Zonnekader
Tekst van het document
Concept zonnekader Gemeente Altena
Versie 17 mei
Inhoudsopgave Samenvatting 1. 1.1 1.2 1.3
Inleiding Aanleiding en doel Beleidsmatige context Opbouw zonnekader
2. 2.1 2.3
De ambities van Altena Huidige situatie De ambities van Altena
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Het afwegingskader Ruimte en landschap Energiesysteemefficiëntie Lokaal eigenaarschap Uitvoerbaarheid
4. 4.1 4.2
Uitvoering en fasering Gefaseerde uitvoering Vervolgstappen
Bijlage 1 – Overzicht van kansrijke typen projecten ondanks transportschaarste Bijlage 2 – Reacties van stakeholders
2
Samenvatting De gemeente Altena heeft een ambitie en een opgave voor de ontwikkeling van zonneparken. Tot dusver mist echter een beleidsmatig kader om aanvragen aan te toetsen. Dit zonnekader schetst de richting voor de ontwikkeling van zonneparken in de gemeente Altena voor de komende jaren. Het bouwt voort op de Uitgangspuntennotitie Zonnekader die op 13 oktober 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het zonnekader is een uitwerking van de Energiestrategie 2019-2046, sluit aan bij de RES West-Brabant, en is opgesteld conform het provinciale beleid. In de Uitgangspuntennotitie is, bovenop de vier gerealiseerde en in aanbouw zijnde zonneparken, een ambitie geformuleerd van 36 GWh aan zonneparken (ongeveer 38MW, ongeveer 36 hectare) tot 2030. Deze ambitie is aanvullend op een ambitie van 44 GWh aan nieuw zon op dak. Zonneparken zijn nodig om de gemeentelijke ambitie en opgave voor duurzame elektriciteitsopwekking waar te maken. Er is niet voldoende dakoppervlakte beschikbaar om de totale opgave op daken te realiseren. Het zonnekader geeft richting aan de ontwikkeling van zonneparken in de gemeente.
Hiervoor is een afwegingskader opgesteld met randvoorwaarden op vier thema’s: • Ruimte en landschap • Energiesysteemefficiëntie • Lokaal eigenaarschap • Uitvoerbaarheid en financierbaarheid Voor de uitvoering is relevant dat er momenteel transportschaarste is op alle stations waarop zonneparken in Altena kunnen worden aangesloten: er is te weinig capaciteit op het elektriciteitsnetwerk van Enexis om alle aanvragen voor opwekprojecten te realiseren. Alleen projecten die al een getekende offerte van Enexis hebben of projecten die gebruik maken van een kleine opwekaansluiting (tot en met 3x80A) kunnen op korte termijn nog aangesloten worden op het net. Daarom is het realiseren van ‘reguliere’ zonneparken op korte termijn niet mogelijk. We vinden het als gemeente onwenselijk om vergunningen af te geven voor zonneparken wanneer er nog geen concreet zicht is op realisatie: dit geeft onnodige onzekerheid en administratieve lasten voor initiatiefnemers, de omgeving en de gemeente. We realiseren de ambitie van 36 GWh mede daarom in twee fases. In fase 1 richten we ons op projecten die wél kansrijk op korte termijn doorgang te vinden: onder andere kleinschalige aansluitingen voor zon op daken (maximaal 3x80A, o.a. SCE/postcoderoos), opwekaansluitingen achter de meter, innovatieve projecten, en projecten die gebruik maken van andere aansluitingen (zie bijlage 1).
Ook in het kader van Energiek Brabant, een samenwerking tussen onder andere de provincie, gemeenten en Enexis, zoeken we naar innovatieve oplossingen. Altena is hierin een van de pilotgebieden. Ook zal de gemeente het Klimaatfonds actief inzetten om innovatieve initiatieven te ondersteunen. Zodra er weer zicht is op netcapaciteit starten we met fase 2 en gaan we vergunningen verlenen voor de overige zonneparken. De huidige verwachting is dat dit pas over 5-7 jaar zal zijn. We zijn continu in gesprek met Enexis om zicht te houden op de verwachte ontwikkelingen in de netcapaciteit. Uiterlijk 2 jaar voordat er naar verwachting weer netcapaciteit beschikbaar is, scheppen we meer duidelijkheid over kaders en randvoorwaarden, zodat initiatiefnemers tijdig vergunningen kunnen aanvragen en zich kunnen voorbereiden op realisatie. Na vaststelling van het zonnekader werkt het college, samen met partners, de acties uit fase 1 verder uit. De raad wordt geïnformeerd over de voortgang. Ook worden de randvoorwaarden voor zonneparken verder uitgewerkt in de Omgevingsvisie. 3
1.Inleiding Aanleiding en doel De gemeente Altena heeft een ambitie en een opgave voor de ontwikkeling van zonneparken in de gemeente. Er melden zich ook al regelmatig initiatiefnemers bij de gemeente voor ontwikkeling van zonneparken. Tot dusver mist echter een beleidsmatig kader om aanvragen aan te toetsen. Dit zonnekader schetst de richting voor de ontwikkeling van zonneparken in de gemeente Altena voor de komende jaren.
Beleidsmatige context Dit zonnekader bouwt voort op de Uitgangspuntennotitie Zonnekader die op 13 oktober 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Uitgangspunten uit Uitgangspuntennotitie 1. We sluiten niet op voorhand locaties uit en wijzen ook geen locaties of gebieden aan. 2. We gaan voor kleinere parken bij de kernen. 3. De lokale gemeenschap deelt mee in de opbrengsten en iedereen moet mee kunnen doen. 4. Als gemeente staan we open voor het inzetten van onze eigen gronden. 5. Landschappelijke inpassing is maatwerk. 6. We streven ernaar het netwerk zo min mogelijk te belasten en daarmee de maatschappelijke kosten te beperken. 7. We stellen niet alle ruimte voor zonnevelden in één keer beschikbaar. Deze uitgangspunten staan niet op zichzelf. Ze passen bij de lokale, regionale, provinciale en (intern)nationale afspraken op het vlak van energie en klimaat. Zo zijn de uitgangspunten een uitwerking van de gemeentelijke Energiestrategie 2019-2046, waarin de gemeente Altena de ambitie heeft geformuleerd om in 2046 100% duurzame energie op te wekken. En ze sluiten aan bij de Regionale Energiestrategie West-Brabant, waarin is afgesproken dat Altena in 2030 80 GWh extra elektriciteit opwekt ten opzichte van nu. Daarvan bestaat 44 GWh uit nieuw zon op dak en 36 GWh uit nieuwe zonneparken1.
De Regionale Energiestrategie West-Brabant bevat geen windopgave voor de gemeente Altena tot 2030. De opgave van de RES West-Brabant is onderdeel van de uitwerking van het Klimaatakkoord, waarin aan de tafel Elektriciteit de ambitie is gesteld om in 2030 landelijk ongeveer 70% duurzame elektriciteit op te wekken. Een groot deel met wind op zee, een kleiner deel met wind en zon op land. Dit heeft geleid tot een landelijke opgave van 35 TWh voor alle regionale energiestrategieën gezamenlijk, waarvan de regio West-Brabant 2,0 TWh voor zijn rekening neemt. De afspraken uit het Nederlandse Klimaatakkoord zijn op hun beurt weer de Nederlandse concretisering van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015, waarin is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot ‘ruim onder de 2 graden, met een duidelijk zicht op 1,5 graden’. Provinciale randvoorwaarden Relevant bij de uitwerking van dit zonnekader zijn de regels die de provincie stelt aan de ontwikkeling van nieuwe zonneparken, o.a. over de noodzaak, inpassing en maatschappelijke meerwaarde. Dit zonnekader is opgesteld conform het provinciale beleid en de eisen uit de provinciale omgevingsverordening.
1
Regionale Energie Strategie 1.0 West-Brabant (2021)
4
Eisen uit de provinciale omgevingsverordening2 Een omgevingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan de ontwikkeling van een zonnepark mogelijk maken om te voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: A. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: door de ontwikkeling van windenergie of andere vormen van duurzame energie; binnen Stedelijk gebied; door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. B. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 4.13, en inzicht is geboden welke maatregelen worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken; C. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; D. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten; E. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn de opstelling voor zonne-energie en de daartoe behorende voorzieningen, worden verwijderd; F. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 6.2 Regionaal samenwerken; G. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder.
Relatie met de Omgevingsvisie In de ontwerp omgevingsvisie Altena (als ontwerp door de gemeenteraad in september 2019 vastgesteld) is al een aantal ambities opgenomen voor zonnevelden. Hierin is ook een eerste richting aangegeven waar deze type zonnevelden mogelijk zouden kunnen zijn. De inhoud van dit zonnekader sluit aan bij de ontwerp omgevingsvisie. In 2021 wordt deze ontwerpvisie verfijnd tot een definitieve, integrale omgevingsvisie. Gelijktijdig wordt een Omgevingseffectrapport (OER) met Passende Beoordeling (PB) opgesteld. Gestreefd wordt om de strategische onderdelen van dit zonnekader daarin te integreren. Hierbij worden bestuurlijke afwegingen en keuzes gemaakt over dilemma’s en ambities die ruimte vragen, waaronder zonneparken. Dit alles kan ertoe leiden dat op basis van omgevingseffecten elementen uit dit zonnekader op een andere manier uitgewerkt worden.Praktische randvoorwaarden voor toekomstige zonneparken zullen na vaststelling van de omgevingsvisie verder worden uitgewerkt, bijvoorbeeld in een programma ‘Energie en Duurzaamheid’ onder de omgevingsvisie.
Opbouw zonnekader Dit zonnekader start met een schets van de opgave en de ambities van Altena (hoofdstuk 2). Op basis hiervan is een afwegingskader opgesteld (hoofdstuk 3), waarin voor de onderwerpen Ruimte en Landschap (3.1), Energiesysteemefficiëntie (3.2), Lokaal eigenaarschap (3.3) en Uitvoerbaarheid (3.4) op hoofdlijnen de kaders zijn geschetst die de gemeente van belang vindt bij de ontwikkeling van zonneparken. Het zonnekader sluit af met de randvoorwaarden voor de uitvoering (hoofdstuk 4).
2
https://noord-brabant.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9930OvrNBrabant-on01
5
2. De ambities van Altena 2.1 Huidige situatie In Altena zijn momenteel 4 zonneparken gerealiseerd of in aanleg: in Hank, Drongelen, Sleeuwijk en Wijk en Aalburg. Dit zijn relatief kleine zonneparken, alle vier in eigendom van Waterschap Rivierenland, gerealiseerd op (of bij) het terrein van (voormalige) rioolwaterzuiveringen. Deze vier zonneparken wekken jaarlijks gezamenlijk ongeveer 6 GWh op. Locatie zonnepark Wijk en Aalburg Sleeuwijk Hank Drongelen
Jaarlijkse opwekking 0,8 GWh 2,5 GWh 0,8 GWh 2,1 GWh
Tabel 2. Overzicht van gerealiseerde of zonneparken in aanleg in de gemeente Altena
2.2 De ambities In de Uitgangspuntennotitie is, bovenop de vier hierboven genoemde parken, een ambitie geformuleerd van 36 GWh aan zonneparken (ongeveer 38MW, ongeveer 36 hectare) voor de periode tot 2030. Dit getal is niet tot 2030 in beton gegoten: er kunnen mogelijk in de loop van de tijd aanpassingen plaatsvinden. We baseren ons nu op 36 GWh, maar met een adaptieve aanpak. Dit doen we ook omdat we weten dat er na 2030, in de periode tot 2050, nog veel meer elektriciteitsopwekking nodig is. Mobiliteit, de gebouwde omgeving en de industrie/bedrijven zullen allemaal om meer elektriciteit gaan vragen. Die opwekking gaan we vanwege de vele onzekerheden nu nog niet realiseren, maar we houden wel nu ook al rekening met de jaren na 2030. Zodat we ook nu al in beeld hebben welke gevolgen de keuzes van nu hebben voor de mogelijkheden van later. Waarom kiezen we ook voor zonneparken en beperken we ons niet alleen tot zon op dak? De totale opgave voor Altena uit de RES 1.0 is 80 GWh. Ter vergelijking: dit is ongeveer een derde deel van de elektriciteit die Altena jaarlijks gebruikt: zo’n 239 GWh per jaar (Klimaatmonitor, 2019). In het kader van de RES West-Brabant is afgesproken om zo veel mogelijk van de opgave te realiseren met zon op dak. Daarom is onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van zon op dak in de gemeente Altena.
De gemeente Altena heeft ongeveer 153 hectare aan daken die groter zijn dan 285m2 (de minimale maat voor grootschalig3 zon op dak). Sommige daken zijn niet geschikt voor zonnepanelen vanwege de ligging, te veel obstakels, schaduw of beperkte draagkracht van de onderconstructie. Ook daken die wél geschikt zijn kunnen niet helemaal worden volgelegd. Op installaties, liftschachten, lichtkoepels etc. kunnen vaak geen panelen worden geplaatst. Er moeten looppaden worden vrijgehouden en er is vaak ook vanwege de schaduwwerking tussenruimte tussen de panelen nodig. Daarom is het landelijke uitgangspunt (NP RES, 2020) dat bij het volleggen van alle geschikte daken, de totale oppervlakte aan zonnepanelen zo’n 30% van de totale dakoppervlakte bedraagt. In de RES is afgesproken om niet deze 30% als opgave te hanteren, omdat de gemeente gebouweigenaren niet kan dwingen om panelen te realiseren4. De opgave is gesteld op 25% van het totale dakoppervlak. Dat komt voor Altena neer op ongeveer 58 GWh (38,2 hectare aan oppervlakte zonnepanelen), waarvan inmiddels 14 GWh gerealiseerd is of in de pijplijn zit. Daarmee resteert 44 GWh aan nieuw te realiseren grootschalig zon op dak. 3
Onder ‘grootschalig’ verstaan we hier alle opwek >15 kWp (ongeveer 35-60 panelen, afhankelijk van het vermogen per paneel), conform de definities van RVO en Nationaal Programma RES. 4 Gemeenten krijgen naar verwachting met de aanpassing van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), gepland op 1 januari 2022, wel de mogelijkheid zonnepanelen of groene daken te verplichten bij nieuwe panden met industriefuncties en overige gebruiksfuncties. Deze aanpassing geldt niet voor bestaande bouw.
6
Grootschalig zon op Oppervlakte daken (voor Theoretisch maximum aan Opgave voor zonnedak zover > 285m2)5 zonnepanelen (30%) energie (25%) Oppervlakte (ha) 153,7 ha 46,1 ha (paneeloppervlak) 38,2 ha (paneeloppervlak) Maximale 70,4 GWh 58,3 GWh energieopbrengst (GWh) Waarvan bestaand 8 GWh Waarvan pijplijn 6 GWh Resterende opgave 44 GWh Tabel 3. Potentie zon op dak. Bron: Analysekaarten NP RES, 2020, berekeningen door Generation.Energy
De opgave van 44 GWh is een stevige opgave. Mede omdat de gemeente geen mogelijkheden heeft om de ontwikkeling van zon op dak te verplichten, is een hogere ambitie op dit moment niet realistisch. Om aan de gemeentelijke opgave te voldoen, is daarom in RES-verband afgesproken dat in de regio ook windenergie en zonneparken nodig zijn. Altena heeft zoals bepaald in de Regionale Energiestrategie West-Brabant geen opgave voor windturbines, wel een opgave voor zonneparken. Die opgave is 36 GWh. Deze 36 GWh (ongeveer 36 hectare) komt overeen met ongeveer 0,16% van ons totale grondgebied. Verschil GWh per hectare tussen zonneparken en zon op dak Voor de berekening van de oppervlakte zon op dak wordt, conform de RES West-Brabant, uitgegaan van hectaren paneeloppervlak: deze oppervlakte gaat alleen om het oppervlak aan zonnepanelen, dus exclusief tussenruimten, looppaden, etc. Voor zonneparken (op land) hanteren we de maat hectaren perceeloppervlak, dit gaat om het hele zonnepark, dus inclusief tussenruimte, looppaden, etc. In de praktijk leidt dit niet tot een wezenlijk verschillend ruimtegebruik: op één hectare dak kan ongeveer net zoveel elektriciteit worden opgewekt als op één hectare grond.
Zonneparken met meerwaarde De gemeente Altena wil graag dat Altena ook op andere vlakken beter wordt van zonneparken: dat de ontwikkeling van zonneparken bijdraagt aan de kwaliteit van de ruimte en het landschap, en dat het eigendom van de zonneparken (en vooral rendementen die ze opleveren) zo veel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van Altena. Zo hebben zonneparken ook een sociaal rendement voor de inwoners van de gemeente. Dit komt tot uiting in de verschillende elementen van het afwegingskader (hoofdstuk 3). Innovaties Omdat de netcapaciteit de komende jaren een erg pregnant probleem zal zijn en vermoedelijk ook zal blijven (zie 3.2), besteden we extra aandacht aan ontwikkelingen die hier op een positieve manier aan bijdragen (bijv. het matchen van vraag en aanbod, opslag en conversie van elektriciteit naar andere energiedragers). We gaan actief op zoek naar innovaties op dit vlak, om op de korte termijn toch zo veel mogelijk projecten mogelijk te maken ondanks de beperkte netcapaciteit. We doen dit onder andere in het kader van Energiek Brabant, een samenwerking tussen onder andere de provincie, gemeenten en Enexis met als doel om slimme en innovatieve oplossingen voor de netcapaciteit te vinden en implementeren.
Vanwege de behoefte aan innovatieve oplossingen wil de gemeente het Klimaatfonds, waar middelen beschikbaar zijn om innovaties van de grond te krijgen, actief inzetten om initiatieven te ondersteunen.
5
Zonnepanelen op daken kleiner dan 285 m2 maken geen deel uit van de opgave voor zon op dak uit de RES West-Brabant, en zijn daarom niet opgenomen in dit zonnekader. Kleinschalige oplossingen zijn uiteraard wel van belang voor de energietransitie in Altena.
7
3. Afwegingskader
8
3.1 Ruimte en landschap
3.1.1 Locaties We sluiten zo weinig mogelijk locaties uit, maar hebben wel een voorkeur. Conform de Uitgangspuntennotitie sluiten we in Altena zo weinig mogelijk locaties ‘hard’ uit. Alleen in Natura2000-gebieden, in Natuurnetwerk Brabant en in beschermde Rijksmonumentale gebieden zien we, ook in aansluiting op het provinciaal beleid, echt geen mogelijkheden voor zonneparken. De mogelijkheden voor zonneparken hangen verder sterk af van de specifieke context. Wel zijn bepaalde gebieden in het algemeen kansrijker voor zonneparken dan andere gebieden. Daarom maken we een onderscheid tussen ‘meer wenselijke gebieden’ en ‘minder wenselijke gebieden’. Dit onderscheid en de gemaakte keuzes sluiten aan bij de zonneladder zoals opgenomen in de gedragscode zon op land.6 Meer wenselijke gebieden (aansluitend bij de zonneladder): • Daken (deze vallen buiten de opgave van 36 GWh) • Locaties binnen de bebouwde kom en op bedrijventerreinen (inclusief parkeerplaatsen) • Locaties grenzend aan de bebouwde kom, bedrijventerreinen of grotere infrastructuur (m.n. A27), vrijkomende RWZI’s of voormalige vuilstortlocaties. • ‘Verrommelde’ gebieden of gebieden waar veel ontwikkelingen plaatsvinden (of in het verleden hebben plaatsgevonden), waar zonneparken meerwaarde kunnen bieden voor ontwikkeling van het landschap.
Minder wenselijke gebieden: • Waardevolle landschappen zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie en molenbiotopen • Vruchtbare, productieve landbouwgronden • Weidevogelgebieden Uitgesloten gebieden: • Natura 2000 (Biesbosch, Pompveld en Kornsche Boezem) • Natuurnetwerk Brabant (NNB) • Beschermde Rijksmonumentale gebieden (bijv. Motte van Almkerk)
6
https://hollandsolar.nl/u/files/energie-samen-a4-klik-hr.pdf
9
Afbeelding 1. Bovenstaande betreft globale gebiedsaanduidingen. Uit: ontwerp omgevingsvisie Altena (2019).
3.1.2 Omvang We kiezen zo veel mogelijk voor kleinere parken aan of bij de rand van kernen • Parken mogen in principe maximaal 4 tot 8 hectare groot zijn7, afhankelijk van de maat en schaal van de desbetreffende kern. Kleine parken zijn beter in te passen in het landschap en zijn gemakkelijker aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk. We gaan hierbij uit van de totale maat van het zonnepark, inclusief ruimte voor meervoudig ruimtegebruik, biodiversiteit, etc. • Op termijn zijn grotere parken mogelijk ook denkbaar, maar alleen als ze in erg sterke mate aan de andere voorwaarden uit het afwegingskader voldoen. • Zonneparken worden in principe gerealiseerd aan (of dichtbij) de rand van de kernen. We kiezen bewust voor parken nabij de kernen vanwege binding met de lokale gemeenschap en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. 3.1.3 Landschappelijke inpassing We passen alle zonneparken landschappelijk op een goede manier in • Alle parken worden vormgegeven met oog op het landschap en parken worden altijd landschappelijk ingepast. Landschappelijke inpassing is maatwerk per project. • De landschappelijke inpassing moet passen bij de omgeving waarin het park zich bevindt, en (de structuur en/of kwaliteit van) het landschap versterken.
Landschappelijke inpassing hoeft niet altijd een ‘groene’ inpassing te betekenen, in grote open gebieden kan het bijvoorbeeld wenselijker zijn om geen groene haag rondom het zonnepark te plaatsen. Ook in een stedelijk landschap kan een andere vorm van inpassing wenselijk zijn. 3.1.4 Multifunctioneel ruimtegebruik We combineren zonneparken maximaal met andere functies • Zonneparken combineren energieopwekking met een of meerdere andere functies, bijvoorbeeld parkeren, natuurontwikkeling, een bufferfunctie voor natuur, landbouw, recreatie en/of waterberging. Functiecombinaties zijn maatwerk per project. De functie en de uitwerking is afhankelijk van de opgaven die spelen op de locatie van het initiatief, de aard en omvang van het park en de kansen op de desbetreffende locatie. • We streven naar een goede ruimtelijke, landschappelijke inpassing van zonneparken, passend bij de kenmerken van het gebied.
7
Dit is in lijn met de principes die zijn opgenomen in de ontwerp omgevingsvisie Altena (2021) p. 53.
10
•
We streven ernaar dat zonneparken bijdragen aan de vergroting van de biodiversiteit, en de bodemkwaliteit zoveel mogelijk behouden en bij voorkeur verbeteren. Afstemming met de Omgevingsvisie Op dit moment werken we als gemeente aan onze Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie (of in een programma behorende bij de Omgevingsvisie) concretiseren we bovenstaande uitgangspunten verder, en actualiseren we ze waar nodig (zie ook 1.2).
3.2 Energiesysteemefficiëntie
We streven bij nieuwe zonneparken naar zo laag mogelijke kosten voor het netwerk. Dit is goed voor de betaalbaarheid van de energietransitie, en draagt bij aan een lagere energierekening. 3.2.1 Plaatsing ten opzichte van de vraag en/of het netwerk We plaatsen zonneparken efficiënt ten opzichte van de vraag en het netwerk • Parken worden bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de vraag gesitueerd: ook hierom hebben we een voorkeur voor zonneparken bij de kernen. Ook plaatsing van zonneparken bij grote energieverbruikers kan de impact op het netwerk verkleinen. • Parken hebben bij voorkeur een zo kort mogelijke aansluiting tot een Enexis-(verdeel)station. Ook clustering van parken kan voordeel bieden omdat de totale benodigde lengte aan kabels beperkt wordt. Grotere parken kunnen – op termijn – wellicht ook gebruik van een gedeelde aansluiting naar een HS/MS-station8. 3.2.2 Maatregelen die het effect op het netwerk verkleinen We nemen maatregelen om het effect op het netwerk te verkleinen • Zonneparken maken gebruik van ‘aftopping’ (curtailment) van het aansluitvermogen tot 70% van het piekvermogen, conform het convenant tussen netbeheerders en Holland Solar. • De voorkeur gaat uit naar projecten die zijn voorzien van maatregelen die het effect op het netwerk verkleinen, bijv. opslag, directe koppeling tussen vraag en aanbod, etc.
In ieder geval in fase 1 van de uitvoering (zie hoofdstuk 4) is dit zelfs noodzakelijk vanwege de beperkte beschikbare netcapaciteit.
8
HS=hoogspanning, MS=middenspanning. Er zijn in en bij Altena 3 HS/MS-stations waar zonneparken op kunnen worden aangesloten: station Biesbosch, station Geertruidenberg en station Waalwijk.
11
3.3 Lokaal eigenaarschap
We willen dat de zonneparken meerwaarde hebben voor de inwoners van Altena. Daarom moeten inwoners kunnen meepraten en mede-eigenaar kunnen zijn. 3.3.1 Procesparticipatie Omwonenden en belanghebbenden moeten kunnen meepraten in het proces om te komen tot een zonnepark • Onderdeel van de ontwikkeling van ieder zonnepark is een participatieproces waarin inwoners in ieder geval goed geïnformeerd en geraadpleegd worden. Iedereen moet hieraan mee kunnen doen. 3.3.2 Lokaal eigenaarschap We willen dat het eigendom en de revenuen van zonneparken zo veel mogelijk in Altena blijven
•
•
•
We hanteren als streven dat minimaal 50% van het eigendom van ieder zonnepark in handen is van inwoners uit Altena (bij voorkeur via mede-eigenaarschap, eventueel aangevuld met financiële deelneming). In het geval van eventuele inzet van eigen gronden van de gemeente streven we naar een percentage van 100%. Daarnaast streven we ernaar dat projecten ook op andere manieren een bijdrage leveren aan de omgeving, in ieder geval via een omgevingsfonds en eventueel aanvullend met een omwonendenregeling (passieve financiële participatie). Als richtbedrag voor een omgevingsfonds hanteren we 50 cent per opgewekte MWh9, het richtbedrag dat ook wordt genoemd in het Klimaatakkoord. We streven naar zoveel mogelijk social returns uit de zonneparken, bijvoorbeeld door het benutten van lokale bedrijven en het zorgen voor lokale werkgelegenheid.
9
Ter indicatie: een zonnepark van 6 hectare levert dan jaarlijks ongeveer €3.000,- per jaar op voor de omgeving.
12
3.4 Uitvoerbaarheid en financierbaarheid
• •
Iedere initiatiefnemer moet een sluitende business case kunnen aantonen en aannemelijk kunnen maken dat er concreet zicht is op realisatie. Initiatieven kunnen hierbij, onder voorwaarden, ook gebruik maken van het Klimaatfonds van de gemeente. Vergunningen worden tijdelijk verleend voor een periode van maximaal 25 jaar. Er moeten (financiële) garanties zijn voor het verwijderen van de panelen, bouwwerken en installaties na deze termijn, en het herstellen van de bodem. De landschappelijke inpassing moet na deze termijn in stand blijven.
13
4. Uitvoering en fasering 4.1 Fasering In de uitgangspuntennotitie is opgenomen dat we de ambitie van 36 GWh in twee tranches realiseren, met name om te kunnen leren van de eerste tranche. Sinds de uitgangspuntennotitie hebben zich ontwikkelingen voorgedaan op het elektriciteitsnetwerk die een nadere inkleuring geven aan de aard van deze fasering. Er is namelijk sprake van transportschaarste op alle stations waarop zonneparken in Altena kunnen worden aangesloten. Wat is transportschaarste? Enexis heeft voor de drie stations die relevant zijn voor de gemeente Altena (Biesbosch, Waalwijk en Geertruidenberg) transportschaarste afgekondigd. Dit betekent dat er te weinig capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is om opgewekte elektriciteit in te voeden in het elektriciteitsnet. Daarom geeft Enexis aan dat alle nieuwe initiatieven op een interesselijst worden geplaatst. Alleen de projecten die al een getekende offerte van Enexis hebben ontvangen krijgen op korte termijn een aansluiting. Daarnaast kunnen ook projecten die gebruik maken van een kleine opwekaansluiting (tot en met 3x80A) op korte termijn nog aangesloten worden op het net. Alle andere projecten worden op een wachtlijst gezet. Deze projecten komen pas aan de beurt wanneer er aanvullende netcapaciteit is gerealiseerd.
Voor het zonnekader betekent dit concreet dat de ambitie van 36 GWh de komende jaren niet kan worden ingevuld met zonneparken. Er wordt, zowel in lokaal, regionaal, provinciaal als nationaal verband hard gewerkt aan oplossingen, maar de verwachting is dat de transportschaarste nog meerdere jaren zal aanhouden. Enexis noemt hierbij een periode van zo’n 5-7 jaar. Gezien de beperkte netcapaciteit is het realiseren van ‘reguliere’ zonneparken op korte termijn niet mogelijk. We vinden het als gemeente onwenselijk om vergunningen af te geven voor zonneparken wanneer er nog geen concreet zicht is op realisatie: dit geeft onnodige onzekerheid en administratieve lasten voor initiatiefnemers, de omgeving en de gemeente. We vinden het wel belangrijk om ook op de korte termijn al concreet aan de slag te gaan en te doen wat wél mogelijk is. Bijvoorbeeld door ook op korte termijn al ruimte te bieden aan zonneparken die door innovatieve oplossingen geen last hebben van de heersende transportschaarste. Hierbij leren we van de ervaringen die we opdoen. Daarom realiseren we de opgave van 36 GWh in 2 fases: Fase 1: Korte termijn De komende jaren richten we onze aandacht op projecten die kansrijk zijn om wél op korte termijn doorgang te vinden. Dit gaat onder andere om kleinschalige aansluitingen10 voor zon op daken (o.a.
SCE/postcoderoos), opwekaansluitingen achter de meter, innovatieve projecten die zich bijvoorbeeld richten op opslag en conversie, en projecten die gebruik maken van andere aansluitingen, zoals het mogelijk nieuw te ontwikkelen zonnepark op de drinkwaterbassins van Evides (voor meer informatie, zie bijlage 1). We bekijken, o.a. samen met Enexis, Enpuls, Altena Nieuwe Energie, Altenatuur, de provincie, de RES West-Brabant en het Energiefonds Brabant, welke projecten het meest kansrijk zijn. We doen dit onder andere in samenwerkingsverband Energiek Brabant, waarin gemeente Altena een van de pilotgebieden is. Indien dit wenselijk en passend is, kunnen we voor projecten als gemeente ook gemeentegronden beschikbaar stellen. Vanwege het diverse karakter van deze mogelijke projecten is inpassing en de precieze randvoorwaarden voor al deze projecten maatwerk. Wel hanteren we dit zonnekader als richtsnoer. Zo zoeken we, binnen de huidige situatie, naar mogelijkheden om een deel van de opgave van 36 GWh al te realiseren voordat er weer grootschalige transportcapaciteit beschikbaar komt. 10
Dit zijn aansluitingen met een maximaal vermogen van 3x80A.
14
Fase 2: Langere termijn Zodra er weer zicht is op netcapaciteit, stellen we de rest van de 36 GWh open, en gaan we vergunningen verlenen voor de overige zonneparken. De huidige verwachting is dat dit pas over 5-7 jaar zal zijn. Gezien de voorbereidings- en doorlooptijden van zonne-energieprojecten is het wenselijk om uiterlijk 2 jaar voordat er weer netcapaciteit beschikbaar komt meer duidelijkheid te scheppen over kaders en randvoorwaarden, zodat initiatiefnemers zich tijdig kunnen gaan voorbereiden op vergunningaanvragen en realisatie. We blijven continu in gesprek met Enexis om zicht te houden op de verwachte ontwikkelingen in de netcapaciteit. Het ligt in de lijn de verwachting dat de gemeente in deze fase gebruik zal maken van een maatschappelijke tender om projecten te gunnen, maar – afhankelijk van de situatie – kan ook een andere methode worden gekozen.
4.2 Vervolgstappen De belangrijkste vervolgstappen na vaststelling van dit zonnekader zijn als volgt: • Het college werkt, samen met partners, de acties uit fase 1 verder uit, en voert deze vervolgens ook uit samen met partners. Het college informeert de raad in 2022 over de voortgang hieromtrent. • De vergunningverlening voor zonneparken die niet gerealiseerd kunnen worden in fase 1, start wanneer weer zicht is op netcapaciteit. Ondertussen worden de randvoorwaarden voor zonneparken verder uitgewerkt in de omgevingsvisie, of in een programma onder de omgevingsvisie. • Voorafgaand aan de start van fase 2 (wanneer weer vergunningen voor zonneparken zullen worden verleend) wordt de raad opnieuw geïnformeerd.
15
Bijlage 1 – Overzicht kansrijke type projecten ondanks transportschaarste Kleinschalige aansluiting, o.a. SCE/‘postcoderoos’ Op dit moment kunnen kleine aansluitingen voor teruglevering (<3x80A), in tegenstelling tot grote aansluitingen, nog wel worden aangesloten door Enexis. Ook SCE-projecten (Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking, voorheen postcoderoos) met een kleine aansluiting kunnen worden gerealiseerd Dit zijn in de regel overigens zon op dak-projecten. Samen met Enexis, de RES-regio, Altena Nieuwe Energie en het Energiefonds Brabant onderzoeken we hoe we deze projecten kunnen aanjagen. Aansluiting achter de meter Projecten die kunnen worden aangesloten ‘achter de meter’ en dus geen aparte terugleveraansluiting nodig hebben, kunnen ook in de huidige situatie gerealiseerd worden. Hiervoor is het wel nodig dat alle elektriciteit direct wordt gebruikt, en niet hoeft te worden teruggeleverd aan het elektriciteitsnet. In de regel is dit vooral mogelijk bij bedrijven die continu veel energie verbruiken, zoals bijvoorbeeld koelhuizen of productiebedrijven die een volcontinu rooster hanteren. We gaan als gemeenten in overleg met deze bedrijven en gaan gezamenlijk op zoek naar de mogelijkheden om op of bij hun bedrijfspand zonne-energie te realiseren.
Innovatieve projecten, onder andere in combinatie met verduurzaming scheepvaart Ook innovatieve projecten bieden perspectief, met name projecten die zich richten op opslag of conversie. Energie die wordt opgeslagen en later wordt gebruikt, of die wordt omgezet naar andere energievormen, hoeft niet te worden ingevoed in het elektriciteitsnet. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheid om lokale (mobiele) opslag te realiseren bij agrarische daken met zonnepanelen. Ook zijn er in Werkendam ideeën en initiatieven voor de verduurzaming van de scheepvaart (elektrisch varen in combinatie met verwisselbare accu’s). Mogelijk kunnen deze worden gecombineerd met opwek in de vorm van zonne-energie. Als gemeenten zijn we in gesprek met dergelijke initiatieven en we ondersteunen ze waar nodig. Projecten in combinatie met andere aansluitingen (o.a. drinkwaterbassins Biesbosch) Drinkwaterbedrijf Evides is bezig met de voorbereidingen voor realisatie van meer dan 100 hectare aan zonnepanelen op de drinkwaterbassins in de Biesbosch (gemeente Drimmelen). Als dit project wordt gerealiseerd, wordt hier mogelijk in de gemeente Altena een aparte aansluiting voor gerealiseerd op het TenneT-hoogspanningsnetwerk. Indien dit het geval is, kunnen op deze aansluiting wellicht ook zonprojecten in de gemeente Altena op worden aangesloten.
We bekijken, samen met TenneT, Enexis, de gemeente Drimmelen, Evides en de eigenaar van het drijvende zonnepark, de mogelijkheden voor de gemeente Altena.
16
Bijlage 2 – Reacties van stakeholders Overzicht stakeholders Bij het opstellen van dit zonnekader zijn diverse stakeholders geraadpleegd. Ook zijn stakeholders in de gelegenheid gesteld te reageren op de inhoud van het zonnnekader. Veruit de meeste hiervan hebben dit ook gedaan. Er is contact geweest met de stakeholders die ook betrokken zijn geweest bij het opstellen van de Uitgangspuntennotitie die ten grondslag lag aan dit zonnekader: • Altena Nieuwe Energie • Altenatuur • ZLTO Altena Biesbosch • ANV Altena Biesbosch • Enexis • Waterschap Rivierenland • Brabants Landschap • Natuur- en milieuvereniging VMB Hank • Archeoloog en cultuurhistoricus van de Regio West-Brabant • Erfgoed Altena Reacties van de stakeholders Er zijn diverse toelichtende, verduidelijkende vragen gesteld en verschillende opmerkingen geplaatst. Deze zijn zo goed mogelijk verwerkt. Daarnaast gaan we hierna in op een aantal inhoudelijke opmerkingen, die door meerdere stakeholders zijn gemaakt: •
Veel stakeholders vinden het van belang om niet alleen te focussen op zonneparken, maar de inzet uitdrukkelijk ook te richten op zon op dak. o Ook Altena heeft een stevige opgave voor zon op dak: de ambitie, volgend uit de RES West-Brabant, is om tot 2030 44 GWh nieuw zon op dak te realiseren. Daarbovenop heeft Altena een ambitie van 36 GWh aan zonneparken, omdat er niet voldoende dakoppervlak aanwezig is om de totale gemeentelijke opgave te voldoen. Daarnaast is het van belang dat ondanks de transportschaarste er (onder andere) wel SCE/postcoderoos-projecten met een kleine aansluiting kunnen worden gerealiseerd. Dit zijn in de regel zon op dakprojecten.
•
Het zonnekader vraagt op onderdelen nog om verdere uitwerking, partijen geven aan dat het kader nog niet overal even gedetailleerd is. o Dit zonnekader is bewust opgesteld op hoofdlijnen. Mede vanwege de heersende transportschaarste werken we het kader nu niet helemaal tot in detail uit; de wereld verandert immers snel. Zo gauw er weer zicht is op netcapaciteit starten we met het verlenen van vergunningen. Daaraan voorafgaand zullen we, waar nodig, nadere randvoorwaarden voor zonneparken uitwerken. Ondertussen werken we aan de Omgevingsvisie. Ook daarin zullen we nader richting geven aan de ontwikkeling van zonneparken.
•
Er wordt aandacht gevraagd voor de kwaliteit van natuur en landschap. Ook zijn er suggesties aangedragen voor aanvullende uitsluitingsgebieden. o Altena heeft een waardevol landschap en waardevolle natuurgebieden, en dat willen we zo houden. Daarom hebben we natuur en landschap in het afwegingskader uitdrukkelijk een plek gegeven. Ook is in dit zonnekader aansluiting gezocht bij de zonneladder zoals deze is opgesteld in de gedragscode zon op land. Tegelijkertijd zijn we terughoudend 17
geweest met ‘harde’ uitsluitingsgebieden. Alleen gebieden waar vanwege provinciaal of (inter)nationaal beleid geen zonneparken gerealiseerd mogen worden zijn uitgezonderd. Een goede locatie en een goede inpassing zijn immers in belangrijke mate maatwerk. Wel hebben we een aantal gebiedstypen aangewezen als ‘minder wenselijke gebieden’. •
Diverse partijen hebben vragen gesteld over de focus op kleinere zonnevelden. Kleinere zonnevelden zijn immers relatief duurder dan grotere zonnevelden, en stakeholders geven aan dat initiatiefnemers meer interesse hebben in grotere dan in kleinere zonneparken. o Parken mogen in principe maximaal 4-8 hectare groot zijn11. We gaan hierbij uit van de totale maat van het zonnepark, inclusief ruimte voor meervoudig ruimtegebruik, biodiversiteit, etc. Kleine parken zijn beter in te passen in het landschap, ze sluiten beter aan op de maat en schaal van de kernen in het gebied, zijn gemakkelijker aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk en lenen zich beter voor lokaal eigenaarschap. Indien blijkt dat er inderdaad geen initiatiefnemers te vinden zijn voor kleinere zonneparken omdat deze niet haalbaar zijn, biedt het zonnekader de mogelijkheid om op termijn ook grotere zonneparken toe te staan. Dit kan alleen als ze in erg sterke mate aan de andere voorwaarden uit het afwegingskader voldoen.
•
Stakeholders vinden lokaal eigenaarschap en social returns voor inwoners van groot belang. o De gemeente Altena wil graag dat Altena ook op andere vlakken beter wordt van zonneparken: dat de ontwikkeling van zonneparken bijdraagt aan de kwaliteit van de ruimte en het landschap, en dat het eigendom van de zonneparken (en vooral rendementen die ze opleveren) zo veel mogelijk ten goede komen aan de inwoners van Altena. Daarom is onder andere een ambitie opgenomen voor 50% lokaal eigendom (zelfs 100% bij realisatie op gemeentegronden), en zijn er aanvullende randvoorwaarden voor participatie en social returns uitgewerkt in het afwegingskader in hoofdstuk 3.
•
Stakeholders geven aan dat de heersende netwerkschaarste de ambities niet onnodig moet remmen. Ze roepen op om op de korte termijn te focussen op wat wél kan, bijvoorbeeld met innovatieve technieken. o De transportschaarste op het netwerk zorgt ervoor dat er geen nieuwe grootschalige12 zonprojecten aangesloten kunnen worden op het energienetwerk in de gemeente Altena. Daarom richten we ons op de korte termijn op projecten die wél kunnen doorgaan ondanks de transportschaarste: 1) Kleinschalige aansluitingen, o.a. SCE/‘postcoderoos’ 2) Aansluitingen achter de meter, 3) innovatieve projecten, bijvoorbeeld in combinatie met verduurzaming scheepvaart, en 4) projecten die gebruik maken van andere aansluitingen. Zie bijlage 1.
11
Dit is in lijn met de principes die zijn opgenomen in Uitgangspuntennotitie en de ontwerp omgevingsvisie Altena (2021) p. 53. 12 Onder ‘grootschalig’ verstaan we hier alle opwek >15 kWp (ongeveer 35-60 panelen, afhankelijk van het vermogen per paneel), conform de definities van RVO en Nationaal Programma RES.
18