A21 Voorjaarsnota 2025
Tekst van het document
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2024–2025
36 725
Voorjaarsnota 2025
Nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Ontvangen 18 april 2025
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
1
INHOUDSOPGAVE Voorwoord
4
Visuele samenvatting
6
1
Inleiding en samenvatting besluitvorming
8
2
Economisch beeld
14
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitgaven Besluitvorming en ontwikkeling uitgavenkader Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk Internationale veiligheid Energie- en klimaatbesluitvorming Herstel- en Veerkrachtplan Medeoverheden
17 17 26 28 31 31 32
4 Inkomsten 4.1 Inkomstenkader 4.2 Inkomstenraming
35 35 46
5 Overheidssaldo en schuld 5.1 Ontwikkeling overheidssaldo en schuld 5.2 Toelichting saldoraming Financiën
50 50 51
6 6.1 6.2 6.3
Naar een meer realistische begroting Expertgroep realistisch ramen Kasschuiven en onderuitputting Aanvullende onderuitputting
53 53 53 55
7
Informatievoorziening
57
Bijlage 1 - Budgettaire kerngegevens
58
Bijlage 2 - Verticale toelichting 59 Algemene Zaken en De Koning 60 Buitenlandse Zaken (inclusief BHO) 64 Justitie en Veiligheid 76 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inclusief Staten-Generaal, Hoge Colleges van Staat, Koninkrijksrelaties en BES-fonds 83 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 100 Financiën 110 Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds) 121 Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds en Deltafonds) 131 Economische Zaken (inclusief Nationaal Groeifonds) 144 Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 150 Sociale Zekerheid 159 Zorg 182 Asiel en Migratie 200 Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 203 Klimaat en Groene Groei (inclusief Klimaatfonds) 212 Gemeentefonds en Provinciefonds (inclusief accres) 220 Prijsbijstelling 229 Arbeidsvoorwaarden 231 Aanvullende Post 233
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
2
Bijlage 3 - Groningen
241
Bijlage 4 - Toeslagen Herstel
245
Bijlage 5 - Defensie koppeling 2% bbp
247
Bijlage 6 - Accres Gemeentefonds en Provinciefonds
251
Bijlage 7 - Belasting - en premieontvangsten
255
Bijlage 8 - Fiscale sleuteltabel
258
Bijlage 9 - Opmerkelijke belastingconstructies
261
Bijlage 10 - Vermogensverdeling in beeld
282
Bijlage 11 - Investeringen netbeheerders
286
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
3
VOORWOORD De eerste Voorjaarsnota van dit kabinet verschijnt in een tijd waarin het internationaal onrustig is. De voortdurende oorlog in Oekraïne, verschui vende geopolitieke verhoudingen en de invoering van handelstarieven raken de Nederlandse veiligheidsbelangen en economie. Deze ontwikke lingen leiden tot onvoorspelbaarheid en risico’s voor de Nederlandse economie en overheidsfinanciën. Tegelijkertijd zien we al langer dat de Nederlandse economie met hardnekkig hoge inflatie te maken heeft. Hoewel de koopkracht in de meest recente ramingen op peil blijft, ligt de inflatie al langere tijd hoger dan het gemiddelde in de eurozone. In die context van internationale onzekerheid en hoge inflatie, kiest het kabinet ervoor om vast te houden aan het trendmatig begrotings beleid als anker voor de overheidsfinanciën. Sturen op kaders is hiervan een fundamenteel onderdeel. Het beheersen van de overheidsfinanciën zorgt ervoor dat rekeningen niet doorgeschoven worden en voorkomt dat daardoor belastingen in de toekomst stijgen. Door deze traditie van trendmatig begroten was Nederland in staat om bij eerdere schokken, zoals corona en de energiecrisis, de gevolgen voor burgers en bedrijven te helpen opvangen. De hoge inflatie is een extra reden hier aan vast te houden.
Voor inflatie zijn het monetair beleid van de centrale bank, het begrotingsbeleid van de overheid en de economische structuur in een land belangrijk. De Europese Centrale Bank richt zich echter op de eurozone als geheel, terwijl de Nederlandse inflatie hoger is dan in de rest van de eurozone. Dat maakt het monetaire beleid op dit moment mogelijk minder passend voor Nederland. In deze tijd van hoge inflatie, kiest het kabinet ervoor om de btw-verhoging op cultuur, media en sport geheel te schrappen en de belasting op de energierekening te verlagen. De Expertgroep realistisch ramen wijst er terecht op dat de laatste jaren veel geplande uitgaven niet werden gerealiseerd door bijvoorbeeld arbeidsmarktkrapte. Het kabinet heeft door onder andere kasschuiven, het inboeken van aanvullende onderuitputting en het afschaffen van uitzonde ringen op de eindejaarsmarge eerder ingezet op het realistischer maken van begrotingen. In deze Voorjaarsnota zijn opnieuw stappen gezet om uitgaven op de departementale begrotingen in een realistischer ritme te plaatsen. In deze Voorjaarsnota dekt het kabinet tegenvallers en zitten investeringen en ombuigingen. Zo zijn tegenvallers op onder meer asiel, de EU-afdrachten en de arbeidsongeschiktheid (WIA) verwerkt. Het kabinet investeert in defensie (1,2 miljard euro structureel) en weerbaarheid en schrapt de bezuiniging in 2026 op kinderopvang voor werkenden.
Daarnaast wordt de huurtoeslag verhoogd en krijgen gemeenten de komende jaren extra geld. De Nedersaksenlijn en een aantal andere prioritaire infrastructuurprojecten in Noord-Nederland worden gerealiseerd, gedekt uit de reservering voor de Lelylijn. Om tekorten niet verder op te laten lopen, moeten ook keuzes worden gemaakt. Het kabinet kiest voor ingrepen in de sociale zekerheid via de WW en het kindgebonden budget, in de kosten voor geneesmiddelen en het beheersbaar maken van jeugdzorg. Daar bovenop wordt rijksbreed een rem gezet op de groei van de overheidsuitgaven door het deels inhouden van de prijsbijstelling. Per departementale begroting zijn deze mutaties nader gespecificeerd in de verticale toelichting (bijlage 2).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
4
Door de genomen maatregelen ligt er hiermee een pakket waarbij het begrotingstekort en de staatsschuld dalen ten opzichte van de Miljoe nennota en waarbij het inkomsten- en uitgavenkader sluiten. Dit is een belangrijke stap in het herstellen van de begrotingsdiscipline na een aantal uitzonderlijke jaren met corona en de energiecrisis. De minister van Financiën, Eelco Heinen
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
5
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
6
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
7
1 INLEIDING EN SAMENVATTING BESLUITVORMING Deze eerste Voorjaarsnota van het kabinet Schoof presenteert een update van de begroting van 2025 en de daaropvolgende jaren. Met de Voorjaarsnota informeert het kabinet het parlement over de voorjaarsbe sluitvorming over de uitgaven en inkomsten van het Rijk. Het kabinet voert trendmatig begrotingsbeleid, wat houvast biedt voor Nederlandse burgers en bedrijven. Stabiel beleid betekent dat Nederlanders weten waar ze van op aan kunnen en de zekerheid voelen om beslissingen te kunnen nemen voor de komende jaren. Om dit te waarborgen, stuurt het kabinet op de uitgaven- en inkomstenkaders die bij de start van de regeerperiode zijn afgesproken. Wereldwijde ontwikkelingen brengen risico's voor de Nederlandse economie met zich mee. De invoertarieven die de VS hebben aangekondigd en ingevoerd, hebben een negatieve impact op de wereldhandel en de economie. Ook de bedreiging van de veiligheid vanwege de Russische agressieoorlog in Oekraïne raakt onze welvaart. De onzekerheid in de wereld kent een prijs, en een open economie zoals die van Nederland kan hierdoor hard worden geraakt. Het kabinet baseert zich op de meest recente ramingen van het CPB. Deze ramingen zijn in februari opgesteld en gaan nog uit van een economische groei van 1,9% in 2025 en 1,5% in 2026. Volgens deze ramingen stijgt ook de koopkracht en daalt de armoede tot en met 2028.
Dit is ook in lijn met de doelen van het kabinetsbeleid. Tegelijkertijd zijn de onzekerheden groot en vormen de recente ontwikke lingen geen onderdeel van deze ramingen. De onzekerheid onderstreept het belang van het trendmatig begrotingsbeleid zodat bij economische neergang niet meteen hoeft te worden bezuinigd. Realistisch begroten blijft een prioriteit voor het kabinet. De afgelopen jaren is gebleken dat het EMU-saldo positiever uitviel dan in eerste instantie begroot. Dat kwam onder meer omdat een deel van de begrote middelen niet tot besteding kwam in het geplande jaar. Historisch hoge kasschuiven en onderuitputting waren het gevolg. De Expertgroep realistisch ramen heeft verschillende aanbevelingen gedaan om de ramingen te verbeteren. Het kabinet heeft alle aanbevelingen overgenomen en werkt aan verbetering van de ramingen.1 Voor 2025 en 2026 zijn in deze Voorjaarsnota voor respectievelijk 2,1 en 7 miljard euro aan kasschuiven verwerkt. Deze uitgaven komen in latere jaren tot besteding en belasten dan het saldo. De stand van de overheidsfinanciën anno 2025 is goed, maar het saldo en de schuld zullen in de toekomst verslechteren door met name de vergrijzende samenleving. Samenvatting besluitvorming Het kabinet houdt vast aan trendmatig begroten, wat bijdraagt aan stabiel en voorspelbaar beleid.
Als onderdeel hiervan zijn mee- en tegenvallers aan de inkomsten- en uitgavenkant dit voorjaar integraal gewogen en voorzien van budgettaire dekking, onder meer door inzet van de prijsbijstelling. Dit betekent dat de ministeries niet volledig worden gecompenseerd voor prijsontwikkelingen. Het kabinet handhaaft het uitgavenkader, en draagt daarmee bij aan een solide en gezonde rijksbegroting. Dit is van groot belang voor Nederlandse burgers en ondernemers. Tevens voorkomen we
1
Kabinetsreactie rapport Expertgroep realistisch ramen | Publicatie | Rijksoverheid.nl
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
8
hiermee dat rekeningen worden doorgeschoven naar volgende generaties. Door de maatregelen blijven het overheidstekort en de schuld in de komende jaren, ook in 2026, binnen de Europese referentiewaarden.2 Met het oog op de internationale ontwikkelingen en de inflatie heeft het kabinet een aantal aanvullende maatregelen genomen. De besluitvorming van deze Voorjaarsnota wordt gepresenteerd in hoofdstuk 3 (uitgaven) en hoofdstuk 4 (inkomsten). In onderstaande tabellen worden de belangrijkste maatregelen voor de uitgaven en de inkomsten samengevat. Tabel 1 Samenvatting besluitvorming uitgaven (in miljarden euro, + is hogere uitgaven)
2025
2026
2027
2028
2029
Uitgavenkader bij Miljoenennota 2025
427,0
455,0
476,9
494,2
512,7
0,0
Kasschuiven
‒ 2,0
‒ 7,1
2,8
1,7
1,1
‒ 1,3
Nominale ontwikkeling, WW en bijstand en overige kadercorrecties
2030
1,0
2,3
2,9
2,3
1,4
1,0
425,8
449,9
482,1
498,0
515,0
537,7
Defensie
0,0
0,2
0,3
0,9
1,1
1,2
JenV: weerbaarheid
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
0,1
Gemeenten/jeugd en volume accres
0,4
1,4
1,4
0,1
0,1
0,3
‒ 0,1
‒ 0,4
‒ 0,5
‒ 0,5
‒ 0,5
‒ 0,5
Investeren sociale huur
0,0
0,3
0,4
0,4
0,0
0,0
Verhogen huurtoeslag (boodschappenbonus)
0,1
0,9
0,0
0,0
0,0
0,0
Infrastructuur Nedersaksenlijn (cum. 1.912 mln.)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Infrastructuur vrijval Lelylijn
0,0
0,0
0,0
0,0
‒ 0,2
‒ 0,2
Infrastructuur overig
0,0
‒ 1,0
1,0
0,0
0,0
0,1
Stikstof
0,2
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
Backpay weduwen KNIL-militairen en ambtenaren
0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Hervorming WW (inclusief besparingsverlies)
0,0
0,0
0,2
0,1
‒ 0,2
‒ 0,2
Schrappen bezuiniging kinderopvang
0,0
0,1
0,2
0,2
0,3
0,3
Compensatie middengroep en flankerende beleid kinderopvang
0,0
0,3
0,8
1,0
0,5
0,2
Realistische ingangsdatum KOT
0,0
‒ 0,6
‒ 2,2
‒ 1,9
‒ 0,3
‒ 0,2
Uitfaseren onderwijskansenregeling
0,0
0,0
‒ 0,1
‒ 0,2
‒ 0,2
‒ 0,2
OCTAS (struc. 197 mln.)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
BNI-koppeling ODA
0,0
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
VWS: invulling bij- en nascholing MSZ-personeel
0,0
0,0
0,2
0,2
0,2
0,2
VWS: pakketmaatregelen geneesmiddelen
0,0
0,0
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
Uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2025
Schrappen huurverhoging 2025 en 2026
VWS: uitvoeringsinformatie
‒ 0,3
‒ 0,8
‒ 0,6
‒ 0,6
‒ 0,6
‒ 0,6
VWS: overig
0,0
0,4
0,2
0,1
0,2
0,1
SZW: uitvoeringsinformatie inclusief WIA maatregelen
0,3
0,5
1,2
1,0
1,0
1,0
SZW: afromen Envelop groepen in de knel
0,0
0,0
0,0
0,0
‒ 0,2
‒ 0,2
SZW: overige maatregelen (inclusief WKB)
‒ 0,2
‒ 0,1
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,4
EU-afdrachten
0,1
1,0
0,3
0,6
0,6
0,6
Asiel
0,9
0,6
0,5
0,7
0,4
0,4
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
Mee- en tegenvallers VRO (voornamelijk huurtoeslag) Groningen schade en versterken
0,0
‒ 0,1
0,4
0,0
0,3
‒ 0,2
Generieke maatregelen
‒ 0,7
‒ 1,1
‒ 1,4
‒ 1,6
‒ 1,7
‒ 1,7
Overig
‒ 0,1
‒ 0,6
0,1
0,2
0,4
0,2
Aanvullende onderuitputting
‒ 0,7
‒ 1,5
‒ 1,5
‒ 0,7
0,0
0,0
Totale uitgavenontwikkeling binnen het kader
425,5
449,6
482,5
497,4
515,7
537,7
Over/onderschrijding uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2025
‒ 0,3
‒ 0,3
0,4
‒ 0,5
0,8
0,0
1,2
‒ 0,5
2,8
1,2
0,1
0,0
Oekraine-uitgaven buiten het kader
2
De Europese begrotingsregels schrijven voor dat het EMU-saldo en de EMU-schuld binnen de referentiewaarden moeten blijven (respectievelijk ‒ 3% en 60% van het bbp).
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
9
Het kabinet presenteert een gedekt pakket van maatregelen. Aan de uitga venkant van het begroting trekt het kabinet extra geld uit voor Defensie (oplopend tot 1,2 miljard euro in 2030). Op het terrein van Justitie en Veiligheid maakt het kabinet extra middelen vrij voor weerbaarheid. Verder wordt de bezuiniging op de kinderopvang geschrapt en komt er geld beschikbaar voor het corrigeren van foutief vastgestelde WIA-uitkeringen. Om opvolging te geven aan de aanbevelingen uit de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) zijn middelen beschikbaar gesteld. Op SZW-terrein staat daar tegenover dat de WW-duur per 1 januari 2027 met 6 maanden wordt verkort, conform het hoofdlij nenakkoord (HLA). Een realistische invoer van het nieuwe financierings stelsel voor de kinderopvang leidt tot incidentele vrijval van middelen. Daarbij wordt de vergoeding voor middengroepen de komende jaren stapsgewijs verhoogd. Verder wordt het kindgebonden budget (WKB) sneller afgebouwd voor de hogere inkomens. Voor gemeenten worden middelen gereserveerd om de stijgende kosten van Jeugdzorg op te vangen, terwijl voor de langere termijn maatregelen worden genomen om de regelingen meer beheersbaar te maken en de kosten te beperken. De sociale huren worden twee jaar bevroren.
Ter compensatie van de terug vallende huurinkomsten door de huurbevriezing wordt geld gereserveerd voor intensiveringen in de sociale huur. In 2026 wordt de huurtoeslag eenmalig verhoogd om huishoudens te ondersteunen voor de gestegen kosten van levensonderhoud. Er wordt een eenmalige reservering van 50 miljoen euro getroffen ten behoeve van de backpay voor weduwen van voormalig KNIL-militairen en ambtenaren in Nederlands-Indië. De onder wijskansenregeling in het voortgezet onderwijs wordt uitgefaseerd. Tot slot komt er 600 miljoen extra beschikbaar voor het stikstofdossier en wordt uit de middelen voor de Lelylijn in totaal 2,5 miljard euro (over langere periode) vrijgemaakt voor verschillende andere infrastructuurprojecten, waaronder de Nedersaksenlijn. Met deze besluitvorming respecteert het kabinet het uitgavenkader, conform de begrotingsafspraken in het HLA. Het totaal aan besluitvorming op de uitgaven is te zien in tabel 1. Alle nieuwe uitgaven en tegen vallers op generale dossiers, zoals asiel en EU-afdrachten, zijn gedekt met maatregelen en meevallers. Zoals afgesproken in het HLA is de dekking deels gevonden door de loon- en prijsbijstelling bij departementen deels in te houden. Ook hebben verschillende departementen dekkingsmaatre gelen genomen voor hun eigen begroting.
Verder heeft het kabinet nieuwe stappen gezet om het kasritme van uitgaven op de begroting realistischer te maken. Hiermee geeft het kabinet opvolging aan de adviezen van de Expertgroep realistisch ramen. Voor deze kasschuiven heeft het kabinet het uitgavenkader gecorrigeerd. Tot slot is, zoals eerder bekendgemaakt, extra geld vrijgemaakt voor het onverminderd steunen van Oekraïne. Zoals afgesproken in het HLA vallen deze middelen buiten het uitgavenkader.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
10
Tabel 2 Samenvatting besluitvorming inkomsten Standen in € mln. (+ = saldoverbeterend)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
struc
Schrappen btw verhoging op cultuur, media en sport
‒ 1326
‒ 1326
‒ 1326
‒ 1326
‒ 1326
‒ 1326
Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor
1336
1336
1336
1336
1336
1336
‒ 259
‒ 259
‒ 259
‒ 259
‒ 259
‒ 259
36
36
36
36
36
Btw cultuur, media en sport
Stelpost fiscale regelingen en constructies Stelpost fiscale regelingen en constructies Aanpakken constructie «vleugje zuivel» in alcoholvrije dranken Aanpakken schenk- en erfbelasting constructie estate planningstools in huwelijksvermogensrecht
3
4
4
4
4
4
Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor
126
126
126
126
126
126
‒ 189
‒ 2381
1267
1267 225
225
225
Box 3 Uitstel WWR inclusief niet voorinvullen eigen gebruik
190
Dekking d.m.v. verhoging forfait inclusief verlagen heffingsvrije vermogen in 2026 en 2027 Overige besluitvorming Verhoging arbeidsongeschiktheidspremies
225
225
225
Verlagen energiebelasting huishoudens
‒ 200
‒ 200
‒ 200
Overige besluitvorming voorjaar
‒ 13
‒ 13
‒1
‒2
‒2
4
1
Herijkingen
36
41
18
10
4
29
20
Overige ontwikkelingen
‒9
6
26
26
36
47
132
Technische maatregelen Belastingplan 2026
‒9
‒ 11
‒ 19
‒ 22
‒ 24
‒ 24
‒ 24
Totaal stand inkomstenkader
195
1006
‒ 1149
‒ 46
155
198
271
Met dit pakket aan maatregelen sluit het inkomstenkader over de gehele kabinetsperiode. Dit is in lijn met het trendmatig begrotingsbeleid. De som van alle beleidsmatige mutaties over 2025-2028 komt uit op 6 miljoen euro. Het sluiten van het inkomstenkader zorgt voor stabiliteit van de lastendruk voor huishoudens en bedrijven en helpt bij het beheersen van de overheids financiën. Het kabinet draait de voorgestelde verhoging van het btw-tarief op cultuur, media en sport terug. De Kamer had met de motie Van Dijk c.s. gevraagd om een alternatieve invulling. Dit levert een structurele derving op van 1,3 miljard euro vanaf 2026 (tabel 2). Als dekking wordt ongeveer de helft van de reguliere inflatiecompensatie binnen de inkomstenbelasting (via de tabelcorrectiefactor), per 1 januari 2026 niet toegekend. Dit betekent dat de belastingschijven en heffingskortingen binnen de inkomstenbelasting beperkt worden gecompenseerd voor hogere inflatie. Daarnaast verlaagt het kabinet de energiebelasting voor huishoudens met 200 miljoen euro vanaf 2026, waarmee het tegemoetkomt aan zorgen over de energiekosten voor burgers. Verder wordt een fiscale regeling geïntroduceerd om medewerkersparticipaties voor startups en scale-ups te stimuleren en wordt het toeslagpartnerschap vereenvoudigd. Er is rekening gehouden met het effect van de besluitvorming op de inflatie.
Het schrappen van de btw-verhoging op cultuur, media en sport leidt tot een afname van de inflatie in 2026. Het effect van de budgettaire dekking via de beperking van de tabelcorrectiefactor leidt naar verwachting tot een kleiner effect op de inflatie, omdat een btw-verhoging direct doorwerkt in prijzen, maar een verhoging van directe belastingen slechts indirect.3 Het aanpakken van de belastingconstructie ‘vleugje zuivel’ binnen de verbruiks belasting op non-alcoholische dranken heeft een verwaarloosbaar effect
3
Zie ook DNB (2025). Het effect van begrotingsbeleid op inflatie.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
11
op de inflatie. Door een klein beetje zuivel toe te voegen aan frisdrank of vruchtensappen is het nu nog mogelijk de dranken onder de uitzondering voor zuivel- en sojadranken te brengen en zo de heffing te omzeilen. In deze Voorjaarsnota wordt deze constructie aangepakt. Ook de rest van de inkomstenmaatregelen waartoe is besloten, heeft geen noemenswaardige effecten op de inflatie. De maatregelen uit deze Voorjaarsnota op de huren zorgen tot slot voor beperking van de inflatie via de prijsontwikkeling van de huisvesting. Conform de motie Grinwis is hierover gerapporteerd.4 Tabel 3 Verticale toelichting EMU-saldo en totale schuld 2025 EMU-saldo Miljoenennota 2025 Belasting- en premieinkomsten
2026
2027
2028
2029
2030
‒ 2,8% ‒ 3,7% ‒ 2,4% ‒ 2,4% ‒ 2,5% 0,3%
0,5%
0,5%
0,6%
0,8%
Kadercorrecties inclusief nominale ontwikkeling ‒ 0,1% ‒ 0,2% ‒ 0,2% ‒ 0,2% ‒ 0,1% Voorjaarsbesluitvorming exclusief kasschuiven
0,0%
0,1%
Kasschuiven
0,2%
0,6% ‒ 0,2% ‒ 0,1% ‒ 0,1%
0,0%
0,0%
0,0%
Overig
‒ 0,2% ‒ 0,2% ‒ 0,2% ‒ 0,1%
EMU-saldo Voorjaarsnota 2025
‒ 2,6% ‒ 3,0% ‒ 2,6% ‒ 2,1% ‒ 1,9% ‒ 2,2%
Schuld Voorjaarsnota 2025
45,2%
47,8% 48,7%
0,0%
49,2% 49,5%
50,0%
De hogere economische groei leidt door middel van hogere belastingin komsten tot verbetering van het EMU-saldo. Als gevolg van de hogere loon- en prijsontwikkeling uit het Centraal Economisch Plan (CEP) stijgen de uitgaven en dit verslechtert het verwachte saldo (nominale ontwikkeling). De voorjaarsbesluitvorming heeft vanwege de sluitende kaders nauwelijks een effect op het EMU-saldo. Het kabinet heeft daarnaast inspanningen gedaan om de begrotingen in een realistischer kasritme te plaatsen. Dit leidt in 2025 en 2026 tot verbeteringen van het EMU-saldo, in latere jaren zullen deze middelen alsnog uitgegeven worden en dan het saldo belasten. In de post overig zijn de uitgaveneffecten buiten het uitgavenkader zichtbaar, zoals bijvoorbeeld de extra middelen voor de steun aan Oekraïne. Leeswijzer De Voorjaarsnota is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. Hoofdstuk 2 begint met het huidige economisch beeld. Hoofdstuk 3 gaat in op de besluitvorming aan de uitgavenkant, hoofdstuk 4 presenteert de inkom stenkant met een overzicht van de belasting- en premie-inkomsten. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 de actuele ramingen voor het EMU-saldo en de EMU-schuld. Hoofdstuk 6 gaat in op de stappen die het kabinet zet richting een meer realistische begroting. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de ontwikkelingen in de informatievoorziening aan het parlement. Deze Voorjaarsnota heeft elf bijlagen.
Bijlage 1 geeft een overzicht van de budgettaire kerngegevens. Bijlage 2 bevat de verticale toelichting. Dit is een cijfermatig overzicht voor iedere begroting van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de Miljoenennota 2025. Bijlage 3 bevat een overzicht van de dossiers rond de schade- en versterkingsoperatie in Groningen. Bijlage 4 geeft een overzicht van de uitgaven rondom Toeslagen Herstel. In bijlage 5 wordt de koppeling van de defensie-uitgaven aan 2% van het nominale bbp toegelicht. Vervolgens bevat bijlage 6 de accres tranches voor het Gemeente- en Provinciefonds. Bijlage 7 bevat een nadere toelichting op de belasting- en premieontvangsten. Bijlage 8 toont de fiscale
4
Zie Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotings staat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2025 | Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
12
sleuteltabel. Bijlage 9 gaat in op opmerkelijke belastingconstructies. Bijlage 10 toont een overzicht van de vermogensverdeling in Nederland. Tot slot geeft bijlage 11 inzicht in de investeringen van netbeheerders.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
13
2 ECONOMISCH BEELD De grilligheid van het Amerikaanse beleid rondom invoerheffingen creëert onzekerheid over de economische vooruitzichten. Door de Amerikaanse invoerheffingen worden producten uit het buitenland duurder voor de Verenigde Staten (VS), zowel voor consumenten als voor producenten die onderdelen uit het buitenland gebruiken. Bovenal heeft het grillige verloop van de hoogte van de invoerheffingen geleid tot onzekerheid in de economie. Producenten weten niet met welke kosten ze rekeningen moeten houden en stellen daardoor mogelijk investeringen uit. Consumenten bouwen hogere buffers op en stellen consumptie mogelijk uit. Hierdoor vertraagt de economische groei. Onzekerheid uit zich ook in onrustige koers bewegingen op de financiële markten. De afname van onzekerheid vereist niet alleen het terugdraaien van de invoerheffingen, maar ook herstel van het vertrouwen in stabiel economisch beleid. Daardoor is onzekerheid in de economie een hardnekkig verschijnsel. In aanloop naar de aankondiging van de Amerikaanse invoerheffingen op 2 april 2025 steeg de onzekerheid naar een hoogtepunt. De Economic Policy Uncertainty Index meet de onzekerheid ten aanzien van beleid in de samenleving, onder andere aan de hand van krantenkoppen en verwach tingen van professionals. In maart 2025 bereikte de index het hoogste punt sinds de coronapandemie (figuur 1).
Figuur 3 Economic Policy Uncertainty Index VS
Bron: Economist Intelligence Unit Box: doorrekeningen effecten handelstarieven In diverse doorgerekende scenario’s kan het bbp-verlies voor Nederland in 2026 oplopen tot 1,6% (tabel 4). De verschillen in het geraamde effect zijn onder andere afhankelijk van de heffingen die de VS opleggen en de reactie van de EU en de rest van de wereld. Hierbij geldt dat het effect op het bbp op de korte termijn drie tot vijf keer groter is dan op de lange termijn, omdat handelsstromen en productie zich over tijd aanpassen. Als er vanuit wordt gegaan dat handelsbalansen niet veranderen en dat er geen structureel effect is op de productiviteit, is het structurele effect op het bbp beperkt. Zo komt het CPB op de lange termijn, wanneer handelsstromen en productie zich hebben aangepast, op een effect van 0,0%. De raming van DNB bevindt zich aan de bovenkant van de marge, met een
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
14
bbp-verlies op de korte termijn van 1,6%. Tabel 4 geeft een overzicht van de doorgerekende scenario's. Op 1 mei publiceert het CPB een doorrekening van de gevolgen van invoertarieven. Tabel 4 Effect op bbp (korte en langer termijn) en inflatie, %-afwijking t.o.v. basispad (cumulatief) bbp 2026 bbp struc. PRIJSPEIL 2026 Heffing t.a.v. EU CPB (nov 24)
n.v.t.
~0,0%
n.v.t.
10% op goederen, 100% op voertuigen
DNB (dec 24)
‒ 1,6%
n.v.t.
+0,8%
10% op goederen
Swank (feb 26)
n.v.t.
‒ 1,5%
+0,4%
25% op goederen
Rabobank (mrt 25) ‒ 0,7%
n.v.t.
+0,4%
25% op goederen
‒ 0,2%
n.v.t.
+0,7%
10% op alle niet-grondstof goederen
OESO (mrt 25)**
Onze economie steunt op openheid, sterke instituties en marktwerking. Dit vormt de basis voor groei en zorgt dat we welvaart hebben om te verdelen. Vrijhandel leidt onder de streep tot hogere welvaart, via lagere prijzen voor consumenten, kansen voor exporteurs en toegang tot kritieke grondstoffen. De EU is essentieel voor de Nederlandse welvaart. Het is met afstand onze belangrijkste handelspartner. Volgens het IMF zijn handelsbarrières binnen de EU vergelijkbaar met tarieven van 45% voor handel in goederen en 110% voor handel in diensten.5 Dat onderstreept het belang van het versterken van de interne markt en de verdieping van de kapitaalmarktunie. De ontwikkelingen op het wereldtoneel vergroten de neerwaartse risico’s bij het economisch beeld van het CPB uit februari. In dat beeld groeit de economie de komende jaren verder, na de terugkeer van de economische groei in 2024. Voor 2025 raamt het CPB een economische groei van 1,9% en voor 2026 een groei van 1,5%. Figuur 4 laat de economische groei en een uitsplitsing naar de bestedingscomponenten van het bbp zien. De groei in 2025 en 2026 wordt naar verwachting breed gedragen door deze beste dingscomponenten. In 2025 leveren de investeringen weer een positieve bijdrage aan de economische groei. Na krimp in 2023 en stagnatie in 2024 groeit de uitvoer weer in 2025.
De uitvoer groeit mee met een stijging van de relevante wereldhandel en het wereld-bbp. Ook de overheidsconsumptie stijgt, onder andere door hogere zorg- en defensie-uitgaven.
5
Zie IMF (2024). Regional economic outlook for Europe October 2024.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
15
Figuur 4 Economische groei en groeibijdragen bestedingscomponenten
Bron: CPB De toenemende consumptie van huishoudens levert de belangrijkste bijdrage aan de economische groei. Doordat de loongroei hoger ligt dan de inflatie, stijgt de koopkracht zowel in 2025 als 2026. Dit kan worden verklaard door de inhaalgroei van de lonen op de inflatie van de afgelopen jaren en de krapte op de arbeidsmarkt. De inflatie zet de dalende lijn die in 2023 en 2024 is ingezet komende jaren door. Naar verwachting komt de inflatie in 2025 uit op 3,2% en 2,6% in 2026. De werkloosheid neemt de komende jaren iets toe. Het CPB verwacht 3,8% werkloosheid in 2025 en 4,0% in 2026. Dit blijft in historisch perspectief laag. De werkgelegenheid neemt verder toe, maar de groei neemt iets af. Waar de werkgelegenheid in 2024 nog groeide met 0,6%, komt de groei in 2025 en 2026 uit op 0,3%. De stijging van de werkloosheid komt doordat de stijging van de werkgelegenheid de stijging van het arbeidsaanbod niet bijhoudt, vooral in 2026. Daarmee neemt de krapte op de arbeidsmarkt iets af. Op langere termijn voorziet het CPB een hoger bbp dan eerder. Het CPB heeft het structureel arbeidsaanbod omhoog bijgesteld. Dat komt door hogere nieuwe inschattingen van de ontwikkeling van de participatiegraad. Dit geldt met name voor mensen rond de pensioenleeftijd en jongeren. Hierdoor valt de werkgelegenheid op middellange termijn hoger uit, wat voor een hoger bbp zorgt.
Tegelijkertijd blijft het beeld dat de economische groei in de komende acht jaar vertraagt.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
16
3 UITGAVEN 3.1 Besluitvorming en ontwikkeling uitgavenkader De voorjaarsbesluitvorming heeft geleid tot een evenwichtig pakket aan maatregelen, waarbij de financiële afspraken gerespecteerd worden. In het HLA is afgesproken hoeveel er mag worden uitgegeven; het zogenoemde uitgavenkader. Hogere uitgaven die onder het kader vallen moeten gedekt worden door lagere uitgaven elders op de begroting. Door middel van een kadertoets worden de budgettaire gevolgen van de besluitvorming inzichtelijk gemaakt. Daarbij wordt getoetst of het pakket aan maatregelen binnen het afgesproken uitgavenkader past. Met het pakket aan maatregelen in deze Voorjaarsnota sluit het uitga venkader binnen de begrotingshorizon. De kadertoets van de uitgaven is weergegeven in onderstaande tabel. Onder de tabel worden de maatregelen afzonderlijk toegelicht. Tabel 5 Kadertoets uitgaven (in miljarden euro, min = onderschrijding)
2025
1 Uitgavenkader bij Miljoenennota 2025
2026
427,0 455,0
2027
2028
2029
2030
476,9 494,2 512,7
Aanpassingen van het uitgavenkader naar aanleiding van: 2 Nominale ontwikkeling
0,8
1,9
2,4
1,8
0,9
0,2
3 WW en bijstand
‒ 0,4
‒ 0,5
‒ 0,6
‒ 0,7
‒ 0,6
‒ 0,5
4 Kasschuiven
‒ 2,0
‒ 7,1
2,8
1,7
1,1
‒ 1,3
5 Bijstelling prijs accres (Gemeenten en Provincies)
0,5
0,6
0,7
0,8
1,0
1,1
6 Overige kadercorrecties
0,2
0,3
0,3
0,3
0,2
0,2
7 Uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2025
425,8 449,9 482,1 498,0 515,0 537,7*
Kaderrelevante uitgaven: 0,6
1,2
0,8
1,3
1,3
1,4
8 EU-afdrachten
Generale dossiers
0,1
1,0
0,3
0,6
0,6
0,6
9 Gasbaten
0,6
0,0
0,4
0,3
0,2
0,2
10 Bijstelling volume accres (Gemeenten en Provincies)
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
0,3
11 Rente studiefinanciering
0,0
0,1
‒ 0,1
0,0
0,0
0,0
12 Boetes en Transacties
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
13 Dividenden
‒ 0,1
0,0
‒ 0,1
0,0
0,0
0,0
14 Defensie 2%
0,0
0,2
0,3
0,4
0,4
0,4
Asiel
0,9
0,6
0,5
0,7
0,4
0,4
15 Opvang
0,8
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
16 IND
0,0
0,1
0,5
0,6
0,4
0,4
17 Dwangsommen
0,0
0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
18 Wetsvoorstellen asiel
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
‒ 0,3
‒ 0,4
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
VWS
‒ 0,3
‒ 0,8
‒ 0,6
‒ 0,6
‒ 0,6
‒ 0,6
20 Invulling bij- en nascholing MSZ-personeel
19 Uitvoeringsinformatie VWS
0,0
0,0
0,2
0,2
0,2
0,2
21 Pallas
0,1
0,0
0,1
0,1
0,1
0,1
22 Covid-vaccinatie
0,0
0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
23 Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
0,0
0,2
0,0
0,0
0,0
0,0
24 Backpay weduwen KNIL-militairen en ambtenaren
0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
25 Pakketmaatregelen geneesmiddelen
0,0
0,0
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
26 Overig VWS
0,0
0,1
0,1
0,0
0,0
0,0
0,1
0,2
‒ 0,1
0,2
0,8
0,5
27 Uitvoeringsinformatie SZW (a.o. WIA, ZW en KOT)
0,3
0,3
1,0
0,8
0,8
0,7
28 WIA onvermijdelijke (herstel)maatregelen
0,0
0,2
0,2
0,2
0,2
0,2
29 Realistische ingangsdatum KOT
0,0
‒ 0,6
‒ 2,2
‒ 1,9
‒ 0,3
‒ 0,2
30 Compensatie middengroep en flankerend beleid kinderopvang
0,0
0,3
0,8
1,0
0,5
0,2
SZW
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
17
(in miljarden euro, min = onderschrijding)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
31 Steiler afbouwen recht op WKB (extra knikpunt)
0,0
0,0
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
32 Hervorming Werkloosheidswet
0,0
0,0
0,2
0,1
‒ 0,2
‒ 0,2
33 Schrappen bezuiniging kinderopvang
0,0
0,1
0,2
0,2
0,3
0,3
34 OCTAS (struc. 197 mln.)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
35 Afromen Envelop Groepen in de knel
0,0
0,0
0,0
0,0
‒ 0,2
‒ 0,2
‒ 0,2
0,0
0,0
0,0
0,0
‒ 0,1
0,4
1,3
1,3
0,0
0,0
0,0
37 Gemeenten/Jeugd extra middelen
0,4
1,3
1,3
0,8
0,8
0,8
38 Gemeenten/Jeugd maatregelen
0,0
0,0
0,0
‒ 0,8
‒ 0,8
‒ 0,8
‒ 0,1
0,8
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,5
‒ 0,5
‒ 0,1
‒ 0,4
‒ 0,5
‒ 0,5
‒ 0,5
‒ 0,5
40 Investeren sociale huur
0,0
0,3
0,4
0,4
0,0
0,0
41 Verhogen huurtoeslag (boodschappenbonus)
0,1
0,9
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
‒ 1,0
1,0
0,0
‒ 0,2
‒ 0,2
42 Nedersaksenlijn (cum. 1.912 mln.)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
43 Sluis kornwerderzand (cum. 375 mln.)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
44 N36 (cum. 115 mln.)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
45 Flessenhals Meppel (cum. 100 mln.)
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
46 Anders inzetten reservering Lelylijn
0,0
0,0
0,0
0,0
‒ 0,2
‒ 0,2
47 Fasering infrastructuur
36 Overig SZW Gemeenten/Jeugd
Huren 39 Schrappen huurverhoging 2025 en 2026
Infrastructuur
0,0
‒ 1,0
1,0
0,0
0,0
0,0
Stikstof
0,2
0,0
0,0
0,0
0,2
0,2
48 Stikstof
0,2
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
49 Fasering middelen stikstof AP
0,0
‒ 0,4
0,0
0,0
0,2
0,2
‒ 1,5
‒ 2,1
‒ 1,2
‒ 0,6
0,7
0,2
50 Herstel en Veerkrachtplan
‒ 0,2
0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
51 Mee- en tegenvallers VRO (voornamelijk huurtoeslag)
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
‒ 0,3
52 Groningen schade en versterken
0,0
‒ 0,1
0,4
0,0
0,3
‒ 0,2
53 BNI-koppeling ODA
0,0
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
54 Actualisatie EU-toerekening ODA
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
55 Additionele intensivering Defensie
0,0
0,0
0,1
0,5
0,7
0,7
56 Subsidietaakstelling EZ
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
57 JenV: weerbaarheid
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
0,1
58 Dekking Klimaatfonds
0,0
‒ 0,2
‒ 0,2
‒ 0,2
0,0
0,0
59 Uitfaseren onderwijskansenregeling
0,0
0,0
‒ 0,1
‒ 0,2
‒ 0,2
‒ 0,2
60 Eindejaarsmarge
2,6
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
61 Invulling taakstelling eindejaarsmarge
1,4
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
62 In=uittaakstelling
‒ 4,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
63 Aanvullende onderuitputting
‒ 0,7
‒ 1,5
‒ 1,5
‒ 0,7
0,0
0,0
64 Overig
‒ 0,2
‒ 0,1
0,3
0,2
0,1
0,0
Generieke maatregelen
‒ 0,7
‒ 1,1
‒ 1,4
‒ 1,6
‒ 1,7
‒ 1,7
65 Inhouden prijsbijstelling
‒ 0,6
‒ 0,4
‒ 0,6
‒ 0,7
‒ 0,7
‒ 0,7
0,0
0,0
0,0
0,0
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,1
‒ 0,2
‒ 0,2
‒ 0,2
‒ 0,2
‒ 0,2
0,0
‒ 0,4
‒ 0,7
‒ 0,7
‒ 0,7
‒ 0,7 537,7
Overig Rijk
66 Inhouden incidentele loonontwikkeling 67 Inhouden externe inhuur tranche 2025 en 2026 68 Omzetten loon- en prijsbijstelling 69 Reguliere uitgaven bij Voorjaarsnota 2025
425,5 449,6 482,5
497,4 515,7
70 Over/onderschrijding uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2025
‒ 0,3
‒ 0,5
‒ 0,3
0,4
0,8
0,0
*Inclusief extrapolatie Aanpassingen van het uitgavenkader 2. Nominale ontwikkeling Op basis van actuele macro-economische inzichten uit het CEP van het CPB zijn de ramingen voor ontwikkeling van de lonen en prijzen opwaarts bijgesteld.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
18
3. WW en bijstand De verwachte uitgaven aan de Werkloosheidswet (WW) en bijstand zijn bijgesteld op basis van de meest recente CPB-raming en realisatiecijfers. Mutaties van uitgaven aan de WW en bijstand, die niet het gevolg zijn van beleid, worden conform begrotingsregels met een kadercorrectie verwerkt. 4. Kasschuiven In deze Voorjaarsnota zijn opnieuw stappen gezet om de begroting realisti scher te maken. Met kasschuiven is per saldo 2,0 miljard euro in 2025 en 7,1 miljard euro in 2026 naar latere jaren geschoven. Hiervoor wordt het kader gecorrigeerd en geeft het kabinet invulling aan de aanbevelingen van de Expertgroep realistisch ramen. In paragraaf 6 wordt uitgebreider ingegaan op realistisch ramen. 5. Bijstelling prijs accres (Gemeenten en Provincies) Op basis van de CEP-raming van het CPB is het accres naar boven bijgesteld. De jaarlijkse bijstelling van het Gemeente-en Provinciefonds heet het accres. Het accres is sinds 2024 gekoppeld aan de ontwikkeling van het bbp. Deze post betreft het prijsdeel. 6. Overige kadercorrecties Deze post bestaat uit een aantal kleinere kadercorrecties, bijvoorbeeld door het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen en amende menten bij de begrotingsbehandelingen van OCW. Generale dossiers 8.
EU-afdrachten De EU-afdrachten zijn naar boven bijgesteld als gevolg van diverse effecten, waaronder de bronnenrevisie door het CBS en een positievere raming van de economische groei. Daarnaast zijn ook de afdrachten van de invoer rechten en de perceptiekostenvergoeding opwaarts bijgesteld. 9. Gasbaten Ten opzichte van de vorige raming is het dividend EBN neerwaarts bijgesteld. Dit is onder andere het gevolg van prijsontwikkelingen op de gasmarkt, die doorwerken op de ontvangsten Mijnbouwwet. Daarnaast is er sprake van een lichte afname van de verwachte gaswinning en een verslech tering van de toekomstige financiële resultaten uit olie- en gasactiviteiten door hogere kosten. 10. Bijstelling volume accres (Gemeenten en Provincies) Op basis van de CEP-raming van het CPB is het accres naar boven bijgesteld. De jaarlijkse bijstelling van het gemeente-en provinciefonds heet het accres. Het accres is sinds 2024 gekoppeld aan de ontwikkeling van het bbp. Dit betreft het volumedeel. 11. Rente studiefinanciering De ontvangen rente op studiefinanciering is neerwaarts bijgesteld vanwege minder uitstaande studieschulden. 12. Boetes en Transacties De raming voor ontvangsten uit boetes en transacties wordt op basis van realisaties opwaarts bijgesteld. 13. Dividenden De dividendraming van de nietfinanciële staatsdeelnemingen wordt opwaarts bijgesteld.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
19
14. Defensie 2% In het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensieuitgaven en 2% van het bbp. Dit geldt voor zowel prijs als volume. In het CEP 2025 is het volume van het bbp meer gegroeid dan eerder geraamd. Om de defensie-uitgaven op 2% van het bbp te houden, zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Asiel 15. Opvang De kosten voor de opvang van asielzoekers voor 2025 en 2026 worden bijgesteld op basis van het mediaanscenario van de meest recente Meerjaren Productie Prognose (MPP). Het betreft vooral middelen voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), inclusief de meerkosten voor crisisnoodopvang. Ook betreft het de effecten van de MPP voor de rechtspraak, de rechtsbijstand, Stichting NIDOS (voor de opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen), Identificatie en Registratie en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV). 16. IND Het budget voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt opgehoogd om personeel te behouden die de asielaanvragen volgend uit de MPP en de bestaande voorraad verwerken. Het gaat structureel om 374 miljoen euro. 17. Dwangsommen De IND moet in 2025 en 2026 dwangsommen betalen aan asielzoekers waarvan de asielaanvraag niet binnen de wettelijke beslistermijn wordt afgehandeld. Op basis van de realisatie van 2024 wordt het budget bijgesteld in 2025 en in 2026. 18.
Wetsvoorstellen asiel Er volgen vanuit de asielwetgeving, waaronder het tweestatusstelsel, budgettaire consequenties voor onder andere de IND en rechtspraak. Deze worden deels gedekt uit de reservering van 50 miljoen euro op de Aanvullende Post. Er zijn aanvullend middelen nodig voor de implemen tatie. VWS 19. Uitvoeringsinformatie VWS Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut en de Nza zijn de Wlz en de Zvw-uitgaven geactualiseerd. 20. Invulling bij- en nascholing MSZ-personeel Een deel van de structurele onderuitputting van de wijkverpleging wordt ingezet als alternatieve invulling van de taakstelling voor bij- en nascholing MSZ-personeel. 21. Pallas De kosten van de Pallas-reactor vallen hoger uit. De stijging komt met name door hogere kosten die volgen uit het detailontwerp, langere doorlooptijd, hogere indirecte kosten en prijsstijgingen van materialen en arbeid. 22. Covid-vaccinatie Dit betreft de kosten voor het eenmalig verlengen van de Covid–vaccinatie campagne in 2026.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
20
23. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Als gevolg van vertraging van het wetsvoorstel vervanging abonnements tarief Wmo is er een incidenteel besparingsverlies in 2026. 24. Backpay weduwen KNIL-militairen en ambtenaren Er wordt een eenmalige reservering van 50 miljoen euro getroffen ten behoeve van de backpay voor weduwen van voormalig KNIL-militairen en ambtenaren in Nederlands-Indië. 25. Pakketmaatregel geneesmiddelen Het kabinet beperkt de aanspraak op zelfzorggeneesmiddelen in de Zorgver zekeringswet. Dit zijn betaalbare geneesmiddelen die beschikbaar zijn in de vrije verkoop. Het bedrag is een taakstellende opbrengst, die wordt ingevuld met de verder uit te werken aanpassing van de aanspraak. 26. Overig VWS Dit betreft het resterende per saldo beeld op de VWS-begroting. Het overige uitvoeringsbeeld laat een structurele meevaller zien van 44,1 miljoen euro en een tegenvaller van 67,1 miljoen euro. Er zijn ook meerdere gedekte intensiveringen toegevoegd op de VWS-begroting (98,4 miljoen euro structureel). Het gaat onder andere om middelen voor de inzet van vrijwilligers in de palliatieve zorg (17 miljoen euro structureel), het alternatief invullen van de apparaatstaakstelling uit amendement Bontenbal (15 miljoen euro structureel) en aanpassing van de regeling Dienstverlening aan Huis (10,8 miljoen euro).
Deze worden met name gedekt door de inzet van loonbijstelling (86 miljoen euro structureel). SZW 27. Uitvoeringsinformatie SZW (o.a. WIA, ZW en KOT) Naar aanleiding van de meest recente raming van het CPB en de meest recente uitvoeringsinformatie van de verschillende uitvoeringsorganisaties, zijn de regelingen op de SZW-begroting bijgesteld. Hieruit volgt een per saldo tegenvaller. Deze tegenvaller wordt voornamelijk veroorzaakt door een forse tegenvaller op de Wet werk en inkomen naar arbeidsver mogen (WIA) en tegenvallers op de kinderopvangtoeslag (KOT) en de Ziektewet (ZW). 28. WIA onvermijdelijke (herstel)maatregelen Voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) worden verschillende onvermijdelijke maatregelen genomen. Een deel van deze maatregelen zijn herstelacties. De eerste herstelactie betreft het herstellen van fouten in de vaststelling van de hoogte van het WIA-dagloon in de periode 2020-2024. Een tweede herstelactie betreft het opvolging geven aan een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, uitspraak loonloze tijdvakken). Een derde herstelactie betreft fouten die gemaakt zijn bij de indexatie van WIA-uitkeringen in de periode 2006-2022. Daarnaast worden maatregelen genomen om de druk op UWV bij het sociaal-medisch beoordelen te verlichten.
Dit betreft een vereenvoudigde beoordeling voor 60-plussers, extra uitvoeringskosten voor het UWV, en het wettelijk verankeren van het kwijtschelden van voorschotten. 29. Realistische ingangsdatum KOT In het HLA is afgesproken om per 2027 een nieuwe financiering van kinder opvang in te voeren. Om een goede overgang te borgen, is besloten meer tijd te nemen voor de implementatie van en overgang naar de nieuwe financiering. In 2029 gaat de nieuwe financiering in.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
21
30. Compensatie middengroep en flankerend beleid kinderopvang Een deel van de besparing die volgt uit de realistische ingangsdatum KOT wordt ingezet om voorafgaand aan het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang, een ingroeipad te hanteren. Dit ingroeipad zorgt ervoor dat de vergoedingspercentages stijgen en geleidelijk kunnen toegroeien naar 96% voor alle werkende ouders. Daarnaast worden middelen ingezet om middengroepen en de sector te ondersteunen bij de overgang naar het nieuwe financieringsstelsel, middels flankerend beleid. 31. Steiler afbouwen recht op WKB (extra knikpunt) Met deze maatregel wordt een extra knikpunt ingericht voor het kindge bonden budget (WKB) voor ouders met een gezamenlijk inkomen vanaf 60.000 euro. Voor hen wordt het afbouwpercentage verhoogd, waarmee zij sneller het recht op het kindgebonden budget (WKB) verliezen. 32. Hervorming Werkloosheidswet In het HLA is afgesproken dat er een besparing plaats zal vinden op de Werkloosheidswet (WW) van 200 miljoen euro per jaar vanaf 2027. Deze besparing wordt ingevuld met een duurverkorting van de WW van 24 naar 18 maanden die ingaat vanaf 1 januari 2027. Omdat de maatregelen pas na 18 maanden een budgettair effect hebben, is er ten opzichte van het HLA een besparingstekort in 2027 en 2028 en vanaf 2029 en verder een besparings overschot. 33.
Schrappen bezuiniging kinderopvang In het HLA is de maatregel genomen om de kinderopvangtoeslag (KOT) niet te indexeren in 2026. Deze bezuiniging wordt teruggedraaid. 34. OCTAS (struc. 197 mln.) Om opvolging te geven aan de aanbevelingen uit De Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (Octas), worden maatregelen uitgewerkt. 35.Afromen Envelop Groepen in de knel Ten behoeve van het uitgavenbeeld, wordt een deel van de middelen uit de envelop Groepen in de knel afgeroomd. 36. Overig SZW Dit betreft overige intensiveringen en dekking binnen de SZW-begroting. Hieronder vallen onder andere de inzet van loon- en prijsbijstelling en de beleidsmatige vrijval van middelen voor het Lage-Inkomensvoordeel (LIV). Gemeenten/Jeugd 37. Gemeenten/Jeugd extra middelen Voor 2025 tot en met 2027 komt circa 3 miljard euro cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het Gemeentefonds. Dit is nader beschreven in paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota. 38. Gemeenten/Jeugd maatregelen Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormings agenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Dit is nader beschreven in paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
22
Huren 39. Schrappen huurverhoging 2025 en 2026 De huren voor sociale huurwoningen worden in 2025 en 2026 bevroren. Dit betekent dat er geen huurverhogingen mogen worden doorgevoerd per 1 juli 2025 tot 1 juli 2027. Deze huurbevriezing werkt ook door in lagere uitgaven voor de huurtoeslag. Structureel wordt er 492 miljoen euro minder uitgegeven. 40. Investeren sociale huur Ter compensatie van de terugvallende huurinkomsten door de huurbe vriezing wordt er 270 miljoen euro in 2026 en 405 miljoen euro in 2027 en 2028 gereserveerd voor investeringen in de sociale huur. 41. Verhogen huurtoeslag (boodschappenbonus) De huurtoeslag wordt incidenteel verhoogd met 1,0 miljard euro. Infrastructuur 42. Nedersaksenlijn (cum. 1.912 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijn op de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drie andere projecten in noordelijk Nederland. Deze mutatie betreft de reservering voor de Nedersaksenlijn. 43. Sluis Kornwerderzand (cum. 375 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijn op de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drie andere projecten in noordelijk Nederland. Deze mutatie betreft de reservering uit deze middelen voor het project Sluis Kornwerderzand in Friesland. 44. N36 (cum.
115 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijn op de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drie andere projecten in noordelijk Nederland. Deze mutatie betreft de reservering uit deze middelen voor het project N36 tussen Almelo en Ommen. 45. Flessenhals Meppel (cum. 100 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijn op de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drie andere projecten in noordelijk Nederland. 46. Anders inzetten reservering Lelylijn Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijn op de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drie andere projecten in noordelijk Nederland. 47. Fasering infrastructuur Het kabinet heeft besloten tot fasering van de infrastructuur. Hierdoor wordt er kasbudget van 2026 naar 2027 geschoven. Stikstof 48. Stikstof In totaal wordt 600 miljoen euro vrijgemaakt voor de stikstofaanpak in de landbouwsector. 49. Fasering middelen stikstof AP In totaal wordt 400 miljoen euro van de stikstofmiddelen op de Aanvullende Post uit 2026 geschoven naar 2029 en 2030.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
23
Overig Rijk 50. Herstel en Veerkrachtplan Er vindt een technische bijstelling plaats. Deze bijstelling (inclusief de negatieve bijstelling in 2024) heeft geen effect op de totale raming van de ontvangsten van het HVP. 51. Mee- en tegenvallers VRO (voornamelijk huurtoeslag) De uitgaven aan de huurtoeslag zijn lager dan geraamd vooral door gunstiger inkomensontwikkelingen. Daarnaast zijn er diverse kleinere tegenvallers bij onder andere de Nationale Geo Informatie Infrastructuur (NGII), de huurcommissie en de Omgevingswet. 52. Groningen schade en versterken Voor Groningen worden jaarlijks bij de Voorjaarsnota zowel de uitgaven en ontvangsten van de schade- en versterkingsraming, als ook de bijdrage aan Energie Beheer Nederland (EBN) geactualiseerd. De bijstelling voor de uitgaven wordt onder meer veroorzaakt door hogere (uitvoerings)kosten, maar ook door de versterkingsoperatie die naar verwachting langer doorloopt. 53. BNI-koppeling ODA Het ODA-budget wordt bijgesteld op basis van de verwachting van de volumeontwikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni) op basis van het CEP. Hiermee is een koppeling van het ODA-budget met de groei van het bni hersteld. De middelen voor de koppeling worden onder andere ingezet voor migratiepartnerschappen en de Nederlandse bijdrage aan de 22e middelenaanvulling van de International Development Association (IDA), onderdeel van de Wereldbank. 54.
Actualisatie EU-toerekening ODA Het ODA-toerekenbare deel van de EU-afdrachten is geactualiseerd aan de hand van het huidige Nederlandse bni-aandeel, hierdoor zou het ODAbudget stijgen met 61 miljoen euro. Om de ODA-prestatie gelijk te houden, is dit in mindering gebracht op het ODA-budget. 55. Additionele intensivering Defensie Het kabinet investeert structureel 737 miljoen euro extra in Defensie. Deze intensivering komt bovenop de structurele volumebijstelling van 420 miljoen euro die beschikbaar wordt gesteld aan de Defensiebegroting middels de koppeling tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. 56. Subsidietaakstelling EZ Ter dekking van de integrale problematiek wordt er vanaf 2027 een ombuiging van 25 miljoen euro per jaar gedaan op subsidies op de begroting van Economische Zaken. 57. JenV: Weerbaarheid Om de maatschappelijke weerbaarheid te vergroten wordt vanaf 2027 een bedrag ter hoogte van 70 miljoen euro beschikbaar gesteld aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. 58. Dekking Klimaatfonds Ter dekking van de integrale problematiek wordt een ombuiging van cumulatief 600 miljoen euro gedaan op het Klimaatfonds.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
24
59. Uitfaseren onderwijskansenregeling Met deze maatregel wordt de onderwijskansenregeling in het voortgezet onderwijs opgeheven. Met de onderwijskansenregeling krijgt een school meer budget op basis van een achterstandsscore op schoolvestigings niveau van het CBS. Met deze maatregel wordt bekostiging voor scholen die in aanmerking komen voor de onderwijskansenregeling verlaagd. Deze maatregel levert 90 miljoen euro op in 2027 en vanaf 2028 structureel 177 miljoen euro. 60. Eindejaarsmarge Departementen kunnen een deel van de middelen die in 2024 niet zijn besteed via de eindejaarsmarge meenemen naar 2025. In deze Voorjaarsnota wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de departe mentale begrotingen. 61. Invulling taakstelling eindejaarsmarge In de Miljoenennota 2025 is afgesproken dat de aanvullende uitgaven aan Herstel Toeslagen voor 1,4 miljard euro gedekt worden uit de eindejaars marge. Hiervoor is een reservering getroffen op de Aanvullende Post. De totaal uit te keren eindejaarsmarge is verlaagd met 1,4 miljard euro om deze reservering op de Aanvullende Post in te vullen. 62. In=uittaakstelling Als tegenhanger van de eindejaarsmarge is een in=uittaakstelling geboekt op de Aanvullende Post. Het inboeken van een in=uittaakstelling voorkomt dat het uitkeren van de eindejaarsmarge leidt tot belasting van het uitgaven kader.
De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aan het einde van dit jaar naar verwachting in ongeveer dezelfde mate als het voorgaande jaar sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen. 63. Aanvullende onderuitputting In de komende jaren blijft de onderuitputting naar verwachting hoog. Daarom is er voor 2025 0,7 miljard euro aan aanvullende onderuitputting ingeboekt. Bij de Miljoenennota 2026 zal dit bedrag opnieuw worden bezien. Voor 2026 en 2027 is 1,5 miljard euro en voor 2028 is 0,7 miljard euro ingeboekt. Bij de Voorjaarsnota 2026 wordt bezien of deze verwachting van aanvullende onderuitputting nog actueel is. Indien dit niet het geval is wordt gekeken naar het inhouden van de prijsbijstelling tranche 2026 als alternatieve invulling. In paragraaf 6.3 wordt de aanvullende onderuit putting nader toegelicht. 64. Overig Deze post bevat overige uitgaven onder het uitgavenkader. Generieke maatregelen 65. Inhouden prijsbijstelling Er wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. De overige 50% wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek. 66. Inhouden incidentele loonontwikkeling Het kabinet verlaagt de reservering voor arbeidsvoorwaarden vanaf 2029 met 100 miljoen euro door het inhouden van de kabinetsbijdrage voor incidentele loonontwikkeling. Dit wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
25
67. Inhouden externe inhuur tranche 2025 en 2026 Het kabinet heeft besloten om de loonbijstelling voor externe inhuur in tranche 2025 en 2026 in te houden. Dit levert een besparing op van circa 128 miljoen euro in 2025 oplopend naar 171 miljoen euro in 2030 en verder. Dit wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek. 68. Omzetten loon- en prijsbijstelling In het hoofdlijnenakkoord is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Deze geldt voor prijs- en volumeont wikkeling bbp. De eerder getroffen loon- en prijsreservering op basis van de Loon- en Prijsontwikkelingsystematiek vervalt hierdoor, net als de reservering voor valutaschommelingen. 3.2 Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk De totale uitgaven stijgen in 2030 ten opzichte van 2025 met 30 miljard euro. Tabel 6 laat per begroting zien hoe de uitgaven op de verschillende beleidsterreinen zich ontwikkelen ten opzichte van elkaar.6 Figuur 5 toont per begroting het verschil tussen 2030 en 2025. Tabel 6 Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk (bedragen in miljarden euro) Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Verschil 2030-2025
Zorg
114
116
122
124
126
129
14
Sociale Zekerheid
108
110
112
113
116
117
10
Gemeentefonds en Provinciefonds (incl. Accres)
50
50
52
52
54
57
7
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
57
54
56
54
54
54
‒3
Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds)
21
24
25
26
26
26
5
Buitenlandse Zaken (inclusief BHO)
13
15
18
20
21
22
8
Justitie en Veiligheid
17
17
17
17
17
17
‒1
Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds en Deltafonds)
14
14
17
15
15
15
Klimaat en Groene Groei (incl. Klimaatfonds)
3
4
3
5
5
6
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
9
10
9
9
8
8
0
Financiën (exclusief Nationale Schuld)
13
8
10
9
6
6
‒7
Economische Zaken (inclusief Nationaal Groeifonds)
3
3
3
4
2
3
0
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
5
4
4
3
4
4
‒1
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (incl. BES-fonds en Hoge Colleges van Staat)
4
4
4
3
3
3
Asiel en Migratie
6
6
2
2
2
2
Algemene Zaken en De Koning
0
0
0
0
0
0
0
437
440
454
456
459
467
30
Totaal
1 4
‒2 ‒4
Bron: ministerie van Financiën De zorguitgaven groeien jaar-op-jaar door de verwachte loon- en prijsont wikkelingen en volumefactoren. De belangrijkste oorzaken van de stijgende uitgaven zijn de vergrijzing, de technologische ontwikkeling, hoger zorggebruik door hogere inkomens, stijgende lonen door de krappe
6
De uitgaven zijn inclusief de niet-belastingontvangsten. De reserveringen uit het Hoofdlijnenakkoord zijn toegerekend aan het beleidsverantwoordelijke departement. Voor een aantal incidentele posten is gecorrigeerd: bij Defensie voor de reservering ter overgang naar een nieuw pensioenstelsel en bij Financiën voor de lening aan TenneT. De begrotingen zijn exclusief de uitgaven aan Oekraïne. De begrotingen van VWS en SZW zijn exclusief de rijksbijdragen en de nominale ontwikkeling. De meeste begrotingen zijn geïndexeerd naar prijspeil 2025. De SZW-begroting wordt bij Miljoenennota geïndexeerd naar prijspeil 2025. De uitgaven voor het Gemeentefonds, het Provinciefonds, Homogene Groep Internationale Samen werking en huurtoeslag zijn in lopende prijzen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
26
arbeidsmarkt en de achterblijvende arbeidsproductiviteit in de zorg. Vanaf 2027 wordt het eigen risico verlaagd naar 165 euro en getrancheerd op 50 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Dit leidt tot een stijging van de netto zorguitgaven van 4,1 miljard euro in 2027 tot 4,6 miljard euro in 2030. De uitgaven voor sociale zekerheid nemen toe met circa 10 miljard euro tussen 2025 en 2030. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte stijging van de uitgaven aan de Algemene Ouderdomswet (5,3 miljard euro) als gevolg van de vergrijzing en de verwachte hogere uitgaven aan de Kinderopvangtoeslag (2,6 miljard euro). Deze hogere uitgaven hangen samen met de voorgenomen invoering van een nieuw kinderopvangstelsel per 2029. De uitgaven voor Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwik kelingshulp nemen toe met circa 8 miljard euro tussen 2025 en 2030. Dit wordt deels verklaard door lagere uitgaven in de EU-begroting in 2025 en Nederlandse ontvangsten uit het coronaherstelfonds in 2025. Daarnaast is de raming van de EU-afdrachten geactualiseerd op basis van de laatste economische verwachtingen en geldt vanaf 2028 de raming van het nieuwe Meerjarige Financiële Kader (MFK). De uitgaven aan Defensie nemen toe met circa 5 miljard euro tussen 2025 en 2030.
Dit komt doordat de uitgaven aan Defensie zijn gekoppeld aan 2% van het bbp en het kabinet aanvullend structureel 0,7 miljard euro beschikbaar stelt. De begroting van het ministerie van Financiën daalt met 7 miljard euro. Dat komt door het feit dat de Hersteloperatie Toeslagen een tijdelijk karakter heeft. De begroting van Asiel en Migratie daalt met ongeveer 4 miljard euro. Dit komt ten eerste doordat in 2025 en 2026 incidenteel budget beschikbaar gesteld is voor de meerkosten van crisisnoodopvang. Ten tweede heeft het kabinet in het hoofdlijnenakkoord de al aflopende uitgaven aan asiel met aanvullend structureel circa 1 miljard euro verlaagd, gekoppeld aan een maatregelenpakket om de asielinstroom fors te verlagen. Bij deze Voorjaarsnota stelt het kabinet structureel 374 miljoen euro beschikbaar voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om asielaanvragen te kunnen blijven afhandelen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
27
Figuur 5 Verschil begrotingstotaal 2030 ten opzichte van 2025 (Bedragen in miljarden euro) Zorg
14
Sociale Zekerheid
10
Buitenlandse Zaken (inclusief BHO)
8
Gemeentefonds en Provinciefonds (incl. Accres) Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds) Klimaat en Groene Groei (incl. Klimaatfonds) Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds en Deltafonds) Algemene Zaken en De Koning
7 5 4 1 0
Economische Zaken (inclusief Nationaal Groeifonds) Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
0 0
Justitie en Veiligheid
‒1
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (incl. BES-fonds en Hoge Colleges van Staat) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
‒1 ‒2 ‒3
Asiel en Migratie
‒4
Financiën (exclusief Nationale Schuld)
‒7
-10
-5
0
5
10
15
20
Verschil 2030-2025 in miljarden euro
Bron: ministerie van Financiën 3.3 Internationale veiligheid 3.3.1 Oekraïne Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel actief en onverminderd steunen in tijd van oorlog, herstel en wederopbouw. Op 24 februari 2025 was het drie jaar geleden dat Rusland de grootschalige invasie van Oekraïne startte. De oorlog is een ongekende daad van agressie tegen een democratisch Europees land met vreselijke gevolgen voor alle Oekraïners. Dit is onlosmakelijk verbonden met de afschrikking van verdere Russische agressie. In internationaal verband ondersteunt het kabinet Oekraïne op militair gebied en draagt het kabinet bij aan niet-militaire steun. De totale inter nationale steun aan Oekraïne wordt gecontinueerd met 3,5 miljard euro. Daarnaast zijn niet alle middelen voor militaire en niet-militaire steun in 2024 tot besteding gekomen. Deze worden weer toegevoegd aan de begroting. Militaire en niet-militaire steun Het kabinet heeft besloten om de militaire steun te continueren met 3,1 miljard euro op de Defensiebegroting. Dit komt bovenop de circa 10 miljard euro die sinds het uitbreken van de oorlog reeds beschikbaar
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1
28
is gesteld aan militaire steun. De militaire en geopolitieke ontwikkelingen rondom Oekraïne leiden ertoe dat 2 miljard euro van dit pakket versneld in 2025 wordt geplaatst. Hier worden onder meer drones van gekocht, in samenwerking met de Oekraïense industrie. Daarnaast wordt 100 miljoen euro bijgedragen aan het Ukraine Compre hensive Assistance Package (UCAP). Hieruit wordt niet-dodelijke militaire steun geleverd, zoals brandstof, medische voorzieningen en winteruit rusting. Deze middelen worden toegevoegd aan de begroting van Buiten landse Zaken. Tot slot kent het kabinet met deze Voorjaarsnota 252 miljoen euro in 2026 voor niet-militaire steun aan Oekraïne toe aan de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Via de reguliere begrotingsmo menten wordt de invulling van deze middelen aan de Kamer voorgelegd. Naast de middelen die in deze Voorjaarsnota aanvullend zijn toegekend, levert Nederland reeds niet-militaire steun via de Europese Unie (EU) en via internationale financiële instellingen als de Wereldbank en het International Monetair Fonds (IMF). Tabel 7 Uitgaven internationale steun Oekraïne In miljoenen euro's