Antwoord op vraag gesteld in de commissie van 2 december jl over de luchthavengeld regeling in relatie tot de toeristen belasting
Tekst van het document
Antwoord op vraag gesteld in de commissie van 2 december jl over de luchthavengeld regeling in relatie tot de toeristen belasting:
De passage in de Luchthavengeldregeling staat er al minimaal 20 jaar in. Het is onduidelijk hoe dit is ontstaan of hoe het is bedoeld. In 2024 is landingsgeld in rekening gebracht bij twee vliegscholen voor enkele landingen.
In hoeverre voor, of door een persoon toeristenbelasting is verschuldigd is bepaald in de Verordening toeristenbelasting. In deze verordening is onder meer aangegeven dat toeristenbelasting is verschuldigd ter zake van het houden van verblijf op de dag van aankomst. Wanneer iemand binnen 30 minuten na aankomst het eiland weer verlaat, bijvoorbeeld met een (les)vliegtuig, is volgens deze verordening geen toeristenbelasting verschuldigd.
Wat in de Luchthavengeldregeling is opgenomen over lesvluchten, de definitie van ‘grondtijd’, en de hiermee in samenhang wel of niet verschuldigde toeristenbelasting, lijkt echter niet in overeenstemming met de Verordening toeristenbelasting.
Omdat onduidelijk is waarom de passage in de verordening staat, is het lastig nu aan te geven of en wat we willen wijzigen. Een verduidelijking is in ieder geval een vereiste. Mede omdat er sinds kort een nieuwe havenmeester is aangesteld, zullen we in 2025 de Luchthavengeldregeling ‘onder de loep nemen’. Hierbij kunnen dit soort onjuistheden worden gecorrigeerd, maar kan ook een mogelijke versimpeling van de tarievenstructuur worden doorgevoerd per 2026.