgebreid onderzoek. Artikel 7. Overige bepalingen Lid 2 In theorie is er met deze beleidsregel geen maximum aan het aantal standplaatsen in de gemeente. In de praktijk is dat anders, omdat het aantal geschikte plaatsen waarschijnlijk beperkt is. Als vergunningen dan voor onbepaalde tijd verleend worden, zouden andere kandidaten op den duur nooit in aanmerking komen voor een standplaatsvergunning. Dat is onrechtvaardig en in strijd met Europese regels (de Europese Dienstenrichtlijn). Daarom dat gekozen is voor een beperkte duur waarna anderen ook de kans kunnen krijgen op de vergunning. Een uitzondering wordt gemaakt voor het aflopen van een kortere vergunning op een nieuwe locatie. Zoals beschreven in (de toelichting van) artikel 2, lid 5, is die kortere vergunning bedoeld als pilot/test. Het is daarom rechtvaardig om die vergunning daarna eerst weer aan te bieden aan de vorige vergunninghouder. Dat is nog extra zo, omdat het anders voor een standplaatshouder wel heel moeilijk wordt om een rendabele standplaats te exploiteren. Lid 4 en 5

ONTWERP

Dit is op basis van artikel 1:6 uit de APV mogelijk. Het intrekken bij niet gebruiken is vooral van belang als duidelijk is dat er naast de huidige vergunninghouder nog andere geïnteresseerden zijn voor een standplaatsvergunning op of in de buurt van die locatie. Een seizoensstandplaats is soms verleend voor een niet aaneengesloten periode. In die gevallen gaat het om 4 weken van de tijd dat er een standplaats ingenomen zou kunnen worden.

ONTWERP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ameland&id=c9ee210d-9854-4eda-98c2-91719813d4da