1. Onderbouwing perceel Ballum G2096
Tekst van het document
1
Onderbouwing inrichting perceel ten westen van de Witte Reep Staatsbosbeheer, 4 april 2024
Aanleiding en verantwoording Staatsbosbeheer heeft kadastraal perceel Ballum G 2096 (oppervlakte 5,8 hectare, zie figuur 1) aangekocht. Daarmee zal het worden samengevoegd bij de bestaande eigendommen ten noorden en oosten van de Golfbaan. Het gebied wordt zodoende geïntegreerd met de Jan Roepeheide en Langeduinen Zuid. Aankoop, doel en voorgenomen inrichting vloeien voort uit het door de overheid vastgestelde natuurbeleid. Het gebied maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) (figuur 2) en van het Natura 2000 gebied Duinen Ameland (figuur 3).
Figuur 1: Ligging perceel Ballum G 2096 bij de Witte Reep, ten oosten van de golfbaan.
Figuur 2: Perceel Ballum G 2096, rood omkaderd, binnen het NNN (donkerrode omgrenzing). Afgebeeld op een hoogtekaart.
2
Figuur 3: Ligging binnen begrenzing Natura 2000 en overzicht van de habitattypen. Perceel Ballum G 2096 is rood omkaderd. De Blauw-wit geblokte lijn is de door de minister van LNV vastgestelde grens van het Natura 2000 gebied.
Doelstelling Natura 2000 (Europees / Landelijk beleid) Perceel Ballum G 2096 ligt binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Duinen Ameland zoals dat in 2008 is aangewezen en vastgesteld door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. https://www.natura2000.nl/sites/default/files/documenten/gebieden/005/n2k_005_db_hvn_duinen_ameland.pdf. Het Natura 2000-beheerplan Duinen Ameland is in 2016 door de minister van LNV vastgesteld. In het Natura 2000 beheerplan voor Ameland is de visie en doelstelling voor de binnenduinrand tussen Hollum en Ballum als geheel beschreven. Het perceel Ballum G 2096 is een deel in dat geheel. Citaat uit het Natura 2000 beheerplan Ameland: “De beheerstrategie tussen Hollum en Ballum is gericht op het tegengaan van verdere verdroging en het wegnemen van de effecten van zowel deze verdroging als de overmatige toevoer van voedingsstoffen, hetzij uit de lucht hetzij door toegenomen mineralisatie ten gevolge van die verdroging. Dit betekent dat actieve natuurinrichting- en natuurbeheermaatregelen de naaste toekomst van het Duinboog-complex (blijven) bepalen”.
3 “Voor het gebied aan de binnenzijde van de duinboog (= de binnenduinrand tussen golfbaan en vliegveld het Grootslegt), is het de bedoeling om de habitattypen H2130B grijze duinen (kalkarm), H2130C grijze duinen (heischraal), H2140A Duinheide met kraaihei (vochtig) en H6230 Heischrale graslanden te ontwikkelen. Daartoe zullen nog gronden aangekocht moeten worden om losse elementen aaneen te kunnen smeden. Vervolgens zal dan de waterhuishouding zoveel mogelijk worden aangepast naar een natuurlijker inrichting”. Dit laatste staat als Maatregel 10 in de hoofdstukken 6.3 en 7.3 van het Natura 2000 beheerplan vermeld (zie ook figuur 4 voor een uitsnede van de maatregelenkaart uit het Natura 2000 beheerplan Ameland). “Maatregel 10: Hydrologische maatregelen voorbereiden en uitwerken t.b.v. hydrologische buffering binnenduinrand en Lange duinen zuid (is PAS-maatregel)”.
Maatregel 10: natuurlijker inrichting waterhuishouding en hydrologie binnenduinrand
Perceel 2096
Figuur 4: Uit te werken maatregelen en beheer. Kaart uit het Natura 2000-beheerplan Ameland. Positie kadastraal perceel Ballum G 2096 rood omrand ingevoegd.
Perceel 2096 en de Natura 2000-doelen Met de inrichting en het beheer van het perceel 2096 wordt bijgedragen aan de volgende gestelde doelen uit het Aanwijzingsbesluit en het Natura 2000-beheerplan Ameland:
4 1. Kernopgave 2.02 – “Uitbreiding en herstel kwaliteit van Grijze duinen *H2130, ook als habitat van tapuit A277” (hiervoor geldt een Sense of Urgency). 2. Kernopgave 2.08 – Gradiënt binnenduinrand. Herstel hydrologie / vochtgradiënt. 3. Instandhoudingsdoel habitattype *H2130B Grijze duinen (kalkarm) (= prioritair habitattype) – toename van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit. 4. Instandhoudingsdoel habitattype H2140B Duinheide met kraaihei (droog) – behoud oppervlakte en kwaliteit. 5. Instandhoudingsdoel habitattype *H623 Heischraal grasland (= prioritair habitattype) – uitbreiden oppervlakte en verbeteren kwaliteit. 6. Tapuit – vergroten en verbeteren leefgebied en daarmee uitbreiden populatie broedvogels. Nationaal en provinciaal beleid Perceel Ballum G 2096 ligt binnen het NNN (Natuur Netwerk Nederland) voorheen de EHS (Ecologische Hoofstructuur) (zie figuur 2 en 5). De begrenzing voor de EHS op Ameland is in 1992 door GS van Fryslân vastgesteld. Er is een duidelijk onderscheid tussen de categorie “NNN-overige natuur” (groen op kaart in figuur 5) en “NNN-beheergebied” (roze op de kaart in figuur 5). De laatste categorie is en blijft agrarisch. Binnen de categorie “NNN-overige natuur” is het de bedoeling dat de grond omgevormd wordt naar natuur. Dit kan middels aankoop, of uitruil, maar ook via particulier natuurbeheer.
Grondeigenaren kunnen hun grond laten afwaarderen. Ze krijgen dan het verschil tussen de agrarische waarde van de grond en de waarde als natuurgrond door de overheid uitbetaald. Vervolgens kan een beheervergoeding via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) worden aangevraagd. Kosten voor inrichting lopen via de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap SKNL. De subsidie kan worden aangevraagd bij de provincie ( https://www.fryslan.frl/sknl).
Figuur 5: Begrenzing Natuurnetwerk Nederland. Informatie provincie Fryslân op https://www.fryslan.frl/ Link naar de kaart: https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=eb4e12aa6eea4591af7c0f48ef6def54&extent=120990,533762,221778,617075,28992
Vervolgens is in 1995 de herinrichting Hollum – Ballum door de minister van LNV op het voorbereidingsschema Landinrichting geplaatst. (Ingevolge artikel 18, lid 4, van de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299)). Deze herinrichting had als doel gronden vrij te maken, uit te ruilen en in te richten voor de ontwikkeling van natuur. Dat is echter niet gelukt. Uiteindelijk is dit project gestopt. In 2005 is een herstart gemaakt met een nieuwe gebiedscommissie. Destijds geïnstalleerd door gedeputeerde Anita Andriessen: https://waddenzee.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2005/nieuwe-start-landinrichting-ameland/ Ook deze commissie heeft geen kans gezien de opdracht uit te voeren. Voor gebieden en percelen binnen het NNN heeft de provincie Fryslân doelen en ambities geformuleerd. De ambitie bij de provincie Fryslân is volgens het door GS vastgestelde Natuurbeheerplan 2024 Duinheide (beheertype N08.04). Dit is weergegeven in figuur 6. In de prakrijk zal Staatsbosbeheer meer aansluiten op het huidige landschap. Het landschapsbeeld blijft dan ongeveer zoals het nu is: duingrasland met wat reliëf van lage duintjes. Verspreid over het perceel Ballum G 2096 liggen nu ook al wat kleine stukjes heide. Deze blijven behouden.
5 Om de natuurkwaliteit van het gebied te verbeteren zijn inrichtingsmaatregelen nodig zoals bedoeld en omschreven in het Natura 2000 beheerplan Ameland (zie hierboven en figuur 4). Deze zijn bij de provincie Fryslân ingediend middels een investeringsplan voor de SKNL en vervolgens door de provincie formeel beschikt. Hierna wordt het plan globaal omschreven (zie ook figuur 7).
Figuur 6: Ambitie beheertype volgens het door GS vastgestelde Natuurbeheerplan 2024. Bron: https://www.fryslan.frl/ . Link naar de kaart: https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/vie-
wer.html?webmap=a45409072f524fac8f31fb8ca613db6e
Inrichting perceel Ballum G 2096 Voor de ontwikkeling en realisatie van de door de rijks- en provinciale overheid gestelde natuurdoelen is het volgende maatregelenpakket opgesteld (uitvoering Maatregel 10 uit Natura 2000-beheerplan Ameland). Zie figuur 7 en citaat uit Natura 2000-beheerplan erboven: Uitgangspunten • Perceel en aangrenzend natuurgebied tot samenhangend geheel vormen. • Begrazingsgebied Jan Roepeheide koppelen met perceel G 2096. • Bodem van verrijkte delen afplaggen ter bevordering van (hei-) schrale natuur. • Drainage verminderen. • Kwel, grondwater tot in wortelzone in laagste delen. • Creëren meer ruimte, rek en berging voor (neerslag-) water veerkrachtig watersysteem. Beheer Het gebied zal worden begraasd in samenhang met het bovenliggende natuurgebied rondom de golfbaan en Jan Roepeheide. Hier graast een kudde Soay schapen. Het is mogelijk dat in dit gebied (ook) een particuliere pachter vee kan weiden, zoals nu ook in de gebieden Noordkeeg, Zwanewaterduinen, Roosduinen en Lange Duinen Zuid.
6 Inrichtingsmaatregelen perceel Ballum G 2096
Groen - Plaggen Paars - Saneren / afgraven asbest en Japanse duizendknoop Bruin - Aanleg natuurvriendelijke oevers. Oranje - Aanleggen dam Zwart -
Vervangen extern raster rondom
Rood -
Bewoonde konijnenbouw + Tapuit.
Figuur 7: Maatregelen perceel Ballum G 2096. Zie uitleg hierna.
Uitleg maatregelen figuur 7: Groen- Plaggen Pitrus en ruigte. Plaggen voormalige voerplekken/ verrijkte toplaag verwijderen. Paars- Saneren/afgraven asbest besmette grond. Afgraven Japanse duizendknoop (nazorg (monitoring) noodzakelijk. Verwijderen interne palen/rasters. BruinAanleg natuurvriendelijke oevers. Rekening houdend met aanwezig reliëf. Oranje- Aanleggen dam over een breedte van min. 10 meter. Duiker diameter 80 cm. Zwart- Vervangen extern raster rondom + koppeling aan bestaande begrazing noordzijde. RoodBewoonde konijnenbouw + Tapuit. Onaangetast laten.
7 Motivatie en verwacht effect maatregelen waterhuishouding Door de sloot om te vormen tot een verbrede slenk en de aangrenzende lage delen 25 cm te plaggen ontstaat meer veerkracht en buffercapaciteit van ruim 1 hectare in het watersysteem. Piekbuien en hoge waterstanden worden op deze wijze eerst opgevangen. Het water kan de grond indringen binnen het natuurgebied en vertraagd richting polder afstromen (zie ook figuur 9). Op deze manier wordt in de praktijk vormgegeven aan een klimaatbestendig waterbeheer. (zie foto hieronder als voorbeeld ter illustratie). In het geplagde gebied aan weerszijden van de sloot zal het grondwater langer dicht aan het maaiveld komen. Dit is gunstig voor bijzondere duinplanten van vochtig milieu. De sloot loopt ten westen van het perceel G 2096 nog iets verder door en loopt daar dood. Het heeft daar voor de ontwatering een functie voor de berm en het fietspad aan de noordkant. Voor het perceel aan de zuidkant speelt het geen rol. Direct grenzend aan de sloot ligt op dit perceel namelijk een brede zandrug van ruim 4,75 m+ NAP. Zie ook figuur 8 voor een uitsnede van de hoogtekaart (AHN3). De bodem van de sloot ligt ongeveer 80 cm beneden het maaiveld dat op ongeveer 3.10 m+ NAP ligt. Een groot deel van het jaar staat de sloot droog. Berm en fietspad hebben een hoogteligging van ongeveer 3.10 m+ NAP en hoger.
Met de nieuwe inrichting van het aangrenzende natuurgebied zal eventuele wateroverlast in de toekomst worden voorkomen. In plaats van op te stuwen in de smalle sloot richting de Witte Reep in het oosten, krijgt het water daar nu de ruimte en zal daardoor minder snel stijgen. Daar zorgt de buffer voor. Inrichtingsmaatregelen en het hiervoor beschreven beheer zullen ervoor zorgen dat de doelen die door het Rijk en Provincie zijn gesteld zullen worden gerealiseerd.
Voorbeeld van een natuurvriendelijke oever.
Het landschapsbeeld zal ongeveer gelijk blijven na inrichting. Rommel en ruigte zullen worden opgeruimd en beheerd.
8
Perceel 2096
Figuur 8: uitsnede van de hoogtekaart (AHN3) waarbinnen perceel G 2096 (oranje lijn) ligt. De rode lijn is de vastgestelde grens van het Natura 2000 gebied.
Perceel 2096
Figuur 9: Ligging perceel 2096 op kaart peilbesluit Wetterskip Fryslân (uit toelichting peilbesluit Ameland. Wetterskip Fryslân 18 april 2014). De huidige waterhuishouding en afwatering blijft gehandhaafd.