CConstaterende datAmeland
Koppel je AI →
Document · PDF

A4 zienswijze bpl buitebgebied inwoner 7_Zwartgemaakt

Raad 29 januari 2024, gemeente AmelandBij agendapunt: Voorstel tot afhandeling ingekomen stukken voor de raad tot en met 17 januari 20244.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Page 1 From: Date: To: Subject:

"Frontoffice Ameland" <info@ameland.nl> Fri, 15 Dec 2023 13:21:55 +0100 "KofaxMFAmeland" <kfmfa@leeuwarden.nl> FW: zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Ameland namens

Van: Annewies de Haan <a.dehaan@deomgevingsadviseurs.nl> Verzonden: vrijdag 15 december 2023 13:19 Aan: Frontoffice Ameland <info@ameland.nl> Onderwerp: FW: zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Ameland namens

U ontvangt niet vaak e-mail van a.dehaanfgideomgevingsadviseurs.nl. Meer informatie over waarom dit belangrijk is

Geachte mevrouw/heer, Bijgevoegde zienswijze hebben wij digitaal gefaxt. Graag horen wij of deze bij u is binnen gekomen.

Met vriendelijke groet,

mr. ing. Annewies de Haan Jurist I Adviseur Ruimtelijke Ordening en Milieu

□

06-48 50 53 36

Werkdagen: maandag tot en met donderdag en vrijdagmorgen

@ Dokter Stolteweg 2

8025 AV Zwolle (088) 565 7857

® deomgevingsadviseurs.nl

Disclaimer

Di OMGEVINGS ADVISEURS

I

Page 2 Van: Annewies de Haan Verzonden: vrijdag 15 december 2023 13:17 Aan: 0519555599@fax.voipxs.nl Onderwerp: zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Ameland namens

Met vriendelijke groet,

mr. ing. Annewies de Haan Jurist I Adviseur Ruimtelijke Ordening en Milieu □

06-48 50 53 36

Werkdagen: maandag tot en met donderdag en vrijdagmorgen

0 Dokter Stolteweg 2 8025 AV Zwolle (088) 565 7857 @ deomgevingsadviseurs.nl

Disclaimer

Di OMGiVINGS ADVISEURS

DE OMCEVINCS ADVISEURS.

Gemeenteraad Ameland

Postbus 22 9160 AA Hollum

15 december 2023

Datum Onze referentie

D40210/12122023/AH

Contactpersoon

Annewies de Haan

E-mail

a.dehaan(S)deomgevingsadviseurs.nl

Telefoon

+31 6 48 50 53 36

Betreft

zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied

Geachte gemeenteraadsleden,

Namens onze klant,

te Hollum, dienen wij een zienswijze

in tegen het Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied.

De zienswijze is gericht op de volgende onderdelen: 1.

De locatie Zuider Grieweg 3 moet de agrarische bestemming behouden;

2.

Situatie Pietje Miedeweg 12 niet opgenomen in bijlage 2 van de planregels;

3.

Definitie grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;

4.

Mestvergisting;

5.

Opslag (ruw)voer en mest;

6.

Strijdig gebruik artikel 3.4.2 is te uitgebreid;

7.

Bestaande ammoniakemissie en bestaande stikstofdepositie

8.

Vergunningplicht gebruikelijke grondwerkzaamheden in artikel 3.6;

9.

Verbod opwekking windenergie;

Hierna volgt eerst een korte beschrijving van het bedrijf van onze klant, daarna volgt de onderbouwing van de genoemde onderdelen van de zienswijze.

© Dokter Stolteweg 2, 8025 AV Zwolle

(088) 565 7857

6 info@deomgevingsadvtseurs.nl O deomgevingsadviseurs.nl

Op cis leverlngen en diensten van De Omgevingsadviseurs BV, ijfn onee alganene Kjo/wanlen van toepassing. Dato zljngedoponpefd de

DE OMGEVINCS ADVISEURS. Beschrijving bedrijf

Onze klant heeft een melkveebedrijf en heeft ten behoeve van het melkveebedrijf twee locaties in eigendom te weten Pietje Miedeweg 12 te Hollum en Zuider Grieweg 3 te Ballum. De locatie Zuider Grieweg 3 is dit jaar aangekocht en onze klant wil deze locatie gebruiken om rundvee te houden.

1.

De locatie Zuider Grieweg 3 moet de agrarische bestemming behouden

In het ontwerpbestemmingsplan heeft deze locatie de enkelbestemming 'Wonen' gekregen. In het

vigerende bestemmingsplan heeft deze locatie een agrarische bestemming. Deze locatie maakt sinds de aankoop door onze klant onderdeel uit van het agrarische melkveehouderijbedrijf en ook wordt er

vee gehouden.

In artikel 31.4 onder f van de regels bij het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten in strijd is met de bestemming Wonen.

Doordat er op deze locatie nog steeds vee gehouden mag worden en er vee gehouden wordt en onze klant de locatie ook wil gebruiken voor het opslaan van (kuil)voer en mest, zal de bestemming agrarisch moeten blijven, dit om te voorkomen dat de bestaande activiteiten direct al onder het

overgangsrecht vallen. Wij verzoeken u tevens om deze locatie niet als deeltijdbedrijf aan te merken, omdat de agrarische bedrijfsbebouwing op deze locatie een oppervlakte heeft van ongeveer 2.000 m^.

2.

Situatie Pietje Miedeweg 12 niet opgenomen in bijlage 2 van de planregels

In artikel 1.29 'bestaande ammoniakemissie' staat dat mits de vergunning Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen in bijlage 2 van de planregels, deze geldt als zijnde de bestaande ammoniakemissie.

In bijlage 2 bij de planregels staan echter 'Specifieke toetsingscriteria ondergeschikte tweede tak of

deeltijdfunctie'. Ook in de andere bijlagen bij de planregels is geen lijst met verleende Wnbvergunningen opgenomen.

Voor de locatie Pietje Miedeweg 12 is met dagtekening 5 augustus 2016 een natuurvergunning

afgegeven door de provincie Fryslan (bijlage). Wij verzoeken u deze op te nemen als zijnde de vergunde en bij recht toegestane situatie in het bestemmingsplan.

Pagina 2 van 6

D= OMGEVINCS ADVISEURS. 3.

Definitie grondgebonden agrarische bedrijfsvoering

Onze klant is van mening dat de definitie van 'grondgebonden agrarische bedrijfsvoering' te beperkt is. Onze klant is van mening dat ook roodvleesveehouderij, waarbij de agrarische gronden in de

omgeving van het bedrijf noodzakelijk zijn voor het functioneren van het bedrijf, onder deze definitie

zou moeten vallen. En zeker in die gevallen van roodvleesveehouderij, waarbij het vee in de zomer

buiten loopt, is er sprake van een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Doordat onder de definitie 'intensief veehouderijbedrijf' ook rundveemesterij staat, bestaat het risico dat

roodvleesveehouderij als intensieve veehouderij wordt beschouwd. Daarnaast is roodvleesveehouderij niet hetzelfde als 'vetweiderij', wanneer het rundvee als kalf op het bedrijf

komt/wordt aangehouden en rond een leeftijd van 2 jaar voor de slacht wordt afgevoerd. Echter is roodvleesveehouderij zeker grondgebonden, omdat dit vee hoofdzakelijk ruwvoer krijgt. Wij verzoeken u daarom roodvleesveehouderij ook in de definitie van 'grondgebonden agrarische bedrijfsvoering' op te nemen en zeker in die gevallen waarin het rundvee in de zomer geweid wordt.

4.

Mestvergisting

Onze klant wil de mogelijkheid hebben om de mest van het eigen bedrijf te vergisten. Echter wordt in de definiëring van het agrarisch bedrijf (begripsbepalingen) gesproken over “al dan niet in

combinatie met bedrijfseigen mestbewerking/-verwerking en mestraffinage (minivergisters," en vervolgens wordt dit in de gebruiksbepalingen als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Volgens onze

klant is het logischer om de activiteit, alsmede het bouwen voor die activiteit in de bestemming inbegrepen en mogen daar geen misverstanden over ontstaan. Het verzoek is daarom om het strijdig

gebruik uit het bestemmingsplan te halen. Daarnaast wordt in artikel 3.1 sub i. gesproken wordt over; "kleinschalige duurzame energiewinning"

als ondergeschikte bestemming. Vervolgens gaat het in de voorwaarden voor vergunning voor het

bouwen over een “ondergeschikte tak". En bij de vergunning over afwijken van de gebruiksregels,

wordt gesproken over inhoud en capaciteit van de installatie"", zonder dat hierbij een link gelegd wordt met de omvang van het agrarische bedrijf.

Dit is erg verwarrend. Ook gelet op het feit dat die ondergeschiktheid moeilijk te bepalen is zou de

gemeente zich moeten beperken tot een beschrijving van de omvang / capaciteit van de installatie die bij recht dan wel bij omgevingsvergunning mogelijk zou moeten zijn.

Voor wat betreft de input van de vergister, wordt er gesproken over "eigen geproduceerde mest en voegt eigen en/ofvan derden afkomstige co-substraten" bij de afwijking van de gebruiksregels. Maar

in de begripsbepaling wordt gesproken over “bedrijfseigen mestbewerking/-verwerking en

mestraffinage". En dan staat er bij afwijking van de bouwregels wordt gesproken over; “het vergisten

van mest en het verhandelen van de daarbij vrijkomende energie bij een agrarisch bedrijf worden gebouwd."

Pagina 3 van 6

DE OMGEVINCS ADVISEURS. Uit het voorgaande kan geconcludeerd worden dat slechts mest van het eigen bedrijf in de installatie toegepast mag worden. Nu is er een ontwikkeling actueel waarbij veehouders de mest in een

monovergister (alleen mest als input en geen co-substraten) stoppen en daarmee groen gas en / of

elektriciteit op wekken. Om de installatie rendabel te krijgen is een bepaalde omvang / capaciteit een voorwaarde. Dit leidt ertoe dat middelgrote en kleine melkveehouders samen moeten werken om

genoeg input te verzamelen. De regels in dit bestemmingsplan verhinderen dat een dergelijke samenwerking tot stand kan komen.

Onze klant wil u daarom verzoeken om de voorwaarde van mest van het eigen bedrijf los te laten. En aanvullend kunt u een beperking opleggen in de toegestane omvang van de vergister, waarbij

gekozen wordt voor een maat die voor een rendabele bedrijfsvoering nodig is.

5.

Opslag (ruw)voer en mest

Onder artikel 3.2.4., artikel 3.3.7., artikel 3.4.2 onder c., artikel 3.5.4. en tenslotte artikel 3.5.9.

wordt het bouwen en gebruik van bouwwerken ten behoeve van de opslag van voer en mest

geregeld. Onze klant vindt de regels dan wel onduidelijk of niet volledig.

In artikel 3.3.7 wordt meer geregeld dan de titel van het artikel zou doen vermoeden. Het zou gaan over bouwen ten behoeve van "mestopslag buiten het bouwvlak" maar gaat ook over sleufsilo's (voeropslag). Voor de duidelijkheid zou dit toegevoegd moeten worden aan de titel.

Daarnaast wordt in artikel 3.3.7 onder sub b. gesteld dat de gezamenlijke oppervlakte van mest- of sleufsilo's, mestplaten of mestbassins ten hoogste 500 m^ per agrarisch bedrijf zal bedragen; Om

misverstanden te voorkomen is het goed om die 500 m^ expliciet te noemen als oppervlakte die buiten het bouwvlak mag worden benut. Onze klant heeft nu namelijk al ongeveer 2.500 m^ aan voeropslag en daarbij komt dan nog de oppervlakte van een silo. Het verzoek is daarom om aan

artikel 3.3.7 onder b 'buiten het bouwvlak' toe te voegen.

Onder artikel 3.3.7. sub g wordt de link gelegd met artikel 3.5.4. Echter richt artikel 3.5.4. zich specifiek op mestopslag en niet op sleufsilo's voor voeropslag. Voor voeropslag buiten het bouwvlak

is artikel 3.5.9 bedoeld. Dan wel zou artikel 3.3.7 in zijn geheel alleen over mestopslagen moeten

gaan, dan wel zou artikel 3.5.9 ook moeten worden betrokken in artikel 3.3.7.

6.

Strijdig gebruik artikel 3.4.2

In artikel 3.4.2 is het strijdig gebruik opgenomen. Dit artikel is zo uitgebreid, dat daadwerkelijk voor vrijwel elke wijziging op het bedrijf een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan

aangevraagd moet worden. Dit is niet praktisch en zal tot een overbelasting van het ambtenaren

Pagina 4 van 6

DE OMGEVINCS ADVISEURS. apparaat van uw gemeente leiden. Met name artikel 3.4.2 onderdeel p betekent dat voor elke

wijziging in dieraantallen of een verschuiving in diercategorieën onze klant een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan aan zal moeten vragen. Dit verhoogt onnodig de kosten voor onze klant

bij relatief kleine wijzigingen in de bedrijfsvoering.

7. Bestaande ammoniakemissie en bestaande stikstofdepositie In artikel 1.29 en 1.30 is de definitie van bestaande ammoniakemissie en bestaande stikstofdepositie opgenomen. Artikel 3.4.2 onder p in combinatie met artikel 3.5.8 blijkt dat uitbreiding van vee

binnen bestaande stallen en binnen de vergunde dieraantallen van een onherroepelijke vergunning Wet natuurbescherming afgegeven onder het PAS niet mogelijk is, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden.

Onze klant is van mening dat de artikelen 1.29, 1.30, 3.4.2 onder p en 3.58 een forse beperking in de bedrijfsvoering opleveren. Deze artikelen betekenen namelijk dat ervoor elke wijziging binnen de bestaande onherroepelijke vergunning(en) en milieumelding een omgevingsvergunning afwijken

bestemmingsplan nodig is. Het is onbegrijpelijk dat als de provincie extern salderen straks weer

mogelijk maakt en er dus een natuurvergunning verleend kan worden, dit niet bij recht toegestaan wordt in het bestemmingsplan.

Onze klant is daarom van mening dat aan artikel 3.4.2. onder p zou moeten worden toegevoegd: 'tenzij voor deze wijziging een natuurvergunning of een positieve weigering is afgegeven, dan wel er

sprake is van intern salderen'. Op die manier voorkomt u, dat onze klant voor elke wijziging een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan aan moet vragen.

8.

Vergunningplicht gebruikelijke grondwerkzaamheden in artikel 3.6

In artikel 3.6.1 is opgenomen dat voor het scheuren, frezen van grasland en aanbrengen van drainage

een omgevingsvergunning nodig is. Dit betekent wederom dat voor het scheuren en frezen, dat normale onderhoudswerkzaamheden op grasland kunnen zijn, een omgevingsvergunning nodig is.

Wij verzoeken u de normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden niet onder de

vergunningplicht te laten vallen.

9.

Verbod opwekking windenergie

In artikel 40.1 onder I is opgenomen dat het verboden is om gronden en bouwwerken te gebruiken voor opwekking van windenergie. Dat grote windturbines op Ameland niet toegestaan zijn, begrijpt

onze klant. Echter kleine windmolens tot 25 meter zouden wel mogelijk moeten zijn om duurzame energie op te kunnen wekken. Wij verzoeken

Pagina 5 van 6

D= OMGEVINCS ADVISEURS. Tot slot Wij verzoeken u aan de zienswijze van onze klant toe te komen en het bestemmingsplan gewijzigd vastte stellen.

Met vriéndelijke groet,

De Omgevingsadviseurs

Annewies de Haan Adviseur Ruimtelijke Ordening en Milieu

Bijlage: - Natuurvergunning Pietje Miedeweg 12 te Hollum d.d. 05-08-2016

Pagina 6 van 6

provinsje fryslan provincie fryslan postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 telefoon: (058) 292 59 25 telefax: (058) 292 51 25

www.fryslan.frl provincie(^ fryslan.frl www.twitter.com/provfryslan

Leeuwarden, 5 augustus 2016 Verzonden,.» 5 AüO. 2016 Ons kenmerk Afdeling Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)

Onderwerp

01338119 Stêd en Plattelan mr. ing. E. Bruin / (058) 292 89 61 of e.bruin@fryslan.frl

2 : Besluit vergunning Natuurbeschermingswet 1998 ex art. 19d in samen­ hang met artikel 19km, lid 1, sub b. Natuurbeschermingswet 1998 Maatschap J

Geachte Overeenkomstig uw aanvraag en de daarbij behorende stukken heb ik besloten de gevraag­ de vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen onder de navolgende voorschriften.

Voorschriften

1. 2. 3.

4.

5.

De vergunning geldt voor de maximale aantallen dieren in de voorgeschreven stalsystemen, zoals weergegeven in de tabel “Gewenste situatie” in overweging A4.3. Op de bedrijfslocatie aan de Pietje Miedeweg 12, 9161 CK te Hollum dient het voor­ nemen te worden uitgevoerd zoals in deze beschikking en de bijbehorende stukken staat aangegeven. Op de bedrijfslocatie dient door de houder van deze vergunning door middel van een registratie op ieder moment te kunnen worden aangetoond dat de in het voorschrift 1 genoemde dieraantallen niet worden overschreden. De houder van deze beschikking dient binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van dit toestemmingsbesluit waarbij ontwikkelingsruimte wordt toegedeeld aan het project of de andere handeling, het project of de handeling te hebben gerealiseerd onderscheidenlijk te hebben verricht. Indien het project of de andere handeling niet binnen de in het vorige voorschrift ge­ noemde termijn is gerealiseerd of verricht kunnen Gedeputeerde Staten het hierbij vastgestelde toestemmingsbesluit (al dan niet gedeeltelijk) intrekken, of wijzigen.

-1/8-

Ons kénmerk:

01338119

provinsje fryslan provincie fryslan en geldt voor de locatie

De vergunning staat op naam van Pietje Miedeweg 12, 9161 CKte Hollum. Voor de motivering van mijn besluit verwijs ik u naar bijlage 1.

Namens het college van Gedeputeerde Staten A /,

UV. Mevr. mr. W.A. Geertsma hoofd Team Groene regelgeving

Van dit besluit zal kennis worden gegeven door publicatie in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad.

Gedurende de in de kennisgeving van dit besluit genoemde termijn van zes weken kan het besluit met onderliggende stukken op verzoek worden ingezien op het provinciehuis van de provincie Fryslan. Hiervoor kunt u telefonisch contact opnemen met het secretariaat van de Nb-wet: tel. (058) 292 89 95. Dit besluit en de kennisgeving worden ook gepubliceerd op de website van de provincie; zie: www.frvslan.fri/nb-wet. Gedurende de in de kennisgeving van dit besluit genoemde termijn van zes weken kan tegen dit besluit beroep worden ingesteld. Beroep kan worden ingesteld door: belanghebbenden die tijdig een zienswijze tegen het ontwerp van het besluit hebben ingediend; belanghebbenden die aan kunnen tonen redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerp van het besluit in te dienen; belanghebbenden die bezwaren hebben tegen wijzigingen die in het vastgestelde besluit zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerp van het besluit.

Beroep kan worden ingesteld bij: De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Burgers kunnen ook digitaal beroep instellen. Advocatuur, bedrijven en (overheids)organisaties kunnen nog niet digitaal procederen. Voor het digitaal instellen van beroep dient men te beschikken over DigiD. Kijk op https://diqitaalloket.raadvanstate.nl voor de voorwaarden. Beroep instellen per e-mail is niet mogelijk. Bijlagen Bijlage 1: Motivering van het besluit Bijlage 2: Uitdraai AERIUS voor ontwikkelingsruimte (kenmerk: Rnie878EJhE6)

Afschriften Accon avm Gemeente Ameland

-278-

Ons kenmerk:

□1338119

provinsje fryslan provincie fryslan

Bijlage 1: Motivering van het besluit

A.

Weergave van de feiten

Al.

Beschrijving van het aanqevraaqde project of andere handeling Het project of de andere handeling waarvoor vergunning wordt aangevraagd is de volgende: • uitbreiding veehouderij Maatschap Pietje Miedeweg 12, 9161 CK te Hollum.

A2. De verqunninqaanvraaq U heeft het College van Gedeputeerde Staten van Fryslan (verder: GS) bij brief van 5 februa­ ri 2016 om een vergunning verzocht op grond van artikel 19d in samenhang met artikel 19kh, lid 7, van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nb-wet).

Uw aanvraag is op 8 februari 2016 door mij ontvangen en ingeboekt onder nummer 01284343. Op grond van het mandaatbesluit (besluit onder mandaat d.d. 1 juli 2014, laatstelijk gewijzigd d.d. 2 juni 2015) voor de Ofdieling Stêd & Plattelan (laatstelijk vastgesteld door GS/CdK voor Lanlik Gebiet, Ferkear & Ferfier en Wetter op 7 mei 2013, voor Miljeubelied op 5 oktober 2010, voor Programma’s en Projecten Landelijk Gebied op 26 januari 2010 en voor Romte op 23 september 2014) ben ik gemandateerd tot het nemen van dit besluit namens GS. Voor het aangevraagde project of andere handeling is niet eerder vergunning verleend op grond van de Nb-wet.

De volgende documenten worden geacht onlosmakelijk met uw aanvraag te zijn verbonden en maken onverkort deel uit van deze beschikking: AERIUS berekening van beoogde situatie van het voornemen; AERIUS berekening van het verschil tussen de feitelijke situatie en de beoogde situa­ tie; Vigerende melding op 1 januari 2015; Onderbouwing van het feitelijk gebruik met behulp van gecombineerde opgave 2014; Tekening van de gewenste situatie; Tekening van de referentiesituatie; Beweidingsgegevens; Gedateerde en ondertekende machtiging. Op basis van de hiervoor aangehaalde documenten is genoegzaam aangetoond dat de ge­ houden dieraantallen, die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 ten hoogste werden gehouden, passen binnen de kaders van de op 1 januari 2015 geldende melding.

Ons kenmerk:

0133S119

provinsje fryslan provincie fryslan Ten opzichte van de bijgevolg feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie binnen de daarvoor gel­ dende kaders vóór 1 januari 2015, voorziet de aanvraag in een toename van de stikstof­ depositie. Mede gezien het bepaalde in artikel 5 van de Regeling PAS alsmede in aanmer­ king genomen dat met de feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie vóór 1 januari 2015 als hier bedoeld rekening is gehouden in het Programma PAS 2015 - 2021 en de daaraan ten grondslag liggende passende beoordeling, kan de aangevraagde vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Nb-wet 1998, in zoverre worden verleend.

Uw aanvraag voor een vergunning ziet op een situatie als bedoeld in artikel 2, lid 3, van het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof. Voor het gebied Duinen Schier­ monnikoog, is 5% of minder van de depositieruimte voor grenswaarden beschikbaar, waar­ door u niet kunt volstaan met een melding, maar genoodzaakt bent een aanvraag voor een vergunning in te dienen. Voor de gebieden Waddenzee en Duinen Ameland geldt vergunningplicht op basis van de overschrijding van de depositie > 1,0 mol/ha/jr. A3. Bevoegd gezag Het college van Gedeputeerde Staten van Fryslan (verder: GS) is het bevoegd gezag inzake deze vergunningaanvraag, op basis van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Nb-wet 1998. Door middel van de wijziging van de Nb-wet 1998 per 1 februari 2009 is onder andere het begrip "Natura 2000-gebied" geïntroduceerd, waarbij GS tevens (rechtstreeks) bevoegd gezag is geworden voor habitatrichtlijngebieden, zoals die voorkomen op de lijst van gebie­ den van communautair belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, derde volzin van de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

Het project of de handeling kan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied geen andere gevolgen veroorzaken dan stikstofdepositie die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Er is derhalve geen sprake van overige effecten.

A3.1. Relevante Natura 2000-gebied of gebieden Relevant ten aanzien van het bepalen van de vergunningplicht in deze beschikking zijn: • Duinen Schiermonnikoog; • Waddenzee; • Duinen Ameland. De door de activiteit beoogde depositie is vergunning plichtig voor de bovenstaande gebie­ den.. Ook de overige Natura 2000-gebieden zijn meegenomen in de overwegingen die heb­ ben geleid tot dit besluit. Zie daarvoor de AERIUS berekening in de aanvraag. A4.

Procedure

A4.1. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure De aanvraag is afgehandeld met toepassing van de uniforme openbare voorbereidings­ procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbesluit op de aanvraag heeft gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen in het provinciehuis te Leeuwarden. Gedurende deze termijn konden belanghebbenden bij ons college schriftelijk dan wel mondeling zienswijzen over dit ontwerp naar voren brengen.

Ons kenmerk:

01338119

I

provinsje fryslan provincie fryslan Voorafgaand aan de terinzagelegging heeft het bestuursorgaan in de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad kennis gegeven van het ontwerp. Vervolgens hebben wij een definitief besluit op de aanvraag genomen. Tegen dit besluit staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het besluit en de kennisgeving van het besluit kunnen worden geraadpleegd via de internet­ site van de provincie Fryslan (www.fryslan.frl). A4.2 Zienswijzen Tot en met 13 juni 2016 heeft het ontwerpbesluit ter inzage gelegen.

V

In afwijking van de procedure zoals genoemd in artikel 44, derde lid, van de Nb-wet is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ameland tijdens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te brengen.

Van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van zienswijzen hebben de gemeente en be­ langhebbenden geen gebruik gemaakt. A4.3. Activiteit In de referentiesituatie is er sprake van de volgende veebezetting;

Tabel 1: Referentiesituatie voornemen volgens AERIUS berekening (kenmerk: Rnie878EJhE6) Categorie Omschrijving volgens RAV

Aantal Emissie per Totaal (kg

■

_________

2

A3.100

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, overige 80 huisvestingssystemen

4.4

352,00

3

A3.100

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, overige 16 huisvestingssystemen

4,4

70,40

BI.100

schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg, overige huisvestingssystemen

0,7

4,20

Al.100

,: melk- en kalikoeien ouder dan 2 jaar, overige huisvestingssystemen beweiden

128

6

dierplaats

NH3)

12,35

1.580,80

3| ____

2.007,40

Totale emissie (kg NH3/jr)

-5/8-

Ons kennierk:

013381tS

provinsje fryslan provincie fryslan In de aangevraagde, beoogde situatie (tabel 2) is er sprake van de volgende veebezetting: Tabel 2: Gewenste situatie volgens AERIUS berekening (kenmerk: Rnie878EJhE6)

s., Categorie Omschrijving volgens RAV i

I Aantal _____ Emissie per Totaal (kg

■aas dierplaats

NH3)

___

12,35

1.543,75

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, overige 80 huisvestingssystemen

4,4

352,00

A3.100

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, overige 20 huisvestingssystemen

4,4

88,00

BI.100

schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg, overige huisvestingssystemen

8

0.7

5,60

K3.100

Volwassen pony's (3 jaar en ouder), overige huisvestingssystemen

5

3,1

15,50

1

Al.100

melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, overige huisvestingssystemen, beweiden

2

A3.100

3 V

Totale emissie (kg NH3/jr)

125

2.004,85

Voor de depositiebijdrage van dit voornemen, wordt er verwezen naar de AERIUS calculator berekening in de aanvraag. Uit deze berekening is gebleken dat de depositiebijdrage hoger is dan de grenswaarde voor de betreffende Natura 2000-gebieden en daarmee is gebleken dat het voornemen vergunningplichtig is. A4.4. Ontwikkelingsruimte De vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 19d, lid 1, Nb-wet, is tevens aan te merken als een verzoek om toedeling voor de daarvoor benodigde ontwikkelingsruimte als bedoeld in artikel 19km, lid 1, sub b, Nb-wet.

Ik heb van het voornemen om de benodigde ontwikkelingsruimte toe te kennen in AERIUS Register een aantekening gemaakt. Uit de uitdraai van AERIUS Register is gebleken dat er genoeg ontwikkelingsruimte beschikbaar is.

Het bedrijf blijft met dit voornemen onder de grens, bepaald in de beleidsregel Uitgangspun­ ten toedeling ontwikkelingsruimte Programmatische Aanpak Stikstof Fryslan 2015 segment 2 in artikel 3, lid 1, voor de totale toename van (cumulatief) maximaal 3 mol/ha/jaar voor deze locatie voor de komende PAS uitvoeringsperiode.

Ons kenmerk:

01338119

provinsje fryslan provincie fryslan

B.

Effecten van het voornemen

B1.

Is er sprake van significant effect? Indien een aangevraagd project, afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plan­ nen, significant negatieve effecten kan hebben voor een Natura 2000-gebied, dient op grond van het bepaalde in artikel 19f van de Nb-wet 1998 een passende beoordeling te worden gemaakt van de gevolgen voor het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen.

Is een passende beoordeling vereist, dan kan de aangevraagde vergunning als bedoeld in artikel 19d, lid 1, van de Nb-wet 1998, in principe slechts worden verleend, indien op grond van de passende beoordeling de zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Daarbij geldt dat bij de passende beoor­ deling het positieve effect van mitigerende maatregelen mag worden betrokken. Voorzover een vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 19d, lid 1, van de Nb-wet 1998 voorziet in een project of andere handeling welke stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied waarin tenminste één stikstofgevoelig kwalificerend habitattype voor­ komt waarvoor de geldende kritische depositiewaarde wordt overschreden (geldt voor alle Natura 2000-gebieden in Fryslan behoudens voor de Natura 2000-gebieden IJsselmeer, Oudegaasterbrekken Fluessen & omgeving, De Deelen, Witte & Zwarte Brekken, Groote Wielen, Delleburen en het Sneekermeergebied), is van belang dat op 1 juli 2015 de Pro­ grammatische Aanpak Stikstof (verder: de PAS) in werking is getreden.

De PAS bestaat uit een wijziging van de Nb-wet 1998, alsmede uit het Besluit grenswaarden programmati­ sche aanpak stikstof (verder: het Besluit grenswaarden PAS), de Regeling programmati­ sche aanpak stikstof (verder: de Regeling PAS) en het desbetreffende programma voor de periode 2015 - 2021 (verder: het Programma PAS 2015 - 2021). Aan het Programma PAS 2015 - 2021 ligt een (generieke) passende beoordeling als bedoeld in artikel 19f van de Nb-wet 1998 ten grondslag. Onderdeel van deze passende beoordeling vormen de gebiedsanalyses die voor alle in de PAS betrokken Natura 2000-gebieden zijn opgesteld. De conclusie van de passende beoordeling (inclusief de gebiedsanalyses) is dat op grond daarvan de zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van de in het Programma PAS 2015 - 2021 betrokken Natura 2000-gebieden als gevolg van de uitvoering van dit programma niet zullen worden aangetast. Door GS is zowel met het Programma PAS 2015 - 2021 als met de daaraan ten grond­ slag liggende passende beoordeling ingestemd. Bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag is de passende beoordeling als neerge­ legd in de PAS betrokken en kan mede op grond van deze passende beoordeling in dit geval de conclusie worden getrokken dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden met zekerheid niet zullen worden aangetast.

Bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag is de passende beoordeling als neerge­ legd in de PAS betrokken en kan mede op grond van deze passende beoordeling in dit geval de conclusie worden getrokken dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden met zekerheid niet zullen worden aangetast.

Ons kenmerk:

01338119

provinsje fryslan provincie fryslan

c.

Conclusie

Op grond van bovenstaande beoordeling heb ik me verzekerd dat de natuurlijk kenmerken van de gebieden Duinen Schiermonnikoog, Waddenzee en Duinen Ameland door de door Maatschap Borsch-Brouwer aan de Pietje Miedeweg 12, 9161 CK te Hollum aangevraagde activiteit, mits deze vergunning en de daaraan verbonden voorschriften onverkort worden nageleefd. Artikel 19e van de Nb-wet 1998 Naast de aandacht voor het bepaalde in artikel 19d, zie hiervoor, is er ook aanleiding om het bepaalde in artikel 19e, onder c, van de Nb-wet 1998, bij de motivering van deze vergunning te betrekken, daar waar het gaat om de bepaling dat gedeputeerde staten bij het verlenen van een dergelijke vergunning rekening houden met "vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede regionale en lokale bijzonderheden".

c

De in artikel 19e van de Nb-wet 1998 genoemde aspecten verzetten zich niet tegen de ver­ lening van de vergunning.

^ö/a-

Ons kenmerk:

01338119

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ameland&id=db1a001d-67a3-4d77-aec4-3505179c7936