B 1 brief J. B. te H. bezwaarschrift.pdf
Tekst van het document
College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Ameland Jelmeraweg 1 9162 EA Ballum
Betreft: graf Z-13-0005
Uw kenmerk: KCC/PCK
Datum: 4 juni 2021
Geachte college, Hierbij maak ik bezwaar tegen het door u genomen besluit betreffende voornoemd graf, zoals vermeld in uw brief van 3 mei jl. Wat mij onaangenaam treft in uw schrijven is het feit dat u het niet hoeven betalen van grafrechten tot onderwerp van mijn verzoek lijkt te hebben gemaakt. Dat is wat mij betreft niet aan de orde. Wat ik beoog is het behoud van het graf van mijn broertje. ‘Eeuwige rust’, zoals dat in het spraakgebruik heet, in het graf dat mijn ouders voor hem hebben ingericht en waar nog altijd de plantjes staan die mijn moeder in 1958 plantte. Met mijn voorstel tot grafruil dacht ik een elegante oplossing aan te reiken, een win-winsituatie voor beide partijen. Met het niet willen betalen van welke rechten dan ook, heeft het niets van doen. Inmiddels heb ik begrepen dat het ruilen van grafrechten juridisch niet mogelijk is. Ik mis echter de menselijke maat. Wat ik ook niet teruglees in uw besluit is een onderzoek naar mogelijkheden om e.e.a. langs een andere weg te realiseren, bijvoorbeeld door een herziening van de beheersverordening.
Met de, door Sociale Fractie Ameland en Algemeen Belang Ameland, in de Raad van 14 september 2020 ingediende en unaniem aangenomen motie, heeft uw college opdracht gekregen “De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Ameland 2019” nog eens tegen het licht te houden en waar nodig te herzien en de nieuwe versie aan de Raad te doen toekomen voor 1 april 2021. Uit uw brief van 8 december 2020 aan de Raad blijkt dat u uitsluitend onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid van grafruil. Middel en doel zijn hier door elkaar gaan lopen. Ik verzoek u daarom, conform de motie van de Raad, alsnog onderzoek te doen naar een mogelijkheid om het graf van mijn broertje voor de lange termijn te behouden. Als mogelijkheid zou ik u tevens in overweging willen geven om het graf van mijn broertje op te nemen in de lijst van bijzondere graven, conform artikel 23 van de Beheersverordening 2019. Zoals bekend is hij in juni 1958 op 11-jarige leeftijd verdronken. Voor de ogen van zijn vrienden verdween hij ineens in zee. Pas een week later werd zijn lichaam aangetroffen bij
de Zwarte Haan. Een gebeurtenis die een enorme impact heeft gehad op niet alleen ons gezin, maar op de hele gemeenschap. Een traumatische gebeurtenis ook, onderdeel van de historie van het eilandleven. Uw reactie zie ik graag tegemoet.
Met vriendelijke groet, J. B.
In afschrift naar de Gemeenteraad
Jaap Bruin Badweg 11 9161 AT Hollum