Zienswijze
Tekst van het document
Nota van zienswijzen Ontwerp aanvraag omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) “ Kornpad ong. (nabij 3) in Dussen, het aanplanten van 40,4 hectare aan fruitbomen ”
Vanaf 15 oktober tot en met 26 november 2020 heeft het ontwerp aanvraag omgevingsvergunning “Kornpad ong. (nabij 3) in Dussen ” voor 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen bij de gemeenteraad zijn/haar zienswijze geven op de aanvraag omgevingsvergunning omgevingsvergunning (uitgebreide procedure). In deze nota staan de ontvangen zienswijzen, de gemeentelijke reactie daarop en de wijzigingen in de ruimtelijke onderbouwing. Waar gaat het bestemmingsplan over? Het gaat om een aanvraag omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) dat het mogelijk maakt dat er 40,4 hectare aan fruitbomen wordt geplant. De aanvraag
omgevingsvergunning is voorbereid op grond van 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening. De procedure is bekendgemaakt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Wie heeft er een zienswijze gestuurd? In de periode van terinzagelegging is er één zienswijze ontvangen: 1. Provincie Noord-Brabant Hoe ziet de inhoud van deze nota er uit? Hoofdstuk 1: Samenvatting van de zienswijzen met gemeentelijke beantwoording. Hoofdstuk 2: Wijzigingen die doorgevoerd worden.
Pagina 2 van 9
1. Beantwoording zienswijzen 1. Zienswijze: Provincie Noord-Brabant Ontvangstdatum: 18 november 2020 Inhoud zienswijze Beantwoording gemeente Bij elke ruimtelijke De impact van de voorgenomen ontwikkeling op het ontwikkeling dienen de landschap blijft, zoals omschreven in het voorgaande, principes van de zorgplicht beperkt en wordt acceptabel geacht. voor een goede omgevingskwaliteit Dit is nader onderzocht en uitgewerkt op basis van de toegepast te worden. Dit zienswijze. Dat betekent dat de onderbouwing hierop is principe van een goede aangepast. Nadere uitwerking en onderbouwing is te ruimtelijke ordening gaat vinden op bladzijde 19 t/m 23. Zie ook bijlage Quick-Scan ervan uit dat er sprake is van een ‘evenwichtige Zienswijze gegrond toedeling van functies’ rekening houdend met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied (lagenbenadering) en meerwaardecreatie (artikel 3.5 IOV). Zorgvuldig ruimtegebruik gaat uit van concentratie van bebouwing en het gebruik maken van een bestaand bouwperceel en meerwaardecreatie gaat uit van het onderzoeken van de mogelijkheid opgaven te combineren en daarin een bijdrage te leveren aanvullend op de voorgenomen ontwikkeling zelf.
Wij zijn van oordeel dat met onderhavig plan onvoldoende invulling is gegeven aan het principe van de lagenbenadering, omdat de voorgenomen ontwikkeling primair is benaderd is vanuit het behoud van de landschappelijke openheid van het gebied.
Pagina 3 van 9
Inhoud zienswijze Naast de openheid constateren wij dat het micro-reliëf tevens karakteristiek is voor dit landschap volgens het vigerende bestemmingsplan, waarbij het noordelijke deel van het plangebied aanmerkelijk lager is gelegen dan het zuidelijke deel.
Beantwoording gemeente Dit is nader onderzocht en uitgewerkt op basis van de zienswijze. Dat betekent dat de onderbouwing hierop is aangepast. Nadere uitwerking en onderbouwing is te vinden op bladzijde 19 t/m 23. Zie ook bijlage QuickScan.
Inhoud zienswijze Tevens is sprake van het behoud van de biotoop voor weidevogels in dit gebied. De ruimtelijke onderbouwing biedt onvoldoende duidelijkheid of en op welke wijze deze waarden bij de planvorming zijn betrokken. Daarbij is tevens van belang welke voorzieningen worden getroffen bij de realisering van de fruitboomgaard en wat de gevolgen daarvan zijn op deze waarden.
Beantwoording gemeente Het aspect weidevogels is na aanvullingen voldoende onderbouwd, het risico ten aanzien van weidevogels wordt minimaal ingeschat. De oppervlakte van de beoogde boomgaard wordt mogelijk minder geschikt voor weidevogels. Wel is de initiatiefnemer Planet Proof gecertificeerd, deze manier van werken biedt voor weidevogels kansen zoals ook aangegeven is in de motivering. De voorgestelde maatregelen ten aanzien van de steenuil dragen hier ook aan bij. De impact op de soortgroep weidevogels wordt nihil geacht. Met deze conclusie kan worden ingestemd. Zie ook bijlage QuickScan.
Inhoud zienswijze Daarbij denken wij onder andere, aan een drainagesysteem, de gevolgen voor de kavelsloten, in hoeverre er sprake is van teeltondersteunende voorzieningen en of er waterberging gerealiseerd zou moeten worden.
Zienswijze gegrond
De voorgestelde maatregelen worden opgenomen als voorwaarden in de omgevingsvergunning. De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld door de Omgevingsdienst. Zienswijze gegrond Beantwoording gemeente Een boomgaard verbruikt/onttrekt juist niet veel water en heeft geen verlagend effect op het peil en/of verdroging aan de oppervlakte. Alle drainage is reeds aanwezig. Er wordt geen enkele ingreep gedaan waardoor de waterstand verlaagd wordt en/of het water sneller wordt afgevoerd. Omdat er door de vorige eigenaar al sinds jaar en dag drainage is aangebracht, zijn de gronden dan ook niet aan te merken als natte gronden. Het peil in de watergang wordt beheerd door het Waterschap en daarop heeft de initiatiefnemer geen enkele invloed. Er wordt daarbij geen grondwater opgepompt of iets dergelijks. Het Natura2000 gebied heeft een eigen peil ten opzichte van de andere watergang. Er is geen sprake van teeltondersteunende voorzieningen. Zienswijze deels gegrond
Pagina 4 van 9
Inhoud zienswijze Op grond van artikel 3.9 IOV dient elke ruimtelijke ontwikkeling gepaard te gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. In de ruimtelijke onderbouwing wordt verwezen naar de aanleg van een windsingel of haag, maar het is niet duidelijk van welke hoogte wordt uitgegaan. Tevens is ons niet duidelijk in welke zin de windsingel of haag ruimtelijke kwaliteit toevoegt aan het plan.
Beantwoording gemeente Langs de Noordveldseweg (aan de oostzijde van de locatie) en aan weerszijden van de Kornpad zal door de initiatiefnemer een windhaag worden aangelegd. Deze windhaag zal een hoogte van ongeveer 1,5 meter krijgen en zal bestaan uit een gevarieerd bestand van struiken (hazelaar, vuilboo m, hondsroos, bosroos, sleedoorn, kardinaalsmuts, gelderse roos en zwarte els).De windhaag zal ongeveer 40 centimeter breed worden. Met het aanbrengen van de windhaag worden nieuwe landschappelijke elementen aangebracht in het gebied. Het gebied waarin de locatie is gelegen betreft een waardevol open gebied. De gewenste boomgaard zal deze openheid aantasten, maar op basis van het landschapsadvies van ecologisch deskundigen wordt deze aantasting aanvaardbaar geacht. De windhagen rondom de boomgaarden zullen leiden tot een verzachting van de randen van de boomgaarden. De natuurlijke rand van groene elementen vermindert het zicht op de boomgaarden verzacht daarmee de aanblik op de boomgaarden. De windhagen hebben daarmee ook het doel de boomgaarden op passende wijze landschappelijk in te passen zonder dat hierbij de openheid van het landschap verder wordt aangetast. Door de beperkte hoogte van de windhagen blijft de impact op de openheid gering. De hoogte van 1,5 meter geeft voldoende gelegenheid om over de windhagen heen te kijken.
De windhagen leiden daarmee tot een fraaie en natuurlijke overgang van de open gebieden naar de boomgaarden. De boomgaarden zullen daarmee minder in het landschap staan als plotselinge enclaves in het open landschap, maar meer als groen omsloten eilanden in een open omgeving. Bij de aanleg van de windhagen wordt gekozen voor hazelaar, vuilboom, hondsroos, bosroos, sleedoorn, kardinaalsmuts, gelde rse roos en zwarte els. De struiken zijn een gebiedseigen soort die op meerdere plekken in het landschap voorkomen. Daarbij wordt het een foerageergebied voor verschillende soorten. Hiermee wordt gebruik gemaakt van streekeigen landschappelijke elementen die goed passen binnen de omgeving. Door het aanbrengen van gebiedseigen landschappelijke elementen wordt de ruimtelijke kwaliteit van het gebied vergroot en de natuurlijke waarde van de omgeving versterkt. De zwarte els leeft in symbiose met een bacterie die leidt tot binding van stikstof uit de lucht. Hierdoor kan de zwarte els goed groeien op arme gronden die doorgaans minder geschikt zijn voor plantengroei. Door de
Pagina 5 van 9
symbiose met de bacterie wordt de bodem waarin de zwarte els groeit verrijkt, waarmee arme gronden steeds meer geschikt worden voor plantengroei. Dit komt de biodiversiteit van het gebied ten goede. Daarnaast heeft de zwarte els een aantrekkende werking op verschillende soorten vogels. Daarmee zal de aanleg van de windhaag een positief effect hebben op de biodiversiteit van het gebied. Omdat een goede biodiversiteit wordt gezien als onderdeel van een goede ruimtelijke kwaliteit zal met de aanleg van de windhagen daarmee sprake zijn van een kwaliteitsverbeterende maatregel.
Inhoud zienswijze Wij kunnen de redenering volgen, dat op de schaal van het totale gebied de openheid in dit deelgebied waar de fruitboomgaard zich vestigt niet het sterkst aanwezig is, zoals weergegeven en uitgelegd in de bijgevoegde landschapsrapportages. Ons is echter niet duidelijk wat er met de gronden van de bestaande fruitboomgaard gebeurt en hoe deze worden bestemd. Dit is uiteindelijk wel relevant voor de gevolgen voor de openheid van het totale gebied. Wij verzoeken u dit nader toe te lichten. Inhoud zienswijze Aan de noordzijde van onderhavig plangebied is sprake van Natura 2000 gebied Kornsche Boezem. De gevolgen van onderhavige ontwikkeling op dit Natura 2000 gebied moet nader onderzocht worden. Wij hebben daarbij vanuit hydrologie de nodige vragen. Het is namelijk niet duidelijk, welke veranderingen in het watersysteem gaan plaatsvinden. Het huidige grondgebruik betreft
Zienswijze gegrond Beantwoording gemeente De vraagt komt ook steeds terug hoe geborgd is dat de andere boomgaard daadwerkelijk verdwijnt aan de Midgraaf 3 te Almkerk. Die locatie heeft de ‘Gebiedsaanduiding wro-zone - aanlegvergunning openheid’. De gronden zijn reeds verkocht aan een akkerbouwer. De gronden zijn niet meer in eigendom. Op dit moment staan er nog bomen van de familie Verkooijen. Deze bomen zijn in de laatste jaren van de levensfase en worden binnen nu en 4 jaar gerooid. Op het moment dat de bomen gerooid zijn dient er opnieuw een omgevingsvergunning te worden verleend op grond van 3.6.1. immers heeft uitsluitend de initiatiefnemer toestemming voor het gebruik. Mocht de akkerbouwer dus door willen gaan met het exploiteren van een fruitteeltboomgaard, wat dus absoluut niet het plan is, het is namelijk een akkerbouwer. Dan moet deze die vergunning aanvragen en die kan de gemeente weigeren. Hierdoor ontstaat dus opnieuw een toetsingsmoment. Hiermee is de waarborging geregeld. Zienswijze gegrond Beantwoording gemeente De machines in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn kleiner en minder zwaar dan in de huidige situatie in de reguliere grondgebonden landbouw worden gebruikt. Er zijn daarom geen toenames in trillingen, optische verstoring en geluidsverstoring te verwachten.
Er dient een spuitzone van 30 meter aangehouden te worden tot kwetsbare zones en er worden aangepaste technieken voorgeschreven voor bemesting en spuiten met giffen. De afstand tot het Natura2000 gebied is voldoende groot om gezien het onderzoek van DLV naar spuitmiddelen en technieken, en bemesting, effecten uit te kunnen sluiten. De in het Natura2000 gebied aangewezen soorten en habitats zoals grote- en kleine modderkruiper, rivierdonderpad, bittervoorn, kamsalamander, bever en
Pagina 6 van 9
grasland, waarbij voor een fruitboomgaard veelal de ontwatering aangepast (= verlaagd) wordt. Dit geldt ook voor de locatie waar de boomgaard wordt afgebouwd. Een oordeel over “uitsluiten negatief effect” op Natura 2000 gebied kan ten aanzien van hydrologie nu niet worden gegeven in verband met de ontbrekende gegevens. Het plan maakt niet inzichtelijk op welke wijze een bijdrage wordt geleverd aan de realisatie van een watersysteem dat klimaat bestendig is ten aanzien van toekomstige klimaat. Er is geen extra opvang van water en geen voorraadvorming zichtbaar in het plan. Inhoud zienswijze Tevens heeft de nabijgelegen A-watergang (deels de aanduiding Natuur Netwerk Brabantecologische verbindingszone) een KRW aanduiding. Onvoldoende wordt onderbouwd in hoeverre oppervlakkig afspoelen van neerslag overschot, niet zal leiden tot transport van bestrijdingsmiddelen(resid uen) en in de watergang terecht kunnen komen. Inhoud zienswijze Overigens zijn we van oordeel dat wel voldoende aannemelijk wordt gemaakt, dat geen bestrijdingsmiddelen in de A-watergang (deels de aanduiding Natuur Netwerk Brabantecologische verbindingszone) en
diverse natte en droge habitats, zijn grotendeels wateren riviergebonden. Het betreft echter een ander peilvlak, een eigen watersysteem, wat geen directe verbinding heeft met het watersysteem om het plangebied. Ook zijn in de al aanwezige verstoring in het landelijk gebied al verstoringsbronnen als gevolg van regulier gebruik aanwezig. Deze zullen niet toenemen gezien de gebruikte machinerie. Een toename van effecten onder water, en boven water is niet te verwachten. Gebruik van knalapparaten of andere verstoringsbronnen voor vogels met zware, lage geluiden of trillingen zijn niet toegestaan omdat effecten op het Natura2000 gebied anders wel te verwachten zijn.” Uit de motivatie blijkt dat voldoende maatregelen worden om effecten op het naastgelegen Natura 2000 gebied te voorkomen. Effecten op populatiedynamiek van de vissoorten in het Natura 2000-gebied zijn niet aan de orde, gezien van verdroging geen sprake is. Tevens is per mail d.d. 13 januari 2020 een bewijsstuk aangeleverd waaruit op te maken is dat het nabijgelegen Natura-2000 gebied gescheiden watergangen heeft. De gevraagde aanvullende informatie ten aanzien van mogelijke verontreiniging is voldoende duidelijk. Zienswijze gegrond Beantwoording gemeente Bij de aanleg zijn geen effecten op bodem- en oppervlaktewater te verwachten; er wordt niet extra gedraineerd, drooggelegd of afgevoerd.
Omdat nu al drainage aanwezig is, en deze niet wordt aangepast, zal geen sprake zijn van grondwaterstandsdaling. Ook ligt het plangebied in een ander peilgebied dan het Natura2000 gebied; er is daarom geen directe verbinding. Door tussenliggende watergangen zijn geen effecten te verwachten op gronden oppervlaktewaterstanden in en om het Natura2000 gebied. Zienswijze gegrond
Beantwoording gemeente Bij het bestrijden van schimmels en insecten wordt gebruik gemaakt van de modernste technologieën zoals de Varimas spuit van Munckhof. Deze spuit meet de windsnelheid en de wind richting zodoende kan hij de windsnelheid en de windrichting bepalen en zich daarop aanpassen. (zodoende is een driftreductie van 99% haalbaar ook richting de bodem). Door gebruik van deze emissiearme meerrijenspuit wordt een emissiereductie bereikt van minimaal 95% (in toekomst meer en meer toegroeiend naar 99% emissiereductie).
Pagina 7 van 9
Natura 2000 gebied terecht zullen komen als gevolg van verwaaiing.
Het gaat hier om emissie naar naast een boomgaard gelegen oppervlaktewater. Deze emissiereductie wordt bereikt met een combinatie van emissiearme spuitdoppen (grovere, minder driftgevoelige druppel), aangepaste luchtondersteuning, waardoor de spuitnevel niet door de boom wordt geblazen en vrijwel volledig wordt afgezet op de vruchten, bladeren en takken van boom en eventueel met een afscherming die de door de boom geblazen spuitnevel wordt opgevangen waarmee verwaaien van deze nevel naar buiten de boomgaard wordt voorkomen. Met de voorgenomen technieken wordt de emissie van de voorgenomen teelt geminimaliseerd en vrijwel volledig afgevangen. Er is daarmee geen sprake van het verwaaien van mogelijk schadelijke stoffen naar de betreffende gebieden. Op een afstand van ongeveer 30 meter zal het bespuiten van de boomgaarden, door de gebruikte emissiereducerende technieken, geen nadelige invloed hebben op het betreffende gebied. Emissie via grond- en oppervlaktewater Een deel van het regenwater zal via drainage en oppervlakkige afstroming in het oppervlaktewater terecht komen. Omdat het watersysteem rondom het plangebied is gescheiden van het Natura2000 gebied zal er geen directe of indirecte invloed zijn. Gezien de eisen aan bestrijdingsmiddelen zijn voor zover bekend geen bestrijdingsmiddelen in Nederland toegelaten die invloed hebben op waterorganismen.
Dit wordt regelmatig getest volgens de initiatiefnemer. Er zijn daarmee naar verwachting geen effecten te verwachten; en indien deze geconstateerd worden, kan ook worden ingegrepen.
Inhoud zienswijze Tot slot verzoeken wij u onderhavige ruimtelijke ontwikkeling af te stemmen met de terreinbeheerder (Staatsbosbeheer) van de Kornsche Boezem en inzicht te geven wat het resultaat is van deze afstemming.
Zienswijze gegrond Beantwoording gemeente Afstemming heeft plaats gevonden met Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer volgt de zienswijze van de provincie, maar hebben inhoudelijk geen op- of aanmerkingen. Zienswijze ongegrond
Pagina 8 van 9
Pagina 9 van 9
2. Aanpassingen ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan is door de zienswijzen op onderdelen gewijzigd. Ruimtelijke onderbouwing wordt dan ook gewijzigd vastgesteld. Hieronder vindt u een overzicht van de wijzigingen. Wijziging(en): 1. De ruimtelijke onderbouwing is aangepast en aangevuld met nadere onderzoeken met betrekking tot de flora en fauna en effecten met betrekking tot het Natura 2000 gebied. Hierbij is voornamelijk ook de Quickscan aangepast wat onderdeel is van de ruimtelijke onderbouwing. 2. Daarnaast worden er in de definitieve omgevingsvergunning extra voorwaarden opgenomen. Dit om belemmeringen in de omgeving te voorkomen. De voorwaarden zijn als volgt: -
-
-
-
Het opstellen en uitvoeren van de werkzaamheden volgens een ecologisch werk-protocol. Tevens dient een opleveringscontrole plaats te vinden op de dag van aanvang van de werkzaamheden. Gebruik van knalapparaten of andere verstoringsbronnen voor vogels met zware, lage geluiden of trillingen zijn niet toegestaan. De genoemde maatregelen ten aanzien van steenuil dienen te worden uitgevoerd. Er wordt geadviseerd om werkzaamheden enkel plaats te laten vinden gedu-rende de daglichtperiode om verstoring door licht op vleermuizen te voorkomen. Buiten het actieve vleermuisseizoen (april-november) mag indien noodzakelijk verlichting worden toegepast, mits er geen uitstraling plaatsvindt naar de omgeving. Het is aan te raden om hierbij gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting. Het is van belang om de hieronder genoemde werkwijze voor de soortgroep vogels te hanteren. Broedende vogels mogen indien deze aanwezig zijn rondom het plangebied niet worden verstoord. De verstorende activiteiten dienen daarom ten alle tijden buiten de kwetsbare periode plaats te vinden, tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels aanwezig zijn. Daarbij verdient het de aanbeveling om in de minst kwetsbare periode (begin oktober tot half februari) de werkzaamheden in het geheel te laten plaatsvinden.
Indien tijdens de werkzaamheden blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied broedende vogels aanwezig zijn, kan er niet worden uitgesloten dat deze werkzaamheden geen verstoring te weeg brengen van de soort. Als werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige ecoloog. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Verder kunnen buiten het broedseizoen ook nog incidenteel broedende soorten aanwezig zijn, waarop ook gelet moet worden. Bij laatstgenoemde werkwijze treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken