antwoorden op vragen uit de commissie 3 november 2025
Tekst van het document
Onderwerp: vragen etc commissie 3 november Vragen/toezeggingen: Waddenomroep Er zal navraag gedaan worden of de Waddenomroep alleen via radio/tv gaat uitzenden of ook via andere mediakanalen zoals internet / youtube etc. ANTWOORD: Dat is op dit moment nog niet bekend. Een aantal partijen heeft zich verbonden in het vormen van een streekomroep Wadden. De betrokken omroepen zijn: Radio Texel, RTV NOF en Omroep Zilt (Terschelling). Daarvoor is nu deze aanwijzing tot (lokale) publieke omroep in procedure. Uw rol als raad is in deze procedure beperkt tot de vraag of de aanvrager rechtspersoonlijkheid bezit (de statuten liggen ter inzage, het antwoord kan niet anders dan ‘ja’ zijn), of het doel is het uitvoeren van de lokale publieke mediaopdracht (de statuten liggen ter inzage, het antwoord kan niet anders dan ‘ja’ zijn) en of er een programmabepalend orgaan is dat representatief is voor de lokale samenleving (daar zult u zich een oordeel over moeten vormen). Kortom: u kunt alleen een negatief advies geven aan het commissariaat voor de media voor het toelaten van de streekomroep voor de Wadden als u het programmabepalend orgaan onvoldoende representatief acht. Een negatief advies omdat, bijvoorbeeld, er geen (of juist wel) voornemens zijn om een account op TikTok te gaan beheren zal het commissariaat waarschijnlijk licht naast zich neerleggen.
Overigens begrijpt het college de nieuwsgierigheid vanuit de raad naar eventuele plannen heel goed, het college is daar zelf ook nieuwsgierig naar. De huidige informatie die daarover beschikbaar is (en die voor u ter inzage ligt) is nog erg beperkt. Via de website van de Waddenomroep vernemen wij dat de ambitie van de (nieuwe) omroep is: ‘Het bieden van een pluriform media-aanbod, waarin bewoners zich herkennen en gehoord voelen.’ En het voornemen is: ‘Onze content verschijnt via radio, televisie en online media’. Leerlingenvervoer Mw. Rijpstra / PvdA vraagt n.a.v. artikel 25 (heen- en weerregeling) of dit ook voor alle leerlingen tot 18 jaar kan gelden, en zo nee, hoe is dan de andere regeling waar naar verwezen werd? ANTWOORD: Artikel 25 is alleen van toepassing op de bovenbouw van het regulier voortgezet onderwijs (havo 4 en 5 en vwo 4, 5 en 6). Er is overigens geen leeftijdsgrens van 18 jaar. Ook (de ouders van bijvoorbeeld) een leerling van 19 jaar in klas 6 vwo, zou(den) in aanmerking komen voor de tegemoetkoming. De onderbouw (klas 1 t/m 3) havo en vwo is aanwezig op Ameland. Er is daarom bewust voor gekozen dit niet mee te nemen in artikel 25 om het voortgezet onderwijs op Ameland te borgen. Tevens spelen de kosten een rol. Voor de uitvoering van artikel 25 ontvangen we geen vergoeding vanuit het rijk (via verdeling van het Gemeentefonds).
Om de kosten te beheersen, is afbakening van de doelgroep daarom wenselijk. Met artikel 25 doet gemeente Ameland al meer dan ze wettelijk verplicht is. In de Wvo (Wet Voortgezet onderwijs 2020) wordt er voor voortgezet onderwijs (waaronder havo en vwo) geen leerlingenvervoer toegekend, behalve voor leerlingen die wegens een structurele beperking in het geheel niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kunnen maken. Deze keuze is echter gemaakt omdat de bootkosten voor
eilanders extra lasten met zich meebrengen en daarom is toch een eigen eilander regeling opgenomen. Er zijn verschillende andere regelingen die beogen schoolgaande kinderen (en ouders) tegemoet te komen in (reis)kosten: we noemen de aanvullende vergoeding OV-chipkaart Studenten (tegemoetkoming voor niet in de reguliere regelingen vergoede bootkosten), de toelage uitwonende studenten en de studietoeslag voor studenten met medische beperking. Dhr. de Vries / VVD vraagt naar de tabel op pagina 8, en waarop zijn deze tabellen (zowel de inkomens als de ‘eigen bijdragen, als de ‘hoogte tegemoetkoming per schooljaar’) gebaseerd? Anders gezegd, hoe zijn de getallen tot stand gekomen? Is dat bijv. gebaseerd op de VNGmodelverordening? Of is dat gebaseerd op ‘geschatte vervoerskosten per schooljaar per leerling?’ ANTWOORD: De bedragen in artikel 24 zijn gebaseerd op de modelverordening van de VNG en vinden hun oorsprong in de Wpo (Wet op het primair onderwijs). Dit betreft dus alleen basisonderwijs. Artikel 25 is een ‘eigen’ regeling, voor alleen voortgezet onderwijs, dus daarvoor kan niet gesteund worden op de modelverordening. De inkomenscategorieën zijn daarom ruim aangehouden en in lijn met de nu al geldende, eerder door de raad vastgestelde, verordening.
Bij het bepalen van de bedragen van de vergoeding is (inderdaad) rekening gehouden met de werkelijke vervoerskosten en de redelijk te verwachten resterende bijdrage van de ouders voor de schoolgang van hun kind. Dhr. Boelens AmelandEén vraagt of in de verordening dan niet opgenomen worden dat de regeling niet geldt voor het reguliere voortgezet onderwijs op het eiland? In de verordening staat nu dat bij > 6 km er een vergoeding is; de regeling voor goedkoper busvervoer is afgeschaft, moet het dan ook niet in de verordening aangegeven worden? ANTWOORD: In artikel 9 worden de onderwijssoorten benoemd waarbij wel een vervoersvoorziening kan worden toegekend, daarbij wordt de afstandsgrens van zes kilometer steeds genoemd. Regulier voortgezet onderwijs wordt niet genoemd en dat betekent dat daarvoor geen vergoeding kan worden verkregen. Dat is niet expliciet genoemd omdat dit niet afwijkt van de huidige, eerder door de raad vastgestelde, verordening en omdat dit ook correspondeert met de VNG-modelverordening en de staande praktijk in de rest van het land. Er is, wat het college betreft, geen reden (zoals bij bootkosten) om daarvan af te wijken.