Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Raadscommissie van 5 januari 2026 1 2 3 4 5
6
7
8
9
10
11 12
Opening Mededelingen Definitief vaststellen van de agenda Agenda raadscommissie 5 januari 2026 Vaststellen terugkoppeling van de raadscommissie van 1 december 2025 Terugkoppeling Commissie 1 december 2025 Voorstel inzake het ontwerp beleidstukken Horeca- en Detailhandelbeleid gemeente Ameland 2026 Raadsvoorstel ontwerp beleidsstukken horeca en detailhandel Raadsbesluit ontwerp beleidsstukken horeca en detailhandel Bijlage 1 - Ontwerp Horeca- en detailhandelsbeleid Bijlage 2 - Overzicht horeca Ameland 2025 Bijlage 3 - Adviesrapport BRDG horeca- en detailhandelsbeleid Ameland Bijlage 4 - Samenvatting avonden horeca en detailhandel.def Bijlage 5 - Reactie bijeenkomsten horeca en detailhandel.def Bijlage 6 - Relatie horeca- en detailhandelsbeleid en andere stukken Bijlage 7 - Ontwerp Beleidsregel ondergeschikte horeca 2026 Bijlage 8 - Ontwerp Beleidsregel standplaatsen Voorstel inzake de Verordening Jeugdhulp gemeente Ameland 2026 Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp gemeente Ameland 2026.def Raadsbesluit Verordening Jeugdhulp gemeente Ameland 2026 Verordening Jeugdhulp gemeente Ameland 2026 Was-wordt-tabel verordening jeugdhulp Was-wordt-tabel toelichting op verordening jeugdhulp Voorstel inzake eventuele zienswijze indienen over het Ontwerp-wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Veilgheidsregio Fryslân 2025 en Kaderbrief Veiligheidsregio Fryslân 2027-2030 Raadsvoorstel
Kaderbrief Veiligheidsregio 2027 - 2023 Raadsbesluit wijziging GR +raadsvoorstel Kaderbrief 2027 - 2030.def Aanbiedingsbrief kaderbrief 2027-2030 Gemeenteraden Aanbiedingsbrief wijziging GR colleges zienswijze raden Bijlage a - Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling Vrf 2025 Bijlage b -Was wordt lijst Gemeenschappelijke regeling Vrf 2025 Bijlage c - Tekst Gemeenschappelijke regeling VRF 2024 Bijlage d - Geconsolideerde tekst Gemeenschappelijke regeling VRF 2025 Concept Kaderbrief 2027 - 2030 Voorstel inzake eventuele zienswijze indienen over de Meerjarenbegroting 2026-2029 Stichting Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs West-Ameland Raadsvoorstel Meerjarenbegroting 2026-2029 Stichting Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs West-Ameland.def Raadsbesluit Meerjarenbegroting 2026-2029 Stichting Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs West Ameland.def Meerjarenbegroting 2026-2029 - Stichting Samenwerkingsbestuur PO West-Ameland Voorstel inzake vast stellen wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Ameland 2026 Raadsvoorstel wijziging APV 2026.def Raadsbesluit wijziging APV 2026.def APV 2026.def Register beelbepalende en monumentale bomen Was word tabel APV 2026 Voorstel inzake het ontslaan, en (her-) benoemen leden adviescommissie Omgevingskwaliteit Hûs en Hiem Raadsvoorstel benoeming leden adviescommissie omgevingskwaliteit Raadsbesluit benoeming leden
adviescommissie omgevingskwaliteit Bijlage 1 voorstel Hus en Hiem benoeming leden adviescommissie omgevingskwaliteit Actualiteiten vanuit het samenwerkingsverband de Waddeneilanden Vragenronde aan het College van B&W Vragen 5 januari 2026 (002)
13
Sluiting
Agenda Raadscommissie Zaaknummer Datum vergadering
524606 5 januari 2026
Onderwerp Locatie Voorzitter Griffier Agendapunt
Agenda commissievergadering Raadzaal T. Willemsma J.M.J. Metz 3
Deze vergadering zal worden gehouden op maandag 5 januari 2026 om 19:30 uur in de raadzaal van het gemeentehuis te Ballum.
Voorlopige agenda
1.
Opening
2.
Mededelingen
3.
Definitief vaststellen van de agenda
4.
Vaststellen terugkoppeling van de raadscommissie van 1 december 2025
5.
Voorstel inzake het ontwerp beleidstukken Horeca- en Detailhandelbeleid gemeente Ameland 2026
6.
Voorstel inzake de Verordening Jeugdhulp gemeente Ameland 2026
7.
Voorstel inzake eventuele zienswijze indienen over het Ontwerp-wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Veilgheidsregio Fryslân 2025 en Kaderbrief Veiligheidsregio Fryslân 2027-2030
8.
Voorstel inzake eventuele zienswijze indienen over de Meerjarenbegroting 2026-2029 Stichting Samenwerkingsbestuur Primair Onderwijs West-Ameland
9.
Voorstel inzake vast stellen wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Ameland 2026
10.
Voorstel inzake het ontslaan, en (her-) benoemen leden adviescommissie Omgevingskwaliteit Hûs en Hiem
11.
Actualiteiten vanuit het samenwerkingsverband de Waddeneilanden
12.
Vragenronde aan het College van B&W
13.
Sluiting
1/1
Terugkoppeling Raadscommissie Zaaknummer Datum vergadering Tijd Locatie Onderwerp Voorzitter
524606 5 januari 2026 19.30 uur Raadzaal Terugkoppeling raadscommissievergadering 1 december 2025 D.F. Metz
Terugkoppeling
Aanwezig: • De heer D.F. Metz, voorzitter • Mevrouw J.M.J. Metz, griffier • De heer W.A. de Jong, AmelandEén • De heer M.P. Boelens, AmelandEén • De heer K.E. van der Laag, Algemeen Belang Ameland • Mevrouw A. Langemaat, Algemeen Belang Ameland • Mevrouw M. Rijpstra, PvdA • De heer J.A. Kiewiet, Ameland’82 • De heer M. Oud, CDA
Eveneens aanwezig: • Mevrouw T. Willemsma, burgemeester • De heer T.E.F.W. Faber, wethouder • De heer P.J. IJnsen, wethouder • De heer I.J.W. Valk, secretaris-directeur Insprekers n.v.t. Agenda De opname van deze vergadering wordt op de website van de Gemeente Ameland geplaatst, waarbij per agendapunt en spreker beluisterd en bekeken kan worden. Voor de inhoudelijke discussie per agendapunt wordt derhalve verwezen naar deze opname.
1
Opening Besluit: N.v.t. Toelichting: Voorzitter Metz opent de vergadering en heet allen welkom. De fractie VVD/dhr. de Vries is met kennisgeving afwezig.
2
Mededelingen Besluit: n.v.t. Toelichting: Er zijn geen mededelingen vanuit het College.
1/4
3
Definitief vaststellen van de agenda Besluit: De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4
Vaststellen terugkoppeling van de raadscommissie van 3 november 2025 Besluit: De terugkoppeling van de vergadering van 3 november wordt ongewijzigd vastgesteld.
5
Voorstel inzake de Erfgoedverordening gemeente Ameland 2025 Besluit: N.v.t. Toelichting: Het voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering van 15 december a.s.. Actiepunten/ toezeggingen: Wethouder Faber geeft aan dat er aan de nieuwe raad in 2026 een lijst van gemeentelijke dan wel karakteristieke panden zal worden aangeboden.
6
Voorstel inzake het vaststellen van het Accommodatiebeleid gemeentelijke gebouwen gemeente Ameland 2025 Besluit: N.v.t. Toelichting: Het voorstel gaat als discussiestuk naar de raadsvergadering van 15 december a,s,. Actiepunten en toezeggingen: - Wethouder Faber zegt toe contact te leggen met de onafhankelijke procesbegeleider voor het Participatieproces Nes-Buren, met het verzoek van de raad om een terugkoppeling te geven over de stand van zaken en evt. zaken te delen; op verzoek van mw. Rijpstra graag voor 15/12 a.s...
7
Voorstel inzake verlenging termijn voor het Gemeentelijk Rioleringsplan 20202025 Besluit: N.v.t. Toelichting: Het voorstel gaat als discussiestuk naar de raadsvergadering van 15 december a.s. Actiepunten/ toezeggingen: - Wethouder Faber zegt toe schriftelijk terug te komen op de vraag van het CDA/dhr. Oud over de aanpak en het tijdsbestek daarvoor voor de wateroverlast in Buren.
8
Voorstel inzake vast te stellen de Financiële Verordening gemeente Ameland 2026, Controleprotocol 2025-2028 en het Intern Controleplan 2025-2028 (Financiële documenten gemeente Ameland 2025) Besluit: n.v.t. Toelichting: Het voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering van 15 december a.s..
2/4
9
Voorstel inzake vast stellen Slotwijziging Begroting 2025 Besluit: N.v.t. Toelichting: Het voorstel gaat als hamerstuk naar de raadsvergadering van 15 december a.s. Actiepunten / toezeggingen: - Pfh Willemsma komt terug op de vraag wat de reden is dat er in enkele gevallen geen BTW is gerekend, of geen rekening mee is gehouden.
10
Voorstel inzake het vast stellen van de Belastingverordeningen gemeente Ameland 2026 Besluit: n.v.t. Toelichting: Het voorstel gaat als discussiestuk naar de raadsvergadering van 15 december a.s.. Actiepunten / toezeggingen: pfh. Willemsma zegt toe in 2026 om gesprek te gaan met de raad om het systeem van belastingheffing en het berekenen van de tarieven te bespreken; om dit voor de Kadernota 2026 te doen is bijna niet mogelijk, dus voorstel is bespreken in 2026, voorbereiden kadernota 2027 en verwerken (eventueel) in belastingverordeningen 2028. - pfh Willemsma geeft aan dat de afdeling nog eens zal kijken naar de omschrijving van "vaartuig" in de liggeldverordening. - pfh Willemsma zal nagaan of er signalen zijn dat de regeling subsidie voor jeugdgroepen te ingewikkeld is; - pfh. Willemsma zal terugkomen op de vraag (artikel 6) over de ontheffing voor de rondvaartboten (dat er in plaats van een ontheffing ieder jaar, voor meerdere jaren zekerheid kan gegeven worden hetgeen vraagt om aanpassing van de verordening).
11
Actualiteiten vanuit het samenwerkingsverband de Waddeneilanden Besluit: n.v.t. Toelichting: Geen actualiteiten.
12
Vragenronde aan het College van B&W Besluit: n.v.t. Toelichting: Actiepunten en toezeggingen: Wethouder Faber zegt toe een update te geven over de uitvoering van de Woonvisie. Wethouder IJnsen zegt toe de schade aan de bermen bij de paardenbak te repareren en in voorjaar af te werken.
3/4
13
Sluiting Besluit: n.v.t. Toelichting: Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de vergadering.
Ballum, 5 januari 2026
4/4
Voorstel van het college aan de raad Zaaknummer Vergaderdatum Organisatieonderdeel Portefeuillehouder
485423 26 januari 2026 Fysieke Leefomgeving Theo Faber
Onderwerp Ontwerp beleidsstukken horeca en detailhandel Voorstel 1. Het Horeca- en detailhandelsbeleid (bijlage 1) in ontwerp vast te stellen en daarmee te besluiten dat: a. ontwikkeling van horeca en detailhandel alleen mogelijk is in de aangeduide centrumgebieden b. er in alle vier de dorpen ruimte is voor nieuwe detailhandel; c. er op dit moment geen ruimte is voor nieuwe (volwaardige) horeca in Nes; d. er op dit moment in de andere dorpen wel ruimte is voor nieuwe (volwaardige) horeca, nl.: i. 2 in Hollum, ii. 3 in Buren, iii. 1 in Ballum. 2. Het beleid vrij te geven voor een inspraakperiode van 6 weken volgens de procedure uit onze inspraak- en participatieverordening. 3. Geen wensen en bedenkingen te hebben op het door het college vastgestelde ontwerp van de beleidsregel ondergeschikte horeca (bijlage 7). 4. Geen wensen en bedenkingen te hebben op het door het college vastgestelde ontwerp van de beleidsregel standplaatsen (bijlage 8). Inleiding Naar aanleiding van een door een raadsmotie opgeroepen evaluatie van het horecabeleidsplan, is al sinds 2019 gewerkt aan een combinatie van horeca- en detailhandelsbeleid. Een eerste versie in de vorm van een adviesrapport van het bureau BRDG (bijlage 3) is op 11 april 2022 in een collegebrief met u gedeeld.
Rond dat moment is besloten om eerst het toerismebeleid af te ronden, voordat we over zouden gaan tot de afronding van het horeca- en detailhandelsbeleid. Toen die laatste na de afronding van het toerismebeleid weer opgepakt werd, kwamen we tot de conclusie dat we behoefte hadden aan scherpere keuzes in het beleid. Ook leek het goed tegelijk en in samenhang met het beleid de beleidsregel ondergeschikte horeca en die over standplaatsen te herzien. Nu we dat traject afgerond hebben, bieden we u het ontwerp van de verschillende stukken aan. Voor de sturing op het aantal horecagelegenheden is er een overzicht van de huidige horecabestemmingen van Ameland. Deze vindt u in bijlage 2.
1/5
Beoogd effect Dorpscentra en horeca & detailhandel die bijdragen aan de leefbaarheid van het eiland Argumenten 1.1 Het oude beleid was aan herziening toe Beide beleidsstukken zijn meer dan 15 jaar oud; het horecabeleidsplan stamt oorspronkelijk uit 2006 en de detailhandelsstructuurvisie uit 2009. In 2018 is door de toenmalige raad opgeroepen een evaluatie van het horecabeleid te doen. De vanzelfsprekende conclusie was dat het beleid voor zowel horeca als detailhandel verouderd was. Nieuw beleid was dan ook nodig om heldere toekomstgerichte kaders te geven voor de ontwikkeling van horeca en detailhandel op Ameland. 1.2 Het beleid is in lijn met het toerismebeleid Het door u in 2023 vastgestelde toerismebeleid heeft in het verlengde van de Economische Visie de nadruk gelegd op leefbaarheid / brede welvaart. Hierin staat de economie niet op zichzelf, maar ten dienste van een goed leven op Ameland. Het horeca- en detailhandelsbeleid gaat op die voet verder. Dat doet ze door per dorp af te wegen wat daar nodig/mogelijk is. Het toerismebeleid gaf daarnaast ook richtlijnen mee voor het horeca- en detailhandelsbeleid. Die gingen over kwaliteit, kleinschaligheid en de juiste plaats en moment. Samen met de beleidsregels voor ondergeschikte horeca en die voor standplaatsen, geeft dit beleid invulling aan die richtlijnen.
1.3 Het is in lijn met extern advies en de raadsagenda Wij hebben voor het beleid advies ingewonnen bij het bureau BRDG, dat jarenlange ervaring met en expertise van de ontwikkeling van dergelijk beleid en winkelgebieden heeft. Zo werkte zij ook aan onze vorige detailhandelsstructuurvisie. Hun adviesrapport (bijlage 3) was de basis voor dit beleid. In de raadsagenda vroeg u om dat rapport verder te verfijnen met concrete keuzes over o.a. zoeklocaties en ontwikkelruimte per gebied. Daarom hebben we op de voet van dat externe advies verder geredeneerd om tot een duidelijk ontwikkelkader te komen. Ook hebben we een overzicht gemaakt van de relatie met andere beleid (bijlage 6), om te laten zien waar u keuzes kunt maken over bijvoorbeeld terrassen en sluitingstijden. 1.4 Het geeft duidelijke ruimtelijke ontwikkelkaders Het doel van het beleid is vooral ruimtelijk. Dat betekent dat ze moet aangeven of en waar er ruimte is voor horeca en/of detailhandel. Daarvoor is in onze ogen een duidelijke afbakening nodig. Het beleid geeft die. Zowel in de ruimte die er is, als waar die ruimte is. Dat laatste doet ze met duidelijke aangeduide kaarten van de centrumgebieden per dorp.
1.5 Dorpsbelangen en ondernemersverenigingen zijn betrokken bij het ontwerp beleid Bij de evaluatie van het huidige beleid en het opstellen van het adviesrapport waren meerdere partijen betrokken, zoals ondernemersverenigingen en dorpsbelangen. Deze zelfde partijen zijn via informatiebijeenkomsten ook betrokken bij het ontwerp beleid. In die bijeenkomsten zijn ze geïnformeerd over de stukken en is naar hun mening gevraag (bijlage 4). Bij de afronding van het beleid hebben we afgewogen of hun input nog tot wijziging van het beleid zou moeten leiden. Op een aantal punten is dat gebeurd (bijlage 5). 2.1 Een inspraakprocedure past bij de lijn die bij andere beleidsstukken is ingezet Zowel u als wij als college hebben de afgelopen jaren bij beleidsvorming vaak gekozen om eerst een ontwerp vast te stellen en daarna een inspraakprocedure te volgen. Bijvoorbeeld bij het toerismebeleid, de vervoersvisie en het evenementenbeleid. Deze procedure weer volgen is met andere woorden een consequente keuze. 3.1 Het beleid is collegebevoegdheid De beleidsregel ondergeschikte horeca is ook in het verleden door het college vastgesteld. Dat was toen op basis van het feit dat het een invulling was van het begrip ‘ondergeschikte horeca’ uit bestemmingsplannen. De functie van de beleidsregel is nu wat anders, omdat het (vooral) een toets is voor nieuwe aanvragen.
De beleidsregel ondergeschikte horeca is daarmee nu vooral een invulling van het horeca- en detailhandelsbeleid. En daarom dus bevoegdheid van het college. Om die reden wordt niet om vaststelling, maar om (geen) wensen en bedenkingen gevraagd.
2/5
3.2 De beleidsregel past in de lijn van toerismebeleid en horeca- en detailhandelsbeleid De beleidsregel is een invulling van de richtlijn uit het toerismebeleid van kleinschalige toevoegingen. Ook is het een uitwerking van de algemene richtlijnen over ondergeschikte horeca uit het horeca- en detailhandelsbeleid (par. 2.1.1). 3.3 De nieuwe regels sluiten grotendeels aan bij de huidige Onder de huidige beleidsregel is ondergeschikte horeca ook al mogelijk. We hebben de indruk dat dat aansluit bij de behoefte van zowel ondernemers als consumenten/bezoekers. Die mogelijkheid blijft ook in de nieuwe beleidsregel bestaan. Veel voorwaarden zijn hetzelfde of vergelijkbaar met de huidige regel en het uitgangspunt blijft dat horeca ondergeschikt is aan een andere (hoofd)functie. 3.4 Het schept duidelijkheid over gebruik van de buitenruimte In de praktijk en de handhaving merken we dat er enerzijds behoefte is aan gebruik van de buitenruimte bij ondergeschikte horeca en anderzijds onduidelijkheid is over wat een terras precies is. In deze beleidsregel geven we in sommige gevallen meer mogelijkheid om een terras te gebruiken. Daarnaast maken we duidelijk wanneer sprake is van een terras en wat de regels precies zijn. Dat komt de handhaving ten goede. 3.5 De huidige beleidsregel moet vervangen worden De huidige beleidsregel vond zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening.
Daarin kon een beleidsregel namelijk gebruikt worden als uitleg van een begrip uit een bestemmingsplan. Zo is de beleidsregel ondergeschikte horeca ook ooit begonnen (zie argument 3.1). Onder de Omgevingswet is die mogelijkheid beperkter. Daarom was los van de inhoudelijke noodzaak, een herziening ook nodig om duidelijk te maken dat het vooral gebruikt wordt bij het toetsen van nieuwe aanvragen. 4.1 Het beleid is collegebevoegdheid In de APV (art. 5:18) staat dat voor een standplaats een vergunning van het college nodig is. Het college is dan ook de aangewezen partij voor een beleidsregel hierover (en was dat in het verleden ook). Om die reden wordt niet om vaststelling, maar om (geen) wensen en bedenkingen gevraagd. 4.2 De beleidsregel past in de lijn van toerismebeleid en horeca- en detailhandelsbeleid In het toerismebeleid wordt aandacht gevraagd voor horeca op verrassende plaatsen. Daar wordt niet letterlijk over detailhandel gesproken, maar we zien standplaatsen op verrassende plekken wel als aanvulling daarop. Ook past het bij de aandacht voor kleinschalige initiatieven. In die laatste zin is het ook een uitwerking van wat het horeca- en detailhandelsbeleid daarover zegt (in bv. par. 2.1.1.3). 4.3 De beleidsregel sluit beter aan bij de huidige realiteit In de huidige beleidsregel zijn 2 vaste standplaatsen.
Daar was weinig interesse voor, terwijl we wel eens vragen kregen over standplaatsen op andere plekken. Op basis van het huidige beleid konden we die niet toestaan, ook niet als we daar positief tegenover stonden. Dat betekent ook dat we geen vergunningen konden afgeven voor initiatieven die in onze ogen door bewoners en bezoekers al lang gewaardeerd werden. Bv. oliebollenverkoop rond oud en nieuw of ijsverkoop in de zomer. Met deze nieuwe beleidsregel kan dat wel en op die manier wordt beter aangesloten bij de wensen van de markt. 4.4 Het past bij het principe van ‘ja, mits’ van de omgevingswet Met de vaststelling van de Omgevingswet heeft de wetgever de overheden opgeroepen om constructief mee te denken met initiatieven. Daar past een standplaatsenbeleid met heel weinig mogelijkheden niet bij. Het doel van de nieuwe beleidsregel is om de kaders te scheppen en bij individuele aanvragen constructief te kijken naar de mogelijkheden. Daarmee maken we in het beleid wel minder concrete keuzes, maar gaan we met het standplaatsenbeleid wel van nee tenzij, naar ja mits. Kanttekeningen 1.1 Het beleid spreekt beperkt over de randvoorwaarden voor goede leefbare centra BRDG adviseerde om in het beleid ook keuzes op te nemen over wat zij randvoorwaarden noemen. Dat gaat bijvoorbeeld over fietsparkeren en bereikbaarheid.
We hebben ervoor gekozen deze onderwerpen wel aan te stippen in dit beleid, maar niet echt uit te werken. In onze ogen gaat dat namelijk verder dan horeca en detailhandel. Op deze manier houden we de discussie nu zuiver over de plaats van horeca en detailhandel op Ameland en specifiek de dorpscentra. Na dit beleid bekijken we of het wenselijk is om uitgebreidere en samenhangende centrumvisies voor elk dorp te ontwikkelen, of dat we deze randvoorwaarden op andere plekken kunnen uitwerken. 3/5
3.1 / 4.1 Het beleid moet uiteindelijk opgenomen worden in het omgevingsplan Zowel standplaatsen als ondergeschikte horeca hebben impact op de fysieke leefomgeving. Daarom is het logisch om (de kern van) het beleid daarover op te nemen in het omgevingsplan. De eerstvolgende mogelijkheid zou bij de vaststelling van deelomgevingsplan Hollum zijn, waar op dit moment aan gewerkt wordt. We hebben gekozen dat nu nog niet te doen. Aan de ene kant omdat de kans dan bestaat dat regels voor Hollum anders zijn dan voor andere delen van het eiland. Aan de andere kant omdat de vaststelling van deelomgevingsplan Hollum ook een kwestie is van ervaring opdoen met het omgevingsplan. De bedoeling daarvan is dan ook vooral om het huidige bestemmingsplan met noodzakelijke wijzigingen om te zetten in het omgevingsplan. Op een later moment voegen we dan onderwerpen als standplaatsen en ondergeschikte horeca thematisch toe aan het omgevingsplan. 3.2 Onderscheid tussen verschillende soorten detailhandel is niet zomaar mogelijk Op basis van de Europese Dienstenrichtlijn mag er alleen onderscheid gemaakt worden tussen/in een branche als die maatregel noodzakelijk is. Dit houdt in dat economische overwegingen geen rol mogen spelen en dat er alleen onderscheid gemaakt mag worden op gronden zoals ruimtelijke kenmerken of het beperken van overlast.
Het onderscheid tussen voedseldetailhandel en overige detailhandel is daarom niet vanzelfsprekend. In de algemene toelichting op het beleid is echter duidelijk gemaakt waarom die maatregel nodig is. Zowel in de zin dat het wenselijk is dat de mogelijkheid op een terras er (bij voedseldetailhandel) is, als waarom het onwenselijk is dat die mogelijkheid overal is. We zijn daarom van mening dat dat onderscheid gerechtvaardigd is. 3.3 De definitie van een terras uit de beleidsregel wijkt af van die uit het omgevingsplan In ons omgevingsplan staat nu een terrasdefinitie die de nadruk lijkt te leggen op bediening. In onze ogen is dat geen werkbare definitie. Bij een terras zou het wat ons betreft moeten gaan over de ruimtelijke impact en de impact daarvan op bijvoorbeeld overlast. We werken daarom in dit beleid met een andere definitie. De bedoeling is dat deze definitie ook in het omgevingsplan van Ameland terecht komt. We streven ernaar om dat voor het eiland te wijzigen binnen de procedure van deelomgevingsplan Hollum. 3.4 Beperkingen voor alcoholverkoop bij ondergeschikte horeca willen we opnemen in de APV Op basis van de huidige beleidsregel is alcohol schenken bij ondergeschikte horeca vaak niet mogelijk. De maximale oppervlakte, die nu 34,99 m2 is, zorgt daarvoor. Dat was destijds een bewuste keuze, omdat er tot 35 m2 volgens de alcoholwet geen alcohol geschonken mag worden.
We hebben de maximale oppervlakte nu groter gemaakt, maar willen wel dezelfde regels voor alcoholschenken bij ondergeschikte horeca houden. We stellen u daarom bij de wijziging van de APV voor om in de APV op te nemen dat alcohol schenken bij ondergeschikte horeca in de meeste gevallen niet mag. De APV is daar namelijk de beste plaats voor en dat zorgt ervoor dat we voor de maximale oppervlakte ook niet meer rekening hoeven te houden met de alcoholwet. We hebben nu wel een regel over alcohol in de beleidsregel opgenomen, om dat voor een ondernemer extra duidelijk te maken. 4.1 Voor een standplaats in het buitengebied is op dit moment een BOPA nodig In het bestemmingsplan buitengebied worden standplaatsen voor (detail)handel als strijdig gebruik gezien (artikel 40.1). Daarnaast is in de APV opgenomen dat strijd met het omgevingsplan een weigeringsgrond is voor een standplaatsvergunning. Dat betekent dat we een standplaats in het buitengebied nu eigenlijk helemaal niet kunnen toestaan. En als dat al wel zou kunnen, dan zou dat telkens met een buitenplanse omgevingsvergunning moeten. Dat vinden we ingrijpend, te ingrijpend. We willen daarom die bepaling uit het omgevingsplan aanpassen, zodat we daarna elke aanvraag individueel kunnen beoordelen. Die aanpassing moet voor het hele buitengebied worden doorgevoerd.
Het is mogelijk dit mee te nemen bij de procedure van deelomgevingsplan Hollum. Dit nemen we dan ook mee in ons voorstel aan u hierover. 4.2 Het beleid gaat niet meer over venten De oude beleidsregels over standplaatsen gaan ook over venten. Dat is niet zo gek, omdat beide vallen onder ambulante handel (d.w.z. handel zonder permanente vaste plaats). De manier waarop we standplaatsen en venten reguleren is echter verschillend. Voor een standplaats is namelijk een vergunning nodig op basis van de APV. De regels daarover zijn daarom beleidsregels. Voor venten is geen vergunning nodig en dus zijn de regels daarover nadere regels. Daarom is het beter beide regelingen uit elkaar te halen (zie ook de algemene toelichting op de beleidsregel). De regels over venten willen we inhoudelijk niet veranderen. Daarom dat we ze niet eerst in ontwerp vaststellen. We informeren u over deze regels als we ze straks tegelijk met de beleidsregel standplaatsen definitief vaststellen.
4/5
Afstemming Bij de herziening van de beleidsregel over standplaatsen is ook gesproken over de pilot met verkooppunten op het stand bij de strandpaviljoens. Over deze pilot hebben we u per brief geïnformeerd op 4 juli 2023. Omdat deze verkooppunten gekoppeld zijn aan de strandpaviljoens, zien we dat als seizoensgebonden uitbreiding van het paviljoen en dus niet als standplaats. Het vervolg daarvan regelen we daarom ook in een apart proces, via een wijziging van de strandnota. Zie argument 1.5 voor afstemming met maatschappelijke partijen. Vervolg Het horeca- en detailhandelsbeleid wordt samen met de beleidsregel ondergeschikte horeca en de beleidsregel standplaatsen ter inzage gelegd. Via Gemeente Info, sociale media en www.officielebekendmakingen.nl worden betrokkenen hierover geïnformeerd. Na afloop van de inzageperiode bieden we het beleid voor definitieve vaststelling aan u aan. De betrokkenheid van de raad bij de definitieve vaststelling van beide beleidsregels hangt af van de (eventuele) wijzigingen in de beleidsregels. Bij geen of ondergeschikte wijzigingen, informeren we u over die definitieve vaststelling. Als er ingrijpende wijzigingen plaatsvinden, bieden we het opnieuw voor wensen en bedenkingen bij u aan. Voor vergunningen moeten leges betaald worden. De hoogte van die leges worden niet in het beleid, maar in de legesverordening geregeld.
We zullen u dan ook op termijn voorstellen de leges voor standplaatsen aan te passen op basis van de nieuwe beleidsregel. We nemen dan ook het voorstel mee dat er voor ideële standplaatsen geen leges betaald hoeft te worden. Daarnaast is het onze bedoeling om voor te stellen ook precario te heffen op standplaatsen. En dus komen we ook met een voorstel om de verordening precariobelasting te wijzigen. Bij de eerstvolgende aanpassing van de APV doen we het voorstel een bepaling op te nemen over alcoholschenken bij ondergeschikte horeca (zie kanttekening 3.4). Bijlagen 1. Ontwerp Horeca- en detailhandelsbeleid Ameland 2. Overzicht van huidige horecabestemmingen 3. Adviesrapport horeca- en detailhandelsbeleid BRDG 4. Samenvatting bijeenkomsten horeca & detailhandel 5. Reactie bijeenkomsten horeca & detailhandel 6. Relatie van het horeca- en detailhandelsbeleid met ander beleid 7. Ontwerp Beleidsregel ondergeschikte horeca Ameland 2026 8. Ontwerp Beleidsregel standplaatsen Ameland
5/5
Besluit Raad Zaaknummer Datum vergadering Onderwerp Portefeuillehouder Agendapunt
485423 26 januari 2026 Beleidsstukken horeca en detailhandel Theo Faber
Besluit De raad van de gemeente Ameland: gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op de Omgevingswet, hoofdstuk X van de Gemeentewet, afdeling 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening en artikel 7 van de Inspraak- en participatieverordening; besluit: 1. Het Horeca- en detailhandelsbeleid (bijlage 1) in ontwerp vast te stellen en daarmee te besluiten dat: a. ontwikkeling van horeca en detailhandel alleen mogelijk is in de aangeduide centrumgebieden b. er in alle vier de dorpen ruimte is voor nieuwe detailhandel; c. er op dit moment geen ruimte is voor nieuwe (volwaardige) horeca in Nes; d. er op dit moment in de andere dorpen wel ruimte is voor nieuwe (volwaardige) horeca, nl.: i. 2 in Hollum, ii. 3 in Buren, iii. 1 in Ballum. 2. Het beleid vrij te geven voor een inspraakperiode van 6 weken volgens de procedure uit onze inspraaken participatieverordening. 3. Geen wensen en bedenkingen te hebben op het door het college vastgestelde ontwerp van de beleidsregel ondergeschikte horeca (bijlage 7). 4. Geen wensen en bedenkingen te hebben op het door het college vastgestelde ontwerp van de beleidsregel standplaatsen (bijlage 8). Ballum, 26 januari 2026
{{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}
{{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}
{{esl:Signer2:SignerName:size(200,20)}} {{esl:Signer2:SignerTitle:size(200,20)}}
{{esl:Signer1:SignerName:size(200,20)}} {{esl:Signer1:SignerTitle:size(200,20)}}
1/1
HORECA- EN DETAILHANDELSBELEID Ontwerp – december 2025
Gemeente Ameland
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding ............................................................................................................................................. 2 1.1
Aanleiding en doel ....................................................................................................................... 2
1.2
Uitgangspunten ........................................................................................................................... 2
1.3
Afbakening................................................................................................................................... 2
1.4
Leeswijzer.................................................................................................................................... 3
Algemeen .......................................................................................................................................... 4 2.1
Huidige structuur als basis & inspelen op veranderingen ........................................................... 4
2.2
Functiemix in de dorpen .............................................................................................................. 5
2.3
Ontwikkelmogelijkheden.............................................................................................................. 5
2.4
Specifiek bestemmen .................................................................................................................. 8
2.5
Omzetting van bestemming ........................................................................................................ 8
2.6
Feitelijk gebruik ........................................................................................................................... 9
Gebiedsspecifiek ............................................................................................................................. 10 3.1
Buiten de dorpen ....................................................................................................................... 10
3.2
Nes ............................................................................................................................................ 10
3.3
Hollum ....................................................................................................................................... 11
3.4
Buren ......................................................................................................................................... 12
3.5
Ballum........................................................................................................................................ 13
Samenvattende Beleidsregel .......................................................................................................... 14
Bronnen .................................................................................................................................................. 16 Bijlage 1 – Centrumgebieden ................................................................................................................. 17 Nes ...................................................................................................................................................... 17 Hollum ................................................................................................................................................. 18 Buren .................................................................................................................................................. 19 Ballum ................................................................................................................................................. 20
ONTWERP
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Dit beleid is de opvolger van het Horecabeleidsplan uit 2006 (met een evaluatie in 2012) en de Detailhandelsstructuurvisie uit 2009. Naar aanleiding van een evaluatie en advies van het bureau BRDG Advies is gekozen om horeca en detailhandel samenhangend in 1 beleidsstuk te behandelen. Dit sluit aan bij de trend van branchevervaging en blurring (bron 1), waarbij de grens tussen beide sectoren onduidelijker wordt. Het doel van het beleid is een kader te schetsen voor de ontwikkeling van de detailhandel en horeca op Ameland. Dit kader is met name ruimtelijk; dat wil zeggen dat het beleid vooral bedoeld is om aan te geven of en waar het mogelijk is zich ruimtelijk te ontwikkelen. Dat wil zeggen: waar de gemeente positief staat tegenover een aanvraag voor nieuwe horeca of detailhandel. Het beleid is zodoende een bouwsteen voor de omgevingsvisie en kan vervolgens vertaald worden in het omgevingsplan. Het genoemde rapport van BRDG is de basis voor dit beleid en biedt veel (ook cijfermatige) achtergrondinformatie. Naast het ruimtelijk ontwikkelingskader worden in dit beleid enkele randvoorwaarden aangestipt. De richting daarvan sluit aan bij huidige beleidskeuzes, maar de daadwerkelijke keuze en uitwerking vindt later plaats bij bijvoorbeeld de omgevingsvisie en/of centrumvisies.
1.2 Uitgangspunten 1. Toerismebeleid leidend. Dat betekent dat er aandacht is voor kwaliteit en vernieuwing, kleinschalige toevoegingen ter versterking van bestaande waarden en de juiste horeca op de juiste plek en het juiste moment (bron 2). Daarnaast zijn ook de centrale thema’s uit het toerismebeleid leidend; zie uitgangspunt 3. 2. Ruimte geven waar mogelijk. Dit sluit aan bij de Europese Dienstenrichtlijn, die erop neer komt dat horeca en detailhandel zich in principe vrij moeten kunnen vestigen en de markt haar werk moet kunnen doen. Dat betekent ook dat beperkingen niet opgelegd (mogen) worden om economische redenen. 3. Brede welvaart en leefbaarheid: gastvrije en leefbare centra en dorpen. Leefbaarheid is een centraal thema in eilander beleid: we streven naar een eiland waar het goed wonen en leven is. De economische visie spreekt over blijvend profijt en leefbaarheid (bron 3). Het toerismebeleid kent in feite ook beide lijnen en stelt dat het toerisme bijdraagt aan de leefbaarheid door te zorgen voor inkomen en voorzieningen en dus voor brede welvaart (bron 2). Tegelijk zet het de leefbaarheid onder druk door overlast en een ervaarde drukte. De balans tussen beide is belangrijk, ook in dit horeca- en detailhandelsbeleid.
We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat (de ontwikkelingen in) horeca en detailhandel bijdragen aan een gastvrij en aantrekkelijk Ameland voor bezoekers, waardoor het hier voor bewoners goed wonen en leven is. En dat zonder dat die gastvrijheid de leefbaarheid aantast. Zo streven we kortom naar gastvrije centra en dorpen die bijdragen aan de leefbaarheid en daar niet ten koste van gaan.
1.3 Afbakening Voor de invulling van de uitgangspunten zijn naast dit beleid ook de beleidsregel ondergeschikte horeca en de beleidsregel standplaatsen van belang. Aan beide beleidsregels is gelijktijdig met dit beleid gewerkt en zij liggen in het verlengde van dit beleid. Waar dit beleid vooral de kaders schetst voor volwaardige horeca en detailhandel als bestemmingen/functies in het omgevingsplan, schetsen beide beleidsregels de kaders voor kleinschaligere ontwikkelingen.
ONTWERP
In het geval van horeca zijn de verschillende soorten horeca een belangrijk aandachtspunt. Onder horeca vallen niet alleen restaurants en cafés, maar ook gelegenheden zoals hotels en pensions. Bij die laatste is van oudsher naast de mogelijkheid tot een eet- en/of drinkgelegenheid ook de mogelijkheid tot overnachten (logies). Voor die logiesaccommodaties is de beleidslijn vastgelegd in het toerismebeleid (bron 2) en bijbehorende beleidsregels verblijfsrecreatie (bron 4). Dat beleid is daarvoor leidend en dit horeca- en detailhandelsbeleid gaat, tenzij expliciet aangegeven, dan ook niet over die horecabestemmingen met logies.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de algemene beleidslijn uiteengezet. Ook wordt in dat hoofdstuk uitgelegd wanneer in een gebied ruimte is voor nieuwe horeca. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens per gebied (de 4 dorpen en het buitengebied) uitgelegd wat de ontwikkelmogelijkheden zijn voor nieuwe horeca en detailhandel en welke randvoorwaarden daarbij in toekomstig beleid aandacht verdienen. Hoofdstuk 4 somt samenvattend de beleidsregels op voor het beoordelen van aanvragen voor nieuwe horeca of detailhandel.
ONTWERP
2 Algemeen 2.1 Huidige structuur als basis & inspelen op veranderingen De huidige structuur, de op dit moment aanwezige ondernemingen en de locaties waarop ze gevestigd zijn, voldoet in grote lijnen. Een zoveel mogelijk aaneengesloten serie van horeca en detailhandel in de centra van de dorpen is belangrijk. Op die manier is het voor een consument duidelijk waar (nog meer) winkels en horeca zijn. Dat draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de centra en een grotere verblijftijd van de consument. We blijven dan ook streven naar concentratie van horeca en detailhandel. Dat betekent dat bij ruimte voor ontwikkelingen (hoofdstuk 3), die alleen mogelijk is in de centra van de dorpen. De aanduidingen van het centrum per dorp, is te vinden in bijlage 1. In het toerismebeleid en de beleidsregels verblijfsrecreatie is een stop op nieuwe bestemmingen voor verblijfsaccommodaties opgenomen. Daardoor is een grote toename van het aantal consumenten niet te verwachten. Grote uitbreiding van het horeca- en detailhandelsaanbod is in die zin dan ook niet nodig. Wel dient ingespeeld te worden op veranderingen in de markt en in behoefte van de consument.
2.1.1
Kleinschalige ontwikkelingen 2.1.1.1
Kleinschalige horeca
Op dit moment betekent dat bijvoorbeeld inspelen op ruimte voor ondergeschikte horeca en aandacht voor Amelander producten. Omdat dat laatste geen ruimtelijk aspect is, is dat niet iets waar we als gemeente actief op kunnen sturen. Wel zijn dergelijke initiatieven vaak kleinschalig, waardoor de twee aandachtspunten goed samengaan. We staan daarom in algemene zin positief tegenover de toevoeging van ondergeschikte horeca. Al eerder heeft de gemeente met de beleidsregel ondergeschikte horeca hierop ingespeeld (bron 5). Deze beleidsregel is tegelijk met dit horeca- en detailhandelsbeleid herzien en in lijn gebracht met de uitgangspunten uit het toerismebeleid. We houden ook in de toekomst in de gaten of die regel blijft voldoen of dat aanpassingen nodig zijn om tegemoet te komen aan de dynamiek van de markt of inzichten uit ons eigen ruimtelijk beleid. In die beleidsregel ondergeschikte horeca is het verkoopvloeroppervlak van een functie het uitgangspunt. Dat gaat om binnenruimte. Dat past bij hoe ruimtelijk gezien vaak tegen functies/activiteiten aangekeken wordt: de bebouwing vervult daarin de grootste rol. Er zijn echter vormen van (ondergeschikte) horeca denkbaar die zich vooral buiten afspelen, zoals theetuinen of (concepten die vergelijkbaar zijn met het landelijke netwerk van) rustpunten.
In zulke gevallen is niet altijd sprake van een voor de hand liggende hoofdfunctie als detailhandel. En dus is er ook niet altijd sprake van een verkoopvloeroppervlak. Dat kunnen echter wel waardevolle vormen van kleinschalige horeca zijn. We denken als gemeente daarom ook mee bij een idee/aanvraag voor een dergelijke vorm van horeca. Het gaat dan om een seizoensgebonden vorm van horeca die zich vooral in de buitenruimte afspeelt en in omvang en uitstraling gelijk is aan ondergeschikte horeca, maar niet helemaal voldoet aan de beleidsregel ondergeschikte horeca. ‘Meedenken’ hierboven betekent dat de gemeente positief staat tegen dergelijke initiatieven, maar telkens een individuele afweging maakt over de passendheid. Dit in tegenstelling tot horeca die wel voldoet aan de beleidsregel ondergeschikte horeca en op basis daarvan in aanmerking komt voor een vergunning. Als de afweging over de passendheid leidt tot een vergunning, gaat het om een vergunning ondergeschikte horeca. Dat betekent ook dat we qua voorwaarden zo dicht mogelijk aansluiten bij de beleidsregel ondergeschikte horeca.
2.1.1.2
‘Oude’ ondergeschikte horeca
De term ondergeschikte horeca kwam al in bestemmingsplannen voor voordat de eerste versie van de beleidsregel ondergeschikte horeca ontstond. In zulke gevallen is de beleidsregel dan ook niet van
ONTWERP
toepassing, maar de omschrijving uit het bestemmingsplan. In de praktijk zien we in die gevallen vormen van horeca die anders/groter zijn dan de onderschikte horeca volgens de beleidsregel. Te denken valt aan de bakkerijen met lunchroom, de golfbaan en sommige vakantieparken (nl. Koudenburg en Roosdunen). Het kan verwarrend zijn dat ondanks de verschillen beide vormen van horeca toch ondergeschikt genoemd worden. Bij de omzetting van de bestemmingsplannen naar omgevingsplannen willen we die onduidelijkheid opheffen. Voor de oudere vormen van ondergeschikte horeca sluiten we dan aan bij het feitelijke gebruik. Wel bekijken we, zeker in de gevallen van detailhandel, daarbij per geval de mogelijkheid en noodzaak om de koppeling van die horeca aan de andere functie in stand te houden. De afweging over de functie wordt dus bij de vorming van het omgevingsplan gemaakt. In principe beschouwen we in dit beleid deze zaken dan ook niet als volwaardige horeca. We maken een uitzondering voor de vakantieparken Koudenburg en Roosdunen. In gebruik is daar al lang sprake van volwaardige horeca. Daar is beleidsmatig geen bezwaar tegen. Het past namelijk in de lijn van alle andere vakantieparken op Ameland, waar sprake is van volwaardige horeca, ook in het omgevingsplan.
Om die reden rekenen we daarom beide parken mee als volwaardige horeca en zullen we dat ook als zodanig bestemmen bij de herziening van het relevante gedeelte van het omgevingsplan.
2.1.1.3
Kleinschalige detailhandel
De termen kleinschalig en ondergeschikt gebruiken we wat minder vaak als het gaat om detailhandel. Toch komt die term in omgevingsplannen wel terug, bijvoorbeeld bij een detailhandelsfunctie bij vakantieparken. Daarnaast kennen we in het omgevingsplan ook de term productiegebonden detailhandel. Dat is handel in producten die ter plaatse worden gemaakt/geproduceerd en waarvan de handel ondergeschikt is aan de productie ervan. Eigenlijk een specifieke vorm van ondergeschikte detailhandel dus. Deze is momenteel toegestaan bij enkele bestemmingen in het buitengebied en bij de molens in de dorpen. Daarnaast is er bij andere bestemmingen een afwijkingsmogelijkheid, die gekoppeld is aan bedrijfsmatige activiteiten. De mogelijkheden voor deze ondergeschikte vorm van detailhandel houden we in stand. Daarnaast staan we in de dorpscentra uiteraard ook positief tegenover nieuwe ontwikkelingen van deze of andere vormen van kleinschalige detailhandel, zolang er op basis van dit horeca- en detailhandelsbeleid ook ruimte is voor ‘volwaardige’ detailhandel. Ook bestaat er kleinschalige en tijdelijke (detail)handel in de vorm van standplaatsen en venten. Daarvoor zijn de regels uit de APV het uitgangspunt. Deze regels zijn/worden uitgewerkt in de beleidsregel standplaatsen enerzijds en nadere regels venten anderzijds.
Zeker in het geval van standplaatsen zijn die regels ook tegelijkertijd en in lijn met dit beleid opnieuw uitgewerkt.
2.2 Functiemix in de dorpen De centra van de dorpen kenmerken zich door een mix van functies. Naast horeca en detailhandel is er ook sprake van wonen, verblijfsrecreatie en diensten. Zoals de Woonvisie ook aangeeft, vervult deze mix een belangrijke rol (bron 6). Diverse consumentenfuncties (horeca, detailhandel & diensten) maken het namelijk aantrekkelijk voor de consument om in de centra te komen. En de functie wonen (en in mindere mate verblijfsrecreatie) draagt op zijn beurt bij aan de leefbaarheid en (het gevoel van) veiligheid. We streven er daarom naar om deze mix te behouden. Evenwicht is daarbij essentieel, omdat bijvoorbeeld teveel woningen de aantrekkelijkheid voor de consument aantast, terwijl te weinig woningen de veiligheid (of het gevoel van veiligheid) aantast. Waar de precieze balans per dorp ligt wordt in hoofdstuk 3 uitgewerkt.
2.3 Ontwikkelmogelijkheden Bij de (niet vastgestelde) evaluatie van het vorige horecabeleidsplan in 2012 is een eilandbrede stop op nieuwe horecagelegenheden opgenomen. In de detailhandelsstructuurvisie was wel enige ruimte voor ontwikkelingen van de detailhandel. Sinds die tijd zijn er verschillende nieuwe ontwikkelingen. Zo zien we op basis van de vervoerscijfers van de rederij een groeiend aantal bezoekers (bron 7). Meer recent zien we een afname van het aantal geopende eet- of drinkgelegenheden.
ONTWERP
In het oude beleid was de stop op horeca afhankelijk van het aantal percelen met een horecabestemming (kortweg: (horeca)bestemming). En dus niet van het gebruik van die bestemmingen als eet- of drinkgelegenheid. Dat zorgde ervoor dat ondanks het stoppen van meerdere bedrijven de afgelopen tijd, er nog steeds geen ruimte was voor nieuwe ontwikkelingen. Die ruimte is soms echter wel mogelijk of nodig. Mogelijk omdat het stoppen van horecazaken ook betekent dat een nieuwe horecazaak niet (altijd) negatief is voor de functiemix en de leefbaarheid. Nodig omdat horeca voor bezoekers van Ameland zowel een behoefte als een noodzaak is. Vanuit gastvrijheid is het daarom belangrijk om genoeg horeca te hebben. Die gastvrijheid draagt vervolgens ook bij aan tevredenheid van bezoekers, die belangrijk is voor een toeristisch eiland als Ameland. Daarom kiezen we ervoor om bij het bepalen van de ontwikkelmogelijkheden voor horeca, ook rekening te houden met het aantal actieve gelegenheden. Hieronder, in paragraaf 2.3.1, wordt uitgebreider ingegaan op hoe we dat doen. De behandeling van de ontwikkelruimte per gebied volgt in hoofdstuk 3.
2.3.1
Actieve en inactieve horecabestemmingen
Het doel van het sturen op het aantal horecagelegenheden is naast een goede functiemix ook het waarborgen van de leefbaarheid. Het aantal daadwerkelijk uitgebate eet- en drinkgelegenheden kan van belangrijke invloed zijn op die leefbaarheid, zowel in positieve als in negatieve zin. Het instrument waarmee de gemeente kan sturen is echter (het aantal) bestemmingen (d.w.z. het aantal percelen met een horecabestemming). Dat aantal bestemmingen komt niet noodzakelijk overeen met het aantal uitgebate gelegenheden. Er zijn namelijk bestemmingen die momenteel niet of anders gebruikt worden. Bijvoorbeeld omdat het een braakliggend terrein is, of omdat er gewoond wordt. Daarnaast zijn er ook nog logiesaccommodaties met een horecabestemming, zoals de meeste hotels. Naast overnachting kunnen zij ook een restaurant of café aanbieden. Niet alle gelegenheden maken van dat laatste gebruik. We hebben kortom: • Actieve bestemmingen: horecabestemmingen waar een eet- of drinkgelegenheid uitgebaat wordt. • Volledig inactieve bestemmingen: horecabestemmingen die niet als zodanig uitgebaat worden. • Deels inactieve bestemmingen: horecabestemmingen die wel gebruikmaken van hun logiesfunctie, maar niet van de mogelijkheid tot een eet- of drinkgelegenheid.
Voor het gemak noemen we de volledig inactieve en deels inactieve horecabestemmingen vanaf hier samen de inactieve bestemmingen, tenzij expliciet anders aangegeven. De inactieve en actieve bestemmingen samen vormen het totaal aantal bestemmingen met de mogelijkheid op een eet- of drinkgelegenheid. Het feit dat het aantal uitgebate eet- en drinkgelegenheden niet overeenkomst met het aantal bestemmingen, bemoeilijkt de sturing op het aantal eet- en of drinkgelegenheden. Om dit te vergemakkelijken, streven we ernaar om inactieve bestemmingen op termijn te herbestemmen in lijn met gebruik of een andere passende bestemming te geven. Ook kiezen we ervoor om bij een horecastop niet met 1 absoluut getal te werken van óf actieve bestemmingen óf het totaal aantal bestemmingen (=mogelijkheden). In plaats daarvan gebruiken we zowel het aantal actieve bestemmingen als het totale aantal bestemmingen. Dit doen we door te werken met een bandbreedte met 2 getallen; een onder- en bovengrens. Er is ontwikkelruimte als aan (minimaal) 1 van de volgende voorwaarden is voldaan: • het aantal actieve bestemmingen is minder dan de ondergrens; • het totaal aantal bestemmingen is minder dan de bovengrens. Tabel 1 geeft nog eens de verschillende mogelijkheden weer.
ONTWERP
NB: we werken dus met het aantal actieve bestemmingen. Het aantal actieve gelegenheden is in praktijk soms wat hoger dan het aantal actieve bestemmingen. 1 bestemming heeft namelijk wel eens meerdere gelegenheden. Bv. op vakantieparken, of wanneer er een restaurant en een snackbar zijn. Door te kiezen voor actieve bestemmingen in plaats van gelegenheden, wordt voorkomen dat het splitsen van een gelegenheid leidt tot het tellen van extra activiteit, terwijl er eigenlijk geen horecaoppervlak is bijgekomen. Tabel 1. Gebruik van bandbreedte bij bepalen horecaontwikkelingsmogelijkheden. ‘Totaal’ is het aantal actieve + het aantal inactieve bestemmingen. < staat voor kleiner dan, ≥ staat voor gelijk aan of groter dan. ‘In band’ betekent groter dan of gelijk aan de ondergrens en kleiner dan de bovengrens. < ondergrens
in band
≥ bovengrens Ontwikkelruimte?
Actief Totaal
X X
Ja
Actief Totaal
X
Ja
Actief Totaal
X
X Ja X
Actief Totaal
X X
Actief Totaal
X
Ja Nee X
Actief Totaal
X X
Nee
Het aantal horecagelegenheden beoordelen we per gebied (hoofdstuk 3). Bij een aanvraag wordt de definitieve beoordeling gedaan van het aantal eet- en drinkgelegenheden. In de tussentijd proberen we op de gemeentelijke website wel zo goed mogelijk de actuele stand en de ontwikkelmogelijkheden per gebied bij te houden. Voor die actuele stand zoeken we de samenwerking met verenigingen op het eiland. Bij het bepalen van de bandbreedtes zijn er twee keuzes: de hoogte en de breedte. De breedte is het verschil tussen boven- en ondergrens en de hoogte zijn de precieze getallen zelf. Het uitgangspunt voor de hoogte is grotendeels gebaseerd op het aantal horecagelegenheden die er nu zijn. In aanvulling wordt gekeken of en welke ruimte voor ontwikkelingen er zijn, zonder dat bovengenoemde dingen als leefbaarheid en de functiemix onder druk komen te staan. De breedte van de bandbreedte (het verschil tussen boven- en ondergrens) is de andere keuze. Het ligt voor de hand om te kiezen voor een klein verschil als er (relatief) weinig bestemmingen zijn. Maar ook als er wel meer bestemmingen zijn, maar er weinig inactieve bestemmingen zijn. De bandbreedte is namelijk bedoeld om juist in te spelen op het verschil tussen het aantal actieve en het totaal aantal bestemmingen.
Het verschil tussen onder- en bovengrens neemt dus toe als er meer bestemmingen zijn en/of als er relatief veel inactieve bestemmingen zijn.
2.3.1.1
Voorbeeld
Het rekening houden met actieve en inactieve bestemmingen en een bandbreedte is een belangrijke keuze voor de toekomstbestendigheid van de centra en het toerisme op Ameland. Zoals duidelijk is uit de vorige paragraaf, is het echter wel complex(er). Om die paragraaf te verduidelijken, volgen hieronder 2 voorbeelden.
ONTWERP
Voorbeeld 1 In het (hypothetische) dorp Sier is de gewenste bandbreedte 16-19. Dan is er sowieso ontwikkelruimte als a) het aantal actieve bestemmingen in Sier 15 of lager is of b) het aantal actieve bestemmingen, 16, 17 of 18 is en het totaal aantal bestemmingen ook 16, 17, of 18. Stel, op een gegeven moment zijn er 15 actieve en 3 inactieve bestemmingen. In totaal dus 18. Het aantal actieve bestemmingen is dus 1 lager dan de ondergrens en het totaal aantal bestemmingen is 1 lager dan de bovengrens. Er is op dat moment daarom nog ruimte voor 1 extra bestemming. Voorbeeld 2 In een ander (hypothetisch) dorp, Swartwoude, is de bandbreedte 12-14. Op een gegeven moment zijn daar 14 actieve bestemmingen en 1 inactieve bestemming. In totaal 15. Omdat dat hoger is dan de bovengrens is er geen ontwikkelruimte. Die is er pas weer in één van de volgende gevallen: a) 3 bestemmingen worden inactief (of 2 inactief en 1 verdwijnt helemaal) – dan is namelijk het aantal inactieve bestemmingen onder de ondergrens; b) 2 bestemmingen helemaal verdwijnen – dan is namelijk het totaal aantal bestemmingen lager dan de bovengrens.
2.3.1.2
Definitie inactiviteit
Er zijn situaties waarin een bedrijf in heel beperkte mate gebruik maakt van de mogelijkheid tot een eet- of drinkgelegenheid. Er kan dan discussie zijn of een bedrijf actief of inactief is. Daarom dat we werken met een definitie. We zien een bedrijf als inactief als er sprake is van minimaal 1 van de volgende situaties: • een bedrijf maakt geen gebruik van de mogelijkheid tot een eet- of drinkgelegenheid en/of doet dit alleen incidenteel met bijvoorbeeld een besloten feest; • een hotel heeft alleen een drinkgelegenheid en deze wordt vrijwel alleen door eigen gasten gebruikt; • een bedrijf is alleen in de ochtenduren geopend als ontbijtservice. Net als in de rest van het beleid is de ruimtelijke impact van (de activiteit) van het bedrijf en de impact op de leefbaarheid hier doorslaggevend. Een bedrijf die alleen ’s ochtends (vooral eigen) gasten heeft voor het ontbijt heeft die impact bijna niet. Datzelfde geldt voor een bedrijf die op jaarbasis alleen enkele keren iets organiseert. Een bedrijf die de zaak alleen in de lente en zomer structureel opent heeft die impact wel.
2.4 Specifiek bestemmen Op Ameland hebben we op dit moment in het omgevingsplan de horeca- en detailhandelbestemmingen specifiek bestemd. Dat betekent dat een perceel een bestemming als detailhandel óf horeca heeft, niet beide. Dit in tegenstelling tot sommige andere gemeenten, waar gemengde of centrumbestemmingen zijn, waarin beide mogelijk zijn. Onze werkwijze van specifiek bestemmen zetten we voort, ook in de herziening/vorming van het omgevingsplan. Dat draagt er aan bij dat we kunnen blijven sturen op het aantal horecagelegenheden. Daarnaast helpt het ook om de detailhandel te behouden. Dat is belangrijk voor de aantrekkelijkheid van de dorpen voor zowel bewoners als bezoekers. Behoud daarvan is niet vanzelfsprekend, omdat er landelijk en provinciaal al langer een afname van detailhandel te zien is (bron 8). Op Ameland is die de afgelopen jaren niet gedaald en dat hopen we ook voor de toekomst voor elkaar te krijgen.
2.5 Omzetting van bestemming De specifieke manier van bestemmen, geldt niet alleen voor horeca en detailhandel. Ook andere bestemmingen zijn specifiek. Dat betekent dat wanneer op basis van de ontwikkelruimte in dit beleid er op een perceel nieuwe horeca en/of detailhandel ontstaat, een andere functie op het perceel zal verkleinen of vervallen. Het kan zijn dat hier woonruimte door verloren gaat. De verwachting is dat dit
ONTWERP
de komende jaren om (zeer) beperkte aantallen gaat. In de woningbouwopgave van 100 extra woningen in 2030 (bron 6), houden we hier rekening mee. Overigens is het belangrijk om te beseffen dat omzetting naar horeca en detailhandel nooit een automatisme is. Dit beleid geeft aan op welke locaties en wanneer de gemeente positief staat tegenover een omzetting van een andere functie naar horeca en detailhandel. Die omzetting is daarmee niet meteen toegestaan. Voor een omzetting is altijd een vergunning nodig, die dus eerst aangevraagd moet worden. Bij de beoordeling van een plan/aanvraag spelen naast dit beleid ook de regels uit het omgevingsplan mee. Dat betekent bijvoorbeeld dat ook rekening gehouden wordt met de waarde van een monument of het beschermd dorpsgezicht en eventuele hinder die ontstaat door een omzetting van bestemming. Wanneer een vergunning afgegeven wordt voor de omzetting van de bestemming, houden we in de gaten of die omzetting ook in de praktijk gebeurt. Dus of er daadwerkelijk een winkel of eet- of drinkgelegenheid ontstaat. Dat is extra belangrijk als het gaat om een vergunning voor horeca die ervoor zorgt dat er geen (andere) ontwikkelruimte meer is in dat dorp. De gemeente heeft in de meeste gevallen de mogelijkheid om zo’n nieuwe vergunning vanaf een jaar na afgifte in te trekken als hij niet gebruikt wordt.
Dat kan op basis van artikel 5.40 uit de Omgevingswet. Dat intrekken zal de gemeente in bovenstaand geval in principe ook doen als blijkt dat er nog geen gebruik wordt gemaakt van die horecavergunning. Daar wordt alleen van afgeweken als er belangrijke redenen zijn die ervoor zorgen dat het onredelijk is om de vergunning (al) in te trekken.
2.6 Feitelijk gebruik Niet alle percelen met een horeca- of detailhandelfunctie worden ook zo gebruikt. Soms is er bijvoorbeeld sprake van bewoning. Dit hoeft niet altijd illegaal te zijn, omdat er soms sprake kan zijn van overgangsrecht of een bedrijfswoning bij een onderneming die in het verleden door de bewoners gestopt is. In het omgevingsplan is het altijd het doel om de functies te laten aansluiten bij het feitelijk gebruik. Bij het opstellen of herzien van het omgevingsplan bekijken we dan ook per geval de wenselijkheid van het verwijderen van een horeca- of detailhandelfunctie. Als hierdoor een horecafunctie verdwijnt van een adres, verdwijnt die natuurlijk ook van de lijst met horeca. Dat zal op basis van de methode uit paragraaf 2.3 in sommige gevallen betekenen dat er weer (meer) ruimte komt voor nieuwe horeca.
ONTWERP
3 Gebiedsspecifiek Hieronder wordt per gebied gesproken over de ontwikkelmogelijkheden voor horeca en detailhandel. Dat doen we voor de vier dorpen apart en daarnaast voor het gebied daarbuiten in algemene zin. Let op dat voor de telling van het aantal bestemmingen (zowel actief als inactief) de gelegenheden die rondom een dorp liggen, ook meetellen. Als grens tussen dorp en het gebied daarbuiten worden de grenzen van de bebouwde kom en het omgevingsplan gehanteerd. Mochten deze niet overeenkomen, dan is het omgevingsplan leidend. Merk op dat het gebied buiten de dorpen dus groter is dan wat bekend is als het bestemmingsplan buitengebied.
3.1 Buiten de dorpen 3.1.1
Ontwikkelmogelijkheden
Er is er geen ruimte voor toevoeging van volwaardige horeca en detailhandel buiten de dorpen. Op deze manier behouden we het open karakter van de gebieden buiten de dorpen en ‘beschermen’ we de concentratie van horeca en detailhandel in de dorpen, om zo levendige centra te behouden. Dit sluit, zeker wat betreft detailhandel, ook aan bij de regels uit de provinciale omgevingsverordening (bron 9). Wel behoren enkele toevoegingen van ondergeschikte/kleinschalige horeca tot de mogelijkheden, wanneer het bestaande en te behouden functies versterkt en/of dienstverlening aan de gasten verhoogt. In beperkte zin geldt dat ook voor kleinschalige detailhandel via standplaatsen. In alle gevallen is het uitgangspunt dat de rust van het buitengebied beschermd blijft. De beleidsregels ondergeschikte horeca enerzijds en standplaatsen anderzijds zijn hier leidend. Op dit moment zijn in het bestemmingsplan buitengebied standplaatsen in algemene zin verboden. Dit passen we aan, zodat we elke aanvraag voor een standplaats in het buitengebied kunnen beoordelen volgens de beleidsregel. Voor kleinschalige horeca blijft, naast de mogelijkheden uit de beleidsregel ondergeschikte horeca, ook de in het bestemmingsplan buitengebied geboden mogelijkheid tot een theeschenkerij bij agrarische bestemmingen in het buitengebied gerespecteerd.