A7 DEF Minimaregelingen in de 18 Friese gemeenten
Tekst van het document
09 /24
MINIMAREGELINGEN IN DE ACHTTIEN FRIESE GEMEENTEN EEN VERKENNING VAN DE VERSCHILLEN EN OVEREENKOMSTEN
// INHOUDSOPGAVE
SAMENVATTING ...................................................................................................................................3 INLEIDING ..............................................................................................................................................4 WAT ZIJN MINIMAREGELINGEN? ............................................................................................................6 GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN IN FRYSLÂN ................................................................................8 VIER VERGELIJKINGEN VAN MINIMAREGELINGEN................................................................................. 12 Aanbod ............................................................................................................................................................................ 13 Voorwaarden ................................................................................................................................................................... 13 Vergoedingen ................................................................................................................................................................... 14 Financiële impact voorbeeldhuishoudens ........................................................................................................................ 15
INWONERSPERSPECTIEF OP MINIMAREGELINGEN ............................................................................... 21 SLOTBESCHOUWING ............................................................................................................................ 24 VERANTWOORDING ............................................................................................................................. 26 LITERATUUR ......................................................................................................................................... 28 BIJLAGE 1: BEREKENING TEGEMOETKOMING VOORBEELDHUISHOUDENS ............................................ 30
// 2
// SAMENVATTING Bijna 13 procent van de huishoudens in Fryslân had in 2022 te maken met armoede. Voor deze huishoudens zijn de beschikbare minimaregelingen vanuit de overheid een manier om extra ondersteuning te krijgen. Gemeenten hebben door de jaren heen een steeds belangrijker rol gekregen in het bepalen en uitvoeren van minimabeleid en kennen aanzienlijke beleidsvrijheid op dit gebied. Dit zorgt ervoor dat er tussen de gemeenten verschillen kunnen ontstaan in de minimaregelingen die aangeboden worden. In deze rapportage wordt onderzocht welke minimaregelingen de achttien Friese gemeenten hanteren en welke overeenkomsten en verschillen er tussen deze regelingen bestaan. Allereerst is een overzicht samengesteld van de voornaamste minimaregelingen van de Friese gemeenten, met aandacht voor het aanbod, de voorwaarden en de vergoedingen. Dit overzicht is samengesteld op basis van publieke bronnen, dus via informatie die de gemiddelde inwoner weet te vinden. Aan de hand hiervan is een vergelijking gemaakt tussen de verschillende minimaregelingen voor vier voorbeeldgemeenten. Voor deze gemeenten is uitvoeriger geïnventariseerd wat de overeenkomsten en verschillen zijn wat betreft aanbod, voorwaarden en vergoedingen.
Vervolgens is aan de hand van vijf voorbeeldhuishoudens een schatting gemaakt van wat de financiële impact zou kunnen zijn van de verschillen tussen de regelingen van deze gemeenten voor deze huishoudens. Het vergelijken van de minimaregelingen is uiterst complex en kon alleen gedaan worden voor een deel van de regelingen. De maximale verschillen in financiële impact voor huishoudens die hieruit naar voren zijn gekomen variëren van €445 tot €1824 per huishouden per jaar. Daarnaast is er onderzoek uitgevoerd naar het inwonersperspectief ten aanzien van minimaregelingen. Dit laat onder andere zien dat men op de hoogte is van de verschillen in regelingen tussen de gemeenten, niet altijd even bekend is met alle regelingen en dat de minimaregelingen als ingewikkeld worden ervaren. In de slotbeschouwing wordt op basis van de resultaten van dit onderzoek vooruitgeblikt naar vervolgvragen en worden suggesties voor handelingsperspectieven gegeven.
∕
Maak een publiekelijk toegankelijk overzicht van de verschillende minimaregelingen in de achttien Friese gemeenten, om duidelijkheid en transparantie te bevorderen.
∕
Bevorder kennisdeling over minimaregelingen tussen de gemeenten om van elkaar te kunnen leren.
∕
Bevorder kennisdeling met ervaringsdeskundigen om goed zicht te krijgen op hoe de minimaregelingen daadwerkelijk uitpakken.
∕
Onderzoek op welke gronden de verschillende minimaregelingen in de gemeenten tot stand zijn gekomen en evalueer dit, ook in relatie tot regelingen bij andere gemeenten.
∕
Heroverweeg de huidige verdeling tussen landelijke en lokale regelingen wat betreft minima ondersteuning, waarbij een rechtvaardige verdeling tussen alle inwoners van Nederland als uitgangspunt dient.
∕
Verbeter de toegankelijkheid van de regelingen, door te zorgen voor meer bekendheid, duidelijkheid en gebruiksvriendelijkheid.
// 3
// INLEIDING In 2022 had in Fryslân bijna 13 procent van de huishoudens te maken met armoede. Van alle provincies tellen alleen Groningen en Zuid-Holland relatief meer huishoudens die leven in armoede (Planbureau Fryslân, 2023). Volgens de definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau betekent leven in armoede dat huishoudens gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden (Hoff & van Hulst, 2019). Armoede laat zich moeilijk vangen in één getal, want er worden verschillende inkomensgrenzen gehanteerd om te bepalen bij welke inkomenshoogte er sprake is van armoede. Veel gemeenten hanteren maximaal 120 procent van het sociaal minimum als inkomensgrens in hun beleid. 62 procent van de Friese huishoudens die langdurig rondkomen onder 120 procent van het sociaal minimum doet dit al vier jaar of langer (Planbureau Fryslân, 2023). Leven in armoede heeft grote impact op mensen. Om burgers met een laag inkomen te ondersteunen, voeren overheden een minimabeleid. Na de invoering van de Participatiewet in 2015 kreeg het gemeentelijk beleid een aanvullende en versterkende rol naast het rijksbeleid (Rijksoverheid, z.d.-a).
De decentralisaties waren gebaseerd op de gedachte dat gemeenten beter en kostenefficiënter hulp kunnen bieden dan de provincies en het rijk, vanwege hun nabijheid tot de burger (CPB & SCP, 2020). Dit zou gemeenten in staat stellen maatwerk te leveren en integraal te werken, wat uiteindelijk zou moeten resulteren tot een grotere participatie van burgers, een meer zorgzame samenleving en een duidelijk en houdbaar stelsel (CPB & SCP, 2020 ; Jager-Vreugdenhil, 2012).
Beleidsvrijheid gemeenten Na de decentralisaties is de rol van de Rijksoverheid op het gebied van armoede veranderd. Deze omvat nu voornamelijk het vaststellen van wetten, beleidskaders en nationale programma’s, terwijl de uitvoering grotendeels aan gemeenten wordt overgelaten (Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2020). De Rijksoverheid stuurt het armoedebeleid vooral via inkomensbeleid en inkomensafhankelijke voorzieningen. Hieronder vallen uitkeringen, inclusief bijstand, heffingskortingen, landelijke toeslagen (bijvoorbeeld de zorgtoeslag) en kinderbijslag. Op lokaal niveau zijn gemeenten verantwoordelijk voor de directe uitvoering van maatregelen ter vermindering of preventie van armoede. Dit omvat onder andere het verstrekken van bijstandsuitkeringen (waarbij de hoogte wel bepaald wordt door de Rijksoverheid), het organiseren van schuldhulpverlening en het aanbieden van lokale voorzieningen en programma’s. Vanuit de Rijksoverheid bestaat er geen strikt kader voor de vormgeving en uitvoering van het armoedebeleid op gemeentelijk niveau, waardoor gemeenten aanzienlijke beleidsvrijheid hebben (SociaalEconomische Raad, 2017). Door deze beleidsvrijheid is het mogelijk dat de regelingen niet in elke gemeente hetzelfde zijn, waardoor inwoners die recht hebben op een tegemoetkoming in de ene gemeente, een andere of geen tegemoetkoming zouden kunnen krijgen in een andere gemeente.
Dit betekent dat naast een landelijk, uniform minimabeleid er tevens een lokaal minimabeleid wordt gevoerd dat kan leiden tot een verschil in ondersteuning van minima op basis van de gemeente waar iemand in woont. Ook kan de aard van de ondersteuning verschillen. Waar de landelijke minimavoorzieningen het karakter hebben van een recht, geldt bij bepaalde lokale voorzieningen dat burgers er vaak geen rechten aan kunnen ontlenen (bijvoorbeeld de bijzondere bijstand) en zijn zij afhankelijk van de welwillendheid van gemeenten (Commissie Sociaal Minimum, 2023). Er is hier dus eerder sprake van een gunst dan een recht.
// 4
Grote verschillen minimaregelingen tussen gemeenten Het bovenstaande roept de vraag op of de gemeentelijke beleidsvrijheid zich ook vertaalt in duidelijke verschillen tussen het gemeentelijke minimabeleid. Verschillende onderzoeken lijken hierop te wijzen. Zo heeft CMO STAMM bijvoorbeeld in Groningen gekeken naar variaties in inkomensondersteuning, waaruit bleek dat de gemeente waarin iemand woont, of diegene kinderen heeft en of diegene alleenstaand is of samenwoont, invloed heeft op hun bestaanszekerheid (Sociaal Planbureau Groningen, z.d.). Een vergelijkbare conclusie trok de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV, 2024) na onderzoek naar het minimabeleid in zeven gemeenten in Noord-Limburg. Het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA (Centrum voor Lokaal Bestuur, 2023) heeft onderzoek gedaan naar minimaregelingen van enkele gemeenten verspreid over Nederland en trof verschillen aan. Ook in het rapport van de Commissie Sociaal Minimum (Commissie Sociaal Minimum, 2023) worden landelijk grote verschillen opgemerkt tussen gemeenten met betrekking tot lokale minimaregelingen. Fries Financieel Fundament (FFF) is onderdeel van de Friese Preventie Aanpak en heeft als doel om de Friese inwoners financieel fit te maken door een netwerkstructuur rondom bestaanszekerheid op te zetten (Friese Preventie Aanpak, z.d.).
Bekend met landelijke verschillen tussen minimaregelingen van gemeenten, stelde FFF zich de vraag hoe deze situatie in Fryslân is. Op verzoek van FFF heeft Planbureau Fryslân hier onderzoek naar gedaan aan de hand van twee onderzoeksvragen: welke minimaregelingen hanteren de achttien Friese gemeenten en welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen deze regelingen? In de Verantwoording aan het eind van deze rapportage wordt uiteengezet hoe dit onderzoek is uitgevoerd.
Opzet onderzoeksrapportage De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in deze rapportage. Allereerst wordt ingegaan op wat er onder een minimaregeling verstaan wordt. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de voornaamste minimaregelingen die de achttien Friese gemeenten hebben. Dit overzicht is tot stand gekomen op basis van publieke data, die toegankelijk zijn voor de gemiddelde inwoner. Er is vervolgens contact geweest met de Voorzieningenwijzer om te controleren of de lijst van de belangrijkste minimaregelingen volledig was. De benaming en classificering van de aanvullende regelingen zijn overgenomen van informatie die de lokale overheden zelf verschaffen. Dit betekent dat deze zich niet eenvoudig laten vergelijken; waar de ene gemeente een aantal verschillende minimaregelingen aanbiedt, vallen soortgelijke vergoedingen bij de andere gemeente onder één overkoepelende minimaregeling. De verschillen en overeenkomsten tussen deze regelingen worden vervolgens uitvoeriger besproken aan de hand van een aantal voorbeeldgemeenten en - huishoudens. Hierbij wordt gekeken naar het aanbod, de voorwaarden, de gegeven vergoedingen en de mogelijke financiële impact van deze regelingen. Minimaregelingen kennen een hoge complexiteit. Voor het berekenen van de financiële impact konden alleen die regelingen worden meegenomen waar een duidelijk bedrag aan toegekend kon worden.
Dit geeft een interessante indicatie van de verschillen tussen gemeentelijke minimaregelingen en de mogelijke impact hiervan, maar verschaft dus geen totaalbeeld. Het volgende onderdeel van de rapportage richt zich op het inwonersperspectief op gemeentelijke minimaregelingen. De rapportage wordt afgesloten met een korte beschouwing van de gevonden resultaten.
// 5
// WAT ZIJN MINIMAREGELINGEN? Het hoofddoel van minimaregelingen is om mensen te beschermen tegen armoede en de effecten daarvan (Commissie sociaal minimum, 2023). Dit vloeit voort uit de wettelijke verplichting van de overheid om mensen met een laag inkomen te ondersteunen, een sociaal grondrecht dat is vastgelegd in Artikel 20 van de grondwet en Artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Commissie sociaal minimum, 2023). In dit onderzoek zal gekeken worden naar minimaregelingen die (1) gericht zijn op lage inkomens, (2) tot doel hebben om de basisbehoeften te vervullen en (3) toegang bieden tot essentiële voorzieningen. Het onderzoek richt zich specifiek op gemeentelijke minimaregelingen; deze zijn gerelateerd aan het beleid en de voorzieningen die door een bepaalde gemeente worden aangeboden om mensen met een laag inkomen te ondersteunen. Minimaregelingen aangeboden door niet-gemeentelijke organen worden dus niet meegenomen, zoals Stichting Leergeld of de Voedselbank. Wel worden fondsen meegenomen waar de gemeente zich bij aansluiten kan, die vervolgens direct door de gemeente worden aangeboden en waar meestal meer sturing van de gemeente op mogelijk is, zoals het Volwassenen- en Jeugdfonds Sport en Cultuur.
Enkele veelvoorkomende minimaregelingen: 1.
De individuele inkomenstoeslag is een jaarlijkse toeslag bedoeld voor inwoners die gedurende een langere periode moeten rondkomen van een laag inkomen en geen vooruitzicht hebben op een substantiële inkomensverbetering (Participatiewet, 2024 & Stimulansz, z.d.).
2.
Bijzondere bijstand is een uitkering voor inwoners die niet beschikken over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan (Participatiewet, 2024). Voorbeelden zijn reiskosten, maaltijdvoorziening, juridische bijstand en aankopen die langer meegaan (Stimulansz, z.d.). Het college van B&W beoordeelt of deze kosten niet uit andere regelingen of eigen vermogen/ inkomen kunnen worden betaald en bepaalt tevens het begin en de duur van de periode.
3.
Sommige studenten hebben recht op studietoeslag. Voorwaarden zijn 1) dat het door een ziekte of gebrek niet mogelijk is om structureel naast hun studie te werken (Participatiewet, 2024 & Stimulansz, z.d.) en 2) dat zij financiering volgens de Wet studiefinanciering (WSF) en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) ontvangen.
4.
Inwoners met een laag inkomen hebben recht op gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (Stavenuiter, M., van der Hoff, M., Out, M., & Britt, A, 2022). Om te bepalen of iemand in aanmerking komt, wordt er gekeken naar het vermogen en betalingscapaciteit. Er gelden landelijk bepaalde normbedragen, zowel voor de voorwaarden als voor het kwijtscheldingsbedrag (Stavenuiter et al., 2022).
5.
Gemeenten sluiten vaak overeenkomsten met zorgverzekeraars en bieden een collectieve zorgverzekering aan voor inwoners met een laag inkomen. Hierdoor kunnen inwoners tegen gereduceerde tarieven een basisverzekering en aanvullende verzekering afsluiten (Stimulansz, z.d.).
// 6
6.
Met het oog op sterk gestegen energieprijzen kunnen gemeenten een eenmalige toeslag bieden. Dit is de energietoeslag, deze wordt door de gemeenten uitgekeerd (Divosa, 2023).
7.
Voor mensen met een laag inkomen zijn er regelingen die participatie in de samenleving aanmoedigen, zoals deelname aan cursussen, muzieklessen of lidmaatschap van sportclubs (Nibud, z.d.). Het doel is te voorkomen dat mensen met een laag inkomen geïsoleerd raken. De vergoedingen voor volwassenen en/of jeugd worden betaald vanuit een gemeentelijk fonds voor Sport en Cultuur of de gemeente verstrekt een participatiepas (Nibud, z.d.).
// 7
// GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN IN FRYSLÂN In tabellen 1 en 2 wordt een samenvatting gegeven van de verschillende minimaregelingen per gemeente vanuit de participatiewet en als aanvullende regeling. Dit is gebaseerd op een uitgebreider overzicht van de voornaamste minimaregelingen per Friese gemeente. In dit overzicht is gekeken naar het aanbod (de soort minimaregeling, bijvoorbeeld
individuele
inkomenstoeslag),
de
voorwaarden
(voor
welke
doelgroep,
inkomens-
en
vermogensgrenzen, overige voorwaarden) en welke vergoedingen (een geldbedrag, of een vergoeding in natura) de minimaregelingen geven. Bekijk het volledige overzicht in de externe bijlage. Sommige regelingen, zoals de individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand en individuele studietoeslag, zijn opgenomen in de Participatiewet. Het is aan gemeenten om deze uit te voeren, wat verklaart waarom ze in alle gemeenten terug te vinden zijn en vaak dezelfde voorwaarden hebben. Tegelijkertijd hebben gemeenten de ruimte om verschillende bedragen te hanteren, al zijn ze vaak wel gebonden aan een vastgesteld minimumbedrag. Er zijn ook aanvullende minimaregelingen die buiten de Participatiewet vallen en door gemeenten worden uitgevoerd, zoals de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, collectieve zorgverzekering en energietoeslag.
Effect van variatie in regelingen Bij een eerste blik op het overzicht van de minimaregelingen van de achttien Friese gemeenten (tabel 1) valt een aantal zaken op. Er zijn grote verschillen tussen de bedragen individuele inkomenstoeslag. Voor een alleenstaande varieert deze tussen €294 in Achtkarspelen en €488 in Leeuwarden. De individuele studietoeslag is bijna overal gelijk. Hier staat een vast minimumbedrag voor en hoewel gemeenten de ruimte hebben om een hoger bedrag vast te stellen, leidt dit in Fryslân niet echt tot verschillen. Voor de gemeentelijke bijdrage aan de collectieve zorgverzekering en energietoeslag hebben gemeenten weer verschillende bedragen. In tabel 2 valt de grote verscheidenheid aan aanvullende regelingen op. Het verschil in aanbod van deze regelingen laat zien dat door Friese gemeenten van de genoemde beleidsvrijheid gebruik wordt gemaakt. Het is van belang om te realiseren dat gemeenten hun aanvullende regelingen verschillend classificeren: waar de ene gemeente een aparte regeling voor kinderopvang heeft, is dit voor een andere gemeente onderdeel van de bijzondere bijstand. Het totaal aanbod aanvullende regelingen als zodanig is dan ook geen maatstaf voor de ondersteuning die verleend wordt. Het laat echter wel de complexiteit van het aanbod aan minimaregelingen zien.
Tenslotte valt op dat gemeenten die de uitvoering gezamenlijk organiseren meer overeenkomsten in hun beleid hebben. Het gaat bijvoorbeeld om de gemeenten Harlingen, Terschelling, Vlieland en Waadhoeke (Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest-Fryslân, kortweg 'de Dienst') Maar ook de ontvlechting tussen gemeenten, zoals Noardeast-Fryslân en Dantumadiel, en Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel laten een (eerdere) samenwerking met overeenkomsten in de minimaregelingen zien.
// 8
Tabel 1: Vergelijking bedragen (in €) onder de participatiewet en ander rijksbeleid Achtkarspelen Ameland Individuele inkomenstoeslag per persoon per jaar
294
Dantumadeel De Fryske Marren Harlingen Heerenveen Leeuwarden Noardeast-Fryslân Ooststellingwerf
45% normbedrag 420
Alleenstaande ouder
40% normbedrag
300
300
488
420
420
945
540
386
386
627
540
420
429
429
697
600
420
(Echt)paren
588
825
600
Bijzondere bijstand
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen1 per jaar
300
300
300
300
300
300
300
300
300
Gemeentelijke bijdrage collectieve 25,75 zorgverzekering per maand Energietoeslag per huishouden 1300 per jaar
18,75
30,75
34,4
27,75
26,75
23,95
30,75
29,5
1300
1300
800
800
800
800
1300
1300 / 750 / 500
Individuele studietoeslag per maand
334,34
328,59
352,8
352,8
352,8
352,8
352,8
352,8
352,8
Tabel 1 (vervolg): Vergelijking bedragen (in €) onder de participatiewet en ander rijksbeleid Individuele inkomenstoeslag per persoon per jaar
Opsterland Schiermonnikoog Smallingerland Súdwest-Fryslân Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Waadhoeke Weststellingwerf 300 420 375 400 300 433 300 300 400
Alleenstaande ouder
300
540
375
500
386
570
386
386
450
(Echt)paren
300
600
450
600
429
632
429
429
450
Bijzondere bijstand
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
variabel
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen per jaar
300
300
300
300
300
300
300
300
300
Gemeentelijke bijdrage collectieve 18,75 zorgverzekering per maand Energietoeslag per huishouden per jaar 1300
30,75
34,5
29,5
27,75
25,75
27,75
27,75
18,75
1300 / 650
1300
800 / 674 / 550
800
1300
800
800
1300
Individuele studietoeslag per maand
334,34
352,8
352,8
352,8
352,8
352,8
352,8
352,8
352,8
1
Dit is het gemiddelde bedrag dat gemeenten uitgeven aan kwijtschelding volgens de Voorzieningenwijzer (persoonlijke communicatie, 25 april 2024). Het bedrag per gemeente is niet bekend en hangt ook af van waar de inwoner verder recht op heeft.
// 9
Tabel 2: Aanvullende gemeentelijke armoederegelingen (groen = aanwezig in de desbetreffende gemeente) Genoemde regelingen ⃰
Achtkarspelen Ameland Dantumadeel De Fryske Marren Harlingen Heerenveen Leeuwarden Noardeast-Fryslân Ooststellingwerf
Compensatie eigen risico / Tegemoetkoming kosten zorgpremie Vergoeding / tegemoetkoming kosten kinderopvang / kopjesregeling Energiecoach en energiebesparende maatregelen Menstruatieproducten Volwassenenfonds Sport en Cultuur Jeugdfonds Sport en Cultuur Lauwersregeling Vergoeding kosten ID Reiskosten examen inburgering Meedoen Pas Meedoen Pas (schoolgaande kinderen) Witgoedregeling / witgoedwissel Extra geld bij parttime werk en uitkering Participatiepremie Uitstroompremie Kleding- en schoenenbonnenactie Energie Cadeau Regeling Sportfonds Smallingerland Weekje weg Kindervakantieweken Bijdrageregeling minima incl. Kindpakket Kindpakket Participatiefonds
* Deze kolom geeft weer welke regelingen gemeenten noemen in publieke bronnen. Sommige gemeenten splitsen regelingen meer uit dan andere gemeenten, waardoor het totaal aantal regelingen per gemeente als zodanig niet iets zegt over het aanbod.
// 10
Tabel 2 (vervolg): Aanvullende gemeentelijke armoederegelingen Genoemde regelingen
Opsterland Schiermonnikoog Smallingerland Súdwest-Fryslân Terschelling Tytsjerksteradiel Vlieland Waadhoeke Weststellingwerf
Compensatie eigen risico / Tegemoetkoming kosten zorgpremie Vergoeding / tegemoetkoming kosten kinderopvang / kopjesregeling Energiecoach en energiebesparende maatregelen Menstruatieproducten Volwassenenfonds Sport en Cultuur Jeugdfonds Sport en Cultuur Lauwersregeling Vergoeding kosten ID Reiskosten examen inburgering Meedoen Pas Meedoen Pas (schoolgaande kinderen) Witgoedregeling / witgoedwissel Extra geld bij parttime werk en uitkering Participatiepremie Uitstroompremie Kleding- en schoenenbonnenactie Energie Cadeau Regeling Sportfonds Smallingerland Weekje weg Kindervakantieweken Bijdrageregeling minima incl. Kindpakket Kindpakket Participatiefonds
// 11
// VIER VERGELIJKINGEN VAN MINIMAREGELINGEN Om een indicatie te geven van wat de verschillen in beleid concreet betekenen voor mensen in verschillende omstandigheden is het nodig dit diepgaander te bekijken op gemeenteniveau. Vanwege de uitvoerbaarheid is ervoor gekozen dit voor vier gemeenten nader te onderzoeken. Er is bij de selectie gekeken naar geografische spreiding en variatie in bevolkingsgrootte. Op basis hiervan is de keuze is gevallen op twee gemeenten met een grote variatie aan aanvullende regelingen (De Fryske Marren) en een gemeente die deze regelingen minder heeft uitgesplitst (Weststellingwerf). Leeuwarden is daarnaast gekozen omdat deze gemeente minimaregelingen zoals de participatiepremie en extra geld bij parttime werk en uitkering aanbiedt. Andere gemeenten hebben deze regelingen niet. Achtkarspelen is gekozen omdat het als enige gemeente de eis stelt dat inwoners verplicht vrijwilligerswerk of mantelzorg moeten verrichten om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag. In tabel 3 staat een overzicht van deze gemeenten met betrekking tot populatie omvang, inkomen en armoede. Tabel 3: Vier Friese gemeenten vergeleken Leeuwarden Populatie 2023 Aantal inwoners in 2023 (CBS, z.d.) Inkomen 2022 Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (excl.
studentenhuishoud ens) (CBS, 2023a) Armoede 2022 Het percentage huishoudens met een inkomen onder de lageinkomensgrens gedurende minstens één jaar, als percentage van het totale aantal inwoners in 2022 (CBS, 2023b)
127.073
€43.700
6,5%
Weststellingwerf
Achtkarspelen
26.487
28.149
€47.500
€46.400
3,9%
4%
De Fryske Marren 51.992
€51.700
3,3%
De overeenkomsten en verschillen tussen deze gemeenten zullen nader bekeken worden met betrekking tot het aanbod, de gehanteerde voorwaarden en de mogelijke vergoedingen. Daarna zal gekeken worden naar de financiële impact van de verschillen in minimaregelingen tussen de vier gemeenten.
// 12
Aanbod van minimaregelingen De mensen die in aanmerking komen voor de regelingen in Leeuwarden, Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren behoren vaak tot dezelfde doelgroep. Hiermee wordt bedoeld dat in elke gemeente bijvoorbeeld mensen tussen de 21 en 67 jaar recht hebben op individuele inkomenstoeslag. De gemeenten hanteren vaak vergelijkbare criteria om te bepalen wie voor welke regeling in aanmerking komt. De inhoud van de individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand en kwijtschelding gemeentelijke belastingen vertoont overeenkomsten, hoewel er verschil blijft bestaan in de zaken die vergoed kunnen worden. In Weststellingwerf kunnen inwoners namelijk bij kwijtschelding van gemeentelijke belastingen een vergoeding ontvangen voor afvalstoffenheffing en Onroerendezaakbelasting (OZB). In Leeuwarden, Achtkarspelen en De Fryske Marren kan daarnaast ook de rioolheffing vergoed worden. In Leeuwarden is het ook mogelijk om een vergoeding te krijgen voor precariobelasting op woonschepen en woonwagens. Wat betreft de energietoeslag van 2023 werden studenten in elke gemeente uitgesloten. Hiervoor moesten zij een aparte aanvraag indienen bij DUO. Ten slotte worden menstruatieproducten in alle vier gemeenten op verschillende locaties aangeboden. Naast minimaregelingen die elke gemeente aanbiedt, zijn er ook regelingen die per gemeente verschillen.
Gemeente Leeuwarden heeft een participatiepremie, waarbij inwoners met een uitkering een premie van €250 per jaar ontvangen als zij gedurende een jaar activiteiten uitvoeren voor een vrijwilligersorganisatie, wijkvereniging of verzorgingshuis (zie tabel 2). Weststellingwerf biedt een premie van €1,50 per uur voor deelname aan een participatieplaats. Een andere stimulerende regeling is de tegemoetkoming die bijstandsgerechtigden van Leeuwarden kunnen ontvangen wanneer zij ervoor kiezen om parttime te gaan werken. Deze regelingen zijn niet beschikbaar in de andere gemeenten. Ook regelingen die gericht zijn op ouders met kinderen verschillen per gemeente. In Leeuwarden, Achtkarspelen en De Fryske Marren wordt een vergoeding verstrekt voor de kosten van kinderopvang, specifiek gericht op ouders die de eigen bijdrage niet kunnen betalen. De voorwaarden hiervoor verschillen echter wel in deze gemeenten. In Weststellingwerf wordt dit niet als aparte regeling aangeboden, maar kan hiervoor wel een aanvraag in worden gediend via de bijzondere bijstand. Er zijn ook verschillen in het aanbod van regelingen voor volwassenen.
Achtkarspelen en Weststellingwerf zijn aangesloten bij het Volwassenfonds Sport en Cultuur (Volwassenfonds Sport en Cultuur, z.d.), een landelijk fonds dat ervoor zorgt dat de lesgelden en/of materialen voor sport of cultuur worden betaald voor volwassenen die leven rond het bestaansminimum. Leeuwarden zal zich hierbij aansluiten in de zomer van 2024. De Fryske Marren bevindt zich momenteel in de overgang van haar eigen volwassenenregeling, genaamd de ‘minimaregeling volwassenen’, naar alleen het Volwassenenfonds Sport en Cultuur vanaf 2025. Tot slot worden in de ene gemeente wel een witgoedregeling, Meedoen Pas en een vergoeding van het eigen risico voor de zorgkosten aangeboden, terwijl dit bij de andere gemeente niet het geval is (zie tabel 2).
Voorwaarden De voorwaarden waaraan gebruikers van de minimaregelingen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een regeling verschillen ook per gemeente. Deze voorwaarden omvatten onder andere de inkomens- en vermogensgrenzen. Zo hanteert de gemeente Weststellingwerf een inkomensgrens van 100% van de bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag, bij de individuele inkomenstoeslag. Leeuwarden heeft ook een inkomensgrens van 100%, maar dan exclusief vakantietoeslag, terwijl De Fryske Marren een iets hogere grens hanteert, namelijk 105% inclusief vakantietoeslag. Achtkarspelen hanteert zelfs een inkomensgrens van 130% inclusief vakantietoeslag, hoewel deze wel is gekoppeld aan de voorwaarde van het uitvoeren van vrijwilligerswerk of mantelzorg. Bovendien variëren ook de inkomensgrenzen voor de collectieve zorgverzekeringen en energietoeslagen tussen de vier gemeenten (zie tabel 4).
// 13
Niet alleen verschillen de inkomensgrenzen, maar er zijn ook verschillen te vinden in andere voorwaarden. In Achtkarspelen zijn de energiecoach en de energiebesparende maatregelen opgenomen als een aparte regeling met een inkomensgrens van 130% inclusief vakantietoeslag. In de andere drie gemeenten geldt hiervoor geen inkomensgrens en kunnen alle inwoners hier recht op hebben. Een ander voorbeeld is dat het Jeugdfonds Sport en Cultuur in Leeuwarden en Achtkarspelen alleen een aanvraag voor sport óf cultuur vergoedt, terwijl in De Fryske Marren naast een aanvraag voor sport ook een aparte aanvraag voor cultuur mogelijk is. Het verschil is ook zichtbaar in de witgoedregeling, waarbij in Leeuwarden een laag energielabel betekent B of slechter en in De Fryske Marren C of slechter. Bovendien is er een verschil zichtbaar in de hoeveelheid uitgiftepunten voor menstruatieproducten, met vier plekken in Achtkarspelen en tien in Weststellingwerf. De vermogensgrenzen, de maximale waarde van bezittingen die iemand mag hebben om in aanmerking te komen voor minimaregelingen, komen doorgaans overeen bij de gemeenten. Deze grenzen zijn vaak vastgesteld op €7.575 voor alleenstaanden, €15.150 voor overige huishoudens. Dit is echter niet altijd het geval, zoals bij de bijzondere bijstand in Leeuwarden. In Leeuwarden is de vermogensgrens voor een alleenstaande bijvoorbeeld €3.788.
Een ander voorbeeld is dat in Achtkarspelen bij de vergoeding van kinderopvangkosten wel een vermogensgrens wordt gehanteerd, maar dit in Leeuwarden en De Fryske Marren niet het geval is. Tabel 4: Verschillende inkomensgrenzen1 in minimaregelingen Leeuwarden Weststellingwerf
Achtkarspelen
De Fryske Marren
Individuele inkomenstoeslag
100% excl.2
100%
130%
105%
Collectieve zorgverzekering
125%
130%3
110%
130%
Energietoeslag
125% excl.
120% excl.
120% excl.
120% excl.
1
Inkomensgrens ten opzichte van de bijstandsnorm.
2
Inclusief vakantietoeslag, tenzij excl. vakantietoeslag is genoteerd.
3
Onbekend of het inclusief of exclusief vakantietoeslag is.
Verschillen en overeenkomsten in hoogte vergoedingen De diversiteit in het aanbod en de voorwaarden van de minimaregelingen resulteert ook in verschillen in de ontvangen vergoedingen. Bij de individuele inkomenstoeslag is de vergoeding in Achtkarspelen €294 per jaar voor een alleenstaande, terwijl deze in Leeuwarden €488 per jaar bedraagt voor een alleenstaande. Er zit ook een verschil in het toegekende bedrag bij de collectieve zorgverzekeringen. Zo heeft de gemeente Weststellingwerf bijvoorbeeld een gemeentelijke bijdrage van €18,75 per persoon per maand, waar De Fryske Marren €34,40 per persoon toekent. Daarnaast variëren de tegemoetkomingen voor energietoeslagen tussen de vier gemeenten, van €800 tot €1300 per huishouden (zie tabel 5). Een ander verschil is te vinden op het gebied van sport en cultuur. Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur geeft bijvoorbeeld een maximale vergoeding van €300 per persoon, waarbij eventueel resterend budget tot €75 kan worden besteed aan attributen. De minimaregeling voor volwassenen in De Fryske Marren bedraagt een vergoeding van €140 per persoon, met daarnaast een bibliotheekabonnement ter waarde van €50. Overeenkomsten in vergoedingen zijn te vinden in de individuele studietoeslag, waarbij het minimale bedrag wettelijk is vastgelegd en dit bedrag in alle vier gemeenten wordt gehanteerd.
Daarnaast zijn er overeenkomsten in de vergoedingen van het Jeugdfonds Sport en Cultuur tussen Leeuwarden, Achtkarspelen en De Fryske Marren. Voor sport bedraagt de vergoeding in elke gemeente maximaal €600 inclusief sportkleding/attributen en voor cultuur maximaal €550. Een subtiel verschil is echter dat in De Fryske Marren ook zwemlessen worden vergoed, terwijl dit in de andere twee gemeenten niet het geval is.
// 14
Tabel 5: Verschillende vergoedingen vanuit minimaregelingen Leeuwarden Weststellingwerf Individuele inkomenstoeslag Vergoeding (per jaar) Collectieve zorgverzekering Gemeentelijke bijdrage (per persoon en per maand) Energietoeslag 2023 Vergoeding (per huishouden)
Alleenstaande: €488 Samenwonend/ gehuwden: €697 €23,95
Alleenstaande: €400 Samenwonend/ gehuwden: €450 €18,75
Achtkarspelen
De Fryske Marren
Alleenstaande: €294 Samenwonend/ gehuwden: €588 €25,75
40% van de bij de woonsituatie passende bijstandsnorm €34,40
AV Budget & AV Tand: €9,88
€800
€1300
AV Budget & AV Tand: €20,15 €1300
€800
Financiële impact voorbeeldhuishoudens De verschillende minimaregelingen pakken anders uit voor verschillende huishoudens, aangezien aanbod, voorwaarden en vergoedingen vaak variëren met het type huishouden. Om deze reden is ervoor gekozen om de financiële impact van de verschillen voor de vier gemeenten in kaart te brengen aan de hand van voorbeeldhuishoudens. De voorbeeldhuishoudens zijn als volgt en grotendeels gebaseerd op de literatuur (Centraal Bureau voor de Statistiek, Nibud & Sociaal en Cultureel Planbureau, 2023): 1.
Eenoudergezin + één kind van twee jaar
2.
Eenpersoonshuishouden jonger persoon
3.
Eenpersoonshuishouden ouder persoon
4.
(Echt)paar + twee kinderen van drie en zes jaar
5.
(Echt)paar vanaf AOW-leeftijd
De onderliggende berekening is te vinden in bijlage 1. Aangezien de gemeentelijke regelingen vaak verschillen in het gehanteerde percentage van de bijstandsnorm, is ervoor gekozen om de huishoudens ook te laten variëren met dit percentage. De gebruikte percentages lopen voor huishouden 1 tot en met 5 op, van 100%, 105%, 110%, 120% tot 130%. Verder verkrijgt alleen voorbeeldhuishouden 1 uitsluitend inkomen uit een uitkering. De berekeningen van de mogelijke vergoedingen waar een huishouden recht op heeft zijn complex en geven dus slechts een schatting. Bepaalde vergoedingen worden in natura uitgekeerd of de hoogte van de vergoedingen varieert in dusdanige mate dat de vergoeding niet meegenomen kon worden. Om deze reden zijn bijvoorbeeld vergoedingen vanuit de bijzondere bijstand niet terug te vinden in de berekening. Alleen vergoedingen waar een duidelijk geldbedrag mee gemoeid is, konden meegenomen worden in de berekening. Dit geeft ook aan hoe complex de minimaregelingen vaak in elkaar steken. Desalniettemin maakt de beperkte berekening het wel mogelijk om een indicatie te geven van de verschillen tussen gemeenten. Hieronder wordt per voorbeeldhuishouden eerst de situatie beschreven, gevolgd door een vergelijking van de tegemoetkomingen van de vier gemeenten. Bij deze vergelijking wordt steeds uitgegaan van de tegemoetkoming per huishouden en per jaar.
Op basis hiervan wordt vastgesteld wat het maximale verschil is tussen de vergoedingen die het desbetreffende huishouden in de vier gemeenten kan krijgen. De oranje markering geeft de gemeente met de laagste vergoeding aan, terwijl de groene markering de gemeente met de hoogste vergoeding aangeeft.
// 15
Voorbeeldhuishouden 1 Anke, alleenstaande ouder, inkomen 100% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens Participatiewet.
Het is de eerste dag na de zomervakantie. Anke (34) staat voor de peuterspeelzaal en zwaait haar zoon Sem uit. Met een schuldgevoel denkt ze terug aan afgelopen weekend, toen Sem twee jaar werd. Ze kon het niet zo vieren als ze had gewild. Haar spaargeld was opgegaan aan taart, drinken en slingers. De enige cadeau optie die overbleef was Sem het verroeste stepje geven dat nog bij haar oma op zolder stond. Het gevoel van schaamte komt weer naar boven. Maar ze moet zich proberen te focussen op haar sollicitatiegesprek. Hopelijk kan ze na vier jaar weer aan het werk. Ze werkte eerder jarenlang met veel plezier als administratief medewerker bij AquaFusion. Als gevolg van financiële problemen van het bedrijf verloor Anke als één van de eerste medewerkers haar baan. Op dit moment is ze wel actief als vrijwilliger, maar heeft ze geen inkomen. Daardoor staat Anke voor financiële uitdagingen. Haar spaargeld raakt op, terwijl ze Sem ook in de toekomst een leuke verjaardag wil bezorgen.
Anke kan in de gemeenten Leeuwarden, Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren gebruikmaken van de bijzondere bijstand, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, energietoeslag (incl. energiecoach en energiebesparende maatregelen), collectieve zorgverzekering en menstruatieproducten. De voorwaarden voor bijvoorbeeld kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verschillen echter per gemeente; soms wordt de rioolheffing wel vergoed en soms niet. In elke gemeente heeft ze recht op een individuele inkomenstoeslag. In Achtkarspelen moet ze voor deze toeslag echter vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verlenen. Gelukkig verricht Anke vrijwilligerswerk waardoor ze hier recht op heeft. In Leeuwarden komt ze vanwege haar onbetaalde vrijwilligerswerk bovenop de individuele inkomenstoeslag in aanmerking voor een participatiepremie. Aangezien het hier niet gaat om een officiële participatieplaats, komt Anke niet in aanmerking voor de participatiepremie van Weststellingwerf. Daarnaast bieden Leeuwarden, Achtkarspelen en De Fryske Marren een vergoeding voor kinderopvang, maar Anke voldoet niet aan alle vereisten om daarvoor in aanmerking te komen. In Leeuwarden heeft Anke recht op een witgoedsubsidie en in De Fryske Marren op de witgoedregeling. Daarnaast kan ze in De Fryske Marren gebruikmaken van de Meedoen Pas, waarmee Anke gratis kan reizen binnen de provincie Fryslân.
In elke gemeente, behalve Weststellingwerf, biedt het Jeugdfonds Sport en Cultuur aan. Sem kan hiervan gebruikmaken om sport- of cultuuractiviteiten te volgen. Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is beschikbaar in Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren. Het maximale financiële verschil voor een alleenstaande ouder, zoals Anke, ligt tussen deze gemeenten op €1.075 per jaar in 2024 (zie tabel 6.1). Tabel 6.1: Voorbeeldhuishouden 1 (alleenstaande ouder (vrouw), inkomen 100% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens participatiewet) Gemeenten Tegemoetkomingen minimaregelingen jaarbasis 2024 1,2 Leeuwarden
€3.294
Weststellingwerf
€2.275
Achtkarspelen
€2.803
De Fryske Marren
€3.350 + Meedoen Pas Maximale verschil in vergoeding: €1.075
1
Alle vier de gemeenten bieden de bijzondere bijstand en kwijtschelding gemeentelijke belastingen aan.
2
Alle vier de gemeenten bieden de energiecoach en energiebesparende maatregelen aan.
// 16
Voorbeeldhuishouden 2 Froukje, alleenstaande jongere, inkomen 105% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens Participatiewet.
Froukje is 25 jaar oud en heeft haar opleiding in Social Work afgerond. Ondanks haar voltooide opleiding en harde werk heeft ze, zelfs na talloze sollicitaties, nog geen passende baan kunnen vinden. Momenteel werkt ze al vier jaar parttime als caissière in een supermarkt. Haar salaris, hoewel voldoende om haar kleine appartement en enkele basisbehoeften van te betalen, biedt haar nauwelijks ruimte voor onverwachte uitgaven of om te sparen voor de toekomst. Elke maand voelt als een strijd. Froukje doet haar best om alle rekeningen te betalen, maar steeds wordt ze geconfronteerd met financiële beperkingen. Ondanks haar vastberadenheid begint ze zich af te vragen of er een uitweg is uit deze eindeloze cyclus van financiële zorgen. En terwijl ze zichzelf gerust probeert te stellen, voelt ze diep van binnen de behoefte aan verandering, aan een leven dat meer is dan alleen maar overleven.
Als Froukje zou wonen in de gemeenten Leeuwarden, Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren dan zou ze een beroep kunnen doen op de collectieve zorgverzekering, de energietoeslag (incl. energiecoach en energiebesparende maatregelen) en menstruatieproducten. Hoewel de inkomensgrenzen voor de collectieve zorgverzekering en specifiek de AV Frieso Compleet, variëren per gemeente, komt ze altijd in aanmerking voor deze regeling, evenals de energietoeslag. Achtkarspelen biedt de mogelijkheid van een individuele inkomenstoeslag, maar omdat Froukje geen vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht, heeft zij geen aanspraak daarop. In de Fryske Marren hoeft ze geen tegenprestatie te leveren voor de individuele inkomenstoeslag en kan ze deze samen met de bijzondere bijstand benutten. Froukje heeft ook recht op bijzondere bijstand in Achtkarspelen. In De Fryske Marren kan Froukje gebruik maken van de Meedoen Pas en de witgoedregeling. In zowel Weststellingwerf, Achtkarspelen als De Fryske Marren wordt ze aangemoedigd om deel te nemen aan meedoenregelingen. In alle drie de gemeenten zijn er connecties met het Volwassenenfonds Sport en Cultuur, terwijl De Fryske Marren ook de keuze biedt uit haar eigen minimaregeling voor volwassenen. Het maximale financiële verschil voor een alleenstaande jongere, zoals Froukje, ligt tussen deze gemeenten op €1.663 per jaar in 2024 (zie tabel 6.2).
Tabel 6.2: Voorbeeldhuishouden 2 (alleenstaande jongere (vrouw), inkomen 105% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens participatiewet) Gemeenten Tegemoetkomingen minimaregelingen jaarbasis 2024 2 Leeuwarden
€1.087
Weststellingwerf
€1.825
Achtkarspelen
€1.909 + bijzondere bijstand
De Fryske Marren
€2.750 + Meedoen Pas & bijzondere bijstand Maximale verschil in vergoeding: €1.663
2
Alle vier de gemeenten bieden de energiecoach en energiebesparende maatregelen aan.
// 17
Voorbeeldhuishouden 3 Bauke, alleenstaande, inkomen 110% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens Participatiewet.
Bauke (52) staart vol bewondering naar de uitgestrekte achtertuin, waarin een luxueuze jacuzzi pronkt. Dit had hij nooit voor mogelijk gehouden; zo’n rijkdom. Zelf woont hij in een bescheiden appartement zonder tuin en is hij dankbaar dat hij zijn huur kan betalen om een dak boven zijn hoofd te hebben. Bauke verdient zijn kost als tuinman en klusjesman in de buurt. Met zijn handigheid en liefde voor groen, helpt hij mensen met het onderhouden van hun tuinen en knapt hij kleine klusjes in huis op. Hoewel zijn inkomsten beperkt zijn, geniet Bauke van het werk en de voldoening die het biedt om anderen te helpen en hun omgeving mooier te maken. Maar op momenten zoals deze, terwijl hij de pracht van de achtertuin bewondert, kan hij niet helpen terug te denken aan de tijd dat hij zelf een tuin had en zich financieel geen zorgen hoefde te maken.
Als Bauke in de gemeenten Leeuwarden, Weststellingwerf, Achtkarspelen of De Fryske Marren zou wonen, zou hij recht hebben op de collectieve zorgverzekering en de energietoeslag (incl. energiecoach en energiebesparende maatregelen). Bij de collectieve zorgverzekering kan Bauke naast de AV-Frieso, die in alle gemeenten beschikbaar is, ook kiezen voor de verzekering AV Budget & AV Tand in De Fryske Marren en Weststellingwerf. Voor het jaar 2023 kan Bauke in de gemeenten Weststellingwerf en Achtkarspelen €1300 aan energietoeslag ontvangen, terwijl dit bedrag in Leeuwarden en De Fryske Marren €800 bedraagt. In De Fryske Marren kan hij daarnaast, indien nodig, gebruikmaken van de bijzondere bijstand. Opvallend is dat Bauke in Leeuwarden gebruik kan maken van de subsidie voor witgoed, mits zijn witgoed tien jaar of ouder is of een energielabel lager dan B heeft. In De Fryske Marren is er een soortgelijke witgoedregeling, maar hier moet het in te ruilen apparaat een energielabel van C of lager hebben. Om deel te nemen aan sport- of culturele activiteiten kan Bauke terecht bij het Volwassenenfonds Sport en Cultuur dat beschikbaar is in de gemeenten Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren. Bovendien heeft De Fryske Marren een Meedoen Pas beschikbaar waar hij gebruik van kan maken.
Het maximale financiële verschil voor een alleenstaande, zoals Bauke, ligt tussen deze gemeenten op €445 per jaar in 2024 (zie tabel 6.3). Tabel 6.3: Voorbeeldhuishouden 3 (alleenstaande (man), inkomen 110% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens participatiewet) Gemeenten Tegemoetkomingen minimaregelingen jaarbasis 2024 2 Leeuwarden
€1.817
Weststellingwerf
€1.825
Achtkarspelen
€1.909
De Fryske Marren
€2.262 + Meedoen Pas & bijzondere bijstand Maximale verschil in vergoeding: €445
2
Alle vier de gemeenten bieden de energiecoach en energiebesparende maatregelen aan.
// 18
Voorbeeldhuishouden 4 Pieter, gezin met kinderen, inkomen 120% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens Participatiewet.
Het is een zonnige ochtend als Pieter (47) het ontbijt bereidt voor zijn vrouw Anna (32) en hun twee kinderen van drie en zes jaar. Pieter is altijd een actieve man geweest, vol energie en enthousiasme. Hij heeft een bloeiende carrière als verpleger wanneer plotsklaps het noodlot toeslaat. Op een dag, terwijl hij aan het werk is, glijdt Pieter uit over een gladde vloer en valt op zijn rug. Ondanks operaties en intensieve revalidatie blijft de pijn aanhouden. Na zes maanden in de ziektewet te zijn geweest, hoort hij dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Pieter kan niet terugkeren naar zijn werk als verpleger. Deze onverwachte wending raakt niet alleen Pieter diep, maar ook zijn gezin. Hoewel Anna haar uiterste best doet om meer en langere dagen te werken als bouwvakker op de bouwplaats, komt de financiële positie van het gezin in gevaar. De financiële last drukt zwaar op de schouders van Pieter en Anna, al proberen ze desondanks hun best doen om hun kinderen een zo normaal mogelijk leven te geven.
Pieter en zijn gezin kunnen in de gemeenten Leeuwarden, Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren gebruikmaken van de energietoeslag (incl. energiecoach en energiebesparende maatregelen) en menstruatieproducten. Daarnaast heeft hij in De Fryske Marren recht op bijzondere bijstand, terwijl Pieter in Leeuwarden recht heeft op een subsidie voor witgoed. Daarentegen kan hij in De Fryske Marren gebruikmaken van de witgoedregeling. Voor de kinderen biedt een vergoeding voor kinderopvang uitkomst in Achtkarspelen en De Fryske Marren. In De Fryske Marren krijgt hij deze vergoeding vanwege medische redenen, terwijl hij in Achtkarspelen in aanmerking komt door een sociaal medische indicatie. In Leeuwarden wordt dit medische aspect niet erkend als reden voor recht op vergoeding. Aangezien Pieter ook niet voldoet aan andere vereiste criteria, heeft hij geen recht op vergoeding van de kinderopvangkosten in Leeuwarden. In Achtkarspelen heeft Pieter recht op compensatie van het eigen risico vanwege zijn Gehandicaptenparkeervoorziening, terwijl In De Fryske Marren de Meedoen Pas een uitkomst biedt. In deze gemeente is er ook een speciale Meedoen Pas voor schoolgaande kinderen, maar omdat de kinderen niet verder dan dertien kilometer van school wonen, komen ze hiervoor niet in aanmerking.
Om deel te nemen aan sport- of culturele activiteiten kan Bauke terecht bij het Volwassenenfonds Sport en Cultuur, dat beschikbaar is in de gemeenten Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren. Zijn gezin kan in Leeuwarden, Achtkarspelen en De Fryske Marren ook gebruikmaken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur, waarbij in De Fryske Marren ook zwemlessen worden vergoed vanaf vijf jaar. Het maximale financiële verschil voor een gezin, zoals dat van Pieter, ligt tussen deze gemeenten op €1.824 per jaar in 2024 (zie tabel 6.4). Tabel 6.4: Voorbeeldhuishouden 4 (gezien met kinderen, inkomen 120% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens participatiewet) Gemeenten Tegemoetkomingen minimaregelingen jaarbasis 2024 2
2
Leeuwarden
€3.304
Weststellingwerf
€2.350
Achtkarspelen
€3.300 + vergoeding kosten kinderopvang
De Fryske Marren
€4.174 + Meedoen Pas, bijzondere bijstand & vergoeding kosten kinderopvang Maximale verschil in vergoeding: €1.824
Alle vier de gemeenten bieden de energiecoach en energiebesparende maatregelen aan.
// 19
Voorbeeldhuishouden 5 Tineke, echtpaar vanaf AOW-leeftijd, inkomen 130% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens Participatiewet.
Tineke (72) kijk uit op haar prachtige woning aan de kust. Samen met haar man, Albert (75), omarmen ze de mooie dagen van hun pensioen. Maar als snel beginnen ze na te denken hoe ze wat extra geld kunnen verdienen. Het antwoord ligt voor de hand: waarom zouden ze niet een kamer in hun woning verhuren tijdens het drukke vakantieseizoen? Na wat opknapwerk komen er voldoende boekingen binnen om ze wat extra financiële ruimte te geven. Maar Tineke, altijd energiek en vol passie voor haar vak, voelt zich niet volledig voldaan met alleen maar achteroverleunen. Ze vindt een geschikte baan in de plaatselijke kledingwinkel, waar ze aan de slag gaat als medewerker. Het helpen van klanten bij het kiezen van outfits geeft haar een gevoel van voldoening. ‘’Het is geweldig om bezig te blijven,’’ merkt Tineke op. ‘’Bovendien verdienen we wat extra geld, wat altijd van pas komt.’’
Als Tineke in de gemeenten Leeuwarden, Weststellingwerf, Achtkarspelen of De Fryske Marren zou wonen, dan kan zij in alle gemeenten gebruikmaken van de hulp van een energiecoach en energiebesparende maatregelen. In De Fryske Marren komt ze, indien nodig, in aanmerking voor bijzondere bijstand. Daarnaast kan ze in deze gemeente ook gebruikmaken van de witgoedregeling. In Leeuwarden kan ze geen aanspraak maken op de subsidie voor witgoed omdat ze niet binnen de leeftijdsgrens van 27-67 jaar valt. In Weststellingwerf en De Fryske Marren komen zowel Tineke als haar man in aanmerking voor de collectieve zorgverzekering. In beide gevallen kunnen ze kiezen tussen de AV-Frieso Compleet of de AV Budget & AV Tand. Tineke en haar man worden daarnaast gestimuleerd om deel te nemen aan sport- of culturele activiteiten door het Volwassenenfonds Sport en Cultuur in Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren. Het maximale financiële verschil voor een echtpaar, zoals Tineke en Albert, ligt tussen deze gemeenten op €1.574 per jaar in 2024 (zie tabel 6.5). Tabel 6.5 Voorbeeldhuishouden 5 (echtpaar vanaf AOW-leeftijd, inkomen 130% van de bijstandsnorm, vermogen onder grens participatiewet) Gemeenten Tegemoetkomingen minimaregelingen jaarbasis 2024 2 Leeuwarden
€0
Weststellingwerf
€450
Achtkarspelen
€0
De Fryske Marren
€1.574 + bijzondere bijstand Maximale verschil in vergoeding: €1.574
2
Alle gemeenten bieden de energiecoach, energiebesparende maatregelen en menstruatieproducten aan.
De vijf voorbeeldhuishoudens illustreren dat er duidelijke verschillen zijn in de vergoedingen tussen Leeuwarden, Weststellingwerf, Achtkarspelen en De Fryske Marren. Het gemiddelde, maximale verschil in de vergoedingen van de voorbeeldhuishoudens bedraagt €1.362, met het hoogste verschil op €1.824 en het laagste op €445. De minimaregelingen zijn bedoeld voor mensen met weinig inkomen en vermogen. Verschillen in vergoedingen doen er in deze situatie toe en kunnen de kwaliteit van leven en de mogelijkheden die inwoners hebben beïnvloeden; daarmee hebben deze verschillen een belangrijke impact.
// 20
// INWONERSPERSPECTIEF OP MINIMAREGELINGEN Om de achtergrond te schetsen waartegen de minimaregelingen uitgevoerd worden, wordt in deze paragraaf dieper ingegaan op het inwonersperspectief op minimaregelingen. Dit gebeurt aan de hand van onderzoek dat is uitgevoerd met Panel Fryslân en focusgroepen.
Bekendheid en ervaringen met minimaregelingen Als onderdeel van dit onderzoek is in april 2024 een vragenlijst uitgezet over bekendheid en ervaringen met gemeentelijke minimaregelingen bij Panel Fryslân, het panel van Planbureau Fryslân. Panel Fryslân bestaat uit een representatieve mix van inwoners van heel Fryslân van 18 jaar en ouder, met verschillende inkomens- en opleidingsniveaus. Rond de 8.000 mensen zijn benaderd waarvan 3.733 respondenten de vragenlijst hebben ingevuld. De respondenten werden onder andere bevraagd over hun bekendheid met acht veel voorkomende minimaregelingen, te weten individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand, kwijtschelding van gemeentelijke lasten, energietoeslag, compensatie ziektekosten, individuele studietoeslag en Meedoenregelingen (voor 18- en 18+). Opvallend is dat 30 procent van de groep geen van de minimaregelingen kent en slechts 3 procent bekend is met alle minimaregelingen die we ze voorlegden (zie figuur 1).
Figuur 1: Het aantal minimaregelingen dat iemand kent in percentages 1 30%
19% 15% 12%
10%
7%
0 1
1
2
3
4
5
4%
6
2%
3%
7
8
Is gemeten door te kijken hoeveel van de voorgelegde minimaregelingen iemand kende (0= bekend met geen
van de voorgelegde minimalregeling; 8= bekend met alle 8 voorgelegde minimaregelingen) Bron: Panel Fryslân (Planbureau Fryslân) De meest bekende minimaregelingen zijn de energietoeslag (55%) en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, zoals rioolheffing en afvalstoffenheffing (45%). Slechts 9 procent van de respondenten is bekend met de individuele studietoeslag.
// 21
Figuur 2: Het aandeel dat de betreffende minimaregeling kent Individuele studietoeslag
9%
Meedoen regeling 18+
12%
Individuele inkomenstoeslag
13%
Meedoen regelingen 18Compensatie ziekte kosten
18% 21%
Bijzonder bijstand Kwijtschelding van gemeentelijke lasten
40% 47%
Energietoeslag
55%
Bron: Panel Fryslân (Planbureau Fryslân) Er is per minimaregeling ook uitgevraagd hoe ze deze kenden. Het grootste aandeel respondenten geeft aan dat ze de minimaregelingen voornamelijk via de gemeente hebben leren kennen (tussen de 29% en 58% afhankelijk van de regeling). Op de tweede plaats benoemden respondenten dat ze via andere kanalen dan de door ons gegeven antwoord opties bekendheid hebben gekregen met de minimaregelingen. Familie, vrienden of bekenden staan steevast op de derde plaats. Bekendheid via welzijnsorganisaties, school en kinderdagverblijf, wijkcentrum of dorpshuis en het sociaal wijkteam worden in veel mindere mate genoemd. Ook is uitgevraagd of ze zelf gebruik maken van minimaregelingen. Van de respondenten geeft 3 procent aan gebruik te maken van één of meerdere minimaregelingen in hun gemeente. Dit percentage is te klein om verder uitspraken over te doen, maar het vervolgonderzoek met focusgroepen biedt wel nadere inzichten.
Inwoners met ervaring De focusgroepen zijn gehouden met inwoners afkomstig uit verschillende Friese gemeenten die vanuit eigen ervaring konden vertellen over het gebruik van minimaregelingen. De twee focusgroepen bestonden elk uit vijf deelnemers. De deelnemers melden dat ze variaties opmerken in de minimaregelingen zelf, maar ook in hoe gemeenten ze aanbieden, hoe vindbaar ze zijn en het aanvraagproces. Er zijn bijvoorbeeld opmerkelijke verschillen in de voorwaarden van de individuele inkomenstoeslag tussen de gemeente Achtkarspelen en andere Friese gemeenten. Ervaringsdeskundigen geven ook aan dat minimaregelingen voor jongeren onder de achttien, zoals het Jeugdfonds Sport en Cultuur, beter worden gecommuniceerd in vergelijking met bijvoorbeeld het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Dit blijkt ook uit de resultaten van het panel waar bekendheid hoger ligt bij regelingen voor 18- (zie figuur 2). Verder merken de deelnemers dat het vinden en aanvragen van de regelingen lastig is vanwege onduidelijke informatie en ingewikkelde procedures. De deelnemers benadrukken dat het niet alleen belangrijk is dat alle gemeenten dezelfde minimaregelingen hebben, maar dat deze regelingen ook makkelijk te begrijpen en te gebruiken moeten zijn.
Door uniformiteit in minimaregelingen en vereenvoudiging van procedures, samen met goede communicatie en een benadering van vertrouwen, kan de onduidelijkheid worden verminderd en kunnen meer mensen geholpen worden.
// 22
Benadering vanuit wantrouwen en vertrouwen Een ander belangrijk thema dat naar voren komt, is het contrast tussen wantrouwen en vertrouwen in de benadering van de gemeenten. Deelnemers geven aan dat er verschillen zijn tussen gemeenten in hoe de deelnemers benaderd worden. Niet alleen verschillen ambtenaren en wethouders van elkaar, maar ook de houding van individuele inkomensconsulenten en gebiedsteams speelt een rol. Sommige inkomensconsulenten zijn bijvoorbeeld erg strikt en hanteren de regels streng, terwijl anderen meer meedenkend zijn. Over de ervaring met de striktere benadering zegt een deelnemer: "Je wordt gewoon niet als mens gezien." Hoewel een uniform Fries armoedebeleid volgens de deelnemers niet de allerhoogste prioriteit heeft, leidt het ontbreken hiervan wel tot extra onduidelijkheid met betrekking tot de minimaregelingen. Dit draagt bij aan het algemeen ervaren van minimaregelingen als ingewikkeld en leidt tot een vermindering van het vertrouwen in de gemeente. Vooral mensen die op de grens van gemeenten wonen of mensen die verhuizen, komen deze verschillen vaak tegen. De verschillen kunnen er toe doen; voor inwoners kan dit als willekeurig overkomen, aangezien de gemeente waarin je woont invloed heeft op je bestaanszekerheid. Voor de deelnemers lijkt het vanzelfsprekend dat de minimaregelingen gelijk zouden moeten zijn in alle Friese gemeenten.
Maar persoonlijk vinden ze het vooral erg belangrijk dat deze regelingen een menselijke insteek hebben, dat er een goede samenwerking is tussen organisaties om mensen te helpen, dat de regelingen goed worden gecommuniceerd en dat er een duidelijk en eenvoudig aanvraagproces is.
// 23
// SLOTBESCHOUWING Dit onderzoek heeft zich gericht op twee vragen: welke minimaregelingen zijn er in de achttien Friese gemeenten en wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen deze regelingen? Er is allereerst een overzicht gegeven van de voornaamste minimaregelingen per gemeente. Daarnaast is er aan de hand van een aantal voorbeeldgemeenten en -huishoudens een financiële vertaling gemaakt. Hier kwam uit naar voren dat de gemeentelijke minimaregelingen zeer complex zijn en dat het ingewikkeld is ze met elkaar te vergelijken. Voor de regelingen die wel met elkaar vergeleken konden worden, zijn er belangrijke verschillen tussen de gemeenten wat betreft de minimaregelingen en wat deze de inwoner bieden. Dit sluit aan bij de resultaten van soortgelijk onderzoek elders in het land (Sociaal Planbureau Groningen, z.d.; FNV, 2024; Centrum voor Lokaal Bestuur, 2023; Commissie Sociaal Minimum, 2023). Verder kwam uit de focusgroepen naar voren dat inwoners zich ook bewust zijn van deze verschillen; dit geldt met name voor hen die op de grens van gemeenten wonen of verhuisd zijn. Zij antwoorden allen bevestigend op de vraag of de minimaregelingen voor alle gemeenten gelijk zouden moeten zijn. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat duidelijkheid over deze regelingen met name als heel belangrijk wordt gezien.
In de inleiding van deze rapportage is beschreven dat gemeenten sinds 2015 meer beleidsvrijheid hebben gekregen om hun eigen minimabeleid vorm te geven. Het is nu duidelijk geworden dat deze beleidsvrijheid zich vertaalt in belangrijke verschillen voor de inwoner, met andere woorden: het maakt uit in welke gemeente je woning staat wat betreft de ondersteuning die je krijgt als je een minimuminkomen hebt. Dit roept verschillende vragen op. Allereerst de vraag op welke gronden de verschillen in het gemeentelijk minimabeleid tot stand zijn gekomen. Verschillende factoren zouden hier een rol kunnen spelen. Het is denkbaar dat het percentage inwoners met een minimuminkomen binnen de gemeente een rol speelt, en/of de financiële situatie van de gemeente, de visie van gemeenten ten aanzien van inwoners met een minimuminkomen en onderliggende opvattingen wat betreft bijvoorbeeld mensbeeld, oorzaak en remedie. Verder spelen kennis en kunde ook een rol. Uit een enquête onder kleinere gemeenten blijkt dat de helft extra capaciteit nodig heeft om een goed minimabeleid te kunnen voeren. Een derde geeft aan behoefte te hebben aan meer kennis en informatie op dit gebied (GezondIn, 2024).